Weetjes van de week

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het langzaamaan-langer-licht-dagen die me kietelen.

De week vliegt. De week kruipt. Een (on)bewogen week…

Een energiek begin:

De leraar Grieks, bij wie ik les volgde toen ik nog in Hasselt woonde, laat weten dat hij interesse heeft in enkele boeken die ik niet meer gebruik, voornamelijk over uitspraak van het Nederlands bij anderstaligen. Naast Grieks in het PCVO Moderne Talen, onderwijst hij ook Maatschappelijke oriëntering bij het Agentschap Integratie en Inburgering. Daarnaast heef hij een grote interesse in talen, ook de uitspraak.

Ik ben toch bezig met weggeven dus fiets ik naar de Kringloopwinkel. Dat pakketje allerlei staat hier al wéken klaar om af te geven; alsof het bij mijn interieur ging horen.

Vorig jaar werd er op de pilaar die de wandel- en fietsbrug mee ondersteunt, dit mooie gedicht in vele kleuren geschreven. Ik stopte hier even om een foto te maken.




van Lies Van Gasse, voor geïnteresseerden: klik*hier

Niezerige dinsdag:

De bijwerkingen spelen weer op. Het kriebelt, het jeukt, het wil eruit. Ik nies, ik hoest, ik proest. Uit veiligheid bel ik mijn vrijwilligerswerk af. Stilaan vraag ik me af of ik niet iets anders kan doen tot ik gevaccineerd ben. Het is tweerichtingsverkeer, dat oppassen voor de bitch.

De spieren vragen om actie, de gewrichten schreeuwen om smering in beweging. Ik ga even fietsen. Daar heb ik in één trek nog twee kinderboeken gedropt in het Leeuwerikpark, nabij het Middelheim.

Ze staan op de FB pagina van De Boekenjagers. Ik ben benieuwd wat er nu komt.

Lamme woensdag:

Ik heb met mijn vader gebeld. ’s Avonds kreeg ik bericht van mijn zus dat de mensen van het woonzorgcentrum weer bezoek mogen ontvangen op de kamer. Twee vaste personen die vrij binnen mogen, wel op verschillende momenten. Ik ben blij. Tot zover deze lezing op woensdag.

Gelukjesdonderdag :

Mijn boeken zijn aangekomen bij Dimitris en hij heeft als dank een bedrag overgeschreven voor Melanoompunt VZW. Ik was al blij en word nog blijer.

Bij de Noterij mag ik een extra zakje kiezen bij mijn aankopen (gemengde rozijntjes en een notenmengeling). Ik kies als extra’s bananenchips.

Als je niets verwacht, ben je blij met weinig. 

Herinneringenvrijdag, 26 februari:

Vijftien jaar geleden. Ze hield van de muziek die mijn woonst vulde, wanneer ze er binnenkwam. Griekse muziek dus. Woorden te veel, woorden te weinig, ik spiegel ze in een lied:

Η*μάνα*η*δική*μου (Moeder, de mijne)

Wegens nogal ontstoken ogen ga ik naar de huisdokter. Het is weer eens wat anders. Een cortisone zalfje moet het verhelpen. Gelukkig niet in te nemen, enkel te smeren.

Nu ik toch bij de dokter zit, vraag ik haar of het nog kan om bij kinderen vrijwilligerswerk te blijven doen. Ze raadt het af, zonder echt te verbieden. Ik laat het bezinken. Het is geen dag om veel na te denken. Gewoon voorbij laten glijden.

Rommelig hoofd zaterdag:

Wegens te vroeg wakker worden met migraine die in de loop van de dag, dankzij enkele druppels Bella Donna wel weer afzakte, voel ik rommel in mijn hoofd. Dit wordt een Remdag.

Toch ga ik even naar buiten voor de weekendkrant, omdat ik houd van de bijlagen, met bijhorende kruiswoordraadsels, cryptogrammen enzovoort. Ik wil een elektrische fiets winnen, alleen is er deze week een i-phone te winnen.

Ik heb andere buren leren kennen, zij het kortstondig. Ze organiseerden een actie voor de sponsorloop voor Kom Tegen Kanker. Omdat die niet echt kon doorgaan, maar om de deelnemende teams toch te steunen, startten enkele mensen dit initiatief, een wijnverkoop. Ik heb nog een proevertje in het vooruitzicht. Misschien bij een versoepeling, bij iemand in de tuin? Ik neem de wijn mee …

In de zoom met de broers en zussen, wordt gepraat over mijn vader. Er is een versnelling gekomen in het verhuurbaar stellen van zijn appartement in Hasselt, dankzij mijn oudste zus, haar zoon en mijn oudste broer.

Ondanks de rommelhoofdstart, toch een beetje actie gehad.

Blijere zondag:

Deze blogpost wordt veel te lang, zie ik. Zal ik dan maar schrappen? Dat zijn de bladzijden die u niét leest.

Ik heb me ingeschreven voor de 30-30 van CM, bewegen in het groen. Eraan beginnen is de uitdaging. Een andere uitdaging zit erin om elke dag erheen te gaan en echt 30 minuten te bewegen, in het groen. Ik heb me aangesloten bij een groep die ik nog niet ken. De start is op 6 maart.

Deze namiddag ben ik bij mijn vader op bezoek. Hij ziet er goed uit! Hij heeft ook goede zin. Ik volg zijn tempo, daar blijf ik blij bij. Hij wordt wat sneller moe. Het is weer wennen. We zijn beiden toch blij dat bezoek op de kamer weer kan.

Onderweg naar huis, fiets ik langs het Leeuwerikpark en merk dat de gedropte boeken verdwenen zijn. Weeral blij!

Thuis komen en een propere keuken treffen, dat vraagt om uithaaleten. Gelukkig is er Morfo, heel dichtbij en ze maakt overheerlijke veganistische moussaka… ik zal de blogpost morgen afwerken 😉

en ventileer op tijd

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed!

Weetjes van de week.

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het lentekriebels die me kietelen.

De afgelopen week werd er mooi weer beloofd voor dit weekend en de komende week. Bij elk weerbericht kwam er een graadje bij. Ik verlangde – tegen mijn huidige principes over tijd die voorbijgaat in – naar het weekend. Nog meer graden en we bevinden ons bijna in een hittegolf.

Intussen trok ik wel die muts over mijn hoofd al wandelend of fietsend want op dat moment was het heus nog koud.

Het is overigens de eerste winter dat ik zo vaak mijn muts opzet. Ik voel me beter na een toertje buiten. Met die warme schedel (ook al heb ik best nog veel haar) geen koude hoofdpijn meer, warme oren en zelfs de overprikkeling mindert. Als die er al is want ik verkies rustige momenten om echt buiten rond (of vierkant) te toeren. Ik geniet warempel van het stilstaan bij de grote vijver, bij de vogels die allemaal in dezelfde richting op het water of op het ijs staan. Met mijn gezicht in de zon genietend, natuurlijk goed en wel ingesmeerd tegen al te felle zonnestralen en mijn ogen potdicht en mijn hoofd vol woorden onder die muts. Weer binnen, toen de muts weer af was, luchtte ik mijn hoofd door mee te doen aan een schrijfwedstrijd. Zomaar tien gedichten gevonden, in mijn hoofd en in mijn laptop. Die in mijn laptop heb ik wat herschreven. Bij tijd en wijle hoort u er nog van. Voor nu, ssst!

Woensdag was hoogdag voor mijn inmiddels uitgegroeide ragebol. Er komt een fris kleurtje op en de rageboldelen worden uit mijn haar geknipt. Ik heb weer een korter koppie en durf buiten de muts aflaten. Gelukkig maar met zoveel beloftes van lentezon. Al zal ik die toch nog meenemen als ik me op de fiets begeef. Gisteren vóelde het wel door en door lente maar ik deed ’s ochtends al een wandeling en toen was ik blij met mijn (half)dikke jas aan.

Donderdag was weer even spannend. Ik had een afspraak bij de dermatoloog. Tegenwoordig ga ik nog één keer per jaar. Tot vorig jaar was dat twee keer, althans sinds ik de diagnose melanoom kreeg. Vorig jaar had ik door omstandigheden de afspraak in juli afgezegd. Naderhand sprak ik hierover met mijn oncologe en die verzekerde me dat als ik al die tijd ‘vlekkeloos’ bleef, één keer per jaar op controle voldoende is. Ik doe overigens veel aan zelfcontrole. Al zal ik me eens een lange staande spiegel mogen aanschaffen hiervoor. De controle was overigens geslaagd. “Goed nieuws mevrouw Knaepen. Ik zie geen verdachte vlekjes.” Intussen dacht ik aan Sinterklaas ‘er zijn dit jaar geen stoute kinderen’ en antwoordde de dokter: “Dat is echt goed nieuws.” Dat zullen de kinderen graag horen… in februari. (ik weet overigens niet waar ik die onzin haal, het verschijnt gewoon als ik niets anders kan doen op het moment zelf)

Vrijdag is Buurderij-dag. Dan haal ik mijn bestelling op die ik eerder in de week plaatste. Ik vind het echt een goed systeem. Ik bestel overwegend groenten en fruit en nog brood. Maar u kan er ook vlees/vis/zuivel/… bestellen en afhalen. Ikzelf eet al een tijdje zo vlees- en visloos mogelijk, vooral rundsvlees en afgeleiden van de koe (melk, kaas, yoghurt) vermijd ik. Als ik zelf pasta kook, strooi ik er geitenkaas over. Dat bestaat, strooikaas van geitenmelk gemaakt. Het doet me ineens denken aan het feit dat ik als baby geen koemelk verdroeg en ik gevoed werd met geitenmelk die ‘de groten’ in ons gezin dan moesten gaan halen. Waarvoor mijn grote dank.

De internationale dag van de moedertaal vandaag. In mijn allereerste taalgebruik maakte ik al wel eens een foutje en dat is zo gebleven. Als u er eentje ergerlijk vindt, gaat u dan eerst een rondje ‘mens-erger-je-niet’ spelen, misschien is de ergernis daarna voorbij. Ikzelf vind mijn eigen fouten het ergerlijkst.

een fijne woordspeling

Wat doen die weerberichten bij de mensen? Natuurlijk gaan de mensen nu naar buiten. Natuurlijk nemen ze de trein naar de kust. Natuurlijk lopen parken en andere natuurgebieden vol. Het is echt natuurlijk dat mensen de zon en de warmte opzoeken. Zoals het even natuurlijk is dat er mensen zijn die mensenmassa’s vermijden. En dat zal waarschijnlijk stof voor de komende week zijn.

Ik dank u voor het lezen en het ga u allen goed!

De Argentijn die niet mijn Valentijn was.

Zijn naam is Luis. Ik weet niet of hij nog in België is of niet. Hij is zo een van die weinige mensen die ik slechts een korte periode in mijn leven kende maar nooit vergeet.

Ik kwam hem tegen op zo’n datingssite uit de tijd ik dat nog spannend vond (lang geleden dus). We schreven eerst veel. Ik vond hem (knetter)gek met zijn liefde voor vrijheid, avontuur en fotografie. Hij vond mij ‘a real person’ (zo heeft hij dat letterlijk geschreven).

Uit de dingen ik me nog herinner:

We hadden elkaar ontmoet! Op het nippertje, toen nog té verstrikt in mijn westerse alles-en-nog-wat-afwegende gewoonte. Ik moet nog de was doen en de strijk en morgen ga ik naar mijn ouders, dan kan ik ook al niet. En mijne belastingbrief is nog niet ingevuld…

De dag zelf, dat ik niet zou gaan, stuurde ik een berichtje dat ik toch afkwam. Hij woonde in Antwerpen, ik in Hasselt. Hij zei onmiddellijk ja. Over flexibel gesproken. Hij kwam me afhalen aan het station en we gingen eerst een koffie drinken. Het contact voelde zoals het schrijfcontact, echt en gewoon. Geen opgelaten gevoel, wat het ongewoon verrassend maakte.

We zwierven door Antwerpen, we aten frietjes bij N°1, die hij absoluut wilde betalen. Meer kon hij zich niet permitteren zei hij. Frietjes waren prima.

Hij zag er niet uit, echt niet, met die halflange haren slingerend over en weer zijn hoofd en in zijn gezicht, zijn manier van gaan, tussen snel/lenig/heupwiegend en slenterend/stilstaand, als een kind verwonderd rondkijkend, hoewel hij toen al een hele tijd in Antwerpen woonde. Ik keek ingetogen verwonderd naar hem. Hij die zonder franjes, zonder op- of omkijkend naar deze of andere die hem bekeek, door Antwerpen liep en vertelde zonder dat het één enkele minuut saai werd. Hij trok zoveel foto’s, ook van mij.

Achteraf bleven we nog even schrijven en hij stuurde de foto’s die hij die ene dag van mij gemaakt had. Zo’n korte open vriendschap, geen enkele fysieke aantrekkingskracht van beide kanten maar wel een openheid om te praten over alles en nog wat. Dat zijn zo’n dagen dat ik me voel wie ik ben.

Hij werd zelfs geïnspireerd tot een gedicht, door een foto van mij die ik hem stuurde van een reis, ergens onderweg in Kreta.

Zijn grote hobby’s waren fotografie en schrijven. Zijn grote liefde was een vrouw ergens in Vlaanderen (ik niet), die hij aanbad, een kind bij had maar niet bij kon samenwonen. Zijn afkomst was Argentijns. Zijn grote nachtmerrie was zijn job. Wat ik me ervan herinner was hij helpdeskmedewerker. Cijfers, cijfers, cijfers halen … geen vrijheid, geen eigen inbreng, verstand op nul. In een van zijn laatste berichten schreef hij dat op het matje geroepen was en op een bepaald uur bij de baas moest komen. Hij zat nog door het raam te kijken. Het was mooi weer. Hij stond op en ging naar buiten, aangetrokken door het licht. Toen hij terugkwam lag er een ontslagbrief op zijn tafel. Hij was blij. Time to move on! Hoe optimistisch kan je zijn? Ik hoop voor hem dat hij ergens in deze wereld volop aan het genieten is, met de liefde van zijn leven, in alle vrijheid.

Hem opzoeken doe ik niet. Hij is een fijne frisse herinnering, waar verwachtingen niet bestaan, alleen het NU. Die herinnering komt zo nu en dan bovendrijven.

De zin van een beetje onzin

Liefste dagboek,

Vandaag werd ik wakker toen de klok van de kerktoren zeven uur sloeg. Zeven slagen en ik dacht: ‘Mijn God, wééral zeven uur. Elke dag rond deze tijd, stipt eigenlijk, is het zeven uur.’

Ik deed wat ik deed, mijn ochtendritueel, maar laat ik je daar maar niet mee vervelen. Dat heb je de laatste dagen al zo vaak moeten horen, lezen. Je zou van minder dyslectisch willen worden.

Toen ik mijn living binnenkwam, zag ik dat de kartonnen paaseitjes nog aan dat lintje hingen voor het raam. In paniek wilde ik ze er al vanaf trekken met de gedachte wanneer was dat ook alweer, Pasen? Oh ja, dat was pas gisteren. Ik heb ze dan nog maar wat laten hangen.

De volledigheid gebiedt me om je te vertellen, mijn dagboek, dat ik gisteravond nogal druk bezig was met series te bekijken. Zo heb ik “The Bridge” seizoen 4 eindelijk helemaal gezien. Dan stond er ook nog “Flikken Rotterdam” seizoen 1 in de lijst opgenomen programma’s. Helaas deden mijn ogen toch wat te pijn en heb ik het stil gezet.

Dan maar mijn pyjama alvast aangedaan, mijn tanden gepoet… ‘Wàt zeg je?’

‘Saaaaiiii!’

‘Maar toen heb ik iets anders gedaan, toen het avondritueel voorbij was, ik ben nog niet gaan slapen.’

‘Allez, vertel maar.’ Oef, als een dagboek al geen geduld meer heeft …

‘Ik heb het cryptogram van de Standaard van dit weekend HELEMAAL ingevuld!’

‘Wat!? Jíj?’

‘Euhm, JA!’ Seg hè, nu gelooft mijn eigen dagboek me niet meer.

‘Foto?’ Zie je wel?

‘’t Is nog waar ook.’ Waarom gelooft me nu nooit eens iemand? Altijd die controle, seg hè!

Ik ben ook gaan wandelen gisteren voormiddag. Ik vermoedde wel dat het later in de dag drukker ging worden en lap! Vandaag wordt er al verteld dat we te laks aan het worden zijn. Maar, liefste dagboek, 23 op 24 in mijn kot. Met intervallen van 24 op 24, is dat dan verkeerd? Toch een beetje veel blij geworden. Ik heb de boterbloem ontdekt.

‘Dagboek !’

Jaja, ik zal wel aan mijn huiswerk gaan werken. Het zit al in mijn hoofd, dat is toch al veel. De grote lijnen toch.

Tot straks dan maar … ?

….

😉 leve de onzin zo af en toe. Oh en die foto hierboven? Dat is de eerste boterbloem die ik zag!

Zij en waakzaamheid.

Het wordt een persoonlijker blogbericht vandaag. Ik hap even een stuk uit mijn dagboek waar ik dan verder over door’boom’…

Dinsdag, 26 februari 2019

Het is weer die dag in het jaar. De dertiende keer nu. Het is niet meer zo dat ik er bezorgd naar uit kijk. Hoe zal ik me voelen die dag? Gaat het een (te) emotionele dag worden? Neen dat is er niet meer. Eerder een berusting. Waakzame berusting.

Net vandaag kom ik op Facebook een kinderuitspraak van Meester Mark tegen … over mama. Op zich zijn de posts van Meester Mark heel grappig. Ik zou het zo aan haar laten zien en ze zou er hartelijk mee lachen. Natuurlijk is dat voor ieders eigen moeder zo. Vooral zo houden als het zo aanvoelt. Ik zou de mijne niet anders hebben willen uitvinden.

Er is nog iets dat ik al vaker bedacht heb in de loop van die dertien jaren. Ik had haar graag als leeftijdsgenoot gekend. Deze gedachte is weer wat actiever, ergens in mijn brein zwevend, sinds vorige week. In de Griekse les kregen we de opdracht om – in het Grieks – op te schrijven wat je zou doen als … (het ging om het juiste gebruik van ‘als ik …, dan …’ maar dan in het Grieks). Er stonden enkele voorbeelden bij, waaronder als je naar het verleden zou kunnen gaan, wie zou je willen tegenkomen? Waarom? Wat zou je zeker vragen? In dat voorbeeld ging het om een beroemdheid maar voor mij is zij dat natuurlijk. Ik heb geantwoord dat ik mijn moeder zou willen tegenkomen als mijn leeftijdsgenoot in de periode waarin zij opgroeide. We zouden vriendinnen kunnen zijn of zussen. Ik zou haar leren kennen zoals ze was toen ze jong was. Nu heb ik haar verhalen, in mijn hoofd en hier en daar op foto’s. In een boek over Godsheide* staat een foto van haar toen ze nog heel jong was met haar klas. Ze gaf toen les in de school die haar eigen moeder daar mee opgericht heeft.

Ik heb de – hopelijk niet al te onwettelijke – vrijheid genomen om haar er uit te lichten. Indien er mensen zijn van op de grote foto die zich haar herinneren… het zou fijn zijn om iets te horen. (een link naar de website waarin dit boek vermeld wordt en er volledige foto’s te zien zijn, vindt U onderaan dit blogbericht).

Godsheide_00460_Aangenomen_Meisjesschool_Schoolfoto_Wilma Cox_1949 kopie

Ik voel dit niet meer als nostalgie die me bezwaart. Het is eerder de stam stevig weten staan, ergens in mijn zijn, de stam van mijn afkomst.

En familiegeschiedenis, hoe summier soms ook, in een foto, een muziekje, een briefje met haar handschrift en natuurlijk ook uit verhalen van mijn vader waar ik ook een geschiedenis van meedraag. Zowel collectief als individueel als dat deel van de familie, het gezin waarin ik geboren ben. Het doet me nadenken over missen en nog verwonderd kunnen worden, blij verbaasd zijn. Het is geen ballast meer, ook al raak ik nog wel eens ontroerd of even droevig. Het is wel een stevige basis. Ik ben wel Háár dochter hé ❤ … We zijn met zessen overigens die zich Háár kind mogen noemen, dochter of zoon. En al die mensen die haar als hun bomma gekend hebben. Háár kleinkinderen. Zelfs achterkleinkinderen. Zelfs degenen die zich haar niet meer (goed) herinneren. Dat is iets dat niet zal verdwijnen. Ze was, ging ons voor, en blijft deel van ons.

Het maakt dat ik niet meer schrijf over wat had kunnen zijn, de dingen die niet zullen zijn, het houdt me wel waakzaam … zo lang de vergankelijkheid van het leven me zelf niet te pakken heeft en zelfs dan nog …

 

* Godsheide en Malpertuus. Warm aanbevolen. https://www.hasel.be/aangenomen-meisjesschool-godsheide.

Verjaren en hittegolf

Ik heb er naar uitgekeken, de verjaardag. Gisteren is het echt gebeurd. Sinds vorig jaar kijk ik uit naar verjaardagen. Ik wil er nl. nog vele meemaken. Het hoeft niet snel, maar ik wil ze wel meemaken. Ook die van anderen.  Kijk we zijn er nog! Dat voel ik dan.

Vorig jaar schreef ik er ook over in een notitie op Facebook :  (https://www.facebook.com/notes/anne-mie-knaepen/een-beschouwinkje-over-die-fameuze-oude-dag-/10155062342314633/ )

Als ik het nu weer lees, vind ik het wel behoorlijk arrogant van mij. De bijna-gedaan ziekte … ! Naïef ! Dat is wel het minste om over te zeggen.  Door het nieuws van de uitzaaiing in het najaar is mijn  tijdbesteding wel wat anders geworden. Vooral trager en vaak nog stiller !

Er wordt wel eens gezegd dat je er alles uit haalt, wat nog mogelijk is, bij zo’n verdict. Zelf dacht ik er ook dikwijls aan, om naar Kreta te gaan voor langere periodes. Dat bleek toch niet zo simpel omwille van verschillende dingen, op de eerste plaats omwille van de heel regelmatige controles bij de oncologe, de medicatie die in het ziekenhuis gebeurde met infuus en de onzekerheid. Het is momenteel kalm in mijn lijf. Blijft dat zo?

De financiële kant ervan is ook een reden. Er wordt misschien makkelijk gezegd dat het leven er goedkoper is.  Daar ben ik niet zeker van. Zeker niet als je het in je eentje moet klaren.

Alleenstaande zijn op zich vind ik niet erg. Er zijn hopen voordelen aan. Voor mij betekent het vooral dat ik doe wat ik doe, ben wie ik ben, zonder er iets van prijs te geven om toch maar niet alleen te moeten zijn. Overigens is leven met mij niet zo makkelijk. Ik kan het weten, ik maak het elke dag mee 😉 .

Als er iets anders  is dat ik doe t.o.v. vorig jaar is het wel me rustig houden. Ik ben nu in ziekenverlof, dat geeft meer ruimte om te doen wat ik vroeger altijd voor me uitschoof.  Schrijven en lezen gebeurt vooral meer.

Er kan fysiek ook meer t.o.v. vorig jaar, zo kort na de operatie met complicaties. Ik ben  beweeglijker, waardoor fietsen, de tram nemen, wandelen,  autorijden (zonder dat ding aan me hangen) en dansen ook weer beter gaan. Ergens heen gaan zonder iemand te moeten vragen om me te brengen is gemakkelijker.

Hoewel ik sneller moe ben, de energie van voor het monster gehalveerd lijkt, ik onregelmatig hier of daar pijn heb, prulledingetjes me in de weg staan, voel ik me toch beter dan vorig jaar.

De badkamer is gerenoveerd. Het heeft alleen nog een flinke lik verf nodig. Ik overweeg nog of ik het door een klusjesdienst laat doen of niet. Prijzen verschillen en het is voor een professional een kleine tussendoor klus. Dit betekent dat ik steeds lang wacht op prijs(zige) voorstellen. Bij deze hitte doe ik het zeker nog niet zelf.

Mijn gevoel is ook anders. Ik voel me meestal ‘ergens tussen’, twee dingen, of meer, wie weet … Tussen de ene controle en de andere, tussen het ene weekend en het andere, tussen werk toen en werk later(?), tussen moe en energieker, …

Mijn kapsel is veranderd.

Wat is niet gebeurd … dat reisje naar Kreta. Dat zou ik mezelf ook niet aanraden in het zomerseizoen. Bijvoorbeeld zomaar met de voeten door het water lopen … met die kous aan? Dat is aan geen enkele kust te doen natuurlijk. Ze zou snel scheuren. Waar ik tegenwoordig vooral voorzichtig mee ben is de zon !  De angst voor zonnebrand met alle akelige gevolgen van dien zal wel altijd blijven. Ik zoek  de schaduw zo vaak mogelijk op én mijn vel is dubbel wit ingesmeerd,  als ik buiten kom voor langer dan 10 minuten.  Ik blijf hopen om nog naar Kreta te gaan, in de winter misschien?

Verder … het is warm, warmer, warmst, heet, heter, het wordt nóg heter. De aangekondigde hittegolf! Nooit van gehouden, dat té  warme weer hier in België. Het past hier niet naar mijn gevoel. En toch kan er – uit de zon – meer van kan genieten. Ik ruik Zuiderse zomers in mijn slaapkamer ’s morgens vroeg wanneer daar de warme lucht binnenkomt. Het is er heerlijk fris in de namiddag (voor het dutje).

De koelte ’s morgens in de living en keuken wanneer de venster nog open staat. Als er dan een briesje binnenkomt, geeft het me zo’n basilicum geur door de pot die daar op het vensterraam staat. Het is een gelukskruid in Griekenland. Het wordt zelfs bezongen.  Ik geef hier een link mee waarop je Michalis Tzouganakis kan horen. Wie hij is, kan je googelen.  Hij spreekt zeker nog voldoende Nederlands om hem te verstaan. Deze opname heeft een hele goede vriendin van mij gemaakt toen wij daar waren, in Kreta. Op een zomeravond in Rethymnon, ergens in een leven vóór het monster … Als je goed luistert, hoor je hem dit lied aan ons opdragen in het Nederlands. Op 0:58 seconden te horen, van de 57 seconden ervoor … versta ik ook niet àlles. Vasilikós is het woord voor basilicum.

https://www.facebook.com/Anemoi/videos/vb.1454973217/10201795051745397/?type=3

De hittegolf maakt dat ik nu in de voormiddagen veel langer aan de koffie blijf en schrijf en lees. Tot de warmte binnen komt stromen. Dan ga ik meestal wat buiten doen, naar de revalidatie, fietsen, een boodschap, met iemand op pad, … het maakt niet uit. Dan gaan het raam en de gordijnen dicht en zo blijft het vrij koel. Tot nu toe heb ik de ventilator nog niet gebruikt. Met deze hitte en de nog komende zoals Frank Deboosere belooft, komt het er hoogstwaarschijnlijk nog wel van.

Smelt niet!

Drink genoeg (water)!

Smeer je goed in, regelmatig!

Ik gebruik die zonnelotion van Weleda tegenwoordig, met non-nano minerale uv filters. Het hoeft niet elke 2 uur weer opgesmeerd te worden, maar ik doe het wel regelmatig. Het enige nadeel vind ik, is de witte schijn op je huid. Er bestaan nog van dit soort zonnelotions/crèmes. Elke fles/tube zal een beetje anders zijn.

Verbrand aub niet! Vebrand  aub niet! Verbrand aub niet!

Oh, geniet van de zomer natuurlijk 🙂

Stel dat je Michalis Tzouganakis echt graag hoort … https://www.skopos.be/GrMuziek/Achtergrond/Biografie/tzouganakis.html

en op You Tube vind je veel van zijn muziek.

En ik? Ik houd het verder rustig vandaag, boekje lezen, venster straks weer open zetten, potje koken (warm), verjaren is fijn, doch vermoeiend 😉

De middendag.

Ik begon in mijn dagboek te schrijven. De datum komt altijd eerst. Vandaag dus:

Woensdag, 18 juli … enzovoort. Toen ‘woensdag’ verscheen op het scherm dacht ik aan wat woensdag voor me betekende vroeger en ben ik iets helemaal anders beginnen schrijven dan dat wat ik wilde schrijven. Van het een komt het ander met mijn chaotische gedachtegang. Waarschijnlijk onbewust om de paniek van mijn ‘wanbetalingen‘ even achteraan in mijn hoofd te verstoppen.

Het is misschien eens wat anders dan louter ‘het-monster’ verhalen … 🙂

De middendag, zo noemde ik woensdag vroeger altijd. Toen ik nog student was, deed ik dat al. Ik leefde precies van het ene vrije moment naar het andere. Woensdag was dan zo’n breekpunt, dat net in het midden lag tussen twee weekends. Vrije momenten waren er talrijk in mijn jonge werkjaren. Zo is mijn ervaring toen toch geweest. Waarschijnlijk heel nodig geweest. Toch niet zoveel later had ik aan die manier van vrij zijn, geen behoefte meer, totaal niet. Ik ging uit van ongeveer vrijdagavond tot zondagnamiddag. Intussen volgde ik avondschool. Heel wat avondschool heb ik gevolgd in mijn jongere jaren. Nu ja, ook in het nabije verleden :-). Vooral Grieks dan. Maar andere talen en andere opleidingen zijn ook voorbij gewandeld en als ik mezelf  hoor proberen in het Frans … ai ai. Dat is echt voorbij gewandeld. Misschien moet ik maar bij Lana en Rani in de leer? Op kinderniveau, dat wordt plezant.

Die woensdag dus en die weekends. Zo vrij was het niet natuurlijk. De was, de strijk, boodschappen, … toen ik als zelfstandige begon te werken, was het echt wel wat anders. Weekends paperassenwerk doen, voorbereiden, verslagen, bilans voor aanvraag terugbetaling, …. Het werk deed/doe ik graag, er is altijd iets bij te leren. Hopelijk in alle vakken. Het was wel hupsakee met de totale vrijheid in weekends.

Later was ik er even uit, ook omwille van gezondheidsredenen. Twee keer zelfs. Die tweede keer vonden mijn ‘collega’s’ teveel en ik werd vriendelijk uit de praktijk gezet. Noodgedwongen zocht ik na mijn ziekteverlof naar een ander werk. Intussen kon ik gelukkig wel beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Makkelijk? Neen! Ga maar eens aan de slag als je de hele tijd hoofdpijn hebt (dat was vlak na de revalidatie bij de hersenbloeding). Ik deed een vervanging in een kinderziekenhuis in Antwerpen. Heel fijn werk overigens. Werken met jonge kinderen en baby’s met voedingsproblemen. Je houdt niet voor mogelijk wat er allemaal fout kan lopen in de voeding van kinderen. De fout ligt in het probleem zelf, niet bij het kind of de ouders. Heel boeiend was dat. Ik zou nu weer moeten bijscholen, maar ik zou het met liefde doen. Weet je hoe dankbaar het is als je zo’n kind weer een (min of meer) normaal eetpatroon krijgt aangemeten?

In het najaar van dat jaar kon ik aan de slag in een school voor buitengewoon onderwijs, waar ik twee schooljaren gewerkt heb. Dat was weer een hele andere ervaring. Van grotere kinderen met leerproblemen, tot kleuters met een autisme spectrum stoornis (ASS), kinderen functioneel leren lezen, … Wat mij steeds bij zal blijven is dat kind uit de kleuterklas dat in haar eigen wereldje zat en toch op een keer is beginnen communiceren. Eerst met gebaren en éénwoord-zinnen, later iets langere zinnen. Ze kon zeggen wat er scheelde, dat was een hele doorbraak voor dat kind.

Daar heb ik het leven van vrij moment naar het andere dubbel ervaren. Zowel van weekend naar weekend als van vakantie naar vakantie. Pas op! Versta me niet verkeerd. Het is echt behoorlijk zwaar in het onderwijs werken. Je hebt echt niet veel rust. Ik heb de leerkrachten die voor zo’n hele klas staan wel bewonderd.

Het totaalbeeld voor mij echter – toen – was aantrekkelijk. Ik weet niet meer hoe het nu in het onderwijs aan toe gaat. Ik lees en hoor wel veel natuurlijk, toen ik nog in de praktijk was en nu volg ik af en toe wat op Facebook. Het lijkt erop dat mevrouw Crevits er een behoorlijk potje van gemaakt heeft.

Uiteindelijk gaat het erom dat je de potentie haalt uit een kind, of uit een volwassene. Als je met mensen werkt, ben je dat verplicht, elke schoenmaker bij zijn/haar eigen leest in het hele team. Ik hoop dat iedereen die in de zorgverlening werkt dit ervaart. Volgens mij ben je dan goed bezig.

Wat mijn professionele toekomst nog te bieden heeft? Of wat ik te bieden heb? Dat is nog vaag. Komt het nog? Ik hoop het van harte. Het monster moet er wel eerst uit. Het blijkt nu nog niet aan de orde te zijn. Doktersadvies is om te volgen. De dokter die jou behandelt, bedoel ik. Louter praktijk zie ik niet meer zitten. Mijn bioritme is nu weer net een beetje terug op peil.

Hopelijk ga ik dan in een bijscholingsprogramma of omscholingsprogramma. Liefst terug in de zorgverlening. Reva? School? Ziekenhuis? Dat laatste lijkt me wel fijn. Het kan nog allemaal … denk ik.

Wordt ongetwijfeld vervolgd …

(ps. de foto is van mijn boekje waarin ik het vaakst losse gedachten opschrijf)

 

Een leven voor en een leven na.

Denk je daar soms aan? Zo’n moment in je leven waarop je het kan indelen in een leven voor en mijn leven erna. Door een gebeurtenis, een afsluiten van een periode, …

Ik heb er zo verschillende. Die levens lopen wel in elkaar over. Geen twijfel of de laatste keer dat ik dit meemaakte was bij het horen van mijn diagnose, vorig jaar, op Goede Vrijdag. Het leven voor was zoals het was met andere levens voor en na. Het leven na is er eentje van vallen, opstaan en vechten. Tegen grenzen opbotsen, erover willen gaan, opnieuw botsen en dan gedeisd houden. Het is er één van twijfel. Is dat nu toevallig of heeft het met het monster te maken? Telkens opnieuw.

Gisteren, zo’n niet-dag was er eentje van migraine. Dat ken ik van het leven voor. Dat ken ik in alle die levens voor en na. Hoort het er gewoon bij? Heb ik iets fout gedaan?

Wat ik niet fout doe is me beschermen tegen de zon. Ik ‘durf’ weer al meer in de zon komen t.o.v. vorige zomer. Niet dat ik lig te zonnebaden maar fietsen(juij, ik ben weer gaan fietsen) of wandelen of wat dan ook gaat wel weer. Sowieso de handeling zelf als ook in de zon dat doen. Ik smeer me (kilo)meters dik in en zie er dan heel wit uit. Het is zo’n minerale zonnecrème. Het weerkaatst de zonnestralen en je hoeft niet elke twee uren bij te smeren. Ik doe het soms wel nog als ik mijn vel te warm voel worden. Blijkbaar bestaan er ook die niet zo’n witte gloed laten zien, maar ik gebruik nu eerst deze op. Desalniettemin, in dit leven na bestaat ook beweging.

Enfin, die levens. Mijn eerste ervaring in een leven voor en leven na was grappiger (vanuit volwassen standpunt gezien).

De ontdekking van Sinterklaas. Het leven vóór Sinterklaas was zo heerlijk onschuldig. Alles ís dan, voor altijd. Altijd bij je ouders, altijd spelen na de schooltijd, altijd Sinterklaas, altijd veilig, altijd is het leven goed (behalve die pestkinderen in de buurt en op school maar oké, er was het veilige THUIS). Een buurmeisje had het me verteld. Het is je mama die dat doet. Hoe kon dat nu? Mijn mama was toch elke avond thuis. Zij ging echt niet overal snoep in alle kinderen hun schoentjes stoppen … Dat zei ik dan ook nog. Hoe heerlijk naïef het leven als kind toch is. Na veel nadenken, begreep op een keer zelfs ik dat het wél zo was. Iedere mama voor haar eigen kinderen. Sinterklaas, dat was bedrog. Gelukkig was er nog de Kerstman en de Paashaas …. Oh jee, nee toch! Die bestaan dan ook niet! … Het was de eerste krak in mijn onschuldige leven.

Het eerste leven voor en na …

Er zijn er nog geweest natuurlijk. Een verhuis tijdens mijn kinderjaren. Het was eerst een ware cultuurschok maar na een jaartje tot aan mijn volwassen leven bleek het een waar paradijs, dat buitenleven midden tussen alle fruit dat je je in die streek maar kon inbeelden. Zoveel plaats, zoveel groen, zoveel tuin, verse melk van bij de boer rechtstreeks in de kookpot, waar dan heerlijke pudding van gemaakt werd, …

Het gaat er vooral om (denk ik toch) hoe goed je het een plaats kan geven en iets maken van het leven na, waar je inzit. Hoe dan ook. Je weet immers niet in welk leven vóór je zit, zolang dat punt zonder terugkeer naar wat was er nog niet is. Het leven na is het leven nu! Met dat been in de te warme kous, met dat vollemaansgezicht, met de onzekerheid, met de niet-dagen, maar ook met die woorden teveel om op te schrijven, met altijd iets te doen, met de fiets waar ik nog niet van af val (op een keer na, maar dat waren de omstandigheden, niet mijn wankele evenwicht). Met de solden die bezig zijn 😉

Het leven ná is het leven nú !

Het hier en nu, moedig(?) en teveel papierwerk.

Wat je herkent, ken je zelf ook. Wie zegt dat ik moedig ben (ook al hoor ik dat graag), is dat (ooit) zelf ook (geweest). Onderschat dat niet! 🙂

Maar zo koelbloedig ben ik niet, of moedig, of dapper. Het is gewoon noodzakelijk om een weg te vinden om met die hele verandering om te gaan, die verandering die dat monster me opgelegd heeft. Ik lees ook verhalen van andere mensen met een monster.  Niet altijd kanker daarom, maar wel heel ingrijpende monsters op bezoek, die hun leven ook helemaal omgooien. Ieder vindt zijn/haar eigen weg. Iemand gaat schrijven, maakt tijd voor een hobby of zal veel meer gaan lezen, gaat vrijwilligerswerk doen, … vooral naar gelang hun fysieke en mentale kunnen vermoed ik.

De ene blijft werken, de andere liever niet meer. Ik zat er zowat tussenin. Werken zal me afleiden, dacht ik, maar op den duur was het zo vermoeiend dat ‘dapper’ zijn vooral dom zou zijn. Die eerste weken dat ik niets deed, toen ik pas thuis was, was ik niet moedig. Ik zocht alleen maar een weg om met de dingen om te gaan. Ik weet niet of ik het geluk kan noemen of niet, maar ik was vooral te vaak te moe om iets te doen. Toch dacht ik er al dikwijls over na wat ik ‘hierna’ zou kunnen doen. Dat ‘hierna’ heb ik – met moeite,  nu soms nog – los gelaten. Ik besprak het bij het laatste onderzoek nog met mijn oncologe. Dat ik ‘hierna’ liever iets anders zou gaan doen dan weer elke dag naar de praktijk rijden en enkel ’s namiddags en ’s avonds werken. Te vermoeiend, sowieso, de ritten, de onregelmatigheid van dat werk, onzekerheid over inkomen, tijdens de schoolvakanties te weinig werk, de kosten …

Loopbaanbegeleiding is een mogelijkheid, hierover  heb ik al heel wat informatie opgezocht  én werksituaties bedacht waarin ik dan zou passen, met mijn ervaring, zowel levenservaring als professionele ervaring.

‘Dat is nu nog niet aan de orde’, zei ze, ‘We zullen evalueren in het najaar, hoe het dan met u is. Dat is veel realistischer.’

Dat is duidelijk! In het hier en nu blijven dus. Misschien kan ik wel eens een lang weekend weg, niet te ver van hier en tijdens de zomer niet te warm … Kreta, dat zal nog niet voor onmiddellijk zijn.

Deze week zat er een brief van mijn ziekenfonds in mijn e-mail. Of ik de bijlage wilde uitprinten, invullen en ASAP terugsturen. Het gaat over mijn studie- en werkverleden. Dit is de derde keer dat ik zoiets moet invullen. Het digitale, privacy-loze tijdperk !! Proficiat en hoera !! De reden voor die vraag? Ik citeer: “Om uw arbeidsongeschiktheid correct te kunnen beoordelen en om uw mogelijkheden tot re-integratie in de arbeidsmarkt te kunnen inschatten.” Ik moest dit vorig jaar en dit jaar bij aanvang van mijn ziekteverlof ook al doen. Kreeg ik de ziekenhuisfacturen ook maar zo snel terugbetaald als dat ik die informatie NOG EENS moet doorgeven.

Het maakt me natuurlijk ook ongerust. Gaan zij,  vanachter hun bureautje, nu echt kunnen inschatten wat ik aankan of niet?

Ziek zijn is vermoeiend. Zelfs als je de zorgen van het ziek zijn zelf, het rusten, de medicatie, de onderzoeken, de revalidatie, … niet meerekent, blijft het vermoeiend. Alleen al dat papierenwerk. Het zoeken naar van alles en nog wat, waar je recht op hebt, aanvragen die je kan doen, huishoudhulp zoeken via het ziekenfonds, … bijna de hele tijd heb je afspraken na te komen, brieven te beantwoorden, …

Als ze me willen re-integreren denk ik dat ik een burn-out* van het gere-integreerd ziek zijn krijg …

* voor burn-out zoek ik nog een Nederlandser / Vlaamser klinkend woord. Ik houd van taal, ook de Engelse, maar niet dat er zoveel woorden in onze taal sluipen. Bij mij is bv. een bucket-list een emmertje … Uitbrander is al een bestaand woord, maar dat betekent iets anders. Misschien is dat iets voor mevr. De Block? 😉

 

Barbaren ?

Het leven als monsterpatiënt in behandeling gaat vrij traag … zelfs voor deze Limburger. Gelukkig zijn er niet meer zoveel echte slechte dagen, maar de actieve dagen van voorheen (lees : meestal gestreste dagen … ) zijn er nog niet bij.  Lezen en schrijven zijn dan heel welkom, zeker als verpozing tussen het ‘verstandig-actief’ en ‘plezant-actief’ door.

Naar aanleiding van wat ik aan het zoeken was in mijn dagboek bij mijn vorig blogbericht kwam ik dit tegen, dat ik enkele dagen na die kleine ingreep schreef. Nog steeds actueel, helaas :

Als we nu eens de bedelaars echt uitsluiten

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als we nu eens de vluchtelingen in kooitjes zetten

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als we nu eens de zorgenkinderen in een instelling plaatsen

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als we nu eens de werkzoekenden goed afstraffen voor hun werkloosheid

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

Als nu ook maar ineens die zieken, die zwakkeren, onthielden van een zeker basisrecht

Als we nu eens naar hun verhaal luisteren

We zouden ontdekken dat we niet moeten, wel dat we kunnen, dat zij kunnen, dat zij willen, dat zij ook zijn, zijn.

De Barbaren van Kavafis, waar iedereen zo bang voor was, die zijn toch ook nooit gekomen …

11 april 2017