Boekenchallenge 4 – De Amandelboom van Michelle Cohen Corasantie

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er acht gelezen, aan een negende bezig.

‘De Amandelboom’ van Michelle Cohen Corasantie.

Het boek beslaat een periode van iets meer dan een halve eeuw te beginnen in 1955 in Palestina. De oudste zoon uit een groot gezin leert al heel vroeg wat oorlog en bezetting betekenen. Indien u geïnteresseerd bent in de inhoud, kijk HIER aub.

Ik wandelde hierna enkele dagen zonder leesdoel verder.

Hoe een jongen van toen amper tien jaar argeloos zijn vader in grote problemen brengt en welk effect dat heeft op de hele familie.

Welke gevolgen de bezetting, toen nog niet zo lang, en de onderdrukking, de regels, de avondklok, de uitsluiting, de vernederingen en het ondergaan om te overleven met zich meebrengen. Aan de ene kant joden die pas uit de oorlog kwamen en velen van hen de holocaust overleefd en tal van geliefden en familie verloren. Wat moesten zij met al die wraakgevoelens? Dat wordt wel duidelijk in het boek.
Aan de andere kant de Palestijnen die hun land dat ze al zo lang kennen, steeds kleiner zien worden. Ook daar ontstaan wraakgevoelens en verzet.

Tussen dat alles door overleeft het gezin zo goed en zo kwaad mogelijk. Ichmad, zo heet de zoon, is hoogbegaafd en heeft het geluk gehad een goede leraar te hebben die hem ’s avonds, na zijn zware werk, verder les geeft. Ichmad raakt zo zelfs in een Israëlische universiteit. Daar past hij toe wat zijn vader hem leerde: probeer de ander te begrijpen. En dat deed hij. Zo komen hij en zijn Joodse docent tot een dialoog en later een samenwerking en vriendschap die tot hun oude dag duurt.

Natuurlijk zijn er nog andere gebeurtenissen en personages die belangrijk zijn, aan beide kanten van het verhaal. Het toont, hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, dat het met dialoog mogelijk is wraaklust op te lossen. Vergeten hoeft niet.

Ik hoop dat dialoog mogelijk is tussen de personen die echt over grote delen van de wereld controle hebben, al weet ik dat dat ijdele hoop is.

Ik schreef ook nog iets op Azertyfactor. Het is een tekst die ik voor wedstrijd schreef, een ultra kort verhaal. Ik sloeg het verhaal op onder de map ‘Niet gewonnen wedstrijden’ 😉
Heeft niets met het boek te maken.

Boekenchallenge 3. Mazzel tov – Margot Vanderstraeten.

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er zeven gelezen, aan een achtste bezig. 

Hebban lijkt me nogal ingewikkeld. Desalniettemin lukt het me tot nu mijn gelezen boeken in de challenge 2026 te zetten. Ik blijk – per ongeluk – een tweede challenge boekenplank gecreëerd te hebben. Een beetje verwarrend. De boeken die ik lees, zijn dat  gelukkig meestal niet.

‘Mazzel tov’ van Margot Vanderstraeten. Het boek had me in zijn greep. Om zo een inkijk te kunnen hebben in een joods gezin in Antwerpen. Margot schrijft over de tijd dat ze de kinderen van een joods gezin begeleidde met hun huiswerk gedurende zes jaren. Dat was in de jaren tachtig, negentig van de vorige eeuw.
Er ontstaat een vriendschap die jaren na deze tijd blijft bestaan. De kinderen zijn volwassen, hebben zich verspreid, ook (ver) buiten Antwerpen, krijgen zelf kinderen. Waarschijnlijk zijn ze nu nog bevriend.

Het verschil in de culturen en de wrijvingen die dat met zich meebrengt spatten soms van de bladzijden af, te meer omdat de auteur in die tijd samenwoonde met een Iraanse man, een vluchteling.
Maar al zijn er wrijvingen, ze blijven naar elkaar luisteren. Er ontstaat een mooi respect voor, alsmede een gezonde afstand van elkaar. Vaak ook nieuwsgierigheid naar elkaars manier van leven zonder eigen cultuur te verloochenen.

taalkundig ook nog iets bijgeleerd

Sommige clichés worden – nogal pijnlijk – aan de kaak gesteld. De scène waarbij ze aan het wandelen is met een dochter van het gezin én diens hond, spreekt boekdelen.

Ze worden bedolven onder de verwijten van een winkelierster in de buurt, omdat de hond tegen de gevel van haar winkel plaste. Jullie soort en wat denken jullie wel en nog veel meer. Ik vroeg me af als het baasje van de hond een hanenkam had en zijn huid vol tatoeages stond, of die winkelierster ook zo gescholden zou hebben.
Het stemt althans tot nadenken over ons eigen denkpatroon. Men hoeft geen sterke racistische gevoelens te hebben om in een cliché te denken. Clichés zijn het vaakst sterker als men niet of onvoldoende geïnformeerd is.

Margot Vanderstraeten schrijft vlot, heel leesbaar. Ik houd wel van haar stijl. Ik zag haar ooit in ‘Alleen Elvis blijft bestaan’, met Thomas Vanderveken. Ze zei iets over de taal van Meulenberg (Houthalen) waar ze school liep. Dat kwam ook in haar boek terug. Verder sprak ze ook heel mooi, niet overdreven zuiver, wel vrijwel foutloos met een nog licht Limburgs accent. Of was dat mijn Limburgse afkomst die dat wilde horen?
Wat niet in haar boek terug kwam, was het woord ‘Goesting’, een woord dat ze – toen – verfoeide. Laat dat nu in mijn top Tien favoriete woorden staan …

De inhoud van het boek en recensies vindt u HIER.

Of wat onwetendheid, onbegrip en/of angst teweegbrengen

Een Griek

Gisteren bijna een week na de tigste baxterronde wordt mijn lichaam weer wakker en besluit te gaan wandelen. Ik ga mee. Verder dan mijn dagelijkse boodschappen met een extra ommetje. De stappenteller wil ook graag bezig blijven. Die keek nogal eens op, mijn snelle teller.

De zon schijnt, het is nog voormiddag, het ochtendverkeer is geluwd en het is maandag. Hoe rustig kan ik het wensen.

Mijn voeten brengen me richting centrum, heel wat stappen, vanwaar ik woon. Onderweg spreekt iemand me aan in gebrekkig Engels. De man lijkt nogal gehaast. ‘Market okay?” en hij wijst richting centrum.

Yes oké.” zeg ik en we wandelen verder, meneer een tredje sneller dan ik. Ik zie hem voor me stappen en hij lijkt me onrustig. Ondertussen bedenk ik dat ‘Market’ vanalles kan betekenen. Is er misschien een markt in een wijk kortbij? Bedoelt hij de Grote Markt? Want dan moet hij nog een heel stuk stappen.
Als hij even stilstaat,  spreek ik hem weer aan:

Sir! Which market do you mean?
The supermarket.
There is a Carrefour nearby.
– No, supermarket Okay.

Dat was een hele euro die valt. Ik ken in die buurt geen Okay. We hebben dan al de Belgiëlei achter ons. Hij probeert nog wat te vertellen.  Tussen het voor mij onverstaanbare Engelse woorden valt me ‘Ellada’ op.
Ah! Etsi (Ah zo!)  Het gesprek zet zich verder in het Grieks, t.t.z. vlot tegen stuntelig. Heb ik daarom zoveel jaren Grieks gevolgd?

Wat ik begrijp is dat zijn zoon hier woont en werkt. Dat hij op bezoek is omdat hij zijn twee kleinkinderen wil zien en dat hij nu in de Okay moet zijn. Hij wordt opgebeld en na het gesprek zegt hij me dat de Okay nog verder naar het centrum is.

We praten nog wat, vooral hij, dat zijn zoon als kok in restaurant Madonna werkt in het grote museum met de skalopátia (trappen) en of ik daar al geweest ben. Ik vermoed het KMSKA dat ik tot mijn spijt nog niet bezocht heb.
Hij is van Mytilini en daar zou ik ook eens heen moeten. En bij Madonna gaan eten. Dat staat genoteerd. Echt! Ik heb het in mijn notities van mijn smartphone bijgezet.

Dan geeft hij me een hand en zegt Chárika (zoiets als fijn u ontmoet te hebben) en ik herhaal want ik vond het ook fijn om zomaar op een maandagochtend in de zeldzame rust een Griek te ontmoeten op de Mechelsesteenweg.

Hij gaat weer verder. Ik ben nog dingen aan het noteren en wandel ook voort. Hij stapt nog voor me – steeds iets verder want hij is behoorlijk snel – tot ik hem plots niet meer zie. Ik kijk al wandelend rond en vierkant, ook om te zien of er een Okay is. Maar die zie ik niet. Dan maar gewoon verder gestapt, naar het centrum. Ergens, onderweg naar een boekhandel zie ik een affiche hangen over een tentoonstelling in het KMSKA, ‘Zingend rood’ (ook met Ensor).

Ik zal snel die skalopatia eens betreden en een gluten-slash-lactose-vrij hapje na een tentoonstellingsbezoek verorberen en vragen naar de Griekse kok.

Ps: aangezien ik toch wat ongerust was over het al dan niet verloren gelopen zijn, heb ik via de FB groep ‘Grieken in Antwerpen’ een bericht gestuurd met de informatie die ik dacht te hebben. Ik heb geen reactie gekregen maar ik veronderstel wel dat hij terecht is. Niemand laat toch zijn eigen pa alleen als die in een vreemd land jou komt bezoeken?

Buikgevoel

“Oppassen met gluten en lactose.” Dat was het verdict na een doktersbezoek. Dat vond ik niet vreemd. Het was me al enkele keren overkomen, uren plat op mijn rug of zo’n beetje op de linkerzijde om minder pijn te voelen.

Lactosevrij valt goed mee. Dat deed ik al nagenoeg volledig voor een hele tijd. Geitenkaas bijvoorbeeld wil wel lukken.
Glutenvrij daarentegen is voor een broodeter en pasta- pizza liefhebber niet vanzelfsprekend. Maar oppassen zoals de dokter aanraadde en volledig bannen zijn twee verschillende dingen.

Op het buikgevoel afgaan is daar de boodschap. Laat nu juist dat zijn wat het minst gebeurt. Niet getreurd, wat je geleerd hebt, kan je ook weer afleren met ruimte om iets nieuw te leren.

Brood om mee te beginnen. Zelf bakken was vrij goed gelukt met glutenvrije broodmix. Alleen ontbrak er toch wat zout aan en de broodsmaak boven en onder de vegankaas* met mosterd en een tomaatje was wat droog. Dat kan anders, wordt waarschijnlijk vervolgd en intussen is er desembrood uit de natuurwinkel.

Overigens heb ik ook zelf humus gemaakt, van spliterwten. Niet slecht, helemaal niet slecht. Het smeert nog wat brokkelig, maar alle begin kent een stijgend succesvol vervolg …

Ik ben vergeten welke kruiden dat zijn, ik denk dille.

De pizza dan. Dat ging vrij vlot. De glutenvrije pizzabodems waren wel wat droog. Olijfolie (Kretenzische, misschien maakt dat wat uit…) versoepelde het deeg wat. Zoals een smeersel op oude gewrichten. Ik belegde de pizza met gerookte Schotse zalm, een havermoutmelksausje en wat plantaardige kaas* erbij.  
Deze pizza lukte, de eerste glutenvrije was geen zicht. Ik at hem wel op, lekker genoeg tussen de droge brokken door…

Wat dan met taart en cake? Hoewel ik eerder iets hartigs dan zoet verkies, kan dat af en toe smaken. Een glutenvrije cake met extra toevoegsels viel heel goed mee om te bakken. T.t.z. deze keer! De eerste keer werd een plakkerig boeltje. Ik ben de quatre-quart gewoon van vroeger thuis. Het is dan ook raadzaam om de richtlijnen op de verpakking van zo’n cakemix eens te lezen.

Zo gedacht zo gedaan. Nu heb ik een smakelijke glutenvrije cake met wortelrasp, appel, citroensap, chocoladedruppeltjes en kardemom. Dat laatste schijnt goed te zijn voor de spijsvertering. Dat scheelt toch wel een rennietje.

Binnenkort ga ik glutenvrije pannenkoeken proberen met daarbij iets hartigs of fruitigs of een mengeling. Ik heb ook nog wraps …

foto helemaal bovenaan: uit een turkooizen tijd. Ik heb intussen ook wat vegan ijs ontdekt. Die maak ik niet zelf 🙂

* zou hier een apart woord voor bestaan? Kaas is sowieso bereid van de melk van een dier. Plantaardige kaas / vegankaas zou een eigen naam mogen hebben.
Misschien iets voor #wouterdeprez ?

Honderd

Vandaag zou ge honderd jaar worden
we zouden u vieren, we zouden u verrassen

Gij zou dan de blije en onverwachte gast spelen
benieuwd wat we al die stiekeme weken
en maanden gefabriceerd hadden

Ge zou genieten van de hele dag of misschien wel hele week
van de journalist die langs komt en dan de obligate vragen stelt
vanzelf geeft ge dan de obligate antwoorden
in een originele woordenwaterval alsof
honderd een diep geheim inhoudt

We zouden u meetronen naar ergens zoals toen
naar Oostende met de trein vanuit Hasselt
en vanuit elk station stapt een ander kind van u op
met eigen gezin en in Oostende zit het rijtuig vol
we moesten er nu wel enkele meer reserveren
En ge zou op het perron al zo fier zijn :

De laatste vier rijtuigen zijn gereserveerd voor mevrouw Cox.”

We bleven een week en logeerden in Blankenberge
zoals een nog veel verder weg toen, in zo’n paviljoentje
we zouden het halve hoofdgebouw moeten inpalmen
de paviljoentjes zijn nu grotendeels weg, vandaar

Ge zou daar zitten, achter het windscherm en uw hele kroost rond u
en aan hún kroosten verhalen vertellen en ge zou zoveel lachen
En iedereen wilde met u op de foto; verhalen vasthouden
Gij zou alle verhalen van de laatste twintig jaar nog kennen
had ge uw dagboek weg gedaan voordat … ?

We zouden een avond vol steken met show en entertainment
het wemelde van de one-man-slash-woman optredens
en zelf in elkaar gestoken bandjes met hippe liedjes
en we zouden de Bourgondiër zo veel eer aandoen!

Ge zou zoveel gelachen hebben en wij deden vanzelf mee!
Vandaag wordt ge honderd, waar ook. Wat een dag!

April – en fictieve gemeente met filialen

Alsof mijn leven spannend is
alsof er dagelijks avonturen zijn
alsof die dan onwaarschijnlijk zijn
Zo verliep ook april
Waarin gevraagd werd ‘alles goed?’
waarin geantwoord werd ‘ah nee, toch?’
waarin verbaasd weerwoord kwam ‘hoezo?’
waarin ik zei ‘wat zou ik hiér dan doen om de zes weken?’

Pasen is voorbij en het is nog even wachten op de vijgen
dat lijkt dan weer op komkommertijd

De grillen en resten van maartse buien 
katapulteren deze, andere en mezelf
van hot naar heir en kris kras weer terug

– het verhaal van de alsof-gemeente –

Ik was in een alsof gemeente met huizen en studio’s 
- zoals dwalen door Mini Europa - slenterde ik
door keukens die de grootte hadden van
minstens de helft van de oppervlakte van
daar waar ik mijn adres heb en dus woon
door kleine ruimtes waar alles in paste en
waar de dingen gelukkig waren ik vermoed door
het terrasje het straalde alsof zomerse warmte uit

Weer hier verstopte ik mijn winterkleren in
mijn nieuwe kledingopberger en wokte ik ’s avonds
restjesgroenten in mijn nieuwe wok, gekocht in die ene
gemeente waar ze binnenkanten van woonsten verkopen
Heel wat anders dan de woonst van vader waar
verwarring in de geest heerst en de blinde vlek
steeds groter wordt en opgeven zijn woordenboek 
nog niet bereikt heeft     zorgen voor krijgt nu 
een andere dimensie   een zesdimensionale! 

Tussen de beruchte haakjes: ik las ook ‘De zaak Templeton, Javier Castillo (foto uit boek), bakte onbedoeld ongezouten brood (foto bovenaan), probeer ook het Schots-Gaelic een beetje uit.

Onderweg naar 1 mei waar het publiek jonger is
en de wind (ja, ik houd ervan!) mijn neus achterna zit !

Spannend spannend spannend

Ik heb het bijna gedaan, twee teksten bijna klaar voor twee verschillende wedstrijden. 
De vraag is niet óf ik mijn woorden zal insturen. Er is overigens helemaal geen vraag hieromtrent.
Enkel een twijfelaar 
– die ben ik –
over het nu insturen of
nog wachten tot de bijna einddatum
ook wel eens deadline genoemd maar dat
vind ik nu eens een morbide woord: dode lijn, allez
vind het maar eens uit! Het lijkt op een Antwerpse
tramlijn of een Gentse of Brusselse maar ik woon hier
vandaar!

Welke wedstrijden ?

Een korverhaal met einddatum op 30 april eerstkomend, maximum een aantal woorden.
Een gedicht met einddatum op 10 mei daarna komend, maximum ook een aantal woorden, de helft meer dan dat kortverhaal.
Op Azertyfactor vindt u meer hierover. En over andere wedstrijden. Nu nog de woorden op de goede plaats zetten.

AMK

foto boven: door deze bril zal ik binnenkort kijken (website Pearle)

Taaldingetje

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Zo kwam het dat ik weet dat Aagje van de uitdrukking ‘nieuwsgierig aagje’ (zonder hoofdletter) uit een verhaal komt dat in 1655 werd geschreven en zich in Enkhuizen afspeelde. Aagje was heel nieuwsgierig en ging met een schipper mee naar Antwerpen. Daar raakte ze door haar nieuwsgierigheid in allerlei problemen.

Ook dat de letter q vroeger veel frequenter  gebruikt werd. Tot iemand het quatsch vond en in veel woorden de q(u) werd vervangen door k(w).

Kwantum, kwaliteit, … Kweetnie wat ik ervan denken zal.

De januskop heeft ook zijdelings iets met januari te maken. Januari is volgens sommige bronnen afgeleid van de Romeinse god Janus. God van deuren en andere doorgangen en god van het begin en het einde. Daardoor werd hij voorgesteld met twee gezichten; het ene kijkt vooruit, het andere achteruit. Twee gezichten, onbetrouwbaar en daar is de januskop.
Ander mooi weetje in verband met januari is het woord jeans. Volgens sommige bronnen is januari afgeleid van de Italiaanse stad Genua, waar stevig katoenen weefsel werd gemaakt dat (in het Frans) Gênes werd genoemd (de naam voor Genua). Het verbasterde enkele keren zowel in het Frans als het Engels en werd uiteindelijk jeans.

Het blaadje van gisteren gaat over Xantippe. Dat laat ik u zelf lezen.

Ewoud Sanders zorgde voor deze bijdrage aan de Taalkalender

Bron gehele bericht: scheurkalender Onze Taal 2026.

Even achteraan een nieuwtje gooien. Eergisteravond ontving ik een mail van een diaken van een parochie in Brugge. Ze willen mijn Lapjeskat opnemen in het parochieblad aldaar in het teken van gedichtendag 2026. En of ze het mogen publiceren mét naam en bron (Woordentij die voor de warmste week gedichten van onzichtbare zieken verzamelde). Raad eens wat ik antwoordde?
Kan ik digitaal dat parochieblad lezen?

AMK

Que sera?

De niet gehaalde Hebban uitdaging van vorig jaar deert me niet. De boeken die ik las, heb ik met goesting gelezen.

Intussen komt de energie met beetjes en vlagen terug. Meneerke Griep heeft me geniepig wat afgepakt! Overmoedig of niet, besloot ik toch om een nieuwe lees-uitdaging aan te gaan. Ik heb nu vier boeken op dat plankje staan. Er komen er nog bij want in totaal, zo daag ik mezelf uit, zouden het twintig boeken worden.

De eerste is gehaald! Ik las het boek ‘Hera’ van Jennifer Saint. Nu ja, ik las er vooral vorige jaar in, ik heb het nu uitgelezen.

Van Saint las ik ook al Ariadne en Atalanta; de eerste vond ik de beste. Hera was wat moeilijker te volgen. Het bestrijkt nogal wat jaren, eeuwen waardoor het een beetje aan de oppervlakte blijft hangen. Toch zitten er naar mijn gevoel wel wat ladingen in. De voorstelling van Zeus is een meedogenloze narcist en machtsmisbruiker. Waar zien we dat nog? Het mooiste vond ik wel dat Hera pas innerlijke vrede en rust ervaarde toen ze afdaalde van de Olympus, alle controle en macht overboord gooide en zich ergens tussen de stervelingen bevond.

Ik geef u de link naar dit boek op Hebban. Daar heb ik niet zelf een recensie neergezet. Bij interesse vindt u daar een beschrijving en andere recensies: HERA.  

Voornemens zijn vogels voor de kat geworden. Die maak ik dus niet meer. Van mijn plannen hoort u waarschijnlijk wel wanneer ze in uitvoering zijn of al uitgevoerd.

Que sera, sera.

AMK

Vijgen na Kerstmis

Ge kent dat wel, uw eigen jaaroverzicht. Zal ik het via het alfabet schrijven, zoals ik in een blog las? Of via foto’s zoals ik in een andere blog zag? Nog iets anders? Dat dacht ik zo tussen Kerst en Nieuwjaar samen te vatten.

Toen kwam meneerke Griep op bezoek, zelfs een tweede keer. Hij bleef hangen. Hij pestte en tartte me. Alleen kan meneerke Griep geen warmte verdragen en daar had dit vege lijf een oplossing voor: koorts en ferm optreden: uitzweten! Voilà, die is nu echt weg.

Over de aangelegenheden op wereldvlak en hun ego-leiders heb ik één vraag: ECHT?

Verder ben ik de enkeling die in 2025 wat stilstond. Het bleek wel nodig te zijn. Toch, zonder eureka of aha, is er iets dat me graag overspoelt: ONDERWEG zijn. Zo zijn er nog wel mensen die ik ken, ieder op zijn/haar eigen manier.

Onderweg heb je zo weinig nodig, af en toe uitrusten, wat eten en drinken et voilà! De ballast overboord en plaats voor een zeemeeuw, een koffietje, familiefeestje, een geboorte of twee (van in totaal drie kindjes)…

Ik was aan zee. Ik was in Oostende. Ik was bij familie, bij vrienden. Ik was in Hasselt, in Nijmegen. Ik was ook hier, waar ik vooral veel opruimde.

Vader bezoek ik ook nog elke week (behalve vorige week, wegens meneerke G.).

Schrijven vond ik wel afzonderlijk. Daar zit ik in een wereld die niemand anders wat aangaat. Tot ik het toelaat en post, al hier of daar. Overigens staat de Lapjeskat weer open.

De leesuitdaging is niet gehaald. Ik treur er niet om. Lezen is een andere afzonderlijke manier om even in plaatsen te zijn, waar je anders niet komt.

Hoogtepunt noch dieptepunt. Wat ik wel speciaal vond, was het bezoek aan het huis waar ik in mijn prilste kinderjaren opgroeide. Dat stond te koop. Ik vroeg een bezoek aan en kreeg een rondleiding, ook in vogelvlucht door de eerste negen jaren van mijn leven. Daar schreef ik iets over, waarmee ik mijn laatste blog afsluit. Als een afscheid van een leven dat niet meer is, aanvaarding van wat wel is, en op die kracht weer vooruit. Zie onderaan.

Veel bestaan en laten bestaan, dat lijkt me een hele opgave om een jaar mee te vullen. 

AMK

Huis opnieuw te koop 

Onze geuren definitief weg
verhard in de aangepaste tuin

Gekrompen kamers
Ikzelf al lang gegroeid

De living vol leven
de eetkamer vol eters
de keuken met zicht op
het tuingebeuren, veel gras
de schommel, de zandbak en wij
het hart van ons gezin daar beneden

De vele volle slaapkamers
de badkamer met een balkonnetje
moeder in een warm bad en wat rust
vader met een scheerkwast en een plakker
nog even, nog even dan is de bende wakker

Een vaag beeld van grote broers
op een zolderkamer in een stapelbed
een zus tussen kind en bakvis en al zo wijs
het grote bureau, de vijfcijfer-telefoon met snoer
een losse revue van een pop of twee in eigen paleis
de grote zus die al een lief had en mijn kleine slimme broer

Herinneringen zwaaien naar mij
Waar bleef je zolang?

Ik zwaai terug
naar het vijfde kind
naar dat derde meisje
naar de buren die nu gluren
en deze die niets meer moeten
naar de kiezels van het zijpaadje
waarop mijn knie ooit hevig bloedde

Ik zwaai
naar toen
het onverharde
het toen moderne
alles wat niet meer is
Ik zwaai nog één keer
naar de geuren van weleer

AMK

Op dit paadje bloedde mijn knie en smolt mijn vers zomerijsje.