Nog enkele gezellige Nieuwjaarsdagen

Dit is niet echt mijn periode van het jaar, te donker, te gemaakt, te druk. Te… blijkt nooit goed te zijn. Net niet te is wél welkom. Januari, er zijn nog steeds nieuwjaarswensen en bijhorende receptie. Voor mij is het goed geweest. Ik ben (al, weeral of nog steeds) volop bezig met ontspullen. Hier houd ik wel van, mijn woonst grondig opruimen. Het voelt als mijn leven opruimen. De oude dingen sorteren weggooien, weggeven of tweedehands verkopen. Alsof ik de plaats innemende muizenissen en nergens toe dienende gedachten, steeds terug kerende onrust bij het groot huisvuil zet.

Officiële dingen die meer dan tien jaar oud zijn bijvoorbeeld. Aan flarden scheuren en weggooien. Ze gaan over de praktijk waar ik werkte. Op die manier zie ik mezelf toch nooit meer aan de slag gaan, dus waarom zoveel bijhouden? … Laat ik u met wat anders vervelen, die eerste nieuwjaarsdagen.

Nieuwjaarsdag: Iets teveel gegeten …

Dat was rustig, dat was gezellig en voor mijn grote zus handig, want mijn grote broer heeft haar rookmelders opgehangen. Dat doet me eraan denken dat ik dat ook nog moet doen. Het ding werkt wel, ik heb het getest.

Mijn vader en mijn andere zus waren ook. Het werd zo een familiaal onderonsje.

Mijn zus had er toch weer gezellig werk van gemaakt, lekkere taartjes, éclaires, één grote taart. Dat allemaal bij de koffie. Mijn schoonzus had ook een cake gebakken en meegenomen.

Het rookmeldersintermezzo was tijdens de bubbels. Plichtsgetrouwe broer wil pas bubbelen na zijn werkje. Perfectionist als hij is, duurt het even langer en gaan wij al aan de bubbels, tezamen met chips en ovenhapjes.

Zoals het ons, Limburgers betaamt, zetten we ons nog een keer aan tafel voor het avondeten. Lekkere broodjesmaaltijd, allerlei soorten broodjes, broodjesbeleg, … al maar goed dat ik geen vaste voornemens meer heb. Zeker niet op deze dag. Het is tenslotte alleen op 1 januari de eerste dag van het jaar.

Derde dag van het jaar: 3 van de 5 M’s …

Limburgs bezoek (M. en haar dochter M.) en de tweede keer aan de bubbels. Het is niet mijn gewoonte om bubbels in huis te hebben.  Deze fles had ik nog van een bezoek aan de druivenkwekerij Soniën Serres in Overijse. Dat was in september vorig jaar. Dat was toen met de lotgenotengroep Melanoompunt. Ik merk dat ik er niet over geschreven heb. Feit is dat ik nog nooit zo zuiver sap heb gedronken. Hoe lekker zou een fles bubbels dan wel zijn? Er zal wel altijd een gelegenheid te vinden zijn. Vandaag is er zo eentje!

Naar jaarlijkse gewoonte werden er kourabièdes uitgewisseld. Die van M. waren beter, die waren echt. Die van mij zijn, zoals ik al eens schreef, misschien zelfs iets te gezond … ? Ik kreeg ook nog andere fijne dingen in het Grieks, zoals de Snoopy Kerstster mét inhoud. Dat was fijn, zo’n cadeau in meervoud.

Het plan was om naar de Kerstmarkt te gaan. Helaas, door stakingen van De Lijn hebben we het hier in de buurt gehouden. Hoewel ik de stakers wel begrijp.

We hebben ons overigens niet verveeld. Even de benen strekken in de buurt brengt ons hier.

Meestal gaan we ook buitenshuis een hapje eten. Op tijd reserveren is wel de boodschap. We konden nog wel terecht bij Brel,  (“tof zaakske” zoals M. zei) voor een lekkere hap.

Eerste lesje voor dit nieuwe jaar, op tijd reserveren, zeker bij Morfo! Gewoon bérelekker, dat eten!

Vijf januari

Niet veel te melden, alleen dat hét gebeurd is. Het is mooi geweest, die feestdagen. Drie weken lang heeft het hier gestaan. Vanaf gisteren word ik er niet meer blij van. De batterijtjes van de lampjes zijn trouwens moe. Nu is er weer ruimte, in meervoud, niet alleen in mijn living. De Driekoningen zullen zonder mijn boom ook wel bezongen kunnen worden.

Bezoekje aan mijn vader en daarna heb ik deze feestperiode officieel afgesloten met een ‘gezond’ ijsje. De komkommers zijn bijna op …

Er zijn wel verhalen… het is inmiddels de twaalfde, één van de 5 M’s verjaart vandaag! De 5 M’s, nog zo een verhaal … een Griekse muzikaal verhaal.

Geniet, met mate in drank en met maten in enkel- of veelvoud tijdens de januari recepties.

Muzikaal intermezzo in de wandelgang van het ziekenhuis

Soms wordt de dag verrassend fris, aangenaam fris en sprankelend.

Het is niet speciaal een droeve dag, maar deze dagen tussen Kerst en Nieuwjaar voelen voor mij leeg aan, alsof je in een transitzone zit, te wachten op dat wat zeker is dat het komen zal. Ieder zit wat voor zich uit te kijken, druk bezig met de gsm/smartphone/i-phone, soms zelfs een babbeltje hier of daar. In deze of gene hoek is er drukte over wat komen zal, gelatenheid, gefundeerde meningen, … een transitzone vol eilandjes.

Tot er iets gebeurt waardoor er een gevoel van verbinding ontstaat en de eilandjes één groot eiland worden. Nog wel in de wandelgang van het ziekenhuis. U weet nog – ongetwijfeld 😉 – van mijn voorlaatste blog dat ik vandaag een afspraak had in het ziekenhuis betreffende dat bolletje op mijn voorhoofd. Zo gepland, zo gegaan. In die bepaalde gang van het ziekenhuis, zaten al enkele mensen te wachten tot het haar of zijn beurt was. Ik kom er bij zitten, gezellig bijzitten, zal even later blijken. Twee stoelen verder komt er nog een koppel bijzitten en naast mij een meneer. Dat koppel is veel te vroeg en de meneer gaat even wandelen. Mevrouw vertelt dat haar dochter in de kapel van het ziekenhuis zingt en dat haar man even gaat kijken.

‘Aha! Muziek in het ziekenhuis!’ klinkt het in mijn hoofd. Ik word een beetje wakkerder dan ik, door de fietsrit, al was. Er komt een gesprek op gang, over de dokter, over muziek spelen, over andere dokters, over onze ervaringen, … tot er een mevrouw met gitaar op haar rug, bij komt, de dochter van het koppel !

Iemand vraagt onmiddellijk of ze een liedje wil spelen. ‘Oh ja, natuurlijk, als u dat fijn vindt’ (het kan ook zijn dat ze zei ‘oh natuurlijk, als ik u daarmee een plezier kan doen!, de exacte woorden weet ik niet meer). Ze neemt haar gitaar uit die zak, zoekt naar partituren en begint te zingen. Het is mooi, ze heeft een goede stem. Ze zingt dit (ik ben pas na de strofe beginnen opnemen) :    

Make it a better place – 27/12/2019 in de wandel/wachtgang van het ziekenhuis

Dan vertelt ze dat ze vooral zingt, klassieke muziek en gospel.

Ze is net een tweede lied begonnen wanneer de deur opengaat. De vorige patiënt vertrekt. De dokter roept mijn naam en richt zich even tot de zangeres met de gitaar, of het gestopt kan worden omdat het stoort in de consultatieruimte. Mij stoort het absoluut niet, maar helaas daar is de dokter de baas, ook wat muziek al dan niet spelen betreft.

Na de consultatie vraag ik haar of ik haar naam mag melden als ik hier een blog over wil schrijven. Dat mag! Ze geeft me haar kaartje mee. Nu ik thuis zit, dit aan het schrijven, het kaartje bekijk, blijkt ze een veelzijdige dame te zijn. Coach, zangeres en koordirigente. Ik had – nog – niet van haar gehoord. U wel? Het gaat over Ann Callens-Janssens van La Muze (Live muziek voor elk evenement), http://la-muze.be/muzikanten/ann-zangeres/.

De wacht/wandelgang in een ziekenhuis, is dat dan geen evenement? Ik kan het – als ervaringsdeskundige – bevestigen. Vaak is het wel zo 😉

Het was in elk geval een welkome afwisseling in het wachten op mijn beurt. Dat mag meer gebeuren van mij. Het zal vast en zeker patiënten wat afleiding bezorgen en hun zenuwachtigheid naar de achtergrond bannen. Het schept verbinding. Ik vermoed dat mensen die gewoon zijn lang te wachten, op een keer beginnen mee te zingen en zelfs vergeten dat ze in de wachtgang zitten. Als je dan bedenkt hoeveel diverse mensen in dezelfde afdeling kunnen zitten, wat een prachtig geluid zou dat wel geven? Al zal het hier en daar een dokter niet bevallen.

Oh en dat bolletje? De tweede dag van het nieuwe jaar mag het eruit.

De mot in mijn lijf en medewerking Masterproef

Vorige week donderdag, de 28ste maart was ik een dagje in het ziekenhuis. Nu ja, een halve dag als je het allemaal optelt. Het voelde wel als een hele dag, een vermoeiende dag.

Hoe verlopen nu die uren in het dagziekenhuis? Ik heb het die dag vrij nauwkeurig bijgehouden en zal in de toekomst dat vaker doen. Niet enkel de therapiesessies, ook de onderzoeken, andere consultaties, rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden aan de ziekte (bv. kinesist, extra consultatie, scans, …).

Dat doe ik omdat ik meewerk aan een studie – ‘De beleving van de dienstverleningsprocessen in het netwerk van melanoom-patiënten stadium III en IV en hun naast-betrokkenen.” een masterproef van drie studenten in de masteropleiding “Management en beleid van de gezondheidszorg”.

Ze maken ieder individueel hun masterproef, elk een deelonderwerp (Dienstverleningsprocessen, beleving van de patiënten en naast-betrokkenen).

Vorige maandag, het was nog maart, kreeg ik bezoek van twee van hen. Zij nemen de delen dienstverleningsprocessen en beleving van de patiënten op zich. Hiervoor werken ze deels samen, om de patiënten die meewerken te interviewen, hun dagboeken te lezen, … Elk van hen zal in haar eigen masterproef het nodige accent leggen. Ze waren hier om hun studie voor te stellen en uit te leggen hoe de medewerking precies in zijn werk gaat.

Ik dien een dagboek bij te houden en hiervoor hebben zij een formulier samengesteld. Het komt erop neer dat ik vertel over wat gebeurd is, hoe ik het beleefd heb en dan nog enkele positieve / negatieve dingen die ik beleefde, aanhaal.

Een tweede luik is een diepgaand interview. Dat zal binnenkort doorgaan.

Het doel van hun studie is een diepgaander inzicht te krijgen in de ervaring van patiënten met melanoom stadium III-IV en hun naast-betrokkenen doorheen het zorgtraject. Op basis van de verworven inzichten is het doel aanbevelingen te formuleren om de processen in het dienstverleningsnetwerk te verbeteren en op deze wijze de kwaliteit van het leven te verbeteren *.

(* dit heb ik letterlijk overgenomen uit de bundel die ik ontving bij de voorstelling van hun studie).

Deze studenten had ik al ontmoet op de studiedag vorig jaar in december. Die studiedag werd georganiseerd door Melanoompunt, een vzw waarvan ik lid ben geworden, enkele maanden na mijn diagnose. Hierover schreef ik hier al eens.

Over de jaarlijkse studiedag die vorig jaar in december voor de tweede keer doorging kan u hier lezen.

Er komt heel wat bij kijken vooraleer zo’n studie opgestart kan worden. Ik heb niet alles onthouden, maar zoals steeds zit er ook een budgettaire factor in.

Om deze reden heb ik vorige week bij de therapie, mijn dagboek (pen-en-papier-boek) meegenomen naar het ziekenhuis om neer te pennen, een ruwe schets om het dagboek voor deze studie later beter te kunnen invullen.

Het dagboek voor de studenten is genuanceerder. Hier geef ik u een globaler beeld van het verloop van die dag en hoe ik het ervaren heb:

Als ik de contacten die ik had optel, had ik er zeven. Allemaal fysieke contacten (niet telefonisch of email of andere), het onthaal, de oncoloog, verpleging.

Er is geen parkeerprobleem want ik kan daar als patiënt in het dagziekenhuis gratis parkeren en ben dan ook vlakbij. Dat is anders wanneer je voor scans of andere redenen er moet zijn.

Het verloopt vlot aan het onthaal, geen wachttijden daar. Dat is meestal niet. Ik heb eraan gedacht mijn ros-pot mee te nemen. De maand maart is de maand om rosse centen te sparen voor Kom op tegen kanker. De oncologische afdeling verzamelt die van de mensen die doneren. Dat gewicht ben ik al kwijt.

Het is die dag héél druk in de wachtzaal. Het voelt echt drukker dan anders. Misschien doordat ik later in de voormiddag mijn afspraak had? Ik kom het snel te weten. Er staat een ‘machine’/robot … hoe dan ook, een ‘ding’ dat de bloeddruk kan meten, het gewicht en de saturatie. Het is in een testfase, wordt me verteld. De patiënt kan nu zelf zijn parameters laten optekenen door de machine. Ik heb mijn bedenkingen en ook enkele mensen van de verpleging. Ik had bijv. mijn handtas nog vast terwijl ik gewogen werd … Zo wordt er tijd gespaard voor de verpleging … euhm? En het menselijk contact? Er komt een briefje uit gerold (lijkt op een kasticketje) dat ik moet bijhouden voor de volgende oproep. Dus ik ga terug naar de wachtzaal en wil wat lezen, maar ik zit net in het drukste deel van de zaal en kan me niet concentreren. Gelukkig word ik weer snel geroepen en wordt er bloed afgenomen en de temperatuur opgenomen. Ik geef mijn briefje braaf af. Na het bloed afnemen blijft de katheter zitten omdat daar dan de vloeistof doorheen gaat bij de therapie. Het bloedstaal moet eerst naar het labo, dus weeral wachten. Er komt een plaats vrij in de wachtkamer waar ik liefst ga zitten, achteraan bij het raam. Daar is meer ruimte en licht. Hier kan ik op zijn minst wat schrijven / lezen. De vrijwilligster komt ook langs met soep en beschuit. Die mensen zijn onbetaalbaar, gewoon niet moeten koken, geen groenten voor soep moeten kopen, ze snijden, kruiden … gewoon een kommetje soep (twee voor wie wil) zonder er iets voor te moeten doen. Onbetaalbaar …

Na een uurtje word ik bij de oncoloog geroepen en volgt het drie-wekelijkse gesprek. Bloed ziet er goed uit, … hoe ik me voel? Zowat dat wat altijd terug komt, pijnlijke gewrichten, heel moe, een soort moe dat je met slapen niet weg krijgt en bijna constant verkouden. Ik haal het schouderprobleem nog eens aan (hiervoor mag ik morgen naar ziekenhuis V). Ik wil ook weten welke scans in de nabije toekomst komen. De PET scan. Hiervoor had ik al gebeld, maar de dokter wist het niet meer wat ze gezegd had. Gelukkig weet ik het nog. Die scan staat ook morgen op het programma. Spannende momenten verzekerd.

Ik werd vandaag al wel opgebeld hierover, zoals elke keer wanneer een PET scan wordt gepland. Er wordt goed uitgelegden wat ik mag en wat niet. Vooral nuchter blijven, voorschrift en identiteitskaart meenemen.

Na het onderhoud met de dokter, mag ik direct naar een kamer. Gewoonlijk is het in een kamer met relaxzetels, waar drie mensen kunnen zitten. Sommige mensen nemen ook iemand mee. Soms kan het dan nogal druk zijn. Ik heb warempel geluk, ik mag in een kamer gaan met een bed, helemaal voor mij alleen. Auditieve rust! Zalig!

De baxter komt snel. Die moet gedurende een half uur indruppelen en daarna is er nog tien minuten een spoeling. Ik geniet van het niks doen. De verpleegster die de baxter aanlegt, deed een fijn babbeltje met mij. Ik kwam haar eens bij de tandarts tegen. Toen moest ik toch even kijken wie ze was, zo helemaal in burgerkleren.

Er komt nog iemand van het onthaal binnen om me de papieren van de komende afspraken te geven (scan, MRI over enkele maanden, volgende immuunsessie). Gelukkig overlapt het net niet met de afspraak fysische geneeskunde morgen.

De vrijwilligster komt ook nog eens langs om te vragen of ik nog wat wens. Zo’n taske koffie, dat doet wel deugd. Overigens kan er in de wachtkamer ook koffie gedronken worden. Er staat zo’n apparaat. Daar heb ik steeds mijn eigen tas voor bij. Dat scheelt toch weer in plastic afval. Water en cola is ook verkrijgbaar.

Al bij al is de dag sneller verlopen, maar wel veel drukker. Ik ben zeker een uur of misschien wel twee minder lang in het ziekenhuis geweest. Misschien omdat het een gewoonte wordt? Mijn bloedresultaten blijven zowat dezelfde als de vorige keren. Zit daar een verwachtingspatroon in? Mijn afspraak was ook bijna twee uren later en ik was toch even vroeg (of laat) weer thuis. Ik ervaar evenveel vermoeidheid. Het wordt een patroon, een (te lang) dutje als ik van het ziekenhuis kom. Dat probeerde ik te doorbreken door even enkele boodschappen te gaan doen in mijn buurt. Te voet en even met de fiets, even beweging. Dat deed wel goed, maar ik heb even goed mijn dutje gedaan 😉.

Zo’n dagen, ze zijn nodig natuurlijk, liefst wel. Toch, net zoals in dat laken op het ziekenhuisbed, voel ik steeds even de mot in mijn lijf …

Nota: ik heb eerst gevraagd aan de studenten of ze het goed vonden dat ik over deze studie schrijf. Ze vonden het goed. Als het me lukt en het is toegelaten wil ik wel gaan kijken naar hun mondelinge verdediging van hun masterproef.

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel 😉

 

Gedichtentrilogie – 2

Het gedichtje van dat lichtje (gedichtendag 2018)

Het gedichtje, van dat lichtje,

is van vorig jaar en klaar.

Ook al is er nog een lichtje

het is soms niet zomaar

dat lichtje gedichtje

het is al eens wat doffer

van onmacht een keer wat ploffer

moe, moe-er, soms moest

rusten tot ik net niet roest.

soms voor even in dit leven

is genieten een zwaar streven.

er is een grens bij elk mens

zelfs de Geubels respecteert die wens

op ontdekking, ja, ont – dekking

en op trektocht,

in mijn eigen zelfste verkocht,

rare lichtjes, welkom toch,

was ik nooit ziek,

kende ik ze nooit noch

dus alledag, dat het nog mag

gedichtje  aan, schijn van de Maan

zolang ik woorden heb, is ’t niet gedaan.

AMK

De dingen lopen bijna altijd anders en de ode.

(maw een beetje dit en een beetje dat waardoor niet specifiek een kerstblog 😉)

Met lotgenoten hebben we er het wel eens over de omgang van anderen met ‘ons’. Gelukkig voelen de meesten zich wel gesteund door familie en vrienden. De wrevel die er wel eens bijkomt, ligt volgens mij niet aan onze omgeving of aan onszelf. Het zal waarschijnlijk liggen aan de communicatie die anders wordt (brozer, angstiger, stiller, feller ? …. )

Omdat ik zelf ook ooit niet-patiënt was in de omgeving van een monsterpatiënt ken ik de andere kant ook, heel goed zelfs. Ik herinner me nog dat ik zeer kwaad kon worden, van onmacht! Ik herinner me dat ik heel onbeholpen kon zijn, van onmacht! Ook weet ik nog hoe bang ik soms kon worden. Hoe graag ik vat wilde hebben op deze onvatbare situatie. Stel je voor! Vat willen hebben op de ziekte van iemand anders. Zelfs de dokter had dat niet meer. Het vulde me met negatieve energie. En dat is slopend, uitputtend.

Als ik iets kan zeggen uit die periode dat ik wil doorgeven is het datgene waar ik toen zelf het meeste moeite mee had, maar nu er het meest aan heb in contact met de niet-lotgenoten van mijn omgeving: “Als je vraagt naar mij, luister naar het antwoord en laat mijn verhaal zoals het is.” Het wordt niet beter met vervormen naar iets ‘vatbaar’, het wordt niet beter met veelal goed bedoelde suggesties, het wordt niet beter door angstvallig vrolijk zijn. Aanvaard wat het is en zullen we dan ook eens over wat anders praten?

Nu ga ik er anders mee om. Ik weet dat het ook over andere dingen kan gaan. Ik weet ook dat je mentaal veel minder fragiel bent dan je zou denken. Wat zeker geweten mag zijn, is dat ieder, monster bij zich of niet, zichzelf moet kunnen blijven. De comfortzone is fragiel geworden. Niemand hoeft hier bij in te komen zitten, maar trek me niet ‘vatbaar’ in de jouwe. Laten we gewoon onze eigen tijdelijke en terugkerende, weer tijdelijke comfortzone creëren. Eilandjes van goed voelen, waar geen monster ooit hoeft te komen.

Vertrouwen is hierbij zo belangrijk. Vertrouw erop dat ik, zo niet alles, toch al heel veel weet, me geïnformeerd heb, verhalen van lotgenoten ken, dat ik het zeg als het niet (meer) lukt alleen … Oké, over iets anders vroeg ik toch ?

Wist je al dat ik gek ben van Griekenland ? …

Het is tijd voor mijn Ode.

Ode aan …

… aan de mensen die het volhouden met mij, ook al ben ik buitenbeentje en stiller soms dan stil of trager dan mezelf.

… aan de familie van mij, het botst wel eens, maar familie kent elkaar zoals niemand anders elkaar kent en dat heeft zijn unieke waarde.

… aan de mensen die nu bezig zijn met zoveel mogelijk liefde in praktische daden om te zetten voor andere mensen die ze eerst niet eens kenden.

… aan de vriendinnen verder weg, zoals ooit iemand uitdrukte, wij zijn de ‘Vier M’s’. (ik leg het niet uit …)

… aan de beste vriendin, ze wringt zich (graag?) in alle mogelijke bochten om het iedereen aangenaam te maken.

… aan de mensen met onverwachte mooie wensen voor mij, het werd vorige woensdag (toen ik nog eens te moe was om naar de Griekse les te gaan), mooi samengevat, en deed me aan een – Grieks natuurlijk – liedje denken ‘Ας παν στην ευχή τα παλιά, deze versie vind ik wel een mooie https://www.greeklyrics.gr/stixoi?view=single&tpl_view=lyric&id=9794

… aan degene die me in een boek geworpen heeft dat ik zelf had willen schrijven … eindelijk nog eens een fictie boek.

… aan de dansers die zonder het te vermoeden (of net wel), gewoon mezelf mogen/kunnen zijn, ge weet niet hoe deugd dat doet.

… aan de lotgenoten, ik heb al wat geklaagd, geloof ik, maar ontmoet steeds weer luisterende mensen en dat is echt niet niks.

… aan de hulpverleners in het ziekenhuis. Er bestaat nog speciaal hout en deze mensen zijn daaruit gesneden en mooi gepolijst.

… aan de beetje naïevelingen, echt waar, ik vind het gezond, het sluit je niet af voor anderen, luid of stil, tenminste één kans kan je nemen, geven, bij elk van hen …

… aan alle dappere mensen die de sprong in het duister wagen en ondanks de jacht op hun mens zijn toch volhouden.

… aan de meeste Antwerpenaren, die met deze Limburger toch veel geduld hebben (je mag lachen 😊 )

… aan de mensen die me goede dag zeggen, zomaar op straat. (er was een tijd dat ik – grappig bedoeld – erbij zou zetten ‘je moet het maar durven’ … maar dat durf ik nu niet meer schrijven … ) 

… aan, ik zei het ooit al eens eerder, degenen die opkomen voor de rechten van deze die het niet zelf kunnen, niet zelf mogen, niet zelf durven …

… aan het leven

… dit is natuurlijk nog lang niet af, ode aan iedereen, die ik nu niet bij die-naam of daad noem, als het me toch nog binnenvalt vind ik je wel …

 Ik heb slechts één verzoek, stop a.u.b. met haten. Als alle ‘hatelijke’ mensen weg zijn, misschien blijft dan  alleen de spiegel over? Welk verhaal ga je dan nog vertellen? Naar welk verhaal wil je dan nog luisteren?

Ik ken Jessica, de dakloze vrouw, ik ken de man uit Gambia, zonder zekerheid van verblijven, die ik mocht ontmoeten en me zijn verhaal vertelde, ik ken de jongen uit Irak, gevlucht en gelukkig geholpen hier in België. Ik houd van verhalen. Ode aan de mensen die ze doorleven.

Ik ken nog andere verhalen, niet zo schrijnend en toch. Iedereen heeft haar/zijn eigen verhaal en beleeft het dan ook zo. Ik persoonlijk vind dat veel minder belastend en toch heel voedzaam.

Fijne warme feestdagen en begin met gezond zijn, alles wat volgt wordt een WONDER!

 

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel 😉.