Le Bateau en het Middeleeuws (*) Stenen Manhattan van Gent

Le Bateau is een plaats in Gent. Het ligt op de Schelde (echt waar) aan het Zuid.  

Daar was de start voor een ontmoetingsdag na zoveel maanden onthouding van fysieke babbels en bubbels. Een ontmoetingsdag in stijl én met een mengeling van beweging en cultuur. Met grote dank aan de organisatoren van dit mooie evenement. Deze dag kwam tot stand door de patiëntenvereniging Melanoompunt.

Voor mij begon het al heel tof, aan het station van Berchem. Ik mocht meerijden met andere bewoners van Antwerpen die ook naar Gent gingen, alsook een vierde passagier. Aangezien we in hetzelfde schuitje zitten, kwam het gesprek snel op gang.

Aan de boot ‘Le Bateau’ was het heel gezellig. Ook al waren we iets te vroeg, we waren niet de eerste gasten. Het ontvangstcomité stond al te stralen om ons te ontvangen en een boekje te geven over de aankomende wandelzoektocht.

Gelukkig scheen de zon niet (te straf). Voor melanoompatiënten is het echt nog wat meer opletten. Het regende ook niet, het was niet te koud. Hoe ideaal kan het leven zijn op een dag in juni om deze tocht te ondernemen? Desalniettemin stonden er tubes en flesjes zonnebrandlotion klaar, factor 50+ vanzelfsprekend. Van dorst zouden we onderweg niet afhaken, dankzij de voorziene flesjes water. Er lagen ook mondmaskers van Stichting tegen Kanker. Gelukkig herkenden we elkaar nog allemaal ondanks de mondmaskers. Zo niet? Even afzetten en je gezicht laten zien. Het was tenslotte toch al een jaar of wat geleden dat we elkaar nog echt zagen.

Het was een hartelijk weerzien met zoveel mensen. Overdonderend bijna. Ik zat erbij, keek ernaar en genoot ervan bij een tasje koffie.

Dan de zoektocht. We stonden ervoor en gingen erdoor. Het was een fijne uitdaging. ‘Mijn’ oude studentenstad, bijna onherkenbaar geworden, al was dat misschien omdat de zoektocht veel concentratie vroeg én het al enkele tientallen jaren geleden is dat ik er studeerde. De Korenmarkt herkende ik nog goed.

Ik hoefde niet te winnen, maar twee mensen hebben die hele tocht in elkaar gezet, vanalles uitgezocht en dan opgesteld, nagekeken of alles klopt. Dan doe ik graag de moeite om er uit te halen wat ik kan. Zo ook met andere deelnemers. Iedereen deed wat hij/zij in zijn/haar mars had. De samenwerking was fenomenaal. Maar goed want sommige verborgen antwoorden deden denken aan een soort kruiswoordraadsel, al dan niet licht van gewicht (*)

Het boekje zelf mag vanzelfsprekend niet aan derden worden verdeeld, maar ik kan u wel vertellen dat Gent zeer de moeite is om te bezoeken, om erin onder te duiken, om rustige plekjes te vinden – zelfs in het midden van de stad – alsook fijne drukkere plaatsen zoals de Graslei bijvoorbeeld. We werden ook langs onbekende plekken geloodst, langs kleurrijke plekken en ogenschijnlijk verborgen plekken.

In het Novotel, waar er al eerder andere bijeenkomsten van Melanoompunt georganiseerd werden, konden we even uitblazen en iets consumeren. Ik genoot van een verfrissende verse muntthee.

De eindmeet met schiftingsvraag was welkom. Weer aan boord van Le Bateau konden we allemaal genieten van een heerlijk stuk taart, of twee of zelfs drie. Er was variatie genoeg. En dan kwam de ontknoping. De correcte antwoorden werden gelezen, gevolgd door een mooie attentie voor de vier eersten. Maak het mee, ik was de vierde. Ik heb een fijn pakje gekregen met douchegel en huisspray.

Daarna vertrok iedereen stilaan weer, ook de delegatie van Antwerpen. We wonen daar maar in feite zijn we Limburgers en West-Vlaming. Ook op de terugrit was er veel te vertellen, niet enkel meer over dat ene. Ook over andere dingen in ons leven. Al zal het onderhuids toch vaak meetrillen.

Het is onze realiteit en die realiteit heeft ons in contact gebracht met elkaar. Utopia is enkel een fictieve ideale wereld… (*) Elke realiteit verdient om gezien en erkend te worden. De voldane en blije gezichten zijn hier een bevestiging van.

Deze zinnen heb ik thuis geschreven, niet ver dus. (*)

Foto bovenaan van Le Bateau: Luc Chalmet.

(*)Voor wie het cryptogram in het derde boekje van Melanoompuntjes wil oplossen, hier en daar heb ik een hint gegeven in dit blogbericht 😉.

Schrijvers sterven ook

Schrijvers sterven ook,
al blijvend want toen nog schrijvend.
Ze gaan heen en wij erven.

De zoveelste aankondiging van een schrijver die gestorven is. Dat las ik in De Standaard. A.L. Snijders is overleden. De meester van het Zeer Kort Verhaal (ZKV).

Gisteren las ik dat Lucinda Riley overleden is, nog voor het journaal van 19u het meldde. Bijna anderhalve maand geleden stierf mijn favoriete Vlaamse auteur, Pieter Aspe. Ik heb bijna alles van hem gelezen. Vanaf het eerste boek trok het me aan. Het waarom wil ik zelfs niet weten. Ik volgde de aantrekkingskracht. Ik blijf met enkele mooie herinneringen, niet alleen aan de boeken zelf, ook met herinneringen aan enkele ontmoetingen.

Ik ken hen, die schrijvers en toch weer niet. Ik heb over hen gehoord, gelezen, zelfs van hun werk (al dan niet veel) gelezen, maar ik ken hen niet. Toch blíjven ze, ook na hun dood. Al lees ik minder dan ik wil, waarschijnlijk wegens trage lezer zijn en snel overprikkeld, probeer ik toch op te vangen wat me kriebelt. Het is vanzelfsprekend niet uit desinteresse.

Al is het maar een woord, een zin, een gedicht, een heel verhaal, al is het maar één maal: een schrijfsel de wereld insturen. Dat is blijven, dat is vertellen wat je vertellen wil. Dat is een wereld aanzetten tot stilstaan, die enkelen of velen die een nieuwe weg in het brein vinden door dat wat geschreven werd.

Toevallig (of niet) startte ik mijn schrijfmeditatie* deze ochtend met het woord ‘schrijven’. Wat schrijven doet, wat schrijven teweeg brengt, waartoe schrijven voor mij dient, hoe ik het aanvoel.

Dit is wat ik schreef:

Schrijven, pen, papier, scherm, klavier. Het is even in een verhaal kruipen dat niet van mij is en er toch altijd gezeten heeft. zomaar in mij. het is de weerstand doorbreken van wat het verhaal moet of net niet mag zijn. Het is alles overboord gooien wat me tegenhoudt in dat ene verhaal te reizen. Het ís reizen. Het is vertellen van wat niet is, van wat wél is. Wat spannend is. Het is lachen. Het zijn tranen en eenzaamheid. Het is verbinden met iemand, met niemand. De mensen in het verhaal en de mensen die het lezen, met elkaar en daardoor met mij.

Wij, u, jullie, ik, zij en hij die elkaar nooit tegenkwamen of zullen tegenkomen, of misschien juist wel. Het is door alle verlangen naar wat toch niet is, heen ploeteren en achterlaten; afkeer overboord gooien.

Tenslotte wordt het verhaal los gelaten, vrij, en mede de belasting die zwaar weegt en dan is de weg (weer) vrij. Woord na woord, verhaal na verhaal, verbinding na verbinding, reis na reis, verplichting na verplichting.

Schrijven is ultieme vrijheid en misschien is zelfs dat op een keer weg en biedt het leegte, enkel een erfenis nalatend.

Schrijvers sterven. Schrijvers blijven.

 *ik heb het al enkele keren over #schrijfmeditatie gehad. Voor de geïnteresseerden, volg de hashtag onderaan dit bericht.

ps. in het laatste blog bericht van Christine*Van*den*Hove staat een mooie in memoriam, geschreven voor A.L. Snijders.

Bedankt om me weer te lezen 🙂

Blanke Westerling, waar ben je bang voor?

Als huiswerk voor de schrijfcursus ‘Column schrijven’, schreef ik er eentje over de bange Westerling. De titel heb ik veranderd in wat het nu is. De prent hieronder haalde ik uit de Facebookpagina*van*de*Volkskrant. Hij is van Peter Van Straaten. Als de tekst niet duidelijk is, er staat: ‘Ik ben geen vluchteling, ik woon al twintig jaar naast u.”

Mijn column zette ik op Azertyfactor. Klikken op deze link brengt u naar de column.

Ik schreef nog wat meer de afgelopen – hier afwezige – weken. Daarvan vindt u ook nog wel wat op mijn profiel bij Azertyfactor. Bijvoorbeeld, Het Bankje, die dialoog waarover ik het een tijd geleden had, die diende voor de gelijknamige wedstrijd. Ik was niet bij de winnaars, maar wel iemand die samen met mij de cursus ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’ volgt. Haar verhaal wordt uitgevoerd in een podcast. Een andere cursist haar verhaal staat in een Sprookjesboek, ook via een wedstrijd verkregen. Schrijven, inkt, zweet en soms tranen (ook van het lachen), het loont. Zelfs een fijne positieve feedback of eentje vol goede tips; het motiveert allemaal.

Verder kan ik u meedelen dat ik trotse medewerkster van de redactie van Melanoompuntjes. In juni verschijnt de volgende editie. Ik houd u op de hoogte.

Een groot lichtpunt na een jaar van wel zeer beperkte mogelijkheden tot fysieke ontmoetingen, was een gast op bezoek en niet zomaar iemand, een heuse M! (herinner u het verhaal over De Vijf M’s).

Afstand iets dichterbij gehaald

Schrijven wordt vervolgd…

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…

Nooit moe van woorden

Ik ben moe!

Moe van moeten

Moe van mogen en intussen volhouden.

Moe van lachen, camoufleren

Zo slecht gaat het me nu ook weer niet.

Ik ben moe van willen

Moe van bewegen

Moe van niks doen

Moe van denken aan doen en niets doen

Moe van het stof in mijn kot

Waar ik morgen ook nog tijd voor heb

Moe van frisse lucht die ik toch nog inadem

Af en toe

Moe van anderen hun moe zijn

Ik zie moe, hoor moe, ruik, proef en voel moe

Moe zonder schuldige om uit het overvolle schuitje van moe-ers te duwen

Moe zonder troost…

Ik stap graag in een wereld waar niemand ooit was

Op een gelijkgezinde na

Schijnt er een lichtje

Als vanzelf neem ik mijn pen op

Sla ik mijn boekje open en schrijf

Die turquoise pen met koningsblauwe inkt

Een boek kan ook en ik verdwijn

Ik verdwijn in andere tijden

Op andere plaatsen

Van de Highlands naar Griekse mythische bergen,

Woeste zeeën en zachte wolken

Ik ben de held, ik ben de lafaard

De grijze muis die iedereen pas mist wanneer ze er niet is

De felle bloem waarbij iedereen zucht als ze, even, verdwijnt

Ik ben dat dappere kind, die wanhopige vrouw, die woedende man

Ik woon overal en in alle tijden

Doorleefd en alle sprookjes meegemaakt

Alle gruwelen verslaan

Alle engelen bejubeld

Zolang er nog woorden zijn, zo lang er nog woorden zijn… Laat me maar gewoon bestaan.

ps. de woorden moe en troost, die ik in een – apart – cursiefje en column las hebben mij geïnspireerd.

Pasen

Pasen, voor iedereen wat anders, voor velen hetzelfde.

Op het kalenderblaadje lees ik iets over een heidens gebruik, waarbij versierde eieren geschonken worden, om het nieuwe leven te vieren. Pas later werd dat heidens gebruik gekerstend, zoals vele gebruiken. Tot op heden begrijp ik nog niet hoe het ene met het andere te maken heeft. Als kind al. Nu ik erop terugblik, de tijd dat ik ontdekte dat Sinterklaas en de Paasklokken kinderbedrog waren en ik mijn eerste grote teleurstelling in het leven meemaakte, herinner ik me dat ik echt dat verband zocht; dat verband tussen de verrijzenis en de Paasklokken die van Rome kwamen. Wat ik niet begrijp, kan ik dat geloven?

Wat ík niet geloof, kan ik wel respecteren bij anderen. Ik kan ernaar kijken en denken hoe fijn moet het zijn om zoveel vertrouwen te hebben, zelfs in je donkerste dagen. Ik moet niet alles begrijpen om het te respecteren. Waarom zou ik niet respecteren? Om die enkelen die van hun geloof misbruik maken? Om die enkelen die van iemand anders’ geloof misbruik maken?

Ik geloof in energieën van onze Aarde, in een universum, in kracht, in aanvaarding (al is dat vaak lastig), in respect, in weer opstaan en terug vínden.

Tenslotte geloof ik heel erg hard in…. chocolade! 😉

De Paashaas hoort het niet meer…

Smakelijk, vrolijk, ingetogen, rustig, uitbundig, muzikaal, kleurrijk, gemoedelijk, kies maar uit, voel maar aan… Pasen gewenst!

Iemand anders’ woord – negende woord

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is het negende. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: www.btersago.com

Als u Griekofiel bent, als u alles wil weten wat zich in Griekenland afspeelt, ga dan even daar op bezoek, die website. Ook als u niet álles hoeft te weten of kan gelezen krijgen, er is vast iets bij dat u kan aanspreken. U hoeft niet eens Griekofiel te zijn om de begeestering te voelen die in deze blog zit. Wie vlot Grieks verstaat, zal de ene of andere doorverwijzing naar een filmpje, krantenartikel of wat anders zeker appreciëren. Actueel staat, zoals pandemisch (uit het Grieks, wat anders?) de C-crisis vaak in de kijker, van maatregelen tot de laars eraan lappen (vooral door diegenen die deze regels verordenen).

Ik koos echter voor dit*bericht van een dikke acht jaar geleden, over Yiannis die dakloos werd. Het werd toen op Een in het journaal uitgezonden. De link van toen leidt u naar de hedendaagse pagina. Ik vond het nieuwsbericht zelf niet meer terug maar ik herinner me het wel nog goed. Zijn twitteraccount vind ik ook niet meer terug en ik vrees dat hij in de vergetelheid is geraakt. Het eeuwige dilemma, in hoeverre blijf je iemand echt helpen?

 Het trof mij toen om, zelfs voor mezelf, onbekende redenen. Door de ‘individuele’ hulp zoals toen op poten werd gezet, en ik wilde bekend maken, kreeg ik hier en daar het een en ander nogal rauw in mijn gezicht gesmeten; waarom zou ik toch een individu voortrekken als er al ‘zoveel’ hulp naar Griekenland ging? Gelukkig waren er maar enkele moddergooiers.

Anderen waren gelukkig wel – zonder voor- of tegenargument – mee enthousiast om te doen wat ze konden. Gewoonweg iemand helpen als dat nu eenmaal op je pad komt… meer was het niet. Niemand waande zich een reddende engel. Het trieste eraan is dat het ooit stopt. Ikzelf ook en toch denk ik er nog af en toe aan en vraag me af hoe het met hem gaat, wat er met hem gebeurd is.

Uit het bericht dat ik hier deel gekopieerd.

Dit bericht is voor mij een getuigenis over een schrijnend bestaan als gevolg van hoe een beleid (op welk niveau ook) crisissen uitlokt die niet hoeven te bestaan. Eén ding is heel waar over leven: het is onvoorspelbaar; het een en ander kan echt iedereen overkomen. Eén iemand uit de vergetelheid halen als die zelf hulp vraagt, zelfs maar voor even, is alvast wat warmer.  

Heel vroeger waren de berichten vanzelfsprekend luchtiger, vrolijker, weetjes over gewoontes en tradities… Ik ging op zoek naar zo’n artikel. Ik kan terug tot 2005 nog voor de bankencrisis die Griekenland op een wel heel grote strafbank zette. Dit*bericht  gaat over Grote Donderdag, die net voor Pasen. Is het gewaagd om dit net nu, in gevaarlijke besmettingstijden, toch mee te geven? 😉

ps. foto bovenaan, dit – zeer interessante – boek is nog steeds te koop. Ik heb het ook al in de bibliotheek zien staan.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

Iemand anders’ woord. Achtste woord.

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de achtste. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: JoeyBrown.be

Deze dame leerde ik kennen via haar boek, ‘Schrijven naar Bewustzijn’. Dat was in augustus 2019. Ik schreef er HIER al over. Haar website met blog is heel uitgebreid, heel toegankelijk om te lezen. Geen dure woorden. Dat bevalt me wel.

Haar boek heb ik inmiddels bijna uit. Ik worstel er niet mee, ik laat het moment, om aan het laatste deel te beginnen, zich aandienen. Momenteel voel ik me comfortabel in mijn bubbelig bestaan, waarin ik vooral innerlijke rust wil.

Voor velen is haar methode een mijlpaal geweest in zelfontdekking en ook voor dié persoon te gaan. De methode lijkt eenvoudig. Wat bij mij aanvankelijk een ‘redmiddel’ leek, bleek een pad te worden. Ik was dus blij met enkele online schrijfdagen. U heeft in elk geval niet veel nodig, een pen en een schrijfboekje, schriftje, iets van papier.

Intussen doe ik het bijna dagelijks, zoals mijn eerste tas koffie drinken. Het is een moment écht bij mezelf zijn. De koffie is lekker, mijn boterham smaakt (in tegenstelling tot wat moet ik allemaal doen vandaag?). Ook al lijkt het dat ik ‘zoveel tijd heb’, ik weet dat het niet zo is. Dat was een ontdekking. Die vierentwintig uren per dag heeft iedereen. Wat ik ermee doe, kies ik. Persoonlijk gaat het over grenzen en eigen keuzes (laten) respecteren. M.a.w. ik kan niet bepalen wat anderen van mij vinden, enkel kiezen wat ik ermee doe.

Het blogbericht dat ik uitkoos gaat over het*innerlijke*kind.

Ik vind het zelf heel fijn om nog eens te kijken naar dat kind dat ik was, mijn reacties van toen en nu, wat ik intussen losgelaten heb en wat ik graag nog meeneem. De eerste keer vond ik het raar, voelde ik me geforceerd en afstandelijk, maar enkele foto’s van mezelf hielpen en het lukte om contact te maken met mijn innerlijk kind. Er kwamen enkele verhalen naar boven borrelen die ik in een fictief verhaal stak. Wie weet ooit voor publicatie.

Voor mij is schrijfmeditatie echt mijn dagelijkse vitamine, een manier om de wereld buiten mijn bubbel houden, ook op mindere dagen.

Nog iemand die het hierdoor voelt kriebelen? Houdt u zich niet in. Er is een groot aanbod.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

Iemand anders’ woord – zevende woord

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de zevende. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: sarahtimmermans.com

Deze dame leerde ik eerst in het echt kennen via een boeiende reeks workshops ‘Creatief dagboek. Ont-moet jezelf in woord en beeld’. Het waren vijf workshops. Afstand houden was nog niet van tel. Een beetje afstand is wel fijn om bezig te zijn. Ruimte scheppen in je hoofd vraagt vaak ook plaatselijke ruimte. Dat was gelukkig wel mogelijk.

Sarah is een rustgevende duizendpoot, creatief, vindingrijk, uitnodigend, empathisch. Zo heb ik haar toch ervaren. Ze heeft een website waarin u haar activiteiten kan vinden. Het creatief dagboek is meer dan knippen, kleuren en plakken. Ik herinner me thema’s die aangesneden werden, waarbij uitgenodigd werd (want niets moet) tot gebruik van kleuren, prenten, schrijven, in allerlei vormen en op allerlei manieren.

Dat staat hier*met*filmpje  mooi uitgelegd. Ze heeft zelf een boek in het Nederlands hierover geschreven, wat zeer slim is omdat er in dat genre weinig/niets anders Nederlandstalig te vinden is.

Niets moet, alles mag. Dat is de leuze. En dat was wel even wennen. Ik startte met een vaste bedoeling,  die al vervloog na de eerste halve dag. Dat komt wel al doende … het nog jonge vastgeroeste loslaten. Het had vooral een meditatieve uitwerking op mij.

Achteraf vormden we met zessen een fijn crea-groepje, dat ongeveer elke maand een keer samenkwam om creatief bezig te zijn.

Tot de bitch (u allen welbekend, hoop ik) ons verbood nog samen te komen. Zo af en toe zien we elkaar nog ergens in ‘the cloud’ waar ieder zijn/haar verhaal mag vertellen. Dat is een kracht van mensen die elkaar in dezelfde omstandigheden leerden kennen. Er is steeds iets dat hen zal binden, hoe lang een fysieke ontmoeting ook geleden was.

Zelfs nu, in deze verwijderd-van-elkaar-tijden, heeft Sarah nog steeds een fijn aanbod waarin zowel voor een eenmalige als een reeks workshop(s) kan ingeschreven worden. Wat ik zelf fijn vind, is het bewandelen van onbetreden paden. Niets is totaal onbekend, weinig is totaal vertrouwd. Dat geeft een opening, laat ik zeggen, in mijn kleine universum.

Ik geef u nog een interessant*verhaal mee, gewoon omdat ik zelf van verhalen houd, om te horen, te schrijven, te beleven. Nu kijk ik uit naar haar lenteprogramma.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.

Iemand anders’ woord – zesde woord

Ik zei het al, ik heb nog plannen met mijn blog. Een rubriek ‘Iemand anders’ woord’. Dit is de zesde. Met dank voor de toezegging van het delen. Nog iets praktisch: de onderstreepte woorden aanklikken helpt om naar de site of blog in kwestie te gaan.

Uit: canxatard en christinevandehove.

De blog van deze dame heb ik niet gezocht, maar wel gevonden, via een andere blog en viel mij op. Het was – als ik me goed herinner – aan het begin van de eerste lockdown, vorig jaar maart. Ze woont in Frankrijk en schreef van daaruit een reeks ‘Intussen in Frankrijk’. Dat alleen al trok mijn aandacht en ik ging kijken naar ‘Over mij’. Iemand die gewoon verhuisde naar ogenschijnlijk zomaar ergens, een onooglijk dorp en een verliefdheid op een huisje. Wat heeft een mens meer nodig? Ik durf nu niet bij mezelf gaan morrelen, al is er wel die niet aflatende onderhuidse kriebel.

Zie hier één*van*de*eerste*blogs*die*ik*van*haar*las. Ik vond dat een heel inspirerend blogbericht. Vooral dan minder nodig te hebben. Het kan echt en blij blijven op de koop toe! Ik woon nu wel heel dichtbij allerlei winkels waar ik gewoon even heenloop en koop wat ik nodig heb. Nodig heb. Dát bedoel ik. Al lukt het me niet altijd om het dáár bij te laten.

Wat heb ik nog ontdekt? Ze is ook een echte auteur. Ze heeft al een boek geschreven én dat is uitgegeven. Ze schrijft ook andere genres, zoals columns, poëzie, kortverhaal… en doet nog allerlei creatieve dingen met schrijven. Ik koos dit*kort*verhaal dat verdacht veel lijkt op echt gebeurd maar die laatste zin kan vanalles betekenen. Dat weet ik uit eigen ervaring, dat opgebeld worden…

Overigens vindt u haar ook terug op Azertyfactor.be, waar ze al een keer getipt werd voor een flitsverhaal ‘Als meisjes lachen’.

Grasduint u even in beide blogs. Ik word er alvast rustig wakker van. Of is het wakker rustig?

Ik zocht niet, ik zag en toen vond ik weer wat fijns.

Mocht omwille van welke reden ook dit bericht ongepast zijn, meld het mij aub. Hierbij richt ik mij dan vooral tot de blogster/blogger.