Huurder of eigenaar

Het is soms een hamvraag. Wil ik mijn woonst huren? Wil ik eigenaar zijn? En in hoeverre is het van mij, of ik nu huur of gekocht heb. Van Mij! Dat bedoel ik.

Hoe vaak had ik het al over ontspullen? Over opruimen? Wat symboliseert het? Voilà. Als ik hier eens rondkijk, is er niet zoveel wat mij uitstraalt en toch weer wel. Het rommelige, het onopgeruimde dat me vergezelt, plaagt me ook.

Is loslaten zo moeilijk? Is leegte zo angstaanjagend? Dat ook. Het gonst van het piekeren.

Enkele en meer vragen, vage vragen, die me – telkens weer – naar de pen doen grijpen. Gisteren weer. Een hele dag nog wel. Ik deed mee aan een online schrijfmeditatie van Joey Brown. Het thema ‘Huurder of eigenaar van je eigen leven?’ Heikel thema!

Ik kon niet geloven van mezelf wat er allemaal de revue passeerde. Dingen die toch verwerkt waren, niet? Maar waarom neem ik dan familieherinneringen in huis? Ik hing eraan vast. Nu voelt het aan als een opslagplaats die ruimte inneemt met dingen waar niemand nog iets mee doet. Maar doe ik ze daarom zomaar weg?

Eén van de wijsheden die me zeker bij blijft: “Moeten we alles analyseren, over familiekwesties, dingen die gebeurd zijn, onverwerkte trauma’s van vorige generaties die onbewust meesleept worden.” Meeslepen, het woord alleen al. Alsof je er een schuld van iemand anders mee aflost. Een beeld van mijn ziekte en het symbolische ervan stond er ineens gewoon, boem baf. Het was (ís nog een beetje teveel, maar soit) een onderhuids gevoel, steeds dieper gaand. Heel verbazend om dat zo te zien!

Een volgende vraag, nog belangrijker, passeerde: “Hoe schud ik los?” Heel concreet! Is het daarom waarom ik zoveel tijd neem om op te ruimen? Om daarna weer alles in een rommeltje te laten staan? Hang ik mezelf vast aan dat verleden? Zelfs heel concreet in dit leven van mezelf. Pas deze zomer heb ik mijn ‘beroepsverleden’ samen gezet in enkele boxen en een boodschappentas om weg te schenken aan een scholengemeenschap voor buitengewoon onderwijs. Hopelijk kunnen ze veel ervan gebruiken. September zal het uitwijzen. Om maar wat te noemen.

Deze schrijfmeditaties beoefenen, dat voelt voor mij helemaal dé manier om kleine, kleinere, grote(re) onderhuidse plagerijen tot pesterijen een plaats te geven, los te laten, vrij te laten. Het mag bestaan, het was er toch al altijd, maar niet meer in een volgestouwde donkere kamer. Ik heb liever een lege heldere kamer met nieuwe mogelijkheden te ontdekken.

Wat niet wegneemt dat het voor iemand anders juist heel verhelderend kan werken om in zijn/haar biografie te duiken. Gewoon doen wat uw eigenste ik u ingeeft.

Mijn laatste woord gisteren: Ademruimte.

Aan het einde van de dag was ik heel rustig. Andere beelden lieten zich zien. Beelden waarover ik nog te schrijven heb, niet in fictieve verhalen, wel in schrijfmeditaties. Sinds lang had ik weer wat vertrouwen, ik kom er wel! Kleine stapjes, babysteps, βήμα-βήμα.

Huren of eigenaar? Zelfs in een huurhuis kan u perfect eigenaar zijn van uw leven.

Heimwee en Will Tura

Het was de week van hittegolf en reflectie, in de spiegel kijken en niet veel herkenbaar zien, de loomheid en de stilstand.

Pas vrijdagochtend werd ik even langzaam wakker. Fietsend naar het ziekenhuis voor mijn behandeling drong iets kleins dat al een jaar weg was, tot me door. Het was een verrassing die mag duren. Mijn neus, waarvan ik dacht dat het me enkel nog voorzag van zoveel mogelijk zuurstof, zoveel mogelijk fijne stofdeeltjes tegenhield en verder diende als (te grote) decoratie, functioneerde ook weer als reukorgaan. Alle geuren registreren zich sindsdien weer in mijn hersens. Hebt u ooit bijna gejubeld bij het inademen van uitlaatgassen aan de stoplichten? Ik die dag wel. Ik voelde me lichter, frisser.

Ik nam me voor om me weer vaker op schrijven te focussen. En waarom zou dat dan geen nieuwe blogpost kunnen zijn, om mee te beginnen?

Deze ochtend katapulteerde een heel verrassende, verkoelende zelfs, foto van een lieve M, me even terug in de tijd. Hier wil ik iets over krabbelen. Het zou kunnen beginnen met een raadsel. Waarom doet Will Tura me denken aan Chania?

Niet doen, dit raadsel. Geen ‘Zonneschijn’ in een povere vertaling naar het Grieks. Ik heb een persoonlijke herinnering aan Chania die, zij het heel zijdelings, met Will Tura te maken heeft. Een koele nog wel …

31 december 2011. M. en ik zijn in Kreta, Chania en we zullen straks naar de club gaan waar Michalis Tzouganakis optreedt. ’s Avonds maken we ons klaar. Onze bedden zijn ook onze stoelen, onze valiezen onze kleerkast, de verwarming is via de airconditioning op de warme stand. Handig want zo hebben we ineens een haardroger. We kunnen wel wat verdragen. Echt waar! En dan zijn we er klaar voor. Veel te vroeg!

Op naar het feest. Het is niet dat we nog nooit zo’n avond in Kreta meegemaakt hebben. Clubbing, ik kan niet zeggen dat het mij aanspreekt, maar voor muziek van mijn grote favoriet, stap ik al wel eens over een drempel.

Gelukkig hadden we al gegeten. Gelukkig ben ik geen drinker. We zijn tevreden met een tafeltje en een fles wijn. Water is er steeds aanwezig. Schotels met in stukjes gesneden fruit ook. De rest kan je bestellen. De rekening komt pas als we weer vertrekken, zo weten wel al uit eerdere – zomerse – avonturen.

Hij is aan het repeteren, wanneer we binnenkomen. We mogen gelukkig al binnen. Natuurlijk zijn we de eersten. We wuiven, we zwaaien onze armen bijna als molenwieken en roepen zijn naam, wanneer hij niet zingt. Even later loopt hij langs en pakken we hem vast, of eerder, hij ons. Groot is zijn verbazing dat wij in de winter naar Kreta komen om naar hem te luisteren. Het weerzien is overweldigend.

In de loop van de nacht wordt het luid. De muziek, het rumoer, de drukte. Kan het dat ik mijn hoofd voel tollen? Had ik me niet voorgenomen dat ik voor deze muziek wel wat over zou hebben? Het is zeker niet van teveel drank. Dat heb ik niet gehad. Ik krijg van één en half pintje of glaasje wijn al lachkriebels die ik anders niemand durf aandoen. Neen, daarvan is mijn hoofd niet aan het tollen. Hoe verder de nacht naar de ochtend glijdt, hoe misselijker ik zelfs word.

Bij ontbijttijd komen we weer in onze kamer. We gaan naar bed. Is daar wat mee gebeurd? Het bed draait. Het bed tuimelt. Het bed doet alles behalve stil blijven staan en mijn hoofd en maag tot rust brengen. Ik word badkamerbezoeker, een frequente, die eerste januari. Het lukt niet om tot rust te komen. M. trekt er even alleen op uit. Pas in de late namiddag voel ik me weer een beetje mezelf en ga mee naar buiten, ik drink cola. Die houdt het. We wandelen even, dicht aan het water. Daar heeft iemand een dikke vis gevangen. Het dringt niet echt tot me door maar ik vind het wel apart.

Op een keer krijgen we honger. Ik ook. Oef, dat treft. Mijn binnenkant doet het weer. We wandelen langs de promenade in Chania. Er is niet zo veel open en waar het open is, zien we nauwelijks iemand eten. Misschien is het nog te vroeg?

Hoe dan ook, we stappen binnen in een Italiaans restaurantje. Het is er rustig, lekker warm en de man die ons bedient is vriendelijk. We beginnen te praten en dan vertelt een mens al gauw vanwaar hij komt. Hij vraagt zelfs van welk deel van België. En dan gaat hij iets doen voor ons. Muziek opzetten die wij zullen kennen. Misschien hoopt hij zelfs dat we gaan meezingen?

Hij heeft Will Tura gevonden. Helemaal mee met het seizoen zelfs, krijgen we het liedje Winterroosje als een zalving (tegen de heimwee?) over onze pasta gesmolten. Had ik nu ook maar wijn besteld, één glaasje maar!

4 januari 2012, weer thuis. Ik heb raki. Ik heb brood, wat olijven en fetakaas in huis gehaald. Kretenzische muziek doet mij smelten. Het Winterroosje is vergeten. De migraine ook (of was het de verkeerde reactie op een schotel vis eerder die dag?)

Wat overblijft zijn mooie herinneringen. En de heimwee. De heimwee blijft.

Bedankt voor het lezen. Hopelijk brengt het Winterroosje samen met het onweer/de regen meer verkoeling. 😉

Is de bitch nog dystopisch?

Buiten ziet het er onschuldig mooi weer uit. Helaas van onschuld is niet veel meer te bespeuren. Het nieuws – te verwachten overigens – van de afgelopen weken, laat zelfs niets te vrezen over, laat staan te wensen.

Het zal wel een kronkeltje zijn, aangewakkerd in de ontdekking van mijn schrijven, dat me volgend dystopisch(echt?) verhaal deed schrijven. Het moest eruit, ik heb het niet echt bedacht. Et voilà:

foto uit istockphoto

“Dat was haasten.

“Inderdaad! Gelukkig zijn wij nog jong.”

Hoe zou het met de ouderen zijn?”

Maar zijn compagnon was alweer weg. Tijd voor hem om ook op te stappen.

Het ging snel. Zij waren snel. In slechts enkele maanden was hun missie nagenoeg bereikt. Opruimen is wat hen dreef. Onderweg kwamen ze oudere soortgenoten tegen. Die gingen er ook aan. Overleving van de sterkste!

Overal waren ze geweest. Nog met vijf, keken ze voor het eerst achter zich. Was iedereen dood? Zijzelf, de virussen COVID22, zeker niet allemaal. Er wáren nog handen. En zeep.

Wie zal winnen?

(de Aarde volgens mij)

Stak, stek, stik, stok en stuk

Een tijd geleden schreef ik iets over moe. de twijfel sloeg ook toe. Zou ik dit posten? Even afwachten hoe het morgen voelt en volgende week en wat ik in die tussentijd doe met moe.

De hele lockdown, light of meer, is natuurlijk de zondebok. Iets of iemand is schuldig, toch?

Alles komt van buiten, de solidariteit, het medeleven, het protest, sociaal zijn, het nieuws, drukte, drukte, drukte … Althans dat zijn mijn ervaringen. Hoe kon ik me er toch zonder meer laten in meetrekken ? Met als gevolg dat ik op een keer plots blijf stilstaan, stokstil. Gewoon alles stikmoe zijn. Ik ging teveel mee in interessante dingen en dat hoeft helemaal niet.

Daarbij heb ik mezelf verbaasd. Het ging sneller dan ik voelde. En – nog verbazender – is het weer loslaten van wat van buiten komt ook gelukt.

Van alles waarvan ik moe word, weet ik dat veel daarvan niet aan mij is. Met alle respect, echt het grootste, voor diegenen die wel heel actief bezig zijn.

Toch is er soms nog dat duiveltje dat me zegt ‘probeer het toch, het ziet er toch fijn uit! Leerzaam! …’ Ja, dat is het echt ook. Alleen vaak niet voor mij. En dan is het wél lastig om weer los te laten. Gewoon omdat ik me dan schuldig voel. Ik spring mee op de kar (vrees niet, ik zal ze niet leiden 😉) maar spring er onderweg weer af want alles wat ik deed was plezieren van iemand anders. Ik stak er teveel energie in. Bij deze, aan iedereen die ik ermee belastte, MEGA excuses.

Intussen ben ik nog min of meer in beweging, bestaande bubbels in leven houden, mijn kot verder aan het ontspullen en herorganiseren. Met mijn vaders kasten is er weer wat opgeruimd (weggeruimd). Zou ik dan toch in dit leven een settelingservaring hebben, hier in mijn stekje?

De ontdekking van de honing zit niet in de zoetheid ervan of de grootte van de pot, het zit in de weg erheen en de zuiverheid van die honing. Voor iedereen zal er wel een ander soort honing bestaan.

Voilà, daarmee hoef ik die klaagzang over moe zijn niet te posten :p

Oh, ik ben ook naar de kapster geweest.  Mijn dag gisteren kon niet stuk.

Adem in mijn nek … 😉

Hoort u nog graag het vervolg van ‘De ontdekking van de honing’, van Toon Tellegen? Ik post het in een volgende blog voor u 😊.

Wie de woorden van de titel snel in mijn blogpost vindt, mag me trakteren 😉

Zomaar, of toch niet?

Het zou kunnen dat ik u kan amuseren of vervelen met schrijven over de loop van het leven hier in mijn kot en omgeving.

De dagen jagen voorbij

Niet allemaal, die andere glijden

Zweven zelfs

Of gewoon, gaan voorbij.

De zelf gekozen retraite-in-eigen-kot voelt rustig aan. De heerlijke leegheid van het bestaan. Dáár is er plaats!

De hete dagen van vorige week hebben me een beetje melig gemaakt, lui, hangerig, zonder er kregelig van te worden. Vandaag wilde het lijf toch wat meer bewegen en nam het me mee naar plaatsen waar ik – op een zonnige zondagnamiddag toch – meer volk verwachtte. Ik heb eerst een tijdje gefietst en dan heb ik even gewandeld in het Middelheimpark.

Er zijn sommige beelden die me aantrokken. Zonder verder denken, ben ik er gewoon naar toe gestapt en bekeek ze.

Dunja, van Kosta Angeli Radovani

Dunja is een vrouwennaam en de naam van een vrucht (kweepeer).

Orpheus, van Ossip Zadkine

Dan is er Orhpeus van Ossip Zadkine. Die lier vind ik wel héél fascinerend. Begeleiding van zang en andere muziekinstrumenten. Als tweelingszielen.

Misconceivable, van Erwin Wurm.*

Die ene boot, die blijft fascineren …

Hunkeren

Naar wat?

Zal ik wel?

Moet ik het nu al weten?

Ik hang hier nog goed

Tussen rust en chaos

Schrijf ik me wel vrij

Morgen zal ik verder hunkeren. (AMK)

En dan is er nog mijn vader die we weer kunnen bezoeken en dan is er nog R. die tijdens de lockdown verjaarde en vorige week haar feestje had in de bubbel waar ik nog net inpaste (ik heb gehoelahoept) en dan is er nog de verandering in het interieur van mijn k… appartement, kosteloos nog wel en … en … soms toch of … of … of …

Wist u dat u uw dagen ook kan vullen met leegte? Probeer het eens, elke dag een beetje. Het doet echt goed!

*Ik heb één foto gemaakt van die boot (mijn versleten smartphoontje was moe). Er zijn er veel betere te vinden. Googlet U het anders maar eens.

Schrijven 4: Nog een ingrediënt.

In de laatste les ging het over taaltransparantie. Duidelijk taalgebruik dus waarbij de lezer zich zowat onmiddellijk een beeld kan vormen. De zintuigen helpen hierbij. Eén van de opdrachten ging hierover. Een kort verhaal, cursiefje, iets anders schrijven over het eten van een ijsje. Als ik de weersverwachting mag geloven gaan we een zeer zomerse week tegemoet. Ik wil u op een ijsje trakteren, het ijsje in mijn verhaal. Aangepast na de feedback.

Deze herinnering (tijdens een winter in Kreta) inspireerde me.

‘Tingelingeling, luister hoe ik vrolijk zing!’ Leentje huppelde in de zon over de stoep.

De ijskar was in aantocht. Zo opwindend! Welke smaak zou ze vandaag kiezen? Zou Jan de ijsjesman alle kleuren bijhebben? Het water stond al hoog in haar mond.

Het belletje klonk licht en vrolijk door de straat. Leentje kreeg visioenen van zoete koude aardbei en volle banaan, heerlijk smeltend in haar mond. Haar buikje kriebelde al bij de gedachte.

Jan de ijsjesman zette zijn kar stil.

‘Wat zal het vandaag voor de jongedame zijn?’

Leentje snoof diep. Ze keurde de prentenkaart. Haar ogen twinkelden. Welk ijsje zal het worden?

‘Drie bollen vandaag!’ Ze staarde verlekkerd naar het smurfje.

‘Heb je die ook met het rode mutsje bij?’

‘Zeer zeker, een smurfje voor de jongedame met een rode muts’.

‘Dan nog een straci stracia … die met de chocola die naar koffie smaakt, ’t is voor mijn papa.’

‘Mokka?’

‘Ja die. Eén bol alstublieft.’

Ze wist het niet meer. Was het nu die witte met chocoladestukjes of die bruine die naar koffie smaakt? Papa smikkelde zijn ijsje toch altijd op. Wat zij en mama ook meebrachten.

Het ijsje smaakte. De geuren van het smurfje met zijn rode muts prikkelden haar neus. Alle smaken  bubblegum die ze kende, proefde ze. Ze smakte van plezier bij elke lik van het blauwe koude goedje. Haar lippen waren bijna net zo blauw. Dat er mensen bestaan die dat niet lusten. Echte kauwgum kreeg ze toch nog niet. Papa noemde het chiclet maar dat was een woord van vroeger.

‘Als je acht bent, mag je chiclet.’ Ze hoorde het hem weer zeggen. Maar goed dat er smurfjes waren die ijsjes maakten van hun blauw.

Zo, nu het rode mutsje. Wat een verschil. Mierzoete koude frambozen plakten tegen haar gehemelte. Ze rilde ervan. Zouden de smurfenmutsjes ook zo kleven op hun hoofdjes?

Plots besefte ze dat ze nog stilstond. Oei! Het was nog maar twee keer gebeurd, dat ze alleen tot aan de straat mocht en een ijsje kopen. Nu mocht ze er ineens twee bestellen. Ze stapte zo snel ze kon. Onderweg slurpte ze gretig verder van haar ijsje.

Twee minuten later ging ze thuis binnen. De schuifdeur stond gelukkig nog helemaal open.

‘Kijk papa! Jouw koffie met chocolade ijsje.’ Leentje hield het hoorntje fier omhoog.

‘Ah! En waar is de bol dan? Helemaal in het hoorntje gevallen?’ Papa’s lippen krulden een beetje.

Ze staarde verwonderd met één oog in het hoorntje. Er zat nog een klein restje in.

‘Maar daarnet was het er nog helemaal!’

Heerlijk om in het kind-perspectief te schrijven. 🙂

Schrijven 3: Vijf ingrediënten + drie

Het kon niet uitblijven, schrijven! Van ‘gesprekken met het innerlijk kind’ over lichttaal naar deelnames aan wedstrijden, nog plannen, een oefenboek, …  enzovoort.. Mijn handen zijn inmiddels goed getraind. Bewegen, in beweging zijn tussen schrijven en lezen door helpt ook, enorm zelfs. Op dagen waarbij ik (bijna) niet fiets, wandel of andere fysieke activiteiten verricht (het huishouden om zomaar wat te noemen) is de flow ver te zoeken.

Gisteren kreeg ik de feedback van twee oefeningen die ik in de cursus ‘Vijf + drie ingrediënten’ schreef. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen lopen. Gelukkig draag ik nooit hoge hakken. Ik schreef hier al eens een verhaal uit die lessenreeks.

In de online lessen komen deze ingrediënten goed van pas. Ik voel het aan als een wegenmap. Bijvoorbeeld, ik rijd van Antwerpen naar Hasselt en de opdracht is dat ik onderweg een kersenboom moet fotograferen. Dan neem ik een weg die me ligt, welke dan ook en zorg ik voor de foto van de kersenboom. Via de autosnelweg of via smalle binnenwegen of gewestwegen, het maakt allemaal niet uit. Het ingrediënt van deze opdracht is de kersenboom. Voilà!

De feedback die ik gisteren terugkreeg ging over perspectief. In de ene oefening werd gevraagd om vanuit het Ik-perspectief te schrijven, een cursiefje met ‘plannen’ na de lockdown. De tweede oefening een litanie geschreven vanuit twee perspectieven (hij en/of zij, derde persoon dus) over één gebeurtenis.

Wat een fijne ingrediënten. Ik zou er in mijn eentje niet opgekomen zijn. Het heeft mijn flow in elk geval doen stromen. Op enkele schoonheidsfoutjes na – sommige komen nogal eens terug – ben ik nog aan het blozen van plezier.

En dat plezier wil ik met u delen. Dames en heren, zie hier een schrijfsel uit de zevende les, aangepast na de feedback. Het cursiefje in Ik-perspectief.

Wat ik in de wolken zag …

Mijmeringen.

Hier lig ik weer in het gras, naar de blauwe lucht te kijken, de vogels te volgen, de wolkjes voorbij zien schuiven. Gewoon, heel simpel, in de verte kijken. Hoeveel zou mijn verzien verbeteren?

Ik denk aan een artikel dat ik – hoe lang zou dat geleden zijn – las over verzien. Blijkbaar leven we te dicht bij elkaar, het ene kot boven het andere of ergens tussen geperst. Wanneer hebben we de kans om nog eens ver te kijken?

Gedachten dwalen af, verder dan ik kan zien. Ik begin te dromen. Zou het nog kunnen in deze wereld? Reizen! In de wolken zie ik de weerspiegeling van een verlaten strand ergens in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

En daar! Op die plek naast dat strand. Daar zal die familie weer gasten ontvangen, vanaf ’s middags de toevallige passanten, die schaduw en koelte zoeken en een beetje rust tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Ik vraag me af hoe het met mijn vrienden gaat.

De wolken maken plaats voor beelden van andere plaatsen, nog steeds op mijn eiland, dat andere thuis.

Daar zit warempel Didier: ‘Bonjour, kalimera!’ Ja, ja nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met zijn keramiek. Dan stoor ik hem beter niet, maar kijken mag.

Ik zie mezelf rijden, de scherpe bochten nemen naar Manoli en Rina. De Griek en de Deense. Volop in de natuur levend en altijd klaar voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes. Het is bijna zonde om ze op te eten want Rina’s borden zijn ware kunstwerkjes.

Ik rijd nóg verder – het is bijna avond – naar een ander strand. Daar wordt alles in gereedheid gebracht voor een concert. Van Michali. Hij is weer helemaal terug. Ik verheug me bij de gedachte dat ik pas weer wegrijd na het ontbijt. Ik zal honger hebben na een nacht dansen op het strand. Vóór het podium uiteraard!

Opkomende en ondergaande zon. Volle maan. Dat tafeltje aan die haven, dat hoekje waar ik een hele middag met één koffie kan zitten lezen, schrijven, mensen observeren. Plannen maken voor morgen, die dan toch veranderen.

Nog even verder reizen in de blauwe lucht met hier en daar een wolkje, wolk, wolken, donkergrijze massa, tromgeroffel! Toch niet speciaal voor mij? Die koude douche van regen anders wel.

Hoe komt u in de flow?

Wandeling

Ik maak al eens een wandeling. De laatste maanden vooral hier mijn buurt. Soms kijk ik rond, soms stap ik in mezelf gekeerd stevig door. Ik heb het lente zien worden en stilaan zomer. Ik heb het vooral gevoeld. Kriebelig, warmer, droger soms natter. Van kale bomen tot volgroene zwaar uitziende takken. Alles ziet er vól uit. Zelfs de regen voelt vol.

Ik maak al eens een wandeling, doorheen het dolle gewirwar van het internet, van Google, over Whatsapp, Facebook, ‘gewone’ email, schrijfwedstrijden tot, mijn favoriete, blogs. Soms vind ik er diepzinnige uitlatingen, soms grappige anekdotes die een zinvol bestaan uiten, kunstzinnige uitspattingen, dagboekverhalen, avonturen tijdens de lockdownperiode, … en een enkele keer kom ik iets speciaal tegen. In Talle’s Arts Community – https://www.facebook.com/tallesarts/ kwam ik een link naar een website van Brigitte Povel tegen, een kunstenares. Ze woont en werkt in Nederland. Omdat ze, naar eigen zeggen, teveel schilderijen in haar schilderhok heeft, ruimt ze op en geeft ze elke maand één schilderij weg. Het enige wat je hiervoor moet doen, is een verhaal schrijven. Vertel waarom dat schilderij voor jou is, waar het je aan doet denken …

Ik wandelde er virtueel langs in mei. Ik zocht, herschreef naar eigen interpretatie mijn tekst bij, verstuurde en kijk … ik, ja ik won! 😊

De reden waarom ik uit een Grieks lied putte? Het voelde zo aan. Dat is mijn les. Het voelt zo aan! Het is een lied dat ook door mij heen wandelt. ‘Als er een reden is.’ Ik voel soms teksten, zinnen, woorden als universeel aan. Bij dit lied ook, ook al zal het zo niet bedoeld zijn bij het schrijven ervan.

Door de toen nog strengere maatregelen kon ik het niet zelf gaan ophalen. Met de bereidheid van mijn zus haar zoon, die in Nederland woont, is het wel tot bij mij geraakt, sinds vorige week toen de grens weer open was voor familiebezoek.

Ziehier mijn winst (beetje naar beneden scrollen) en ineens de uitdaging voor deze maand (bovenaan): http://www.brigittepovel.nl/Gratis%20schilderij.htm

Wat doet u naar het universum kijken?

Schrijven 2: lichttaal.

Als het rommelt…

“Er spookt veel tegelijk door mijn hoofd. Dat stemmetje dat ‘moet’ tegen me zegt. Er gebeurt dan niet veel meer. Blokkades benemen me bijna letterlijk de adem. Ik pieker me suf waar dit nu weer vandaan komt. Wandelingen, fietstochtjes, beweging, het borrelt, … tot ik doodmoe in de zetel neerval, of op mijn bed en als een blok een uur of langer slaap. Veel te diep. Zo’n slaap waarbij ik als een zombie wakker word.” Dan weet ik het weer … ik moet het niet weten met mijn hoofd.

Dit is een van de dingen die ik aan het begin van mijn ziekte en tot bijna twee jaren erna heel vaak voelde. Vooral in het begin want toen had ik die fysieke mogelijkheid helemaal niet om te wandelen of te fietsen. De energie bleef opgekropt.

Het is één van de dingen die me soms nog overkomen. Nu voel ik dat het er mag zijn, zonder meer, zonder toestemming of verbod.

Vorige zaterdag volgde ik weer een workshop bij Joey Brown, weer online via een Zoommeeting. Dit keer was het thema Lichttaal of Soulwriting. Me niet goed voelen, is niet fijn. Natuurlijk niet. Zeker niet als ik pieker over de oorzaak.

Wat doet lichttaal met mij? Ik wil hier een ervaring delen van de Zoommeeting.

We waren met drieëntwintig, allemaal mensen met een intentie. Ik voelde me even ‘betrapt’. Oei, ik heb geen duidelijk verwoorde intentie. Moest dat? Maar dat was niet nodig. Gewoon zin hebben in de dag was voldoende. Toen kwam de intentie vanzelf. Wat zit er in mij dat ik nu nog niet zie? Dáár was ik nieuwsgierig naar.

Nu ik het zo neerschrijf, kan ik me zelfs niet alle stappen van die dag meer herinneren. Ik heb ze ook niet opgelijst. Zo gretig om me onder te dompelen in de lichttaal, deed ik gewoon mee zonder het vast te leggen.

We maakten kennis met lichttaal, vertrekkend uit de punt met de pen op papier en een kernwoord.  Wat vooral belangrijk is – en waar ik wel een paar keren moeite mee had die dag – was loslaten van gedachten, zo nodig een pasklaar antwoord willen. Als dat loslaten lukt, komt de beweging. Ik kon het verschil tussen de eerste oefening en de volgende goed merken. Mijn leesbril afzetten hielp mij. Ik was toch aan het schrijven, geen leesbril nodig dan. Door het onscherp zicht liet ik de controle los.

Er zit geen duidelijk leesbare boodschap in, zoals in een brief, dagboek of zelfs mijn schrijfmeditatieboekje. Het is niet in letters en woorden. De richting is van rechts naar links. Laat de pen maar bewegen.  Soms kan er wel een woord komen.

Ik voelde geen kritiek op wat ik zag, dat het lelijk of mooi was. Het loslaten van de controle over wat er gebeurt, was een heikel punt. Voelen wat je voelt en er niet direct een gebeurtenis op kunnen plakken is op het eerste zicht frustrerend. Als ik dat loslaat, kan ik het voelen op zich door laten, waar het ook vandaan komt. Het één en ander komt los en dat maakt plaats in mijn hoofd. Dan kan ik verder, een laagje dieper.

De groep werd ook twee maal in vier kleinere groepen gezet, zodat we ervaringen konden uitwisselen over een bepaalde oefening.

Voor mij was het een verrijkende ervaring. Het tigste bewijs dat gewoon ‘zijn’ kan. Zonder oordeel of zelfs duidelijke reden. Dat doe ik weinig, gewoon kijken naar wat is binnenin mij en het laten bestaan zonder waarde te geven zoals mooi of lelijk of wat is dat nu?

Een ander aspect dat ik al eerder ervaren had en ook aan bod kwam, is lichttaal schrijven als ik heel moe bent en mijn gedachten me overdonderen. Dat weet ik dat niet goed zal slapen. Een kwartier schrijven zonder meer helpt de muizenissen een uitweg geven.

Ik hoorde toevallig zondagochtend Hilde Van Mieghem op de radio in De Rotonde, vertellen over haar corona-tijd en tijd in Italië. “Ik moet niks.” En gepieker over kuisen, afwassen, eten koken, en dit en dat, was verdwenen. Zelfs als single voel ik die criticus nog te vaak😉.

En u? Nieuwsgierig geworden? De ervaringsdeskundige en top begeleidster in deze materie vindt u in deze link.