Mama

Ik weet nog hoe het was

hoe we ‘stiekem’ onze cadeautjes verstopten

tot die grote dag je verraste

Dachten we toen nog ook al wist je beter

Dat we giechelden om ons geheimpje

Zelf voor ontbijt zorgden

Hoe we buiten zaten met onze gedichtjes

wriemelend voorlezend

Hoe we straalden om jouw blij zijn

Hoe je toen vertelde

‘ik wist wel dat je dat zou geven’

Hoe we vooraf onszelf verraadden

nog zo heerlijk onwetend

Hoe blij verrast je lach ons charmeerde

Hoe dankbaarheid aanvoelde

Wat onvoorwaardelijk was

De dingen die we niet vergeten

die we in onszelf weer zien

en ons goed doen voelen

Dát!

Ik weet nog hoe het was

Toen je onze mama was

Ik weet nog

Jij bent nog!

De Argentijn die niet mijn Valentijn was.

Zijn naam is Luis. Ik weet niet of hij nog in België is of niet. Hij is zo een van die weinige mensen die ik slechts een korte periode in mijn leven kende maar nooit vergeet.

Ik kwam hem tegen op zo’n datingssite uit de tijd ik dat nog spannend vond (lang geleden dus). We schreven eerst veel. Ik vond hem (knetter)gek met zijn liefde voor vrijheid, avontuur en fotografie. Hij vond mij ‘a real person’ (zo heeft hij dat letterlijk geschreven).

Uit de dingen ik me nog herinner:

We hadden elkaar ontmoet! Op het nippertje, toen nog té verstrikt in mijn westerse alles-en-nog-wat-afwegende gewoonte. Ik moet nog de was doen en de strijk en morgen ga ik naar mijn ouders, dan kan ik ook al niet. En mijne belastingbrief is nog niet ingevuld…

De dag zelf, dat ik niet zou gaan, stuurde ik een berichtje dat ik toch afkwam. Hij woonde in Antwerpen, ik in Hasselt. Hij zei onmiddellijk ja. Over flexibel gesproken. Hij kwam me afhalen aan het station en we gingen eerst een koffie drinken. Het contact voelde zoals het schrijfcontact, echt en gewoon. Geen opgelaten gevoel, wat het ongewoon verrassend maakte.

We zwierven door Antwerpen, we aten frietjes bij N°1, die hij absoluut wilde betalen. Meer kon hij zich niet permitteren zei hij. Frietjes waren prima.

Hij zag er niet uit, echt niet, met die halflange haren slingerend over en weer zijn hoofd en in zijn gezicht, zijn manier van gaan, tussen snel/lenig/heupwiegend en slenterend/stilstaand, als een kind verwonderd rondkijkend, hoewel hij toen al een hele tijd in Antwerpen woonde. Ik keek ingetogen verwonderd naar hem. Hij die zonder franjes, zonder op- of omkijkend naar deze of andere die hem bekeek, door Antwerpen liep en vertelde zonder dat het één enkele minuut saai werd. Hij trok zoveel foto’s, ook van mij.

Achteraf bleven we nog even schrijven en hij stuurde de foto’s die hij die ene dag van mij gemaakt had. Zo’n korte open vriendschap, geen enkele fysieke aantrekkingskracht van beide kanten maar wel een openheid om te praten over alles en nog wat. Dat zijn zo’n dagen dat ik me voel wie ik ben.

Hij werd zelfs geïnspireerd tot een gedicht, door een foto van mij die ik hem stuurde van een reis, ergens onderweg in Kreta.

Zijn grote hobby’s waren fotografie en schrijven. Zijn grote liefde was een vrouw ergens in Vlaanderen (ik niet), die hij aanbad, een kind bij had maar niet bij kon samenwonen. Zijn afkomst was Argentijns. Zijn grote nachtmerrie was zijn job. Wat ik me ervan herinner was hij helpdeskmedewerker. Cijfers, cijfers, cijfers halen … geen vrijheid, geen eigen inbreng, verstand op nul. In een van zijn laatste berichten schreef hij dat op het matje geroepen was en op een bepaald uur bij de baas moest komen. Hij zat nog door het raam te kijken. Het was mooi weer. Hij stond op en ging naar buiten, aangetrokken door het licht. Toen hij terugkwam lag er een ontslagbrief op zijn tafel. Hij was blij. Time to move on! Hoe optimistisch kan je zijn? Ik hoop voor hem dat hij ergens in deze wereld volop aan het genieten is, met de liefde van zijn leven, in alle vrijheid.

Hem opzoeken doe ik niet. Hij is een fijne frisse herinnering, waar verwachtingen niet bestaan, alleen het NU. Die herinnering komt zo nu en dan bovendrijven.