Wandelen in de wolken van het park.

Omdat het ‘stilstaan’ deugd doet, rommel ik even verder tussen overprikkeling en – echt waar – heerlijke verveling.

Nog zo eentje die ik graag schreef en de finale van een wedstrijd niet haalde. Het is dus weer deelbaar. Heeft delen niet zo het effect van vermenigvuldigen? In alle onbescheidenheid hoop ik het 😉

Geniet!

Wandelen in de wolken van het park.

Het malse gras, de blauwe lucht, de vogels, voorbij schuivende wolkjes. Ik dwaal af, verder dan ik kijken kan.

Een verlaten strand in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

Die familie ontvangt weer gasten; vanaf ’s middags passanten, voor schaduw en koelte tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Hoe zou het met mijn vrienden gaan?

Andere wolken brengen andere beelden van mijn andere thuis.

Warempel! Didier! ‘Bonjour, kalimera!’ Nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met keramiek. Dan stoor ik hem niet. Kijken mag.

Langs scherpe bochten rijd ik naar Manoli en Rina voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes.

Nog een strand. Michali met de luit is er weer! Ik zal bij dageraad wel honger hebben, na zo een muzikale nacht.

Het malse gras, de blauwe lucht, de wolkjes, wolken, donkergrijze massa! Mijn eiland regent weg.

Dit staat ook op Azertyfactor, voor degenen die me daar volgen. Het is een bewerking van iets dat ik schreef in een workshop (Vijf + drie ingrediënten).

Ps. De foto is uit een zomervakantie 2012 op ‘mijn’ eiland. Nog zo’n mijmering.

Bedankt voor het lezen en geniet, al is het maar één moment vandaag!

Kijkend onderweg.

Vanop die solide rots kijk ik nog even naar de wereld en beleef de dagen vanachter een onzichtbaar helder glas. Intussen rommel(de) ik in wat al geschreven is.

Een verhaal dat ik schreef voor een wedstrijd (Verhaal voor dictee 2021) dat de finale niet haalde. Dus mag ik het nu wel delen 😊. Het staat op hier.

Bedankt om te lezen en het gaat u natuurlijk allen goed in wat u doet.

Een beetje vakantie

Terug uit het kot komen, er werd zo naar uitgekeken, het verlangen groot, de mogelijkheden legio. Andere tijden zouden we misschien durven opperen dat er niet zoveel te doen is deze zomer. Het deert me niet. Wat niet kan, schud ik even uit mijn hoofd. Dat geeft plaats om te bekijken wat wel fijn zou zijn.

Bijvoorbeeld housesitting. Twee vliegen in één klap. Ik ben uit mijn kot en het huis is bewaakt. Althans voor de periode die ik ‘geclaimd’ had.

Wat een fijne week dat was, zomaar een tuin, zomaar de voeten in het gras zetten, zomaar buiten eten zonder me verplaatsen. In Hasselt geboren, weggegaan op negenjarige leeftijd om ‘op de boerenbuiten’ te gaan wonen, terug naar Hasselt, drie hoog (nooit een lift gevonden 😉) om dan naar Antwerpen te gaan (één hoog, gelukkig is er geen lift). Na een half leven zonder tuin, zijn deze dagen een ware luxe, een landing in Utopia.

Ook al is dit een flink bewoonde wijk, er is zeker nog genoeg groen om echte zuurstof in te ademen. Genoeg ruimte om zonder de buren te storen buiten te bewegen. Genoeg veiligheid om zonder hoofdpijn van het oppassen voor racers, over de straat te lopen. Als ik ooit… maar ooit is er niet. Er is NU.

Gent is hier niet ver weg. Twintig minuutjes met de tram en ik zat in het centrum. Lanterfanten is een werkwoord. Al lanterfantend kwam ik op inspiratie om dingen te gaan doen of te bezien. Zo zijn er nog plannen (wanneer later weer NU wordt). Ik ging naar de tentoonstelling van Frida Kahlo. Foto’s nemen van de foto’s die werden tentoongesteld was verboden. Dat doe ik sowieso niet. Dat biedt ruimte en tijd om te bekijken en op te nemen wat me aansprak.

Ik heb in Wondelgem ook mijn nieuwe nichtje ontmoet. Ze is inmiddels al bijna 8 maanden, maar wat een vrolijk meisje. Alsof we elkaar al van bij haar geboorte elke dag zien, zo vertrouwd voelde het. Zoveel vertrouwen had ze zelf want ze bleef zonder problemen een dagje bij mij. Alsof ze het aanvoelde dat ik naar buiten moest, stuurde ze ons wandelen en daar viel ze dan toch in slaap. Alsof dat haar de rust gaf die ze nodig had om prikkels los te laten en te slapen.

Rondom waar ik logeerde was er ook genoeg wandelplezier mogelijk. Daar heb ik dan ook gebruik van gemaakt.

Met het vastomlijnde idee dat ik hier zeker terugkom, dagreis of nog een korte house sitting vertrok ik weer. De Lijn deed het goed, de spoorwegen ook, zelfs mijn benen en schouderspieren (er zat iets meer gewicht in mijn rugzakje bij het naar huis gaan) deden mee.

In de stad, meer landelijk, … het heeft beiden zijn charmes, ik heb niet eens een voorkeur. Ik had en zal nog hebben, de luxe om eens af te wisselen.

Twee dagen later was de Bewegingsdag van Melanoompunt. Toch weer iets om naar uit te kijken. En van die dag mag u binnen heel kort mee genieten.

Bedankt om te lezen. Het gaat u allen goed 😉

Korte pauze…

Hier ben ik niet uitgestapt…

Wordt nog aangevuld, verteld, van Frida Kahlo, ontmoeting met een van mijn nieuwe nichtjes tot een onverwachte duik in het niet zo diepe…

Tot gauw, ik tank even woorden bij intussen.

Geniet van wat is, wees niet boos om wat had kunnen zijn.

Mens, erger me niet…

Of hoe onderhuidse spanningen even ‘onschuldig’ kunnen geventileerd worden. Ik doe het bijna automatisch, in stilte natuurlijk. Het verdwijnt ook even automatisch. Ziehier de column voor de wedstrijd die ik niet won 🙂 :

Ik grommel graag. Van ergernis naar ergernis begeef ik me door het wonderlijke doch kleinmenselijke aardse bestaan. Ik deed het als kind en zette het later dapper verder. Zou het ooit stoppen? dacht ik wel eens. Maar ik doe het nog steeds. Ik wijt het aan de omstandigheden die bondig om reactie vragen waarna mijn humeur even snel weer opheldert.

De jogger die met zwaaiende armbewegingen langs mij heen rent en me stil doet staan, wanneer er uit de tegenovergestelde richting een jonge vrouw met haar peuter in de buggy aankomt. Mijn grom is sneller dan mijn gezond verstand. Ze zijn gelukkig wel van voorbijrazende aard, de jogger en de grom welteverstaan.

Die jonge vrouw heeft niets door. Ze is druk bezig haar smartphone te bespelen. De peuter zeurt en waagt zich aan gymnastiek vanachter die buggygordel. Nog even en het lukt hem; eruit klimmen of vallen? Wat is hier de bedoeling van? ’s Avonds de builen op z’n hoofdje tellen? Toch wandel ik, haar in stilte de les lezend, voorbij.

Op allerlei manieren wordt mijn ergernis gewekt. Het zal me maar overkomen: lezen in een artikel, dat het heeft over de mensen dat de regels aan hun laars lappen, nog wel in het zogenaamde betere dagblad. Geheid grijp ik naar mijn smartphone om de redactie eens te vertellen wat ik ervan denk, hardop beter wetend ‘hoe ben jíj door die selectieprocedure geraakt?’ Maar voor ik het verzend, is de lucht weer geklaard.

De collectieve verwendheid van het bestaan, kan me ook – spreekwoordelijk – tegen het plafond krijgen. Ik ben toch niet verplicht om regenweer slecht te vinden? Is een flinke windstoot een spelbreker in mijn plannen? Moet ik echt weer luisteren naar het geklaag van deze of andere wandelaar die de mooie natuur moet missen omwille van… natuurelementen? Ga toch wat anders doen, denk ik en nestel me in de zetel met mijn dikke Outlander, blij met de honderden nog ongelezen bladzijden.

Bij de vraag “Alles goed met jou?” verstom ik, bijna het puntje van mijn tong afbijtend om niet al te grof te worden. Toch antwoord ik zelfs dan, vind ik zelf, nog beleefd: “Niet alles, maar bij wie wel?” Me verantwoorden over mijn toestand is vermoeiender.

Ergernis, als een stouteheersbeestje dat over mijn huid loopt en kriebelt. Zijn stipjes lichten vervaarlijk op. Voor ik als een gek begin te krabben adem ik diep in en uit. Enkel wanneer de stipjes blijven oplichten, waag ik me al eens aan een duidelijke taaltuiting. Zeker als het over ‘mijn zoveel vrije tijd’ gaat. “Ruilen met mij?” heb ik al meer dan eens gevraagd. De verstomming van die andere is dan een cadeau. Doch weegt zelfs die irritatie nu lichter.

De dag zit vol potentiële ergernissen en hoe sneller ik er lucht aan geef, hoe beter ik me voel, wetende dat het enkel dat moment is. ’s Avonds leg ik me moe maar tevreden neer, me verheugend op de dag van morgen, vol mogelijkheden om mijn eigen kleinmenselijkheid te verdoezelen met grommelen over die van anderen. Mens, erger me wel. Ik houd van u.

AMK.

Wees gewaarschuwd, deze ergerlijke persoonlijkheid hééft grenzen… 😉

Le Bateau en het Middeleeuws (*) Stenen Manhattan van Gent

Le Bateau is een plaats in Gent. Het ligt op de Schelde (echt waar) aan het Zuid.  

Daar was de start voor een ontmoetingsdag na zoveel maanden onthouding van fysieke babbels en bubbels. Een ontmoetingsdag in stijl én met een mengeling van beweging en cultuur. Met grote dank aan de organisatoren van dit mooie evenement. Deze dag kwam tot stand door de patiëntenvereniging Melanoompunt.

Voor mij begon het al heel tof, aan het station van Berchem. Ik mocht meerijden met andere bewoners van Antwerpen die ook naar Gent gingen, alsook een vierde passagier. Aangezien we in hetzelfde schuitje zitten, kwam het gesprek snel op gang.

Aan de boot ‘Le Bateau’ was het heel gezellig. Ook al waren we iets te vroeg, we waren niet de eerste gasten. Het ontvangstcomité stond al te stralen om ons te ontvangen en een boekje te geven over de aankomende wandelzoektocht.

Gelukkig scheen de zon niet (te straf). Voor melanoompatiënten is het echt nog wat meer opletten. Het regende ook niet, het was niet te koud. Hoe ideaal kan het leven zijn op een dag in juni om deze tocht te ondernemen? Desalniettemin stonden er tubes en flesjes zonnebrandlotion klaar, factor 50+ vanzelfsprekend. Van dorst zouden we onderweg niet afhaken, dankzij de voorziene flesjes water. Er lagen ook mondmaskers van Stichting tegen Kanker. Gelukkig herkenden we elkaar nog allemaal ondanks de mondmaskers. Zo niet? Even afzetten en je gezicht laten zien. Het was tenslotte toch al een jaar of wat geleden dat we elkaar nog echt zagen.

Het was een hartelijk weerzien met zoveel mensen. Overdonderend bijna. Ik zat erbij, keek ernaar en genoot ervan bij een tasje koffie.

Dan de zoektocht. We stonden ervoor en gingen erdoor. Het was een fijne uitdaging. ‘Mijn’ oude studentenstad, bijna onherkenbaar geworden, al was dat misschien omdat de zoektocht veel concentratie vroeg én het al enkele tientallen jaren geleden is dat ik er studeerde. De Korenmarkt herkende ik nog goed.

Ik hoefde niet te winnen, maar twee mensen hebben die hele tocht in elkaar gezet, vanalles uitgezocht en dan opgesteld, nagekeken of alles klopt. Dan doe ik graag de moeite om er uit te halen wat ik kan. Zo ook met andere deelnemers. Iedereen deed wat hij/zij in zijn/haar mars had. De samenwerking was fenomenaal. Maar goed want sommige verborgen antwoorden deden denken aan een soort kruiswoordraadsel, al dan niet licht van gewicht (*)

Het boekje zelf mag vanzelfsprekend niet aan derden worden verdeeld, maar ik kan u wel vertellen dat Gent zeer de moeite is om te bezoeken, om erin onder te duiken, om rustige plekjes te vinden – zelfs in het midden van de stad – alsook fijne drukkere plaatsen zoals de Graslei bijvoorbeeld. We werden ook langs onbekende plekken geloodst, langs kleurrijke plekken en ogenschijnlijk verborgen plekken.

In het Novotel, waar er al eerder andere bijeenkomsten van Melanoompunt georganiseerd werden, konden we even uitblazen en iets consumeren. Ik genoot van een verfrissende verse muntthee.

De eindmeet met schiftingsvraag was welkom. Weer aan boord van Le Bateau konden we allemaal genieten van een heerlijk stuk taart, of twee of zelfs drie. Er was variatie genoeg. En dan kwam de ontknoping. De correcte antwoorden werden gelezen, gevolgd door een mooie attentie voor de vier eersten. Maak het mee, ik was de vierde. Ik heb een fijn pakje gekregen met douchegel en huisspray.

Daarna vertrok iedereen stilaan weer, ook de delegatie van Antwerpen. We wonen daar maar in feite zijn we Limburgers en West-Vlaming. Ook op de terugrit was er veel te vertellen, niet enkel meer over dat ene. Ook over andere dingen in ons leven. Al zal het onderhuids toch vaak meetrillen.

Het is onze realiteit en die realiteit heeft ons in contact gebracht met elkaar. Utopia is enkel een fictieve ideale wereld… (*) Elke realiteit verdient om gezien en erkend te worden. De voldane en blije gezichten zijn hier een bevestiging van.

Deze zinnen heb ik thuis geschreven, niet ver dus. (*)

Foto bovenaan van Le Bateau: Luc Chalmet.

(*)Voor wie het cryptogram in het derde boekje van Melanoompuntjes wil oplossen, hier en daar heb ik een hint gegeven in dit blogbericht 😉.

Schrijvers sterven ook

Schrijvers sterven ook,
al blijvend want toen nog schrijvend.
Ze gaan heen en wij erven.

De zoveelste aankondiging van een schrijver die gestorven is. Dat las ik in De Standaard. A.L. Snijders is overleden. De meester van het Zeer Kort Verhaal (ZKV).

Gisteren las ik dat Lucinda Riley overleden is, nog voor het journaal van 19u het meldde. Bijna anderhalve maand geleden stierf mijn favoriete Vlaamse auteur, Pieter Aspe. Ik heb bijna alles van hem gelezen. Vanaf het eerste boek trok het me aan. Het waarom wil ik zelfs niet weten. Ik volgde de aantrekkingskracht. Ik blijf met enkele mooie herinneringen, niet alleen aan de boeken zelf, ook met herinneringen aan enkele ontmoetingen.

Ik ken hen, die schrijvers en toch weer niet. Ik heb over hen gehoord, gelezen, zelfs van hun werk (al dan niet veel) gelezen, maar ik ken hen niet. Toch blíjven ze, ook na hun dood. Al lees ik minder dan ik wil, waarschijnlijk wegens trage lezer zijn en snel overprikkeld, probeer ik toch op te vangen wat me kriebelt. Het is vanzelfsprekend niet uit desinteresse.

Al is het maar een woord, een zin, een gedicht, een heel verhaal, al is het maar één maal: een schrijfsel de wereld insturen. Dat is blijven, dat is vertellen wat je vertellen wil. Dat is een wereld aanzetten tot stilstaan, die enkelen of velen die een nieuwe weg in het brein vinden door dat wat geschreven werd.

Toevallig (of niet) startte ik mijn schrijfmeditatie* deze ochtend met het woord ‘schrijven’. Wat schrijven doet, wat schrijven teweeg brengt, waartoe schrijven voor mij dient, hoe ik het aanvoel.

Dit is wat ik schreef:

Schrijven, pen, papier, scherm, klavier. Het is even in een verhaal kruipen dat niet van mij is en er toch altijd gezeten heeft. zomaar in mij. het is de weerstand doorbreken van wat het verhaal moet of net niet mag zijn. Het is alles overboord gooien wat me tegenhoudt in dat ene verhaal te reizen. Het ís reizen. Het is vertellen van wat niet is, van wat wél is. Wat spannend is. Het is lachen. Het zijn tranen en eenzaamheid. Het is verbinden met iemand, met niemand. De mensen in het verhaal en de mensen die het lezen, met elkaar en daardoor met mij.

Wij, u, jullie, ik, zij en hij die elkaar nooit tegenkwamen of zullen tegenkomen, of misschien juist wel. Het is door alle verlangen naar wat toch niet is, heen ploeteren en achterlaten; afkeer overboord gooien.

Tenslotte wordt het verhaal los gelaten, vrij, en mede de belasting die zwaar weegt en dan is de weg (weer) vrij. Woord na woord, verhaal na verhaal, verbinding na verbinding, reis na reis, verplichting na verplichting.

Schrijven is ultieme vrijheid en misschien is zelfs dat op een keer weg en biedt het leegte, enkel een erfenis nalatend.

Schrijvers sterven. Schrijvers blijven.

 *ik heb het al enkele keren over #schrijfmeditatie gehad. Voor de geïnteresseerden, volg de hashtag onderaan dit bericht.

ps. in het laatste blog bericht van Christine*Van*den*Hove staat een mooie in memoriam, geschreven voor A.L. Snijders.

Bedankt om me weer te lezen 🙂

Blanke Westerling, waar ben je bang voor?

Als huiswerk voor de schrijfcursus ‘Column schrijven’, schreef ik er eentje over de bange Westerling. De titel heb ik veranderd in wat het nu is. De prent hieronder haalde ik uit de Facebookpagina*van*de*Volkskrant. Hij is van Peter Van Straaten. Als de tekst niet duidelijk is, er staat: ‘Ik ben geen vluchteling, ik woon al twintig jaar naast u.”

Mijn column zette ik op Azertyfactor. Klikken op deze link brengt u naar de column.

Ik schreef nog wat meer de afgelopen – hier afwezige – weken. Daarvan vindt u ook nog wel wat op mijn profiel bij Azertyfactor. Bijvoorbeeld, Het Bankje, die dialoog waarover ik het een tijd geleden had, die diende voor de gelijknamige wedstrijd. Ik was niet bij de winnaars, maar wel iemand die samen met mij de cursus ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’ volgt. Haar verhaal wordt uitgevoerd in een podcast. Een andere cursist haar verhaal staat in een Sprookjesboek, ook via een wedstrijd verkregen. Schrijven, inkt, zweet en soms tranen (ook van het lachen), het loont. Zelfs een fijne positieve feedback of eentje vol goede tips; het motiveert allemaal.

Verder kan ik u meedelen dat ik trotse medewerkster van de redactie van Melanoompuntjes. In juni verschijnt de volgende editie. Ik houd u op de hoogte.

Een groot lichtpunt na een jaar van wel zeer beperkte mogelijkheden tot fysieke ontmoetingen, was een gast op bezoek en niet zomaar iemand, een heuse M! (herinner u het verhaal over De Vijf M’s).

Afstand iets dichterbij gehaald

Schrijven wordt vervolgd…

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…