Een Griek

Gisteren bijna een week na de tigste baxterronde wordt mijn lichaam weer wakker en besluit te gaan wandelen. Ik ga mee. Verder dan mijn dagelijkse boodschappen met een extra ommetje. De stappenteller wil ook graag bezig blijven. Die keek nogal eens op, mijn snelle teller.

De zon schijnt, het is nog voormiddag, het ochtendverkeer is geluwd en het is maandag. Hoe rustig kan ik het wensen.

Mijn voeten brengen me richting centrum, heel wat stappen, vanwaar ik woon. Onderweg spreekt iemand me aan in gebrekkig Engels. De man lijkt nogal gehaast. ‘Market okay?” en hij wijst richting centrum.

Yes oké.” zeg ik en we wandelen verder, meneer een tredje sneller dan ik. Ik zie hem voor me stappen en hij lijkt me onrustig. Ondertussen bedenk ik dat ‘Market’ vanalles kan betekenen. Is er misschien een markt in een wijk kortbij? Bedoelt hij de Grote Markt? Want dan moet hij nog een heel stuk stappen.
Als hij even stilstaat,  spreek ik hem weer aan:

Sir! Which market do you mean?
The supermarket.
There is a Carrefour nearby.
– No, supermarket Okay.

Dat was een hele euro die valt. Ik ken in die buurt geen Okay. We hebben dan al de Belgiëlei achter ons. Hij probeert nog wat te vertellen.  Tussen het voor mij onverstaanbare Engelse woorden valt me ‘Ellada’ op.
Ah! Etsi (Ah zo!)  Het gesprek zet zich verder in het Grieks, t.t.z. vlot tegen stuntelig. Heb ik daarom zoveel jaren Grieks gevolgd?

Wat ik begrijp is dat zijn zoon hier woont en werkt. Dat hij op bezoek is omdat hij zijn twee kleinkinderen wil zien en dat hij nu in de Okay moet zijn. Hij wordt opgebeld en na het gesprek zegt hij me dat de Okay nog verder naar het centrum is.

We praten nog wat, vooral hij, dat zijn zoon als kok in restaurant Madonna werkt in het grote museum met de skalopátia (trappen) en of ik daar al geweest ben. Ik vermoed het KMSKA dat ik tot mijn spijt nog niet bezocht heb.
Hij is van Mytilini en daar zou ik ook eens heen moeten. En bij Madonna gaan eten. Dat staat genoteerd. Echt! Ik heb het in mijn notities van mijn smartphone bijgezet.

Dan geeft hij me een hand en zegt Chárika (zoiets als fijn u ontmoet te hebben) en ik herhaal want ik vond het ook fijn om zomaar op een maandagochtend in de zeldzame rust een Griek te ontmoeten op de Mechelsesteenweg.

Hij gaat weer verder. Ik ben nog dingen aan het noteren en wandel ook voort. Hij stapt nog voor me – steeds iets verder want hij is behoorlijk snel – tot ik hem plots niet meer zie. Ik kijk al wandelend rond en vierkant, ook om te zien of er een Okay is. Maar die zie ik niet. Dan maar gewoon verder gestapt, naar het centrum. Ergens, onderweg naar een boekhandel zie ik een affiche hangen over een tentoonstelling in het KMSKA, ‘Zingend rood’ (ook met Ensor).

Ik zal snel die skalopatia eens betreden en een gluten-slash-lactose-vrij hapje na een tentoonstellingsbezoek verorberen en vragen naar de Griekse kok.

Ps: aangezien ik toch wat ongerust was over het al dan niet verloren gelopen zijn, heb ik via de FB groep ‘Grieken in Antwerpen’ een bericht gestuurd met de informatie die ik dacht te hebben. Ik heb geen reactie gekregen maar ik veronderstel wel dat hij terecht is. Niemand laat toch zijn eigen pa alleen als die in een vreemd land jou komt bezoeken?

Buikgevoel

“Oppassen met gluten en lactose.” Dat was het verdict na een doktersbezoek. Dat vond ik niet vreemd. Het was me al enkele keren overkomen, uren plat op mijn rug of zo’n beetje op de linkerzijde om minder pijn te voelen.

Lactosevrij valt goed mee. Dat deed ik al nagenoeg volledig voor een hele tijd. Geitenkaas bijvoorbeeld wil wel lukken.
Glutenvrij daarentegen is voor een broodeter en pasta- pizza liefhebber niet vanzelfsprekend. Maar oppassen zoals de dokter aanraadde en volledig bannen zijn twee verschillende dingen.

Op het buikgevoel afgaan is daar de boodschap. Laat nu juist dat zijn wat het minst gebeurt. Niet getreurd, wat je geleerd hebt, kan je ook weer afleren met ruimte om iets nieuw te leren.

Brood om mee te beginnen. Zelf bakken was vrij goed gelukt met glutenvrije broodmix. Alleen ontbrak er toch wat zout aan en de broodsmaak boven en onder de vegankaas* met mosterd en een tomaatje was wat droog. Dat kan anders, wordt waarschijnlijk vervolgd en intussen is er desembrood uit de natuurwinkel.

Overigens heb ik ook zelf humus gemaakt, van spliterwten. Niet slecht, helemaal niet slecht. Het smeert nog wat brokkelig, maar alle begin kent een stijgend succesvol vervolg …

Ik ben vergeten welke kruiden dat zijn, ik denk dille.

De pizza dan. Dat ging vrij vlot. De glutenvrije pizzabodems waren wel wat droog. Olijfolie (Kretenzische, misschien maakt dat wat uit…) versoepelde het deeg wat. Zoals een smeersel op oude gewrichten. Ik belegde de pizza met gerookte Schotse zalm, een havermoutmelksausje en wat plantaardige kaas* erbij.  
Deze pizza lukte, de eerste glutenvrije was geen zicht. Ik at hem wel op, lekker genoeg tussen de droge brokken door…

Wat dan met taart en cake? Hoewel ik eerder iets hartigs dan zoet verkies, kan dat af en toe smaken. Een glutenvrije cake met extra toevoegsels viel heel goed mee om te bakken. T.t.z. deze keer! De eerste keer werd een plakkerig boeltje. Ik ben de quatre-quart gewoon van vroeger thuis. Het is dan ook raadzaam om de richtlijnen op de verpakking van zo’n cakemix eens te lezen.

Zo gedacht zo gedaan. Nu heb ik een smakelijke glutenvrije cake met wortelrasp, appel, citroensap, chocoladedruppeltjes en kardemom. Dat laatste schijnt goed te zijn voor de spijsvertering. Dat scheelt toch wel een rennietje.

Binnenkort ga ik glutenvrije pannenkoeken proberen met daarbij iets hartigs of fruitigs of een mengeling. Ik heb ook nog wraps …

foto helemaal bovenaan: uit een turkooizen tijd. Ik heb intussen ook wat vegan ijs ontdekt. Die maak ik niet zelf 🙂

* zou hier een apart woord voor bestaan? Kaas is sowieso bereid van de melk van een dier. Plantaardige kaas / vegankaas zou een eigen naam mogen hebben.
Misschien iets voor #wouterdeprez ?

Honderd

Vandaag zou ge honderd jaar worden
we zouden u vieren, we zouden u verrassen

Gij zou dan de blije en onverwachte gast spelen
benieuwd wat we al die stiekeme weken
en maanden gefabriceerd hadden

Ge zou genieten van de hele dag of misschien wel hele week
van de journalist die langs komt en dan de obligate vragen stelt
vanzelf geeft ge dan de obligate antwoorden
in een originele woordenwaterval alsof
honderd een diep geheim inhoudt

We zouden u meetronen naar ergens zoals toen
naar Oostende met de trein vanuit Hasselt
en vanuit elk station stapt een ander kind van u op
met eigen gezin en in Oostende zit het rijtuig vol
we moesten er nu wel enkele meer reserveren
En ge zou op het perron al zo fier zijn :

De laatste vier rijtuigen zijn gereserveerd voor mevrouw Cox.”

We bleven een week en logeerden in Blankenberge
zoals een nog veel verder weg toen, in zo’n paviljoentje
we zouden het halve hoofdgebouw moeten inpalmen
de paviljoentjes zijn nu grotendeels weg, vandaar

Ge zou daar zitten, achter het windscherm en uw hele kroost rond u
en aan hún kroosten verhalen vertellen en ge zou zoveel lachen
En iedereen wilde met u op de foto; verhalen vasthouden
Gij zou alle verhalen van de laatste twintig jaar nog kennen
had ge uw dagboek weg gedaan voordat … ?

We zouden een avond vol steken met show en entertainment
het wemelde van de one-man-slash-woman optredens
en zelf in elkaar gestoken bandjes met hippe liedjes
en we zouden de Bourgondiër zo veel eer aandoen!

Ge zou zoveel gelachen hebben en wij deden vanzelf mee!
Vandaag wordt ge honderd, waar ook. Wat een dag!

April – en fictieve gemeente met filialen

Alsof mijn leven spannend is
alsof er dagelijks avonturen zijn
alsof die dan onwaarschijnlijk zijn
Zo verliep ook april
Waarin gevraagd werd ‘alles goed?’
waarin geantwoord werd ‘ah nee, toch?’
waarin verbaasd weerwoord kwam ‘hoezo?’
waarin ik zei ‘wat zou ik hiér dan doen om de zes weken?’

Pasen is voorbij en het is nog even wachten op de vijgen
dat lijkt dan weer op komkommertijd

De grillen en resten van maartse buien 
katapulteren deze, andere en mezelf
van hot naar heir en kris kras weer terug

– het verhaal van de alsof-gemeente –

Ik was in een alsof gemeente met huizen en studio’s 
- zoals dwalen door Mini Europa - slenterde ik
door keukens die de grootte hadden van
minstens de helft van de oppervlakte van
daar waar ik mijn adres heb en dus woon
door kleine ruimtes waar alles in paste en
waar de dingen gelukkig waren ik vermoed door
het terrasje het straalde alsof zomerse warmte uit

Weer hier verstopte ik mijn winterkleren in
mijn nieuwe kledingopberger en wokte ik ’s avonds
restjesgroenten in mijn nieuwe wok, gekocht in die ene
gemeente waar ze binnenkanten van woonsten verkopen
Heel wat anders dan de woonst van vader waar
verwarring in de geest heerst en de blinde vlek
steeds groter wordt en opgeven zijn woordenboek 
nog niet bereikt heeft     zorgen voor krijgt nu 
een andere dimensie   een zesdimensionale! 

Tussen de beruchte haakjes: ik las ook ‘De zaak Templeton, Javier Castillo (foto uit boek), bakte onbedoeld ongezouten brood (foto bovenaan), probeer ook het Schots-Gaelic een beetje uit.

Onderweg naar 1 mei waar het publiek jonger is
en de wind (ja, ik houd ervan!) mijn neus achterna zit !

Spannend spannend spannend

Ik heb het bijna gedaan, twee teksten bijna klaar voor twee verschillende wedstrijden. 
De vraag is niet óf ik mijn woorden zal insturen. Er is overigens helemaal geen vraag hieromtrent.
Enkel een twijfelaar 
– die ben ik –
over het nu insturen of
nog wachten tot de bijna einddatum
ook wel eens deadline genoemd maar dat
vind ik nu eens een morbide woord: dode lijn, allez
vind het maar eens uit! Het lijkt op een Antwerpse
tramlijn of een Gentse of Brusselse maar ik woon hier
vandaar!

Welke wedstrijden ?

Een korverhaal met einddatum op 30 april eerstkomend, maximum een aantal woorden.
Een gedicht met einddatum op 10 mei daarna komend, maximum ook een aantal woorden, de helft meer dan dat kortverhaal.
Op Azertyfactor vindt u meer hierover. En over andere wedstrijden. Nu nog de woorden op de goede plaats zetten.

AMK

foto boven: door deze bril zal ik binnenkort kijken (website Pearle)

Gewoon over maart

Alsof mijn leven spannend is
alsof er dagelijks avonturen zijn
alsof die dan onwaarschijnlijk zijn

Schrijf ik zo af en toe een berichtje
in mijn blog en dan toon ik hoe het was
die maand, de bezoekjes, de tripjes naar

Daar waar ik was en keek naar al
dat moois, mee stapte in een uurtje
van iemand anders die gelauwerd werd

Of over een boek dat ik las
als mijn ‘recensie’ maar klinkt
denk ik erbij want ik denk te veel

Of een andere haarkleur probeer
die uitgroei is nu rood niet meer grijs
dan toch nog eens iets anders wagen of ?

Iets klein waar ik getuige van was en
me pas dagen later weer te binnen valt
dat grappig spraakwatervalletje in de tram

Zal ik vertellen over de scan? De
tigste inmiddels en over die andere,
en hoe het wachten spannender is dan

Schrijven over gebeurtenissen die
plaatsvinden tussen de uren van het
chronische ziek en mentaal moe zijn door

Toch veel fijner
zo niet amusanter
hoe zo’n baby je kan
inpakken en dan samen
met grotere kinderen jou
ontroeren en doen beseffen
dat het altijd maar dan ook
altijd en overal en steeds gewoon

NU! is.

Ik schrijf en deel mee
uitleggen doe ik niet
Dit was gewoon Maart

AMK

Boekenchallenge – Wij, twee jongens van Aline Sax

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er vier gelezen, aan het vijfde bezig. 

Dit boek van Aline Sax is het eerste van twee jeugdboeken (15+ volgens de bibliotheek). Dit eerste gaat over landverhuizers in de beginjaren van de twintigste eeuw. Hett verhaal begint met het vertrek van een  West-Vlaams gezin naar Amerika, toen nog het land waar alles kon en mogelijk was. Eén jongen uit het gezin komt echt aan in New-York, maar of hij de droom kan waarmaken is een andere kwestie. En wat met zijn familie die weer/nog in België zit?

Hij verzeilt in allerlei situaties die op nachtmerries lijken. Is Amerika toch niet dat wat voorgespiegeld werd?
Aline legt enkele thema’s bloot. Alsof je in een schilderij stapt dat telkens verandert, bladzijde na bladzijde tegen de achtergrond van New York in het begin van de twintigste eeuw. Hoe dromen overleven wordt, veel schouderophalen en één uitreikende helpende hand, ontdekking van geaardheid en het moeten verborgen houden, de bandeloosheid tegenover de preutsheid, vriendschappen die ontstaan, verraad, liefde/haat tegenover de stad …

Beeldige zinnen.

Het boek is heel beeldend geschreven, alsof Aline erbij was om ter plaatse verslag uit te brengen. Vijftien-plus is niet overdreven. Het voordeel van zo’n jeugdboek lezen, is net die aanschouwelijkheid, die nooit kinderachtig wordt.

De inhoud van het boek zelf kan u op Hebban vinden én wat anderen er daar over schreven:

wij-twee-jongens  

AMK

foto’s: bovenaan, uit Hebban. In het midden: uit het boek. Ik vond dat zo’n mooie zin!

Taaldingetjes 4

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Sanseveria (op 2 maart, Ewoud Sanders)
De beroemde/beruchte plant die ook vrouwentongen wordt genoemd, dankt haar naam aan de Napolitaanse prins Raimund de Sangro, vorst van Sanseviero (1710-1778).  Veelzijdig getalenteerd in allerlei uitvindingen en literaire werken.
Een leerling van ene Carl Linnaeus, geestelijk vader van de systematische indeling van planten en dieren, noemde deze plant naar de Napolitaanse prins.
Vrouwentongen genoemd naar hun vorm blijkbaar en in het Engels niet zo fraai klinkend mother-in-law’s tongues … Dan vind ik de Nederlandse benaming fraaier.

Er is een uitdrukking die het woord hanteert. Achter de sanseveria’s zitten: Ouderwetse manier van leven, beetje teruggetrokken, stil leven … maar euhm
Is het dáár dat ‘vrouwentongen’ de sterkste en strafste werken schrijven, schilderen, beeldhouwen, zorgen, regelen, …?

Loopt deze zin wel helemaal goed? (4 maart, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)
Het gaat over volgende zin: “Noem een liedje of film die je aan je jeugd doet denken.”
Zou het anders een kalenderblaadje worden? Het is een van mijn stokpaardjes. Die of dat?
In deze zin zitten twee verschillende woordgeslachten (denk aan het-woorden en de-woorden). Naar een het-woord verwijzen, zoals ‘het liedje’, gebeurt met dat; het liedje dat je aan je jeugd doet denken. Om naar een de-woord te verwijzen, gebruik je die; de film die je aan je jeugd doet denken.
Het gaat dan over zelfstandige naamwoorden. Ik ken ook een extra trucje. Lidwoorden de en het het ‘gewone’ enkelvoud staan zo vast. Een verkleinwoord (zoals tafeltje, appeltje, etc …) hebben altijd een het-woord. Een meervoudsvorm heeft altijd een de-woord (zoals de sanseveria’s, de huizen, hoewel het enkelvoud het huis is). Meervoud is sterker dan verkleinwoord: De tafeltjes – het tafeltje.
Ik vermoed dat het in de loop der jaren wel (weer eens) aangepast zal worden. Taal evolueert nu eenmaal.

Antwoord: Natuurlijk niet …

Taalkronkels (6 maart, redactie Onze Taal)
Deze heb ik in vorige taaldingetjes nog niet getoond. Ze zijn best wel grappig. Het is een verzameling van taalfouten uit allerlei media waarbij dan andere interpretaties aan de boodschap gegeven kunnen worden. Lees en lach 😊

Boekenchallenge 1 – Negentien Negentien, Aline Sax

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, ik wil wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er drie gelezen.

Over Hera (Jennifer Saint) schreef ik al. Het tweede boek dat ik las, was ‘Wraak’ van Jonas Boets. Ik lees de Aspe-reeks van Boets graag omdat ik vroeger al van bij het eerste boek van wijlen Pieter Aspe fan was. Geen hoogstaande literatuur, wel misdaad mét humor. Wie graag weet waarover het gaat, zie HIER.

Het laatste boek tot nog toe gelezen door mij is Negentien Negentien van Aline Sax. Ik las al eerdere boeken van haar, zoals ‘Uit het niets’, ‘Wat ons nog rest’ en ‘Mist over het strand’. Allemaal beklijvende boeken. Dit boek echter blijft lang aan je kleven. Doorheen de regen en de modder, de angst en de woede, het verdriet en de radeloosheid – wat nu te doen na de oorlog die mijn kameraden niet overleefden – is het bijna alsof je er met je neus op zit en niks kan doen. Zoveel generaties is het overigens niet geleden, dat lijden.

De inhoud van het boek zelf kan u ook op Hebban vinden én wat anderen en ik erover schreven: Beleving*van*oorlog  

Foto: uit dit boek

AMK

Taaldingetje 3

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Oude koeien uit de sloot halen. Begin je daar nu wéér over? Iets oprakelen wat vroeger is gebeurd, iets vervelends. Het wekt meestal ergernis op.
Het komt van het opvissen van oude kadavers van verdronken dieren; onaangenaam, vervelend dus.  (12 februari, Roos de Bruyn)

Carnaval.
Er is verschil in beklemtoning van de eerste of laatste lettergreep. Het blaadje van Onze Taal kalender van 18 februari meldt dat cárnaval standaard is. Doch wordt carnavál het meest gebruikt in gebieden waar het feest een vastere traditie is, zoals het zuiden van Nederland en België. Beide uitspraken zijn correct. Hier hoeft de kerk niet in het midden gehouden. (18 februari, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)

De letter /r/.
Die vind ik interessant. De klank waarvoor deze letter staat, komt in het Nederlands in één op de zestien letters voor in ons taalgebruik. Dat is dan wel een belangrijke klank. Wel een van de moeilijkste klanken om uit de mond te krijgen. Het is een van de laatste klanken die bij de taalontwikkeling van een kind correct gevormd wordt. Ik zou zeggen, geen paniek zeker als er verder geen spraakproblemen zijn.
Of je nu met de /tongpunt-r/ spreekt of met de /huig-r/, de mond en keel moeten allerlei capriolen maken om die klank er goed uit te krijgen. Het feit dat er nogal wat verschillende manieren zijn om deze klank te vormen, zal het er niet makkelijker op maken. Deze lijkt mij ook heel streekgebonden. (15 februari, Diedrik van der Wal)

Eigen bedenking
Wat ik me nog herinner van mijn opleiding logopedie is dat vroeger de /r/ soms verschillend werd uitgesproken naar gelang de sociale klasse. Een arbeider, of landbouwer, leerkrachten zouden eerder de tongpunt-r gebruiken. Een zogenaamd rijkere hogere klasse vaker de huig-r, wat niet zo verwonderlijk is aangezien die klasse ook vaker Frans sprak. De huig-r wordt ook vaak aangeduid met de Franse /r/.
Hoe dan ook, deze klank is ook heel bepalend voor de gehele spraak. Rolt hij niet genoeg (vaak bij de huig-r) trekt het de uitspraak te ver in de mond, waardoor je schraperig lijkt te spreken. Omgekeerd, als de klank te hard rolt (welke /r/ dan ook), lijkt het op een nat slijmerig goedje rondom je woorden. Verder waag ik me niet aan de uitleg van deze boeiende klank.
Bibberen zonder /r/, hoe doe je dat dan?

Nachtmerrie.
Niet het vrouwelijk paard dat je in de nacht met akelige dromen wakker maakt.
Merrie is een verbastering van mare. In het middeleeuws Nederlands ‘spook’. Een nachtmare was een spookverschijning die je in je slaap de adem benam, letterlijk.
Het woord mare raakte in onbruik en werd in de loop der jaren merrie.
Volksethymologie is dit. (19 februari, Laura van Eerten)
Bron foto (bovenaan): Facebook – Humor hok

Apen.
Waarom kunnen apen niet praten? Omdat hun strottenhoofd en de stembanden niet geschikt zijn voor spraak. Ze kunnen wel gebaren aanleren.
Zo werden de chimpansee Washoe en de gorilla Koko getraind om gebaren te leren. De eerste kende er 350 en de gorilla wel zo’n duizend gebaren die hij ook nog eens in korte zinnen kon combineren.
Dan was er ook de bonobo Kanzi die ontdekte wat de betekenis was van symbolen (lexigrammen) die wetenschappers aan zijn moeder probeerden aan te leren én hij kon ze gebruiken in combinaties om nieuwe woorden te maken, via een toetsenbord. (26 februari, Raymond Noë)


Bij meneerke Google vindt u vast nog allerlei dingen hierover of andere taaldingetjes.

Iedereen die dit uitgelezen heeft: proficiat! Dat verdient een lekkernijtje bij de koffie of de thee.

AMK