Moederdag

Waar ik vandaan kom wordt Moederdag gevierd op de tweede zondag van mei. Ik vind dat voor moeders elke dag Moederdag mag zijn.

Morgen is wel een beetje speciale dag. Naar jaarlijkse traditie herdenken we haar in de maand mei. Ik denk dat het de eerste keer is dat dit op Moederdag valt. Hoewel ze in de maand februari gestorven is, vond mijn vader het fijner om dit toch in mei te doen. Haar verjaardag is ook in mei. Ze was een zondagskind, die hebben net een streepje voor, zeker op maandagkinderen (…).

Naar eveneens jaarlijkse gewoonte doen we dat in Hasselt, onze roots. Vroeg op dus morgen. Daarom wil ik alvast aan alle gevierde en niet gevierde moeders denken:

Aan de moeders, die ik ken, alle moeders

Die gevierd worden vandaag

Of dan, in augustus

Dat uw kinderen sterke solidaire volwassenen mogen worden / blijven

 

Aan de moeders die ik niet ken

Die niet gevierd worden,

Noch nu, noch in augustus

En toch hebt u uw kinderen gebaard / in uw gezin opgenomen

Dat u erkenning moge vinden en zien in uw kinderen

 

Aan niet geworden moeders

Zij zullen nooit een vanzelfsprekendheid zien

In welk kind dan ook

En daardoor op die net iets andere manier alert blijven

Op andere moeders’ kinderen

 

Aan mijn moeder

Die herdacht wordt vandaag

Rust, lach, reis mee, …

Luister, lees, antwoord, …

Verrijs zo af en toe nog eens – denkbeeldig in dromen – uit uw as.

Ik zal het zien, het lichtje in uw ogen op die foto …

En ik word weer even sterker en misschien lijk ik weer een beetje meer op u …

(uiterlijk even terzijde gelaten, hoewel ik daar best fier op ben als me dat gezegd wordt)

 

Ik wens iedere moeder de kans om het ten volle te zijn !

De mot in mijn lijf en medewerking Masterproef

Vorige week donderdag, de 28ste maart was ik een dagje in het ziekenhuis. Nu ja, een halve dag als je het allemaal optelt. Het voelde wel als een hele dag, een vermoeiende dag.

Hoe verlopen nu die uren in het dagziekenhuis? Ik heb het die dag vrij nauwkeurig bijgehouden en zal in de toekomst dat vaker doen. Niet enkel de therapiesessies, ook de onderzoeken, andere consultaties, rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden aan de ziekte (bv. kinesist, extra consultatie, scans, …).

Dat doe ik omdat ik meewerk aan een studie – ‘De beleving van de dienstverleningsprocessen in het netwerk van melanoom-patiënten stadium III en IV en hun naast-betrokkenen.” een masterproef van drie studenten in de masteropleiding “Management en beleid van de gezondheidszorg”.

Ze maken ieder individueel hun masterproef, elk een deelonderwerp (Dienstverleningsprocessen, beleving van de patiënten en naast-betrokkenen).

Vorige maandag, het was nog maart, kreeg ik bezoek van twee van hen. Zij nemen de delen dienstverleningsprocessen en beleving van de patiënten op zich. Hiervoor werken ze deels samen, om de patiënten die meewerken te interviewen, hun dagboeken te lezen, … Elk van hen zal in haar eigen masterproef het nodige accent leggen. Ze waren hier om hun studie voor te stellen en uit te leggen hoe de medewerking precies in zijn werk gaat.

Ik dien een dagboek bij te houden en hiervoor hebben zij een formulier samengesteld. Het komt erop neer dat ik vertel over wat gebeurd is, hoe ik het beleefd heb en dan nog enkele positieve / negatieve dingen die ik beleefde, aanhaal.

Een tweede luik is een diepgaand interview. Dat zal binnenkort doorgaan.

Het doel van hun studie is een diepgaander inzicht te krijgen in de ervaring van patiënten met melanoom stadium III-IV en hun naast-betrokkenen doorheen het zorgtraject. Op basis van de verworven inzichten is het doel aanbevelingen te formuleren om de processen in het dienstverleningsnetwerk te verbeteren en op deze wijze de kwaliteit van het leven te verbeteren *.

(* dit heb ik letterlijk overgenomen uit de bundel die ik ontving bij de voorstelling van hun studie).

Deze studenten had ik al ontmoet op de studiedag vorig jaar in december. Die studiedag werd georganiseerd door Melanoompunt, een vzw waarvan ik lid ben geworden, enkele maanden na mijn diagnose. Hierover schreef ik hier al eens.

Over de jaarlijkse studiedag die vorig jaar in december voor de tweede keer doorging kan u hier lezen.

Er komt heel wat bij kijken vooraleer zo’n studie opgestart kan worden. Ik heb niet alles onthouden, maar zoals steeds zit er ook een budgettaire factor in.

Om deze reden heb ik vorige week bij de therapie, mijn dagboek (pen-en-papier-boek) meegenomen naar het ziekenhuis om neer te pennen, een ruwe schets om het dagboek voor deze studie later beter te kunnen invullen.

Het dagboek voor de studenten is genuanceerder. Hier geef ik u een globaler beeld van het verloop van die dag en hoe ik het ervaren heb:

Als ik de contacten die ik had optel, had ik er zeven. Allemaal fysieke contacten (niet telefonisch of email of andere), het onthaal, de oncoloog, verpleging.

Er is geen parkeerprobleem want ik kan daar als patiënt in het dagziekenhuis gratis parkeren en ben dan ook vlakbij. Dat is anders wanneer je voor scans of andere redenen er moet zijn.

Het verloopt vlot aan het onthaal, geen wachttijden daar. Dat is meestal niet. Ik heb eraan gedacht mijn ros-pot mee te nemen. De maand maart is de maand om rosse centen te sparen voor Kom op tegen kanker. De oncologische afdeling verzamelt die van de mensen die doneren. Dat gewicht ben ik al kwijt.

Het is die dag héél druk in de wachtzaal. Het voelt echt drukker dan anders. Misschien doordat ik later in de voormiddag mijn afspraak had? Ik kom het snel te weten. Er staat een ‘machine’/robot … hoe dan ook, een ‘ding’ dat de bloeddruk kan meten, het gewicht en de saturatie. Het is in een testfase, wordt me verteld. De patiënt kan nu zelf zijn parameters laten optekenen door de machine. Ik heb mijn bedenkingen en ook enkele mensen van de verpleging. Ik had bijv. mijn handtas nog vast terwijl ik gewogen werd … Zo wordt er tijd gespaard voor de verpleging … euhm? En het menselijk contact? Er komt een briefje uit gerold (lijkt op een kasticketje) dat ik moet bijhouden voor de volgende oproep. Dus ik ga terug naar de wachtzaal en wil wat lezen, maar ik zit net in het drukste deel van de zaal en kan me niet concentreren. Gelukkig word ik weer snel geroepen en wordt er bloed afgenomen en de temperatuur opgenomen. Ik geef mijn briefje braaf af. Na het bloed afnemen blijft de katheter zitten omdat daar dan de vloeistof doorheen gaat bij de therapie. Het bloedstaal moet eerst naar het labo, dus weeral wachten. Er komt een plaats vrij in de wachtkamer waar ik liefst ga zitten, achteraan bij het raam. Daar is meer ruimte en licht. Hier kan ik op zijn minst wat schrijven / lezen. De vrijwilligster komt ook langs met soep en beschuit. Die mensen zijn onbetaalbaar, gewoon niet moeten koken, geen groenten voor soep moeten kopen, ze snijden, kruiden … gewoon een kommetje soep (twee voor wie wil) zonder er iets voor te moeten doen. Onbetaalbaar …

Na een uurtje word ik bij de oncoloog geroepen en volgt het drie-wekelijkse gesprek. Bloed ziet er goed uit, … hoe ik me voel? Zowat dat wat altijd terug komt, pijnlijke gewrichten, heel moe, een soort moe dat je met slapen niet weg krijgt en bijna constant verkouden. Ik haal het schouderprobleem nog eens aan (hiervoor mag ik morgen naar ziekenhuis V). Ik wil ook weten welke scans in de nabije toekomst komen. De PET scan. Hiervoor had ik al gebeld, maar de dokter wist het niet meer wat ze gezegd had. Gelukkig weet ik het nog. Die scan staat ook morgen op het programma. Spannende momenten verzekerd.

Ik werd vandaag al wel opgebeld hierover, zoals elke keer wanneer een PET scan wordt gepland. Er wordt goed uitgelegden wat ik mag en wat niet. Vooral nuchter blijven, voorschrift en identiteitskaart meenemen.

Na het onderhoud met de dokter, mag ik direct naar een kamer. Gewoonlijk is het in een kamer met relaxzetels, waar drie mensen kunnen zitten. Sommige mensen nemen ook iemand mee. Soms kan het dan nogal druk zijn. Ik heb warempel geluk, ik mag in een kamer gaan met een bed, helemaal voor mij alleen. Auditieve rust! Zalig!

De baxter komt snel. Die moet gedurende een half uur indruppelen en daarna is er nog tien minuten een spoeling. Ik geniet van het niks doen. De verpleegster die de baxter aanlegt, deed een fijn babbeltje met mij. Ik kwam haar eens bij de tandarts tegen. Toen moest ik toch even kijken wie ze was, zo helemaal in burgerkleren.

Er komt nog iemand van het onthaal binnen om me de papieren van de komende afspraken te geven (scan, MRI over enkele maanden, volgende immuunsessie). Gelukkig overlapt het net niet met de afspraak fysische geneeskunde morgen.

De vrijwilligster komt ook nog eens langs om te vragen of ik nog wat wens. Zo’n taske koffie, dat doet wel deugd. Overigens kan er in de wachtkamer ook koffie gedronken worden. Er staat zo’n apparaat. Daar heb ik steeds mijn eigen tas voor bij. Dat scheelt toch weer in plastic afval. Water en cola is ook verkrijgbaar.

Al bij al is de dag sneller verlopen, maar wel veel drukker. Ik ben zeker een uur of misschien wel twee minder lang in het ziekenhuis geweest. Misschien omdat het een gewoonte wordt? Mijn bloedresultaten blijven zowat dezelfde als de vorige keren. Zit daar een verwachtingspatroon in? Mijn afspraak was ook bijna twee uren later en ik was toch even vroeg (of laat) weer thuis. Ik ervaar evenveel vermoeidheid. Het wordt een patroon, een (te lang) dutje als ik van het ziekenhuis kom. Dat probeerde ik te doorbreken door even enkele boodschappen te gaan doen in mijn buurt. Te voet en even met de fiets, even beweging. Dat deed wel goed, maar ik heb even goed mijn dutje gedaan 😉.

Zo’n dagen, ze zijn nodig natuurlijk, liefst wel. Toch, net zoals in dat laken op het ziekenhuisbed, voel ik steeds even de mot in mijn lijf …

Nota: ik heb eerst gevraagd aan de studenten of ze het goed vonden dat ik over deze studie schrijf. Ze vonden het goed. Als het me lukt en het is toegelaten wil ik wel gaan kijken naar hun mondelinge verdediging van hun masterproef.

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel 😉

 

Triggers en ergernissen

Mijn schrijven is nu wel heel onregelmatig. Tenminste op mijn blog. Ik schrijf wel elke dag, doch meestal (nog) niet voor publicatie. Meestal zijn het bedenkingen, overpeinzingen, wat gefilosofeer, de aanzet tot dat wat ik een gedicht wil noemen of dingen in de hitte van moment van me afschrijven.

Enkele triggers, ergerlijke en andere zetten me toch weer aan het bloggen.

Zoals vaak begin ik aan een blog door een trigger. En die trigger zorgt voor nogal wat associaties, teveel woorden die voor mij wel duidelijk zijn, maar voor wie het verder leest wel heel wat anders is, zwaarmoediger dan ik bedoel.

Trigger/ergernis 1

Gisterochtend  besloot ik om even te gaan fietsen. Een beetje frisse lucht (al dan niet met fijne stofdeeltjes) zal me goed doen en inderdaad, ik was opgefrist.

Bij thuiskomst maakte ik de brievenbus leeg en ja hoor … een rekening! Een brief van de provincie Antwerpen, de jaarlijkse provinciale belastingen voor gezinnen (alleenstaanden zijn ook een gezin blijkbaar). Het katapulteerde mijn gedachten ineens enkele weken terug. Toen kreeg ik een formulier van de provincie Limburg ‘Voorstel van aanslag’ (bekijk de term. Aanslag …). Dat is dan voor bedrijven. Daar moet je op invullen of er een wijziging is in je vestigingsadres.

Deze aanslag is voor zelfstandigen die in Limburg (in mijn geval) werken. Voor ik in ziekenverlof ging werkte ik als zelfstandige in een groepspraktijk voor logopedisten ergens in Limburg. Iedereen die er werkt, krijgt jaarlijks zo’n brief voor dát adres. Indien er niets gewijzigd is hoef je niets te doen. Anders vul je de wijziging in en stuur je het formulier ondertekend terug (wijziging kan zijn schrapping van dat vestigingsadres omdat je daar niet meer werkt). Daarna krijg je de rekening. Het gaat om één vestigingsadres waar soms tegelijkertijd, soms afwisselend twee kamers als praktijkruimte worden gebruikt. Iedereen die er werkt, ook al is dat maar een half uur per week/maand/jaar, betaalt er ‘Algemene provinciebelasting bedrijven’. Er waren, toen ik er nog was, drie logopedisten en af en toe kwam er een psychologe om tests af te nemen indien nodig voor de gebruikelijke aanvragen om terugbetaling. Vier keer dat bedrag dus voor één adres.

Enkele weken geleden kreeg ik dus weer zo’n formulier om de wijzigingen in aan te brengen. Ja die zijn er nu wel. Ik ben ziek, onvoorspelbaar ziek, en ik werk momenteel niet. Wat heb ik gedaan? Naar die dienst gebeld om te vragen wat er dan gebeurt.

Als ik dat niet meer wens te betalen, moet ik dat vestigingsadres stop zetten. De activiteit zelf hoeft niet opgezegd, als ik (ooit) weer als zelfstandige logopedist wil werken. Hoera!, dacht ik. Te vroeg natuurlijk. Een telefoontje naar mijn sociale verzekeringskas leerde me al snel dat dat niet zomaar kon. Aangezien dat mijn enige werkadres was en dus ook vestigingsadres (niet privé) kan ik dat niet doen tenzij ik mijn activiteit helemaal stop zet. Dat kan ik wel want ik ben nu arbeidsongeschikt. Ik blijf een soort statuut hebben. Alleen, dat stopzetten kost me meer dan de provinciebelasting. Als ik weer wil aansluiten (waarover ik echt nog niet uit ben) kost me dat weer zo’n bedrag. Wanneer, stel dat het gebeurt, ik een parttime job in loondienst zou nemen, kan ik in bijberoep zelfstandige worden en dat laten aanpassen. Ja hoor, dat kost weer zoveel euro, zo’n wijziging. Ook al kan je dat (bijna) perfect online zelf doen. Slotsom is dat ik moet kiezen, ofwel betaal ik tig euro elk jaar voor de provincie Limburg waar ik niet meer werk, ofwel betaal ik nog meer tig euro en zet ik het boeltje stop. Zolang het niet stop staat, betaal ik provinciebelasting voor bedrijven, daar waar ik niet meer werk.

Kassa kassa, maar niet voor mij.

De ergernis komt altijd instant en hard binnen op het moment van gebeuren … ontvangst van zo’n nieuws, brief, wat dan ook.

Trigger/ergernis 2

Hopelijk is deze zonder naar gevolg. Ik las gisteren op FB een verhaal over een mevrouw die kankerpatiënt is. Vier maanden nadat ze het nieuws  kreeg dat ze uitzaaiingen heeft, krijgt ze een brief van haar ziekenfonds om gegevens in te vullen voor re-integratie in de werksituatie. Ik herinner me dat ik dat ook heb moeten doen. Brave burger die ik ben, heb ik dat dan ingevuld en verstuurd. Aangezien mijn ‘toestand’ nog steeds onvoorspelbaar is, ben ik daar momenteel niet mee bezig. Dat komt omdat ik al enkele keren minder goed nieuws kreeg bij scans en mijn enthousiasme om geleidelijk aan weer te gaan werken (op zoek naar …) serieus getemperd werd. Vis noch vlees, zo voel(de) ik me. Tot nog toe heb ik er niets meer van gehoord. Maar ik herinner me wel dat ik toen bijna in paniek sloeg. Stel je voor dat ik moet re-integreren. Ik wil helemaal niet meer naar die praktijk. Eender welke praktijk. Fulltime alvast niet meer. Dat monster doet iets met een mens waardoor je een heel ander zicht op het leven krijgt. Hoe en waar zou ik dan wel re-integreren? Liefst niet weer als volledig zelfstandige want het ‘mooie’ hieraan is dat je dan weer volledige bijdragen betaalt, ook al kan je nog maar een halve dag werken per week aan.

Kassa kassa … niet voor mij.

Hopelijk blijft het ook uit want ik kan het er nu echt niet bijhebben. Ik wil daar nu ook niet over nadenken. Het is al zo moeilijk om eens even tot rust te komen, als je om de drie weken moet behandeld worden, wekelijks naar de kinesist moet, tussendoor zijn er soms bijkomend nog consultaties, ook voor andere ongemakken bij andere specialisten, er is de vermoeidheid, pijntjes en pijnen … ook al is dat niet zomaar aan mij te zien.

 

Trigger/ergernis 3

Zo heb ik al een hele tijd last van mijn schouder. Frozen shoulder wordt het genoemd. Bewegen over de pijngrens doet razend pijn, niet bewegen nog meer. Over de pijngrens ben je snel … jas aantrekken, bloes of t-shirt over je hoofd aan- uittrekken, deur achter je dicht doen, gordel aandoen in de auto …

Einde vorig jaar had ik al eens een injectie gekregen, in overleg met de oncoloog om vooral de werking van de immuuntherapie niet te saboteren. Maar na een week of zo bijna pijnloos is het helemaal terug gekomen. Daar raak ik gefrustreerd over. Mijn kinesist raadde me enkele oefeningen aan om dagelijks te doen, heel ontspannen oefeningen. Helaas, ondanks dat blijft het wel pijn doen. Dus belde ik vorige week toch maar weer naar de dienst fysische geneeskunde voor een afspraak. “De eerstvolgende plaats in de agenda is over vijf weken mevrouw.” Kan ik dan bij een andere arts terecht? “Morgen in ziekenhuis J?” (in A was het vijf weken wachten) … Had ik wel kunnen doen, ware het niet dat ik om zorgelijke redenen voor mijn vader naar Limburg zou gaan. Gelukkig was de mevrouw aan de telefoon heel begripvol. Nu heb ik volgende week woensdag een afspraak, in ziekenhuis V.

Het zijn ergernissen die onder je vel komen zitten, die bijna latent aanwezig zijn en – of ik nu wil of niet – doen nadenken over de werking van instellingen. Het is geen kritiek persoonlijk naar de mensen die er werken, ik veronderstel dat zij soms ook wel eens een bedenkelijk een wenkbrauw optrekken.

Morgen heb ik een volgende immuun sessie. Mijn volgende PET scan zou dan geregeld zijn en ik zou de afspraak hiervoor morgen krijgen. Ik ben eens benieuwd of dat zo is, want ik wil nog de haalbare dagelijks-leven-activiteiten inplannen en méédoen. Zeker zo belangrijk is het feit dat ik wil weten hoe het hierbinnen in dat lijf aan toe gaat. Aan de volgorde van gebeurtenissen zal ik me nu toch nog maar niet ergeren … noch aan de manier waarop de betalingen dienen te gebeuren, het uitzoeken van het al-dan-niet in aanmerking komen voor verhoogde tegemoetkoming, … verstand dikwijls op NUL zetten, dat is bij mij wel vaak de truc.

Het klinkt ook nogal negatief / pessimistisch, maar eigenlijk is het gewoon realiteit. Dat mag best wel eens gezegd worden. Daar hoef je niet sterk noch zwak voor te zijn. Dit blogbericht heet dan ook triggers en ergernissen 😉.

 

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel 😉.

Waakzaam

Dertien jaar al …

Soms is het nog zo niet te geloven

Is er iets dat ik niet gedacht heb?

Is er iets dat ik niet gemist heb?

Is er iets dat ik niet gevoeld heb?

 

Sinds die dag …

Is er wel of niet iets veranderd?

Missen blijft.

Contact blijft.

Meer in gesloten dagen,

Ik ontken ze niet, die dagen.

Het is alleen minder scherp

Het is alleen minder voortdurend op de voorgrond

Het is alleen minder scherp en voortdurend op de voorgrond en wél waakzaam.

 

Ja, misschien is dát anders … waakzaam.

Alsof je die vogel bent aan het raam

(uit het Griekse liedje)

Die hier en daar mee vliegt

 

Die ’s avonds nog eens komt kijken

En me dan weer goedenacht laat zeggen.

 

“Word en blijf jezelf!”

Zij en waakzaamheid.

Het wordt een persoonlijker blogbericht vandaag. Ik hap even een stuk uit mijn dagboek waar ik dan verder over door’boom’…

Dinsdag, 26 februari 2019

Het is weer die dag in het jaar. De dertiende keer nu. Het is niet meer zo dat ik er bezorgd naar uit kijk. Hoe zal ik me voelen die dag? Gaat het een (te) emotionele dag worden? Neen dat is er niet meer. Eerder een berusting. Waakzame berusting.

Net vandaag kom ik op Facebook een kinderuitspraak van Meester Mark tegen … over mama. Op zich zijn de posts van Meester Mark heel grappig. Ik zou het zo aan haar laten zien en ze zou er hartelijk mee lachen. Natuurlijk is dat voor ieders eigen moeder zo. Vooral zo houden als het zo aanvoelt. Ik zou de mijne niet anders hebben willen uitvinden.

Er is nog iets dat ik al vaker bedacht heb in de loop van die dertien jaren. Ik had haar graag als leeftijdsgenoot gekend. Deze gedachte is weer wat actiever, ergens in mijn brein zwevend, sinds vorige week. In de Griekse les kregen we de opdracht om – in het Grieks – op te schrijven wat je zou doen als … (het ging om het juiste gebruik van ‘als ik …, dan …’ maar dan in het Grieks). Er stonden enkele voorbeelden bij, waaronder als je naar het verleden zou kunnen gaan, wie zou je willen tegenkomen? Waarom? Wat zou je zeker vragen? In dat voorbeeld ging het om een beroemdheid maar voor mij is zij dat natuurlijk. Ik heb geantwoord dat ik mijn moeder zou willen tegenkomen als mijn leeftijdsgenoot in de periode waarin zij opgroeide. We zouden vriendinnen kunnen zijn of zussen. Ik zou haar leren kennen zoals ze was toen ze jong was. Nu heb ik haar verhalen, in mijn hoofd en hier en daar op foto’s. In een boek over Godsheide* staat een foto van haar toen ze nog heel jong was met haar klas. Ze gaf toen les in de school die haar eigen moeder daar mee opgericht heeft.

Ik heb de – hopelijk niet al te onwettelijke – vrijheid genomen om haar er uit te lichten. Indien er mensen zijn van op de grote foto die zich haar herinneren… het zou fijn zijn om iets te horen. (een link naar de website waarin dit boek vermeld wordt en er volledige foto’s te zien zijn, vindt U onderaan dit blogbericht).

Godsheide_00460_Aangenomen_Meisjesschool_Schoolfoto_Wilma Cox_1949 kopie

Ik voel dit niet meer als nostalgie die me bezwaart. Het is eerder de stam stevig weten staan, ergens in mijn zijn, de stam van mijn afkomst.

En familiegeschiedenis, hoe summier soms ook, in een foto, een muziekje, een briefje met haar handschrift en natuurlijk ook uit verhalen van mijn vader waar ik ook een geschiedenis van meedraag. Zowel collectief als individueel als dat deel van de familie, het gezin waarin ik geboren ben. Het doet me nadenken over missen en nog verwonderd kunnen worden, blij verbaasd zijn. Het is geen ballast meer, ook al raak ik nog wel eens ontroerd of even droevig. Het is wel een stevige basis. Ik ben wel Háár dochter hé ❤ … We zijn met zessen overigens die zich Háár kind mogen noemen, dochter of zoon. En al die mensen die haar als hun bomma gekend hebben. Háár kleinkinderen. Zelfs achterkleinkinderen. Zelfs degenen die zich haar niet meer (goed) herinneren. Dat is iets dat niet zal verdwijnen. Ze was, ging ons voor, en blijft deel van ons.

Het maakt dat ik niet meer schrijf over wat had kunnen zijn, de dingen die niet zullen zijn, het houdt me wel waakzaam … zo lang de vergankelijkheid van het leven me zelf niet te pakken heeft en zelfs dan nog …

 

* Godsheide en Malpertuus. Warm aanbevolen. https://www.hasel.be/aangenomen-meisjesschool-godsheide.

Want ik kies liever zelf hoe diep ik in het water sta.

De jeugd van tegenwoordig en ons klimaat.

„De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, veracht alle gezag, toont geen respect en praat wanneer ze zou moeten werken. De jongeren staan niet op wanneer ouderen binnenkomen, ze spreken hun ouders tegen, kletsen in gezelschap, schrokken hun eten naar binnen en tiranniseren hun leraren.” Socrates (469 v.Chr. – 399 v.Christus) …

 

Niets nieuws onder zon dus, zou je denken …

Ik lees de laatste tijd veel kritiek op de meisjes die spijbelen en zo de inmiddels internationale klimaatactie op gang getrokken hebben. Het staat iedereen natuurlijk vrij hierover een menig te hebben, spijbelen of niet?

Er is wel iets dat me ergert aan sommige reacties, niet aan de mensen op zich – ik heb ook geen kant en klaar antwoord op wat te doen met het klimaat – wel op het helemaal uit het verband trekken van waarover het echt gaat, nl. deze regering op hun verantwoordelijkheden wijzen, en vervolgens heel ‘volwassen’ reageren.

Dat heeft niets te maken met wat wij vroeger deden en hoe wij leefden. Er is namelijk een groot verschil met ‘vroeger’, dat was het altijd al. In de tijdsgeest waarin je groot wordt, zijn de dingen die er zijn en niets anders. Daaruit kan je kiezen. Wij konden sommige dingen niet kiezen omdat het er gewoonweg niet was. Dat valt de jeugd van vandaag toch niet verwijten!

Toen we naar school gingen met de fiets, was dat vooral omdat het veilig genoeg was, geen kinderdieven onderweg, en als die er al waren, we gingen nooit alleen, we wachtten op elkaar om samen te fietsen. Geen ratwedstrijd-toestanden, niet dat ik me kan herinneren, alles leek zijn natuurlijke gang te gaan. Of dacht u dat onze ouders ons welzijn niet op de eerste plaats zouden zetten?

Wanneer we tv keken, een uurtje of twee misschien per dag, was dat omdat er niet zoveel aanbod was. Wanneer we buiten speelden, was dat omwille van … dat beperkt aanbod op tv. Overigens had niemand een laptop. Waaruit zouden gekozen hebben? Uit ‘terug naar de toekomst?’ en wat we nu hebben? Het bestond gewoonweg niet! Waarom zouden we dan onze jeugd vergelijken met de huidige? Het wordt helemaal beroerd wanneer dit als argument gebruikt wordt tégen de actie die deze jeugd nu onderneemt. Kan ik me permitteren te zeggen/verwijten dat zij ‘de hele tijd’ op hun smartphone tokkelen maar intussen wél zelf eentje hebben en gebruiken? Dat heb ik toch ook te danken aan de jeugd van pak weg een halve generatie geleden met hun innovatieve ideeën?

‘Dat ze eens terug naar school gaan en leren schrijven’ .. Echt? Denkt u echt dat die jeugd, met hun grote mond (joepie overigens) het ene moer kan schelen of je ‘water’ nu zo schrijf(d)t of ‘waater’, of ‘watter’ als dat – waarschijnlijk zwaar vervuilde – vocht tot voorbij hun kin komt? ‘ (en ik ben een taalfreak, echt waar, ik beken)?

Ook al worden er foto’s gedeeld van ‘het vuil dat wordt achter gelaten na een festival, zelfs na een klimaatmars’ en zwaar becommentarieerd. De delers weten vaak niet eens vanwaar die foto’s komen. (U of u, deler van die foto(‘s), hebt u die foto zelf gemaakt dan? Of zelfs de bron van de foto eerst opgezocht?)

Overigens, waren er ‘vroeger’ al acties tegen vervuiling, tegen vergiftiging, tegen winst-en-enkel-winst-belangen … http://verhalen.canvas.be/milieubewustzijn#32826. Dus het protest speelde zeker vroeger ook al.

Wat ik me wel vaak afvraag is of we toen wel genoeg en voldoende lang acties deden, zij die al iets deden. Neen, we spijbelden niet. Dat kwam gewoon niet in ons op. Maar kunnen we de jeugd NU dingen verwijten die wij al dan niet deden? Misschien voelt u zich gekwetst door wat iemand zegt dat de jeugd onze vuiligheid moet opruimen. Zelf zie ik dat als een noodkreet van de jeugd. Ik denk daarover na, ik voel me niet aangevallen. Ik denk erover na hoe we het anders kunnen doen, de tijd kan je toch niet terugkeren. Me verbolgen voelen en naar lieve lust verwijten spuien gaat nog minder helpen. Wat elke donderdag gebeurt is eerder een grootmoedig signaal van onze jeugd om echt vooruit te kijken.

Wat we zelf doen om onze ecologische voetafdruk te verminderen is, hoop ik, vooral een leerproces, een ontwikkeling naar beter dag per dag. Ook al is het niet ieders individuele verantwoordelijkheid om het klimaat te redden. Ik voel het wel voor mezelf aan dat ik mijn ‘ding’ moet doen,  op een manier die het best bij mijn leven past. Het is voor mij geen argument om niets te doen (dat van die individuele verantwoordelijkheid). Ik zal bijv. niet gemakkelijk meelopen met een mars of betoging en dat heeft een heel andere persoonlijke reden dan het flauw of overbodig vinden of laks (‘wat haalt het allemaal uit?’) … Maar wat ik lees en weet en begrijp en waar ik achtersta zal ik delen, in de hoop dat het op zijn minst een belletje doet rinkelen, zowel onderbewust als meer en meer bewust.

Hoe dan ook, ik ben er elke dag mee bezig, de ene dag wat bewuster dan de andere, maar hoe langer ik ermee bezig bent, hoe bewuster ik me er vanzelf word.

Hierbij een voorbeeld van hoe ik ‘bewust’ begon … Het begon met ‘tellen’ hoeveel plastic ik nu effectief ‘sorteer’ en bij het PMD gekieperd wordt. Het schaamrood steeg me echt naar de wangen. Ik had dagelijks er zeker één, maar meestal meer stuks te ‘sorteren’. Nu is het al veel minder.

Misschien besteed ik hier ook wel een blogbericht aan hoewel het voor de lezer niet echt veel nieuws onder zon zal zijn. Er zijn tal van voorbeelden te vinden, waaruit u uw inspiratie kan halen. Ik volg enkele blogs en haal eruit wat ikzelf aantrekkelijk vind om in mijn leven in te passen. Mijn brein wordt er zelfs creatiever van, ook al ben ik de volbloed NIET-praktische persoon in levende lijve 😉.

Denkt u dat de jeugd zwart-wit denkt? Ja, ik ook. Ik was ook ooit jeugd, in ontwikkeling, volwassene wordend, het hoort erbij. Al opgroeiend leert de jeugd wel differentiëren.

Gun hen deze deugd van de jeugd. Het komt vooral NU zo goed van pas, in hun klimaat-spijbelen, brossen voor bossen, …. Blijf hierin zwart wit denken aub, lieve jeugd!

Als u iets wil becommentariëren, argumenteren, informeert u zich tenminste waarover dit echt gaat, dit klimaat-thema. Dat is belangrijk ! Voelt u zich aub niet persoonlijk aangesproken, u bent namelijk die volwassene die al wel gedifferentieerd kan denken, maar ook  die van de jeugd van tegenwoordig kan leren. Profiteer daarvan aub! Naar mijn gevoel is dat ook een deel van hun opvoeding. Zelfstandig leren denken en op een keer als volwassene moeten fungeren is een leerproces. Gun hen dat!

Verwíjt die jeugd AUB niet dat ze voor hun toekomst opkomen en die van uw kinderen en kleinkinderen. Steun hen hierin! In uw eigen ritme en met uw eigen middelen! Vooral, wees fier op deze jeugd! Want ik kies liever zelf hoe diep ik in het water sta. En u?

Gedichtentrilogie – 3

Het gedichtje van dat lichtje (gedichtendag 2019)

Het gedichtje van dat lichtje

dat het nog mag, schijn van de Maan

is weer een ander nieuw berichtje

er zijn nog woorden, ’t is niet gedaan

in het donker daar dat stipje

in het grijs, grote straal

al eens turkoois en zonneschijn

energie met mij aan de haal

van dal tot top en weer naar af

is nù wel heel bekend

zolang de woorden blijven komen

alleen de pen moe, hoe die zo rent

daar dat monster in mijn lijf

heeft er al wel genoeg van gezien

ik zeg ADIEU, tot nooit meer ziens

ga weg gij stomme trien !

m’n wereld wordt weer ruimer

zo’n beetje keer op keer

ook al is die trien er nog

‘k zal toch meer dansen weer

Zo graag nog eens ‘koffie doen’

Weer eten bij de Griek

Soms nog streven, soms echt leven

Liefst zonder de tragiek

Ook moe-e dagen, pijne dagen

Zacht zeurend of intens

Doch brein, hart, en zielenleven

Enkel maar lijf kapot, nooit de hele mens !

AMK