Week van de poëzie – 3

Een gouwe ouwe heb ik opgevist. Het was vandaag een zeer boeiende studiedag van Melanoompunt. Dat was heel gevarieerd en er zal in ons boekje zeker nog iets over geschreven worden. Ik ben er (nog) stil(ler) van geworden, van zoveel inzet.

Als tegenhanger voor de leerrijke dag, zocht ik net naar plezanterietjes uit mijn jeugd, waarvan ik er graag eentje met u deel. Mijn moeder vertelde al eens graag over vroeger en hoe gezelliger de sfeer werd, hoe meer ze vertelde. Mijn vader hield van zijn wittekes (jenevertjes van het welbekende Hasselts merk).

’t Is goed in het eigen glas te kijken

’t Is goed in het eigen glas te kijken
nog even voor het slapen gaan
of ik van ’t randje tot de bodem
geen druppeltje heb overgeslaan

’t Is goed in pa zijn glas te kijken
nog even voor hij slapen gaat
of z’n witteke nog wit is
of inmiddels al soldaat

of we het vocht hoorden vloeien
gloek gloek gloek van fles naar glas
gloek gloek gloek van glas naar mond
een druppeltje is zo gezond

’t Is goed in ma haar glas te kijken
nog even voor zij slapen gaat
van wel brouwseltje zij dronk
en hoe haar dat dan staat

of haar glaasje toch gevuld blijft
met witte wijn of fruitcocktail
de geschiedenis rolt dan uit haar mond
over vroeger weten wij nooit teveel

’t Is goed om in ons glas te kijken
nog even voor wij slapen gaan
of het nu wijn is, bier of water
zolang dat brouwseltje maar smaakt

AMK – ergens in de jaren stillekes, volgens mij was ik nog scholier in het middelbaar of hoogstens student. Ik heb dit waarschijnlijk als ‘Kerstvrouw’ voorgedragen bij het delen van de cadeautjes.

ik kan me mijn ouders zoals op deze foto niet herinneren; toch wel fier dat dit mooie koppel van weleer mijn ouders zijn

Week van de poëzie – 2

De dagen zijn zo

Om zo te leven
natuurlijke winterdagen
vadsig lui nog even
vóór ze vervagen

de lente komt wel, dat is dán

Nu het donker nog even kan

lezen op die luie winterdag
schots en scheef verdwenen
de achttiende eeuw wil mij even lenen
of die pen van mij gaat zelf aan de slag

ja!
de seizoenen zoals het hoort
in deze maanden
Nu me steeds meer bekoort

AMK – 28 januari 2022

Mijn Nu momenten tegenwoordig

Bedankt voor het lezen! Kijk even Nu zonder meer. (hier is mijn scherm aan een poetsbeurt toe 😉 )

Week van de poëzie

Morgen is het gedichtendag en begint de week van de poëzie. Daarom grasduin ik tussen nu en dan in mijn schrijverijen en doe ik een poging om er enkele te delen.

Het gedicht dat ik vandaag deel, schreef ik in januari 2019, een (flauwe) poging om mantinades in het Nederlands te schrijven. Ik heb overigens wat gezocht. Volgens mij heb ik het nog nergens ‘openbaar’ gezet… 😉

Welk verhaal

Welk lied wordt nog geschreven
Welke woorden zijn nog kuis
Om te zingen over zwerven
In het land – m’n andere thuis

Welk woord kan ik nog schrijven
Zoekende naar een verhaal
Dat van jou, van haar, van hem
In onze bundel allemaal

Welke zwerftocht zoekt mij nog
Door mezelf en door mijn ziel
Dichterbij dat klein verhaal
Mij verlatend toen ik viel

Welke rust zal ik nog loven
Met blije ziel en slim verstand
Beiden wetende zo goed
Het hart tracht eeuwig naar dat land

AMK januari 2019

Hoogte-, laagte- en andere punten – 2 (dagboekstijl)

Schrijven gaat me beter af dan praten, al zal hier of daar iemand mij eens graag horen zwijgen…
Had ik u overigens al verteld dat ik niet kan tekenen, doch wel graag kribbel in krullen?

Ik kreeg een mail dat het woonzorgcentrum nog steeds gesloten blijft voor bezoek. Er zijn te veel besmettingen en het breidt zich snel uit. Ik heb mijn vader nu al twee weken niet meer gezien. Gelukkig wel gehoord. En wanneer ik bel, klinkt hij toch nog (genoeg) opgewekt. Wel jammer dat we het cryptogram niet meer samen kunnen invullen.
De besmettingen razen overal rond, zo hoorde ik van een M. Zij en haar gezin zijn er ook aan voor de moeite. Gelukkig alleen “maar’ verkoudheidssymptomen, voor zover ik hoorde.
Een nichtje van mij en haar gezin mochten er ook aan geloven. Het komt wel heel dichtbij al zal ik niet panikeren zolang mijn ‘gewone’ symptomen niet veranderen.

Ik denk dat ze nu jubelt.

Vorige dinsdag startte er een project van Samana. Het is een creatief project dat valt onder de noemer (of is het teller?) Creativitijd. We zijn met vijftien mensen die meedoen aan het schrijven van blogberichten en dat over een tijdsspanne van een jaar. Aangezien de blog zelf nog in de testfase zit, kan ik nog geen link doorgeven naar de schrijfcreaties. Wel kijk ik enorm uit naar de online samenkomsten, de opdrachten, de resultaten, in deze zijweg naar Ithaka.

Afgelopen week kreeg ik een mooi pakketje van Fedasil in mijn brievenbus. Ook al ben ik een tijdje niet meer actief als vrijwilliger daar. Dat was wel een fijne verrassing!
Ik hoop niet (meer) om daar nog superactief te zijn. Toch heb ik er wel nog voeling mee. Wie weet in tijden van langer licht; een ontmoeting, een taalbuddy… Hier laat ik het lijf eerst spreken.

Vrijdagochtend was er een online praatcafé van lotgenoten van Melanoompunt. We waren met vijf. Ik vond het een heel tof idee en ik hoop dat we dat vaker kunnen doen. Niet iedereen moet elke keer meedoen, als er elke keer enkelen zijn die eens willen bijpraten, zou dat heel fijn zijn. Onze moderator heeft dat prima gedaan. Een mens hoort zo al eens verhalen die hij anders niet eens zou vermoeden. En toch blijft iedereen optimistisch en positief zonder de schaduwkant te ontkennen.

Lezen wordt stilaan terug een dagelijks terugkerende activiteit en daar ben ik blij mee. Ik zeg bij elk boek dat ik start: “Er zijn nog tig wachten voor jou, maar jij mag eerst.” Leve de bibliotheek want anders zou mijn portemonnee een stille plotse dood sterven.

Nogal uiteenlopend dus boeiend…

Schrijven is nog steeds blijven. Ook met pennenvrienden. Heel verrassend was een e-mail van een Schotse pennenvriend. Maandenlang geen antwoord krijgen, tussen ongerust zijn en de gedachte dat er geen interesse meer was.   Ik ben dus heel blij met zijn brief.
Verder heb ik nog twee pennenvriendinnen in Schotland en eentje in Finland. Dat is voorlopig voldoende. Ik schrijf ook nog met een medestudente van vroeger, toen we nog op kot zaten en nog enkele Dalarasfans… kribbel krabbel knuisje, klavier of pen in het vuistje 😉

Dat ik geen echte babbelaar ben, hadden anderen eens ervaren in Athene. Ik was daar voor een concert en een ontmoeting met andere fans van Georges Dalaras. Op het forum was ik nogal actief, maar eens in de groep rond de tafel was ik véél stiller. Dat vonden de anderen wel raar. Ik niet, alleen wat vervelend op dat moment. Ik had op het forum al wel geschreven dat ik een stille ben 😉.

Er is nog dat verhaal van de feta Tzouganaki…. Zal ik me daar eens over buigen voor een volgende keer?

Misschien vindt u dit meesterlijk-en-machtig ? (gewoon klikken op de link 😉)

Bedankt voor het lezen. Fijne week gewenst en als het waar is wat ze zeggen mogen we nog een hele week ‘Gelukkig Nieuwjaar’ wensen.

Hypochonder

Het mag al eens Taboedoorbrekend zijn 😉

Er is dan wel de melanoom
stabiel tot nu, dat is heel gewoon
verder is het wel oké
dat valt dan weer mee

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Op dat akkefietje na toen, die pijn
even niet meer in evenwicht zijn
dat adertje in mijn kop
sprong zomaar kapot

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Alleen ben ik echt al tweemaal
onder ’t grote mes gegaan
die kleintjes doen niet mee
plaatselijk doof was het idee

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Wat met mijn hoogsensitieve kant
dat is soms wel iets te plezant
zo zegt mij mijn migraine
wat is dat toch een chagrijn

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

Als ik het zo bezie, is dat litteken op mijn knie
of dat jeukje op mijn vel, waarover ik nooit vertel
of de droge huid die krasjes laat en het niezen mij zelden verlaat
of de kromtrekkende rug, de energie van olifant tot mug

helemaal niet zo bijzonder, al dat gedonder
want …

Wat een wonder, wat een wonder
voor de rest ben ik alleen maar hypochonder

AMK – 22-01-2022

’t Is me allemaal wat… 🙂

De eerste niet-dag

Een gewone niet-dag
Hoestend, proestend, happend
adem hoog, mond droog
groot lawaai, amaai amaai


Verfomfaaid en verfrommeld
strompel ik uit bed, met
bonkend hoofd, ronkende luchtpijp
sleep ik mezelf naar overal en nergens
zit ik neer, zomaar ergens


Monstertjes in mijn hoofd en hoest
de vriendjes van hét monster
intussen denk ik helemaal ontsierd
toch iemand die nog feest viert!

Blue Monday?

We ontsnappen er niet aan. Blauwe maandag, mooi vertaald
alsof je goed voelen dan niet mag
zonder keuze verdwaald

Snel, koop die trui, profiteer en spaar veel uit
gom weg die droeve bui
van drankjes, kleren, medicatie, wat een grote buit

Alsof het allemaal niet genoeg is, ga er toch even vandoor
reis snel weg van drukte, neem een wellness
zoek een verzadigend spoor

Koop nog een extra hoesje en een nieuwe telefoon
het mag nu zonder smoesje
uitsparen is heel gewoon

Voel je lekker slecht en dip, voel je lekker ‘blue’
zo ben je echt wel hip
je rekening rood? Houd dat maar taboe

Blue Monday, de zon schijnt en ik ben blij
met dat Engels want Blauw verfoeien, is niks voor mij

AMK
17 januari 2022

Hoogte-, laagte- en andere punten – 1

Als ik echt meer wil schrijven – mijn enige voornemen dit jaar – zal ik het ook moeten doen. Ook al moet ik uiteindelijk ‘just niks’, ik doe het toch!
Waar zou ik beter kunnen oefenen dan hier, in mijn blog?

Deze eerste week en wat meer, verliepen vrij rustig. Ik had de laatste dag van vorig jaar mijn laatste therapieshot van  2021. Daar ben ik steeds de eerste week/weken energiearm. Ik pas mijn activiteiten dan ook aan.

Een plagerige uitschieter was op de dag van Drie Koningen. Onderweg naar het ziekenhuis (ik volg nog rugschool) spookte dat deur-aan-deur-liedje al door mijn hoofd samen met een herinnering aan iets uit mijn kindertijd….

Ik was zeven of zo en ik mocht met het buurmeisje mee gaan zingen. Van deur tot deur, van huis tot huis trakteerden we de mensen op onze pure kinderstemmen en verzamelden zo heel wat centen en zelfs franken. Tot we bij het grote kruispunt kwamen; “aan de Voorstraat moet je terugkeren!” Het ging net zo goed. Zo lang waren we trouwens nog niet onderweg. Dus staken we dat kruispunt over en zongen verder voor de mensen in de huizen aan de overkant.
De buit was zwaar, de winst was veel, de zak zat vol. We waren rijk! Eerlijk verdeelden we alles en keerden huiswaarts. Nog vrolijk van het zingen toonde ik mijn buit, in mijn kinderherinnering uitpuilende zak van klinkende centjes en franken.
Helaas duurde de pret niet zo lang meer, mijn ouders – die hun best deden om opvoedkundig tevoorschijn te komen – verhieven zelf hun stem met de vraag waar ik toch zo lang gebleven was en dacht ik er dan niet aan dat zij doodongerust zouden zijn? En voilà, mijn hees gezongen centjes moest ik afgeven….

Veel meer herinner ik me niet hiervan. Wat was er uiteindelijk met die zak gebeurd? Misschien wel op mijn spaarboekje gezet. Ik kan me ook geen ‘straf’ herinneren, alleen dat ik dat, als zevenjarige  vreselijk oneerlijk vond. Nu begrijp ik natuurlijk wel die reactie en ik geloof dat ze stiekem een beetje plezier hadden dat ik dat gedaan had (ik ben nooit zo’n durfal geweest).

Op de dag van Drie Koningen alzo, onderweg naar dat ziekenhuis, maakte ik iets anders van dat liedje dat door mijn hoofd spookte en tikte het nog in mijn slimme foon, net voor ik lanterfantend binnenstapte:

“Drie Kóóóninge, Drie Kóóóninge
Geeft mij nen nieuwen hoed!”
(maat 63)
“Mijnen ouwe is versleeete
Mijn moeder wil ’t nie meer weeete
Mijn vader heeft van ’t geld
Op de rooooster verteld…”
(meer weet ik er ook niet van)

Neemt u even koffiepauze.

Een ander punt, hoogtepunt mag ik wel zeggen, was het samenkomen van de Belgische delegatie van de M’s. We waren met drie. M en M waren uit Limburg naar mij gekomen. Ik vertelde al van die energieloze dagen na zo’n therapieshot en daar waren zij ingesprongen. Ze hadden zelf het eten meegenomen. Heel veel eten mag ik wel zeggen! Dat was vorige vrijdag, Het enige dat ik gedaan had was kourabièdes gebakken, met iétsje te veel raki en een … Driekoningentaart.

Zelf gebakken.

Wie de cent had, mocht het grootste presentje openmaken. Omdat ik al lang niet meer in Griekenland geweest ben, vind ik het steeds moeilijker om iets te vinden à la minute om als presentje te geven. Ik weet niet hoe en waarom maar bij de M’s is er een gewoonte ingekropen om elkaar iets te geven wanneer we elkaar zien. Het houdt me wel alert. Doorheen de maanden voordien koop of verzamel ik dingen waarvan ik denk dat ze wel bij haar of haar passen én bij de gelegenheid. Ik houd bijvoorbeeld wel van de Oxfam winkels. Ik vind er wel originele dingen die toch nog binnen mijn budget blijven. Of ik kom elders iets anders tegen, wanneer ik – eindelijk – nog eens de stad inga en dáár wat lanterfant.
Zij hadden wel een heel mooi presentje bij, originele lekkere en mooi makende Kretenzische dingen en een lekker geurtje voor in de kamer.

Deze kourabièdes kreeg ik.

Het mooiste cadeau is natuurlijk dat we elkaar weerzien. Hoe we het draaien of keren, we vervelen ons nooit. Bijpraten is een intensieve en tegelijkertijd ontspannende sport geworden. Bij de koffie met toen-nog-niet-gevonden-cent-Driekoningentaart of even naar buiten de benen strekken, ook bij de maaltijd warm krijgen en intussen al een ‘Χωριάτικη*’ eten met φέτα Τσουγανάκη** (heb ik dat verhaal al eens verteld hoe ik aan die naam kwam?) tot lang voorbij de overheerlijke veggie moussaka en gevulde paprika met als metgezel de retsina en achteraf nog een koffie.
Herinneringen ophalen, verhalen vertellen van onze afgelopen maanden, inspiratie opdoen, blij zijn dat het anderen goed gaat, serieuzere gesprekken; we zijn hét nog niet kwijt.

We kijken uit naar de samenkomst met ons alle vijf! Graag voor onze benjamina weer voor even naar onze andere thuis verhuist…

* Boerensalada (Griekse salade)
** Feta Tzouganaki… dat verhaal vertel ik nog wel eens. Het is in feite feta saganaki.

Een pennenvrucht op Azertyfactor als dessert: https://azertyfactor.be/tekst-lezen/ik-zag-goede-voornemens-passeren

Het nieuwe jaar is gestart.

In tegenstelling (soms) bestaan

Vijf minuten léven

                                            Vijf dagen beven

Tien dagen lachen

                                            Tien weken in twijfel zigzaggen

Vijftien weken gewoon blij zijn

                                            Vijftien maanden (te) voorzichtig klein

Twintig maanden avonturend reizen

                                           Twintig jaren enkel de berusting prijzen

Vijf minuten of tig jaren van bewonder

Zoals dat heet, in goede dagen of soms er zonder

(schizofrene dag vandaag 😉)

posters verdonkermanen is plezant 🙂

Afwas van vorig jaar

Nu is die Eindelijk weg en klaar
op deze eerste dag van januaar

Gisteren was het zo en anders niet
de afwas bleef plagen, die smoes
het hele jaar of wat anders iet

Spoel weg! Aangekoekte vuiligheid
hier, nog een scheut schuimende properheid

Misschien is gewoon uit-het-vuistje
wel verrassender
de eenvoud van knibbel knabbel knuisje

Nog een sprookje en op die stoel stil
dat knagend zwarte spookje

Even op vakantie en jij – spookje – blijft hiér (on)tevree!
Ík ga nu alleen, jou neem ik niet mee

Het is zoals ik het benoem
Eindelijk, ook al was vorige jaar zonder veel roem

In die Tweeëntwintig, jaja, dáár zal het gebeuren
en (of) graag in alle kleuren

Weggespoeld met rioolwater, die vorig-jaarse afwas
er weerkaatst lichter licht in een nieuwe heldere plas!

Wat ziet u in de heldere plas?

Foto: after therapy time.