Schrijven: 1. het innerlijke kind.

en andere schrijfmeditaties.

Verbannen naar ons eigen kot. Met uitbreiding de bubbel, en nog verder waar het onlogisch lijkt om te zijn. Wie maalt er nog om verbanning?

Vele dingen zijn nog dezelfde, andere veranderen. Wat in mijn leven een grote plaats inneemt, is schrijven. Het maakt zowaar niet uit wat ik schrijf, hoe ik schrijf en waar ik het doe. Wel dát ik het doe. Bijvoorbeeld hele monologen in mijn hoofd om dan te schrappen, te laten wegwaaien over de voetgangers- /fietsbrug of in denkballonnetjes achter me aan of voor me uit.

Het helpt me om dingen los te prutsen in mijn binnenste, niet enkel zwartgalligheid, ook drukte in mijn hoofd, muizenissen, …

Ik neem u even mee in mijn vindtocht – eerste aflevering:

Schrijfmeditatie.

Hierover schreef ik al eens eerder, vorig jaar. Laat mij u trakteren op een bijzondere ervaring.

Vorige week zaterdag nam ik deel aan een dag begeleide schrijfmeditatie, met thema ‘het innerlijke kind’. De workshop was online via een ZOOM-link, vooraf verstuurd.

Gewoon lekker thuis, zitten, liggen, hangen, waar en hoe ik wil. Met een beetje fatsoen want ik ben wel in beeld. Het enige wat telt, is me comfortabel voelen, niet gestoord worden (gsm op stil) en een schrift en pen dichtbij hebben. Er waren mensen van verschillende leeftijden, hoewel ik vermoed dat de meerderheid vijfendertig plusser en ouder was.

Ik had eerder al wel geschreven met het innerlijk kind. Dat was heel leerrijk. Wie was ik toen ik kind was? Wat heeft dat kind nodig? Heb ik een oordeel? Wat herken ik nog? Ik geef u een voorbeeld uit ‘eigen werk’. Ik sprak het aan met mijn kindernaam en vroeg of het mij nog kende (al schrijvend), vroeg wat het voelde die keren dat het heel boos was. Zonder oordeel of dat kind toen stout was of niet, gewoonweg wat het echt voelde. Dan komt er echt wat los. Toen ik de allereerste keer zo schreef, voelde ik me belachelijk, maar ik zette door. Zo kon ik sommige dingen beter benoemen en ook loslaten in het besef dat ik dat kind van toen, nu beter begrijp en dat het oké is. In die workshop vorige zaterdag was er de opdracht bij om een brief van het kind aan de volwassene die ik nu ben te schrijven, met de tegengestelde hand. Voor mij is dat mijn linkerhand. Toen ik het las, was het net of ik een werkje van mij uit het tweede leerjaar of zo las, dat handschrift !! 😉

Ik bots (iets) minder op uitvluchten als me iets gevraagd wordt waarop ik volmondig neen wil zeggen. Of me voor zoveel verantwoorden wat ik niet wil of noodzakelijk acht.

Anderzijds zie ik ook makkelijker een onderliggend gegeven bij anderen, ook al ken ik dat niet concreet natuurlijk. Schuld, boete, gelijk, ongelijk, fout, goed, onschuld zijn snelle oordelen die, hoewel onaangenaam, toch vaak een achtergrond hebben, die we zelf vaak niet onmiddellijk begrijpen.

Voelt u zich aangesproken? Neem een kijkje op de website van Joey Brown, over het innerlijke kind. U kan er alles vinden over schrijfmeditatie en zelfs gratis dingen downloaden. Als het aanspreekt, ideaal om eerst eens rustig te bekijken.

Schrijfmeditatie kan overigens met allerlei thema’s. Voor mij voelt het aan als extra zuurstof en er komt ruimte in mijn hoofd. Ik doe het sinds de lockdown weer echt elke ochtend. Ik hoor bijvoorbeeld al te vaak een stemmetje in mijn hoofd tateren, de afwas staat er nog, de strijk is nog niet gedaan, maak nu eindelijk eens die spaghettisaus, straks zijn die groenten slecht, ga eens naar buiten, …. Al schrijvend kan ik er mee lachen, niet uitlachen want op een keer strijk ik heus wel en die saus is in de maak. Het maakt ruimte vrij om effectief dingen te doen, de fijne dingen en de moetjes. Daarbij komt nog dat ik steeds minder last heb van het in semi quarantaine zijn.

foto van vorig jaar.

Het gaat nog dieper dan de voorbeelden die ik aanhaalde, er is veel meer te doen met schrijfmeditatie. Er is het boek ‘Schrijven naar bewustzijn’, dat voor mij een goede handleiding is. Ik neem het nog regelmatig vast, om verder te gaan of terug te grijpen naar een oefening. Zelfs als het druk is, tien minuutjes, vijf zelfs is genoeg om even bij jezelf te komen.

Het houdt me niet gegarandeerd uit de put. Het belet me wel om daar te gaan draaien in het donker en zelfmedelijden te hebben.

Overigens voel ik ook een beter contact met het fictie schrijven (beginnend amateur) en creatief dagboek. Ze zijn verbonden. Mij naar een onbewoond eiland sturen? Geef me maar genoeg pennen en schrijfboekjes mee 🙂

En u? Waarin vindt u zichzelf weer?

Een dystopisch verhaal

Ze staarden door het raam, de ene met ontzetting en walging, de andere staalhard, naar het drama dat zich in de straat afspeelde.

Mensen die hun hoofd vastgrepen, anderen die braakten en nog anderen die al neervielen, statisch als geëlektrocuteerd, met korte krachtige naschokken.

Er brak paniek uit bij andere voetgangers, elkaar overrompelend om snel thuis te zijn.

Auto’s vonkten. Chauffeurs kwamen eruit gekropen alsof het kort bij de grond veiliger was. Fietsers, tijdig van hun rijwiel gesprongen, gingen eveneens platliggen. Anderen kregen een schok en vielen tezamen met hun fiets als een strijkplank neer.

‘Oh My God!’ schreeuwde de CEO. ‘Wat hebben we in ’s hemelsnaam gedaan?’

‘Er is geen weg terug nu! Hier zit te veel geld in.’

‘Maar al die lijdende mensen, al die doden. Is dit de tol die we ervoor moeten betalen? Er was al zoveel commentaar op de vorige versie en dié werd afgevoerd.’

‘Ja, en met reden. Ik vertrouw op míjn medewerkers, wetenschappers die zich ook om de economie bekommeren. Jij bent er één van!’

‘Maar u krijgt dít toch aan niemand verkocht?’ Zijn stem kraakte.

‘Niet moeilijk doen! Weet je hoeveel geld mijn land geïnvesteerd heeft? Trouwens, wat moeten we met al die zwakken? Tijdens de coronacrisis zijn er ook zoveel mensen gestorven. Het is een natuurlijke selectie. Dat was toen en dat is in deze testfase ook. Vertrouw me!’

Zelfvoldane smoel! Stieg vertrouwde het helemaal niet meer. Alsof president Steel gewetenspoeld was. Straks zou hij nog bij die zwakkeren gecatalogeerd worden. Dan ging hij samen mét zijn gezin eraan. Hoeveel Joden werden door deze denkwijze wel vermoord?

‘Wie heeft trouwens de economie gered na de vorige crisis?’

‘Ja natuurlijk, dat was fenomenaal, na alle ellende.’ Maar tegen welke prijs? Zijn geweten en zijn overlevingsdrang waren in zwaar conflict.

De nieuwe wereldleider keek de trillende, in zweet badende, man naast zich neerbuigend aan. Had ik nu al maar absolute macht. Stiegs idee had nog één aanpassing nodig. Daarna werd hijzelf overtollig.

Dan kon de formule gebruikt worden naar zijn grote ambitie. Natuurlijke selectie van deze eeuw! Veel efficiënter dan de Dettol van Trump. 

‘Er is nu geen weg terug! Denk aan de toekomst, aan je kinderen!’

‘Ja!’ zijn stem nu geforceerd onder controle, onder dit dreigement. ‘Ja, natuurlijk. U heeft volkomen gelijk.’ Ik ben een verdomde lafaard! Had ik die 6G maar nooit uitgevonden.

’t Is wat het is

Hoe vaak heb ik het zelf gezegd, wanneer ik wat wilde zeggen en niets vond.

Neen, dan de uiting van de frustratie. De tranen, de vloeken, teveel en te hard lachen, het lawaai, scheef zingen (echt, ik geloofde het eerst ook niet!), wandelen tot mijn gewrichten smeken om te stoppen, fietsen en onderweg platte band krijgen, de hele weg terug, te voet met fiets aan de hand naar huis. Dat zal me leren sè. Me zomaar laten gaan. Waarom? Om dat lawaai elke avond opnieuw? Om het opgeklopte gevoel dat ik bij al die social media berichten krijg? Over al die tips tegen verveling in uw kot? De vinger zal ik er wel niet op gelegd krijgen.

Soms heb ik enorme bewondering voor de serene wijze waarop mensen niet posten op allerhande social media hoe goed ze zijn. Enkele initiatieven daar gelaten natuurlijk. Het is uiteindelijk wat het is.

Al bij al, kritiek is vlug gespuid, ik doe er bij deze ook aan mee. Bij nader beschouwing vermoed ik dat het om de óverdaad gaat van wild enthousiasme, al dat begrip, lief en nog liever, of de overdaad aan ergernissen, daarbij ook aan onbegrip. Ik merk het aan mezelf. De ene kant van mij wil ‘er zijn voor u en u’, de andere kant van mij schreeuwt ‘laat me met rust!’ Is er dan niemand die het begrijpen wil? Begrijp ik mezelf nog wel? Herkent u dat gevoel? Dan weet u vast wel dat u me nù geen wijze raad geeft. Tot zover de actualiteit.

Tijdens de welke er toch nog het een en ander gebeurt.

Soms doe ik dingen die ik in dat vorige leven niet zou doen of zeker op de lange baan  zou schuiven. Bijna alle meubels hebben hier een andere plaats gekregen of krijgen dat nog. Bewegen in je kot. Toch actueel. Gehoorzaam van mij.

Dansen in de regen. Nog zo iets. Dat heb ik net niet gedaan, wel voelde ik me heerlijk verfrist na mijn (bijna) dagelijkse wandeling. Een boodschap hier, iets posten daar, van de ene naar de andere kant van  Oud-Berchem te voet en via een omweg doorheen straatjes weer naar huis. Dat deed deugd. Loat Mie moar lope langs de straote …. Zonder dat lief da’k zo gère zien.

Intussen groeien er verhalen in mijn hoofd. Ik schrijf ze in luchtballonnetjes die dan vaart zetten naar de luchtkastelen. Ik, arme drommel, bezwaarlijk meervoudig vastgoedeigenaar. Als mijn verhalen maar ergens terecht kunnen zolang er nog geen inkt vloeit.

Van sommige dingen die ik eerst deed, heb ik wat gas terug genomen. Het allereerste opgejaagde gevoel en de onwennigheid van de situatie staan nu niet meer zo op de voorgrond. Zoals van alles en nog wat een foto maken, van alles en nog wat uitproberen in de keuken. Het Griekse Paasbrood was het laatste. Het zag er niet uit maar het smaakte wel zo, tot het rode hard gekookte ei toe.

Mijn keukenactiviteiten beperken zich tot de dagelijkse beslommeringen waarin chocolade momenteel een belangrijke plaats heeft.

Het creatieve dagboek van Sarah Timmermans doe ik nog op momenten dat ik een aanloop nodig heb naar schrijven in kleur. Ik schreef er hier al over (zie net voor de foto). Het is een fijn houvast en intussen heb ik de penselen al meermaals werk bezorgd. Ik heb er zelfs een halve slaapkamer voor ingericht, mijn ‘atelier voor woord en kleur’ (of zoiets, het is nog niet gedoopt).

de spiegel is wel blijven hangen

Ik begeef me traag en bibberachtig op teken- en schilderterrein en dat is wel licht. Het maakt plaats in mijn hoofd. Ook al doe ik het niet elke dag.

Schrijfmeditatie, volgens Joey Brown doet het ook nog steeds bij mij. Hier schreef ik ook al enkele keren, bijvoorbeeld hier.

Morgen heb ik de laatste les in schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Dat waren er één fysiek aanwezig in lang vervlogen tijden en vier online. Vorige week was hilarisch. Het ging over humor ten tijde van corona. Ik ben eens flink van leer gegaan. Iedereen had er blijkbaar behoefte aan om onbeschaamd zijn of haar gal te spuwen. Onze docente kon er ook mee lachen. Gelukkig maar want dat was de bedoeling.

Intussen vond ik in mijn hoofd nog een luchtballonnetje dat terug is om inkt te laten vloeien, zie hier mijn schrijfsel. Zo u wenst, neem even pauze of een drankje 😉

De vloek

Laten we het eens over vloeken hebben. U weet wel, die woorden die frustratie uitdrukken, die je liefst niet uitroept waar kinderen bij zijn en al zeker niet uit een kindermond hoort komen.

Het komt onverhoeds, het overvalt me en naar ik opmerk, iedereen. Plots is er de vloek. Het beest in ons is los. Het hekje zat al fragiel. De kooi van machteloze opsluiting, frustrerende verdicten van berichten rondom ons onze oren heenslaand.

Hoe vaak zou ik al aan dat hek hebben gerammeld? Geluidloos geschreeuwd in eenzaamheid. Niet zozeer omdat ik alleen ben, eens temeer omdat ik me alleen vóel. Niemand begrijpt me! Help!

Maar ik maak deel uit van die maatschappij waar nu eenmaal, of eerder meermaals, de normen van het goed fatsoen gelden. Het is nu eenmaal wat het is. Volhouden!

Toch, soms is de boog net iets té gespannen, ongemerkt, dat wel. Als er dan heel veel aan die kooi gerammeld wordt, het hekje bijna losgeschud, is er ei zo na niet veel meer nodig om de boog helemaal te laten knappen. Een teenstoot, een kopstoot, een spierkramp, helaas mijn schrijfspier, zelfs een berichtje dat ik net iets anders interpreteer, kan me over de schreef trekken.

Dat hek vliegt open, ik vermorzel het en laat me – voor even weliswaar – ongegeneerd gaan in een woordenstroom die zelfs de zatste smeerlap doet blozen. Ik ken zo niemand, maar dat doet niet ter zake.

Tot het moment dat ik een ‘nieuwe’ vloek vloek en van mezelf versteld sta. Ik voel de geknapte boog lossen en val neer in de zetel, krijg onbedaarlijk de slappe lach om het simpele woord dat voor mij als actuele vloek kan dienen: SSSSNOT !

Enne … zakdoek voor de mond en daarna handen wassen en tanden poetsen.

Verhalenwedstrijd

Fictie schrijven is iets dat ik nog maar pas ontdekt heb. Zoals ik min of meer in mijn blog van gisteren beloofd had, hierbij een verhaal. Ik koos er eentje dat al aan de feedback werd onderworpen.

Momenteel ben ik aan het zweten over een ander verhaal. Dat vertel ik hier nog niet. Dat verhaal moet dienen voor een wedstrijd. Die wedstrijd heeft als deadline  19 april, dit jaar. Ik geef hierbij de link. Wat laat, ik weet het. Blijkbaar voldoe ik nog steeds aan een kenmerk van een ‘heuse’ schrijver, uitstelgedrag. Stel dat u toch nog in laatste instantie een hoop inspiratie opdoet en ook uw pennenvruchten wil insturen, ziehier de link. https://entries3.wixsite.com/schrijfretraites/wedstrijd. Veel geluk!

Nu mijn andere verhaal, dat komt uit mijn eerste schrijfcursus ‘Starten met schrijven’: de opdracht was om terug te gaan naar onze kindertijd en na te denken over wat we later wilden worden en daarover dan een scène schrijven. Fictie of waarheid? 😉

Haar glimlach verbreedde toen nonkel Mon zei dat ze talent had om piano te leren spelen. Met blozende wangen van plezier, speelde Maartje het eenvoudige kinderliedje nog een keer. De omzittenden zongen mee,  ‘Broeder Jacob, broeder Jacob …’ Ze genoot zichtbaar en haar favoriete oom werd haar meest toegewijde fan. Het zingen ging nog even door, afgewisseld met mopjes vertellen en vrolijke raadseltjes oplossen. Zo in het middelpunt van de belangstelling voelde ze zich in haar nopjes. ’s Nachts droomde ze haar eigen komende succes.

De volgende dag in de klas, vertelde de juf over beroepen. Dat triggerde haar wel. Nog half dromend over de vorige avond, waarin ze zich een beroemde ster voelde met nonkel Mon als haar grootste fan, antwoordde ze enthousiast ‘pianospeler’, toen het haar beurt was om te antwoorden op de vraag wat ze later wilde worden.

De hele klas schoot in de lach en zelfs de juf moest haar best doen om zich in te houden. Ze keek een beetje beteuterd rond. Haar klasgenootjes vonden haar soms een beetje raar, maar wel altijd grappig.

‘Gisteren was het juffrouw’, ‘vorige week wilde ze nog mensenhelper worden’ of ‘klerenmaakster’ … werd er zacht gefluisterd. Maartje was het wel gewoon. Ze had meestal ook genoeg aan zichzelf en haar dromen. Ze zweeg, bleef in haar eigen wereld, waar nog net genoeg plaats was om de les te volgen.

‘Misschien,’ dacht ze, ‘misschien moet ik eerst maar eens groot worden.’

ps. die foto ben ik, het doet me denken aan een regel in een Grieks lied. Wie het denkt te weten, mag me trakteren op een afhaaletentje 😉

De laatste vandaag

Dat zou je van elke dag kunnen zeggen. De ene al belangrijker dan de andere. De laatste vandaag! Morgen is er een andere. Terwijl ik het schrijf zie ik de verwarring. Het is vandaag de laatste. Ziezo!

Het is vandaag niet wat ik ervan verwachtte en het ligt niet eens aan mij. Toch niet met voorbedachte rade! Het ligt zeker niet aan de omgeving, aan de medecursisten noch aan de docente. Had ik dan magie verwacht? Een toverformule?

 Ik vraag me in stilte af waarom ik überhaupt verwachtingen heb. Ben ik niet degene wier tigste lijfspreuk Verwachtingen schept teleurstellingen is? Inderdaad, ik heb het zelfs aan den líjve ondervonden.

Het loopt niet lekker. Het leien dakje is ver zoek. Gewoon zoek, dat had ik nog aangekund. Die verdomde migraines ook. Onvoorspelbaar. Ze zinderen lang na. Hele dagen zelfs bij de laatste. Ik moet een zondebok met een naam hebben.

En toch. Ik ben blij dat ik deze laatste toch gegaan ben. Ook al boorde de wekker vanmorgen het toch al ijle bestaan van mijn hersens doormidden. Een verkorte Tai Chi voor het raam, een verwarmende douche, een koffie, een gezond – mini weliswaar – ontbijt later en ik kan er tegenaan.

De koude wind doet nu nog deugd. De tram is op tijd. Weinig volk. Ik heb een zitplaats. Stilaan word ik toch wakker. Ik wil erbij zijn. Vandaag gaat de les over column schrijven. Laat dat nu net iets zijn waarvan een pennenvriend mij aanraadde dat ik zeker moet proberen. “Schrijf kranten aan, probeer op onregelmatige basis opdrachten aan te nemen.” Hij kent me goed, die verre pennenvriend, op onregelmatige basis.

Wat ik ook probeer vandaag, het komt niet op papier zoals het in mijn ziel zit. Het is druk in mijn hoofd. Het lukt niet om me imaginair af te sluiten van de geluiden. De tram buiten, het gerommel in deze gangen, trappen, lokaaltjes waarvan ik denk dat er veel te ontdekken valt. Het komt allemaal ongefilterd binnen. In ons lokaal kan ik de medecursisten horen denken terwijl ze schrijven.

Waarvan ik niet overprikkeld raak, zijn de columns die ik hoor van diezelfde medecursisten. Ze zijn gevat, krachtig, mooi. Ze staan er gewoon! Ik weet van mezelf dat ik beter, gevatter, krachtiger kan. Niet dan de medecursisten, natuurlijk niet – ieder heeft zijn/haar eigen stijl – het is eerder een werk in ontwikkeling. Zoals zonneschijn na regen. Er komt echt nog iets van. Toch iets geleerd vandaag! Wie weet, als mijn ‘huiswerk’ af is, mag u het meelezen. Ik die dacht dat een column schrijven makkelijk was. Het is, hoewel heel prettig, hard werk.

Schrijven, het blijft zuurstof. Zoals in dat ene Griekse lied ‘Το πεπρομένο’ (het lot) voorkomt: …  van kindsbeen af, zag ik het vuur in mijn dromen …

Een geruststellende les die ik geleerd heb in deze vier zaterdagen, is dat schrijvers geniaal zijn in uitstelgedrag. Ook al is het hier thuis niet spic & span, dat gedrag vertoon ik niet. Uitstellen, daar kan ik wél wat van. Het is in elk geval geen afstel. Ik wist het toen al. Zou ik nu toch al een beetje een echte schrijver zijn? Of gewoon geniaal?