De laatste omarming van 2021.

Het is één van de lastigste blogs van het jaar 😉 (foto boven: Ooit las ik kerstgedichtjes voor voor iedereen die naar ons kerstfeest kwam)

Wat zal ik schrijven in dit jaar met tegenstellingen? Tot ik ontdek dat het net dát is wat bestaanszichtbaarheid geeft.

Wat me nu te binnen valt, is het deelnemen aan de redactie van Melanoompunt. Daaropvolgend de ontmoetingsdagen die ook weer verhalen opleverden. Meestal fijne verhalen, vooral van verbinding. Ons lot wilden we liever niet. Toch doet net de verbinding omwille hiervan deugd.
U kan overigens nog steeds de vijf nummers lezen op de website van Melanoompunt. Helaas waren er ook droevige verhalen; we hebben afscheid moeten nemen van een aantal lotgenoten. Dat blijft confronterend. Tegelijkertijd is er dankbaarheid om hen te mogen kennen, stuk voor stuk dappere, lieve, empathische mensen.

Er was de ontmoeting met mijn twee nieuwe nichtjes, geboren in 2020. Eindelijk! En nog meer familiale ontmoetingen. Wanneer vanzelfsprekendheid wegvalt, is deze moeite doen om familie-ontmoetingen te bewerkstellingen weer een fijne bezigheid.

De ontmoeting met de M’s! Zolang er goesting is in meer, blijven we proberen. Hier schreef ik erover. In 2022 – zo bid ik tot de weer- en andere goden – ontmoeten we elkaar weer. Het staat op de tickets geschreven… Graag ook ervoor en zeker erna. Deze ticketervaringen kan je alleen maar delen.

Bij het overlopen van mijn blogberichten van 2021, merkte ik dat ik meer geschreven heb dan het aanvoelt. Ook in mijn Azerty-profiel heb ik heel wat neergepend. Ik werd zelfs één keer ‘Tip van de Week’. Over wat ik allemaal nog in aanloop heb, schrijf ik nu niet. Ideeën te over, dat wel. Ik geloof in verhalen, waar ze ook ontstaan, waar ze ook verteld worden, wie ze ook schrijft, leest, hoort, voelt.

Ik ben projectjes gestart, sommige doe ik verder, andere zijn voorlopig stil gevallen. Een les die ik zacht en hard (!) gevoeld heb; ik heb maar één grens, de Mijne.

Waarover kan ik nog schrijven? Verhalen, columns, cursiefjes… Noem het en ik word er horendol van. In deze luie periode overstelpt worden met woorden, ben ik vooral aan het lanterfanten. Nog een tegenstelling. Toch, naar het schijnt is dat lummelen gezond in de donkere dagen. En gezondheid, daar doen we veel voor, toch? Al doe ik nog wel dagelijks een redelijke wandeling.

Er zijn nog meer tegenstellingen. Gewoon mijn ervaringen. Ik houd bijvoorbeeld van regen én van zon. Ik vind de seizoenen allemaal tof, zeker als ze zich vertonen in de tijd van het jaar dat het zo bedoeld is. Het is tenslotte aan de mens zelf om zich aan te passen en zich naar die mooie Aarde te schikken.

Ik dank u allen, die mijn kronkels gelezen hebben, erop gereageerd hebben. Ik dank u, die zelf geblogd hebben, dat ik mocht meekijken in dat stukje van uw leven. En doe een warme doch niet dwingende oproep naar de stil geworden bloggers, ik mis jullie.

Ik wens u een fijn, vredig, vrolijk, rustig, bruisend eindejaar, op welke manier u dat ook graag (niet) viert. Dat 2022 een jaar mag worden waarin u hindernissen kan overwinnen.

Tot volgend jaar! 😘

Ik ben écht een heel serieuze…

Tegenstellingen

Omarming van schaduw geeft licht meer zin
De zon en de regen kom ik beiden graag tegen
Het monster en de engel, ze zijn er ook bij
Ze niet ontkennen, dáár ben ik vrij

Ik zat op de bodem, vloog hoog in de lucht
Het ene te donker, het andere ’n klucht
Die tegengestelden, ze zijn er ook bij
Daar bruist het leven, dáár ben ik vrij

Al ben ik een rare, gevaarlijk toch niet
Ik hou van plagen én vreugde én verdriet
Die tegengestelden, ze blijven bij mij
Dat wikken en wegen, daar ben ik blij.

Ik ben niet moedig, geen held noch een straffe
Toch niet zonder laf zijn, of moe of kwaad blaffen
Enkel mijn zijn, met u er ook bij
Dat wil ik schrijven, dáár ben ik vrij.

AMK 20211230

Wie het kleine niet eert … ik wens iedereen zijn/haar eigen WinForLife! (met dank aan mijn nichtje voor het originele kadootje)

In gesprek met haar, dat kind.

Mijn innerlijk kind.
Regelmatig ga ik in gesprek met ‘haar’. Soms neem ik er een foto bij. Soms gebeurt het zomaar. Deze foto, die ik al eerder deelde, deed me denken aan onbegrepen ogenblikken in mijn kinderleven. Ik kom nu tot dit gesprek.

De dialoog:

Kind: Zijn wij hetzelfde?
Ik: Ja, een beetje wel.
Kind: Maar jij gaat eerder dood toch?
Ik: Ja, ik ben ook veel ouder.
Kind: Ja, jij bent veel ouder, dat is zo.

Ik: Maar vandaag ga ik nog niet dood hoor.
Kind: Neen. Het zou ook niet eerlijk zijn. Er zijn nog veel oudere mensen. Die zouden eerst moeten doodgaan.
Ik: Ja, dat is waar. Dat is niet eerlijk. Maar toch gebeurt het.

Kind: Is dood zijn zoals slapen?
Ik: Ik weet het niet, maar ik hoop het wel. Misschien worden we over duizend of nog meer jaren weer wakker als baby. Dan beginnen we weer opnieuw.
Kind: Ja, de max! Maar nu nog niet hé?
Ik: Neen, nu nog niet.

Kind: Nu ben ik ook al blij genoeg 😊

Heel leerzaam overigens om te ontdekken wat er in me zit. Zelfs geen oordeel. De innerlijke criticus wil mij/haar het zwijgen opleggen.

Aardse seizoenen

Zal de winter ooit nog mogen
bestaan
zijn wie hij is
met als licht de maan?

een laatste namiddagse zonnestraal
een donker buiten
in mij een licht verhaal

Aarde doet en Aarde laat
misschien is het een keer
enkel de mens die vergaat

Het kan lijken dat ik aan de depressieve kant ben door wat ik schrijf. Maar ik vind het juist boeiend om te kijken naar wat is zonder het te bewerken. Hoe iemand anders het benoemt, komt voort uit interpretatie vanuit eigen referentiekader. Ik ken het zelf al te goed. Eén van de lastigste dingen in het leven, blijven bij wat is, vaak is dat boeiend genoeg.

verwinteren

zonder O
zonder bladeren in de takken

van de bomen stil de rust
wie heeft ooit de regen gekust

de takken weer gespoeld
los van zomerse ballast
die toen menigeen heeft verkoeld
vrij was voor elke gast

steeds vrijer en alléner
zwiepend of statig kalm
woest of net serener
verwinterende strohalm

de stilte ook de eenzaamheid
omarmt de rust en het gewring
de sterke tak voor een vogel
is hij ook een enkeling?

precies een grote mond 🙂

Fijne warme en rustgevende winter!

Wandelen in de wolken van het park.

Omdat het ‘stilstaan’ deugd doet, rommel ik even verder tussen overprikkeling en – echt waar – heerlijke verveling.

Nog zo eentje die ik graag schreef en de finale van een wedstrijd niet haalde. Het is dus weer deelbaar. Heeft delen niet zo het effect van vermenigvuldigen? In alle onbescheidenheid hoop ik het 😉

Geniet!

Wandelen in de wolken van het park.

Het malse gras, de blauwe lucht, de vogels, voorbij schuivende wolkjes. Ik dwaal af, verder dan ik kijken kan.

Een verlaten strand in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

Die familie ontvangt weer gasten; vanaf ’s middags passanten, voor schaduw en koelte tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Hoe zou het met mijn vrienden gaan?

Andere wolken brengen andere beelden van mijn andere thuis.

Warempel! Didier! ‘Bonjour, kalimera!’ Nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met keramiek. Dan stoor ik hem niet. Kijken mag.

Langs scherpe bochten rijd ik naar Manoli en Rina voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes.

Nog een strand. Michali met de luit is er weer! Ik zal bij dageraad wel honger hebben, na zo een muzikale nacht.

Het malse gras, de blauwe lucht, de wolkjes, wolken, donkergrijze massa! Mijn eiland regent weg.

Dit staat ook op Azertyfactor, voor degenen die me daar volgen. Het is een bewerking van iets dat ik schreef in een workshop (Vijf + drie ingrediënten).

Ps. De foto is uit een zomervakantie 2012 op ‘mijn’ eiland. Nog zo’n mijmering.

Bedankt voor het lezen en geniet, al is het maar één moment vandaag!

Kijkend onderweg.

Vanop die solide rots kijk ik nog even naar de wereld en beleef de dagen vanachter een onzichtbaar helder glas. Intussen rommel(de) ik in wat al geschreven is.

Een verhaal dat ik schreef voor een wedstrijd (Verhaal voor dictee 2021) dat de finale niet haalde. Dus mag ik het nu wel delen 😊. Het staat op hier.

Bedankt om te lezen en het gaat u natuurlijk allen goed in wat u doet.

Mens, erger me niet…

Of hoe onderhuidse spanningen even ‘onschuldig’ kunnen geventileerd worden. Ik doe het bijna automatisch, in stilte natuurlijk. Het verdwijnt ook even automatisch. Ziehier de column voor de wedstrijd die ik niet won 🙂 :

Ik grommel graag. Van ergernis naar ergernis begeef ik me door het wonderlijke doch kleinmenselijke aardse bestaan. Ik deed het als kind en zette het later dapper verder. Zou het ooit stoppen? dacht ik wel eens. Maar ik doe het nog steeds. Ik wijt het aan de omstandigheden die bondig om reactie vragen waarna mijn humeur even snel weer opheldert.

De jogger die met zwaaiende armbewegingen langs mij heen rent en me stil doet staan, wanneer er uit de tegenovergestelde richting een jonge vrouw met haar peuter in de buggy aankomt. Mijn grom is sneller dan mijn gezond verstand. Ze zijn gelukkig wel van voorbijrazende aard, de jogger en de grom welteverstaan.

Die jonge vrouw heeft niets door. Ze is druk bezig haar smartphone te bespelen. De peuter zeurt en waagt zich aan gymnastiek vanachter die buggygordel. Nog even en het lukt hem; eruit klimmen of vallen? Wat is hier de bedoeling van? ’s Avonds de builen op z’n hoofdje tellen? Toch wandel ik, haar in stilte de les lezend, voorbij.

Op allerlei manieren wordt mijn ergernis gewekt. Het zal me maar overkomen: lezen in een artikel, dat het heeft over de mensen dat de regels aan hun laars lappen, nog wel in het zogenaamde betere dagblad. Geheid grijp ik naar mijn smartphone om de redactie eens te vertellen wat ik ervan denk, hardop beter wetend ‘hoe ben jíj door die selectieprocedure geraakt?’ Maar voor ik het verzend, is de lucht weer geklaard.

De collectieve verwendheid van het bestaan, kan me ook – spreekwoordelijk – tegen het plafond krijgen. Ik ben toch niet verplicht om regenweer slecht te vinden? Is een flinke windstoot een spelbreker in mijn plannen? Moet ik echt weer luisteren naar het geklaag van deze of andere wandelaar die de mooie natuur moet missen omwille van… natuurelementen? Ga toch wat anders doen, denk ik en nestel me in de zetel met mijn dikke Outlander, blij met de honderden nog ongelezen bladzijden.

Bij de vraag “Alles goed met jou?” verstom ik, bijna het puntje van mijn tong afbijtend om niet al te grof te worden. Toch antwoord ik zelfs dan, vind ik zelf, nog beleefd: “Niet alles, maar bij wie wel?” Me verantwoorden over mijn toestand is vermoeiender.

Ergernis, als een stouteheersbeestje dat over mijn huid loopt en kriebelt. Zijn stipjes lichten vervaarlijk op. Voor ik als een gek begin te krabben adem ik diep in en uit. Enkel wanneer de stipjes blijven oplichten, waag ik me al eens aan een duidelijke taaltuiting. Zeker als het over ‘mijn zoveel vrije tijd’ gaat. “Ruilen met mij?” heb ik al meer dan eens gevraagd. De verstomming van die andere is dan een cadeau. Doch weegt zelfs die irritatie nu lichter.

De dag zit vol potentiële ergernissen en hoe sneller ik er lucht aan geef, hoe beter ik me voel, wetende dat het enkel dat moment is. ’s Avonds leg ik me moe maar tevreden neer, me verheugend op de dag van morgen, vol mogelijkheden om mijn eigen kleinmenselijkheid te verdoezelen met grommelen over die van anderen. Mens, erger me wel. Ik houd van u.

AMK.

Wees gewaarschuwd, deze ergerlijke persoonlijkheid hééft grenzen… 😉

Schrijvers sterven ook

Schrijvers sterven ook,
al blijvend want toen nog schrijvend.
Ze gaan heen en wij erven.

De zoveelste aankondiging van een schrijver die gestorven is. Dat las ik in De Standaard. A.L. Snijders is overleden. De meester van het Zeer Kort Verhaal (ZKV).

Gisteren las ik dat Lucinda Riley overleden is, nog voor het journaal van 19u het meldde. Bijna anderhalve maand geleden stierf mijn favoriete Vlaamse auteur, Pieter Aspe. Ik heb bijna alles van hem gelezen. Vanaf het eerste boek trok het me aan. Het waarom wil ik zelfs niet weten. Ik volgde de aantrekkingskracht. Ik blijf met enkele mooie herinneringen, niet alleen aan de boeken zelf, ook met herinneringen aan enkele ontmoetingen.

Ik ken hen, die schrijvers en toch weer niet. Ik heb over hen gehoord, gelezen, zelfs van hun werk (al dan niet veel) gelezen, maar ik ken hen niet. Toch blíjven ze, ook na hun dood. Al lees ik minder dan ik wil, waarschijnlijk wegens trage lezer zijn en snel overprikkeld, probeer ik toch op te vangen wat me kriebelt. Het is vanzelfsprekend niet uit desinteresse.

Al is het maar een woord, een zin, een gedicht, een heel verhaal, al is het maar één maal: een schrijfsel de wereld insturen. Dat is blijven, dat is vertellen wat je vertellen wil. Dat is een wereld aanzetten tot stilstaan, die enkelen of velen die een nieuwe weg in het brein vinden door dat wat geschreven werd.

Toevallig (of niet) startte ik mijn schrijfmeditatie* deze ochtend met het woord ‘schrijven’. Wat schrijven doet, wat schrijven teweeg brengt, waartoe schrijven voor mij dient, hoe ik het aanvoel.

Dit is wat ik schreef:

Schrijven, pen, papier, scherm, klavier. Het is even in een verhaal kruipen dat niet van mij is en er toch altijd gezeten heeft. zomaar in mij. het is de weerstand doorbreken van wat het verhaal moet of net niet mag zijn. Het is alles overboord gooien wat me tegenhoudt in dat ene verhaal te reizen. Het ís reizen. Het is vertellen van wat niet is, van wat wél is. Wat spannend is. Het is lachen. Het zijn tranen en eenzaamheid. Het is verbinden met iemand, met niemand. De mensen in het verhaal en de mensen die het lezen, met elkaar en daardoor met mij.

Wij, u, jullie, ik, zij en hij die elkaar nooit tegenkwamen of zullen tegenkomen, of misschien juist wel. Het is door alle verlangen naar wat toch niet is, heen ploeteren en achterlaten; afkeer overboord gooien.

Tenslotte wordt het verhaal los gelaten, vrij, en mede de belasting die zwaar weegt en dan is de weg (weer) vrij. Woord na woord, verhaal na verhaal, verbinding na verbinding, reis na reis, verplichting na verplichting.

Schrijven is ultieme vrijheid en misschien is zelfs dat op een keer weg en biedt het leegte, enkel een erfenis nalatend.

Schrijvers sterven. Schrijvers blijven.

 *ik heb het al enkele keren over #schrijfmeditatie gehad. Voor de geïnteresseerden, volg de hashtag onderaan dit bericht.

ps. in het laatste blog bericht van Christine*Van*den*Hove staat een mooie in memoriam, geschreven voor A.L. Snijders.

Bedankt om me weer te lezen 🙂