Wat wil je later worden?

Het blijft maar duren, dat uitstellen. Hoe langer ik dat doe, hoe meer ik pieker waarover ik vertellen zal. Er is ook ‘de hele tijd’ van alles te doen, te koken, proper te houden, …

Wat is er in mijn schrijven gebeurd in die maanden?

Ik nam deel aan enkele wedstrijden waarbij ik weliswaar niets won behalve de vreugde van het schrijven én de mogelijkheid op gratis terugkoppeling. Zo schreef ik twee keer een tekst voor een project van VFG (Vereniging voor personen met een handicap). Het project heet ‘Inktvis – een zee van verhalen’ en u kan dat hier vinden. Aangezien ik het statuut heb van chronisch zieke, mag ik meedoen.

Van Barbara Van den Eynde kreeg ik al een verbetering terug. Van Peter De Voecht nog niet. Ik ben benieuwd, nieuwsgierig, leergierig. Bij de opmerkingen die ik van Barbara kreeg, zag ik pas op dat moment het ‘Ah ja!’ Iets vertellen en het dan willen uitleggen is nefast. Verder was ik heel blij met de commentaren.

Ik deed ook mee met ‘Zinsmeden’, nog tot 15 oktober. U raadt nóóit wat het thema is… Voor wie zich nog geroepen voelt, informatie en deelname zijn hier te vinden.

Een uitdaging vind ik ook nog de jaarlijkse gedichtenwedstrijd van Prijs de Poëzie. Ik deed niet elk jaar mee maar dit jaar wil ik mijn kans nog eens wagen. Er is nog tijd. Voelt u zich ook geroepen? Kijkt u dan hier.  

Tot zover de wedstrijden.

Ik heb me weer ingeschreven voor de cursus waarmee ik mijn eerste schrijflessen volgde: ‘Starten met schrijven’, toen nog helemaal in voor-coronaire tijden. Toen was een lokaal nog gezellig vol. Helaas moest ik de eerste les (gisteren) al verstek geven wegens een nogal heikel probleem, migraine! Het komt en het gaat ook weer. Kalm blijven en laten wegebben is de boodschap.  

M’n overlevingsschrijfpakket lag al klaar.

Jammer dat ik de les gemist heb – eindelijk nog eens in vlees en bloed bij elkaar zitten – maar ik heb wel de samenvatting gehad. Het zijn dezelfde opdrachten als vorige keer en dat ervaar ik als een uitdaging om hiermee toch hele andere verhalen te schrijven. Wat het dan worden zal, weet ik nu nog niet. Ik wil u wel trakteren op een pennenvrucht van die eerste les. De opdracht was om in derde persoon te schrijven en hiervoor in gedachten terug te gaan naar onze kindertijd met de vraag ‘Wat wil je later worden?’ Ik heb er toen dit over geschreven. Ik laat in het midden of het autobiografisch is of niet.

Vandaag heb ik in elk geval het poetsen uitgesteld omwille van … het schrijven.

Wat heb ik proberen te vermijden in dit blogbericht? Is het gelukt? U mag me trakteren als u het raadt 😉

De schaduwen worden langer

’t Is weer voorbij die bizarre zomer.

De laatste keer dat ik een blogbericht schreef, is al meer dan een maand geleden. Ideeën had ik te over. De woorden raakten alleen niet op papier/scherm.

Enkele hoogtepunten:

1. Opruimen houdt me nog steeds bezig. Ik ben mijn beroepsverleden, zoals ik dat beleefde, aan het opruimen. Vorig jaar deed ik al wat onderzoeks- en behandelmateriaal van de hand. Er bestaat een Facebookpagina hiervoor (voor logopedisch materiaal). Heel handig. Het bracht me een mooie kleine som op die toch alweer gespendeerd lijkt te zijn.

Afgelopen week heb ik besloten om de dingen die ik misschien toch nog zou gebruiken ook van de hand te doen. De goesting om voor elk item de gebruikelijke procedure te doorlopen om het bij de nieuwe eigenaar te brengen, ontbrak me. Daarom heb ik het voorstel gedaan om die materialen gratis aan te bieden met één voorwaarde: zelf komen afhalen. Ik heb ook gevraagd om – vrijblijvend – een storting te doen voor Melanoompunt. Enkele jonge logopedisten waren wel geïnteresseerd in mijn verhaal. Helaas had ik geen flyers meer om verdere informatie te geven. Ik verwees door naar de website www.Melanoompunt.be. Ik hoop dat er hier en daar wel iemand is die gestort heeft. Alles wat ik aan te bieden had, is weg! Nieuwe flyers werden intussen aangevraagd. Als ik nog eens opruimenergie voel, doe ik het op dezelfde manier, mét flyers.

Andere dingen heb ik dan weer bewaard als schenking aan het buitengewoon onderwijs in deze stad. Daar kwam nog geen reactie op. Er rijpte een plan, spullen die bij Fedasil Deurne gebruikt kunnen worden houd ik apart. Sinds kort doe ik er vrijwilligerswerk. Eén keer per week help ik mee met de huiswerkbegeleiding. Heel fijn om te doen. Het taalniveau van de kinderen is er heel verschillend, afhankelijk van hoe lang deze kinderen hier al zijn en dus onderwijs gehad hebben. Ik dacht onmiddellijk aan de taalspelletjes die ik in de praktijk gebruikte (bij taalontwikkelingsachterstand, tweetaligheid, etc). Dat wordt de nieuwe bestemming.

2. Deze rare tijden, wie kent ze nog niet, brengen ook andere ideeën. Ik heb mijn oude hobby weer opgevat: penvrienden. Tot nu toe heb ik één trouwe penvriend, helemaal uit Shetland. Wat een verschil in dagelijks leven zo helemaal ‘op de buiten’ en ik hier in de stad. Het levert interessante briefwisselingen op.

Ook met mensen uit Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten schrijf ik, zij het sporadisch. Beiden zijn afkomstig uit Afrika, geëmigreerd naar waar ze nu wonen en hebben daar een leven opgebouwd. Deze rare tijden raakt hen ook, omwille van het niet kunnen reizen en hun familie niet zien. De vraag rijst of ze die überhaupt nog te zien krijgen in de volgende jaren.

Een ogenopener, een blik op de wereld en hier en daar een mens, zomaar vanachter mijn scherm.

Die blik op de wereld ligt soms dichtbij:

3. Muziek in de Wijk, een initiatief van de stad Antwerpen in het kader van de Zomer van Antwerpen. Alles is een beetje anders dit jaar, vandaar dat er nu, september en oktober nog activiteiten zijn. Deze week donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag traden zes dames van het muziekensemble Belgriego op. Ik had de eer om gisteren en vandaag te genieten van hun optreden. Wat een geluk wel met het weer. Misschien vielen er tien druppels regen terwijl we daar waren.

Voor zover ik onthouden heb, zijn deze dames afkomstig uit Kreta, Spanje en België. Ze hebben hun eigen website en Facebookpagina. U kan hen ook volgen op Instagram. Zeker de moeite om een kijkje te gaan nemen.

Gisteren en vandaag stelden ze in hun programma muziek voor uit Griekenland, Italië, Frankrijk en Spanje. Ik ga geen schreeuwletters gebruiken maar ik zou het wel willen uitschreeuwen: Jong gemotiveerd aanstormend talent!!! Ze brengen hun muziek met zoveel goesting en passie. Ik kon het gewoon zien in elke vezel van hun zijn.

4. Nog wat? Wordt zeker vervolgd … 😊

Herfst in het juiste seizoen. Daar houd ik nu eens van. De Aarde doet toch ‘gewoon’ Haar ding.

Huurder of eigenaar

Het is soms een hamvraag. Wil ik mijn woonst huren? Wil ik eigenaar zijn? En in hoeverre is het van mij, of ik nu huur of gekocht heb. Van Mij! Dat bedoel ik.

Hoe vaak had ik het al over ontspullen? Over opruimen? Wat symboliseert het? Voilà. Als ik hier eens rondkijk, is er niet zoveel wat mij uitstraalt en toch weer wel. Het rommelige, het onopgeruimde dat me vergezelt, plaagt me ook.

Is loslaten zo moeilijk? Is leegte zo angstaanjagend? Dat ook. Het gonst van het piekeren.

Enkele en meer vragen, vage vragen, die me – telkens weer – naar de pen doen grijpen. Gisteren weer. Een hele dag nog wel. Ik deed mee aan een online schrijfmeditatie van Joey Brown. Het thema ‘Huurder of eigenaar van je eigen leven?’ Heikel thema!

Ik kon niet geloven van mezelf wat er allemaal de revue passeerde. Dingen die toch verwerkt waren, niet? Maar waarom neem ik dan familieherinneringen in huis? Ik hing eraan vast. Nu voelt het aan als een opslagplaats die ruimte inneemt met dingen waar niemand nog iets mee doet. Maar doe ik ze daarom zomaar weg?

Eén van de wijsheden die me zeker bij blijft: “Moeten we alles analyseren, over familiekwesties, dingen die gebeurd zijn, onverwerkte trauma’s van vorige generaties die onbewust meesleept worden.” Meeslepen, het woord alleen al. Alsof je er een schuld van iemand anders mee aflost. Een beeld van mijn ziekte en het symbolische ervan stond er ineens gewoon, boem baf. Het was (ís nog een beetje teveel, maar soit) een onderhuids gevoel, steeds dieper gaand. Heel verbazend om dat zo te zien!

Een volgende vraag, nog belangrijker, passeerde: “Hoe schud ik los?” Heel concreet! Is het daarom waarom ik zoveel tijd neem om op te ruimen? Om daarna weer alles in een rommeltje te laten staan? Hang ik mezelf vast aan dat verleden? Zelfs heel concreet in dit leven van mezelf. Pas deze zomer heb ik mijn ‘beroepsverleden’ samen gezet in enkele boxen en een boodschappentas om weg te schenken aan een scholengemeenschap voor buitengewoon onderwijs. Hopelijk kunnen ze veel ervan gebruiken. September zal het uitwijzen. Om maar wat te noemen.

Deze schrijfmeditaties beoefenen, dat voelt voor mij helemaal dé manier om kleine, kleinere, grote(re) onderhuidse plagerijen tot pesterijen een plaats te geven, los te laten, vrij te laten. Het mag bestaan, het was er toch al altijd, maar niet meer in een volgestouwde donkere kamer. Ik heb liever een lege heldere kamer met nieuwe mogelijkheden te ontdekken.

Wat niet wegneemt dat het voor iemand anders juist heel verhelderend kan werken om in zijn/haar biografie te duiken. Gewoon doen wat uw eigenste ik u ingeeft.

Mijn laatste woord gisteren: Ademruimte.

Aan het einde van de dag was ik heel rustig. Andere beelden lieten zich zien. Beelden waarover ik nog te schrijven heb, niet in fictieve verhalen, wel in schrijfmeditaties. Sinds lang had ik weer wat vertrouwen, ik kom er wel! Kleine stapjes, babysteps, βήμα-βήμα.

Huren of eigenaar? Zelfs in een huurhuis kan u perfect eigenaar zijn van uw leven.

Heimwee en Will Tura

Het was de week van hittegolf en reflectie, in de spiegel kijken en niet veel herkenbaar zien, de loomheid en de stilstand.

Pas vrijdagochtend werd ik even langzaam wakker. Fietsend naar het ziekenhuis voor mijn behandeling drong iets kleins dat al een jaar weg was, tot me door. Het was een verrassing die mag duren. Mijn neus, waarvan ik dacht dat het me enkel nog voorzag van zoveel mogelijk zuurstof, zoveel mogelijk fijne stofdeeltjes tegenhield en verder diende als (te grote) decoratie, functioneerde ook weer als reukorgaan. Alle geuren registreren zich sindsdien weer in mijn hersens. Hebt u ooit bijna gejubeld bij het inademen van uitlaatgassen aan de stoplichten? Ik die dag wel. Ik voelde me lichter, frisser.

Ik nam me voor om me weer vaker op schrijven te focussen. En waarom zou dat dan geen nieuwe blogpost kunnen zijn, om mee te beginnen?

Deze ochtend katapulteerde een heel verrassende, verkoelende zelfs, foto van een lieve M, me even terug in de tijd. Hier wil ik iets over krabbelen. Het zou kunnen beginnen met een raadsel. Waarom doet Will Tura me denken aan Chania?

Niet doen, dit raadsel. Geen ‘Zonneschijn’ in een povere vertaling naar het Grieks. Ik heb een persoonlijke herinnering aan Chania die, zij het heel zijdelings, met Will Tura te maken heeft. Een koele nog wel …

31 december 2011. M. en ik zijn in Kreta, Chania en we zullen straks naar de club gaan waar Michalis Tzouganakis optreedt. ’s Avonds maken we ons klaar. Onze bedden zijn ook onze stoelen, onze valiezen onze kleerkast, de verwarming is via de airconditioning op de warme stand. Handig want zo hebben we ineens een haardroger. We kunnen wel wat verdragen. Echt waar! En dan zijn we er klaar voor. Veel te vroeg!

Op naar het feest. Het is niet dat we nog nooit zo’n avond in Kreta meegemaakt hebben. Clubbing, ik kan niet zeggen dat het mij aanspreekt, maar voor muziek van mijn grote favoriet, stap ik al wel eens over een drempel.

Gelukkig hadden we al gegeten. Gelukkig ben ik geen drinker. We zijn tevreden met een tafeltje en een fles wijn. Water is er steeds aanwezig. Schotels met in stukjes gesneden fruit ook. De rest kan je bestellen. De rekening komt pas als we weer vertrekken, zo weten wel al uit eerdere – zomerse – avonturen.

Hij is aan het repeteren, wanneer we binnenkomen. We mogen gelukkig al binnen. Natuurlijk zijn we de eersten. We wuiven, we zwaaien onze armen bijna als molenwieken en roepen zijn naam, wanneer hij niet zingt. Even later loopt hij langs en pakken we hem vast, of eerder, hij ons. Groot is zijn verbazing dat wij in de winter naar Kreta komen om naar hem te luisteren. Het weerzien is overweldigend.

In de loop van de nacht wordt het luid. De muziek, het rumoer, de drukte. Kan het dat ik mijn hoofd voel tollen? Had ik me niet voorgenomen dat ik voor deze muziek wel wat over zou hebben? Het is zeker niet van teveel drank. Dat heb ik niet gehad. Ik krijg van één en half pintje of glaasje wijn al lachkriebels die ik anders niemand durf aandoen. Neen, daarvan is mijn hoofd niet aan het tollen. Hoe verder de nacht naar de ochtend glijdt, hoe misselijker ik zelfs word.

Bij ontbijttijd komen we weer in onze kamer. We gaan naar bed. Is daar wat mee gebeurd? Het bed draait. Het bed tuimelt. Het bed doet alles behalve stil blijven staan en mijn hoofd en maag tot rust brengen. Ik word badkamerbezoeker, een frequente, die eerste januari. Het lukt niet om tot rust te komen. M. trekt er even alleen op uit. Pas in de late namiddag voel ik me weer een beetje mezelf en ga mee naar buiten, ik drink cola. Die houdt het. We wandelen even, dicht aan het water. Daar heeft iemand een dikke vis gevangen. Het dringt niet echt tot me door maar ik vind het wel apart.

Op een keer krijgen we honger. Ik ook. Oef, dat treft. Mijn binnenkant doet het weer. We wandelen langs de promenade in Chania. Er is niet zo veel open en waar het open is, zien we nauwelijks iemand eten. Misschien is het nog te vroeg?

Hoe dan ook, we stappen binnen in een Italiaans restaurantje. Het is er rustig, lekker warm en de man die ons bedient is vriendelijk. We beginnen te praten en dan vertelt een mens al gauw vanwaar hij komt. Hij vraagt zelfs van welk deel van België. En dan gaat hij iets doen voor ons. Muziek opzetten die wij zullen kennen. Misschien hoopt hij zelfs dat we gaan meezingen?

Hij heeft Will Tura gevonden. Helemaal mee met het seizoen zelfs, krijgen we het liedje Winterroosje als een zalving (tegen de heimwee?) over onze pasta gesmolten. Had ik nu ook maar wijn besteld, één glaasje maar!

4 januari 2012, weer thuis. Ik heb raki. Ik heb brood, wat olijven en fetakaas in huis gehaald. Kretenzische muziek doet mij smelten. Het Winterroosje is vergeten. De migraine ook (of was het de verkeerde reactie op een schotel vis eerder die dag?)

Wat overblijft zijn mooie herinneringen. En de heimwee. De heimwee blijft.

Bedankt voor het lezen. Hopelijk brengt het Winterroosje samen met het onweer/de regen meer verkoeling. 😉

Gigolo

Mijn meest altruïstische liefde

Wat hebben we samen veel gereisd!

Bij jou kon ik ongegeneerd brullen van het lachen

en van het huilen.

Ik kon roepen en tieren,

vloeken en ook zingen, recht én scheef.

Gastvrij was je ook voor al mijn genodigden, zonder uitzondering,

op welk moment van de dag of nacht ook.

Mijn grote helper, drager van mijn boodschappen,

mijn rommel. Zelfs bij het verhuizen was jij er ook bij.

Je aanhoorde mijn klaagzangen,

mijn veelvuldig biechten van stommiteiten,

mijn fantasieën, mijn plannen, mijn geheimen.

Je roddelde nooit, ik had je volle vertrouwen.

Je hebt zoveel mee beleefd met mij, veertien jaren lang,

steeds glanzend van plezier.

Jij, met je gladde huid, je perfecte lichaamsbouw.

Jij was al het geld waard, die enkele keren dat je zelf tegenpruttelde.

Maar nu, mijn Japanse liefde, gun ik je nog een tweede leven,

ergens bij een adoptiebaasje.

Misschien word je donor, misschien verhuis je naar het buitenland.

Hoe dan ook, weet dat je heel dienstbaar was en nog kan zijn.

Ik neem afscheid.

Dag mijn Yaris.

Dag mijn mooie Toyota Yaris.

Tot niet meer ziens.

De brave burger

Maandagochtend. Fijne week gewenst. Καλή εβδομάδα.

Maandagochtend met een lijst te-doen-dingen. Vorige nacht leek ze veel te lang. Kwam daar nog eens de autodroom bij. De grote en kleine besognes die een auto kan meebrengen. Vannacht waren ze heel groot.

Op een of andere manier verdwijnt het onoverkomelijke van zo’n nacht, op het moment dat ik opsta. Deze verandering van bui fascineert me wel. Ik, de brave burger, die ’s nachts rusteloos bezig is met te-doen-dingen, word weer kalm bij het ritme van de dag. Het schijnbaar onoverkomelijke van die lijst verandert in actie, weliswaar pas na mijn hele ochtendritueel waarmee ik u nu niet zal plagen.

De bitch strooit weer roet in ieders planning. Zo ook in die van mijn vaders controleconsultaties buiten het woonzorgcentrum. Dat is weer gesloten voor bezoek. Iedereen daar wordt getest en we moeten de resultaten afwachten. Het is te omslachtig om hem nu toch mee te nemen. Ik kreeg vanmorgen ook een sms van het ziekenhuis dat patiënten alleen moesten komen naar hun consultatie. Begeleiders verboden. Neen, dat doe ik mijn vader niet meer aan. Aangezien het niet (super)dringend is, heb ik de afspraak verplaatst en mijn vader op de hoogte gebracht. Dat was dus mooi geregeld, zoals het een brave burger betaamt.

De autodroom zette zich voort in actie. Mijn auto is nu leeg! In afwachting van zijn nieuwe nog onbekende eigenaar heb ik alle bezit, op de ruitensproeivloeistof en zonnewering na, eruit genomen. Alle losse bezit dat niet bij de auto hoort, staat nu te wachten op het te-doen-lijstje om te sorteren. De gevarendriehoek, de brandblusser en de E.H.B.O. tas zitten nog in de auto en naar ik hoop het reservewiel, hoewel ik dat zelf nog nooit gezien heb. Zo, mijn blauwtje is klaar om iemand anders te dienen, netjes en wel. Zoals het een brave burger betaamt.

Dan is het tijd voor wat beweging (dat staat niet op mijn lijstje). Naar buiten, zuurstof, ZUURSTOF scheppen, O², weet u wel? Wélke O²? Die ik uitadem? Maar ik zet mijn mondmasker toch op. Ik stap naar een park hier dichtbij, ga rond de vijver en dan wil ik nog niet terug. Hier is het heel rustig, dan mag de ‘muilkorf’ wel even af. Ik wandel mijn toer groter, via de fiets-o-strade. De meeste mensen die ik tegenkom, hebben het mondmasker op. Bij sommigen hangt het op halfzeven. Enkelen waaronder ik, hebben het netjes in de hand aan de elastiekjes vast en stappen of fietsen voort. Nergens blijven stilstaan om te praten. Terug in de bewoonde, bereden, be-drukte wereld zet ik het weer op. Zoals het hoort voor deze brave burger. Hier is echt veel lawaai. Ik ontvlucht het rumoer via het station. Aan de achterkant is het rustiger.

Een hongertje doet me stoppen bij deze*bakker, die ook belegde broodjes verkoopt. Geen klanten, ik mag binnen. Er is één broodje dat me wel aantrekt en dat bestel ik. Betalen met payconiq aub of cash. Oeps! Ik heb al maanden geen cash meer bij. De app nu downloaden duurt te lang. Mijn bankapp heeft het niet automatisch erbij. U kan ook in het Carrefourtje iets gaan kopen en daar geld vragen. Tja, achteraan was iemand mijn broodje al aan het klaarmaken. Ik durf het niet meer afzeggen, de brave burger. Ik voel me warmrood worden onder mijn masker. Zou het tot rond mijn ogen zichtbaar zijn? Ik voel ook dat er C bij de O² kruipt … oké, dan maar. Een pak déca koffie en een reepje chocolade én vijf euro. Het minimum is tien euro mevrouw. Tien dan maar. Met het pakje koffie en de reep chocolade én de Metro, opgepakt in het station, in mijn hand, wacht ik buiten mijn beurt af bij de bakker. Er staat nu één wachtende voor mij. Gelukkig heeft de bakker me gezien en komt het broodje brengen en het wisselgeld. Alsof hij al wist hoeveel ik bij had …

Lekkere producten, geen verspilling van materialen, behalve dan het zakje waar het inzat.  Dat heeft voor het gemak wel even als bord gediend. Zo loopt mijn afwas niet te snel op en spaar ik vaatwasmiddel uit. Win-win situatie noem ik dat. Brave burger zijn, dient soms wel, ook al komen – naar ik hoorde toch – alleen stoute meisjes overal. De wereld is voor de stoute. Voor de bitch? Wie heeft daar wat aan?

De Brave Burger was voor mij. Dat het voedzaam en hemels lekker was!

Ze hebben ook Dappere Burgers …

Murphy ?

Vandaag zou de grote dag zijn, voor mijn auto. Veertien jaren heeft hij (of is het toch een zij?) me gediend. Sinds het monster (daar is het weer) me thuis heeft doen blijven, reed ik er aanzienlijk veel minder mee. Mij beschuldigen van overbelasting was dan ook zeer bezwaarlijk. Toch speelde hij het klaar om me net iets teveel te kosten. Maar een auto heeft al eens een vervangstuk nodig. En dat kost geld. Al enkele jaren op rij, kostte het me nogal wat om netjes en vlot te blijven rijden én – belangrijk! – door de keuring te raken.

Dit jaar echter vond ik het net iets teveel. Teveel stilstaan, teveel betalen aan onderhoud, aan verzekering, aan taks vooral voor al dat stilstaan.

De garagist belde me vanmiddag om te melden dat de auto klaar was, behalve dat ene stuk dat echt vervangen moet worden. Hij wilde er zo niet mee naar de keuring gaan (iets waarvoor ik graag een wat extra betaal, àls de auto erdoor raakt). Dat begrijp ik in deze c-tijden én met deze warmte.

Wordt dus zeker vervolgd want nu zoek ik een opkoper die er toch nog een 1.000 euro voor over heeft. Tenslotte zitten er onderdelen in die nog vrij nieuw zijn en elk op zich bijna dat bedrag gekost hebben. Zo werd mijn allereerste auto bij elkaar gebricoleerd indertijd.

Afgezien daarvan verliep mijn dag nogal verhit.

Toen ik mijn auto deze ochtend in de garage achterliet voor dat onderhoud en nazicht, nam ik de tram terug.  Ik weet niet hoe De Lijn geregeld is op het controleren of het toelaten van een maximum aantal reizigers, maar ik heb toch wel even mijn adem ingehouden en mijn handen twee keer ontsmet. Over samenscholing gesproken.

Bij het weer ophalen vanmiddag, was er minder volk op de tram, veel minder, helemaal geen. Ik nam eerst de 7 en op mijn overstap wilde ik de 10 nemen. Dat duurde en duurde. Er was daar geen schaduw. Er was wel een scherm. Eerst leek het niet te werken. Lichtinval? Bij nader bestuderen, zag ik dat de 10 niet reed. De volgende ook niet. En die daarna ook niet.

Gelukkig kwam er van de andere kant een tram 7 en reed ik tot halverwege terug. Op halverwege terug nam ik de 2. Wel even wachten en hopen. De 2 waarop ik wachtte, was een beetje in vertraging. De drie volgende 2’s reden niet volgens het scherm. Ik reed mee tot het dichtst bij mijn garage. Vandaar ging ik te voet verder. Dat viel nog mee. Er was aan die kant veel schaduw en er waren weinig voetgangers dus af en toe permitteerde ik het mij om mijn mondmasker af te zetten en even goed in te ademen. Ah, en ook weer uit natuurlijk.

Ik nam mijn auto weer mee. Nog goed in orde, behalve dat dure vervangstuk. Aangezien ik er al langer over denk om mijn auto helemaal weg te doen, hak ik nu de knoop door. De auto mag nog als donor dienen.

De uiterste datum voor keuring is volgende week zaterdag (8 augustus). Spannend…. Vind ik een opkoper of vind ik er geen? En het leven erna? Spannend op een boeiende manier. Misschien koop ik op een keer van dat uitgespaarde geld toch een echte elektrische fiets? En een nieuwe smartphone en …. Op een keer hé, niet alles ineens.

Murphy dag? Ach neen. Transformatie doet ademen, ook met mondmasker.

’t Is toch wel nog altijd een schoontje hé? 😉

Tweeëntwintig zeven.

Vorig jaar schreef ik hier iets over de jaren en dagen tellen, over het lijf dat om ook andere redenen dan ouder worden, opspeelt, over de speciale naamdag van iemand, over wat ik gedaan had die dag en de vele felicitaties. Er is intussen niet veel veranderd.

Verjaren in de zomer. Meestal zijn vele mensen op reis ergens in de wereld. Ik ben het gewoon geworden, verjaren terwijl iedereen weg is. Of verjaren terwijl ik zelf weg ben, op trot, op vakantie, op reis vaak in mijn eentje. Dit jaar is het bubbelsgewijs niet zo aangewezen om een extra bubbel te creëren. Zeker niet met het stijgend aantal besmettingen.

Een feestje achteraf, dat past wel bij mij. Ik ben een achteraffer. Als ik er nu zo op terug kijk, kan ik me niet eens veel verjaardagen herinneren dat ik het echt vierde. Enkele ronde, een halve ronde en waarschijnlijk ook als kind, al heb ik daar niet veel herinneringen aan. Eén tastbare, toen ik negen werd. (zie foto. Die mooie jongen is mijn broerke).

Als kind vond ik het fijn om te verjaren. Er zullen niet zoveel kinderen zijn die er niet naar uitkijken. Cadeautjes, een taartje, kaarsjes uitblazen … allemaal fijn. Wat ik me niet zo goed meer herinner, zijn de verjaardagskaarten. Werd dat vroeger al gedaan?

Was ik zeven of acht geworden? Eén van deze verjaardagen, mocht ik zelf mijn peter opbellen om hem uit te nodigen voor een stukje taart. Ik mocht het echt helemaal zelf doen, in het bureau, vooraan in het huis, waar de telefoon stond met zo’n draaischijf. Daar stond ik te glunderen om hem uit te nodigen en mijn moeder glunderde mee. Heel fier was ik. Mijn peter kwam! Van het feestje zelf herinner ik me niet veel meer.

Aan de andere kant was het wel vervelend voor de school. De meeste kinderen trakteerden hun snoepjes op de dag zelf, hoogstens een dag ervoor of erna wanneer ze in het weekend verjaarden. Ik, daarentegen moest het in juni al doen, einde schooljaar.

Zo herinner ik me nog vaag dat mijn moeder een keer snoepjes voorzien had voor x aantal kinderen. Snoepkous als ik toen was, kon ik niet wachten tot de volgende dag. Zo gebeurde het dat ik al een snoepje op had voor ik ermee naar school ging. Iedereen had een snoepje, zelfs ik zou er nog eentje kunnen hebben. Er was namelijk die dag een kind niet op school. Maar, aldus de leerkracht – eerlijk is eerlijk – zij zou dat wel bewaren voor dat zieke kind wanneer ze weer naar school keerde. Waarom zou zij een snoepje moeten missen? Ze was al ziek. Dus had ik geen! Ik heb nooit geweten wat met dat snoepje gebeurd is noch of de leerkracht mijn smoes geloofde toen ik zei dat we thuis zeker fout geteld hadden.

Als afsluiter kan ik wel een fijne cadeau tonen, toch wel van zeven jaar geleden. Een rond getal, waarbij een M. en haar man die zomer al eens incognito reisden om zover te komen dat de Kretenzers hier hun naam zetten en een figuur inkleurden. Op de dag van mijn feestjes, konden alle genodigden hetzelfde doen en ik had een mooie herinnering, die hier nog steeds ophangt.

Geloof of niet, maar die kwal rechts is Michalis 😉

Pluk de dag en laat de bloem mooi staan in de natuur. Zo heeft elke jarige er wat aan. Lijkt u dat wat?

Is de bitch nog dystopisch?

Buiten ziet het er onschuldig mooi weer uit. Helaas van onschuld is niet veel meer te bespeuren. Het nieuws – te verwachten overigens – van de afgelopen weken, laat zelfs niets te vrezen over, laat staan te wensen.

Het zal wel een kronkeltje zijn, aangewakkerd in de ontdekking van mijn schrijven, dat me volgend dystopisch(echt?) verhaal deed schrijven. Het moest eruit, ik heb het niet echt bedacht. Et voilà:

foto uit istockphoto

“Dat was haasten.

“Inderdaad! Gelukkig zijn wij nog jong.”

Hoe zou het met de ouderen zijn?”

Maar zijn compagnon was alweer weg. Tijd voor hem om ook op te stappen.

Het ging snel. Zij waren snel. In slechts enkele maanden was hun missie nagenoeg bereikt. Opruimen is wat hen dreef. Onderweg kwamen ze oudere soortgenoten tegen. Die gingen er ook aan. Overleving van de sterkste!

Overal waren ze geweest. Nog met vijf, keken ze voor het eerst achter zich. Was iedereen dood? Zijzelf, de virussen COVID22, zeker niet allemaal. Er wáren nog handen. En zeep.

Wie zal winnen?

(de Aarde volgens mij)