Verjaren en hittegolf

Ik heb er naar uitgekeken, de verjaardag. Gisteren is het echt gebeurd. Sinds vorig jaar kijk ik uit naar verjaardagen. Ik wil er nl. nog vele meemaken. Het hoeft niet snel, maar ik wil ze wel meemaken. Ook die van anderen.  Kijk we zijn er nog! Dat voel ik dan.

Vorig jaar schreef ik er ook over in een notitie op Facebook :  (https://www.facebook.com/notes/anne-mie-knaepen/een-beschouwinkje-over-die-fameuze-oude-dag-/10155062342314633/ )

Als ik het nu weer lees, vind ik het wel behoorlijk arrogant van mij. De bijna-gedaan ziekte … ! Naïef ! Dat is wel het minste om over te zeggen.  Door het nieuws van de uitzaaiing in het najaar is mijn  tijdbesteding wel wat anders geworden. Vooral trager en vaak nog stiller !

Er wordt wel eens gezegd dat je er alles uit haalt, wat nog mogelijk is, bij zo’n verdict. Zelf dacht ik er ook dikwijls aan, om naar Kreta te gaan voor langere periodes. Dat bleek toch niet zo simpel omwille van verschillende dingen, op de eerste plaats omwille van de heel regelmatige controles bij de oncologe, de medicatie die in het ziekenhuis gebeurde met infuus en de onzekerheid. Het is momenteel kalm in mijn lijf. Blijft dat zo?

De financiële kant ervan is ook een reden. Er wordt misschien makkelijk gezegd dat het leven er goedkoper is.  Daar ben ik niet zeker van. Zeker niet als je het in je eentje moet klaren.

Alleenstaande zijn op zich vind ik niet erg. Er zijn hopen voordelen aan. Voor mij betekent het vooral dat ik doe wat ik doe, ben wie ik ben, zonder er iets van prijs te geven om toch maar niet alleen te moeten zijn. Overigens is leven met mij niet zo makkelijk. Ik kan het weten, ik maak het elke dag mee 😉 .

Als er iets anders  is dat ik doe t.o.v. vorig jaar is het wel me rustig houden. Ik ben nu in ziekenverlof, dat geeft meer ruimte om te doen wat ik vroeger altijd voor me uitschoof.  Schrijven en lezen gebeurt vooral meer.

Er kan fysiek ook meer t.o.v. vorig jaar, zo kort na de operatie met complicaties. Ik ben  beweeglijker, waardoor fietsen, de tram nemen, wandelen,  autorijden (zonder dat ding aan me hangen) en dansen ook weer beter gaan. Ergens heen gaan zonder iemand te moeten vragen om me te brengen is gemakkelijker.

Hoewel ik sneller moe ben, de energie van voor het monster gehalveerd lijkt, ik onregelmatig hier of daar pijn heb, prulledingetjes me in de weg staan, voel ik me toch beter dan vorig jaar.

De badkamer is gerenoveerd. Het heeft alleen nog een flinke lik verf nodig. Ik overweeg nog of ik het door een klusjesdienst laat doen of niet. Prijzen verschillen en het is voor een professional een kleine tussendoor klus. Dit betekent dat ik steeds lang wacht op prijs(zige) voorstellen. Bij deze hitte doe ik het zeker nog niet zelf.

Mijn gevoel is ook anders. Ik voel me meestal ‘ergens tussen’, twee dingen, of meer, wie weet … Tussen de ene controle en de andere, tussen het ene weekend en het andere, tussen werk toen en werk later(?), tussen moe en energieker, …

Mijn kapsel is veranderd.

Wat is niet gebeurd … dat reisje naar Kreta. Dat zou ik mezelf ook niet aanraden in het zomerseizoen. Bijvoorbeeld zomaar met de voeten door het water lopen … met die kous aan? Dat is aan geen enkele kust te doen natuurlijk. Ze zou snel scheuren. Waar ik tegenwoordig vooral voorzichtig mee ben is de zon !  De angst voor zonnebrand met alle akelige gevolgen van dien zal wel altijd blijven. Ik zoek  de schaduw zo vaak mogelijk op én mijn vel is dubbel wit ingesmeerd,  als ik buiten kom voor langer dan 10 minuten.  Ik blijf hopen om nog naar Kreta te gaan, in de winter misschien?

Verder … het is warm, warmer, warmst, heet, heter, het wordt nóg heter. De aangekondigde hittegolf! Nooit van gehouden, dat té  warme weer hier in België. Het past hier niet naar mijn gevoel. En toch kan er – uit de zon – meer van kan genieten. Ik ruik Zuiderse zomers in mijn slaapkamer ’s morgens vroeg wanneer daar de warme lucht binnenkomt. Het is er heerlijk fris in de namiddag (voor het dutje).

De koelte ’s morgens in de living en keuken wanneer de venster nog open staat. Als er dan een briesje binnenkomt, geeft het me zo’n basilicum geur door de pot die daar op het vensterraam staat. Het is een gelukskruid in Griekenland. Het wordt zelfs bezongen.  Ik geef hier een link mee waarop je Michalis Tzouganakis kan horen. Wie hij is, kan je googelen.  Hij spreekt zeker nog voldoende Nederlands om hem te verstaan. Deze opname heeft een hele goede vriendin van mij gemaakt toen wij daar waren, in Kreta. Op een zomeravond in Rethymnon, ergens in een leven vóór het monster … Als je goed luistert, hoor je hem dit lied aan ons opdragen in het Nederlands. Op 0:58 seconden te horen, van de 57 seconden ervoor … versta ik ook niet àlles. Vasilikós is het woord voor basilicum.

https://www.facebook.com/Anemoi/videos/vb.1454973217/10201795051745397/?type=3

De hittegolf maakt dat ik nu in de voormiddagen veel langer aan de koffie blijf en schrijf en lees. Tot de warmte binnen komt stromen. Dan ga ik meestal wat buiten doen, naar de revalidatie, fietsen, een boodschap, met iemand op pad, … het maakt niet uit. Dan gaan het raam en de gordijnen dicht en zo blijft het vrij koel. Tot nu toe heb ik de ventilator nog niet gebruikt. Met deze hitte en de nog komende zoals Frank Deboosere belooft, komt het er hoogstwaarschijnlijk nog wel van.

Smelt niet!

Drink genoeg (water)!

Smeer je goed in, regelmatig!

Ik gebruik die zonnelotion van Weleda tegenwoordig, met non-nano minerale uv filters. Het hoeft niet elke 2 uur weer opgesmeerd te worden, maar ik doe het wel regelmatig. Het enige nadeel vind ik, is de witte schijn op je huid. Er bestaan nog van dit soort zonnelotions/crèmes. Elke fles/tube zal een beetje anders zijn.

Verbrand aub niet! Vebrand  aub niet! Verbrand aub niet!

Oh, geniet van de zomer natuurlijk 🙂

Stel dat je Michalis Tzouganakis echt graag hoort … https://www.skopos.be/GrMuziek/Achtergrond/Biografie/tzouganakis.html

en op You Tube vind je veel van zijn muziek.

En ik? Ik houd het verder rustig vandaag, boekje lezen, venster straks weer open zetten, potje koken (warm), verjaren is fijn, doch vermoeiend 😉

De middendag.

Ik begon in mijn dagboek te schrijven. De datum komt altijd eerst. Vandaag dus:

Woensdag, 18 juli … enzovoort. Toen ‘woensdag’ verscheen op het scherm dacht ik aan wat woensdag voor me betekende vroeger en ben ik iets helemaal anders beginnen schrijven dan dat wat ik wilde schrijven. Van het een komt het ander met mijn chaotische gedachtegang. Waarschijnlijk onbewust om de paniek van mijn ‘wanbetalingen‘ even achteraan in mijn hoofd te verstoppen.

Het is misschien eens wat anders dan louter ‘het-monster’ verhalen … 🙂

De middendag, zo noemde ik woensdag vroeger altijd. Toen ik nog student was, deed ik dat al. Ik leefde precies van het ene vrije moment naar het andere. Woensdag was dan zo’n breekpunt, dat net in het midden lag tussen twee weekends. Vrije momenten waren er talrijk in mijn jonge werkjaren. Zo is mijn ervaring toen toch geweest. Waarschijnlijk heel nodig geweest. Toch niet zoveel later had ik aan die manier van vrij zijn, geen behoefte meer, totaal niet. Ik ging uit van ongeveer vrijdagavond tot zondagnamiddag. Intussen volgde ik avondschool. Heel wat avondschool heb ik gevolgd in mijn jongere jaren. Nu ja, ook in het nabije verleden :-). Vooral Grieks dan. Maar andere talen en andere opleidingen zijn ook voorbij gewandeld en als ik mezelf  hoor proberen in het Frans … ai ai. Dat is echt voorbij gewandeld. Misschien moet ik maar bij Lana en Rani in de leer? Op kinderniveau, dat wordt plezant.

Die woensdag dus en die weekends. Zo vrij was het niet natuurlijk. De was, de strijk, boodschappen, … toen ik als zelfstandige begon te werken, was het echt wel wat anders. Weekends paperassenwerk doen, voorbereiden, verslagen, bilans voor aanvraag terugbetaling, …. Het werk deed/doe ik graag, er is altijd iets bij te leren. Hopelijk in alle vakken. Het was wel hupsakee met de totale vrijheid in weekends.

Later was ik er even uit, ook omwille van gezondheidsredenen. Twee keer zelfs. Die tweede keer vonden mijn ‘collega’s’ teveel en ik werd vriendelijk uit de praktijk gezet. Noodgedwongen zocht ik na mijn ziekteverlof naar een ander werk. Intussen kon ik gelukkig wel beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Makkelijk? Neen! Ga maar eens aan de slag als je de hele tijd hoofdpijn hebt (dat was vlak na de revalidatie bij de hersenbloeding). Ik deed een vervanging in een kinderziekenhuis in Antwerpen. Heel fijn werk overigens. Werken met jonge kinderen en baby’s met voedingsproblemen. Je houdt niet voor mogelijk wat er allemaal fout kan lopen in de voeding van kinderen. De fout ligt in het probleem zelf, niet bij het kind of de ouders. Heel boeiend was dat. Ik zou nu weer moeten bijscholen, maar ik zou het met liefde doen. Weet je hoe dankbaar het is als je zo’n kind weer een (min of meer) normaal eetpatroon krijgt aangemeten?

In het najaar van dat jaar kon ik aan de slag in een school voor buitengewoon onderwijs, waar ik twee schooljaren gewerkt heb. Dat was weer een hele andere ervaring. Van grotere kinderen met leerproblemen, tot kleuters met een autisme spectrum stoornis (ASS), kinderen functioneel leren lezen, … Wat mij steeds bij zal blijven is dat kind uit de kleuterklas dat in haar eigen wereldje zat en toch op een keer is beginnen communiceren. Eerst met gebaren en éénwoord-zinnen, later iets langere zinnen. Ze kon zeggen wat er scheelde, dat was een hele doorbraak voor dat kind.

Daar heb ik het leven van vrij moment naar het andere dubbel ervaren. Zowel van weekend naar weekend als van vakantie naar vakantie. Pas op! Versta me niet verkeerd. Het is echt behoorlijk zwaar in het onderwijs werken. Je hebt echt niet veel rust. Ik heb de leerkrachten die voor zo’n hele klas staan wel bewonderd.

Het totaalbeeld voor mij echter – toen – was aantrekkelijk. Ik weet niet meer hoe het nu in het onderwijs aan toe gaat. Ik lees en hoor wel veel natuurlijk, toen ik nog in de praktijk was en nu volg ik af en toe wat op Facebook. Het lijkt erop dat mevrouw Crevits er een behoorlijk potje van gemaakt heeft.

Uiteindelijk gaat het erom dat je de potentie haalt uit een kind, of uit een volwassene. Als je met mensen werkt, ben je dat verplicht, elke schoenmaker bij zijn/haar eigen leest in het hele team. Ik hoop dat iedereen die in de zorgverlening werkt dit ervaart. Volgens mij ben je dan goed bezig.

Wat mijn professionele toekomst nog te bieden heeft? Of wat ik te bieden heb? Dat is nog vaag. Komt het nog? Ik hoop het van harte. Het monster moet er wel eerst uit. Het blijkt nu nog niet aan de orde te zijn. Doktersadvies is om te volgen. De dokter die jou behandelt, bedoel ik. Louter praktijk zie ik niet meer zitten. Mijn bioritme is nu weer net een beetje terug op peil.

Hopelijk ga ik dan in een bijscholingsprogramma of omscholingsprogramma. Liefst terug in de zorgverlening. Reva? School? Ziekenhuis? Dat laatste lijkt me wel fijn. Het kan nog allemaal … denk ik.

Wordt ongetwijfeld vervolgd …

(ps. de foto is van mijn boekje waarin ik het vaakst losse gedachten opschrijf)

 

Een leven voor en een leven na.

Denk je daar soms aan? Zo’n moment in je leven waarop je het kan indelen in een leven voor en mijn leven erna. Door een gebeurtenis, een afsluiten van een periode, …

Ik heb er zo verschillende. Die levens lopen wel in elkaar over. Geen twijfel of de laatste keer dat ik dit meemaakte was bij het horen van mijn diagnose, vorig jaar, op Goede Vrijdag. Het leven voor was zoals het was met andere levens voor en na. Het leven na is er eentje van vallen, opstaan en vechten. Tegen grenzen opbotsen, erover willen gaan, opnieuw botsen en dan gedeisd houden. Het is er één van twijfel. Is dat nu toevallig of heeft het met het monster te maken? Telkens opnieuw.

Gisteren, zo’n niet-dag was er eentje van migraine. Dat ken ik van het leven voor. Dat ken ik in alle die levens voor en na. Hoort het er gewoon bij? Heb ik iets fout gedaan?

Wat ik niet fout doe is me beschermen tegen de zon. Ik ‘durf’ weer al meer in de zon komen t.o.v. vorige zomer. Niet dat ik lig te zonnebaden maar fietsen(juij, ik ben weer gaan fietsen) of wandelen of wat dan ook gaat wel weer. Sowieso de handeling zelf als ook in de zon dat doen. Ik smeer me (kilo)meters dik in en zie er dan heel wit uit. Het is zo’n minerale zonnecrème. Het weerkaatst de zonnestralen en je hoeft niet elke twee uren bij te smeren. Ik doe het soms wel nog als ik mijn vel te warm voel worden. Blijkbaar bestaan er ook die niet zo’n witte gloed laten zien, maar ik gebruik nu eerst deze op. Desalniettemin, in dit leven na bestaat ook beweging.

Enfin, die levens. Mijn eerste ervaring in een leven voor en leven na was grappiger (vanuit volwassen standpunt gezien).

De ontdekking van Sinterklaas. Het leven vóór Sinterklaas was zo heerlijk onschuldig. Alles ís dan, voor altijd. Altijd bij je ouders, altijd spelen na de schooltijd, altijd Sinterklaas, altijd veilig, altijd is het leven goed (behalve die pestkinderen in de buurt en op school maar oké, er was het veilige THUIS). Een buurmeisje had het me verteld. Het is je mama die dat doet. Hoe kon dat nu? Mijn mama was toch elke avond thuis. Zij ging echt niet overal snoep in alle kinderen hun schoentjes stoppen … Dat zei ik dan ook nog. Hoe heerlijk naïef het leven als kind toch is. Na veel nadenken, begreep op een keer zelfs ik dat het wél zo was. Iedere mama voor haar eigen kinderen. Sinterklaas, dat was bedrog. Gelukkig was er nog de Kerstman en de Paashaas …. Oh jee, nee toch! Die bestaan dan ook niet! … Het was de eerste krak in mijn onschuldige leven.

Het eerste leven voor en na …

Er zijn er nog geweest natuurlijk. Een verhuis tijdens mijn kinderjaren. Het was eerst een ware cultuurschok maar na een jaartje tot aan mijn volwassen leven bleek het een waar paradijs, dat buitenleven midden tussen alle fruit dat je je in die streek maar kon inbeelden. Zoveel plaats, zoveel groen, zoveel tuin, verse melk van bij de boer rechtstreeks in de kookpot, waar dan heerlijke pudding van gemaakt werd, …

Het gaat er vooral om (denk ik toch) hoe goed je het een plaats kan geven en iets maken van het leven na, waar je inzit. Hoe dan ook. Je weet immers niet in welk leven vóór je zit, zolang dat punt zonder terugkeer naar wat was er nog niet is. Het leven na is het leven nu! Met dat been in de te warme kous, met dat vollemaansgezicht, met de onzekerheid, met de niet-dagen, maar ook met die woorden teveel om op te schrijven, met altijd iets te doen, met de fiets waar ik nog niet van af val (op een keer na, maar dat waren de omstandigheden, niet mijn wankele evenwicht). Met de solden die bezig zijn 😉

Het leven ná is het leven nú !

Het hier en nu, moedig(?) en teveel papierwerk.

Wat je herkent, ken je zelf ook. Wie zegt dat ik moedig ben (ook al hoor ik dat graag), is dat (ooit) zelf ook (geweest). Onderschat dat niet! 🙂

Maar zo koelbloedig ben ik niet, of moedig, of dapper. Het is gewoon noodzakelijk om een weg te vinden om met die hele verandering om te gaan, die verandering die dat monster me opgelegd heeft. Ik lees ook verhalen van andere mensen met een monster.  Niet altijd kanker daarom, maar wel heel ingrijpende monsters op bezoek, die hun leven ook helemaal omgooien. Ieder vindt zijn/haar eigen weg. Iemand gaat schrijven, maakt tijd voor een hobby of zal veel meer gaan lezen, gaat vrijwilligerswerk doen, … vooral naar gelang hun fysieke en mentale kunnen vermoed ik.

De ene blijft werken, de andere liever niet meer. Ik zat er zowat tussenin. Werken zal me afleiden, dacht ik, maar op den duur was het zo vermoeiend dat ‘dapper’ zijn vooral dom zou zijn. Die eerste weken dat ik niets deed, toen ik pas thuis was, was ik niet moedig. Ik zocht alleen maar een weg om met de dingen om te gaan. Ik weet niet of ik het geluk kan noemen of niet, maar ik was vooral te vaak te moe om iets te doen. Toch dacht ik er al dikwijls over na wat ik ‘hierna’ zou kunnen doen. Dat ‘hierna’ heb ik – met moeite,  nu soms nog – los gelaten. Ik besprak het bij het laatste onderzoek nog met mijn oncologe. Dat ik ‘hierna’ liever iets anders zou gaan doen dan weer elke dag naar de praktijk rijden en enkel ’s namiddags en ’s avonds werken. Te vermoeiend, sowieso, de ritten, de onregelmatigheid van dat werk, onzekerheid over inkomen, tijdens de schoolvakanties te weinig werk, de kosten …

Loopbaanbegeleiding is een mogelijkheid, hierover  heb ik al heel wat informatie opgezocht  én werksituaties bedacht waarin ik dan zou passen, met mijn ervaring, zowel levenservaring als professionele ervaring.

‘Dat is nu nog niet aan de orde’, zei ze, ‘We zullen evalueren in het najaar, hoe het dan met u is. Dat is veel realistischer.’

Dat is duidelijk! In het hier en nu blijven dus. Misschien kan ik wel eens een lang weekend weg, niet te ver van hier en tijdens de zomer niet te warm … Kreta, dat zal nog niet voor onmiddellijk zijn.

Deze week zat er een brief van mijn ziekenfonds in mijn e-mail. Of ik de bijlage wilde uitprinten, invullen en ASAP terugsturen. Het gaat over mijn studie- en werkverleden. Dit is de derde keer dat ik zoiets moet invullen. Het digitale, privacy-loze tijdperk !! Proficiat en hoera !! De reden voor die vraag? Ik citeer: “Om uw arbeidsongeschiktheid correct te kunnen beoordelen en om uw mogelijkheden tot re-integratie in de arbeidsmarkt te kunnen inschatten.” Ik moest dit vorig jaar en dit jaar bij aanvang van mijn ziekteverlof ook al doen. Kreeg ik de ziekenhuisfacturen ook maar zo snel terugbetaald als dat ik die informatie NOG EENS moet doorgeven.

Het maakt me natuurlijk ook ongerust. Gaan zij,  vanachter hun bureautje, nu echt kunnen inschatten wat ik aankan of niet?

Ziek zijn is vermoeiend. Zelfs als je de zorgen van het ziek zijn zelf, het rusten, de medicatie, de onderzoeken, de revalidatie, … niet meerekent, blijft het vermoeiend. Alleen al dat papierenwerk. Het zoeken naar van alles en nog wat, waar je recht op hebt, aanvragen die je kan doen, huishoudhulp zoeken via het ziekenfonds, … bijna de hele tijd heb je afspraken na te komen, brieven te beantwoorden, …

Als ze me willen re-integreren denk ik dat ik een burn-out* van het gere-integreerd ziek zijn krijg …

* voor burn-out zoek ik nog een Nederlandser / Vlaamser klinkend woord. Ik houd van taal, ook de Engelse, maar niet dat er zoveel woorden in onze taal sluipen. Bij mij is bv. een bucket-list een emmertje … Uitbrander is al een bestaand woord, maar dat betekent iets anders. Misschien is dat iets voor mevr. De Block? 😉

 

Barbaren ?

Het leven als monsterpatiënt in behandeling gaat vrij traag … zelfs voor deze Limburger. Gelukkig zijn er niet meer zoveel echte slechte dagen, maar de actieve dagen van voorheen (lees : meestal gestreste dagen … ) zijn er nog niet bij.  Lezen en schrijven zijn dan heel welkom, zeker als verpozing tussen het ‘verstandig-actief’ en ‘plezant-actief’ door.

Naar aanleiding van wat ik aan het zoeken was in mijn dagboek bij mijn vorig blogbericht kwam ik dit tegen, dat ik enkele dagen na die kleine ingreep schreef. Nog steeds actueel, helaas :

Als we nu eens de bedelaars echt uitsluiten

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als we nu eens de vluchtelingen in kooitjes zetten

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als we nu eens de zorgenkinderen in een instelling plaatsen

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als we nu eens de werkzoekenden goed afstraffen voor hun werkloosheid

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als nu ook maar ineens die zieken, die zwakkeren, onthielden van een zeker basisrecht

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

We zouden ontdekken dat we niet moeten, wel dat we kunnen, dat zij kunnen, dat zij willen, dat zij ook zijn, zijn.

De Barbaren van Kavafis, waar iedereen zo bang voor was, die zijn toch ook nooit gekomen …

11 april 2017