12 horizontaal is grauw.

Omdat ik graag mijn resultaten van de schrijflessen deel, geef ik u mijn huiswerk mee van twee weken geleden, een kort spannend verhaal schrijven met een vooraf gegeven situatie.

Deze week heb ik maar één werk ingestuurd en de feedback ontvangen. Dat ging over een column schrijven. We kregen ook de kans om een cursiefje in te sturen. Daar ben ik nog mee bezig. U krijgt alvast de-column te lezen. Nu ja, blijkbaar is dit een cursiefje. Waarschijnlijk omdat taal me zo nauw aan hart ligt dat het persoonlijker werd. Misschien moet ik van het cursiefje dan maar een column maken. Een poging althans 😉.

Ik heb verder geen grote noch kleine avonturen beleefd deze week. Of toch? Een fijne verrassing, zomaar uit mijn vader zijn mond.

Hij maakt zich nogal eens zorgen om kleine en minder kleine dingen. Een minder klein ding was het feit dat hij vervoer moest regelen om naar de tandarts te gaan. Wij, mijn zus of ik, mogen dat zelf niet doen aangezien mijn vader dan een week in quarantaine moet blijven. Echter, hij heeft twee afspraken volgende week. Dat houdt hem wel eens wakker en nerveus.

Het gesprek met de zorgkundige van dienst, die alles zou regelen en hem dat laten weten, stelde hem gerust. Na nog enkele dingen die mijn boodschappen wat interessanter maken, besproken te hebben, ging ik naar huis. Bij het afscheid zei ik: “Ziezo, papa. Er is nu toch veel geregeld. De wereld zullen we volgende keer verbeteren.” Zijn antwoord was: “Moeten we dat weeral doen? En die ís al zo goed!”

Zulke dingen maken de dag wel. Hij heeft het nog. Die droge humor!

Konijnen in de binnentuin van het woonzorgcentrum. Gelukkig voor hen ben ik nu vegetariër.

De eerste novemberweek

Die eerste week van november is voorbij. Van verkiezingen aan de andere kant van de oceaan, van herdenking van en (nog) rouwen om diegenen die we missen, van boekenbeurs online tot andere minder spectaculaire gebeurtenissen in deze tijd van het jaar, al dan niet daarmee verbonden. Het gebeurde allemaal.

In mijn quasi isolatie lijkt het leven saai. Laat ik u dan hiermee vervelen. Het is tenslotte zondag. Net als zeven dagen geleden. Toen wilde ik, zoals ik schreef, dat ik samen, met wie dan ook , ergens anders heen. Door dat ene liedje.

Storend.

Vandaag blik ik terug tussen vorige zondag en nu. Mijn uitgegroeide frou stoorde me, uitermate zelfs. Aangezien ik nogal wat fiets, niet in figuren zoals er blijkbaar al gewandeld wordt, zijn die kriebelige haren in mijn ogen op zijn minst vervelend. Nu is het hebben van een frou, of niet, mijn eeuwige dilemma. Over de knoop doorhakken wordt daarom serieus nagedacht. Net zoals in mijn jonge jaren al eens gebeurde én in de vorige quasi isolatieperiode ontpopte ik me in een doe-het-zelver. Et voilà! Ik was toen en ik ben nu.

Schrijven.

Ik kreeg nog een gratis feedback aangeboden, via telefoon/zoom/skype, omdat ik meedeed aan een schrijfproject van Inktvis. Er was al eerder aan gesleuteld, mijn stukje pennenvrucht. Echter ik wil de feedback die aangeboden werd wel krijgen. Ik wacht op antwoord voor het tijdstip.

Gisteren kreeg ik de laatste les van de reeks ‘Starten met schrijven’, die ik voor de tweede keer deed. Het uitkijken naar de volgende reeks ‘Schrijven zonder smoesjes’ houdt me nu gaande. Het lijkt er toch heel hard op dat een beetje stress helpt om te blijven schrijven. Ik weet dat het heel kritisch wordt gelezen en dat drijft me. Daarvan leer ik ook veel. Niet in het minste hoe graag ik het doe en hoeveel vaker ik het zou willen doen. Er ligt gelukkig nog huiswerk te wachten.

Dit stond in De Standaard van dit weekend.

Bitch versus monster

Ondanks de bitch, waardoor ik latent bezorgd voorzichtig ben, is er nog het slapende monster. De bijwerkingen van de behandeling wekken jaloersheid op bij die van de bitch dus houd ik me stiller dan stil. Gelukkig is er nog steeds de lotgenotengroep Melanoompunt waarbij ik met al mijn vragen terecht kan. Die bijwerkingen komen en gaan, sommige blijven weg, andere komen terug en er dienen zich soms nieuwe aan. Dan is het heel fijn om te raad te gaan bij anderen, hoe zij dat verlichten of eventueel oplossen. Ik wil hierbij nog een warme oproep doen, voor hen die online bestellingen doen, eens te bekijken of dit via Trooper kan om dan Melanoompunt als goede doel te kiezen. U betaalt niets meer voor uw aankoop. Het aangesloten bedrijf schenkt een percentage aan het door u gekozen goede doel. Het mag Melanoompunt zijn.

Eergisteren nog, het was mijn zes-wekelijkse rondje immuuntherapie, kreeg ik de opmerking “Oei, mevrouw, u hoest. Toch geen corona zeker?” Gelukkig keek de verpleegkundige snel in mijn dossier om vast te stellen dat dit bij mij ‘normaal’ is. Rustig blijven zolang het kostbaar immuungoud in mijn aders en verder door mijn lichaam loopt, is het beste. Ik zocht afleiding in een tijdschrift. Gelukkig voor mijn fiets had ik dat dik boek niet bij.

De fiets

De therapie verliep vlot en ik was rond de middag klaar. Blij gezind stapte ik op mijn fiets, trok mijn mondmasker af waar het weer mocht en trapte. En trapte en nog een keer. Ik fiets vrij traag maar dit? Allez, zo moe of buiten adem ben ik toch nog niet. Weeral gelukkig viel tijdig die eurocent (een stuk van 5 denk ik). De achterband was plat (waarschijnlijk zou ik hier ‘lek’ als opmerking krijgen 😉).

Ik heb dan maar de weg van het ziekenhuis naar huis gewandeld met de fiets aan de hand door het Antwerpse parkenland. Gelukkig niet alle parken. Ik was … pompaf.

Die namiddag had ik de band keihard opgepompt. Inmiddels is ze weer plat. Zou mijn geluk ver genoeg reiken vandaag wanneer ik mijn vader busgewijs zal bezoeken? Fijn dat het woonzorgcentrum wel binnen wandelafstand is. Ongerust ben ik dus niet.

Het wordt wél hoog tijd voor een fiets naar mijn leeftijd. Een elektrische met harde banden.

Geniet gezond van uw zondag, maak het saai, dat scheelt een schaapje of een slaaptabletje…

Ergens anders, laten we ergens anders heengaan.

Soms lijk ik woordeloos. Toch stroom ik over van woorden die geen uiting meer geven aan wat ik denk of voel. Te veel en te machtig.

In de hoop dat overaanbod aan woorden wat in te tomen luister ik naar Griekse muziek. In een lied, een zin erin of het refrein, wordt vertaald wat ik voel en dan word ik rustiger.

Kent u het gevoel dat u een boek, een lied, een beeld, wat dan ook ontdekt dat helemaal vertaalt wat u wilde uitdrukken? Dát!

Vandaag had ik het bij het luisteren naar ditlied, vooral bij de titel en het refrein. Wat ik (nog) niet uitgedrukt kreeg namelijk  ‘Πάμε γ’αλλού’ of ‘Laten we ergens anders heengaan.’

Refrein:

Laten we ergens anders heen gaan, laten we ergens anders heen gaan.

Alleen de waanzin van onze geest bleef onaangeroerd

In de turlu* van deze wereld

werden wij het zout

*turlu is een Turks gerecht, een ovenschotel waarin veel groenten zitten.

Zo’n gevoel is niet altijd aangenaam maar het krijgt een plaats en dat is oké. De wens ergens anders te zijn, is niet iets dat in deze pandemie zal lukken, voorlopig toch.

Ik ga nu nergens heen, tenzij terug in de tijd. Op 1 november staat deze of andere stil bij het leven en de dood. Dan is het bijna onmogelijk om niet in herinneringen te grijpen. Het zal dit jaar anders gaan, ook voor mij. Deze gedachte werd even aangescherpt door een telefoontje van mijn tante. ‘Komen jullie niet naar Hasselt?’ Op één of twee november bezoeken we meestal het graf van mijn moeder zaliger. Achteraf eten we pannenkoeken. Het gebeurt dan ook ongetwijfeld dat we iemand van de familie tegenkomen en een babbeltje slaan.

Helaas, dit jaar niet. Dat wil niet zeggen dat we niet denken aan deze die we in levende lijve hebben gekend, geliefd waren en nu missen.

Deze foto prijkt vandaag en waarschijnlijk nog enkele dagen vooraan ergens in mijn interieur. Het gedicht heb ik zelf geschreven, toen, veertien en meer dan half jaar geleden. Het mag gelden voor iedereen. Het antwoord op de vraag ‘Hoe neem ik afscheid?’ en ‘Hoe neemt zij afscheid?’ is er soms niet. Dat hoeft ook niet. Ik vind het wel een mooi gegeven om over na te denken.

Ik vind het ook een teken om verder te kijken naar wie en wat wél nog leeft of in ons leven zal komen. Een zus en een broer van mij bijvoorbeeld worden nogmaals grootouders. Ik word dus weer grote tante (zelf gevonden) en kijk er enorm naar uit. Als er iets is dat de dood meebrengt, is het ruimte voor de nieuwe levens. Ook al vind ik het doodgaan nogal oneerlijk verdeeld. Daarover kan ik echter alleen maar verdrietig zijn.

Terwijl ik dit schrijf, komt een bericht melden over het plotse heengaan van Ward Verrijcken, medewerker van de VRT, journalist en filmreporter aldaar. Fatma Taspinar en Martine Tanghe waren toch wel geëmotioneerd bij het aankondigen van dit nieuws in het journaal.

De gang van het leven naar de dood en nog verder verloopt niet evenwichtig, blijkt maar weer. Wat kunnen we intussen meer doen dan vallen en opstaan, verder doen en soms stilstaan, al dan niet gedwongen.

Natuurlijk steeds weer dankbaar om uiting te geven in mijn schrijven zoals gisteren in de les schrijven aan iets wat dystopisch lijkt, maar realiteit zou kunnen worden. Een mens moet al eens overdrijven, niet? Voor de geïnteresseerden: Gekteofecht? 😉

Parole parole … voor wie woorden lezen wil.

Hoe ziet het leven er nog uit na zoveel maanden samenleven met de bitch?

Het is een allegaartje van onbegrip en begrip, boosheid, angst en stoer doen, van ongeloof, samenzwering en achterpoortjes, van dood en hoop, gelatenheid en weerspannigheid, van bewondering en medelijden, echt en vals nieuws, kortom van vanalles en nog wat.

Intussen gaat het leven gewoon verder. Wat moet een mens anders? Het hakt er wel een beetje op in wanneer er iemand sterft die ik ken, zoals een lotgenote waarvan de levenslust en daadkracht geen einde kende. De bitch is niet de enige oorzaak van dood en verdriet. Soms is het beter om dan niets te zeggen.

ik ging de andere kant uit

Het is alleen een beetje lastiger voor de toch al niet zo gezonde medemens. Kuch, snotje, niesje waren in eerste instantie enkel vervelende bijwerkingen van de immuuntherapie. Nu is dat anders. Oei, toch niet bovenop de gewone ellende ook nog …

Mijn brein is mijn gesprekspartner geworden in deze dagen. Ik probeer het, zelfs met succes, op lichtere gedachten te brengen en me te focussen op de dingen des levens.

Voor mijn vader zorgen bijvoorbeeld. Het betekent dat ik enkele keren per week hem in het woonzorgcentrum ga bezoeken en enkele boodschappen voor hem doe. Meer kan momenteel niet, aangezien er maar één bezoeker per bewoner binnen mag, één vaste bezoeker. Mijn zus en ik verdelen de boodschappen en andere besognes toch nog zoveel mogelijk.

Zelf buiten komen. Wandelen of fietsen, al dan niet gekoppeld aan boodschappen doen. Ergens of nergens heengaan, daar slenteren waar ik normaal niet kom, gewoon in mijn eentje. Dat is best fijn. Buiten zie ik nog mensen in de verte. Tegelijkertijd verbaas ik mezelf dat ik, de enkeling in hart en nieren, me zo kan voelen.

Op wandel

Het loslaten van ‘ik ben niets aan het doen, ik zou nog dit en nog dat en nog zus en nog zo…’ is één van de te kraken noten. Maar zoals ik al aanhaalde, ik blijf in gesprek met mijn brein. Het begint vaak al bij het wakker worden:

Zo ’s morgens voor het venster, in het donker, tijdens  dag en dauw, evenwicht proberen te bewaren tijdens de wakker-worden-oefeningen voor de gewrichten, hier en daar een licht zien aanspringen bij een buur, de bewoner van zo een huis achter zijn gordijn zien bewegen. Ze zullen wel voor de spiegel staan, zich aan het klaarmaken voor de dag. De beelden komen en gaan zonder er de focus op te leggen, net zomin als op de gedachten. Met miljoenen zijn ze soms.

Ik zie vaak een wandelaar in die achtertuintjes. Soms een zwarte met witte pootjes, soms een grijze of nog een andere. Ze hebben allemaal een snorretje, de ene is van het lenige, de andere van het luie type, het snelle of het trage en vooral het laat-maar-gebeuren-dat-leven-type. Dat benijd ik wel eens. De gedachte aan mijn volgend leven komt al eens piepen. Zou ik een kat kunnen zijn in deze achtertuintjes? En wat zou er allemaal te zien zijn, wanneer ik dan over die muren balanceer, op zoek naar ontbijt? Hun schijnbare onverschilligheid, hun bijna flirten voor een streel of een warme zetel, hun arrogant weg wandelen wanneer ze de mens niet nodig hebben, dát benijd ik ook. Ik word zeker kat in een volgend leven. Maar dan in de straatjes van een pittoresk Grieks dorp op een eiland. Wees gewaarschuwd, neem me niet mee terug als adoptiekat!

In mijn vorige blogbericht schreef ik nog hoe fijn ik het vond om weer in levenden lijve, op locatie bij elkaar te zitten schrijven, met de regels in acht (of negen) te nemen en ik net die dag ziek werd. De tweede les ben ik er wél geraakt. Gelukkig maar want de derde les werd afgelast. Die gaat volgende zaterdag online door. Die ene keer in reiscafé ViaVia, hartje Antwerpen, was gezellig. Schrijven is toch ook een beetje reizen. Achteraf had ik nog een fijne babbel met twee deelnemers. Zo aan een middagkoffie met een krokske erbij worden er andere verhalen verteld en gehoord. Boeiend.

Grappig was dat ik van die gemiste eerste les wel het huiswerk had gemaakt én feedback had gekregen. Blijkt dat de groep helemaal geen huiswerk moest indienen. Ik ging er gewoon van uit dat alles hetzelfde bleef zoals vorige reeks. Wat ik geschreven heb, kan u hier lezen en hier (een nieuw ‘wat wil je later worden? verhaal). Met dank aan de docente voor de feedback.

Ik houd wel van korte verhalen schrijven, ook al kriebelt het stilaan om een verhaal dieper uit te werken, te ervaren waar de reis dan heengaat. Voorlopig blijf ik bij de korte verhalen, zoals dit, een verhaal bij een foto, met als opdracht beschrijven hoe iemand eet, zich wast of slaapt.

Wat kan ik nog schrijven over schrijven? Alleen dat ik er verder mee raak door elk geschreven woord weer los te laten. Zo ook met lezen, of was dat omgekeerd?

Om te lezen wie ook weer kan loslaten.

Wat wil je later worden?

Het blijft maar duren, dat uitstellen. Hoe langer ik dat doe, hoe meer ik pieker waarover ik vertellen zal. Er is ook ‘de hele tijd’ van alles te doen, te koken, proper te houden, …

Wat is er in mijn schrijven gebeurd in die maanden?

Ik nam deel aan enkele wedstrijden waarbij ik weliswaar niets won behalve de vreugde van het schrijven én de mogelijkheid op gratis terugkoppeling. Zo schreef ik twee keer een tekst voor een project van VFG (Vereniging voor personen met een handicap). Het project heet ‘Inktvis – een zee van verhalen’ en u kan dat hier vinden. Aangezien ik het statuut heb van chronisch zieke, mag ik meedoen.

Van Barbara Van den Eynde kreeg ik al een verbetering terug. Van Peter De Voecht nog niet. Ik ben benieuwd, nieuwsgierig, leergierig. Bij de opmerkingen die ik van Barbara kreeg, zag ik pas op dat moment het ‘Ah ja!’ Iets vertellen en het dan willen uitleggen is nefast. Verder was ik heel blij met de commentaren.

Ik deed ook mee met ‘Zinsmeden’, nog tot 15 oktober. U raadt nóóit wat het thema is… Voor wie zich nog geroepen voelt, informatie en deelname zijn hier te vinden.

Een uitdaging vind ik ook nog de jaarlijkse gedichtenwedstrijd van Prijs de Poëzie. Ik deed niet elk jaar mee maar dit jaar wil ik mijn kans nog eens wagen. Er is nog tijd. Voelt u zich ook geroepen? Kijkt u dan hier.  

Tot zover de wedstrijden.

Ik heb me weer ingeschreven voor de cursus waarmee ik mijn eerste schrijflessen volgde: ‘Starten met schrijven’, toen nog helemaal in voor-coronaire tijden. Toen was een lokaal nog gezellig vol. Helaas moest ik de eerste les (gisteren) al verstek geven wegens een nogal heikel probleem, migraine! Het komt en het gaat ook weer. Kalm blijven en laten wegebben is de boodschap.  

M’n overlevingsschrijfpakket lag al klaar.

Jammer dat ik de les gemist heb – eindelijk nog eens in vlees en bloed bij elkaar zitten – maar ik heb wel de samenvatting gehad. Het zijn dezelfde opdrachten als vorige keer en dat ervaar ik als een uitdaging om hiermee toch hele andere verhalen te schrijven. Wat het dan worden zal, weet ik nu nog niet. Ik wil u wel trakteren op een pennenvrucht van die eerste les. De opdracht was om in derde persoon te schrijven en hiervoor in gedachten terug te gaan naar onze kindertijd met de vraag ‘Wat wil je later worden?’ Ik heb er toen dit over geschreven. Ik laat in het midden of het autobiografisch is of niet.

Vandaag heb ik in elk geval het poetsen uitgesteld omwille van … het schrijven.

Wat heb ik proberen te vermijden in dit blogbericht? Is het gelukt? U mag me trakteren als u het raadt 😉

De schaduwen worden langer

’t Is weer voorbij die bizarre zomer.

De laatste keer dat ik een blogbericht schreef, is al meer dan een maand geleden. Ideeën had ik te over. De woorden raakten alleen niet op papier/scherm.

Enkele hoogtepunten:

1. Opruimen houdt me nog steeds bezig. Ik ben mijn beroepsverleden, zoals ik dat beleefde, aan het opruimen. Vorig jaar deed ik al wat onderzoeks- en behandelmateriaal van de hand. Er bestaat een Facebookpagina hiervoor (voor logopedisch materiaal). Heel handig. Het bracht me een mooie kleine som op die toch alweer gespendeerd lijkt te zijn.

Afgelopen week heb ik besloten om de dingen die ik misschien toch nog zou gebruiken ook van de hand te doen. De goesting om voor elk item de gebruikelijke procedure te doorlopen om het bij de nieuwe eigenaar te brengen, ontbrak me. Daarom heb ik het voorstel gedaan om die materialen gratis aan te bieden met één voorwaarde: zelf komen afhalen. Ik heb ook gevraagd om – vrijblijvend – een storting te doen voor Melanoompunt. Enkele jonge logopedisten waren wel geïnteresseerd in mijn verhaal. Helaas had ik geen flyers meer om verdere informatie te geven. Ik verwees door naar de website www.Melanoompunt.be. Ik hoop dat er hier en daar wel iemand is die gestort heeft. Alles wat ik aan te bieden had, is weg! Nieuwe flyers werden intussen aangevraagd. Als ik nog eens opruimenergie voel, doe ik het op dezelfde manier, mét flyers.

Andere dingen heb ik dan weer bewaard als schenking aan het buitengewoon onderwijs in deze stad. Daar kwam nog geen reactie op. Er rijpte een plan, spullen die bij Fedasil Deurne gebruikt kunnen worden houd ik apart. Sinds kort doe ik er vrijwilligerswerk. Eén keer per week help ik mee met de huiswerkbegeleiding. Heel fijn om te doen. Het taalniveau van de kinderen is er heel verschillend, afhankelijk van hoe lang deze kinderen hier al zijn en dus onderwijs gehad hebben. Ik dacht onmiddellijk aan de taalspelletjes die ik in de praktijk gebruikte (bij taalontwikkelingsachterstand, tweetaligheid, etc). Dat wordt de nieuwe bestemming.

2. Deze rare tijden, wie kent ze nog niet, brengen ook andere ideeën. Ik heb mijn oude hobby weer opgevat: penvrienden. Tot nu toe heb ik één trouwe penvriend, helemaal uit Shetland. Wat een verschil in dagelijks leven zo helemaal ‘op de buiten’ en ik hier in de stad. Het levert interessante briefwisselingen op.

Ook met mensen uit Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten schrijf ik, zij het sporadisch. Beiden zijn afkomstig uit Afrika, geëmigreerd naar waar ze nu wonen en hebben daar een leven opgebouwd. Deze rare tijden raakt hen ook, omwille van het niet kunnen reizen en hun familie niet zien. De vraag rijst of ze die überhaupt nog te zien krijgen in de volgende jaren.

Een ogenopener, een blik op de wereld en hier en daar een mens, zomaar vanachter mijn scherm.

Die blik op de wereld ligt soms dichtbij:

3. Muziek in de Wijk, een initiatief van de stad Antwerpen in het kader van de Zomer van Antwerpen. Alles is een beetje anders dit jaar, vandaar dat er nu, september en oktober nog activiteiten zijn. Deze week donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag traden zes dames van het muziekensemble Belgriego op. Ik had de eer om gisteren en vandaag te genieten van hun optreden. Wat een geluk wel met het weer. Misschien vielen er tien druppels regen terwijl we daar waren.

Voor zover ik onthouden heb, zijn deze dames afkomstig uit Kreta, Spanje en België. Ze hebben hun eigen website en Facebookpagina. U kan hen ook volgen op Instagram. Zeker de moeite om een kijkje te gaan nemen.

Gisteren en vandaag stelden ze in hun programma muziek voor uit Griekenland, Italië, Frankrijk en Spanje. Ik ga geen schreeuwletters gebruiken maar ik zou het wel willen uitschreeuwen: Jong gemotiveerd aanstormend talent!!! Ze brengen hun muziek met zoveel goesting en passie. Ik kon het gewoon zien in elke vezel van hun zijn.

4. Nog wat? Wordt zeker vervolgd … 😊

Herfst in het juiste seizoen. Daar houd ik nu eens van. De Aarde doet toch ‘gewoon’ Haar ding.

Huurder of eigenaar

Het is soms een hamvraag. Wil ik mijn woonst huren? Wil ik eigenaar zijn? En in hoeverre is het van mij, of ik nu huur of gekocht heb. Van Mij! Dat bedoel ik.

Hoe vaak had ik het al over ontspullen? Over opruimen? Wat symboliseert het? Voilà. Als ik hier eens rondkijk, is er niet zoveel wat mij uitstraalt en toch weer wel. Het rommelige, het onopgeruimde dat me vergezelt, plaagt me ook.

Is loslaten zo moeilijk? Is leegte zo angstaanjagend? Dat ook. Het gonst van het piekeren.

Enkele en meer vragen, vage vragen, die me – telkens weer – naar de pen doen grijpen. Gisteren weer. Een hele dag nog wel. Ik deed mee aan een online schrijfmeditatie van Joey Brown. Het thema ‘Huurder of eigenaar van je eigen leven?’ Heikel thema!

Ik kon niet geloven van mezelf wat er allemaal de revue passeerde. Dingen die toch verwerkt waren, niet? Maar waarom neem ik dan familieherinneringen in huis? Ik hing eraan vast. Nu voelt het aan als een opslagplaats die ruimte inneemt met dingen waar niemand nog iets mee doet. Maar doe ik ze daarom zomaar weg?

Eén van de wijsheden die me zeker bij blijft: “Moeten we alles analyseren, over familiekwesties, dingen die gebeurd zijn, onverwerkte trauma’s van vorige generaties die onbewust meesleept worden.” Meeslepen, het woord alleen al. Alsof je er een schuld van iemand anders mee aflost. Een beeld van mijn ziekte en het symbolische ervan stond er ineens gewoon, boem baf. Het was (ís nog een beetje teveel, maar soit) een onderhuids gevoel, steeds dieper gaand. Heel verbazend om dat zo te zien!

Een volgende vraag, nog belangrijker, passeerde: “Hoe schud ik los?” Heel concreet! Is het daarom waarom ik zoveel tijd neem om op te ruimen? Om daarna weer alles in een rommeltje te laten staan? Hang ik mezelf vast aan dat verleden? Zelfs heel concreet in dit leven van mezelf. Pas deze zomer heb ik mijn ‘beroepsverleden’ samen gezet in enkele boxen en een boodschappentas om weg te schenken aan een scholengemeenschap voor buitengewoon onderwijs. Hopelijk kunnen ze veel ervan gebruiken. September zal het uitwijzen. Om maar wat te noemen.

Deze schrijfmeditaties beoefenen, dat voelt voor mij helemaal dé manier om kleine, kleinere, grote(re) onderhuidse plagerijen tot pesterijen een plaats te geven, los te laten, vrij te laten. Het mag bestaan, het was er toch al altijd, maar niet meer in een volgestouwde donkere kamer. Ik heb liever een lege heldere kamer met nieuwe mogelijkheden te ontdekken.

Wat niet wegneemt dat het voor iemand anders juist heel verhelderend kan werken om in zijn/haar biografie te duiken. Gewoon doen wat uw eigenste ik u ingeeft.

Mijn laatste woord gisteren: Ademruimte.

Aan het einde van de dag was ik heel rustig. Andere beelden lieten zich zien. Beelden waarover ik nog te schrijven heb, niet in fictieve verhalen, wel in schrijfmeditaties. Sinds lang had ik weer wat vertrouwen, ik kom er wel! Kleine stapjes, babysteps, βήμα-βήμα.

Huren of eigenaar? Zelfs in een huurhuis kan u perfect eigenaar zijn van uw leven.

Heimwee en Will Tura

Het was de week van hittegolf en reflectie, in de spiegel kijken en niet veel herkenbaar zien, de loomheid en de stilstand.

Pas vrijdagochtend werd ik even langzaam wakker. Fietsend naar het ziekenhuis voor mijn behandeling drong iets kleins dat al een jaar weg was, tot me door. Het was een verrassing die mag duren. Mijn neus, waarvan ik dacht dat het me enkel nog voorzag van zoveel mogelijk zuurstof, zoveel mogelijk fijne stofdeeltjes tegenhield en verder diende als (te grote) decoratie, functioneerde ook weer als reukorgaan. Alle geuren registreren zich sindsdien weer in mijn hersens. Hebt u ooit bijna gejubeld bij het inademen van uitlaatgassen aan de stoplichten? Ik die dag wel. Ik voelde me lichter, frisser.

Ik nam me voor om me weer vaker op schrijven te focussen. En waarom zou dat dan geen nieuwe blogpost kunnen zijn, om mee te beginnen?

Deze ochtend katapulteerde een heel verrassende, verkoelende zelfs, foto van een lieve M, me even terug in de tijd. Hier wil ik iets over krabbelen. Het zou kunnen beginnen met een raadsel. Waarom doet Will Tura me denken aan Chania?

Niet doen, dit raadsel. Geen ‘Zonneschijn’ in een povere vertaling naar het Grieks. Ik heb een persoonlijke herinnering aan Chania die, zij het heel zijdelings, met Will Tura te maken heeft. Een koele nog wel …

31 december 2011. M. en ik zijn in Kreta, Chania en we zullen straks naar de club gaan waar Michalis Tzouganakis optreedt. ’s Avonds maken we ons klaar. Onze bedden zijn ook onze stoelen, onze valiezen onze kleerkast, de verwarming is via de airconditioning op de warme stand. Handig want zo hebben we ineens een haardroger. We kunnen wel wat verdragen. Echt waar! En dan zijn we er klaar voor. Veel te vroeg!

Op naar het feest. Het is niet dat we nog nooit zo’n avond in Kreta meegemaakt hebben. Clubbing, ik kan niet zeggen dat het mij aanspreekt, maar voor muziek van mijn grote favoriet, stap ik al wel eens over een drempel.

Gelukkig hadden we al gegeten. Gelukkig ben ik geen drinker. We zijn tevreden met een tafeltje en een fles wijn. Water is er steeds aanwezig. Schotels met in stukjes gesneden fruit ook. De rest kan je bestellen. De rekening komt pas als we weer vertrekken, zo weten wel al uit eerdere – zomerse – avonturen.

Hij is aan het repeteren, wanneer we binnenkomen. We mogen gelukkig al binnen. Natuurlijk zijn we de eersten. We wuiven, we zwaaien onze armen bijna als molenwieken en roepen zijn naam, wanneer hij niet zingt. Even later loopt hij langs en pakken we hem vast, of eerder, hij ons. Groot is zijn verbazing dat wij in de winter naar Kreta komen om naar hem te luisteren. Het weerzien is overweldigend.

In de loop van de nacht wordt het luid. De muziek, het rumoer, de drukte. Kan het dat ik mijn hoofd voel tollen? Had ik me niet voorgenomen dat ik voor deze muziek wel wat over zou hebben? Het is zeker niet van teveel drank. Dat heb ik niet gehad. Ik krijg van één en half pintje of glaasje wijn al lachkriebels die ik anders niemand durf aandoen. Neen, daarvan is mijn hoofd niet aan het tollen. Hoe verder de nacht naar de ochtend glijdt, hoe misselijker ik zelfs word.

Bij ontbijttijd komen we weer in onze kamer. We gaan naar bed. Is daar wat mee gebeurd? Het bed draait. Het bed tuimelt. Het bed doet alles behalve stil blijven staan en mijn hoofd en maag tot rust brengen. Ik word badkamerbezoeker, een frequente, die eerste januari. Het lukt niet om tot rust te komen. M. trekt er even alleen op uit. Pas in de late namiddag voel ik me weer een beetje mezelf en ga mee naar buiten, ik drink cola. Die houdt het. We wandelen even, dicht aan het water. Daar heeft iemand een dikke vis gevangen. Het dringt niet echt tot me door maar ik vind het wel apart.

Op een keer krijgen we honger. Ik ook. Oef, dat treft. Mijn binnenkant doet het weer. We wandelen langs de promenade in Chania. Er is niet zo veel open en waar het open is, zien we nauwelijks iemand eten. Misschien is het nog te vroeg?

Hoe dan ook, we stappen binnen in een Italiaans restaurantje. Het is er rustig, lekker warm en de man die ons bedient is vriendelijk. We beginnen te praten en dan vertelt een mens al gauw vanwaar hij komt. Hij vraagt zelfs van welk deel van België. En dan gaat hij iets doen voor ons. Muziek opzetten die wij zullen kennen. Misschien hoopt hij zelfs dat we gaan meezingen?

Hij heeft Will Tura gevonden. Helemaal mee met het seizoen zelfs, krijgen we het liedje Winterroosje als een zalving (tegen de heimwee?) over onze pasta gesmolten. Had ik nu ook maar wijn besteld, één glaasje maar!

4 januari 2012, weer thuis. Ik heb raki. Ik heb brood, wat olijven en fetakaas in huis gehaald. Kretenzische muziek doet mij smelten. Het Winterroosje is vergeten. De migraine ook (of was het de verkeerde reactie op een schotel vis eerder die dag?)

Wat overblijft zijn mooie herinneringen. En de heimwee. De heimwee blijft.

Bedankt voor het lezen. Hopelijk brengt het Winterroosje samen met het onweer/de regen meer verkoeling. 😉

Gigolo

Mijn meest altruïstische liefde

Wat hebben we samen veel gereisd!

Bij jou kon ik ongegeneerd brullen van het lachen

en van het huilen.

Ik kon roepen en tieren,

vloeken en ook zingen, recht én scheef.

Gastvrij was je ook voor al mijn genodigden, zonder uitzondering,

op welk moment van de dag of nacht ook.

Mijn grote helper, drager van mijn boodschappen,

mijn rommel. Zelfs bij het verhuizen was jij er ook bij.

Je aanhoorde mijn klaagzangen,

mijn veelvuldig biechten van stommiteiten,

mijn fantasieën, mijn plannen, mijn geheimen.

Je roddelde nooit, ik had je volle vertrouwen.

Je hebt zoveel mee beleefd met mij, veertien jaren lang,

steeds glanzend van plezier.

Jij, met je gladde huid, je perfecte lichaamsbouw.

Jij was al het geld waard, die enkele keren dat je zelf tegenpruttelde.

Maar nu, mijn Japanse liefde, gun ik je nog een tweede leven,

ergens bij een adoptiebaasje.

Misschien word je donor, misschien verhuis je naar het buitenland.

Hoe dan ook, weet dat je heel dienstbaar was en nog kan zijn.

Ik neem afscheid.

Dag mijn Yaris.

Dag mijn mooie Toyota Yaris.

Tot niet meer ziens.

De brave burger

Maandagochtend. Fijne week gewenst. Καλή εβδομάδα.

Maandagochtend met een lijst te-doen-dingen. Vorige nacht leek ze veel te lang. Kwam daar nog eens de autodroom bij. De grote en kleine besognes die een auto kan meebrengen. Vannacht waren ze heel groot.

Op een of andere manier verdwijnt het onoverkomelijke van zo’n nacht, op het moment dat ik opsta. Deze verandering van bui fascineert me wel. Ik, de brave burger, die ’s nachts rusteloos bezig is met te-doen-dingen, word weer kalm bij het ritme van de dag. Het schijnbaar onoverkomelijke van die lijst verandert in actie, weliswaar pas na mijn hele ochtendritueel waarmee ik u nu niet zal plagen.

De bitch strooit weer roet in ieders planning. Zo ook in die van mijn vaders controleconsultaties buiten het woonzorgcentrum. Dat is weer gesloten voor bezoek. Iedereen daar wordt getest en we moeten de resultaten afwachten. Het is te omslachtig om hem nu toch mee te nemen. Ik kreeg vanmorgen ook een sms van het ziekenhuis dat patiënten alleen moesten komen naar hun consultatie. Begeleiders verboden. Neen, dat doe ik mijn vader niet meer aan. Aangezien het niet (super)dringend is, heb ik de afspraak verplaatst en mijn vader op de hoogte gebracht. Dat was dus mooi geregeld, zoals het een brave burger betaamt.

De autodroom zette zich voort in actie. Mijn auto is nu leeg! In afwachting van zijn nieuwe nog onbekende eigenaar heb ik alle bezit, op de ruitensproeivloeistof en zonnewering na, eruit genomen. Alle losse bezit dat niet bij de auto hoort, staat nu te wachten op het te-doen-lijstje om te sorteren. De gevarendriehoek, de brandblusser en de E.H.B.O. tas zitten nog in de auto en naar ik hoop het reservewiel, hoewel ik dat zelf nog nooit gezien heb. Zo, mijn blauwtje is klaar om iemand anders te dienen, netjes en wel. Zoals het een brave burger betaamt.

Dan is het tijd voor wat beweging (dat staat niet op mijn lijstje). Naar buiten, zuurstof, ZUURSTOF scheppen, O², weet u wel? Wélke O²? Die ik uitadem? Maar ik zet mijn mondmasker toch op. Ik stap naar een park hier dichtbij, ga rond de vijver en dan wil ik nog niet terug. Hier is het heel rustig, dan mag de ‘muilkorf’ wel even af. Ik wandel mijn toer groter, via de fiets-o-strade. De meeste mensen die ik tegenkom, hebben het mondmasker op. Bij sommigen hangt het op halfzeven. Enkelen waaronder ik, hebben het netjes in de hand aan de elastiekjes vast en stappen of fietsen voort. Nergens blijven stilstaan om te praten. Terug in de bewoonde, bereden, be-drukte wereld zet ik het weer op. Zoals het hoort voor deze brave burger. Hier is echt veel lawaai. Ik ontvlucht het rumoer via het station. Aan de achterkant is het rustiger.

Een hongertje doet me stoppen bij deze*bakker, die ook belegde broodjes verkoopt. Geen klanten, ik mag binnen. Er is één broodje dat me wel aantrekt en dat bestel ik. Betalen met payconiq aub of cash. Oeps! Ik heb al maanden geen cash meer bij. De app nu downloaden duurt te lang. Mijn bankapp heeft het niet automatisch erbij. U kan ook in het Carrefourtje iets gaan kopen en daar geld vragen. Tja, achteraan was iemand mijn broodje al aan het klaarmaken. Ik durf het niet meer afzeggen, de brave burger. Ik voel me warmrood worden onder mijn masker. Zou het tot rond mijn ogen zichtbaar zijn? Ik voel ook dat er C bij de O² kruipt … oké, dan maar. Een pak déca koffie en een reepje chocolade én vijf euro. Het minimum is tien euro mevrouw. Tien dan maar. Met het pakje koffie en de reep chocolade én de Metro, opgepakt in het station, in mijn hand, wacht ik buiten mijn beurt af bij de bakker. Er staat nu één wachtende voor mij. Gelukkig heeft de bakker me gezien en komt het broodje brengen en het wisselgeld. Alsof hij al wist hoeveel ik bij had …

Lekkere producten, geen verspilling van materialen, behalve dan het zakje waar het inzat.  Dat heeft voor het gemak wel even als bord gediend. Zo loopt mijn afwas niet te snel op en spaar ik vaatwasmiddel uit. Win-win situatie noem ik dat. Brave burger zijn, dient soms wel, ook al komen – naar ik hoorde toch – alleen stoute meisjes overal. De wereld is voor de stoute. Voor de bitch? Wie heeft daar wat aan?

De Brave Burger was voor mij. Dat het voedzaam en hemels lekker was!

Ze hebben ook Dappere Burgers …