Ergens anders, laten we ergens anders heengaan.

Soms lijk ik woordeloos. Toch stroom ik over van woorden die geen uiting meer geven aan wat ik denk of voel. Te veel en te machtig.

In de hoop dat overaanbod aan woorden wat in te tomen luister ik naar Griekse muziek. In een lied, een zin erin of het refrein, wordt vertaald wat ik voel en dan word ik rustiger.

Kent u het gevoel dat u een boek, een lied, een beeld, wat dan ook ontdekt dat helemaal vertaalt wat u wilde uitdrukken? Dát!

Vandaag had ik het bij het luisteren naar ditlied, vooral bij de titel en het refrein. Wat ik (nog) niet uitgedrukt kreeg namelijk  ‘Πάμε γ’αλλού’ of ‘Laten we ergens anders heengaan.’

Refrein:

Laten we ergens anders heen gaan, laten we ergens anders heen gaan.

Alleen de waanzin van onze geest bleef onaangeroerd

In de turlu* van deze wereld

werden wij het zout

*turlu is een Turks gerecht, een ovenschotel waarin veel groenten zitten.

Zo’n gevoel is niet altijd aangenaam maar het krijgt een plaats en dat is oké. De wens ergens anders te zijn, is niet iets dat in deze pandemie zal lukken, voorlopig toch.

Ik ga nu nergens heen, tenzij terug in de tijd. Op 1 november staat deze of andere stil bij het leven en de dood. Dan is het bijna onmogelijk om niet in herinneringen te grijpen. Het zal dit jaar anders gaan, ook voor mij. Deze gedachte werd even aangescherpt door een telefoontje van mijn tante. ‘Komen jullie niet naar Hasselt?’ Op één of twee november bezoeken we meestal het graf van mijn moeder zaliger. Achteraf eten we pannenkoeken. Het gebeurt dan ook ongetwijfeld dat we iemand van de familie tegenkomen en een babbeltje slaan.

Helaas, dit jaar niet. Dat wil niet zeggen dat we niet denken aan deze die we in levende lijve hebben gekend, geliefd waren en nu missen.

Deze foto prijkt vandaag en waarschijnlijk nog enkele dagen vooraan ergens in mijn interieur. Het gedicht heb ik zelf geschreven, toen, veertien en meer dan half jaar geleden. Het mag gelden voor iedereen. Het antwoord op de vraag ‘Hoe neem ik afscheid?’ en ‘Hoe neemt zij afscheid?’ is er soms niet. Dat hoeft ook niet. Ik vind het wel een mooi gegeven om over na te denken.

Ik vind het ook een teken om verder te kijken naar wie en wat wél nog leeft of in ons leven zal komen. Een zus en een broer van mij bijvoorbeeld worden nogmaals grootouders. Ik word dus weer grote tante (zelf gevonden) en kijk er enorm naar uit. Als er iets is dat de dood meebrengt, is het ruimte voor de nieuwe levens. Ook al vind ik het doodgaan nogal oneerlijk verdeeld. Daarover kan ik echter alleen maar verdrietig zijn.

Terwijl ik dit schrijf, komt een bericht melden over het plotse heengaan van Ward Verrijcken, medewerker van de VRT, journalist en filmreporter aldaar. Fatma Taspinar en Martine Tanghe waren toch wel geëmotioneerd bij het aankondigen van dit nieuws in het journaal.

De gang van het leven naar de dood en nog verder verloopt niet evenwichtig, blijkt maar weer. Wat kunnen we intussen meer doen dan vallen en opstaan, verder doen en soms stilstaan, al dan niet gedwongen.

Natuurlijk steeds weer dankbaar om uiting te geven in mijn schrijven zoals gisteren in de les schrijven aan iets wat dystopisch lijkt, maar realiteit zou kunnen worden. Een mens moet al eens overdrijven, niet? Voor de geïnteresseerden: Gekteofecht? 😉