Gigolo

Mijn meest altruïstische liefde

Wat hebben we samen veel gereisd!

Bij jou kon ik ongegeneerd brullen van het lachen

en van het huilen.

Ik kon roepen en tieren,

vloeken en ook zingen, recht én scheef.

Gastvrij was je ook voor al mijn genodigden, zonder uitzondering,

op welk moment van de dag of nacht ook.

Mijn grote helper, drager van mijn boodschappen,

mijn rommel. Zelfs bij het verhuizen was jij er ook bij.

Je aanhoorde mijn klaagzangen,

mijn veelvuldig biechten van stommiteiten,

mijn fantasieën, mijn plannen, mijn geheimen.

Je roddelde nooit, ik had je volle vertrouwen.

Je hebt zoveel mee beleefd met mij, veertien jaren lang,

steeds glanzend van plezier.

Jij, met je gladde huid, je perfecte lichaamsbouw.

Jij was al het geld waard, die enkele keren dat je zelf tegenpruttelde.

Maar nu, mijn Japanse liefde, gun ik je nog een tweede leven,

ergens bij een adoptiebaasje.

Misschien word je donor, misschien verhuis je naar het buitenland.

Hoe dan ook, weet dat je heel dienstbaar was en nog kan zijn.

Ik neem afscheid.

Dag mijn Yaris.

Dag mijn mooie Toyota Yaris.

Tot niet meer ziens.

De brave burger

Maandagochtend. Fijne week gewenst. Καλή εβδομάδα.

Maandagochtend met een lijst te-doen-dingen. Vorige nacht leek ze veel te lang. Kwam daar nog eens de autodroom bij. De grote en kleine besognes die een auto kan meebrengen. Vannacht waren ze heel groot.

Op een of andere manier verdwijnt het onoverkomelijke van zo’n nacht, op het moment dat ik opsta. Deze verandering van bui fascineert me wel. Ik, de brave burger, die ’s nachts rusteloos bezig is met te-doen-dingen, word weer kalm bij het ritme van de dag. Het schijnbaar onoverkomelijke van die lijst verandert in actie, weliswaar pas na mijn hele ochtendritueel waarmee ik u nu niet zal plagen.

De bitch strooit weer roet in ieders planning. Zo ook in die van mijn vaders controleconsultaties buiten het woonzorgcentrum. Dat is weer gesloten voor bezoek. Iedereen daar wordt getest en we moeten de resultaten afwachten. Het is te omslachtig om hem nu toch mee te nemen. Ik kreeg vanmorgen ook een sms van het ziekenhuis dat patiënten alleen moesten komen naar hun consultatie. Begeleiders verboden. Neen, dat doe ik mijn vader niet meer aan. Aangezien het niet (super)dringend is, heb ik de afspraak verplaatst en mijn vader op de hoogte gebracht. Dat was dus mooi geregeld, zoals het een brave burger betaamt.

De autodroom zette zich voort in actie. Mijn auto is nu leeg! In afwachting van zijn nieuwe nog onbekende eigenaar heb ik alle bezit, op de ruitensproeivloeistof en zonnewering na, eruit genomen. Alle losse bezit dat niet bij de auto hoort, staat nu te wachten op het te-doen-lijstje om te sorteren. De gevarendriehoek, de brandblusser en de E.H.B.O. tas zitten nog in de auto en naar ik hoop het reservewiel, hoewel ik dat zelf nog nooit gezien heb. Zo, mijn blauwtje is klaar om iemand anders te dienen, netjes en wel. Zoals het een brave burger betaamt.

Dan is het tijd voor wat beweging (dat staat niet op mijn lijstje). Naar buiten, zuurstof, ZUURSTOF scheppen, O², weet u wel? Wélke O²? Die ik uitadem? Maar ik zet mijn mondmasker toch op. Ik stap naar een park hier dichtbij, ga rond de vijver en dan wil ik nog niet terug. Hier is het heel rustig, dan mag de ‘muilkorf’ wel even af. Ik wandel mijn toer groter, via de fiets-o-strade. De meeste mensen die ik tegenkom, hebben het mondmasker op. Bij sommigen hangt het op halfzeven. Enkelen waaronder ik, hebben het netjes in de hand aan de elastiekjes vast en stappen of fietsen voort. Nergens blijven stilstaan om te praten. Terug in de bewoonde, bereden, be-drukte wereld zet ik het weer op. Zoals het hoort voor deze brave burger. Hier is echt veel lawaai. Ik ontvlucht het rumoer via het station. Aan de achterkant is het rustiger.

Een hongertje doet me stoppen bij deze*bakker, die ook belegde broodjes verkoopt. Geen klanten, ik mag binnen. Er is één broodje dat me wel aantrekt en dat bestel ik. Betalen met payconiq aub of cash. Oeps! Ik heb al maanden geen cash meer bij. De app nu downloaden duurt te lang. Mijn bankapp heeft het niet automatisch erbij. U kan ook in het Carrefourtje iets gaan kopen en daar geld vragen. Tja, achteraan was iemand mijn broodje al aan het klaarmaken. Ik durf het niet meer afzeggen, de brave burger. Ik voel me warmrood worden onder mijn masker. Zou het tot rond mijn ogen zichtbaar zijn? Ik voel ook dat er C bij de O² kruipt … oké, dan maar. Een pak déca koffie en een reepje chocolade én vijf euro. Het minimum is tien euro mevrouw. Tien dan maar. Met het pakje koffie en de reep chocolade én de Metro, opgepakt in het station, in mijn hand, wacht ik buiten mijn beurt af bij de bakker. Er staat nu één wachtende voor mij. Gelukkig heeft de bakker me gezien en komt het broodje brengen en het wisselgeld. Alsof hij al wist hoeveel ik bij had …

Lekkere producten, geen verspilling van materialen, behalve dan het zakje waar het inzat.  Dat heeft voor het gemak wel even als bord gediend. Zo loopt mijn afwas niet te snel op en spaar ik vaatwasmiddel uit. Win-win situatie noem ik dat. Brave burger zijn, dient soms wel, ook al komen – naar ik hoorde toch – alleen stoute meisjes overal. De wereld is voor de stoute. Voor de bitch? Wie heeft daar wat aan?

De Brave Burger was voor mij. Dat het voedzaam en hemels lekker was!

Ze hebben ook Dappere Burgers …

Tweeëntwintig zeven.

Vorig jaar schreef ik hier iets over de jaren en dagen tellen, over het lijf dat om ook andere redenen dan ouder worden, opspeelt, over de speciale naamdag van iemand, over wat ik gedaan had die dag en de vele felicitaties. Er is intussen niet veel veranderd.

Verjaren in de zomer. Meestal zijn vele mensen op reis ergens in de wereld. Ik ben het gewoon geworden, verjaren terwijl iedereen weg is. Of verjaren terwijl ik zelf weg ben, op trot, op vakantie, op reis vaak in mijn eentje. Dit jaar is het bubbelsgewijs niet zo aangewezen om een extra bubbel te creëren. Zeker niet met het stijgend aantal besmettingen.

Een feestje achteraf, dat past wel bij mij. Ik ben een achteraffer. Als ik er nu zo op terug kijk, kan ik me niet eens veel verjaardagen herinneren dat ik het echt vierde. Enkele ronde, een halve ronde en waarschijnlijk ook als kind, al heb ik daar niet veel herinneringen aan. Eén tastbare, toen ik negen werd. (zie foto. Die mooie jongen is mijn broerke).

Als kind vond ik het fijn om te verjaren. Er zullen niet zoveel kinderen zijn die er niet naar uitkijken. Cadeautjes, een taartje, kaarsjes uitblazen … allemaal fijn. Wat ik me niet zo goed meer herinner, zijn de verjaardagskaarten. Werd dat vroeger al gedaan?

Was ik zeven of acht geworden? Eén van deze verjaardagen, mocht ik zelf mijn peter opbellen om hem uit te nodigen voor een stukje taart. Ik mocht het echt helemaal zelf doen, in het bureau, vooraan in het huis, waar de telefoon stond met zo’n draaischijf. Daar stond ik te glunderen om hem uit te nodigen en mijn moeder glunderde mee. Heel fier was ik. Mijn peter kwam! Van het feestje zelf herinner ik me niet veel meer.

Aan de andere kant was het wel vervelend voor de school. De meeste kinderen trakteerden hun snoepjes op de dag zelf, hoogstens een dag ervoor of erna wanneer ze in het weekend verjaarden. Ik, daarentegen moest het in juni al doen, einde schooljaar.

Zo herinner ik me nog vaag dat mijn moeder een keer snoepjes voorzien had voor x aantal kinderen. Snoepkous als ik toen was, kon ik niet wachten tot de volgende dag. Zo gebeurde het dat ik al een snoepje op had voor ik ermee naar school ging. Iedereen had een snoepje, zelfs ik zou er nog eentje kunnen hebben. Er was namelijk die dag een kind niet op school. Maar, aldus de leerkracht – eerlijk is eerlijk – zij zou dat wel bewaren voor dat zieke kind wanneer ze weer naar school keerde. Waarom zou zij een snoepje moeten missen? Ze was al ziek. Dus had ik geen! Ik heb nooit geweten wat met dat snoepje gebeurd is noch of de leerkracht mijn smoes geloofde toen ik zei dat we thuis zeker fout geteld hadden.

Als afsluiter kan ik wel een fijne cadeau tonen, toch wel van zeven jaar geleden. Een rond getal, waarbij een M. en haar man die zomer al eens incognito reisden om zover te komen dat de Kretenzers hier hun naam zetten en een figuur inkleurden. Op de dag van mijn feestjes, konden alle genodigden hetzelfde doen en ik had een mooie herinnering, die hier nog steeds ophangt.

Geloof of niet, maar die kwal rechts is Michalis 😉

Pluk de dag en laat de bloem mooi staan in de natuur. Zo heeft elke jarige er wat aan. Lijkt u dat wat?

De buurderij

Ook al heb ik het geforceerde experimenteren in de keuken afgezworen, het overkomt me wel dat ik toch een keer iets uitprobeer. Zoals vorige week de rabarber-crumble. Deze beginneling gebruikte een combinatie van de recepten van Jeroen Meus en Sofie Dumont, gevonden op Google én nog een beetje eigen inbreng ter vervanging van een afwezig ingrediënt hier in huis en uit luiheid, wegens geen zin om nog naar de winkel te gaan.

Het resultaat mocht er zijn én gegeten worden. Gulle eter die dit schrijft, is nog (bijna spring)levend.

Niet dringen, deze is al op 😉

Hoe kom ik er dan bij? Ik ga nu al enkele weken naar de buurderij en ik vind zo stilaan mijn draai in het maken van een vast boodschappenlijstje. Af en toe bestel ik een groentemandje. Dan weet ik vooraf niet wat er in zal zitten. Twee weken geleden was dat heel veel: bleekselder, komkommer, tomaten, een krop salade, radijsjes en een courgette. Ik heb dan maar courgettesoep met teveel bleekselder gemaakt. Het smaakt zelfs! De andere dingen zijn in allerhande slaatjes en uiteindelijk in mijn maag beland.

Fruit had ik apart besteld waaronder de rabarber en ook een mango. Deze  laatste was een heuse verrassing, de eerste keer dat ik er een fruitmandje bestelde.  De mango was me zo goed bevallen dat ik er eentje apart bestelde.

Dan doe ik er ook maar ineens een brood bij met pompoenpitten, voilà.

Zo veganistisch als maar kan. Hoewel ik dat niet streng aanhoud. Vorige week had ik ook eieren besteld. Ik kreeg bij de hele bestelling extra tomaten omwille van de week van de korte keten. Door de corona beperkingen kon er niets evenementsgewijs doorgaan. Er is nu wel de Zomer van de Korte Keten.

Inmiddels heb ik zo mijn vast lijstje van fruit, brood en groenten. Om de zoveel tijd eieren erbij of iets lekkers in de aanbieding. Dit werkt voor mij. Ook al is het iets duurder – ik benadruk iéts – dan de supermarkt, ik kan er vooraf veel van verwerken en/of lang genoeg bewaren. De dingen die ik tot nu toe kocht en verorberde hadden ook veel meer smaak. De kersen bijvoorbeeld zijn heel lekker alsook de rode biet. Ik was er al gek op. Het is gewoonweg fijn om mijn diepvries nu gevuld te hebben met vers bereide gerechten.

Aangezien ik géén vlees, vis of broodbeleg/melk afkomstig van de koe eet, zoek ik ook verder. Tot nu toe vind ik nog voldoende in het supermarktje hier in de buurt en de Bio-Planet.

Het is een nieuwe ontdekkingstocht voor mij. Stap voor stap ontdekt mijn lichaam wat het echt wil en nodig heeft. Dat voel ik vooral wanneer ik het dat niet geef.

Het is nog afvalvriendelijk ook. De meeste dingen zijn in papieren zakken verpakt, die ik na gebruik weer kan plaatsen in de prullenmand, het vuilbakje in de badkamer ipv plastic zakjes.

Oh, en de mensen zijn heel vriendelijk en alert. Ik heb zelf nog geen vergissing meegemaakt. Of … ja toch, die van mezelf maar dat werd snel weer rechtgezet.

Vrijdag haal ik weer af. Mijn bestelling bestaat deze keer vooral uit fruit, waaronder een stuk watermeloen. Geen Griekse zoals ik die ken. Nu ben ik wel heel nieuwsgierig.

U ook? Alvast smakelijk! 😉

Over plastic, online bestellen, lokaal winkelen, normale dingen die het nieuws niet halen

Negen weken binnen zijn. Op een uurtje per dag of zo na. Soms iets meer en soms helemaal niet. Het doet wat met een mens. Tussen zwart en wit ligt voor mij een hele regenboog van kleuren en hun combinaties. Daarin vertoeven is best fijn, de witte kant haal ik niet, de zwarte kant accepteer ik er gewoon bij. Het is er toch.

Veel nieuws heb ik niet. Dan maar de dingen die het nieuws niet halen.

Mei is plasticvrij. Dat was toch de oproep. Knap lastig in coronaire tijden, zeker als je het aantal winkels per winkelbeurt wil beperken. Het supermarktje dichtbij doet het voor mij dan het beste. Toch merkte ik dat ik terug meer plastic afval had. Misschien een moment om eens van gewoonte te veranderen? Sinds ongeveer een jaar had ik twee, hoogstens drie keer een blauwe PMD afvalzak. Tot 13 maart. Ook al vind ik het best handig, zo dichtbij, bijna alles in plastic verpakt blijft toch aan me kleven. Overigens zijn er daar minder bio- en eco-producten.

Ik nam het dappere besluit om eens naar de grotere versie te rijden. Daar is er meer onverpakt (zelf zakjes meenemen) of in karton. Twee keer heb ik het geprobeerd. Telkens zag ik er wachtrijen van ongeveer 10 à 14 personen. Dat zag ik me niet elke keer doen. Die twee keer ben ik dan zonder aankopen terug naar huis gereden en heb maar weer in de buurt boodschappen gedaan.

De online dienst van die supermarkt onderwierp ik aan een heus onderzoek. Ik vond de site een beetje lastig om te hanteren. Het duurde echt heel lang vooraleer de pagina een beetje werkte. Bij elk product dat ik wilde toevoegen aan de boodschappenlijst vernieuwde de pagina zich. Op een bepaald moment had ik voor 220 euro in de lijst staan van allemaal producten die ik niet aangeklikt had. Gelukkig kon ik ze weer wegdoen. Toen begon ik met een verlanglijstje en daar heb ik een boodschappenlijst uit gehaald. Dat was gisteren. Vandaag kon ik het gaan ophalen. Dat ging gelukkig wel vlot en veilig met een extraatje. Zes flesjes Chaudfontaine water met lemon … in plastic verpakking! De boodschappen zelf zaten in een papieren zak. Mooi!

In het verleden had ik wel eens verse groenten, fruit, eieren etc besteld bij de Buurderij. De producten komen dan rechtstreeks van de producent / boer. Lekker makkelijk en daarom heb ik nog een keer geprobeerd. De Buurderij waar ik tot vorig jaar nog ging, is opgedoekt, maar op fietsafstand is er nog een. Vandaag kon ik mijn bestelling ophalen. Mijn fiets was bomvol geladen. Gelukkig had ik als kerstcadeau een fietszak gekregen. Alles is inderdaad lekker vers. De groenten en fruit waren een verrassing. Ik bestelde ‘gewoon’ een mandje fruit&groenten. Wat ik krijgen zou, wist ik vooraf niet. Het zijn wortels, ijsbergsalade, een komkommer, nectarines, appels, een granaatappel, rode biet, kiwi’s en asperges geworden. Dan had ik ook lekkere honing en confituur en een kruidenplantje. Ik weet wel wat te doen dit weekend. De sla en wortels (enkele rauwe) zijn alvast lekker.

Voor geïnteresseerden: https://boerenenburen.be/nl-BE.

Intussen heb ik ook stoffen mondmaskers met dank aan mijn schoonzus die ervoor zorgde, haar zus die ze maakte en mijn broer die ze mij bracht.

Vorige week ben ik ook eens een andere winkel binnengelopen, in Helios hier dichtbij. Heerlijke winkel met veel keuze in thee en koffie, die ze zelf vers malen als je dat wenst, snoepgoed, theepotjes, koffiemolens, … Ik kocht er twee soorten losse thee (kamillethee, groene thee met mango/appelsien) en een pakje versgemalen koffie. Lekker dat het is! Leve mijn koffieverslaving! Thee vind ik intussen ook steeds lekkerder.

Mijn fiets voelde zich afgelopen weken nogal plattekes, dat zag ik aan het achterwiel. Dat had ik graag anders. Wandelen vind ik fijn, maar met fietsen afwisselen nodigt meer uit. Een hersteller zoeken was dus de boodschap. Elke winkel die ik contacteerde, vroeg om op afspraak te komen, liefst te maken via de website. De ene winkel heeft graag dat het om een fiets gaat die daar ook gekocht is (lange wachtrij dus), de andere antwoordde niet. Dan ben ik gewoon lokaal gegaan. Even bellen voor een afspraak en ik kon hem gaan binnenbrengen. Twee dagen later was hij klaar. Een beetje op z’n zuiders – ik moest twee keer terug gaan – maar allez, daar ga ik echt niet om zeuren. Ik kan weer fietsen. Ik houd van zuiders, het trage ritme verpakt in druk bezig zijn. Gezien het aantal gerepareerde fietsen in de winkel kon dat druk zijn wel eens kloppen.

Morgen wil ik de weekendkrant kopen. Eens benieuwd waarover dat zal gaan … zolang er cryptogrammen zijn en andere talige uitdagingen, zelfs cijferige, hoort u mij niet klagen, lokaal noch (inter)nationaal. 😉

Zwart mag, moet niet, zolang het maar een plaats krijgt, meer heeft het niet nodig!

Bubbels op Moederdag!

Ik blijf zoveel mogelijk in mijn kot. Nog steeds. De gesprekken die ik al gehoord heb en zelfs aan heb  deelgenomen, gaan over bubbels. Hoe moeilijk is het om tot vier te tellen? Inderdaad, niet moeilijk. Eén twee drie vier. Voilà! Kies nu je bubbel. Ik zit in mijn enkelbubbel, ook al kan ik nog anderen ontmoeten. Maar dan mogen zij niemand anders meer ontmoeten. Als we met vier samenkomen, waaronder eventueel een koppel (vijf effectieve personen) is dát de extra sociale bubbel voor ons vijf de komende weken. Het lijkt op deelverzamelingen uit de wiskundeles waarin ik een singleton ben.

Bijvoorbeeld die vier bubbels met gezamenlijk vijf elementen, met z’n allen in de doorsnede, houd daar maar eens afstand! Een ander voorbeeld kon zijn, een bubbel van vier en deze enkelbubbel. Het lijkt me niet zo tof om de vijfde blub in de bubbel te zijn. Een auto heeft ook genoeg aan vier wielen. Ik was nu net zo knus gesetteld in mijn bubbel en houd het voorlopig zo.

Kan 10 mei uitgeroepen worden tot nationale dag van de Bubbel? Een extra reden om de fles met bubbels open te doen.

Wiskunde, nooit mijn sterkste vak. Maar ik kreeg het wel twee jaar lang van mijn moeder. Op Moederdag komen er dan al wel eens wat meer herinneringen boven, ook aan de wiskundelessen van haar, die ik dan meteen in de bubbel toepas. Zou ze nog punten geven?

Aan alle moeders een dikke proficiat, voel je knus, voel je veilig, voel je geliefd, voel de liefde van je kinderen. Moeders bevestigen als de besten, kinderen in wie ze zijn, ook al wil de wereld rondom hen graag bevestigen in wie ze niet zijn maar wel zouden moeten. Voor later als ze groot zijn.

Neen, dan de moeders! En dat ze in hun intuïtie, instinct zou ik zeggen, erkend worden vooral en misschien zelfs enkel door hun kinderen /de kinderen waarvoor ze zorg(d)en.

Ik heb eens opgezocht van waar het nu eigenlijk kwam. Het commercialiseren is sowieso gebeurd, op welke dag het ook gevierd wordt. In hoeverre het juist is weet ik niet, maar op Wikipedia vond ik dit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Moederdag. Blijkbaar wordt het in andere landen en op andere plaatsen op nog meer verschillende dagen gevierd. Ik lig er niet van wakker, volgens mij is het elke dag Moederdag. Misschien kunnen we de Moederdagen van alle landen volgen?

En wat met kinderen, volwassenen die hun moeder helemaal niet meer willen kennen? Erg, zelfs om te denken, maar toch bestaat het. Dat lijkt me erger dan geen bloemen meer te kunnen kopen voor mijn moeder. Ik weet tenminste dat ik de beste moeder aller tijden had. Zo wens ik dat iedereen zich kan voelen over zijn/haar moeder.

Eén van de laatste foto’s van ons samen.

Ik werd de aanblik van mijn kop nogal beu en wilde er weer een beetje netjes uitziend hoofd van maken. Ik werd voor een keer doe-het-zelver. De schaar in het haar en de kleur op het grijswit. Mijn hoofd leek op een landingsbaan. Vliegen mag toch nog niet, voor niets nodig dus. Het ziet er nu toch iets beter uit hoewel mijn kapster enorm gemist wordt.

Wat ga ik mijn kapster graag terug zien 🙂

Oh, de cursus schrijven krijgt nog drie vervolglessen. Hoera, juij, joepie! Ik heb me alvast ingeschreven. Intussen wacht ik op mijn online bestelde boek, over schrijven, het komt maar niet aan. Zou ik me toch in het winkelgedruis wagen, einde van de week of zo?

Intussen houd ik wel van dat weer vandaag. Wind, regen, het wordt frisser. Liever houd ik ervan dan dat ik het verfoei, het is toch wat het is. En alles wordt weer een stukje groener.

Hebt u uw bubbel al gekozen? Of werd u verkozen?

Held op sokken.

De singels waren gisteren de helden van de dag. Ik ook? Op mijn sokken! Dat wel. Dikke enkelsokken nog wel, lekker warm. Ik voel het heldendom in deze situatie niet. Zeker niet als single. De vraag rees bij mij al vaker of dit verder gaat dan enkel dankbaarheid en bewondering – tot zover ben ik mee – bijvoorbeeld een kader creëren om deze hele situatie te kunnen vatten. Doe wat goed voelt!

Ik zou me bijna schuldig voelen omdat ik toch via de app naar de radio een berichtje stuurde. Ze hebben er maar één zin uit genomen. Het was nog zo interessant wat erna kwam. De vraag was Wat doet een single in deze lockdown, wanneer fysieke, echte live contacten niet kunnen? Nadenkend en prutsend met dat veel te kleine toetsenbord van mijn smartphone bedacht ik dat er toch nog wat gebeurt in mijn leven, weliswaar niet zo heldhaftig. Ik heb mijn sokken gelukkig nog.

Afgelopen woensdag had ik de laatste les schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Deze keer ging het over dosering. En daar kan ik nog wat in leren. In alle ingrediënten van het schrijven. De eerste oefening van de avond was er eentje die nogal ver van mijn bed was. Zo had ik zelf nog niet over een verhaal nagedacht. Het dystopisch verhaal. Google het maar eens. Desalniettemin vond ik het wel een uitdaging en heb ik een scène in elkaar gebokst. De tweede oefening was grappiger. Ik hoop alleen maar dat ik zelf nooit in zo’n verhaal voorkom, ook niet in deze coronaire (of is het coroniale?) tijden. Dat ging over ‘de saaiste persoon ooit’.

Misschien wordt er dit voorjaar nog een vervolg aan geschreven, vijf andere ingrediënten. Ik heb alvast in mijn evaluatieformulier extra benadrukt dat ik dat zie zitten. Er is gewoon zoveel te leren over fictie schrijven. Ik had niet gedacht dat die verhalen en scènes allemaal uit mijn brein zouden komen. En dat is ook te danken aan de wel zeer bekwame docente, met steeds de goede dosis uitdaging en begeleiding, goede feedback en tips om het verhaal echt af te maken. Het lijkt een ontdekkingstocht, waarbij het zelfvertrouwen in schrijven groeit. Wat ik er ook mee ga doen.

Donderdag had ik een online ontmoeting met de lotgenoten van Melanoompunt. Enkele mensen van het bestuur hebben een webinar ontmoeting georganiseerd. Hierbij konden we vooraf allerlei vragen insturen over onze ziekte en corona. Die werden dan voorgelegd aan twee professoren oncologen. Tijdens de webinar konden we ook in de chatruimte vragen stellen. De professoren die ons te woord stonden waren prof. B. Neyns en prof. L. Brochez. Het is tijdens zo’n webinar ook heel belangrijk om uw virussoftware aan te zetten. Prof. B. Neyns legt uit waarom…

Als het u interesseert, als u iemand kent die hier wat aan heeft, kan u het hier zien. Ik vond het heel interessant. Dit ontmoetingsmoment was heel welkom zeker wanneer er al enkele van onze geplande ontmoetingsdagen in het water vallen.

Enkele weken geleden, kreeg ik van een paar vriendinnen toffe kaartjes, ik wilde iets terug sturen, maar eerst niet zomaar wat. Aangezien het om de 5 M’s gaat, vond ik het wel tof daar iets rond te doen. De tekst achterop is TOP secret 😉.

Deze week kreeg ik ook weer een Whatsapp berichtje van mijn taalbuddy. Hij heeft het blijkbaar druk op zijn werk en een verhuis, waardoor het al een tijdje geleden was dat ik er nog iets hoorde. Hij is een anderstalige nieuwkomer in België en heeft al enkele modules in Nederlands voor anderstaligen gevolgd. In deze opgesloten tijden is het wel fijn om op deze manier de kennis die hij al vergaarde te blijven oefenen. Vorig jaar zomer deed ik ook al mee aan een gelijkaardig project. Dat waren fysieke ontmoetingen. Hier heb ik er iets over geschreven. Dit prachtige initiatief gaat uit van Atlas vzw.

Eten, dat gebeurt ook nog steeds. Zelf ben ik  niet meer veel bezig met experimenteren. Af en toe een grotere hoeveelheid om daarna alles, min één portie, in te vriezen. Lekker makkelijk voor minder energieke dagen. Wel heb ik een catering ontdekt die meermaals per week voor afhaalgerechten zorgt. Trizee Privee! Het is de zaak van iemand die ik ken uit de online lessen schrijven. Ze maakt lekkere gevarieerde meeneemgerechten, en stelt elke week een ander menu voor. Dat werkt wel. Ik heb vorige dinsdag besteld voor afgelopen donderdag en het was heel lekker, gezond, vegetarisch en lokaal. Ik ga zeker nog eens langs. Voor degenen van Berchem of nabije omstreken, ziehier de link: https://www.trizeeprivee.be/ en smakelijk!

Het creatief dagboek doe  ik ook nog steeds. Ik vind het heel ontspannend, het maakt plaats in mijn hoofd en bij online oefeningen heb ik nog eens een sympathieke stem in mijn living. Op basis van deze oefeningen, vooral de dagboeken in quarantaine kwam ik op het idee van kaartjes voor de 5M’s. Het wakkert ook mijn beeldende nieuwsgierigheid aan. Kan ik (ooit) een gezicht getekend krijgen, bijvoorbeeld?

De wekelijkse zoommeeting met mijn broers en zussen staat nog in de agenda. Deze situatie van lockdown begint wel door te wegen. De ene heeft al wat meer behoefte aan fysiek contact dan de andere. Zelfs ik begin het toch te missen. De eerste keer dat ik dat goed voelde, was toen R., mijn nichtje van vijf, haar verjaardag had en we niet konden mee feesten.

Maar zelfs al mis nu ik wat meer sociaal contact –  in vorige tijden voelde ik me vaak overprikkeld – ik prijs me toch gelukkig genoeg om elke dag weer op tijd op te staan, de lichte tai chi oefeningen te doen, te schrijf-mediteren en dan de dag in te stappen, met ontbijt, chocolade en een goeie tas koffie. Daarna komt meestal wel een idee op de proppen om de ‘gewone’ klusjes uit te kunnen stellen.

Wat zal ik morgen eens doen? 😉

De verderzetting van mijn gewone ongewone leven.

Iedereen – zo lijkt het toch – is bezig met zichzelf profileren. Tot mijn (niet zo grote, ik geef het toe) schaamte, overprikkelt en verlamt het mij. Ik doe niet mee aan boodschappen doen, niet mee aan mondmaskers naaien of schorten (u zou ze echt niet willen, vertrouw me graag op dat vlak). Ook niet aan al de dingen die mij zogenaamd uit de verveling moeten houden. Alstublieft zeg, ik weet nu al niet waar mijn hoofd stopt en mijn hals begint, zo vol zit dat ‘wijze’ lichaamsdeel van mij. Al heb ik wel veel respect voor diegenen die het wel doen en volhouden. Natuurlijk heb ik het niet over diegenen waarvoor geapplaudisseerd wordt.

Het zijn inderdaad geen gewone tijden, maar was het dat dan ooit? De verwarring is groot, blogs zijn al vol geschreven over de maatregelen t.o.v. de schade die ze toch ook zullen veroorzaken (of al flink bezig zijn). Velen overtuigd van hun eigen gelijk. Het maakt dat ik in mentale quarantaine ga. Mijn hoofd wil rust! Ik voel me verlamd bij opiniemakers, alsof ik me moet integraal aansluiten bij het ene of het andere.

Wat het wel met me deed, doet en zeker nog zal doen is een weg vinden in dit doolhof van gedwongen en een beetje zelfgekozen egoïsme. Daar schaam ik me niet voor. Ik doe wat ik doe, zowel voor mezelf als voor een ander. Pas als ík het nodig vind, vertel ik er over. Het brengt me in contact met interessante mensen, met interessante verhalen en nog een keer met mezelf.

Wat brachten me de laatste weken concreet bij?

Verhalen, gedichten (of dat wat erop lijkt), bewandelen van de weg naar verbinding met de natuur die ik zo hard kwijt was, dat ik zelfs niet meer voelde dat ik het miste.

Waar haal ik die verhalen? Mits heel goede begeleiding, interactieve online workshop met Anna Walschaerts van Wisper die er schrijfdocente is. Het is een ware ontdekkingstocht. Ik wist niet dat ik zoveel fictieve verhalen in me had. Wat me echt verbaast, is dat ze goed onthaald worden. Mits wat bijschaving natuurlijk. Gelukkig, vind ik zelf. Ik heb nagenoeg geen ervaring in fictie schrijven en een beetje tips en goede raad van echte kenners, zijn dan helemaal welkom. Ik zal in een aparte blog eens wat delen. Geduld a.u.b.!

Schrijven is iets dat me wel goed gaat tegenwoordig. Of het goed en leesbaar is, laat ik aan de lezer over. Voorlopig beleef ik er plezier aan. De ontwikkeling die ik voel, blijft me kriebelen om er meer mee te doen. Daarom grijp ik nu elke schrijfervaring aan. waar ik kan, volg ik workshops zodat ik van het één en ander eens flink kan proeven. Columns en blogs zitten ook nog in mijn emmertje, zo u liever wil staan ze op mijn verlanglijstje.

Het schrijven wordt ook onrechtstreeks getriggerd door de oefeningen van het Creatief Dagboek. Ik heb nl. éénendertig maal dagelijkse opdrachten en een volledige live stream workshops hiervan gevolgd. Het was een initiatief van Sarah Timmermans. Ik schreef er deze recensie bij.

D.I.Y. is hier de leuze. Afgrijselijk druk van mijn kop op papier (en lekker buiten de lijntjes)

Mijn beweging! De ene keer is het toch wel in corontaine. Ik zet een Griekse plaat op en begin erop te dansen. Het voelt veel beter aan dan intensief beginnen poetsen, of wat dacht u? Hopelijk hebben de buren er niet al teveel last van want ik heb dan ook nog de neiging om mee te zingen. Dat zingen doe ik ook wel eens tijdens het beoefenen van dat Creatieve Dagboek.

Behalve dat dansen en af en toe poetsen, ga ik nog regelmatig wandelen. Een uurtje of soms iets langer. Fietsen doe ik ook nog, maar ik merk dat het er alleen van komt als ik echt ergens heen ‘moet’, dat verder dan wandelafstand ligt. Zo had ik woensdag een afspraak en fietste daarna nog naar nergens. Verfrissend, al zeg ik het zelf.

Vandaag kwam ik een aaneenschakeling van gedichten tegen op mijn wandeling. Heel origineel gevonden, vooral de boodschap om het verder aan te vullen. Een dichter op de fietsbrug.  Ik ga op zoek naar krijt. Zal ik in het Grieks schrijven dan?…

Ik schreef nog iets anders, iets dat me bezig hield. Deze corontaine dwingt me een beetje om het een en ander in mezelf nog eens te bekijken, zien wat het met me doet. Ik kon het niet loskoppelen van de Aarde, onze manier van leven, onze verscheidenheid, en nog meer. Ik schrijf wel ‘onze’ maar ik heb vooral binnenin mezelf gekeken. Misschien is onderkennen en zelfs koesteren van wat is en het dan een plaats geven een stapje uit de chaos van ons brein? Mij hielp het om tot mentale rust te komen. Een beetje aanschouwend kijken naar wat deze situatie met mij doet. Aanschouwen.

Tot zover deze lezing.

En zijn uw handen al gewassen vandaag? 😉

Dagje apart

Vandaag had ik mijn immuuntherapie. Ik ben met de fiets naar het ziekenhuis gegaan. Het was al lekker zonnig, maar nog niet te warm. Blij met mijn hoody en jeansvest. Zo was het wel fijn fietsen, zuurstof! Ik zou bijna wensen dat ik nog wat verder weg woonde van het ziekenhuis. Het deed echt deugd, positieve energie voor de komende uren.

Eerst wachten tot iemand de deur voor me opendoet, automatische schuifdeuren kunnen ge-ONautomatiseerd worden. Mijn reden van aanwezigheid daar wordt gevraagd en dan mag ik verder lopen. Het is amper drie stappen richting oncologie. Er staat iemand voor mij dus ik wacht tot hij binnen is. Door de deur, ook weer ge-onautomatiseerd en dus open en dicht klappend, zie ik wat er me seffens te gebeuren staat. Degene die voor mij is, geeft zijn gegevens. De onthaalbediende/ verpleegkundige  (ik vermoed tijdelijk in die functie want er staat een klein bureautje geïnstalleerd bij die deur) geeft alles in, neemt de temperatuur en doet meneer een mondmasker aan. O jee, dat belooft! Ik heb nu al zo’n jeukneus!

Mijn beurt, exact dezelfde procedure, gelukkig geen verhoging van temperatuur hoewel ik het dan toch behoorlijk warm gekregen heb.

Mijn voorschrift voor bloedafname mag ik aan gebruikelijke onthaaldesk afgeven en dan naar kamer 14 gaan. Niet meer de wachtzaal. Die ligt er verlaten bij, dat mooie beeld staat daar zowat te verkleumen van eenzaamheid.

In kamer 14 zitten al twee mensen. Deze keer vraag ik niet of ik wat kan meebrengen voor hen om te drinken. Ik ga zelf geen drinken meer halen, heb zelf fles water bij. Het is nu wachten tot ik aangeprikt word, met naast me mijn gsm en leesboek. Intussen komt de vrijwilliger van dienst binnen om te vragen wie een kop koffie wil. Wij alle drie, de ene met melk, de andere met melk en suiker en ik zwart. Enkel de tas aanraken aub, het bordje niet. De dingen waar je nooit bij stilstaat. Heel knap ook dat de vrijwilligers dit blijven doen.

De koffie is even een ontsnapping aan het mondmasker. We zitten hier zeker voldoende ver van elkaar. Gelukkig maar want mijn neus houdt het niet bij. Een beetje cynisme bekruipt me. Er keek niemand naar om, die bijwerkingen van de immuuntherapie, ook al haal ik dat telkens weer opnieuw aan. Oh ja, ik weet dat ze niet bedreigend zijn, die snotneus, dat hoestje en soms niezen. Het valt alleen nu dubbel op.

Ik laat het af tot mijn koffie op is en het koekje verorberd. De snotneus wordt ook nog even gedroogd en mijn handen ontsmet. En daar ga ik weer, masker op en lezen. Tot ik geroepen word door een verpleegster, om aan te prikken. Daar heb ik wel een fijne babbel mee. Ze vertelt dat ze dat blauwe ding de hele dag op moet laten. Zij heeft een ‘echt’. Ik heb er eentje gekregen door het naaiatelier gemaakt. Dat mag ik dan bijhouden en moet het de volgende keer weer meenemen. Ik ben nu al vies van mezelf. A la guerre comme à la guerre zeker. (Later thuis doe ik er van die ontsmettingsspray op, die ook op wondjes kan gespoten worden)

Blijkbaar heb ik nog steeds heel wat bij te eten. Ik ben helemaal niets bijgekomen. Na die vier weken corontaine had ik verwacht toch iets meer te wegen. Maar neen. Mijn nog-niet-gewone gewicht. De andere parameters zijn nog goed. Ik vind parameters overigens wel een grappig woord. Het doet me denken aan de stagiaires verpleegkunde enkele jaren geleden toen ik geopereerd was. ’s Morgens kwamen de frisse dames de kamer binnen. “Goede morgen mevrouw Knaepen, wij zijn er voor de parametertjes op te nemen.” Begin de dag met een lach ook al is uw wereld maar een oppervlakte van een éénpersoonsbed groot. Het hielp wel.

Na een halfuur komt de dokter binnen. Mijn oncoloog heeft weer vakantie. Dat was vorig jaar ook zo. Het krokusverlof en de Paasvakantie had ik iemand anders. Nu is het wel de dokter van de vorige keer. Dat valt dan weer mee. Ik vraag haar naar de resultaten van de PET-scan die ik einde maart had (zie hier/ ).

Geen verdere consultatie in deze kamer dus. Ik mag mee naar de consultatiekamer. Juij! Ik mag nog eens rechtstaan en even rondlopen. De lucht in dat masker wordt wel warm. Er gebeurt wat ik niet wil. Ik word onrustig en begin te hoesten. Dat valt op natuurlijk. Wat ben ik nu blij dat ik tot vermoeiends toe telkens zeg dat ik veel hoest, nies, enzovoort. Al heel lang. Nu ja, ze laat het verder zo. De resultaten van de scan zijn goed. Mijn baxter mag gemaakt worden. Die was blijkbaar al besteld en toen weer op “even wachten” gezet, toen de dokter hoorde dat ik eerst die scan wilde bespreken. Ze had notabene zelf het voorschrift geschreven vorige keer. Om maar aan te tonen hoe druk het sowieso al is en in deze omstandigheden het cruciale toch al veel is om aan te denken. Ze had ook een voorschrift voor een hersenscan (MRI) meegegeven. Die afspraak werd als niet dringend beschouwd en is toen afgezegd. De dokter zet het wel bij in het dossier om in het oog te houden dat het alsnog gebeurt, in post-bitch periode.

De twee andere mensen zitten al een hele tijd in deze kamer. Ze krijgen verschillende baxters en na elke baxter een spoeling. Ik hoor hen met elkaar praten. Volgende week moeten ze alweer terug komen. Ik ben verschrikkelijk blij dat ik daar niet voorsta. Ook al weet ik dat ik dat ook doe, als het moet, maar nu koester ik me in deze limiet die nog steeds rekbaar aanvoelt.

Bij een hapje van de boterham die ik mee heb, verslik ik me en na de hoestbui durf ik niet verder eten … thuis dan maar.

Het valt al bij al mee. Ik ben er sneller van af dan gewoonlijk, dat gevoel heb ik toch. Of is het dat ik me deze keer eens wel kon concentreren op mijn boek? (lezen hé, nog niet aan het schrijven, dat boek … 😉)

Voor één uur sta ik buiten. Vandaag ben ik bijna contactloos behandeld.

Onderweg naar huis – er is nu meer volk onderweg – vind ik het mooi geweest en besluit dat ik vanavond uithaalvoedsel zal eten. Mijn kot is opgeruimd en dat wil ik nog even zo houden. Geen koken en keuken opruimen vandaag.

Weer thuis maak ik er een tv namiddag van. Ah ja, ik blijf verder in mijn kot vandaag. Alleen voor mijn eten kom ik nog even uit mijn kot, naar Morfo. Er staat een rij-op-afstand. Het is wel gezellig zo, in het zonnetje, beetje wind, onder de kerktoren. Bij mijn beurt zelfs nog eens een beetje Grieks praten. Mijn God wat is dat lang geleden … behalve dan … Grieks zingen, maar dat laat ik niet horen hoor 😉.

Καλό Πάσχα ! Fijne Pasen!

Intussen …

Waarin tussen?

Intussen ben ik nog niet zot gedraaid. Ik praat wel tegen de muren, dat schilderij, de planten, mijn schrijfsels zelfs. De munt heb ik bedankt om toch dapper verder te blijven bestaan. En wat een geluk, er is nog niets van al die dingen die me geantwoord hebben. Naar ik las, moet men pas dan de psychiater opbellen. Dan pas loopt het fout.

Het is hier stil, veel stiller dan ik gewoon ben, ook al vind ik mezelf geen lawaaimaker. Het doet goed om de voorbije week te be-kijken. Zo ontstaat er toch een gevoel van bezig zijn, creatief zo nu en dan, nuttig zal wat hoog gegrepen zijn, maar … ach er is geen maar, gewoon het enige NU.

Op wandel:

– single op de brug over de stille Singel

– geen Samariakloof maar wel bergaf. Een stukje cake

Blijf in uw kot, ja gij ook Anne-Mie. Ik ben dan hier even op reis geweest.

En dan nog een lange natuurwandeling, niet in mijn kot en weer naar mijn kot.

Onderweg naar huis ben ik een buurvrouw tegengekomen. Korte babbel, ze is één van die mensen waarvoor ik elke avond om 20u meeklap. Dokter bij Geneeskunde voor het Volk.

Het is nog steeds zo, ik ben een enkeling, als u ooit een prototype nodig heeft, ben ik kandidaat om model te staan. Maar zelfs voor deze eenzaat is een beetje contact welkom. De verrassing kwam uit Kreta. De Fransman die kunst maakt in Margarites. De meeste anderen doen het ook nog goed. Enkelen maken donkere periodes door. De Bitch is ongenadig geweest.

Plaats en tijd voor verrassende-hoewel-amateur-in-de-kunst-met-verf-en-stift-enzo, zoals deelnemen aan Creatief dagboek online sessies. Heerlijk om even alles los te laten en te kliederen.

Boodschappen doen valt al veel beter mee. Het exotisch fruit wordt wel schaarser om begrijpelijke redenen. En toch.  Ik heb deze week nog een granaatappel weten versieren.

Weer een aflevering van mijn vage bestaan ergens in mijn kot.

Er volgt – waarschijnlijk morgen – een serie verhalen die ik nog ingelezen heb.

Op een andere dag nog wat en dan weer wat. Als u het doet, a.u.b. doe het op afstand.