Feta gebakken

Het was op een mooie zomerdag in Maastricht. Ik herinner me niet eens meer welk jaar. Ik herinner me zelfs niet meer of het na een vakantie in Kreta was of na een concert van … hém. Wat ik wel nog weet, is dat onze gedachten er vol van zaten. We liepen ervan over, we ademden het!

De naweeën van een ontmoeting met Michalis Tzouganakis.

Daar op die mooie zomerdag in Maastricht zaten we, de M en ik. We wisten ongeveer wat we wilden bestellen. Al wachtend op de ober die dat zou noteren, praatten we over de dingen die we meegemaakt hadden.

Nu ik erover schrijf, zou het kunnen, dat het nog op til was en we dus nogal halsreikend uitkeken naar het te gebeuren?

Helemaal verwikkeld in ons gesprek, in onze al dan nog niet beleefde avonturen, op plaatsen die helemaal niet op Maastricht leken – al vind ik het een heel fijne aangename stad – keek ik een beetje dwaas op, toen de ober toch onze bestelling kwam opnemen.

We bestelden – het was op een terras van een Griekse taverne – we somden op, van alles een portie, die we dan later delen zouden. Geen Griek die daarvan opkijkt. Omdat ik het zo lekker vond (nog steeds) en omdat het op de kaart stond, bestelde ik een ‘Feta Tzouganaki’. Die jongeman schreef dat gewoon op. Terwijl we wachtten op het eten, moesten we er om lachen. Hij keek niet eens op, die ober. Zou hij dat vaker horen, gerechten die niet op de kaart staan? Er stond natuurlijk niet Tzouganaki, maar saganaki. Het leek me een heel smakelijke lapsus. Al heb ik in die eerste nooit mijn tanden gezet. 😉

Week van de poëzie – 4

Omdat ik zin heb in onzin, daarom 😊

Verslaving

de koffie en de chocolade
beide enkel puur
kennen met mij geen genade
verknocht in mijn natuur

de dikke boeken en de pen
subliem van lange duur
beiden vrolijk van mij fan
verknocht in mijn natuur

en die serie of dat spel
soms langer dan een uur
zo, voilà, ik weet het wel
verknocht in mijn natuur

zoveel dingen opgedraafd
ieder heeft zijn kuur
zoveel is aan mij verslaafd
het is nu mijn natuur

Oftewel echte onzin.

AMK – 31-01-2022

In een hoekje met een boekje.

Hoe ik tot volgende ben gekomen, kan u na het verhaaltje zelf lezen.

Ik zit in de schommelstoel vooraan in de living van dit grote huis. Mama en papa zitten met de anderen tv te kijken. Stemmen, geroezemoes, van post wisselen. Mijn kleine broertje moet daarvoor opstaan.

In die hoek helemaal ver, links bovenaan zit een spinnetje. Dat zit er ook al wat.

Buiten waait het, bijna stormen, de regen valt met emmertjes uit de lucht (gelukkig geen echte). Het zal ook wel koud zijn.

Maar dat alles zie ik niet en hoor ik niet want ik zit hier warm met mijn boek. Héél spannend!  De bladzijden vliegen door mijn handen.

….

….

Tot ik hard verschiet : “Anne-Mie, bedtijd !!” Mijn boek vliegt eerst door de lucht en valt dan op de grond. Zo hard verschoot ik !

…   “

Perfecte match, die kleuren bij elkaar. Onder zo’n felle turquoise steen zat de herinnering.

Vage herinneringen aan een opstel dat ik schreef als huiswerk. Helemaal letterlijk ken ik het niet meer, helaas is het in de loop der jaren verloren gegaan. Ik was toen 11 jaar en zat in het zesde leerjaar. Het was een opdracht waarvoor een week tijd gegeven werd.

De laatste avond ervoor, een zondagavond in de herfst, zat ik alleen aan de keukentafel en begon te schrijven. Ik had het te lang laten liggen, zou je denken.

Het moment van “Anne-Mie, bedtijd!” is echt gebeurd, terwijl ik dat opstel aan het schrijven was. Ik breide er dus nog een einde aan en stak het zo weg. En toen was het bedtijd.

Maandagochtend bedacht ik nog dat het toch wel heel erg slordig was, maar ja, dan maar zo. Wat niet zo vaak voorkwam, was nu wel zo. Mijn werkje was het beste. Het steeg boven de andere uit en werd zelfs helemaal voorgelezen. Ik wist zelf niet waar kruipen. Dit was ik helemaal niet gewoon. Maar het was wel een reuze opsteker. Wat gebeurde er eigenlijk bij het schrijven van dat opstel? Zoals ik er nu op terug kijk, was ik zo gefocust dat ik mentaal uit mezelf trad en me daar zag zitten, lezen in dat boek, vooraan in die grote living. In de twee zetels zat de rest van de familie. Ik beschreef wat je had kunnen zien als het echt een donkere stormachtige herfstavond was, hoe het er binnen uitzag en hoe spannend dat boek dan wel was. Het voelde voor mij perfect, wat ik daar schreef. De pluim die ik ervoor kreeg, deed me zo groeien. Deze herinnering heeft me nu weer getroffen. Schrijven! Ik heb het in me. Dat dacht ik toen ik deze herinnering neerPENde.

De beste tekstjes en liedjes later (voor familiefeestjes) schreef ik ook in zo’n stemming. Op een moment dat het zich aandiende, soms in het midden van de nacht of in een overvolle trein. Het zet een deur open naar een plaats waar ik best wel wil vertoeven …

(De foto’s tonen de plaats waar ik tot mijn herinnering kwam en ze opschreef)