Chaos

De eerste week is al drie dagen voorbij. En dat worden er nog meer.

In het laatste bericht van vorig jaar vertelde ik dat ik nog plannen heb met deze blog. Het lastige hieraan is dat ik te veel plannen in mijn hoofd steek. Of anders uitgedrukt, ze komen uit mijn hoofd maar ik prop ze er weer in, alsof er onder mijn grijzende krullenkop een opslagplaats is.

Er is echter wel één plan dat ik heel graag zou uitdiepen. Daar wordt aan gewerkt…

Een ander plan zou kunnen zijn, wat ik al bijna dagelijks doe, een woord laten opborrelen en daarover schrijven. Het zou iets persoonlijks kunnen zijn, het kan iets controversieels zijn, een mijmering, een echte mening…  Gewoon omdat het zomaar in mij opborrelt. Het lijkt op orde scheppen. Of uit een woordenboek oppikken, een woord dat me op dat moment raakt en daarrond schrijven.

Zoals ‘Chaos’. Het komt uit het Oudgrieks. De betekenis is verrassend. Dat vond ik toch, toen ik het jaren geleden opzocht. Het betekent ‘leegte, het grote Niets’. Nu wordt er een andere betekenis aan gegeven. Volgens Van Dale: ‘Verwarring, wanorde’.

Als ik mezelf chaotisch voel, is het overweldigend. Trop is teveel en daar doe ik best iets mee. Te veel rommel in mijn hoofd komt gek genoeg vaak overeen met te veel rommel in mijn woonst. Kasten die uitgeruimd worden tot ze leeg zijn. De chaos op een hoop gezet (soms gegooid) om te laten verdwijnen, via allerlei kanalen, afhankelijk van wat ik weg doe. Alleen dat ene hoekje, waar ik niet moet bestaan, is er dan nog. Als ik daar maar niet in val:

Nog maar een beetje rommel en een lege spaarpot.

De leegte is welkom, (half)lege kasten die ik weer ordelijk kan vullen. Een waaier aan mogelijkheden. Tot mijn brein weer een zijsprong maakt. Wat als ik die oude aftandse kast eerst een kleurtje geef? In geen tijd zoek ik alles wat hout kan verven bij elkaar, kom ik vanalles en nog wat tegen. Een beetje lak hier, een beetje basisverf daar, een goede borstel, een verharde borstel. De chaos is weer compleet. Ik zet van lieverlee de potten weer terug. Het is echt nog te vroeg in het jaar om te verven 😉

Wat ik wel gedaan heb: De fotoalbums van mijn moeder zaliger – voor even – bij elkaar gezet. Het zijn er heel wat. Het is onze hele familiegeschiedenis. Om die mooie albums, waarin mijn moeder zoveel tijd gestoken heeft om ze samen te stellen, niet onder het stof te laten dwarrelen, heb ik er een laken over gelegd. In een hoek van mijn slaap- annex rommel-maar-wat-aan-kamer. Engelbewaarders genoeg op deze manier. Uit enkele albums heb ik wel wat foto’s genomen. Foto’s van foto’s, niet zo duidelijk misschien, maar ik wil ze delen.

Opruimen is vanuit de ene chaos heerlijk neerdwarrelen in de volgende.

Mijn jaar in enkele woorden

Omdat ik vaak de dag begin met een woord en daarover schrijf, wat het een en ander lostrekt in mezelf, wil ik over mijn jaar in enkele woorden vertellen. Van onbeschreven naar volgekrabbeld…

Eenzaamheid: En waarom niet? Het is beangstigend, dat is waar. Toch heb ik er van geleerd. Onder dat eenzame bange laagje zit een rustige donkere plaats, waar ik vanalles tegenkom dat ik (her)ken en aanvaard, erken zo u wil. Verder hoeft het me niet te bepalen. Ik heb het gezien, dat is genoeg.

Verdriet: dat was er ook, soms om mijn vader, hem zo te zien terwijl zijn wereld elke dag wat kleiner wordt. Zonder boeken maar nog met veel kennis, zonder borreltjes maar nog met humor, zonder brievenbus, maar nog met het Belangske elke dag.

Voor de weggevallen lotgenoten. Afscheid nemen is ook erkenning van de cirkel van het leven, dat voor sommigen van ons een leven met een tijdbom is.

Voor gemiste kansen en ontmoetingen, voor opgelegde grenzen, voor energieloze dagen,…

Ontdekking

Als er iets is dat mijn jaar typeert, is ontdekking er zeker bij, zoals ‘De ontdekking van de honing.’ (Toon Tellegen).

Mijn honing dit jaar is schrijven. Dat ging van schrijfmeditaties (Joey Brown) over workshops allerlei (Wisper en Schrijven en schrappen, maar ook wedstrijden en een project ‘Acqui estoy’ tussen Nederlandstaligen en Spaanstaligen, Azertyfactor…) naar herontdekkingen van eerdere schrijfsels van mijn hand. Ik ben echt weer gaan grasduinen in wat ik in mijn leven geschreven heb en er zitten heerlijke herinneringen tussen. En natuurlijk deze blog, waar ik nog enkele plannen mee heb.

De ontdekking van luisterboeken, te danken aan twee mede-schrijfsters, de ene ontmoet in café ViaVia (toen nog geopend voor publiek), de andere online tijdens een workshop. Ze schreef hierover in haar blog. Het maakte dat ik me abonneerde op Storytel. Mijn eerste luisterboek is bijna uit. Met grote bewondering voor diegene die niet de keuze heeft om met de ogen te lezen. Wat een concentratie vraagt het.

De verwondering van gelezen te worden en zelfs goed bevonden 😊

Het was ook de (her)ontdekking van het kleine gebaar. Een kaartje, een berichtje, een verrassing, zomaar een lach, een kinderhandzoentje tot het kleine altruïsme. Voor mij was dat naar de nieuwe Antwerpenaren, waar ik voor twee mensen zomerbuddy mocht zijn. De contacten gingen vooral via Whatsapp. Zo konden de inburgeraars toch nog de kennis van hun Nederlands blijven oefenen en verbeteren. In het najaar mijn wekelijkse ontmoeting met kinderen die verblijven in het opvangcentrum van Fedasil, eenvoudigweg begeleiden in het huiswerk. Er straalt een enorme wilskracht uit van de kinderen, de volwassen bewoners en de medewerkers. Heel mooi om in het klein te mogen meemaken. Zolang er huiswerk is…

Dankbaarheid

Voor alle verhalen waar ik mee naar mag kijken.

Voor alle verbindingen; die er al waren en bleven bestaan, op een andere manier waarin delen de vreugde verdubbelde en de ellende halveerde. De nieuwe die ontstonden ondanks de beperkingen die vanbinnen en vanbuiten opgelegd werden.

Voor alle loslaten dat soms nodig was, rondom mij en binnenin mij. Het geeft weer plaats en kracht. Ontdaan van wat niet nodig is, aanvaarding voor wat niet anders is en (zo ongeveer) tenslotte, mijn grenzen zelf respecteren. ‘Wat mot dat mot’ of het nu onstuimig is of gedoseerd.

Voor het nieuwe leven in de familie. Twee nog wel. Twee prachtige meisjes die ervoor kozen in onze familie geboren te worden.

Mijn wens voor u

Ik wens iedereen vooral veel kracht om te doen wat er te doen valt,

Om, als dat moet, in het donker te wachten tot het licht weer lokt.

Ik wens iedereen rust, stilstand om te kijken en te zien wat er echt is.

Ik wens iedereen weer een beetje zichzelf worden om dan toe te happen naar wat zich aandient.

(met een extra 😉 naar een M. Neem aub die pottenbakkers-draaischrijf weer vast).

En als vanouds, voor iedereen een hele fijne uitloop naar een gezonde en liefdevolle aanloop.

Zelfs een boodschappenlijstje begint onbeschreven…

12 horizontaal is grauw.

Omdat ik graag mijn resultaten van de schrijflessen deel, geef ik u mijn huiswerk mee van twee weken geleden, een kort spannend verhaal schrijven met een vooraf gegeven situatie.

Deze week heb ik maar één werk ingestuurd en de feedback ontvangen. Dat ging over een column schrijven. We kregen ook de kans om een cursiefje in te sturen. Daar ben ik nog mee bezig. U krijgt alvast de-column te lezen. Nu ja, blijkbaar is dit een cursiefje. Waarschijnlijk omdat taal me zo nauw aan hart ligt dat het persoonlijker werd. Misschien moet ik van het cursiefje dan maar een column maken. Een poging althans 😉.

Ik heb verder geen grote noch kleine avonturen beleefd deze week. Of toch? Een fijne verrassing, zomaar uit mijn vader zijn mond.

Hij maakt zich nogal eens zorgen om kleine en minder kleine dingen. Een minder klein ding was het feit dat hij vervoer moest regelen om naar de tandarts te gaan. Wij, mijn zus of ik, mogen dat zelf niet doen aangezien mijn vader dan een week in quarantaine moet blijven. Echter, hij heeft twee afspraken volgende week. Dat houdt hem wel eens wakker en nerveus.

Het gesprek met de zorgkundige van dienst, die alles zou regelen en hem dat laten weten, stelde hem gerust. Na nog enkele dingen die mijn boodschappen wat interessanter maken, besproken te hebben, ging ik naar huis. Bij het afscheid zei ik: “Ziezo, papa. Er is nu toch veel geregeld. De wereld zullen we volgende keer verbeteren.” Zijn antwoord was: “Moeten we dat weeral doen? En die ís al zo goed!”

Zulke dingen maken de dag wel. Hij heeft het nog. Die droge humor!

Konijnen in de binnentuin van het woonzorgcentrum. Gelukkig voor hen ben ik nu vegetariër.

De eerste novemberweek

Die eerste week van november is voorbij. Van verkiezingen aan de andere kant van de oceaan, van herdenking van en (nog) rouwen om diegenen die we missen, van boekenbeurs online tot andere minder spectaculaire gebeurtenissen in deze tijd van het jaar, al dan niet daarmee verbonden. Het gebeurde allemaal.

In mijn quasi isolatie lijkt het leven saai. Laat ik u dan hiermee vervelen. Het is tenslotte zondag. Net als zeven dagen geleden. Toen wilde ik, zoals ik schreef, dat ik samen, met wie dan ook , ergens anders heen. Door dat ene liedje.

Storend.

Vandaag blik ik terug tussen vorige zondag en nu. Mijn uitgegroeide frou stoorde me, uitermate zelfs. Aangezien ik nogal wat fiets, niet in figuren zoals er blijkbaar al gewandeld wordt, zijn die kriebelige haren in mijn ogen op zijn minst vervelend. Nu is het hebben van een frou, of niet, mijn eeuwige dilemma. Over de knoop doorhakken wordt daarom serieus nagedacht. Net zoals in mijn jonge jaren al eens gebeurde én in de vorige quasi isolatieperiode ontpopte ik me in een doe-het-zelver. Et voilà! Ik was toen en ik ben nu.

Schrijven.

Ik kreeg nog een gratis feedback aangeboden, via telefoon/zoom/skype, omdat ik meedeed aan een schrijfproject van Inktvis. Er was al eerder aan gesleuteld, mijn stukje pennenvrucht. Echter ik wil de feedback die aangeboden werd wel krijgen. Ik wacht op antwoord voor het tijdstip.

Gisteren kreeg ik de laatste les van de reeks ‘Starten met schrijven’, die ik voor de tweede keer deed. Het uitkijken naar de volgende reeks ‘Schrijven zonder smoesjes’ houdt me nu gaande. Het lijkt er toch heel hard op dat een beetje stress helpt om te blijven schrijven. Ik weet dat het heel kritisch wordt gelezen en dat drijft me. Daarvan leer ik ook veel. Niet in het minste hoe graag ik het doe en hoeveel vaker ik het zou willen doen. Er ligt gelukkig nog huiswerk te wachten.

Dit stond in De Standaard van dit weekend.

Bitch versus monster

Ondanks de bitch, waardoor ik latent bezorgd voorzichtig ben, is er nog het slapende monster. De bijwerkingen van de behandeling wekken jaloersheid op bij die van de bitch dus houd ik me stiller dan stil. Gelukkig is er nog steeds de lotgenotengroep Melanoompunt waarbij ik met al mijn vragen terecht kan. Die bijwerkingen komen en gaan, sommige blijven weg, andere komen terug en er dienen zich soms nieuwe aan. Dan is het heel fijn om te raad te gaan bij anderen, hoe zij dat verlichten of eventueel oplossen. Ik wil hierbij nog een warme oproep doen, voor hen die online bestellingen doen, eens te bekijken of dit via Trooper kan om dan Melanoompunt als goede doel te kiezen. U betaalt niets meer voor uw aankoop. Het aangesloten bedrijf schenkt een percentage aan het door u gekozen goede doel. Het mag Melanoompunt zijn.

Eergisteren nog, het was mijn zes-wekelijkse rondje immuuntherapie, kreeg ik de opmerking “Oei, mevrouw, u hoest. Toch geen corona zeker?” Gelukkig keek de verpleegkundige snel in mijn dossier om vast te stellen dat dit bij mij ‘normaal’ is. Rustig blijven zolang het kostbaar immuungoud in mijn aders en verder door mijn lichaam loopt, is het beste. Ik zocht afleiding in een tijdschrift. Gelukkig voor mijn fiets had ik dat dik boek niet bij.

De fiets

De therapie verliep vlot en ik was rond de middag klaar. Blij gezind stapte ik op mijn fiets, trok mijn mondmasker af waar het weer mocht en trapte. En trapte en nog een keer. Ik fiets vrij traag maar dit? Allez, zo moe of buiten adem ben ik toch nog niet. Weeral gelukkig viel tijdig die eurocent (een stuk van 5 denk ik). De achterband was plat (waarschijnlijk zou ik hier ‘lek’ als opmerking krijgen 😉).

Ik heb dan maar de weg van het ziekenhuis naar huis gewandeld met de fiets aan de hand door het Antwerpse parkenland. Gelukkig niet alle parken. Ik was … pompaf.

Die namiddag had ik de band keihard opgepompt. Inmiddels is ze weer plat. Zou mijn geluk ver genoeg reiken vandaag wanneer ik mijn vader busgewijs zal bezoeken? Fijn dat het woonzorgcentrum wel binnen wandelafstand is. Ongerust ben ik dus niet.

Het wordt wél hoog tijd voor een fiets naar mijn leeftijd. Een elektrische met harde banden.

Geniet gezond van uw zondag, maak het saai, dat scheelt een schaapje of een slaaptabletje…

Ergens anders, laten we ergens anders heengaan.

Soms lijk ik woordeloos. Toch stroom ik over van woorden die geen uiting meer geven aan wat ik denk of voel. Te veel en te machtig.

In de hoop dat overaanbod aan woorden wat in te tomen luister ik naar Griekse muziek. In een lied, een zin erin of het refrein, wordt vertaald wat ik voel en dan word ik rustiger.

Kent u het gevoel dat u een boek, een lied, een beeld, wat dan ook ontdekt dat helemaal vertaalt wat u wilde uitdrukken? Dát!

Vandaag had ik het bij het luisteren naar ditlied, vooral bij de titel en het refrein. Wat ik (nog) niet uitgedrukt kreeg namelijk  ‘Πάμε γ’αλλού’ of ‘Laten we ergens anders heengaan.’

Refrein:

Laten we ergens anders heen gaan, laten we ergens anders heen gaan.

Alleen de waanzin van onze geest bleef onaangeroerd

In de turlu* van deze wereld

werden wij het zout

*turlu is een Turks gerecht, een ovenschotel waarin veel groenten zitten.

Zo’n gevoel is niet altijd aangenaam maar het krijgt een plaats en dat is oké. De wens ergens anders te zijn, is niet iets dat in deze pandemie zal lukken, voorlopig toch.

Ik ga nu nergens heen, tenzij terug in de tijd. Op 1 november staat deze of andere stil bij het leven en de dood. Dan is het bijna onmogelijk om niet in herinneringen te grijpen. Het zal dit jaar anders gaan, ook voor mij. Deze gedachte werd even aangescherpt door een telefoontje van mijn tante. ‘Komen jullie niet naar Hasselt?’ Op één of twee november bezoeken we meestal het graf van mijn moeder zaliger. Achteraf eten we pannenkoeken. Het gebeurt dan ook ongetwijfeld dat we iemand van de familie tegenkomen en een babbeltje slaan.

Helaas, dit jaar niet. Dat wil niet zeggen dat we niet denken aan deze die we in levende lijve hebben gekend, geliefd waren en nu missen.

Deze foto prijkt vandaag en waarschijnlijk nog enkele dagen vooraan ergens in mijn interieur. Het gedicht heb ik zelf geschreven, toen, veertien en meer dan half jaar geleden. Het mag gelden voor iedereen. Het antwoord op de vraag ‘Hoe neem ik afscheid?’ en ‘Hoe neemt zij afscheid?’ is er soms niet. Dat hoeft ook niet. Ik vind het wel een mooi gegeven om over na te denken.

Ik vind het ook een teken om verder te kijken naar wie en wat wél nog leeft of in ons leven zal komen. Een zus en een broer van mij bijvoorbeeld worden nogmaals grootouders. Ik word dus weer grote tante (zelf gevonden) en kijk er enorm naar uit. Als er iets is dat de dood meebrengt, is het ruimte voor de nieuwe levens. Ook al vind ik het doodgaan nogal oneerlijk verdeeld. Daarover kan ik echter alleen maar verdrietig zijn.

Terwijl ik dit schrijf, komt een bericht melden over het plotse heengaan van Ward Verrijcken, medewerker van de VRT, journalist en filmreporter aldaar. Fatma Taspinar en Martine Tanghe waren toch wel geëmotioneerd bij het aankondigen van dit nieuws in het journaal.

De gang van het leven naar de dood en nog verder verloopt niet evenwichtig, blijkt maar weer. Wat kunnen we intussen meer doen dan vallen en opstaan, verder doen en soms stilstaan, al dan niet gedwongen.

Natuurlijk steeds weer dankbaar om uiting te geven in mijn schrijven zoals gisteren in de les schrijven aan iets wat dystopisch lijkt, maar realiteit zou kunnen worden. Een mens moet al eens overdrijven, niet? Voor de geïnteresseerden: Gekteofecht? 😉

Gigolo

Mijn meest altruïstische liefde

Wat hebben we samen veel gereisd!

Bij jou kon ik ongegeneerd brullen van het lachen

en van het huilen.

Ik kon roepen en tieren,

vloeken en ook zingen, recht én scheef.

Gastvrij was je ook voor al mijn genodigden, zonder uitzondering,

op welk moment van de dag of nacht ook.

Mijn grote helper, drager van mijn boodschappen,

mijn rommel. Zelfs bij het verhuizen was jij er ook bij.

Je aanhoorde mijn klaagzangen,

mijn veelvuldig biechten van stommiteiten,

mijn fantasieën, mijn plannen, mijn geheimen.

Je roddelde nooit, ik had je volle vertrouwen.

Je hebt zoveel mee beleefd met mij, veertien jaren lang,

steeds glanzend van plezier.

Jij, met je gladde huid, je perfecte lichaamsbouw.

Jij was al het geld waard, die enkele keren dat je zelf tegenpruttelde.

Maar nu, mijn Japanse liefde, gun ik je nog een tweede leven,

ergens bij een adoptiebaasje.

Misschien word je donor, misschien verhuis je naar het buitenland.

Hoe dan ook, weet dat je heel dienstbaar was en nog kan zijn.

Ik neem afscheid.

Dag mijn Yaris.

Dag mijn mooie Toyota Yaris.

Tot niet meer ziens.

De brave burger

Maandagochtend. Fijne week gewenst. Καλή εβδομάδα.

Maandagochtend met een lijst te-doen-dingen. Vorige nacht leek ze veel te lang. Kwam daar nog eens de autodroom bij. De grote en kleine besognes die een auto kan meebrengen. Vannacht waren ze heel groot.

Op een of andere manier verdwijnt het onoverkomelijke van zo’n nacht, op het moment dat ik opsta. Deze verandering van bui fascineert me wel. Ik, de brave burger, die ’s nachts rusteloos bezig is met te-doen-dingen, word weer kalm bij het ritme van de dag. Het schijnbaar onoverkomelijke van die lijst verandert in actie, weliswaar pas na mijn hele ochtendritueel waarmee ik u nu niet zal plagen.

De bitch strooit weer roet in ieders planning. Zo ook in die van mijn vaders controleconsultaties buiten het woonzorgcentrum. Dat is weer gesloten voor bezoek. Iedereen daar wordt getest en we moeten de resultaten afwachten. Het is te omslachtig om hem nu toch mee te nemen. Ik kreeg vanmorgen ook een sms van het ziekenhuis dat patiënten alleen moesten komen naar hun consultatie. Begeleiders verboden. Neen, dat doe ik mijn vader niet meer aan. Aangezien het niet (super)dringend is, heb ik de afspraak verplaatst en mijn vader op de hoogte gebracht. Dat was dus mooi geregeld, zoals het een brave burger betaamt.

De autodroom zette zich voort in actie. Mijn auto is nu leeg! In afwachting van zijn nieuwe nog onbekende eigenaar heb ik alle bezit, op de ruitensproeivloeistof en zonnewering na, eruit genomen. Alle losse bezit dat niet bij de auto hoort, staat nu te wachten op het te-doen-lijstje om te sorteren. De gevarendriehoek, de brandblusser en de E.H.B.O. tas zitten nog in de auto en naar ik hoop het reservewiel, hoewel ik dat zelf nog nooit gezien heb. Zo, mijn blauwtje is klaar om iemand anders te dienen, netjes en wel. Zoals het een brave burger betaamt.

Dan is het tijd voor wat beweging (dat staat niet op mijn lijstje). Naar buiten, zuurstof, ZUURSTOF scheppen, O², weet u wel? Wélke O²? Die ik uitadem? Maar ik zet mijn mondmasker toch op. Ik stap naar een park hier dichtbij, ga rond de vijver en dan wil ik nog niet terug. Hier is het heel rustig, dan mag de ‘muilkorf’ wel even af. Ik wandel mijn toer groter, via de fiets-o-strade. De meeste mensen die ik tegenkom, hebben het mondmasker op. Bij sommigen hangt het op halfzeven. Enkelen waaronder ik, hebben het netjes in de hand aan de elastiekjes vast en stappen of fietsen voort. Nergens blijven stilstaan om te praten. Terug in de bewoonde, bereden, be-drukte wereld zet ik het weer op. Zoals het hoort voor deze brave burger. Hier is echt veel lawaai. Ik ontvlucht het rumoer via het station. Aan de achterkant is het rustiger.

Een hongertje doet me stoppen bij deze*bakker, die ook belegde broodjes verkoopt. Geen klanten, ik mag binnen. Er is één broodje dat me wel aantrekt en dat bestel ik. Betalen met payconiq aub of cash. Oeps! Ik heb al maanden geen cash meer bij. De app nu downloaden duurt te lang. Mijn bankapp heeft het niet automatisch erbij. U kan ook in het Carrefourtje iets gaan kopen en daar geld vragen. Tja, achteraan was iemand mijn broodje al aan het klaarmaken. Ik durf het niet meer afzeggen, de brave burger. Ik voel me warmrood worden onder mijn masker. Zou het tot rond mijn ogen zichtbaar zijn? Ik voel ook dat er C bij de O² kruipt … oké, dan maar. Een pak déca koffie en een reepje chocolade én vijf euro. Het minimum is tien euro mevrouw. Tien dan maar. Met het pakje koffie en de reep chocolade én de Metro, opgepakt in het station, in mijn hand, wacht ik buiten mijn beurt af bij de bakker. Er staat nu één wachtende voor mij. Gelukkig heeft de bakker me gezien en komt het broodje brengen en het wisselgeld. Alsof hij al wist hoeveel ik bij had …

Lekkere producten, geen verspilling van materialen, behalve dan het zakje waar het inzat.  Dat heeft voor het gemak wel even als bord gediend. Zo loopt mijn afwas niet te snel op en spaar ik vaatwasmiddel uit. Win-win situatie noem ik dat. Brave burger zijn, dient soms wel, ook al komen – naar ik hoorde toch – alleen stoute meisjes overal. De wereld is voor de stoute. Voor de bitch? Wie heeft daar wat aan?

De Brave Burger was voor mij. Dat het voedzaam en hemels lekker was!

Ze hebben ook Dappere Burgers …

Tweeëntwintig zeven.

Vorig jaar schreef ik hier iets over de jaren en dagen tellen, over het lijf dat om ook andere redenen dan ouder worden, opspeelt, over de speciale naamdag van iemand, over wat ik gedaan had die dag en de vele felicitaties. Er is intussen niet veel veranderd.

Verjaren in de zomer. Meestal zijn vele mensen op reis ergens in de wereld. Ik ben het gewoon geworden, verjaren terwijl iedereen weg is. Of verjaren terwijl ik zelf weg ben, op trot, op vakantie, op reis vaak in mijn eentje. Dit jaar is het bubbelsgewijs niet zo aangewezen om een extra bubbel te creëren. Zeker niet met het stijgend aantal besmettingen.

Een feestje achteraf, dat past wel bij mij. Ik ben een achteraffer. Als ik er nu zo op terug kijk, kan ik me niet eens veel verjaardagen herinneren dat ik het echt vierde. Enkele ronde, een halve ronde en waarschijnlijk ook als kind, al heb ik daar niet veel herinneringen aan. Eén tastbare, toen ik negen werd. (zie foto. Die mooie jongen is mijn broerke).

Als kind vond ik het fijn om te verjaren. Er zullen niet zoveel kinderen zijn die er niet naar uitkijken. Cadeautjes, een taartje, kaarsjes uitblazen … allemaal fijn. Wat ik me niet zo goed meer herinner, zijn de verjaardagskaarten. Werd dat vroeger al gedaan?

Was ik zeven of acht geworden? Eén van deze verjaardagen, mocht ik zelf mijn peter opbellen om hem uit te nodigen voor een stukje taart. Ik mocht het echt helemaal zelf doen, in het bureau, vooraan in het huis, waar de telefoon stond met zo’n draaischijf. Daar stond ik te glunderen om hem uit te nodigen en mijn moeder glunderde mee. Heel fier was ik. Mijn peter kwam! Van het feestje zelf herinner ik me niet veel meer.

Aan de andere kant was het wel vervelend voor de school. De meeste kinderen trakteerden hun snoepjes op de dag zelf, hoogstens een dag ervoor of erna wanneer ze in het weekend verjaarden. Ik, daarentegen moest het in juni al doen, einde schooljaar.

Zo herinner ik me nog vaag dat mijn moeder een keer snoepjes voorzien had voor x aantal kinderen. Snoepkous als ik toen was, kon ik niet wachten tot de volgende dag. Zo gebeurde het dat ik al een snoepje op had voor ik ermee naar school ging. Iedereen had een snoepje, zelfs ik zou er nog eentje kunnen hebben. Er was namelijk die dag een kind niet op school. Maar, aldus de leerkracht – eerlijk is eerlijk – zij zou dat wel bewaren voor dat zieke kind wanneer ze weer naar school keerde. Waarom zou zij een snoepje moeten missen? Ze was al ziek. Dus had ik geen! Ik heb nooit geweten wat met dat snoepje gebeurd is noch of de leerkracht mijn smoes geloofde toen ik zei dat we thuis zeker fout geteld hadden.

Als afsluiter kan ik wel een fijne cadeau tonen, toch wel van zeven jaar geleden. Een rond getal, waarbij een M. en haar man die zomer al eens incognito reisden om zover te komen dat de Kretenzers hier hun naam zetten en een figuur inkleurden. Op de dag van mijn feestjes, konden alle genodigden hetzelfde doen en ik had een mooie herinnering, die hier nog steeds ophangt.

Geloof of niet, maar die kwal rechts is Michalis 😉

Pluk de dag en laat de bloem mooi staan in de natuur. Zo heeft elke jarige er wat aan. Lijkt u dat wat?

De buurderij

Ook al heb ik het geforceerde experimenteren in de keuken afgezworen, het overkomt me wel dat ik toch een keer iets uitprobeer. Zoals vorige week de rabarber-crumble. Deze beginneling gebruikte een combinatie van de recepten van Jeroen Meus en Sofie Dumont, gevonden op Google én nog een beetje eigen inbreng ter vervanging van een afwezig ingrediënt hier in huis en uit luiheid, wegens geen zin om nog naar de winkel te gaan.

Het resultaat mocht er zijn én gegeten worden. Gulle eter die dit schrijft, is nog (bijna spring)levend.

Niet dringen, deze is al op 😉

Hoe kom ik er dan bij? Ik ga nu al enkele weken naar de buurderij en ik vind zo stilaan mijn draai in het maken van een vast boodschappenlijstje. Af en toe bestel ik een groentemandje. Dan weet ik vooraf niet wat er in zal zitten. Twee weken geleden was dat heel veel: bleekselder, komkommer, tomaten, een krop salade, radijsjes en een courgette. Ik heb dan maar courgettesoep met teveel bleekselder gemaakt. Het smaakt zelfs! De andere dingen zijn in allerhande slaatjes en uiteindelijk in mijn maag beland.

Fruit had ik apart besteld waaronder de rabarber en ook een mango. Deze  laatste was een heuse verrassing, de eerste keer dat ik er een fruitmandje bestelde.  De mango was me zo goed bevallen dat ik er eentje apart bestelde.

Dan doe ik er ook maar ineens een brood bij met pompoenpitten, voilà.

Zo veganistisch als maar kan. Hoewel ik dat niet streng aanhoud. Vorige week had ik ook eieren besteld. Ik kreeg bij de hele bestelling extra tomaten omwille van de week van de korte keten. Door de corona beperkingen kon er niets evenementsgewijs doorgaan. Er is nu wel de Zomer van de Korte Keten.

Inmiddels heb ik zo mijn vast lijstje van fruit, brood en groenten. Om de zoveel tijd eieren erbij of iets lekkers in de aanbieding. Dit werkt voor mij. Ook al is het iets duurder – ik benadruk iéts – dan de supermarkt, ik kan er vooraf veel van verwerken en/of lang genoeg bewaren. De dingen die ik tot nu toe kocht en verorberde hadden ook veel meer smaak. De kersen bijvoorbeeld zijn heel lekker alsook de rode biet. Ik was er al gek op. Het is gewoonweg fijn om mijn diepvries nu gevuld te hebben met vers bereide gerechten.

Aangezien ik géén vlees, vis of broodbeleg/melk afkomstig van de koe eet, zoek ik ook verder. Tot nu toe vind ik nog voldoende in het supermarktje hier in de buurt en de Bio-Planet.

Het is een nieuwe ontdekkingstocht voor mij. Stap voor stap ontdekt mijn lichaam wat het echt wil en nodig heeft. Dat voel ik vooral wanneer ik het dat niet geef.

Het is nog afvalvriendelijk ook. De meeste dingen zijn in papieren zakken verpakt, die ik na gebruik weer kan plaatsen in de prullenmand, het vuilbakje in de badkamer ipv plastic zakjes.

Oh, en de mensen zijn heel vriendelijk en alert. Ik heb zelf nog geen vergissing meegemaakt. Of … ja toch, die van mezelf maar dat werd snel weer rechtgezet.

Vrijdag haal ik weer af. Mijn bestelling bestaat deze keer vooral uit fruit, waaronder een stuk watermeloen. Geen Griekse zoals ik die ken. Nu ben ik wel heel nieuwsgierig.

U ook? Alvast smakelijk! 😉

Over plastic, online bestellen, lokaal winkelen, normale dingen die het nieuws niet halen

Negen weken binnen zijn. Op een uurtje per dag of zo na. Soms iets meer en soms helemaal niet. Het doet wat met een mens. Tussen zwart en wit ligt voor mij een hele regenboog van kleuren en hun combinaties. Daarin vertoeven is best fijn, de witte kant haal ik niet, de zwarte kant accepteer ik er gewoon bij. Het is er toch.

Veel nieuws heb ik niet. Dan maar de dingen die het nieuws niet halen.

Mei is plasticvrij. Dat was toch de oproep. Knap lastig in coronaire tijden, zeker als je het aantal winkels per winkelbeurt wil beperken. Het supermarktje dichtbij doet het voor mij dan het beste. Toch merkte ik dat ik terug meer plastic afval had. Misschien een moment om eens van gewoonte te veranderen? Sinds ongeveer een jaar had ik twee, hoogstens drie keer een blauwe PMD afvalzak. Tot 13 maart. Ook al vind ik het best handig, zo dichtbij, bijna alles in plastic verpakt blijft toch aan me kleven. Overigens zijn er daar minder bio- en eco-producten.

Ik nam het dappere besluit om eens naar de grotere versie te rijden. Daar is er meer onverpakt (zelf zakjes meenemen) of in karton. Twee keer heb ik het geprobeerd. Telkens zag ik er wachtrijen van ongeveer 10 à 14 personen. Dat zag ik me niet elke keer doen. Die twee keer ben ik dan zonder aankopen terug naar huis gereden en heb maar weer in de buurt boodschappen gedaan.

De online dienst van die supermarkt onderwierp ik aan een heus onderzoek. Ik vond de site een beetje lastig om te hanteren. Het duurde echt heel lang vooraleer de pagina een beetje werkte. Bij elk product dat ik wilde toevoegen aan de boodschappenlijst vernieuwde de pagina zich. Op een bepaald moment had ik voor 220 euro in de lijst staan van allemaal producten die ik niet aangeklikt had. Gelukkig kon ik ze weer wegdoen. Toen begon ik met een verlanglijstje en daar heb ik een boodschappenlijst uit gehaald. Dat was gisteren. Vandaag kon ik het gaan ophalen. Dat ging gelukkig wel vlot en veilig met een extraatje. Zes flesjes Chaudfontaine water met lemon … in plastic verpakking! De boodschappen zelf zaten in een papieren zak. Mooi!

In het verleden had ik wel eens verse groenten, fruit, eieren etc besteld bij de Buurderij. De producten komen dan rechtstreeks van de producent / boer. Lekker makkelijk en daarom heb ik nog een keer geprobeerd. De Buurderij waar ik tot vorig jaar nog ging, is opgedoekt, maar op fietsafstand is er nog een. Vandaag kon ik mijn bestelling ophalen. Mijn fiets was bomvol geladen. Gelukkig had ik als kerstcadeau een fietszak gekregen. Alles is inderdaad lekker vers. De groenten en fruit waren een verrassing. Ik bestelde ‘gewoon’ een mandje fruit&groenten. Wat ik krijgen zou, wist ik vooraf niet. Het zijn wortels, ijsbergsalade, een komkommer, nectarines, appels, een granaatappel, rode biet, kiwi’s en asperges geworden. Dan had ik ook lekkere honing en confituur en een kruidenplantje. Ik weet wel wat te doen dit weekend. De sla en wortels (enkele rauwe) zijn alvast lekker.

Voor geïnteresseerden: https://boerenenburen.be/nl-BE.

Intussen heb ik ook stoffen mondmaskers met dank aan mijn schoonzus die ervoor zorgde, haar zus die ze maakte en mijn broer die ze mij bracht.

Vorige week ben ik ook eens een andere winkel binnengelopen, in Helios hier dichtbij. Heerlijke winkel met veel keuze in thee en koffie, die ze zelf vers malen als je dat wenst, snoepgoed, theepotjes, koffiemolens, … Ik kocht er twee soorten losse thee (kamillethee, groene thee met mango/appelsien) en een pakje versgemalen koffie. Lekker dat het is! Leve mijn koffieverslaving! Thee vind ik intussen ook steeds lekkerder.

Mijn fiets voelde zich afgelopen weken nogal plattekes, dat zag ik aan het achterwiel. Dat had ik graag anders. Wandelen vind ik fijn, maar met fietsen afwisselen nodigt meer uit. Een hersteller zoeken was dus de boodschap. Elke winkel die ik contacteerde, vroeg om op afspraak te komen, liefst te maken via de website. De ene winkel heeft graag dat het om een fiets gaat die daar ook gekocht is (lange wachtrij dus), de andere antwoordde niet. Dan ben ik gewoon lokaal gegaan. Even bellen voor een afspraak en ik kon hem gaan binnenbrengen. Twee dagen later was hij klaar. Een beetje op z’n zuiders – ik moest twee keer terug gaan – maar allez, daar ga ik echt niet om zeuren. Ik kan weer fietsen. Ik houd van zuiders, het trage ritme verpakt in druk bezig zijn. Gezien het aantal gerepareerde fietsen in de winkel kon dat druk zijn wel eens kloppen.

Morgen wil ik de weekendkrant kopen. Eens benieuwd waarover dat zal gaan … zolang er cryptogrammen zijn en andere talige uitdagingen, zelfs cijferige, hoort u mij niet klagen, lokaal noch (inter)nationaal. 😉

Zwart mag, moet niet, zolang het maar een plaats krijgt, meer heeft het niet nodig!