Is de bitch nog dystopisch?

Buiten ziet het er onschuldig mooi weer uit. Helaas van onschuld is niet veel meer te bespeuren. Het nieuws – te verwachten overigens – van de afgelopen weken, laat zelfs niets te vrezen over, laat staan te wensen.

Het zal wel een kronkeltje zijn, aangewakkerd in de ontdekking van mijn schrijven, dat me volgend dystopisch(echt?) verhaal deed schrijven. Het moest eruit, ik heb het niet echt bedacht. Et voilà:

foto uit istockphoto

“Dat was haasten.

“Inderdaad! Gelukkig zijn wij nog jong.”

Hoe zou het met de ouderen zijn?”

Maar zijn compagnon was alweer weg. Tijd voor hem om ook op te stappen.

Het ging snel. Zij waren snel. In slechts enkele maanden was hun missie nagenoeg bereikt. Opruimen is wat hen dreef. Onderweg kwamen ze oudere soortgenoten tegen. Die gingen er ook aan. Overleving van de sterkste!

Overal waren ze geweest. Nog met vijf, keken ze voor het eerst achter zich. Was iedereen dood? Zijzelf, de virussen COVID22, zeker niet allemaal. Er wáren nog handen. En zeep.

Wie zal winnen?

(de Aarde volgens mij)

Schrijven 4: Nog een ingrediënt.

In de laatste les ging het over taaltransparantie. Duidelijk taalgebruik dus waarbij de lezer zich zowat onmiddellijk een beeld kan vormen. De zintuigen helpen hierbij. Eén van de opdrachten ging hierover. Een kort verhaal, cursiefje, iets anders schrijven over het eten van een ijsje. Als ik de weersverwachting mag geloven gaan we een zeer zomerse week tegemoet. Ik wil u op een ijsje trakteren, het ijsje in mijn verhaal. Aangepast na de feedback.

Deze herinnering (tijdens een winter in Kreta) inspireerde me.

‘Tingelingeling, luister hoe ik vrolijk zing!’ Leentje huppelde in de zon over de stoep.

De ijskar was in aantocht. Zo opwindend! Welke smaak zou ze vandaag kiezen? Zou Jan de ijsjesman alle kleuren bijhebben? Het water stond al hoog in haar mond.

Het belletje klonk licht en vrolijk door de straat. Leentje kreeg visioenen van zoete koude aardbei en volle banaan, heerlijk smeltend in haar mond. Haar buikje kriebelde al bij de gedachte.

Jan de ijsjesman zette zijn kar stil.

‘Wat zal het vandaag voor de jongedame zijn?’

Leentje snoof diep. Ze keurde de prentenkaart. Haar ogen twinkelden. Welk ijsje zal het worden?

‘Drie bollen vandaag!’ Ze staarde verlekkerd naar het smurfje.

‘Heb je die ook met het rode mutsje bij?’

‘Zeer zeker, een smurfje voor de jongedame met een rode muts’.

‘Dan nog een straci stracia … die met de chocola die naar koffie smaakt, ’t is voor mijn papa.’

‘Mokka?’

‘Ja die. Eén bol alstublieft.’

Ze wist het niet meer. Was het nu die witte met chocoladestukjes of die bruine die naar koffie smaakt? Papa smikkelde zijn ijsje toch altijd op. Wat zij en mama ook meebrachten.

Het ijsje smaakte. De geuren van het smurfje met zijn rode muts prikkelden haar neus. Alle smaken  bubblegum die ze kende, proefde ze. Ze smakte van plezier bij elke lik van het blauwe koude goedje. Haar lippen waren bijna net zo blauw. Dat er mensen bestaan die dat niet lusten. Echte kauwgum kreeg ze toch nog niet. Papa noemde het chiclet maar dat was een woord van vroeger.

‘Als je acht bent, mag je chiclet.’ Ze hoorde het hem weer zeggen. Maar goed dat er smurfjes waren die ijsjes maakten van hun blauw.

Zo, nu het rode mutsje. Wat een verschil. Mierzoete koude frambozen plakten tegen haar gehemelte. Ze rilde ervan. Zouden de smurfenmutsjes ook zo kleven op hun hoofdjes?

Plots besefte ze dat ze nog stilstond. Oei! Het was nog maar twee keer gebeurd, dat ze alleen tot aan de straat mocht en een ijsje kopen. Nu mocht ze er ineens twee bestellen. Ze stapte zo snel ze kon. Onderweg slurpte ze gretig verder van haar ijsje.

Twee minuten later ging ze thuis binnen. De schuifdeur stond gelukkig nog helemaal open.

‘Kijk papa! Jouw koffie met chocolade ijsje.’ Leentje hield het hoorntje fier omhoog.

‘Ah! En waar is de bol dan? Helemaal in het hoorntje gevallen?’ Papa’s lippen krulden een beetje.

Ze staarde verwonderd met één oog in het hoorntje. Er zat nog een klein restje in.

‘Maar daarnet was het er nog helemaal!’

Heerlijk om in het kind-perspectief te schrijven. 🙂

Schrijven 3: Vijf ingrediënten + drie

Het kon niet uitblijven, schrijven! Van ‘gesprekken met het innerlijk kind’ over lichttaal naar deelnames aan wedstrijden, nog plannen, een oefenboek, …  enzovoort.. Mijn handen zijn inmiddels goed getraind. Bewegen, in beweging zijn tussen schrijven en lezen door helpt ook, enorm zelfs. Op dagen waarbij ik (bijna) niet fiets, wandel of andere fysieke activiteiten verricht (het huishouden om zomaar wat te noemen) is de flow ver te zoeken.

Gisteren kreeg ik de feedback van twee oefeningen die ik in de cursus ‘Vijf + drie ingrediënten’ schreef. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen lopen. Gelukkig draag ik nooit hoge hakken. Ik schreef hier al eens een verhaal uit die lessenreeks.

In de online lessen komen deze ingrediënten goed van pas. Ik voel het aan als een wegenmap. Bijvoorbeeld, ik rijd van Antwerpen naar Hasselt en de opdracht is dat ik onderweg een kersenboom moet fotograferen. Dan neem ik een weg die me ligt, welke dan ook en zorg ik voor de foto van de kersenboom. Via de autosnelweg of via smalle binnenwegen of gewestwegen, het maakt allemaal niet uit. Het ingrediënt van deze opdracht is de kersenboom. Voilà!

De feedback die ik gisteren terugkreeg ging over perspectief. In de ene oefening werd gevraagd om vanuit het Ik-perspectief te schrijven, een cursiefje met ‘plannen’ na de lockdown. De tweede oefening een litanie geschreven vanuit twee perspectieven (hij en/of zij, derde persoon dus) over één gebeurtenis.

Wat een fijne ingrediënten. Ik zou er in mijn eentje niet opgekomen zijn. Het heeft mijn flow in elk geval doen stromen. Op enkele schoonheidsfoutjes na – sommige komen nogal eens terug – ben ik nog aan het blozen van plezier.

En dat plezier wil ik met u delen. Dames en heren, zie hier een schrijfsel uit de zevende les, aangepast na de feedback. Het cursiefje in Ik-perspectief.

Wat ik in de wolken zag …

Mijmeringen.

Hier lig ik weer in het gras, naar de blauwe lucht te kijken, de vogels te volgen, de wolkjes voorbij zien schuiven. Gewoon, heel simpel, in de verte kijken. Hoeveel zou mijn verzien verbeteren?

Ik denk aan een artikel dat ik – hoe lang zou dat geleden zijn – las over verzien. Blijkbaar leven we te dicht bij elkaar, het ene kot boven het andere of ergens tussen geperst. Wanneer hebben we de kans om nog eens ver te kijken?

Gedachten dwalen af, verder dan ik kan zien. Ik begin te dromen. Zou het nog kunnen in deze wereld? Reizen! In de wolken zie ik de weerspiegeling van een verlaten strand ergens in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

En daar! Op die plek naast dat strand. Daar zal die familie weer gasten ontvangen, vanaf ’s middags de toevallige passanten, die schaduw en koelte zoeken en een beetje rust tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Ik vraag me af hoe het met mijn vrienden gaat.

De wolken maken plaats voor beelden van andere plaatsen, nog steeds op mijn eiland, dat andere thuis.

Daar zit warempel Didier: ‘Bonjour, kalimera!’ Ja, ja nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met zijn keramiek. Dan stoor ik hem beter niet, maar kijken mag.

Ik zie mezelf rijden, de scherpe bochten nemen naar Manoli en Rina. De Griek en de Deense. Volop in de natuur levend en altijd klaar voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes. Het is bijna zonde om ze op te eten want Rina’s borden zijn ware kunstwerkjes.

Ik rijd nóg verder – het is bijna avond – naar een ander strand. Daar wordt alles in gereedheid gebracht voor een concert. Van Michali. Hij is weer helemaal terug. Ik verheug me bij de gedachte dat ik pas weer wegrijd na het ontbijt. Ik zal honger hebben na een nacht dansen op het strand. Vóór het podium uiteraard!

Opkomende en ondergaande zon. Volle maan. Dat tafeltje aan die haven, dat hoekje waar ik een hele middag met één koffie kan zitten lezen, schrijven, mensen observeren. Plannen maken voor morgen, die dan toch veranderen.

Nog even verder reizen in de blauwe lucht met hier en daar een wolkje, wolk, wolken, donkergrijze massa, tromgeroffel! Toch niet speciaal voor mij? Die koude douche van regen anders wel.

Hoe komt u in de flow?

Schrijven 2: lichttaal.

Als het rommelt…

“Er spookt veel tegelijk door mijn hoofd. Dat stemmetje dat ‘moet’ tegen me zegt. Er gebeurt dan niet veel meer. Blokkades benemen me bijna letterlijk de adem. Ik pieker me suf waar dit nu weer vandaan komt. Wandelingen, fietstochtjes, beweging, het borrelt, … tot ik doodmoe in de zetel neerval, of op mijn bed en als een blok een uur of langer slaap. Veel te diep. Zo’n slaap waarbij ik als een zombie wakker word.” Dan weet ik het weer … ik moet het niet weten met mijn hoofd.

Dit is een van de dingen die ik aan het begin van mijn ziekte en tot bijna twee jaren erna heel vaak voelde. Vooral in het begin want toen had ik die fysieke mogelijkheid helemaal niet om te wandelen of te fietsen. De energie bleef opgekropt.

Het is één van de dingen die me soms nog overkomen. Nu voel ik dat het er mag zijn, zonder meer, zonder toestemming of verbod.

Vorige zaterdag volgde ik weer een workshop bij Joey Brown, weer online via een Zoommeeting. Dit keer was het thema Lichttaal of Soulwriting. Me niet goed voelen, is niet fijn. Natuurlijk niet. Zeker niet als ik pieker over de oorzaak.

Wat doet lichttaal met mij? Ik wil hier een ervaring delen van de Zoommeeting.

We waren met drieëntwintig, allemaal mensen met een intentie. Ik voelde me even ‘betrapt’. Oei, ik heb geen duidelijk verwoorde intentie. Moest dat? Maar dat was niet nodig. Gewoon zin hebben in de dag was voldoende. Toen kwam de intentie vanzelf. Wat zit er in mij dat ik nu nog niet zie? Dáár was ik nieuwsgierig naar.

Nu ik het zo neerschrijf, kan ik me zelfs niet alle stappen van die dag meer herinneren. Ik heb ze ook niet opgelijst. Zo gretig om me onder te dompelen in de lichttaal, deed ik gewoon mee zonder het vast te leggen.

We maakten kennis met lichttaal, vertrekkend uit de punt met de pen op papier en een kernwoord.  Wat vooral belangrijk is – en waar ik wel een paar keren moeite mee had die dag – was loslaten van gedachten, zo nodig een pasklaar antwoord willen. Als dat loslaten lukt, komt de beweging. Ik kon het verschil tussen de eerste oefening en de volgende goed merken. Mijn leesbril afzetten hielp mij. Ik was toch aan het schrijven, geen leesbril nodig dan. Door het onscherp zicht liet ik de controle los.

Er zit geen duidelijk leesbare boodschap in, zoals in een brief, dagboek of zelfs mijn schrijfmeditatieboekje. Het is niet in letters en woorden. De richting is van rechts naar links. Laat de pen maar bewegen.  Soms kan er wel een woord komen.

Ik voelde geen kritiek op wat ik zag, dat het lelijk of mooi was. Het loslaten van de controle over wat er gebeurt, was een heikel punt. Voelen wat je voelt en er niet direct een gebeurtenis op kunnen plakken is op het eerste zicht frustrerend. Als ik dat loslaat, kan ik het voelen op zich door laten, waar het ook vandaan komt. Het één en ander komt los en dat maakt plaats in mijn hoofd. Dan kan ik verder, een laagje dieper.

De groep werd ook twee maal in vier kleinere groepen gezet, zodat we ervaringen konden uitwisselen over een bepaalde oefening.

Voor mij was het een verrijkende ervaring. Het tigste bewijs dat gewoon ‘zijn’ kan. Zonder oordeel of zelfs duidelijke reden. Dat doe ik weinig, gewoon kijken naar wat is binnenin mij en het laten bestaan zonder waarde te geven zoals mooi of lelijk of wat is dat nu?

Een ander aspect dat ik al eerder ervaren had en ook aan bod kwam, is lichttaal schrijven als ik heel moe bent en mijn gedachten me overdonderen. Dat weet ik dat niet goed zal slapen. Een kwartier schrijven zonder meer helpt de muizenissen een uitweg geven.

Ik hoorde toevallig zondagochtend Hilde Van Mieghem op de radio in De Rotonde, vertellen over haar corona-tijd en tijd in Italië. “Ik moet niks.” En gepieker over kuisen, afwassen, eten koken, en dit en dat, was verdwenen. Zelfs als single voel ik die criticus nog te vaak😉.

En u? Nieuwsgierig geworden? De ervaringsdeskundige en top begeleidster in deze materie vindt u in deze link.

Schrijven: 1. het innerlijke kind.

en andere schrijfmeditaties.

Verbannen naar ons eigen kot. Met uitbreiding de bubbel, en nog verder waar het onlogisch lijkt om te zijn. Wie maalt er nog om verbanning?

Vele dingen zijn nog dezelfde, andere veranderen. Wat in mijn leven een grote plaats inneemt, is schrijven. Het maakt zowaar niet uit wat ik schrijf, hoe ik schrijf en waar ik het doe. Wel dát ik het doe. Bijvoorbeeld hele monologen in mijn hoofd om dan te schrappen, te laten wegwaaien over de voetgangers- /fietsbrug of in denkballonnetjes achter me aan of voor me uit.

Het helpt me om dingen los te prutsen in mijn binnenste, niet enkel zwartgalligheid, ook drukte in mijn hoofd, muizenissen, …

Ik neem u even mee in mijn vindtocht – eerste aflevering:

Schrijfmeditatie.

Hierover schreef ik al eens eerder, vorig jaar. Laat mij u trakteren op een bijzondere ervaring.

Vorige week zaterdag nam ik deel aan een dag begeleide schrijfmeditatie, met thema ‘het innerlijke kind’. De workshop was online via een ZOOM-link, vooraf verstuurd.

Gewoon lekker thuis, zitten, liggen, hangen, waar en hoe ik wil. Met een beetje fatsoen want ik ben wel in beeld. Het enige wat telt, is me comfortabel voelen, niet gestoord worden (gsm op stil) en een schrift en pen dichtbij hebben. Er waren mensen van verschillende leeftijden, hoewel ik vermoed dat de meerderheid vijfendertig plusser en ouder was.

Ik had eerder al wel geschreven met het innerlijk kind. Dat was heel leerrijk. Wie was ik toen ik kind was? Wat heeft dat kind nodig? Heb ik een oordeel? Wat herken ik nog? Ik geef u een voorbeeld uit ‘eigen werk’. Ik sprak het aan met mijn kindernaam en vroeg of het mij nog kende (al schrijvend), vroeg wat het voelde die keren dat het heel boos was. Zonder oordeel of dat kind toen stout was of niet, gewoonweg wat het echt voelde. Dan komt er echt wat los. Toen ik de allereerste keer zo schreef, voelde ik me belachelijk, maar ik zette door. Zo kon ik sommige dingen beter benoemen en ook loslaten in het besef dat ik dat kind van toen, nu beter begrijp en dat het oké is. In die workshop vorige zaterdag was er de opdracht bij om een brief van het kind aan de volwassene die ik nu ben te schrijven, met de tegengestelde hand. Voor mij is dat mijn linkerhand. Toen ik het las, was het net of ik een werkje van mij uit het tweede leerjaar of zo las, dat handschrift !! 😉

Ik bots (iets) minder op uitvluchten als me iets gevraagd wordt waarop ik volmondig neen wil zeggen. Of me voor zoveel verantwoorden wat ik niet wil of noodzakelijk acht.

Anderzijds zie ik ook makkelijker een onderliggend gegeven bij anderen, ook al ken ik dat niet concreet natuurlijk. Schuld, boete, gelijk, ongelijk, fout, goed, onschuld zijn snelle oordelen die, hoewel onaangenaam, toch vaak een achtergrond hebben, die we zelf vaak niet onmiddellijk begrijpen.

Voelt u zich aangesproken? Neem een kijkje op de website van Joey Brown, over het innerlijke kind. U kan er alles vinden over schrijfmeditatie en zelfs gratis dingen downloaden. Als het aanspreekt, ideaal om eerst eens rustig te bekijken.

Schrijfmeditatie kan overigens met allerlei thema’s. Voor mij voelt het aan als extra zuurstof en er komt ruimte in mijn hoofd. Ik doe het sinds de lockdown weer echt elke ochtend. Ik hoor bijvoorbeeld al te vaak een stemmetje in mijn hoofd tateren, de afwas staat er nog, de strijk is nog niet gedaan, maak nu eindelijk eens die spaghettisaus, straks zijn die groenten slecht, ga eens naar buiten, …. Al schrijvend kan ik er mee lachen, niet uitlachen want op een keer strijk ik heus wel en die saus is in de maak. Het maakt ruimte vrij om effectief dingen te doen, de fijne dingen en de moetjes. Daarbij komt nog dat ik steeds minder last heb van het in semi quarantaine zijn.

foto van vorig jaar.

Het gaat nog dieper dan de voorbeelden die ik aanhaalde, er is veel meer te doen met schrijfmeditatie. Er is het boek ‘Schrijven naar bewustzijn’, dat voor mij een goede handleiding is. Ik neem het nog regelmatig vast, om verder te gaan of terug te grijpen naar een oefening. Zelfs als het druk is, tien minuutjes, vijf zelfs is genoeg om even bij jezelf te komen.

Het houdt me niet gegarandeerd uit de put. Het belet me wel om daar te gaan draaien in het donker en zelfmedelijden te hebben.

Overigens voel ik ook een beter contact met het fictie schrijven (beginnend amateur) en creatief dagboek. Ze zijn verbonden. Mij naar een onbewoond eiland sturen? Geef me maar genoeg pennen en schrijfboekjes mee 🙂

En u? Waarin vindt u zichzelf weer?

Een dystopisch verhaal

Ze staarden door het raam, de ene met ontzetting en walging, de andere staalhard, naar het drama dat zich in de straat afspeelde.

Mensen die hun hoofd vastgrepen, anderen die braakten en nog anderen die al neervielen, statisch als geëlektrocuteerd, met korte krachtige naschokken.

Er brak paniek uit bij andere voetgangers, elkaar overrompelend om snel thuis te zijn.

Auto’s vonkten. Chauffeurs kwamen eruit gekropen alsof het kort bij de grond veiliger was. Fietsers, tijdig van hun rijwiel gesprongen, gingen eveneens platliggen. Anderen kregen een schok en vielen tezamen met hun fiets als een strijkplank neer.

‘Oh My God!’ schreeuwde de CEO. ‘Wat hebben we in ’s hemelsnaam gedaan?’

‘Er is geen weg terug nu! Hier zit te veel geld in.’

‘Maar al die lijdende mensen, al die doden. Is dit de tol die we ervoor moeten betalen? Er was al zoveel commentaar op de vorige versie en dié werd afgevoerd.’

‘Ja, en met reden. Ik vertrouw op míjn medewerkers, wetenschappers die zich ook om de economie bekommeren. Jij bent er één van!’

‘Maar u krijgt dít toch aan niemand verkocht?’ Zijn stem kraakte.

‘Niet moeilijk doen! Weet je hoeveel geld mijn land geïnvesteerd heeft? Trouwens, wat moeten we met al die zwakken? Tijdens de coronacrisis zijn er ook zoveel mensen gestorven. Het is een natuurlijke selectie. Dat was toen en dat is in deze testfase ook. Vertrouw me!’

Zelfvoldane smoel! Stieg vertrouwde het helemaal niet meer. Alsof president Steel gewetenspoeld was. Straks zou hij nog bij die zwakkeren gecatalogeerd worden. Dan ging hij samen mét zijn gezin eraan. Hoeveel Joden werden door deze denkwijze wel vermoord?

‘Wie heeft trouwens de economie gered na de vorige crisis?’

‘Ja natuurlijk, dat was fenomenaal, na alle ellende.’ Maar tegen welke prijs? Zijn geweten en zijn overlevingsdrang waren in zwaar conflict.

De nieuwe wereldleider keek de trillende, in zweet badende, man naast zich neerbuigend aan. Had ik nu al maar absolute macht. Stiegs idee had nog één aanpassing nodig. Daarna werd hijzelf overtollig.

Dan kon de formule gebruikt worden naar zijn grote ambitie. Natuurlijke selectie van deze eeuw! Veel efficiënter dan de Dettol van Trump. 

‘Er is nu geen weg terug! Denk aan de toekomst, aan je kinderen!’

‘Ja!’ zijn stem nu geforceerd onder controle, onder dit dreigement. ‘Ja, natuurlijk. U heeft volkomen gelijk.’ Ik ben een verdomde lafaard! Had ik die 6G maar nooit uitgevonden.

’t Is wat het is

Hoe vaak heb ik het zelf gezegd, wanneer ik wat wilde zeggen en niets vond.

Neen, dan de uiting van de frustratie. De tranen, de vloeken, teveel en te hard lachen, het lawaai, scheef zingen (echt, ik geloofde het eerst ook niet!), wandelen tot mijn gewrichten smeken om te stoppen, fietsen en onderweg platte band krijgen, de hele weg terug, te voet met fiets aan de hand naar huis. Dat zal me leren sè. Me zomaar laten gaan. Waarom? Om dat lawaai elke avond opnieuw? Om het opgeklopte gevoel dat ik bij al die social media berichten krijg? Over al die tips tegen verveling in uw kot? De vinger zal ik er wel niet op gelegd krijgen.

Soms heb ik enorme bewondering voor de serene wijze waarop mensen niet posten op allerhande social media hoe goed ze zijn. Enkele initiatieven daar gelaten natuurlijk. Het is uiteindelijk wat het is.

Al bij al, kritiek is vlug gespuid, ik doe er bij deze ook aan mee. Bij nader beschouwing vermoed ik dat het om de óverdaad gaat van wild enthousiasme, al dat begrip, lief en nog liever, of de overdaad aan ergernissen, daarbij ook aan onbegrip. Ik merk het aan mezelf. De ene kant van mij wil ‘er zijn voor u en u’, de andere kant van mij schreeuwt ‘laat me met rust!’ Is er dan niemand die het begrijpen wil? Begrijp ik mezelf nog wel? Herkent u dat gevoel? Dan weet u vast wel dat u me nù geen wijze raad geeft. Tot zover de actualiteit.

Tijdens de welke er toch nog het een en ander gebeurt.

Soms doe ik dingen die ik in dat vorige leven niet zou doen of zeker op de lange baan  zou schuiven. Bijna alle meubels hebben hier een andere plaats gekregen of krijgen dat nog. Bewegen in je kot. Toch actueel. Gehoorzaam van mij.

Dansen in de regen. Nog zo iets. Dat heb ik net niet gedaan, wel voelde ik me heerlijk verfrist na mijn (bijna) dagelijkse wandeling. Een boodschap hier, iets posten daar, van de ene naar de andere kant van  Oud-Berchem te voet en via een omweg doorheen straatjes weer naar huis. Dat deed deugd. Loat Mie moar lope langs de straote …. Zonder dat lief da’k zo gère zien.

Intussen groeien er verhalen in mijn hoofd. Ik schrijf ze in luchtballonnetjes die dan vaart zetten naar de luchtkastelen. Ik, arme drommel, bezwaarlijk meervoudig vastgoedeigenaar. Als mijn verhalen maar ergens terecht kunnen zolang er nog geen inkt vloeit.

Van sommige dingen die ik eerst deed, heb ik wat gas terug genomen. Het allereerste opgejaagde gevoel en de onwennigheid van de situatie staan nu niet meer zo op de voorgrond. Zoals van alles en nog wat een foto maken, van alles en nog wat uitproberen in de keuken. Het Griekse Paasbrood was het laatste. Het zag er niet uit maar het smaakte wel zo, tot het rode hard gekookte ei toe.

Mijn keukenactiviteiten beperken zich tot de dagelijkse beslommeringen waarin chocolade momenteel een belangrijke plaats heeft.

Het creatieve dagboek van Sarah Timmermans doe ik nog op momenten dat ik een aanloop nodig heb naar schrijven in kleur. Ik schreef er hier al over (zie net voor de foto). Het is een fijn houvast en intussen heb ik de penselen al meermaals werk bezorgd. Ik heb er zelfs een halve slaapkamer voor ingericht, mijn ‘atelier voor woord en kleur’ (of zoiets, het is nog niet gedoopt).

de spiegel is wel blijven hangen

Ik begeef me traag en bibberachtig op teken- en schilderterrein en dat is wel licht. Het maakt plaats in mijn hoofd. Ook al doe ik het niet elke dag.

Schrijfmeditatie, volgens Joey Brown doet het ook nog steeds bij mij. Hier schreef ik ook al enkele keren, bijvoorbeeld hier.

Morgen heb ik de laatste les in schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Dat waren er één fysiek aanwezig in lang vervlogen tijden en vier online. Vorige week was hilarisch. Het ging over humor ten tijde van corona. Ik ben eens flink van leer gegaan. Iedereen had er blijkbaar behoefte aan om onbeschaamd zijn of haar gal te spuwen. Onze docente kon er ook mee lachen. Gelukkig maar want dat was de bedoeling.

Intussen vond ik in mijn hoofd nog een luchtballonnetje dat terug is om inkt te laten vloeien, zie hier mijn schrijfsel. Zo u wenst, neem even pauze of een drankje 😉

De vloek

Laten we het eens over vloeken hebben. U weet wel, die woorden die frustratie uitdrukken, die je liefst niet uitroept waar kinderen bij zijn en al zeker niet uit een kindermond hoort komen.

Het komt onverhoeds, het overvalt me en naar ik opmerk, iedereen. Plots is er de vloek. Het beest in ons is los. Het hekje zat al fragiel. De kooi van machteloze opsluiting, frustrerende verdicten van berichten rondom ons onze oren heenslaand.

Hoe vaak zou ik al aan dat hek hebben gerammeld? Geluidloos geschreeuwd in eenzaamheid. Niet zozeer omdat ik alleen ben, eens temeer omdat ik me alleen vóel. Niemand begrijpt me! Help!

Maar ik maak deel uit van die maatschappij waar nu eenmaal, of eerder meermaals, de normen van het goed fatsoen gelden. Het is nu eenmaal wat het is. Volhouden!

Toch, soms is de boog net iets té gespannen, ongemerkt, dat wel. Als er dan heel veel aan die kooi gerammeld wordt, het hekje bijna losgeschud, is er ei zo na niet veel meer nodig om de boog helemaal te laten knappen. Een teenstoot, een kopstoot, een spierkramp, helaas mijn schrijfspier, zelfs een berichtje dat ik net iets anders interpreteer, kan me over de schreef trekken.

Dat hek vliegt open, ik vermorzel het en laat me – voor even weliswaar – ongegeneerd gaan in een woordenstroom die zelfs de zatste smeerlap doet blozen. Ik ken zo niemand, maar dat doet niet ter zake.

Tot het moment dat ik een ‘nieuwe’ vloek vloek en van mezelf versteld sta. Ik voel de geknapte boog lossen en val neer in de zetel, krijg onbedaarlijk de slappe lach om het simpele woord dat voor mij als actuele vloek kan dienen: SSSSNOT !

Enne … zakdoek voor de mond en daarna handen wassen en tanden poetsen.

Verhalenwedstrijd

Fictie schrijven is iets dat ik nog maar pas ontdekt heb. Zoals ik min of meer in mijn blog van gisteren beloofd had, hierbij een verhaal. Ik koos er eentje dat al aan de feedback werd onderworpen.

Momenteel ben ik aan het zweten over een ander verhaal. Dat vertel ik hier nog niet. Dat verhaal moet dienen voor een wedstrijd. Die wedstrijd heeft als deadline  19 april, dit jaar. Ik geef hierbij de link. Wat laat, ik weet het. Blijkbaar voldoe ik nog steeds aan een kenmerk van een ‘heuse’ schrijver, uitstelgedrag. Stel dat u toch nog in laatste instantie een hoop inspiratie opdoet en ook uw pennenvruchten wil insturen, ziehier de link. https://entries3.wixsite.com/schrijfretraites/wedstrijd. Veel geluk!

Nu mijn andere verhaal, dat komt uit mijn eerste schrijfcursus ‘Starten met schrijven’: de opdracht was om terug te gaan naar onze kindertijd en na te denken over wat we later wilden worden en daarover dan een scène schrijven. Fictie of waarheid? 😉

Haar glimlach verbreedde toen nonkel Mon zei dat ze talent had om piano te leren spelen. Met blozende wangen van plezier, speelde Maartje het eenvoudige kinderliedje nog een keer. De omzittenden zongen mee,  ‘Broeder Jacob, broeder Jacob …’ Ze genoot zichtbaar en haar favoriete oom werd haar meest toegewijde fan. Het zingen ging nog even door, afgewisseld met mopjes vertellen en vrolijke raadseltjes oplossen. Zo in het middelpunt van de belangstelling voelde ze zich in haar nopjes. ’s Nachts droomde ze haar eigen komende succes.

De volgende dag in de klas, vertelde de juf over beroepen. Dat triggerde haar wel. Nog half dromend over de vorige avond, waarin ze zich een beroemde ster voelde met nonkel Mon als haar grootste fan, antwoordde ze enthousiast ‘pianospeler’, toen het haar beurt was om te antwoorden op de vraag wat ze later wilde worden.

De hele klas schoot in de lach en zelfs de juf moest haar best doen om zich in te houden. Ze keek een beetje beteuterd rond. Haar klasgenootjes vonden haar soms een beetje raar, maar wel altijd grappig.

‘Gisteren was het juffrouw’, ‘vorige week wilde ze nog mensenhelper worden’ of ‘klerenmaakster’ … werd er zacht gefluisterd. Maartje was het wel gewoon. Ze had meestal ook genoeg aan zichzelf en haar dromen. Ze zweeg, bleef in haar eigen wereld, waar nog net genoeg plaats was om de les te volgen.

‘Misschien,’ dacht ze, ‘misschien moet ik eerst maar eens groot worden.’

ps. die foto ben ik, het doet me denken aan een regel in een Grieks lied. Wie het denkt te weten, mag me trakteren op een afhaaletentje 😉

De laatste vandaag

Dat zou je van elke dag kunnen zeggen. De ene al belangrijker dan de andere. De laatste vandaag! Morgen is er een andere. Terwijl ik het schrijf zie ik de verwarring. Het is vandaag de laatste. Ziezo!

Het is vandaag niet wat ik ervan verwachtte en het ligt niet eens aan mij. Toch niet met voorbedachte rade! Het ligt zeker niet aan de omgeving, aan de medecursisten noch aan de docente. Had ik dan magie verwacht? Een toverformule?

 Ik vraag me in stilte af waarom ik überhaupt verwachtingen heb. Ben ik niet degene wier tigste lijfspreuk Verwachtingen schept teleurstellingen is? Inderdaad, ik heb het zelfs aan den líjve ondervonden.

Het loopt niet lekker. Het leien dakje is ver zoek. Gewoon zoek, dat had ik nog aangekund. Die verdomde migraines ook. Onvoorspelbaar. Ze zinderen lang na. Hele dagen zelfs bij de laatste. Ik moet een zondebok met een naam hebben.

En toch. Ik ben blij dat ik deze laatste toch gegaan ben. Ook al boorde de wekker vanmorgen het toch al ijle bestaan van mijn hersens doormidden. Een verkorte Tai Chi voor het raam, een verwarmende douche, een koffie, een gezond – mini weliswaar – ontbijt later en ik kan er tegenaan.

De koude wind doet nu nog deugd. De tram is op tijd. Weinig volk. Ik heb een zitplaats. Stilaan word ik toch wakker. Ik wil erbij zijn. Vandaag gaat de les over column schrijven. Laat dat nu net iets zijn waarvan een pennenvriend mij aanraadde dat ik zeker moet proberen. “Schrijf kranten aan, probeer op onregelmatige basis opdrachten aan te nemen.” Hij kent me goed, die verre pennenvriend, op onregelmatige basis.

Wat ik ook probeer vandaag, het komt niet op papier zoals het in mijn ziel zit. Het is druk in mijn hoofd. Het lukt niet om me imaginair af te sluiten van de geluiden. De tram buiten, het gerommel in deze gangen, trappen, lokaaltjes waarvan ik denk dat er veel te ontdekken valt. Het komt allemaal ongefilterd binnen. In ons lokaal kan ik de medecursisten horen denken terwijl ze schrijven.

Waarvan ik niet overprikkeld raak, zijn de columns die ik hoor van diezelfde medecursisten. Ze zijn gevat, krachtig, mooi. Ze staan er gewoon! Ik weet van mezelf dat ik beter, gevatter, krachtiger kan. Niet dan de medecursisten, natuurlijk niet – ieder heeft zijn/haar eigen stijl – het is eerder een werk in ontwikkeling. Zoals zonneschijn na regen. Er komt echt nog iets van. Toch iets geleerd vandaag! Wie weet, als mijn ‘huiswerk’ af is, mag u het meelezen. Ik die dacht dat een column schrijven makkelijk was. Het is, hoewel heel prettig, hard werk.

Schrijven, het blijft zuurstof. Zoals in dat ene Griekse lied ‘Το πεπρομένο’ (het lot) voorkomt: …  van kindsbeen af, zag ik het vuur in mijn dromen …

Een geruststellende les die ik geleerd heb in deze vier zaterdagen, is dat schrijvers geniaal zijn in uitstelgedrag. Ook al is het hier thuis niet spic & span, dat gedrag vertoon ik niet. Uitstellen, daar kan ik wél wat van. Het is in elk geval geen afstel. Ik wist het toen al. Zou ik nu toch al een beetje een echte schrijver zijn? Of gewoon geniaal?