Herfst plannen …

Alles lijkt al geschreven. In de vergetelheid van de zomer, wieg ik langzaam naar de herfst.

Het mag weer rustiger. De overprikkeling plaagt me. Vandaar. Ik lees niet meer alle blogposten die binnenkomen, noch volg ik elk nieuws- of ander feit. Ik pik eruit wat mij aanspreekt op het moment dat het zich aandient. Zonder u te plagen met het waarom van de dingen, zie hier een update… van iets 😉

Er was een plan: sterker worden; echt fysiek sterker. Geen doorgezakte rug meer van te veel stilzitten in coronaire tijden. De rugschool! Het plan viel in duigen. Van duigen kan je een ton maken, mijn duigen pasten echter niet in elkaar. Postoperatieve pijnen kwamen weer de kop opsteken. Een overschakeling naar het light programma bracht soelaas. Tot een scherpe pijn in rechter bovenarm en elleboog een voorlopig einde van mijn plan afdwongen. Het was lang geleden, echt heel lang, dat ik nog eens huilde van de pijn. Zelfs zware migraines doorsta ik met droge ogen.  De specialist zag een nekprobleem, hoewel ik aan mijn nek niet zoveel voel. Straffe ontstekingsremmers en een speciaal kussen brengen voorlopig een beetje verlichting. Afwachten wat de controle overmorgen brengt. De toffe dingen raken zo in die mislukte ton waarbij de duigen zowat met haken en ogen aan elkaar hangen. Tot zover mijn klaagzang.

Enkele oktoberplannen vallen weg wegens afgelast. Ze worden in november ingericht. Dat is een hap in mijn tijds- en energieplanning (ik plan mijn persoonlijke energieverbruik tegenwoordig, meestal werkt dat het beste om daarna niet voor enkele dagen plat te gaan).  Het houdt oktober nog rustig en dat bevalt me prima. November maak ik niet drukker dan het nu geworden is. Het is goed zo. Vaak is niets wat het worden zou.

Verder dan dat raak ik nu niet. Wel bezig aan schrijvertjes zoals een ontmoeting die in september plaats vond, waar ik nog goede woorden voor zoek en een betere schrijfarm afwacht. Soms ligt Griekse Liefde gewoon in Limburg…

Agapi

Enkele verrassende artikels over mensen die ik ken en die al een boek gepubliceerd hebben, vind ik het vermelden meer dan waard. Die vond ik in ‘Verzin’, het tijdschrift dat je aan het schrijven zet (zo staat op de omslag), van Creatief*Schrijven. Over twee mensen (Joey Brown en Christine Van den Hove) schreef ik al hier en hier. De derde was een medecursist in de workshops ‘Column’. Ze schreef het verhaal van haar zoontje. Omdat ik niet weet of ik zomaar foto’s van dat tijdschrift kan delen, geef ik u haar*website mee. Het boek heet ‘Kraanvogel, vlieg’, een beklijvend boek over verlies van een kind.  De kraanvogel in de titel sprak me aan. Dat is, naast het Steenmannetje, het symbool van Melanoompunt.

Overigens, de vierde editie van Melanoompuntjes  staat online. Neem een kijkje, niet alles gaat over onze ziekte. Intussen kijk ik uit naar het mee in elkaar boksen van de vijfde editie.

Zo blijf ik in beweging al lijkt het soms bevroren inertie in kwadraat. Als ik alles optel aan het einde van de dag, kom ik toch boven nul uit 😉

Korte pauze…

Hier ben ik niet uitgestapt…

Wordt nog aangevuld, verteld, van Frida Kahlo, ontmoeting met een van mijn nieuwe nichtjes tot een onverwachte duik in het niet zo diepe…

Tot gauw, ik tank even woorden bij intussen.

Geniet van wat is, wees niet boos om wat had kunnen zijn.

Mens, erger me niet…

Of hoe onderhuidse spanningen even ‘onschuldig’ kunnen geventileerd worden. Ik doe het bijna automatisch, in stilte natuurlijk. Het verdwijnt ook even automatisch. Ziehier de column voor de wedstrijd die ik niet won 🙂 :

Ik grommel graag. Van ergernis naar ergernis begeef ik me door het wonderlijke doch kleinmenselijke aardse bestaan. Ik deed het als kind en zette het later dapper verder. Zou het ooit stoppen? dacht ik wel eens. Maar ik doe het nog steeds. Ik wijt het aan de omstandigheden die bondig om reactie vragen waarna mijn humeur even snel weer opheldert.

De jogger die met zwaaiende armbewegingen langs mij heen rent en me stil doet staan, wanneer er uit de tegenovergestelde richting een jonge vrouw met haar peuter in de buggy aankomt. Mijn grom is sneller dan mijn gezond verstand. Ze zijn gelukkig wel van voorbijrazende aard, de jogger en de grom welteverstaan.

Die jonge vrouw heeft niets door. Ze is druk bezig haar smartphone te bespelen. De peuter zeurt en waagt zich aan gymnastiek vanachter die buggygordel. Nog even en het lukt hem; eruit klimmen of vallen? Wat is hier de bedoeling van? ’s Avonds de builen op z’n hoofdje tellen? Toch wandel ik, haar in stilte de les lezend, voorbij.

Op allerlei manieren wordt mijn ergernis gewekt. Het zal me maar overkomen: lezen in een artikel, dat het heeft over de mensen dat de regels aan hun laars lappen, nog wel in het zogenaamde betere dagblad. Geheid grijp ik naar mijn smartphone om de redactie eens te vertellen wat ik ervan denk, hardop beter wetend ‘hoe ben jíj door die selectieprocedure geraakt?’ Maar voor ik het verzend, is de lucht weer geklaard.

De collectieve verwendheid van het bestaan, kan me ook – spreekwoordelijk – tegen het plafond krijgen. Ik ben toch niet verplicht om regenweer slecht te vinden? Is een flinke windstoot een spelbreker in mijn plannen? Moet ik echt weer luisteren naar het geklaag van deze of andere wandelaar die de mooie natuur moet missen omwille van… natuurelementen? Ga toch wat anders doen, denk ik en nestel me in de zetel met mijn dikke Outlander, blij met de honderden nog ongelezen bladzijden.

Bij de vraag “Alles goed met jou?” verstom ik, bijna het puntje van mijn tong afbijtend om niet al te grof te worden. Toch antwoord ik zelfs dan, vind ik zelf, nog beleefd: “Niet alles, maar bij wie wel?” Me verantwoorden over mijn toestand is vermoeiender.

Ergernis, als een stouteheersbeestje dat over mijn huid loopt en kriebelt. Zijn stipjes lichten vervaarlijk op. Voor ik als een gek begin te krabben adem ik diep in en uit. Enkel wanneer de stipjes blijven oplichten, waag ik me al eens aan een duidelijke taaltuiting. Zeker als het over ‘mijn zoveel vrije tijd’ gaat. “Ruilen met mij?” heb ik al meer dan eens gevraagd. De verstomming van die andere is dan een cadeau. Doch weegt zelfs die irritatie nu lichter.

De dag zit vol potentiële ergernissen en hoe sneller ik er lucht aan geef, hoe beter ik me voel, wetende dat het enkel dat moment is. ’s Avonds leg ik me moe maar tevreden neer, me verheugend op de dag van morgen, vol mogelijkheden om mijn eigen kleinmenselijkheid te verdoezelen met grommelen over die van anderen. Mens, erger me wel. Ik houd van u.

AMK.

Wees gewaarschuwd, deze ergerlijke persoonlijkheid hééft grenzen… 😉

Pasen

Pasen, voor iedereen wat anders, voor velen hetzelfde.

Op het kalenderblaadje lees ik iets over een heidens gebruik, waarbij versierde eieren geschonken worden, om het nieuwe leven te vieren. Pas later werd dat heidens gebruik gekerstend, zoals vele gebruiken. Tot op heden begrijp ik nog niet hoe het ene met het andere te maken heeft. Als kind al. Nu ik erop terugblik, de tijd dat ik ontdekte dat Sinterklaas en de Paasklokken kinderbedrog waren en ik mijn eerste grote teleurstelling in het leven meemaakte, herinner ik me dat ik echt dat verband zocht; dat verband tussen de verrijzenis en de Paasklokken die van Rome kwamen. Wat ik niet begrijp, kan ik dat geloven?

Wat ík niet geloof, kan ik wel respecteren bij anderen. Ik kan ernaar kijken en denken hoe fijn moet het zijn om zoveel vertrouwen te hebben, zelfs in je donkerste dagen. Ik moet niet alles begrijpen om het te respecteren. Waarom zou ik niet respecteren? Om die enkelen die van hun geloof misbruik maken? Om die enkelen die van iemand anders’ geloof misbruik maken?

Ik geloof in energieën van onze Aarde, in een universum, in kracht, in aanvaarding (al is dat vaak lastig), in respect, in weer opstaan en terug vínden.

Tenslotte geloof ik heel erg hard in…. chocolade! 😉

De Paashaas hoort het niet meer…

Smakelijk, vrolijk, ingetogen, rustig, uitbundig, muzikaal, kleurrijk, gemoedelijk, kies maar uit, voel maar aan… Pasen gewenst!

Wandeling

Ik maak al eens een wandeling. De laatste maanden vooral hier mijn buurt. Soms kijk ik rond, soms stap ik in mezelf gekeerd stevig door. Ik heb het lente zien worden en stilaan zomer. Ik heb het vooral gevoeld. Kriebelig, warmer, droger soms natter. Van kale bomen tot volgroene zwaar uitziende takken. Alles ziet er vól uit. Zelfs de regen voelt vol.

Ik maak al eens een wandeling, doorheen het dolle gewirwar van het internet, van Google, over Whatsapp, Facebook, ‘gewone’ email, schrijfwedstrijden tot, mijn favoriete, blogs. Soms vind ik er diepzinnige uitlatingen, soms grappige anekdotes die een zinvol bestaan uiten, kunstzinnige uitspattingen, dagboekverhalen, avonturen tijdens de lockdownperiode, … en een enkele keer kom ik iets speciaal tegen. In Talle’s Arts Community – https://www.facebook.com/tallesarts/ kwam ik een link naar een website van Brigitte Povel tegen, een kunstenares. Ze woont en werkt in Nederland. Omdat ze, naar eigen zeggen, teveel schilderijen in haar schilderhok heeft, ruimt ze op en geeft ze elke maand één schilderij weg. Het enige wat je hiervoor moet doen, is een verhaal schrijven. Vertel waarom dat schilderij voor jou is, waar het je aan doet denken …

Ik wandelde er virtueel langs in mei. Ik zocht, herschreef naar eigen interpretatie mijn tekst bij, verstuurde en kijk … ik, ja ik won! 😊

De reden waarom ik uit een Grieks lied putte? Het voelde zo aan. Dat is mijn les. Het voelt zo aan! Het is een lied dat ook door mij heen wandelt. ‘Als er een reden is.’ Ik voel soms teksten, zinnen, woorden als universeel aan. Bij dit lied ook, ook al zal het zo niet bedoeld zijn bij het schrijven ervan.

Door de toen nog strengere maatregelen kon ik het niet zelf gaan ophalen. Met de bereidheid van mijn zus haar zoon, die in Nederland woont, is het wel tot bij mij geraakt, sinds vorige week toen de grens weer open was voor familiebezoek.

Ziehier mijn winst (beetje naar beneden scrollen) en ineens de uitdaging voor deze maand (bovenaan): http://www.brigittepovel.nl/Gratis%20schilderij.htm

Wat doet u naar het universum kijken?

’t Is wat het is

Hoe vaak heb ik het zelf gezegd, wanneer ik wat wilde zeggen en niets vond.

Neen, dan de uiting van de frustratie. De tranen, de vloeken, teveel en te hard lachen, het lawaai, scheef zingen (echt, ik geloofde het eerst ook niet!), wandelen tot mijn gewrichten smeken om te stoppen, fietsen en onderweg platte band krijgen, de hele weg terug, te voet met fiets aan de hand naar huis. Dat zal me leren sè. Me zomaar laten gaan. Waarom? Om dat lawaai elke avond opnieuw? Om het opgeklopte gevoel dat ik bij al die social media berichten krijg? Over al die tips tegen verveling in uw kot? De vinger zal ik er wel niet op gelegd krijgen.

Soms heb ik enorme bewondering voor de serene wijze waarop mensen niet posten op allerhande social media hoe goed ze zijn. Enkele initiatieven daar gelaten natuurlijk. Het is uiteindelijk wat het is.

Al bij al, kritiek is vlug gespuid, ik doe er bij deze ook aan mee. Bij nader beschouwing vermoed ik dat het om de óverdaad gaat van wild enthousiasme, al dat begrip, lief en nog liever, of de overdaad aan ergernissen, daarbij ook aan onbegrip. Ik merk het aan mezelf. De ene kant van mij wil ‘er zijn voor u en u’, de andere kant van mij schreeuwt ‘laat me met rust!’ Is er dan niemand die het begrijpen wil? Begrijp ik mezelf nog wel? Herkent u dat gevoel? Dan weet u vast wel dat u me nù geen wijze raad geeft. Tot zover de actualiteit.

Tijdens de welke er toch nog het een en ander gebeurt.

Soms doe ik dingen die ik in dat vorige leven niet zou doen of zeker op de lange baan  zou schuiven. Bijna alle meubels hebben hier een andere plaats gekregen of krijgen dat nog. Bewegen in je kot. Toch actueel. Gehoorzaam van mij.

Dansen in de regen. Nog zo iets. Dat heb ik net niet gedaan, wel voelde ik me heerlijk verfrist na mijn (bijna) dagelijkse wandeling. Een boodschap hier, iets posten daar, van de ene naar de andere kant van  Oud-Berchem te voet en via een omweg doorheen straatjes weer naar huis. Dat deed deugd. Loat Mie moar lope langs de straote …. Zonder dat lief da’k zo gère zien.

Intussen groeien er verhalen in mijn hoofd. Ik schrijf ze in luchtballonnetjes die dan vaart zetten naar de luchtkastelen. Ik, arme drommel, bezwaarlijk meervoudig vastgoedeigenaar. Als mijn verhalen maar ergens terecht kunnen zolang er nog geen inkt vloeit.

Van sommige dingen die ik eerst deed, heb ik wat gas terug genomen. Het allereerste opgejaagde gevoel en de onwennigheid van de situatie staan nu niet meer zo op de voorgrond. Zoals van alles en nog wat een foto maken, van alles en nog wat uitproberen in de keuken. Het Griekse Paasbrood was het laatste. Het zag er niet uit maar het smaakte wel zo, tot het rode hard gekookte ei toe.

Mijn keukenactiviteiten beperken zich tot de dagelijkse beslommeringen waarin chocolade momenteel een belangrijke plaats heeft.

Het creatieve dagboek van Sarah Timmermans doe ik nog op momenten dat ik een aanloop nodig heb naar schrijven in kleur. Ik schreef er hier al over (zie net voor de foto). Het is een fijn houvast en intussen heb ik de penselen al meermaals werk bezorgd. Ik heb er zelfs een halve slaapkamer voor ingericht, mijn ‘atelier voor woord en kleur’ (of zoiets, het is nog niet gedoopt).

de spiegel is wel blijven hangen

Ik begeef me traag en bibberachtig op teken- en schilderterrein en dat is wel licht. Het maakt plaats in mijn hoofd. Ook al doe ik het niet elke dag.

Schrijfmeditatie, volgens Joey Brown doet het ook nog steeds bij mij. Hier schreef ik ook al enkele keren, bijvoorbeeld hier.

Morgen heb ik de laatste les in schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Dat waren er één fysiek aanwezig in lang vervlogen tijden en vier online. Vorige week was hilarisch. Het ging over humor ten tijde van corona. Ik ben eens flink van leer gegaan. Iedereen had er blijkbaar behoefte aan om onbeschaamd zijn of haar gal te spuwen. Onze docente kon er ook mee lachen. Gelukkig maar want dat was de bedoeling.

Intussen vond ik in mijn hoofd nog een luchtballonnetje dat terug is om inkt te laten vloeien, zie hier mijn schrijfsel. Zo u wenst, neem even pauze of een drankje 😉

De vloek

Laten we het eens over vloeken hebben. U weet wel, die woorden die frustratie uitdrukken, die je liefst niet uitroept waar kinderen bij zijn en al zeker niet uit een kindermond hoort komen.

Het komt onverhoeds, het overvalt me en naar ik opmerk, iedereen. Plots is er de vloek. Het beest in ons is los. Het hekje zat al fragiel. De kooi van machteloze opsluiting, frustrerende verdicten van berichten rondom ons onze oren heenslaand.

Hoe vaak zou ik al aan dat hek hebben gerammeld? Geluidloos geschreeuwd in eenzaamheid. Niet zozeer omdat ik alleen ben, eens temeer omdat ik me alleen vóel. Niemand begrijpt me! Help!

Maar ik maak deel uit van die maatschappij waar nu eenmaal, of eerder meermaals, de normen van het goed fatsoen gelden. Het is nu eenmaal wat het is. Volhouden!

Toch, soms is de boog net iets té gespannen, ongemerkt, dat wel. Als er dan heel veel aan die kooi gerammeld wordt, het hekje bijna losgeschud, is er ei zo na niet veel meer nodig om de boog helemaal te laten knappen. Een teenstoot, een kopstoot, een spierkramp, helaas mijn schrijfspier, zelfs een berichtje dat ik net iets anders interpreteer, kan me over de schreef trekken.

Dat hek vliegt open, ik vermorzel het en laat me – voor even weliswaar – ongegeneerd gaan in een woordenstroom die zelfs de zatste smeerlap doet blozen. Ik ken zo niemand, maar dat doet niet ter zake.

Tot het moment dat ik een ‘nieuwe’ vloek vloek en van mezelf versteld sta. Ik voel de geknapte boog lossen en val neer in de zetel, krijg onbedaarlijk de slappe lach om het simpele woord dat voor mij als actuele vloek kan dienen: SSSSNOT !

Enne … zakdoek voor de mond en daarna handen wassen en tanden poetsen.

De zin van een beetje onzin

Liefste dagboek,

Vandaag werd ik wakker toen de klok van de kerktoren zeven uur sloeg. Zeven slagen en ik dacht: ‘Mijn God, wééral zeven uur. Elke dag rond deze tijd, stipt eigenlijk, is het zeven uur.’

Ik deed wat ik deed, mijn ochtendritueel, maar laat ik je daar maar niet mee vervelen. Dat heb je de laatste dagen al zo vaak moeten horen, lezen. Je zou van minder dyslectisch willen worden.

Toen ik mijn living binnenkwam, zag ik dat de kartonnen paaseitjes nog aan dat lintje hingen voor het raam. In paniek wilde ik ze er al vanaf trekken met de gedachte wanneer was dat ook alweer, Pasen? Oh ja, dat was pas gisteren. Ik heb ze dan nog maar wat laten hangen.

De volledigheid gebiedt me om je te vertellen, mijn dagboek, dat ik gisteravond nogal druk bezig was met series te bekijken. Zo heb ik “The Bridge” seizoen 4 eindelijk helemaal gezien. Dan stond er ook nog “Flikken Rotterdam” seizoen 1 in de lijst opgenomen programma’s. Helaas deden mijn ogen toch wat te pijn en heb ik het stil gezet.

Dan maar mijn pyjama alvast aangedaan, mijn tanden gepoet… ‘Wàt zeg je?’

‘Saaaaiiii!’

‘Maar toen heb ik iets anders gedaan, toen het avondritueel voorbij was, ik ben nog niet gaan slapen.’

‘Allez, vertel maar.’ Oef, als een dagboek al geen geduld meer heeft …

‘Ik heb het cryptogram van de Standaard van dit weekend HELEMAAL ingevuld!’

‘Wat!? Jíj?’

‘Euhm, JA!’ Seg hè, nu gelooft mijn eigen dagboek me niet meer.

‘Foto?’ Zie je wel?

‘’t Is nog waar ook.’ Waarom gelooft me nu nooit eens iemand? Altijd die controle, seg hè!

Ik ben ook gaan wandelen gisteren voormiddag. Ik vermoedde wel dat het later in de dag drukker ging worden en lap! Vandaag wordt er al verteld dat we te laks aan het worden zijn. Maar, liefste dagboek, 23 op 24 in mijn kot. Met intervallen van 24 op 24, is dat dan verkeerd? Toch een beetje veel blij geworden. Ik heb de boterbloem ontdekt.

‘Dagboek !’

Jaja, ik zal wel aan mijn huiswerk gaan werken. Het zit al in mijn hoofd, dat is toch al veel. De grote lijnen toch.

Tot straks dan maar … ?

….

😉 leve de onzin zo af en toe. Oh en die foto hierboven? Dat is de eerste boterbloem die ik zag!

En toen … wist ik niet meer wat wel en wat niet.

En toen stelde ik me voor hoe het zou zijn als ik wist wat ik allemaal niet wist.

Bijvoorbeeld van automotoren weet ik niets, ik vul alleen wat water bij af en toe als de sproeier van de ruitenwisser me droog water geeft. Dat weet ik dat ik dat niet weet.

Maar hoe zou het zijn om echt te weten wat ik niet weet?

Als ik dat maar eens wist, dan zou ik het kunnen opzoeken.

Of neen, of ja, ik zou ook het woordenboek kunnen opendoen en beginnen met het eerste woord. Dat zal vast beginnen met de ‘a’.

Of neen, of ook, ik zou zomaar een nog ongelezen boek uit mijn boekenkast kunnen nemen en onderzoeken of ik alles daarvan weet. Interessant toch om na te gaan of je écht alles weet wat je leest ook al versta je wel wat je leest. Ik las bijvoorbeeld het boek “De supersamenwerker” en ik verstond het maar daarom wéét ik nog niet alles wat ik gelezen heb. Nu weet ik tenminste dat ik dat niet allemaal weet. Overigens, supergoed boek! #desupersamenwerker.

Wat heb ik vandaag gelezen? In een boek over taal (“Een slipje van de sluier” van Genootschap Onze Taal) las ik vanmorgen over twee-eiige tweelingwoorden. Een voorbeeld: ‘De dokter heeft me onderzocht met zijn horoscoop.’ Het tweelingwoord is natuurlijk stethoscoop. Het gaat over woorden die in vorm deels overlappen en ook in kenmerken overeenkomen waardoor ze gemakkelijk verwisseld kunnen worden. Deze twee woorden hebben drie lettergrepen, met klemtoon op de eerste. Deze eerste lettergreep is overigens het enige verschil tussen de twee woorden. Ook al verschilt de betekenis volledig. Een ‘slip’ is snel gebeurd.

Een Romeinse ‘slip’ …

Wat weet ik nóg niet? Als ik dat toch maar eens wist. Er is een verhaal. Een verhaal over een handdoek. Die handdoek hangt nu buiten, met ‘van harte bedankt’ op. Ik hoop dat de steen en het overvolle potje rosmuntjes stevig op de handdoek blijven staan.

Hoe kom ik aan die handdoek? Ik weet het, straffer nog ik weet zelfs dat ik het weet. Het korte verhaal van de handdoek. Dat begint in Kreta. In ik weet niet meer welke zomer (zie nu!) is het overal met me mee gereisd. Ik logeerde ergens in Frangokastello. De accommodatie was top. Niets te klagen. Het was heerlijk eenvoudig. Ook de handdoeken. Vooral deze handdoek. Hoewel ze proper was, was het niet zo aangenaam om aan te voelen, na douche, ook al kan het geen kwaad om de huid eens stevig te scrubben. Ik nam ze al eens mee op daguitstap. Altijd makkelijk om bijvoorbeeld op de zit van autostoel te leggen. Zo’n harde badstof absorbeert al wel eens wat zweet. De handdoek heeft meer gezien van de wereld dan haar ‘collega’s’. Toen ik die zomer thuis kwam van mijn Kreta-reis, kwam ze ineens tevoorschijn bij het uitpakken van mijn valies. De handdoek is altijd bij mij gebleven. Nu valt me in dat ik sinds die reis daar niet meer geweest ben. Zeer zeker zou ik die weer meegenomen hebben en teruggegeven. Ook al is ze nu oud en grijs, gebruik ik ze bijna niet meer, zelfs niet als poetsdoek, ze blijft bij mij. Men weet nooit waartoe ze nog kan dienen. Bij deze dus … blij dat de Frangokastellaanse handdoek nog op zo’n solidaire manier kan dienen.

Vindt u ze, de twee-eiige tweelingwoorden?

Weet u dingen die u niet weet?

De zevendagenweek

Toen hij in de maak was, die onzin die ik hier en daar al eens graag spui, over elke dag van de week, wist ik niet dat mijn agenda er zo leeg zou uitzien. Desalniettemin (zei ik al eens hoe ik van dat woord houd?) geef ik ‘m, integraal. Het rijmt soms, soms niet, er zit helemaal geen structuur in. Het is gewoon een – voor mij nogal normale – kronkel van het brein die zich liet horen:

Het begint met zondag, dan hebt u nog twee dagen tijd om een plekje op een meter afstand van iedereen te gaan zitten en lezen.

Zondag is rustdag, zo wordt gezegd.
Ik zeg niets, schrijf niets, doe wat af en aan, doe niks af en aan.
Het gaat zo zijn/haar gangetje. Plannen worden uitgevoerd, geen plannen worden – natuurlijk – niet uitgevoerd. Wat moet je ermee?
Misschien ligt er nog wat te strijken van gisteren uit de was?
Of zou ik toch al … ? Neen, het is zondag, de perfecte dag om languit voor tv te liggen, zitten, hangen en zonder schuldgevoel te kijken.
Wat zou ik eten vanavond?

Maandag, wat is dat voor een dag,
Nochtans toch al de tweede,
Van de week, van elke week
Fijne week gewenst, al wakker?
Het zou nog wat zijn als ’t een blauwe maandag was,
Bij zo’n grijze echter …
Nog niet klaar voor het volgende
Nog niet klaar met het vorige
Maandag is het plakje beleg van een sandwich
Als je ‘m opendoet plakt het ding maar aan één kant.

Dinsdag vind ik een mooie naam voor een dag.
Niet lui, niet hyper. Net actief genoeg
Met een frisse wakkere toets
Niet meer zo vlak na het weekend
Nog niet uitkijkend naar het volgende
Zo een dag om iets te doen waar ik gisteren nog niet klaar voor was
Nog tijd om het tot woensdag uit te stellen.
Dinsdag is een dag van keuzes
Elke week opnieuw…

Woensdag is de middendag
Drie ervoor en drie erna
Wat gisteren mogelijk was
heeft vandaag haast
denk ik toch.
Het lijkt wel opvuldag,
een beetje dit doen,
dat moet ook nog af
nog wat anders, al aan beginnen
zo in het midden, vis noch vlees .

Je zou toch donder verwachten zo op die vijfde dag,
Misschien dat het in Keulen nog wel eens gebeuren mag
Dan toch niet zo’n misse naam
Toch, zover na die keuzes en dat uitstellen
Het moet, ik doe het, voilà!
Deze dag, zo net nog geen weekend
Vandaag is de verplichting alleen van mij
Morgen is vandaag voorbij
Donderdag, dat was je dan.

Eindelijk is het vrijdag, die donderdag voorbij,
Maar wat betekent dat, dat VRIJ, zowel voor u als mij,
Een bijwoord, of een adjectief,
vervoeging van een werkwoord nog wel,
Hoewel ik dat niet werken vind,
Da’s wel privé, dus hier niet van tel …
De ene zit al in de stress, wat te kiezen, ik ben al moe!
De andere laat het lekker hangen
De sofa draagt ‘m wel. Doet niet mee aan dat gedoe.
En als het er dan toch van komt, genieten dubbel hard
Die vrijdag, actief of net passief, het is een dag apart.

Zaterdag is het druk, zo’n dag dat alles wat niet gebeurd is voor morgen nog moet.
Echt veel te doen. Boodschappen, hobby’s van deze en/of andere, de was, misschien al de strijk, krant alvast wat lezen, opruimen, poetsen want de poetsvrouw/man heeft misschien last van Corona (de bitch), klusjes, hebt u de lente al gevoeld?, auto wassen, …
Ik sta erbij en ik kijk er naar. Soms doe ik zelfs mee.

Natuurlijk slaat dit alles nergens meer op na het nieuws van gisteren, dat waarschijnlijk om de halve dag of meer nog verandert. Alvast goede moed en binnenshuis relativeringsvermogen.

Hopelijk brengt deze onzin een beetje verlichting. Wat kan u afleiden?