Gesmolten woorden

Naast de hersenmist en voor de lindeboom zweetgeur 
dag en dauw al vroeg op pad soms met een belofte

Die daar in de wolken zit en dan vraag ik me af
hebben zij het niet warm zo dicht opeengepakt

Voortijdig uit hun sokken geblazen zonder hun stem
te laten horen tot slierten uitgedund wegzweven

Opeengepakte gloed die verzengt zonder meer aan de
strakblauwe hemel haar welkom overmaats gemeend

Het zal wel een visioen zijn een intrinsiek verlangen
de wind uit het noorden te roepen om mij te omarmen

AMK

ps er komt niets diepgaands uit vandaag en de voorspellingen beloven veel herhaling hiervan.

Boekenchallenge 4 – De Amandelboom van Michelle Cohen Corasantie

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er acht gelezen, aan een negende bezig.

‘De Amandelboom’ van Michelle Cohen Corasantie.

Het boek beslaat een periode van iets meer dan een halve eeuw te beginnen in 1955 in Palestina. De oudste zoon uit een groot gezin leert al heel vroeg wat oorlog en bezetting betekenen. Indien u geïnteresseerd bent in de inhoud, kijk HIER aub.

Ik wandelde hierna enkele dagen zonder leesdoel verder.

Hoe een jongen van toen amper tien jaar argeloos zijn vader in grote problemen brengt en welk effect dat heeft op de hele familie.

Welke gevolgen de bezetting, toen nog niet zo lang, en de onderdrukking, de regels, de avondklok, de uitsluiting, de vernederingen en het ondergaan om te overleven met zich meebrengen. Aan de ene kant joden die pas uit de oorlog kwamen en velen van hen de holocaust overleefd en tal van geliefden en familie verloren. Wat moesten zij met al die wraakgevoelens? Dat wordt wel duidelijk in het boek.
Aan de andere kant de Palestijnen die hun land dat ze al zo lang kennen, steeds kleiner zien worden. Ook daar ontstaan wraakgevoelens en verzet.

Tussen dat alles door overleeft het gezin zo goed en zo kwaad mogelijk. Ichmad, zo heet de zoon, is hoogbegaafd en heeft het geluk gehad een goede leraar te hebben die hem ’s avonds, na zijn zware werk, verder les geeft. Ichmad raakt zo zelfs in een Israëlische universiteit. Daar past hij toe wat zijn vader hem leerde: probeer de ander te begrijpen. En dat deed hij. Zo komen hij en zijn Joodse docent tot een dialoog en later een samenwerking en vriendschap die tot hun oude dag duurt.

Natuurlijk zijn er nog andere gebeurtenissen en personages die belangrijk zijn, aan beide kanten van het verhaal. Het toont, hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, dat het met dialoog mogelijk is wraaklust op te lossen. Vergeten hoeft niet.

Ik hoop dat dialoog mogelijk is tussen de personen die echt over grote delen van de wereld controle hebben, al weet ik dat dat ijdele hoop is.

Ik schreef ook nog iets op Azertyfactor. Het is een tekst die ik voor wedstrijd schreef, een ultra kort verhaal. Ik sloeg het verhaal op onder de map ‘Niet gewonnen wedstrijden’ 😉
Heeft niets met het boek te maken.

Een Griek

Gisteren bijna een week na de tigste baxterronde wordt mijn lichaam weer wakker en besluit te gaan wandelen. Ik ga mee. Verder dan mijn dagelijkse boodschappen met een extra ommetje. De stappenteller wil ook graag bezig blijven. Die keek nogal eens op, mijn snelle teller.

De zon schijnt, het is nog voormiddag, het ochtendverkeer is geluwd en het is maandag. Hoe rustig kan ik het wensen.

Mijn voeten brengen me richting centrum, heel wat stappen, vanwaar ik woon. Onderweg spreekt iemand me aan in gebrekkig Engels. De man lijkt nogal gehaast. ‘Market okay?” en hij wijst richting centrum.

Yes oké.” zeg ik en we wandelen verder, meneer een tredje sneller dan ik. Ik zie hem voor me stappen en hij lijkt me onrustig. Ondertussen bedenk ik dat ‘Market’ vanalles kan betekenen. Is er misschien een markt in een wijk kortbij? Bedoelt hij de Grote Markt? Want dan moet hij nog een heel stuk stappen.
Als hij even stilstaat,  spreek ik hem weer aan:

Sir! Which market do you mean?
The supermarket.
There is a Carrefour nearby.
– No, supermarket Okay.

Dat was een hele euro die valt. Ik ken in die buurt geen Okay. We hebben dan al de Belgiëlei achter ons. Hij probeert nog wat te vertellen.  Tussen het voor mij onverstaanbare Engelse woorden valt me ‘Ellada’ op.
Ah! Etsi (Ah zo!)  Het gesprek zet zich verder in het Grieks, t.t.z. vlot tegen stuntelig. Heb ik daarom zoveel jaren Grieks gevolgd?

Wat ik begrijp is dat zijn zoon hier woont en werkt. Dat hij op bezoek is omdat hij zijn twee kleinkinderen wil zien en dat hij nu in de Okay moet zijn. Hij wordt opgebeld en na het gesprek zegt hij me dat de Okay nog verder naar het centrum is.

We praten nog wat, vooral hij, dat zijn zoon als kok in restaurant Madonna werkt in het grote museum met de skalopátia (trappen) en of ik daar al geweest ben. Ik vermoed het KMSKA dat ik tot mijn spijt nog niet bezocht heb.
Hij is van Mytilini en daar zou ik ook eens heen moeten. En bij Madonna gaan eten. Dat staat genoteerd. Echt! Ik heb het in mijn notities van mijn smartphone bijgezet.

Dan geeft hij me een hand en zegt Chárika (zoiets als fijn u ontmoet te hebben) en ik herhaal want ik vond het ook fijn om zomaar op een maandagochtend in de zeldzame rust een Griek te ontmoeten op de Mechelsesteenweg.

Hij gaat weer verder. Ik ben nog dingen aan het noteren en wandel ook voort. Hij stapt nog voor me – steeds iets verder want hij is behoorlijk snel – tot ik hem plots niet meer zie. Ik kijk al wandelend rond en vierkant, ook om te zien of er een Okay is. Maar die zie ik niet. Dan maar gewoon verder gestapt, naar het centrum. Ergens, onderweg naar een boekhandel zie ik een affiche hangen over een tentoonstelling in het KMSKA, ‘Zingend rood’ (ook met Ensor).

Ik zal snel die skalopatia eens betreden en een gluten-slash-lactose-vrij hapje na een tentoonstellingsbezoek verorberen en vragen naar de Griekse kok.

Ps: aangezien ik toch wat ongerust was over het al dan niet verloren gelopen zijn, heb ik via de FB groep ‘Grieken in Antwerpen’ een bericht gestuurd met de informatie die ik dacht te hebben. Ik heb geen reactie gekregen maar ik veronderstel wel dat hij terecht is. Niemand laat toch zijn eigen pa alleen als die in een vreemd land jou komt bezoeken?

Spannend spannend spannend

Ik heb het bijna gedaan, twee teksten bijna klaar voor twee verschillende wedstrijden. 
De vraag is niet óf ik mijn woorden zal insturen. Er is overigens helemaal geen vraag hieromtrent.
Enkel een twijfelaar 
– die ben ik –
over het nu insturen of
nog wachten tot de bijna einddatum
ook wel eens deadline genoemd maar dat
vind ik nu eens een morbide woord: dode lijn, allez
vind het maar eens uit! Het lijkt op een Antwerpse
tramlijn of een Gentse of Brusselse maar ik woon hier
vandaar!

Welke wedstrijden ?

Een korverhaal met einddatum op 30 april eerstkomend, maximum een aantal woorden.
Een gedicht met einddatum op 10 mei daarna komend, maximum ook een aantal woorden, de helft meer dan dat kortverhaal.
Op Azertyfactor vindt u meer hierover. En over andere wedstrijden. Nu nog de woorden op de goede plaats zetten.

AMK

foto boven: door deze bril zal ik binnenkort kijken (website Pearle)

Gewoon over maart

Alsof mijn leven spannend is
alsof er dagelijks avonturen zijn
alsof die dan onwaarschijnlijk zijn

Schrijf ik zo af en toe een berichtje
in mijn blog en dan toon ik hoe het was
die maand, de bezoekjes, de tripjes naar

Daar waar ik was en keek naar al
dat moois, mee stapte in een uurtje
van iemand anders die gelauwerd werd

Of over een boek dat ik las
als mijn ‘recensie’ maar klinkt
denk ik erbij want ik denk te veel

Of een andere haarkleur probeer
die uitgroei is nu rood niet meer grijs
dan toch nog eens iets anders wagen of ?

Iets klein waar ik getuige van was en
me pas dagen later weer te binnen valt
dat grappig spraakwatervalletje in de tram

Zal ik vertellen over de scan? De
tigste inmiddels en over die andere,
en hoe het wachten spannender is dan

Schrijven over gebeurtenissen die
plaatsvinden tussen de uren van het
chronische ziek en mentaal moe zijn door

Toch veel fijner
zo niet amusanter
hoe zo’n baby je kan
inpakken en dan samen
met grotere kinderen jou
ontroeren en doen beseffen
dat het altijd maar dan ook
altijd en overal en steeds gewoon

NU! is.

Ik schrijf en deel mee
uitleggen doe ik niet
Dit was gewoon Maart

AMK

Boekenchallenge – Wij, twee jongens van Aline Sax

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er vier gelezen, aan het vijfde bezig. 

Dit boek van Aline Sax is het eerste van twee jeugdboeken (15+ volgens de bibliotheek). Dit eerste gaat over landverhuizers in de beginjaren van de twintigste eeuw. Hett verhaal begint met het vertrek van een  West-Vlaams gezin naar Amerika, toen nog het land waar alles kon en mogelijk was. Eén jongen uit het gezin komt echt aan in New-York, maar of hij de droom kan waarmaken is een andere kwestie. En wat met zijn familie die weer/nog in België zit?

Hij verzeilt in allerlei situaties die op nachtmerries lijken. Is Amerika toch niet dat wat voorgespiegeld werd?
Aline legt enkele thema’s bloot. Alsof je in een schilderij stapt dat telkens verandert, bladzijde na bladzijde tegen de achtergrond van New York in het begin van de twintigste eeuw. Hoe dromen overleven wordt, veel schouderophalen en één uitreikende helpende hand, ontdekking van geaardheid en het moeten verborgen houden, de bandeloosheid tegenover de preutsheid, vriendschappen die ontstaan, verraad, liefde/haat tegenover de stad …

Beeldige zinnen.

Het boek is heel beeldend geschreven, alsof Aline erbij was om ter plaatse verslag uit te brengen. Vijftien-plus is niet overdreven. Het voordeel van zo’n jeugdboek lezen, is net die aanschouwelijkheid, die nooit kinderachtig wordt.

De inhoud van het boek zelf kan u op Hebban vinden én wat anderen er daar over schreven:

wij-twee-jongens  

AMK

foto’s: bovenaan, uit Hebban. In het midden: uit het boek. Ik vond dat zo’n mooie zin!

Dit was februari vaak door een zonnebril…

Daar vroeg ik me over af of ik er iets van zou zeggen. Of toch niet? 
Laat ik het in een brief vertellen. Verwacht geen wereldnieuws.
Lieve mama,
Dit jaar, 26 februari is het twintig jaar geleden dat ik u rustig zag uitademen, voor de laatste keer. Er is veel gebeurd sindsdien. We doen het nog allemaal goed, de ene al wat meer dan de andere. Het is naargelang we de dingen bekijken en ermee omgaan.
De familie wordt steeds maar groter, aan de onderkant van de stamboom. Ook dat is maar hoe ge het bekijkt. Als papa en gij de stam zijn, letterlijk van de sterke boom, dan groeit de boom bovenaan vooral goed. Verspreiden doen we ons ook goed. Steeds nieuwe boompjes afkomstig van die ene boom. Uiteindelijk worden we een hele boomgaard.
Ik zal u niet overdonderen. Februari in het twintigste jaar erná in vogelvlucht:

Zoals  dát meisje dat enkele solo’s mocht brengen tijdens haar toonmoment van de muziekschool.
Zoals de schatjes-van-patatjes met stevige longen en sterke stemmetjes.
Grote zus van deze schatjes die door alles heen heerlijk zichzelf blijft. Druk en lief.
Dan dat acro-wonder. Aladins betovering was groot. Helaas niet groot genoeg om de top te halen. Dat wil zeggen dat elke deelnemer een geweldige prestatie neerzette. Goede organisatie overigens van #OTMGent.

Hier hoort de wereld nog van! is wat ik vaak denk bij familie-kinderen. Mag dat voor alle kinderen alsjeblieft?

Mijn eigen metekind was jarig. Bijna een rond getal … volgend jaar. Dat stemt tot nadenken, iets dat ik nu nog niet zeg en in opbouw is 😉

Dat is één bijna volle tak van de boom van u en papa. Overigens over hem. Hij blijft er zijn. Ook al ziet hij niet meer goed (bijna niets meer). Th. en M. houden een heel goed oogje in het zeil bij hem. We doen allemaal wat we kunnen.

Verder? Er was een M-dag. Het was vanzelfsprekend gezellig, Grieks-Nederlands-Vlaams (alfabetische volgorde) gebabbel, eten, drinken en Dalaras natuurlijk, waarmee het allemaal begon. Voor wie het nog wil weten: M-DAG toen ook op 16 februari, net voor de grote C-ellende.

In Godsheide werden de kinderen herdacht, die 85 jaar geleden verdronken in het Albertkanaal.


Ik heb er gestaan, vorige donderdag. Hoe intriest. K. vroeg er nog naar en of haar bompa daar toen ergens in de buurt was. Gelukkig niet op dat moment of we zouden er allemaal niet zijn en ik zou niemand vervelen met blogberichten…

Nog even langs uw graf en dat van heel wat familie. Weer weggaan was even uitdagend als erheen. Wist ik veel dat de hele straat was opgegraven voor rioleringswerken slash buurt opkalefateren. De aanleg van fietspaden is wel fijn gedaan. Beter om te wandelen dan door die werken te slalommen. Op de terugweg, op het golfterrein, toonde een vriendelijke golfer me de paden om weer op een echte weg te komen én een bushokje.

Dan hield ik ook nog wat taaldingetjes bij, zoals duolingo en de taalkalender. Die kalender zet ik in een volgend bericht.

Ge ziet mama, we vervelen ons niet … en gij blijft gewoon bestaan. Ook al sterven mama’s ook, ze blijven gewoon bestaan!

AMK

Taaldingetje 2

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Ik geef u nog enkele taaldingen mee uit januari en al één uit februari:

Zeppelin: We vlogen met een zucht Graaf Zeppelin kocht het octrooi voor dit vaartuig van ene David Schwarz. Zeppelin was ook de eerste die ‘het gevaarte’ de lucht in kreeg. Dat gevaarte heette* Luftschiff Zeppelin en bleef toen 18 minuten zweven. (Ewoud Sanders)

De kamelenweek: De kamelen uit de week halen. Stelt u zich voor dat er een kameel op een drukke weg staat, welke file dat zou veroorzaken. Zulke files zouden vooral op dinsdag en donderdag voorkomen (didodrukte). Deze piekdagen zijn de bulten van een kameel in een werkweek.  Het zijn klaarblijkelijk vaste dagen dat mensen naar kantoor gaan om daar te werken. Daarom proberen werkgevers hun werknemers ook op andere dagen naar kantoor te krijgen om de kamelen uit de week te halen. (Laura van Eerten)

De letter ‘e’: Ik waag me er niet aan maar probeert u eens een regel, twee zinnen, een gedicht te schrijven zonder de letter ‘e’. Deze letter komt vooral voor in kortere woorden zoals het, een, de, in meervoudsvormen, infinitieven, …
Interessant is dat ene mijnheer Georges Perec een roman geschreven heeft zonder deze letter, in het Frans: La disparition. Straf is dat iemand, Guido van de Wiel, het aandurfde om deze roman te vertalen, evenzeer zonder deze bijna alom aanwezige letter: ’t Manco. Een lettergek. (Diedrik van der Wal)
Wie het interessant vindt, kan HIER meer vinden over deze roman.

Bron gehele bericht: scheurkalender Onze Taal 2026. Daarvan ook de foto’s. Naam van de schrijver van het klinkdicht zonder E (foto bovenaan): Albertus Frese, 1784… zouden dt-fouten toen al bestaan? Of hoe taal toch evolueert.

Over het nieuwtje van vorig bericht, kreeg ik nog geen antwoord. Iemand in Brugge probeert voor mij wel een exemplaar van Kerk en Leven te vinden waarin mijn Lapjeskat zou kunnen staan. Alvast bedankt hiervoor. Als er nog mensen zijn die het tegenkomen en een foto van de publicatie willen sturen, alvast bedankt.

AMK

*het werkwoord voor een naam of eigennaam is heten. Ik heet Anne-Mie want ik heb de naam Anne-Mie. Dat komt omdat mijn ouders mij die naam gaven. Zij noemden mij Anne-Mie bij mijn geboorte. Even een akkefietje van mijn stokpaardje halen… 😊

Toch 'n poging? (wat flauw, zo wis als waarachtig) 

Of waag ik ’t toch?
ik schrijf in mijn blog
kom d’r maar uit
zo’n luchtkomma’s
nuttig als flink wat kruid
Daarom stop ik al maar
mijn schrijfzin is nu klaar.

Taaldingetje

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Zo kwam het dat ik weet dat Aagje van de uitdrukking ‘nieuwsgierig aagje’ (zonder hoofdletter) uit een verhaal komt dat in 1655 werd geschreven en zich in Enkhuizen afspeelde. Aagje was heel nieuwsgierig en ging met een schipper mee naar Antwerpen. Daar raakte ze door haar nieuwsgierigheid in allerlei problemen.

Ook dat de letter q vroeger veel frequenter  gebruikt werd. Tot iemand het quatsch vond en in veel woorden de q(u) werd vervangen door k(w).

Kwantum, kwaliteit, … Kweetnie wat ik ervan denken zal.

De januskop heeft ook zijdelings iets met januari te maken. Januari is volgens sommige bronnen afgeleid van de Romeinse god Janus. God van deuren en andere doorgangen en god van het begin en het einde. Daardoor werd hij voorgesteld met twee gezichten; het ene kijkt vooruit, het andere achteruit. Twee gezichten, onbetrouwbaar en daar is de januskop.
Ander mooi weetje in verband met januari is het woord jeans. Volgens sommige bronnen is januari afgeleid van de Italiaanse stad Genua, waar stevig katoenen weefsel werd gemaakt dat (in het Frans) Gênes werd genoemd (de naam voor Genua). Het verbasterde enkele keren zowel in het Frans als het Engels en werd uiteindelijk jeans.

Het blaadje van gisteren gaat over Xantippe. Dat laat ik u zelf lezen.

Ewoud Sanders zorgde voor deze bijdrage aan de Taalkalender

Bron gehele bericht: scheurkalender Onze Taal 2026.

Even achteraan een nieuwtje gooien. Eergisteravond ontving ik een mail van een diaken van een parochie in Brugge. Ze willen mijn Lapjeskat opnemen in het parochieblad aldaar in het teken van gedichtendag 2026. En of ze het mogen publiceren mét naam en bron (Woordentij die voor de warmste week gedichten van onzichtbare zieken verzamelde). Raad eens wat ik antwoordde?
Kan ik digitaal dat parochieblad lezen?

AMK

Vijgen na Kerstmis

Ge kent dat wel, uw eigen jaaroverzicht. Zal ik het via het alfabet schrijven, zoals ik in een blog las? Of via foto’s zoals ik in een andere blog zag? Nog iets anders? Dat dacht ik zo tussen Kerst en Nieuwjaar samen te vatten.

Toen kwam meneerke Griep op bezoek, zelfs een tweede keer. Hij bleef hangen. Hij pestte en tartte me. Alleen kan meneerke Griep geen warmte verdragen en daar had dit vege lijf een oplossing voor: koorts en ferm optreden: uitzweten! Voilà, die is nu echt weg.

Over de aangelegenheden op wereldvlak en hun ego-leiders heb ik één vraag: ECHT?

Verder ben ik de enkeling die in 2025 wat stilstond. Het bleek wel nodig te zijn. Toch, zonder eureka of aha, is er iets dat me graag overspoelt: ONDERWEG zijn. Zo zijn er nog wel mensen die ik ken, ieder op zijn/haar eigen manier.

Onderweg heb je zo weinig nodig, af en toe uitrusten, wat eten en drinken et voilà! De ballast overboord en plaats voor een zeemeeuw, een koffietje, familiefeestje, een geboorte of twee (van in totaal drie kindjes)…

Ik was aan zee. Ik was in Oostende. Ik was bij familie, bij vrienden. Ik was in Hasselt, in Nijmegen. Ik was ook hier, waar ik vooral veel opruimde.

Vader bezoek ik ook nog elke week (behalve vorige week, wegens meneerke G.).

Schrijven vond ik wel afzonderlijk. Daar zit ik in een wereld die niemand anders wat aangaat. Tot ik het toelaat en post, al hier of daar. Overigens staat de Lapjeskat weer open.

De leesuitdaging is niet gehaald. Ik treur er niet om. Lezen is een andere afzonderlijke manier om even in plaatsen te zijn, waar je anders niet komt.

Hoogtepunt noch dieptepunt. Wat ik wel speciaal vond, was het bezoek aan het huis waar ik in mijn prilste kinderjaren opgroeide. Dat stond te koop. Ik vroeg een bezoek aan en kreeg een rondleiding, ook in vogelvlucht door de eerste negen jaren van mijn leven. Daar schreef ik iets over, waarmee ik mijn laatste blog afsluit. Als een afscheid van een leven dat niet meer is, aanvaarding van wat wel is, en op die kracht weer vooruit. Zie onderaan.

Veel bestaan en laten bestaan, dat lijkt me een hele opgave om een jaar mee te vullen. 

AMK

Huis opnieuw te koop 

Onze geuren definitief weg
verhard in de aangepaste tuin

Gekrompen kamers
Ikzelf al lang gegroeid

De living vol leven
de eetkamer vol eters
de keuken met zicht op
het tuingebeuren, veel gras
de schommel, de zandbak en wij
het hart van ons gezin daar beneden

De vele volle slaapkamers
de badkamer met een balkonnetje
moeder in een warm bad en wat rust
vader met een scheerkwast en een plakker
nog even, nog even dan is de bende wakker

Een vaag beeld van grote broers
op een zolderkamer in een stapelbed
een zus tussen kind en bakvis en al zo wijs
het grote bureau, de vijfcijfer-telefoon met snoer
een losse revue van een pop of twee in eigen paleis
de grote zus die al een lief had en mijn kleine slimme broer

Herinneringen zwaaien naar mij
Waar bleef je zolang?

Ik zwaai terug
naar het vijfde kind
naar dat derde meisje
naar de buren die nu gluren
en deze die niets meer moeten
naar de kiezels van het zijpaadje
waarop mijn knie ooit hevig bloedde

Ik zwaai
naar toen
het onverharde
het toen moderne
alles wat niet meer is
Ik zwaai nog één keer
naar de geuren van weleer

AMK

Op dit paadje bloedde mijn knie en smolt mijn vers zomerijsje.