Universum ?

(Los – vast vertelseltjes… of van de hak op de tak)

Is de wereld om zeep?

Ik weet het niet maar het staat wel te gebeuren, over vijf miljard jaar. Dat weet ik uit een documentaire over het ontstaan van alles en dat alles weer zal verdwijnen. Iets met helium,  water, zuurstof; wetenschappelijk dus. Zolang het universum er nog is, kunnen we gerust zijn.

Zolang het universum er nog is, voel ik beweging; planeten van ons en menig ander heelal, de wezens en andere natuurfenomenen die het bevolken nog vijf miljard jaren… *

Intussen in dit jaar, in dit leven,

Ik heb zo mijn meditatieve momenten, zoals ik gisteren aanhaalde in Mijn*Woordenrijk.

Of, zoals een maandje geleden, een boek lezen in de trein. Waar zou je anders zijn in kunnen zijn, het voorbijglijdend landschap buiten beschouwing gelaten?
Ik was in Ierland, in die trein tussen Antwerpen en Gent en later omgekeerd. Er was even niets anders.
Af en toe, heel vaag drong een éénrichtingsgesprek tot me door. Een andere reiziger, blijkbaar verbolgen over het feit dat de trein wegens werken op de lijn, een omweg maakte. “Allez, ’t is altijd hetzelfde hé.” Draagbare telefoons kunnen veel verdragen.

Treinsgewijs naar Oost-Vlaanderen waar er andere, iets drukkere, momenten waren. De verjaardag van de nu Tiener geworden. Zij die op een dag Nina Derwael zal verslaan al zegt ze zelf “Maar nee!” en dan lacht ze eens.
Die andere hier-en-nu momenten in gesprekken, in lachen, Fl. op mijn schoot terwijl ze uit mijn glas drinkt. Haar flesje is niet groot genoeg. Het buiten zitten, in een heuse tuin, de joelende kinderen, de pakjes opendoen, dat blije gezicht, het wemelde van de hier-en-nu momenten.

Ik heb ook in mijn verleden gezeten. Dat begon met de jarige Tiener en haar betovergrootmoeder (langs mijn moeders kant), die op dezelfde dag geboren zijn. Dat wist mijn vader wist te vertellen. Als zit er meer dan een eeuw tussen.
Een rinkelend belletje spoorde me aan in oude foto’s en de stamboom te kijken, voor zover ik die nu heb. De vrouwelijke lijnen van stambomen, die blijken toch moeilijker te vinden … Is dit een wordt-nog-vervolgd-verhaal?

Vannacht werd ik plots klaarwakker. Het was zo licht in de kamer dat ik dacht dat ik me zwaar verslapen had. De wekker vertelde iets anders. De bron van licht vond ik buiten. De Volle Maan scheen nog volop, doorheen twee laagjes gordijn.

Ziet u wel? Het universum leidt je niet om de tuin.
(al zal dat in deze buurt enkel een stadstuintje zijn bij deze of andere buur)

Ik heb ook nog een vraag, weet iemand van wie dit schilderij is? Ik vond het, geloof of niet, in de Kringloopwinkel. Via google vond ik nog niemand…

* Ik doe niet aan wetenschappelijke research. U raadpleegt best echte wetenschappelijke artikels, documentaires etc indien u de correctheid zoekt.

Weer vandaag en Lucia

Het was niet eens een experiment, niet eens een test om te kijken hoe mensen zouden reageren toen ik over zoiets als Mie-dag vertelde. Evenmin was het een zielige schreeuw, noch een stoere zet. Het enige wat het was, was dat het voor mij belangrijk was. En zo gebeurde. Zoals het liedje (dat u zelf het best vindt passen).

Intussen nam ik het afkickende besluit om even uit Facebook te verdwijnen. Enkel Instagram en Twitter en mijn blogs zijn mijn ramen naar de wereld. Misschien dat er daar ook nog iets van verdwijnt. Liever dat dan ikzelf verdwijn in de massa aandachttrekkers die we allen aan het worden zijn.

Intussen is het weer vandaag. Vandaag denk ik een beetje aan Lucia. Met haar was ik in mijn jongvolwassen jaren bevriend. Ze was in vele dingen een tegenpool van mij. Heel vooruitziend, steeds tot in de puntjes verzorgd, zeer geïnteresseerd in geschiedenis, actualiteit en kunst. Ze reisde graag in een beetje luxe. En ik was daar een aantal jaren getuige van. We konden elkaar een hele tijd goed verdragen. Ook toen onze wegen zich meer en meer scheidden. Zij de meer gesofisticeerde weg op en ik mijn – niet losbandige – maar we zien wel wat er gebeurt leven, liefst zonder te veel gedoe (maar toch geen grote waaghals geworden … ).
Het belette ons niet om twee keer samen te reizen (Kreta en Athene).

Naarmate de jaren daarna verstreken, schreven we elkaar nog wel kaartjes bij verjaardagen en feestdagen. Het was zoals het was.

Op een ochtend, ik woonde toen pas in Hasselt en kocht elke ochtend de krant die ik op mijn Limburgse gemakje las bij een tas koffie (of vier), zag ik op de voorpagina een bericht over een zwaar ongeluk. Moeder en dochter zijn omgekomen bij een aanrijding. Hun wagen stond stil achter een andere auto die wachtte om een straat in te slaan. Op dat moment werden ze achteraan aangereden en wel zo hevig dat hun auto van de weg slingerde in 90°, keihard tegen een huis aan, waarvan een stuk muur eruit viel. Moeder en dochter haalden het niet. Ik las verder, het ging over L. J. en haar moeder.

Maar Lucia toch! was mijn eerste gedachte.

Ik weet nog dat ik opvloog en de telefoon nam en wilde bellen om te vragen wat heb je in hemelsnaam nu toch gedaan! Maar dat ging natuurlijk niet. Het overlijdensbericht stond ook al in de krant. Ze was net geen 34 jaar. Het gebeurde toen in de maand mei. Op 25 juli was haar verjaardag. Het is nu vijfentwintig jaar geleden. Af en toe denk ik er nog aan, zoals vandaag.

Op een keer, zeven jaar na dat ongeluk, toen ik met de trein onderweg was naar mijn Argentijnse vriend (hier*schreef*ik*er*al*over), was ik met een schrijverijtje (zoals ik het toen zelf noemde) bezig, dat resulteerde in een veel te lang gedicht (dat ik nog op mijn andere blog zet). Mijmeringen heb ik het toen genoemd. Een van mijn betere eigenschappen, dat mijmeren 😉

Foto’s zijn express een beetje onduidelijk gemaakt.

Tussenuit

Het begon in juni 2018
bloggend wegen bewandeld
veel geleerd en gezien

Die bewandelde weg
loopt wat dood
en ik zeg:

Voor uw zijn, dank u wel
mijn pad leidt me elders
waarover ik u later vertel!

Ik neem even of langer blog time-out en stap waar het maanlicht op schijnt 😉 Wordt hier of elders vervolgd. U bent een fijn publiek, waarvoor mijn Grote Dank!
Tot ziens!

Anne-Mie

Vogelvlucht

Geen ekster, raaf of duif bij wie ik meevlieg. Wel enkele wirwar wel- en niet gebeurtenissen die me bijbleven.

Het – zoveel mogelijk – schermvrij leven

Dat lukt aardig. Ik noem het in ontwikkeling. E-mails die belangrijk genoeg zijn, laat ik samenkomen en daar zet ik me dan een of twee keer per week aan en dan schrijf ik ook. Verder gaat het meest dringende toch via die slimme foon, pen en papier of gewoon niet. Dringend zit soms gewoon maar in mijn hoofd opgesloten. Al zal een Zoompje mijn laptop nog in beweging kunnen zetten.

Schrijven

Halve dingen, overmatig veel dingen, allerlei dingen… die vooral met wedstrijden te maken hebben. Het Bankje heb ik (net) niet gewonnen. Ik zat in de tweede ronde en daar ben ik gebleven. Toch een vooruitgang met vorig jaar, toen ik in de eerste al afviel.
Ter verduidelijking: ‘Bankje zoekt dialoog’ is de naam van de wedstrijd. De winnaars (twintig in totaal) krijgen een soort contract waarbij hun dialoog in een podcast wordt gegoten door professionele acteurs. Die podcast kan de vinder/wandelaar scannen via een QR-code op een Bankje her en der in het land gedurende de zomermaanden (juli-augustus-september). HIER kan u nog de Bankjesdialogen van de vorige jaren beluisteren. Ik ontdekte het toevallig, op zoek naar een datum voor de komende podcasts.

Het vege lijf voor en na 25 maart

Net op de dag van de herdenking van Verzet tegen de Turkse bezetting, een officiële feestdag in Griekenland, net op de dag van mijn zesjarig bestaan in mijn huidige woonst en op de verjaardag van ‘de tweeling’, straffe madammen, ga ik weer een dagje in immuuntherapie.  
Zo’n dagen zijn op zich vermoeiend maar de zevenenhalf dagen erna nog meer. Toch liet ik niets voorbij gaan van de dingen die mijn agenda opvrolijkten. Andere dingen stonden er in die week niet in. Joepie!
Ondanks de vermoeidheid en die ene dag in bed met migraine, had ik niets willen missen.

Wat was dat dan allemaal?

Verjaardagsfeestje

… van R., zeven jaar is ze nu. Nog altijd even puur kind en dat ze lang zo mag blijven. Wat was het wel heerlijk fris aan het begin van het feestje. Nu het weer mocht van de c-regels, zaten we buiten met gasten en gastjes. Al zaten die gastjes niet vaak en zeker niet lang stil. De zon brak door en even later werd het zelfs warm.

de taart is nu op…

Puur natuurlijk. Ook puur gezellig, rustig aan, gekeuvel en gemengd gezelschap tot bij de buren aldaar toe.
Ik ben met een strakblauwe hemel weer vertrokken…

Zomeruur

Een heuse M-dag

Eindelijk lukte het nog eens, allemaal tezamen, de Vijf M’s. Met een concert in het verschiet (zoekt u maar lekker zelf op, ik weet het en dat is genoeg voor nu 😉) hadden we wel wat te bespreken. Net voor onze benjamina-M weer op avontuur vertrekt, waarin ze drie seizoenen overbrugt, viel er veel te luisteren.
Natuurlijk was de lange afwezigheid in elkaars fysieke leven ook een hele boterham om over te vertellen.
Al zal mijn lijf het wel geweten hebben, ik had het niet willen missen! De volgende keer ga ik een stapje verder en ga ik toch weer koken.

Hoezo?

Net de week voor mijn immuuntherapie kreeg ik mijn vierde vaccin. Ik had er alle vertrouwen in; het tweede en derde prikje was goed verlopen, zonder gevolgen. De eerste was al lang vergeten. Deze vierde zou ik me anders wel nog heugen. Bijna een week zat ik met griepsymptomen slash covid(?). Zelftests vertelden me negatieve dingen. Ongerust was ik dus niet, wel ongeduldig. Nood breekt zelfopgelegde wet. Verdronken in een boek en nog een boek liet ik de boel zoals die toen was.
Ik had niet gekookt. Een tramrit naar het centrum, beetje wandelen én benen onder de tafel bij de Griekse taverne kon gelukkig ook.

Incognito…

Vorige zaterdag

Er was de – heel interessante – wandeling die door een lotgenoot georganiseerd werd in Nieuwenhoven, Sint-Truiden. Om toch eens fysieke ontmoetingen te hebben, had Melanoompunt het idee om wandelingen her en der te organiseren. Wie wilde, kon zich  aansluiten bij een van die wandelingen. Deze keer kon ik mee en mocht meerijden met twee mensen, ook wonende in Antwerpen. Verslag volgt in de volgende editie van Melanoompuntjes.
Ook de gesprekken waren interessant en de volgende dag ging ik op zoek…. (wie weet, later meer hierover, eerst zelf nog wat uitpluizen).

‘Niet alles wat ik niet vertel is oninteressant.’

Nu laat ik u los zonder alles aan de grote klok gehangen, die is nu zwaar genoeg… Hier en daar (fysiek, mentaal, geografisch, …) ga ik weer op pad. ..

Bedankt om me weer te lezen. Het ga u allen goed 🙂

Feta gebakken

Het was op een mooie zomerdag in Maastricht. Ik herinner me niet eens meer welk jaar. Ik herinner me zelfs niet meer of het na een vakantie in Kreta was of na een concert van … hém. Wat ik wel nog weet, is dat onze gedachten er vol van zaten. We liepen ervan over, we ademden het!

De naweeën van een ontmoeting met Michalis Tzouganakis.

Daar op die mooie zomerdag in Maastricht zaten we, de M en ik. We wisten ongeveer wat we wilden bestellen. Al wachtend op de ober die dat zou noteren, praatten we over de dingen die we meegemaakt hadden.

Nu ik erover schrijf, zou het kunnen, dat het nog op til was en we dus nogal halsreikend uitkeken naar het te gebeuren?

Helemaal verwikkeld in ons gesprek, in onze al dan nog niet beleefde avonturen, op plaatsen die helemaal niet op Maastricht leken – al vind ik het een heel fijne aangename stad – keek ik een beetje dwaas op, toen de ober toch onze bestelling kwam opnemen.

We bestelden – het was op een terras van een Griekse taverne – we somden op, van alles een portie, die we dan later delen zouden. Geen Griek die daarvan opkijkt. Omdat ik het zo lekker vond (nog steeds) en omdat het op de kaart stond, bestelde ik een ‘Feta Tzouganaki’. Die jongeman schreef dat gewoon op. Terwijl we wachtten op het eten, moesten we er om lachen. Hij keek niet eens op, die ober. Zou hij dat vaker horen, gerechten die niet op de kaart staan? Er stond natuurlijk niet Tzouganaki, maar saganaki. Het leek me een heel smakelijke lapsus. Al heb ik in die eerste nooit mijn tanden gezet. 😉

Herinneringen

Sommige gebeurtenissen laten me even stilstaan bij het leven. Het is dan alsof ik even gekatapulteerd word naar een tijd van toen. Nu is er niet zoveel nodig om me mijn moeder te herinneren. Ze komt dagelijks wel eens even langs. Bij iets dat ik doe, iets dat ik me afvraag, iets dat iemand anders zegt, even een flits en een lach of stiltemoment.

Gisteren ging het wat verder. Zoals al herhaaldelijk gemeld – wanneer een grote bekende persoonlijkheid sterft, kan men er niet meer langs kijken – is afgelopen week Mikis Theodorakis gestorven. Ik las het eerst online, een melding van een tv-zender en later zag ik het in het middagjournaal. Toen ik gisteren mijn mailbox opende, zag ik er een blogpost Vaarwel*Miki door Bruno Tersago.

Het greep me. Ik stond voor een ogenblik terug in de tijd, in mijn woonst in Hasselt, had net de CD 100*jaar*cinema opgezet toen mijn moeder aanbelde. Ze kwam binnen en in haar ogen straalde direct zonnelicht. “Amaai, wat hebt gij schone muziek opstaan!” Het voelde alsof ik een blij geheim deelde dat niemand anders begreep. Het was niet eens zo bedoeld, ik had dit toevallig opgezet. Ik had haar wel uitgelegd over welke muziek het ging. Ze lachte eens. Ze hoefde het niet te weten, denk ik. Het beluisteren en ervan genieten was genoeg. Heel puur! Het ging over de OUVERTURE van die CD. Het is waar, het hoeft niet uitgelegd, voelen is genoeg. Luister ook maar naar de gecoverde versies van tal van liederen, die hij componeerde of de verschillende uitvoeringen in het Grieks, dan hoor je altijd wel wat bekends. Dat zal mijn moeder ook gehoord hebben, samen hebben we het gevoeld, aan het benoemen was geen nood.

Mama

Ik weet nog hoe het was

hoe we ‘stiekem’ onze cadeautjes verstopten

tot die grote dag je verraste

Dachten we toen nog ook al wist je beter

Dat we giechelden om ons geheimpje

Zelf voor ontbijt zorgden

Hoe we buiten zaten met onze gedichtjes

wriemelend voorlezend

Hoe we straalden om jouw blij zijn

Hoe je toen vertelde

‘ik wist wel dat je dat zou geven’

Hoe we vooraf onszelf verraadden

nog zo heerlijk onwetend

Hoe blij verrast je lach ons charmeerde

Hoe dankbaarheid aanvoelde

Wat onvoorwaardelijk was

De dingen die we niet vergeten

die we in onszelf weer zien

en ons goed doen voelen

Dát!

Ik weet nog hoe het was

Toen je onze mama was

Ik weet nog

Jij bent nog!

De Argentijn die niet mijn Valentijn was.

Zijn naam is Luis. Ik weet niet of hij nog in België is of niet. Hij is zo een van die weinige mensen die ik slechts een korte periode in mijn leven kende maar nooit vergeet.

Ik kwam hem tegen op zo’n datingssite uit de tijd ik dat nog spannend vond (lang geleden dus). We schreven eerst veel. Ik vond hem (knetter)gek met zijn liefde voor vrijheid, avontuur en fotografie. Hij vond mij ‘a real person’ (zo heeft hij dat letterlijk geschreven).

Uit de dingen ik me nog herinner:

We hadden elkaar ontmoet! Op het nippertje, toen nog té verstrikt in mijn westerse alles-en-nog-wat-afwegende gewoonte. Ik moet nog de was doen en de strijk en morgen ga ik naar mijn ouders, dan kan ik ook al niet. En mijne belastingbrief is nog niet ingevuld…

De dag zelf, dat ik niet zou gaan, stuurde ik een berichtje dat ik toch afkwam. Hij woonde in Antwerpen, ik in Hasselt. Hij zei onmiddellijk ja. Over flexibel gesproken. Hij kwam me afhalen aan het station en we gingen eerst een koffie drinken. Het contact voelde zoals het schrijfcontact, echt en gewoon. Geen opgelaten gevoel, wat het ongewoon verrassend maakte.

We zwierven door Antwerpen, we aten frietjes bij N°1, die hij absoluut wilde betalen. Meer kon hij zich niet permitteren zei hij. Frietjes waren prima.

Hij zag er niet uit, echt niet, met die halflange haren slingerend over en weer zijn hoofd en in zijn gezicht, zijn manier van gaan, tussen snel/lenig/heupwiegend en slenterend/stilstaand, als een kind verwonderd rondkijkend, hoewel hij toen al een hele tijd in Antwerpen woonde. Ik keek ingetogen verwonderd naar hem. Hij die zonder franjes, zonder op- of omkijkend naar deze of andere die hem bekeek, door Antwerpen liep en vertelde zonder dat het één enkele minuut saai werd. Hij trok zoveel foto’s, ook van mij.

Achteraf bleven we nog even schrijven en hij stuurde de foto’s die hij die ene dag van mij gemaakt had. Zo’n korte open vriendschap, geen enkele fysieke aantrekkingskracht van beide kanten maar wel een openheid om te praten over alles en nog wat. Dat zijn zo’n dagen dat ik me voel wie ik ben.

Hij werd zelfs geïnspireerd tot een gedicht, door een foto van mij die ik hem stuurde van een reis, ergens onderweg in Kreta.

Zijn grote hobby’s waren fotografie en schrijven. Zijn grote liefde was een vrouw ergens in Vlaanderen (ik niet), die hij aanbad, een kind bij had maar niet bij kon samenwonen. Zijn afkomst was Argentijns. Zijn grote nachtmerrie was zijn job. Wat ik me ervan herinner was hij helpdeskmedewerker. Cijfers, cijfers, cijfers halen … geen vrijheid, geen eigen inbreng, verstand op nul. In een van zijn laatste berichten schreef hij dat op het matje geroepen was en op een bepaald uur bij de baas moest komen. Hij zat nog door het raam te kijken. Het was mooi weer. Hij stond op en ging naar buiten, aangetrokken door het licht. Toen hij terugkwam lag er een ontslagbrief op zijn tafel. Hij was blij. Time to move on! Hoe optimistisch kan je zijn? Ik hoop voor hem dat hij ergens in deze wereld volop aan het genieten is, met de liefde van zijn leven, in alle vrijheid.

Hem opzoeken doe ik niet. Hij is een fijne frisse herinnering, waar verwachtingen niet bestaan, alleen het NU. Die herinnering komt zo nu en dan bovendrijven.