Zomaar, of toch niet?

Het zou kunnen dat ik u kan amuseren of vervelen met schrijven over de loop van het leven hier in mijn kot en omgeving.

De dagen jagen voorbij

Niet allemaal, die andere glijden

Zweven zelfs

Of gewoon, gaan voorbij.

De zelf gekozen retraite-in-eigen-kot voelt rustig aan. De heerlijke leegheid van het bestaan. Dáár is er plaats!

De hete dagen van vorige week hebben me een beetje melig gemaakt, lui, hangerig, zonder er kregelig van te worden. Vandaag wilde het lijf toch wat meer bewegen en nam het me mee naar plaatsen waar ik – op een zonnige zondagnamiddag toch – meer volk verwachtte. Ik heb eerst een tijdje gefietst en dan heb ik even gewandeld in het Middelheimpark.

Er zijn sommige beelden die me aantrokken. Zonder verder denken, ben ik er gewoon naar toe gestapt en bekeek ze.

Dunja, van Kosta Angeli Radovani

Dunja is een vrouwennaam en de naam van een vrucht (kweepeer).

Orpheus, van Ossip Zadkine

Dan is er Orhpeus van Ossip Zadkine. Die lier vind ik wel héél fascinerend. Begeleiding van zang en andere muziekinstrumenten. Als tweelingszielen.

Misconceivable, van Erwin Wurm.*

Die ene boot, die blijft fascineren …

Hunkeren

Naar wat?

Zal ik wel?

Moet ik het nu al weten?

Ik hang hier nog goed

Tussen rust en chaos

Schrijf ik me wel vrij

Morgen zal ik verder hunkeren. (AMK)

En dan is er nog mijn vader die we weer kunnen bezoeken en dan is er nog R. die tijdens de lockdown verjaarde en vorige week haar feestje had in de bubbel waar ik nog net inpaste (ik heb gehoelahoept) en dan is er nog de verandering in het interieur van mijn k… appartement, kosteloos nog wel en … en … soms toch of … of … of …

Wist u dat u uw dagen ook kan vullen met leegte? Probeer het eens, elke dag een beetje. Het doet echt goed!

*Ik heb één foto gemaakt van die boot (mijn versleten smartphoontje was moe). Er zijn er veel betere te vinden. Googlet U het anders maar eens.

Schrijven 4: Nog een ingrediënt.

In de laatste les ging het over taaltransparantie. Duidelijk taalgebruik dus waarbij de lezer zich zowat onmiddellijk een beeld kan vormen. De zintuigen helpen hierbij. Eén van de opdrachten ging hierover. Een kort verhaal, cursiefje, iets anders schrijven over het eten van een ijsje. Als ik de weersverwachting mag geloven gaan we een zeer zomerse week tegemoet. Ik wil u op een ijsje trakteren, het ijsje in mijn verhaal. Aangepast na de feedback.

Deze herinnering (tijdens een winter in Kreta) inspireerde me.

‘Tingelingeling, luister hoe ik vrolijk zing!’ Leentje huppelde in de zon over de stoep.

De ijskar was in aantocht. Zo opwindend! Welke smaak zou ze vandaag kiezen? Zou Jan de ijsjesman alle kleuren bijhebben? Het water stond al hoog in haar mond.

Het belletje klonk licht en vrolijk door de straat. Leentje kreeg visioenen van zoete koude aardbei en volle banaan, heerlijk smeltend in haar mond. Haar buikje kriebelde al bij de gedachte.

Jan de ijsjesman zette zijn kar stil.

‘Wat zal het vandaag voor de jongedame zijn?’

Leentje snoof diep. Ze keurde de prentenkaart. Haar ogen twinkelden. Welk ijsje zal het worden?

‘Drie bollen vandaag!’ Ze staarde verlekkerd naar het smurfje.

‘Heb je die ook met het rode mutsje bij?’

‘Zeer zeker, een smurfje voor de jongedame met een rode muts’.

‘Dan nog een straci stracia … die met de chocola die naar koffie smaakt, ’t is voor mijn papa.’

‘Mokka?’

‘Ja die. Eén bol alstublieft.’

Ze wist het niet meer. Was het nu die witte met chocoladestukjes of die bruine die naar koffie smaakt? Papa smikkelde zijn ijsje toch altijd op. Wat zij en mama ook meebrachten.

Het ijsje smaakte. De geuren van het smurfje met zijn rode muts prikkelden haar neus. Alle smaken  bubblegum die ze kende, proefde ze. Ze smakte van plezier bij elke lik van het blauwe koude goedje. Haar lippen waren bijna net zo blauw. Dat er mensen bestaan die dat niet lusten. Echte kauwgum kreeg ze toch nog niet. Papa noemde het chiclet maar dat was een woord van vroeger.

‘Als je acht bent, mag je chiclet.’ Ze hoorde het hem weer zeggen. Maar goed dat er smurfjes waren die ijsjes maakten van hun blauw.

Zo, nu het rode mutsje. Wat een verschil. Mierzoete koude frambozen plakten tegen haar gehemelte. Ze rilde ervan. Zouden de smurfenmutsjes ook zo kleven op hun hoofdjes?

Plots besefte ze dat ze nog stilstond. Oei! Het was nog maar twee keer gebeurd, dat ze alleen tot aan de straat mocht en een ijsje kopen. Nu mocht ze er ineens twee bestellen. Ze stapte zo snel ze kon. Onderweg slurpte ze gretig verder van haar ijsje.

Twee minuten later ging ze thuis binnen. De schuifdeur stond gelukkig nog helemaal open.

‘Kijk papa! Jouw koffie met chocolade ijsje.’ Leentje hield het hoorntje fier omhoog.

‘Ah! En waar is de bol dan? Helemaal in het hoorntje gevallen?’ Papa’s lippen krulden een beetje.

Ze staarde verwonderd met één oog in het hoorntje. Er zat nog een klein restje in.

‘Maar daarnet was het er nog helemaal!’

Heerlijk om in het kind-perspectief te schrijven. 🙂

Schrijven 3: Vijf ingrediënten + drie

Het kon niet uitblijven, schrijven! Van ‘gesprekken met het innerlijk kind’ over lichttaal naar deelnames aan wedstrijden, nog plannen, een oefenboek, …  enzovoort.. Mijn handen zijn inmiddels goed getraind. Bewegen, in beweging zijn tussen schrijven en lezen door helpt ook, enorm zelfs. Op dagen waarbij ik (bijna) niet fiets, wandel of andere fysieke activiteiten verricht (het huishouden om zomaar wat te noemen) is de flow ver te zoeken.

Gisteren kreeg ik de feedback van twee oefeningen die ik in de cursus ‘Vijf + drie ingrediënten’ schreef. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen lopen. Gelukkig draag ik nooit hoge hakken. Ik schreef hier al eens een verhaal uit die lessenreeks.

In de online lessen komen deze ingrediënten goed van pas. Ik voel het aan als een wegenmap. Bijvoorbeeld, ik rijd van Antwerpen naar Hasselt en de opdracht is dat ik onderweg een kersenboom moet fotograferen. Dan neem ik een weg die me ligt, welke dan ook en zorg ik voor de foto van de kersenboom. Via de autosnelweg of via smalle binnenwegen of gewestwegen, het maakt allemaal niet uit. Het ingrediënt van deze opdracht is de kersenboom. Voilà!

De feedback die ik gisteren terugkreeg ging over perspectief. In de ene oefening werd gevraagd om vanuit het Ik-perspectief te schrijven, een cursiefje met ‘plannen’ na de lockdown. De tweede oefening een litanie geschreven vanuit twee perspectieven (hij en/of zij, derde persoon dus) over één gebeurtenis.

Wat een fijne ingrediënten. Ik zou er in mijn eentje niet opgekomen zijn. Het heeft mijn flow in elk geval doen stromen. Op enkele schoonheidsfoutjes na – sommige komen nogal eens terug – ben ik nog aan het blozen van plezier.

En dat plezier wil ik met u delen. Dames en heren, zie hier een schrijfsel uit de zevende les, aangepast na de feedback. Het cursiefje in Ik-perspectief.

Wat ik in de wolken zag …

Mijmeringen.

Hier lig ik weer in het gras, naar de blauwe lucht te kijken, de vogels te volgen, de wolkjes voorbij zien schuiven. Gewoon, heel simpel, in de verte kijken. Hoeveel zou mijn verzien verbeteren?

Ik denk aan een artikel dat ik – hoe lang zou dat geleden zijn – las over verzien. Blijkbaar leven we te dicht bij elkaar, het ene kot boven het andere of ergens tussen geperst. Wanneer hebben we de kans om nog eens ver te kijken?

Gedachten dwalen af, verder dan ik kan zien. Ik begin te dromen. Zou het nog kunnen in deze wereld? Reizen! In de wolken zie ik de weerspiegeling van een verlaten strand ergens in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

En daar! Op die plek naast dat strand. Daar zal die familie weer gasten ontvangen, vanaf ’s middags de toevallige passanten, die schaduw en koelte zoeken en een beetje rust tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Ik vraag me af hoe het met mijn vrienden gaat.

De wolken maken plaats voor beelden van andere plaatsen, nog steeds op mijn eiland, dat andere thuis.

Daar zit warempel Didier: ‘Bonjour, kalimera!’ Ja, ja nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met zijn keramiek. Dan stoor ik hem beter niet, maar kijken mag.

Ik zie mezelf rijden, de scherpe bochten nemen naar Manoli en Rina. De Griek en de Deense. Volop in de natuur levend en altijd klaar voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes. Het is bijna zonde om ze op te eten want Rina’s borden zijn ware kunstwerkjes.

Ik rijd nóg verder – het is bijna avond – naar een ander strand. Daar wordt alles in gereedheid gebracht voor een concert. Van Michali. Hij is weer helemaal terug. Ik verheug me bij de gedachte dat ik pas weer wegrijd na het ontbijt. Ik zal honger hebben na een nacht dansen op het strand. Vóór het podium uiteraard!

Opkomende en ondergaande zon. Volle maan. Dat tafeltje aan die haven, dat hoekje waar ik een hele middag met één koffie kan zitten lezen, schrijven, mensen observeren. Plannen maken voor morgen, die dan toch veranderen.

Nog even verder reizen in de blauwe lucht met hier en daar een wolkje, wolk, wolken, donkergrijze massa, tromgeroffel! Toch niet speciaal voor mij? Die koude douche van regen anders wel.

Hoe komt u in de flow?

De buurderij

Ook al heb ik het geforceerde experimenteren in de keuken afgezworen, het overkomt me wel dat ik toch een keer iets uitprobeer. Zoals vorige week de rabarber-crumble. Deze beginneling gebruikte een combinatie van de recepten van Jeroen Meus en Sofie Dumont, gevonden op Google én nog een beetje eigen inbreng ter vervanging van een afwezig ingrediënt hier in huis en uit luiheid, wegens geen zin om nog naar de winkel te gaan.

Het resultaat mocht er zijn én gegeten worden. Gulle eter die dit schrijft, is nog (bijna spring)levend.

Niet dringen, deze is al op 😉

Hoe kom ik er dan bij? Ik ga nu al enkele weken naar de buurderij en ik vind zo stilaan mijn draai in het maken van een vast boodschappenlijstje. Af en toe bestel ik een groentemandje. Dan weet ik vooraf niet wat er in zal zitten. Twee weken geleden was dat heel veel: bleekselder, komkommer, tomaten, een krop salade, radijsjes en een courgette. Ik heb dan maar courgettesoep met teveel bleekselder gemaakt. Het smaakt zelfs! De andere dingen zijn in allerhande slaatjes en uiteindelijk in mijn maag beland.

Fruit had ik apart besteld waaronder de rabarber en ook een mango. Deze  laatste was een heuse verrassing, de eerste keer dat ik er een fruitmandje bestelde.  De mango was me zo goed bevallen dat ik er eentje apart bestelde.

Dan doe ik er ook maar ineens een brood bij met pompoenpitten, voilà.

Zo veganistisch als maar kan. Hoewel ik dat niet streng aanhoud. Vorige week had ik ook eieren besteld. Ik kreeg bij de hele bestelling extra tomaten omwille van de week van de korte keten. Door de corona beperkingen kon er niets evenementsgewijs doorgaan. Er is nu wel de Zomer van de Korte Keten.

Inmiddels heb ik zo mijn vast lijstje van fruit, brood en groenten. Om de zoveel tijd eieren erbij of iets lekkers in de aanbieding. Dit werkt voor mij. Ook al is het iets duurder – ik benadruk iéts – dan de supermarkt, ik kan er vooraf veel van verwerken en/of lang genoeg bewaren. De dingen die ik tot nu toe kocht en verorberde hadden ook veel meer smaak. De kersen bijvoorbeeld zijn heel lekker alsook de rode biet. Ik was er al gek op. Het is gewoonweg fijn om mijn diepvries nu gevuld te hebben met vers bereide gerechten.

Aangezien ik géén vlees, vis of broodbeleg/melk afkomstig van de koe eet, zoek ik ook verder. Tot nu toe vind ik nog voldoende in het supermarktje hier in de buurt en de Bio-Planet.

Het is een nieuwe ontdekkingstocht voor mij. Stap voor stap ontdekt mijn lichaam wat het echt wil en nodig heeft. Dat voel ik vooral wanneer ik het dat niet geef.

Het is nog afvalvriendelijk ook. De meeste dingen zijn in papieren zakken verpakt, die ik na gebruik weer kan plaatsen in de prullenmand, het vuilbakje in de badkamer ipv plastic zakjes.

Oh, en de mensen zijn heel vriendelijk en alert. Ik heb zelf nog geen vergissing meegemaakt. Of … ja toch, die van mezelf maar dat werd snel weer rechtgezet.

Vrijdag haal ik weer af. Mijn bestelling bestaat deze keer vooral uit fruit, waaronder een stuk watermeloen. Geen Griekse zoals ik die ken. Nu ben ik wel heel nieuwsgierig.

U ook? Alvast smakelijk! 😉

Wandeling

Ik maak al eens een wandeling. De laatste maanden vooral hier mijn buurt. Soms kijk ik rond, soms stap ik in mezelf gekeerd stevig door. Ik heb het lente zien worden en stilaan zomer. Ik heb het vooral gevoeld. Kriebelig, warmer, droger soms natter. Van kale bomen tot volgroene zwaar uitziende takken. Alles ziet er vól uit. Zelfs de regen voelt vol.

Ik maak al eens een wandeling, doorheen het dolle gewirwar van het internet, van Google, over Whatsapp, Facebook, ‘gewone’ email, schrijfwedstrijden tot, mijn favoriete, blogs. Soms vind ik er diepzinnige uitlatingen, soms grappige anekdotes die een zinvol bestaan uiten, kunstzinnige uitspattingen, dagboekverhalen, avonturen tijdens de lockdownperiode, … en een enkele keer kom ik iets speciaal tegen. In Talle’s Arts Community – https://www.facebook.com/tallesarts/ kwam ik een link naar een website van Brigitte Povel tegen, een kunstenares. Ze woont en werkt in Nederland. Omdat ze, naar eigen zeggen, teveel schilderijen in haar schilderhok heeft, ruimt ze op en geeft ze elke maand één schilderij weg. Het enige wat je hiervoor moet doen, is een verhaal schrijven. Vertel waarom dat schilderij voor jou is, waar het je aan doet denken …

Ik wandelde er virtueel langs in mei. Ik zocht, herschreef naar eigen interpretatie mijn tekst bij, verstuurde en kijk … ik, ja ik won! 😊

De reden waarom ik uit een Grieks lied putte? Het voelde zo aan. Dat is mijn les. Het voelt zo aan! Het is een lied dat ook door mij heen wandelt. ‘Als er een reden is.’ Ik voel soms teksten, zinnen, woorden als universeel aan. Bij dit lied ook, ook al zal het zo niet bedoeld zijn bij het schrijven ervan.

Door de toen nog strengere maatregelen kon ik het niet zelf gaan ophalen. Met de bereidheid van mijn zus haar zoon, die in Nederland woont, is het wel tot bij mij geraakt, sinds vorige week toen de grens weer open was voor familiebezoek.

Ziehier mijn winst (beetje naar beneden scrollen) en ineens de uitdaging voor deze maand (bovenaan): http://www.brigittepovel.nl/Gratis%20schilderij.htm

Wat doet u naar het universum kijken?

Schrijven 2: lichttaal.

Als het rommelt…

“Er spookt veel tegelijk door mijn hoofd. Dat stemmetje dat ‘moet’ tegen me zegt. Er gebeurt dan niet veel meer. Blokkades benemen me bijna letterlijk de adem. Ik pieker me suf waar dit nu weer vandaan komt. Wandelingen, fietstochtjes, beweging, het borrelt, … tot ik doodmoe in de zetel neerval, of op mijn bed en als een blok een uur of langer slaap. Veel te diep. Zo’n slaap waarbij ik als een zombie wakker word.” Dan weet ik het weer … ik moet het niet weten met mijn hoofd.

Dit is een van de dingen die ik aan het begin van mijn ziekte en tot bijna twee jaren erna heel vaak voelde. Vooral in het begin want toen had ik die fysieke mogelijkheid helemaal niet om te wandelen of te fietsen. De energie bleef opgekropt.

Het is één van de dingen die me soms nog overkomen. Nu voel ik dat het er mag zijn, zonder meer, zonder toestemming of verbod.

Vorige zaterdag volgde ik weer een workshop bij Joey Brown, weer online via een Zoommeeting. Dit keer was het thema Lichttaal of Soulwriting. Me niet goed voelen, is niet fijn. Natuurlijk niet. Zeker niet als ik pieker over de oorzaak.

Wat doet lichttaal met mij? Ik wil hier een ervaring delen van de Zoommeeting.

We waren met drieëntwintig, allemaal mensen met een intentie. Ik voelde me even ‘betrapt’. Oei, ik heb geen duidelijk verwoorde intentie. Moest dat? Maar dat was niet nodig. Gewoon zin hebben in de dag was voldoende. Toen kwam de intentie vanzelf. Wat zit er in mij dat ik nu nog niet zie? Dáár was ik nieuwsgierig naar.

Nu ik het zo neerschrijf, kan ik me zelfs niet alle stappen van die dag meer herinneren. Ik heb ze ook niet opgelijst. Zo gretig om me onder te dompelen in de lichttaal, deed ik gewoon mee zonder het vast te leggen.

We maakten kennis met lichttaal, vertrekkend uit de punt met de pen op papier en een kernwoord.  Wat vooral belangrijk is – en waar ik wel een paar keren moeite mee had die dag – was loslaten van gedachten, zo nodig een pasklaar antwoord willen. Als dat loslaten lukt, komt de beweging. Ik kon het verschil tussen de eerste oefening en de volgende goed merken. Mijn leesbril afzetten hielp mij. Ik was toch aan het schrijven, geen leesbril nodig dan. Door het onscherp zicht liet ik de controle los.

Er zit geen duidelijk leesbare boodschap in, zoals in een brief, dagboek of zelfs mijn schrijfmeditatieboekje. Het is niet in letters en woorden. De richting is van rechts naar links. Laat de pen maar bewegen.  Soms kan er wel een woord komen.

Ik voelde geen kritiek op wat ik zag, dat het lelijk of mooi was. Het loslaten van de controle over wat er gebeurt, was een heikel punt. Voelen wat je voelt en er niet direct een gebeurtenis op kunnen plakken is op het eerste zicht frustrerend. Als ik dat loslaat, kan ik het voelen op zich door laten, waar het ook vandaan komt. Het één en ander komt los en dat maakt plaats in mijn hoofd. Dan kan ik verder, een laagje dieper.

De groep werd ook twee maal in vier kleinere groepen gezet, zodat we ervaringen konden uitwisselen over een bepaalde oefening.

Voor mij was het een verrijkende ervaring. Het tigste bewijs dat gewoon ‘zijn’ kan. Zonder oordeel of zelfs duidelijke reden. Dat doe ik weinig, gewoon kijken naar wat is binnenin mij en het laten bestaan zonder waarde te geven zoals mooi of lelijk of wat is dat nu?

Een ander aspect dat ik al eerder ervaren had en ook aan bod kwam, is lichttaal schrijven als ik heel moe bent en mijn gedachten me overdonderen. Dat weet ik dat niet goed zal slapen. Een kwartier schrijven zonder meer helpt de muizenissen een uitweg geven.

Ik hoorde toevallig zondagochtend Hilde Van Mieghem op de radio in De Rotonde, vertellen over haar corona-tijd en tijd in Italië. “Ik moet niks.” En gepieker over kuisen, afwassen, eten koken, en dit en dat, was verdwenen. Zelfs als single voel ik die criticus nog te vaak😉.

En u? Nieuwsgierig geworden? De ervaringsdeskundige en top begeleidster in deze materie vindt u in deze link.

Schrijven: 1. het innerlijke kind.

en andere schrijfmeditaties.

Verbannen naar ons eigen kot. Met uitbreiding de bubbel, en nog verder waar het onlogisch lijkt om te zijn. Wie maalt er nog om verbanning?

Vele dingen zijn nog dezelfde, andere veranderen. Wat in mijn leven een grote plaats inneemt, is schrijven. Het maakt zowaar niet uit wat ik schrijf, hoe ik schrijf en waar ik het doe. Wel dát ik het doe. Bijvoorbeeld hele monologen in mijn hoofd om dan te schrappen, te laten wegwaaien over de voetgangers- /fietsbrug of in denkballonnetjes achter me aan of voor me uit.

Het helpt me om dingen los te prutsen in mijn binnenste, niet enkel zwartgalligheid, ook drukte in mijn hoofd, muizenissen, …

Ik neem u even mee in mijn vindtocht – eerste aflevering:

Schrijfmeditatie.

Hierover schreef ik al eens eerder, vorig jaar. Laat mij u trakteren op een bijzondere ervaring.

Vorige week zaterdag nam ik deel aan een dag begeleide schrijfmeditatie, met thema ‘het innerlijke kind’. De workshop was online via een ZOOM-link, vooraf verstuurd.

Gewoon lekker thuis, zitten, liggen, hangen, waar en hoe ik wil. Met een beetje fatsoen want ik ben wel in beeld. Het enige wat telt, is me comfortabel voelen, niet gestoord worden (gsm op stil) en een schrift en pen dichtbij hebben. Er waren mensen van verschillende leeftijden, hoewel ik vermoed dat de meerderheid vijfendertig plusser en ouder was.

Ik had eerder al wel geschreven met het innerlijk kind. Dat was heel leerrijk. Wie was ik toen ik kind was? Wat heeft dat kind nodig? Heb ik een oordeel? Wat herken ik nog? Ik geef u een voorbeeld uit ‘eigen werk’. Ik sprak het aan met mijn kindernaam en vroeg of het mij nog kende (al schrijvend), vroeg wat het voelde die keren dat het heel boos was. Zonder oordeel of dat kind toen stout was of niet, gewoonweg wat het echt voelde. Dan komt er echt wat los. Toen ik de allereerste keer zo schreef, voelde ik me belachelijk, maar ik zette door. Zo kon ik sommige dingen beter benoemen en ook loslaten in het besef dat ik dat kind van toen, nu beter begrijp en dat het oké is. In die workshop vorige zaterdag was er de opdracht bij om een brief van het kind aan de volwassene die ik nu ben te schrijven, met de tegengestelde hand. Voor mij is dat mijn linkerhand. Toen ik het las, was het net of ik een werkje van mij uit het tweede leerjaar of zo las, dat handschrift !! 😉

Ik bots (iets) minder op uitvluchten als me iets gevraagd wordt waarop ik volmondig neen wil zeggen. Of me voor zoveel verantwoorden wat ik niet wil of noodzakelijk acht.

Anderzijds zie ik ook makkelijker een onderliggend gegeven bij anderen, ook al ken ik dat niet concreet natuurlijk. Schuld, boete, gelijk, ongelijk, fout, goed, onschuld zijn snelle oordelen die, hoewel onaangenaam, toch vaak een achtergrond hebben, die we zelf vaak niet onmiddellijk begrijpen.

Voelt u zich aangesproken? Neem een kijkje op de website van Joey Brown, over het innerlijke kind. U kan er alles vinden over schrijfmeditatie en zelfs gratis dingen downloaden. Als het aanspreekt, ideaal om eerst eens rustig te bekijken.

Schrijfmeditatie kan overigens met allerlei thema’s. Voor mij voelt het aan als extra zuurstof en er komt ruimte in mijn hoofd. Ik doe het sinds de lockdown weer echt elke ochtend. Ik hoor bijvoorbeeld al te vaak een stemmetje in mijn hoofd tateren, de afwas staat er nog, de strijk is nog niet gedaan, maak nu eindelijk eens die spaghettisaus, straks zijn die groenten slecht, ga eens naar buiten, …. Al schrijvend kan ik er mee lachen, niet uitlachen want op een keer strijk ik heus wel en die saus is in de maak. Het maakt ruimte vrij om effectief dingen te doen, de fijne dingen en de moetjes. Daarbij komt nog dat ik steeds minder last heb van het in semi quarantaine zijn.

foto van vorig jaar.

Het gaat nog dieper dan de voorbeelden die ik aanhaalde, er is veel meer te doen met schrijfmeditatie. Er is het boek ‘Schrijven naar bewustzijn’, dat voor mij een goede handleiding is. Ik neem het nog regelmatig vast, om verder te gaan of terug te grijpen naar een oefening. Zelfs als het druk is, tien minuutjes, vijf zelfs is genoeg om even bij jezelf te komen.

Het houdt me niet gegarandeerd uit de put. Het belet me wel om daar te gaan draaien in het donker en zelfmedelijden te hebben.

Overigens voel ik ook een beter contact met het fictie schrijven (beginnend amateur) en creatief dagboek. Ze zijn verbonden. Mij naar een onbewoond eiland sturen? Geef me maar genoeg pennen en schrijfboekjes mee 🙂

En u? Waarin vindt u zichzelf weer?

Een dystopisch verhaal

Ze staarden door het raam, de ene met ontzetting en walging, de andere staalhard, naar het drama dat zich in de straat afspeelde.

Mensen die hun hoofd vastgrepen, anderen die braakten en nog anderen die al neervielen, statisch als geëlektrocuteerd, met korte krachtige naschokken.

Er brak paniek uit bij andere voetgangers, elkaar overrompelend om snel thuis te zijn.

Auto’s vonkten. Chauffeurs kwamen eruit gekropen alsof het kort bij de grond veiliger was. Fietsers, tijdig van hun rijwiel gesprongen, gingen eveneens platliggen. Anderen kregen een schok en vielen tezamen met hun fiets als een strijkplank neer.

‘Oh My God!’ schreeuwde de CEO. ‘Wat hebben we in ’s hemelsnaam gedaan?’

‘Er is geen weg terug nu! Hier zit te veel geld in.’

‘Maar al die lijdende mensen, al die doden. Is dit de tol die we ervoor moeten betalen? Er was al zoveel commentaar op de vorige versie en dié werd afgevoerd.’

‘Ja, en met reden. Ik vertrouw op míjn medewerkers, wetenschappers die zich ook om de economie bekommeren. Jij bent er één van!’

‘Maar u krijgt dít toch aan niemand verkocht?’ Zijn stem kraakte.

‘Niet moeilijk doen! Weet je hoeveel geld mijn land geïnvesteerd heeft? Trouwens, wat moeten we met al die zwakken? Tijdens de coronacrisis zijn er ook zoveel mensen gestorven. Het is een natuurlijke selectie. Dat was toen en dat is in deze testfase ook. Vertrouw me!’

Zelfvoldane smoel! Stieg vertrouwde het helemaal niet meer. Alsof president Steel gewetenspoeld was. Straks zou hij nog bij die zwakkeren gecatalogeerd worden. Dan ging hij samen mét zijn gezin eraan. Hoeveel Joden werden door deze denkwijze wel vermoord?

‘Wie heeft trouwens de economie gered na de vorige crisis?’

‘Ja natuurlijk, dat was fenomenaal, na alle ellende.’ Maar tegen welke prijs? Zijn geweten en zijn overlevingsdrang waren in zwaar conflict.

De nieuwe wereldleider keek de trillende, in zweet badende, man naast zich neerbuigend aan. Had ik nu al maar absolute macht. Stiegs idee had nog één aanpassing nodig. Daarna werd hijzelf overtollig.

Dan kon de formule gebruikt worden naar zijn grote ambitie. Natuurlijke selectie van deze eeuw! Veel efficiënter dan de Dettol van Trump. 

‘Er is nu geen weg terug! Denk aan de toekomst, aan je kinderen!’

‘Ja!’ zijn stem nu geforceerd onder controle, onder dit dreigement. ‘Ja, natuurlijk. U heeft volkomen gelijk.’ Ik ben een verdomde lafaard! Had ik die 6G maar nooit uitgevonden.

De bezigheden die me bezig houden.

Omdat alles over De Bitch al gezegd is, omdat alle drukte eromheen, van commentaren op beslissingen, tot in opstand komen, tot de goede sociale daden, tot uitdagingen op allerlei sociale media, van wat afstand is van wie wel en van wie niet, omdat … voorál omdat ik er afstand van wil nemen, doe ik in-mijn-kot dingen. Zoveel mogelijk toch. De opruim, koken, afwassen, de was, de strijk, alle saaie dingen waarbij je (Griekse) muziek kan draaien en luidkeels er je buren mee kan ergeren (maar ze mogen écht melden wanneer het te luid is of te lang duurt). En af en toe ga ik wandelen en fietsen.

Af en toe probeer ik te tekenen. Doorheen de opdrachten van het creatief dagboek ontdekte dat ik het best wel fijn vind om iets meer te proberen tekenen dan bijvoorbeeld een stokmannetje. Ineens maar een portret of zo.

Ik heb voor het gemak een ultrakorte lesbundel van internet geplukt en ben losse aangezichtsdelen beginnen oefenen. Niemand hoeft het al te zien.

Oefenen maar tot ik de onderdelen in een gezicht zette. Zo kwam ik aan enkele portretten van mensen die ik totaal niet ken. Zou ik heel voorzichtig toch maar een portret proberen van iemand die ik wel ken? Laat ik met mezelf beginnen. Oeps, dat ben ik niet. Nog eens proberen. Wie is dat? Niet één trekje van mij. Nog een keer dan maar? Maar allez, ik zie er niet uit. Dat ben ik niet. Niets klopt en dat wat klopt past niet in het geheel. Tot ik op het idee kwam van te foetelen*. Elk leerproces is een zoektocht..

Voor de contouren van het hoofd en de plaats van de ogen, mond en neus heb ik een foto zwart/wit uitgeprint, die tegen het licht van de lamp gehouden en op het blad dat ik daarvoor hield met een potlood lichtjes nagetrokken. De rest is veel gommen geweest, een streepje hier, een veegje daar.

En zo kwam ik aan dit portret.

Dit dromerige kind heb ik vroeger gekend.

Ik probeerde het nog met andere foto’s van andere mensen. Nog niet voor publicatie.

Een vorige keer vertelde ik dat de schrijfcursus verlengd werd met drie lessen. De tijd blijft even snel voorbij gaan. Gisteren was de voorlaatste les. De lessen online zijn met meer als die op locatie. Op zich is deze cursus wel geschikt om online te doen. We zitten enkele keren afgesloten omdat we aan een oefening werken en zetten dan even de camera en het geluid af. Dat is best rustig. De creaties van de medecursisten horen vind ik altijd fijn. Zoveel mensen, zoveel verhalen. Ook de reacties op mijn verhalen vind ik boeiend. Vooral deze terwijl ik nog lees. Dat zijn de puurste. Daar haal ik veel uit.

Zal ik u nog eens op een verhaal trakteren? Het is een verhaal uit de vijfde les, waar we een dystopisch verhaal als opdracht kregen. Mijn onderwerp kwam toevallig voorbij op Facebook in een liedje. Dat vond ik wel frappant. Ik zet het in een volgend bericht.

*is foetelen geen woord meer? Ik ben met dat woord opgegroeid. In een groot gezin bij gezinsspelletjes wordt er toch al eens gefoeteld? Niet dan? Het is een Limburgisme, een Limburgse uitdrukking die (volgens Neerlandistiek zonder blikken of blozen) wordt vertaald naar het Nederlands. Voor mij was het dus lang een echt Nederlands woord.

Welk woord zou u wel eens willen terugzien of horen?