12 horizontaal is grauw.

Omdat ik graag mijn resultaten van de schrijflessen deel, geef ik u mijn huiswerk mee van twee weken geleden, een kort spannend verhaal schrijven met een vooraf gegeven situatie.

Deze week heb ik maar één werk ingestuurd en de feedback ontvangen. Dat ging over een column schrijven. We kregen ook de kans om een cursiefje in te sturen. Daar ben ik nog mee bezig. U krijgt alvast de-column te lezen. Nu ja, blijkbaar is dit een cursiefje. Waarschijnlijk omdat taal me zo nauw aan hart ligt dat het persoonlijker werd. Misschien moet ik van het cursiefje dan maar een column maken. Een poging althans 😉.

Ik heb verder geen grote noch kleine avonturen beleefd deze week. Of toch? Een fijne verrassing, zomaar uit mijn vader zijn mond.

Hij maakt zich nogal eens zorgen om kleine en minder kleine dingen. Een minder klein ding was het feit dat hij vervoer moest regelen om naar de tandarts te gaan. Wij, mijn zus of ik, mogen dat zelf niet doen aangezien mijn vader dan een week in quarantaine moet blijven. Echter, hij heeft twee afspraken volgende week. Dat houdt hem wel eens wakker en nerveus.

Het gesprek met de zorgkundige van dienst, die alles zou regelen en hem dat laten weten, stelde hem gerust. Na nog enkele dingen die mijn boodschappen wat interessanter maken, besproken te hebben, ging ik naar huis. Bij het afscheid zei ik: “Ziezo, papa. Er is nu toch veel geregeld. De wereld zullen we volgende keer verbeteren.” Zijn antwoord was: “Moeten we dat weeral doen? En die ís al zo goed!”

Zulke dingen maken de dag wel. Hij heeft het nog. Die droge humor!

Konijnen in de binnentuin van het woonzorgcentrum. Gelukkig voor hen ben ik nu vegetariër.

De eerste novemberweek

Die eerste week van november is voorbij. Van verkiezingen aan de andere kant van de oceaan, van herdenking van en (nog) rouwen om diegenen die we missen, van boekenbeurs online tot andere minder spectaculaire gebeurtenissen in deze tijd van het jaar, al dan niet daarmee verbonden. Het gebeurde allemaal.

In mijn quasi isolatie lijkt het leven saai. Laat ik u dan hiermee vervelen. Het is tenslotte zondag. Net als zeven dagen geleden. Toen wilde ik, zoals ik schreef, dat ik samen, met wie dan ook , ergens anders heen. Door dat ene liedje.

Storend.

Vandaag blik ik terug tussen vorige zondag en nu. Mijn uitgegroeide frou stoorde me, uitermate zelfs. Aangezien ik nogal wat fiets, niet in figuren zoals er blijkbaar al gewandeld wordt, zijn die kriebelige haren in mijn ogen op zijn minst vervelend. Nu is het hebben van een frou, of niet, mijn eeuwige dilemma. Over de knoop doorhakken wordt daarom serieus nagedacht. Net zoals in mijn jonge jaren al eens gebeurde én in de vorige quasi isolatieperiode ontpopte ik me in een doe-het-zelver. Et voilà! Ik was toen en ik ben nu.

Schrijven.

Ik kreeg nog een gratis feedback aangeboden, via telefoon/zoom/skype, omdat ik meedeed aan een schrijfproject van Inktvis. Er was al eerder aan gesleuteld, mijn stukje pennenvrucht. Echter ik wil de feedback die aangeboden werd wel krijgen. Ik wacht op antwoord voor het tijdstip.

Gisteren kreeg ik de laatste les van de reeks ‘Starten met schrijven’, die ik voor de tweede keer deed. Het uitkijken naar de volgende reeks ‘Schrijven zonder smoesjes’ houdt me nu gaande. Het lijkt er toch heel hard op dat een beetje stress helpt om te blijven schrijven. Ik weet dat het heel kritisch wordt gelezen en dat drijft me. Daarvan leer ik ook veel. Niet in het minste hoe graag ik het doe en hoeveel vaker ik het zou willen doen. Er ligt gelukkig nog huiswerk te wachten.

Dit stond in De Standaard van dit weekend.

Bitch versus monster

Ondanks de bitch, waardoor ik latent bezorgd voorzichtig ben, is er nog het slapende monster. De bijwerkingen van de behandeling wekken jaloersheid op bij die van de bitch dus houd ik me stiller dan stil. Gelukkig is er nog steeds de lotgenotengroep Melanoompunt waarbij ik met al mijn vragen terecht kan. Die bijwerkingen komen en gaan, sommige blijven weg, andere komen terug en er dienen zich soms nieuwe aan. Dan is het heel fijn om te raad te gaan bij anderen, hoe zij dat verlichten of eventueel oplossen. Ik wil hierbij nog een warme oproep doen, voor hen die online bestellingen doen, eens te bekijken of dit via Trooper kan om dan Melanoompunt als goede doel te kiezen. U betaalt niets meer voor uw aankoop. Het aangesloten bedrijf schenkt een percentage aan het door u gekozen goede doel. Het mag Melanoompunt zijn.

Eergisteren nog, het was mijn zes-wekelijkse rondje immuuntherapie, kreeg ik de opmerking “Oei, mevrouw, u hoest. Toch geen corona zeker?” Gelukkig keek de verpleegkundige snel in mijn dossier om vast te stellen dat dit bij mij ‘normaal’ is. Rustig blijven zolang het kostbaar immuungoud in mijn aders en verder door mijn lichaam loopt, is het beste. Ik zocht afleiding in een tijdschrift. Gelukkig voor mijn fiets had ik dat dik boek niet bij.

De fiets

De therapie verliep vlot en ik was rond de middag klaar. Blij gezind stapte ik op mijn fiets, trok mijn mondmasker af waar het weer mocht en trapte. En trapte en nog een keer. Ik fiets vrij traag maar dit? Allez, zo moe of buiten adem ben ik toch nog niet. Weeral gelukkig viel tijdig die eurocent (een stuk van 5 denk ik). De achterband was plat (waarschijnlijk zou ik hier ‘lek’ als opmerking krijgen 😉).

Ik heb dan maar de weg van het ziekenhuis naar huis gewandeld met de fiets aan de hand door het Antwerpse parkenland. Gelukkig niet alle parken. Ik was … pompaf.

Die namiddag had ik de band keihard opgepompt. Inmiddels is ze weer plat. Zou mijn geluk ver genoeg reiken vandaag wanneer ik mijn vader busgewijs zal bezoeken? Fijn dat het woonzorgcentrum wel binnen wandelafstand is. Ongerust ben ik dus niet.

Het wordt wél hoog tijd voor een fiets naar mijn leeftijd. Een elektrische met harde banden.

Geniet gezond van uw zondag, maak het saai, dat scheelt een schaapje of een slaaptabletje…

Ergens anders, laten we ergens anders heengaan.

Soms lijk ik woordeloos. Toch stroom ik over van woorden die geen uiting meer geven aan wat ik denk of voel. Te veel en te machtig.

In de hoop dat overaanbod aan woorden wat in te tomen luister ik naar Griekse muziek. In een lied, een zin erin of het refrein, wordt vertaald wat ik voel en dan word ik rustiger.

Kent u het gevoel dat u een boek, een lied, een beeld, wat dan ook ontdekt dat helemaal vertaalt wat u wilde uitdrukken? Dát!

Vandaag had ik het bij het luisteren naar ditlied, vooral bij de titel en het refrein. Wat ik (nog) niet uitgedrukt kreeg namelijk  ‘Πάμε γ’αλλού’ of ‘Laten we ergens anders heengaan.’

Refrein:

Laten we ergens anders heen gaan, laten we ergens anders heen gaan.

Alleen de waanzin van onze geest bleef onaangeroerd

In de turlu* van deze wereld

werden wij het zout

*turlu is een Turks gerecht, een ovenschotel waarin veel groenten zitten.

Zo’n gevoel is niet altijd aangenaam maar het krijgt een plaats en dat is oké. De wens ergens anders te zijn, is niet iets dat in deze pandemie zal lukken, voorlopig toch.

Ik ga nu nergens heen, tenzij terug in de tijd. Op 1 november staat deze of andere stil bij het leven en de dood. Dan is het bijna onmogelijk om niet in herinneringen te grijpen. Het zal dit jaar anders gaan, ook voor mij. Deze gedachte werd even aangescherpt door een telefoontje van mijn tante. ‘Komen jullie niet naar Hasselt?’ Op één of twee november bezoeken we meestal het graf van mijn moeder zaliger. Achteraf eten we pannenkoeken. Het gebeurt dan ook ongetwijfeld dat we iemand van de familie tegenkomen en een babbeltje slaan.

Helaas, dit jaar niet. Dat wil niet zeggen dat we niet denken aan deze die we in levende lijve hebben gekend, geliefd waren en nu missen.

Deze foto prijkt vandaag en waarschijnlijk nog enkele dagen vooraan ergens in mijn interieur. Het gedicht heb ik zelf geschreven, toen, veertien en meer dan half jaar geleden. Het mag gelden voor iedereen. Het antwoord op de vraag ‘Hoe neem ik afscheid?’ en ‘Hoe neemt zij afscheid?’ is er soms niet. Dat hoeft ook niet. Ik vind het wel een mooi gegeven om over na te denken.

Ik vind het ook een teken om verder te kijken naar wie en wat wél nog leeft of in ons leven zal komen. Een zus en een broer van mij bijvoorbeeld worden nogmaals grootouders. Ik word dus weer grote tante (zelf gevonden) en kijk er enorm naar uit. Als er iets is dat de dood meebrengt, is het ruimte voor de nieuwe levens. Ook al vind ik het doodgaan nogal oneerlijk verdeeld. Daarover kan ik echter alleen maar verdrietig zijn.

Terwijl ik dit schrijf, komt een bericht melden over het plotse heengaan van Ward Verrijcken, medewerker van de VRT, journalist en filmreporter aldaar. Fatma Taspinar en Martine Tanghe waren toch wel geëmotioneerd bij het aankondigen van dit nieuws in het journaal.

De gang van het leven naar de dood en nog verder verloopt niet evenwichtig, blijkt maar weer. Wat kunnen we intussen meer doen dan vallen en opstaan, verder doen en soms stilstaan, al dan niet gedwongen.

Natuurlijk steeds weer dankbaar om uiting te geven in mijn schrijven zoals gisteren in de les schrijven aan iets wat dystopisch lijkt, maar realiteit zou kunnen worden. Een mens moet al eens overdrijven, niet? Voor de geïnteresseerden: Gekteofecht? 😉