Weetjes van de week (in vertraging)

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Beetje later deze week.

Ondanks de nogal veel aflatende energie verliep de week toch prettig, als een gelukjesweek, kleine fijne verrassingen en – kan ik zonder? – hier en daar strubbelingen met mezelf.

Opruimen

Het was een week van weggeven. Opgeruimde spullen moeten ergens heen. Op de Op de Hoplr  website bood ik het een en ander aan. Het ging snel. De startkabels en het stuurslot, alsook de klaptafel (die ik hier niet kan monteren wegens te dunne muren, tenminste daar waar ik het wilde hebben) waren binnen de vijf minuten gereserveerd. Gelukkig werden ze ook afgehaald.

Iemand gaf me in ruil een fles rode wijn.

Alleen de inzetstukken voor de Kallax kasten (Ikea) zijn er nog. Iemand? (wel zelf afhalen)

Ook probeerde ik toch iets tweedehands te verkopen. Wat een gedoe. Voor een paar stevige wandelschoenen, voor 10,- € aangeboden, een halve avond vragen beantwoorden werd me te veel. Ze krijgen een andere bestemming. Voilà!

Vrijwilliger

Ooit was ik vrijwilliger bij de Boekenkaravaan. Ik las voor in een kinderdagverblijf aan taalarme kinderen, meestal anderstalig van huis uit. In die tijd kocht ik enkele boekjes. Dat werden er enkele meer aangezien ik ze ook wel eens gebruikte in de praktijk waar ik toen werkte.

Wat ermee gedaan? Enkele boekjes heb ik aan familie en vrienden gegeven, voor de kinderen die ik door u-weet-wel-welk-C-drama nog nooit ontmoet heb. Voor de overige boekjes contacteerde ik de*Boekenkaravaan die het graag hadden.

Fijn zo’n bedankkaartje.

Vorige dinsdag (2 maart) raakte ik eindelijk nog eens bij Fedasil. Er is een nieuwe coördinator die zich ook met de leiding van de vrijwilligers bezig houdt en er zijn enkele nieuwe vrijwilligers. Dat is wel fijn omdat de kinderen dan beter verdeeld worden en het minder druk is in mijn groepje. Weer thuis vond ik een mooie bedankmail voor de week van de vrijwilliger.

Schrijven

Donderdagavond deed ik mee aan een eenmalige workshop ‘Dialogen schrijven’. Heel fijn, met veel tips, een vlotte vogelvlucht en enkele oefeningen die we mochten voorlezen. Ook heel fijn was dat ik iemand terug zag van een cursus die ik vorig jaar deed. Nog een beetje en ik krijg het ‘ons-kent-ons’ gevoel. Best prettig.

De workshop was aangeboden door Creatief Schrijven in het kader van een komende wedstrijd. Ik ben er volop mee bezig 😊.

Vader

Zoals elke woensdag, als er geen lockdown is tenminste, bezoek ik mijn vader. Hij had goede zin. Hij stelde zelfs voor om de volgende keer te gaan wandelen. Ik ga ook op zondag en dat hebben we dan gedaan. Hij zat al helemaal klaar toen ik binnenkwam. Dat is fijn om te zien.

Daarna ben ik met een flinke omweg naar huis gefietst.

Eten

Ik doe het graag. Ik doe het elke dag. Soms is het iets dat ik afhaal, soms kook ik zelf. Zolang ik eet wat ik graag eet, bén ik 😉.

In Leesland tussendoor

Het aanbod is écht te groot. Soms ben ik met drie boeken bezig, gelukkig niet tegelijkertijd. Zo vind ik het prettig om een luisterboek te lezen wanneer ik iets bezig ben zoals de strijk. Momenteel is dat het originele (in het Engels) tweede boek van de serie Hichhiker’s guide to the Galaxy, van Douglas Adams. Een tip van mijn Schotse pennenvriend.

Ik blijf Griekenland hondstrouw, maar ik raak geprikkeld door Schotland. Nu ben ik in een echt papieren boek aan het lezen, ‘De reiziger’ van Diana Gabaldon, uit de bibliotheek.

Op mijn e-lezer heb ik even rust genomen, na het derde boek van ‘Mijn geniale vriendin’. Van Italië naar Schotland…

De overspoeling van leesverrassingen was echter het hoogtepunt. Dat kwam door drie lange mails van drie verschillende mensen waardoor ik helemaal blij werd, verrast opkeek en weer wat leerde zowel van de andere als over mezelf. Soms is alleen zijn verruimend.

En nog vele andere dingen die me hoogtes en laagtes lieten zien. Zoals de weetjes van deze blog de volgende zullen overlappen. Denk ik…

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed…

Weetjes van de week

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het langzaamaan-langer-licht-dagen die me kietelen.

De week vliegt. De week kruipt. Een (on)bewogen week…

Een energiek begin:

De leraar Grieks, bij wie ik les volgde toen ik nog in Hasselt woonde, laat weten dat hij interesse heeft in enkele boeken die ik niet meer gebruik, voornamelijk over uitspraak van het Nederlands bij anderstaligen. Naast Grieks in het PCVO Moderne Talen, onderwijst hij ook Maatschappelijke oriëntering bij het Agentschap Integratie en Inburgering. Daarnaast heef hij een grote interesse in talen, ook de uitspraak.

Ik ben toch bezig met weggeven dus fiets ik naar de Kringloopwinkel. Dat pakketje allerlei staat hier al wéken klaar om af te geven; alsof het bij mijn interieur ging horen.

Vorig jaar werd er op de pilaar die de wandel- en fietsbrug mee ondersteunt, dit mooie gedicht in vele kleuren geschreven. Ik stopte hier even om een foto te maken.




van Lies Van Gasse, voor geïnteresseerden: klik*hier

Niezerige dinsdag:

De bijwerkingen spelen weer op. Het kriebelt, het jeukt, het wil eruit. Ik nies, ik hoest, ik proest. Uit veiligheid bel ik mijn vrijwilligerswerk af. Stilaan vraag ik me af of ik niet iets anders kan doen tot ik gevaccineerd ben. Het is tweerichtingsverkeer, dat oppassen voor de bitch.

De spieren vragen om actie, de gewrichten schreeuwen om smering in beweging. Ik ga even fietsen. Daar heb ik in één trek nog twee kinderboeken gedropt in het Leeuwerikpark, nabij het Middelheim.

Ze staan op de FB pagina van De Boekenjagers. Ik ben benieuwd wat er nu komt.

Lamme woensdag:

Ik heb met mijn vader gebeld. ’s Avonds kreeg ik bericht van mijn zus dat de mensen van het woonzorgcentrum weer bezoek mogen ontvangen op de kamer. Twee vaste personen die vrij binnen mogen, wel op verschillende momenten. Ik ben blij. Tot zover deze lezing op woensdag.

Gelukjesdonderdag :

Mijn boeken zijn aangekomen bij Dimitris en hij heeft als dank een bedrag overgeschreven voor Melanoompunt VZW. Ik was al blij en word nog blijer.

Bij de Noterij mag ik een extra zakje kiezen bij mijn aankopen (gemengde rozijntjes en een notenmengeling). Ik kies als extra’s bananenchips.

Als je niets verwacht, ben je blij met weinig. 

Herinneringenvrijdag, 26 februari:

Vijftien jaar geleden. Ze hield van de muziek die mijn woonst vulde, wanneer ze er binnenkwam. Griekse muziek dus. Woorden te veel, woorden te weinig, ik spiegel ze in een lied:

Η*μάνα*η*δική*μου (Moeder, de mijne)

Wegens nogal ontstoken ogen ga ik naar de huisdokter. Het is weer eens wat anders. Een cortisone zalfje moet het verhelpen. Gelukkig niet in te nemen, enkel te smeren.

Nu ik toch bij de dokter zit, vraag ik haar of het nog kan om bij kinderen vrijwilligerswerk te blijven doen. Ze raadt het af, zonder echt te verbieden. Ik laat het bezinken. Het is geen dag om veel na te denken. Gewoon voorbij laten glijden.

Rommelig hoofd zaterdag:

Wegens te vroeg wakker worden met migraine die in de loop van de dag, dankzij enkele druppels Bella Donna wel weer afzakte, voel ik rommel in mijn hoofd. Dit wordt een Remdag.

Toch ga ik even naar buiten voor de weekendkrant, omdat ik houd van de bijlagen, met bijhorende kruiswoordraadsels, cryptogrammen enzovoort. Ik wil een elektrische fiets winnen, alleen is er deze week een i-phone te winnen.

Ik heb andere buren leren kennen, zij het kortstondig. Ze organiseerden een actie voor de sponsorloop voor Kom Tegen Kanker. Omdat die niet echt kon doorgaan, maar om de deelnemende teams toch te steunen, startten enkele mensen dit initiatief, een wijnverkoop. Ik heb nog een proevertje in het vooruitzicht. Misschien bij een versoepeling, bij iemand in de tuin? Ik neem de wijn mee …

In de zoom met de broers en zussen, wordt gepraat over mijn vader. Er is een versnelling gekomen in het verhuurbaar stellen van zijn appartement in Hasselt, dankzij mijn oudste zus, haar zoon en mijn oudste broer.

Ondanks de rommelhoofdstart, toch een beetje actie gehad.

Blijere zondag:

Deze blogpost wordt veel te lang, zie ik. Zal ik dan maar schrappen? Dat zijn de bladzijden die u niét leest.

Ik heb me ingeschreven voor de 30-30 van CM, bewegen in het groen. Eraan beginnen is de uitdaging. Een andere uitdaging zit erin om elke dag erheen te gaan en echt 30 minuten te bewegen, in het groen. Ik heb me aangesloten bij een groep die ik nog niet ken. De start is op 6 maart.

Deze namiddag ben ik bij mijn vader op bezoek. Hij ziet er goed uit! Hij heeft ook goede zin. Ik volg zijn tempo, daar blijf ik blij bij. Hij wordt wat sneller moe. Het is weer wennen. We zijn beiden toch blij dat bezoek op de kamer weer kan.

Onderweg naar huis, fiets ik langs het Leeuwerikpark en merk dat de gedropte boeken verdwenen zijn. Weeral blij!

Thuis komen en een propere keuken treffen, dat vraagt om uithaaleten. Gelukkig is er Morfo, heel dichtbij en ze maakt overheerlijke veganistische moussaka… ik zal de blogpost morgen afwerken 😉

en ventileer op tijd

Ik dank u voor het lezen, het gaat u allen goed!

Weetjes van de week.

Ik probeer een andere rubriek uit, een weekoverzicht met hoogte-, diepte- en andere punten van de week. Waarschijnlijk zijn het lentekriebels die me kietelen.

De afgelopen week werd er mooi weer beloofd voor dit weekend en de komende week. Bij elk weerbericht kwam er een graadje bij. Ik verlangde – tegen mijn huidige principes over tijd die voorbijgaat in – naar het weekend. Nog meer graden en we bevinden ons bijna in een hittegolf.

Intussen trok ik wel die muts over mijn hoofd al wandelend of fietsend want op dat moment was het heus nog koud.

Het is overigens de eerste winter dat ik zo vaak mijn muts opzet. Ik voel me beter na een toertje buiten. Met die warme schedel (ook al heb ik best nog veel haar) geen koude hoofdpijn meer, warme oren en zelfs de overprikkeling mindert. Als die er al is want ik verkies rustige momenten om echt buiten rond (of vierkant) te toeren. Ik geniet warempel van het stilstaan bij de grote vijver, bij de vogels die allemaal in dezelfde richting op het water of op het ijs staan. Met mijn gezicht in de zon genietend, natuurlijk goed en wel ingesmeerd tegen al te felle zonnestralen en mijn ogen potdicht en mijn hoofd vol woorden onder die muts. Weer binnen, toen de muts weer af was, luchtte ik mijn hoofd door mee te doen aan een schrijfwedstrijd. Zomaar tien gedichten gevonden, in mijn hoofd en in mijn laptop. Die in mijn laptop heb ik wat herschreven. Bij tijd en wijle hoort u er nog van. Voor nu, ssst!

Woensdag was hoogdag voor mijn inmiddels uitgegroeide ragebol. Er komt een fris kleurtje op en de rageboldelen worden uit mijn haar geknipt. Ik heb weer een korter koppie en durf buiten de muts aflaten. Gelukkig maar met zoveel beloftes van lentezon. Al zal ik die toch nog meenemen als ik me op de fiets begeef. Gisteren vóelde het wel door en door lente maar ik deed ’s ochtends al een wandeling en toen was ik blij met mijn (half)dikke jas aan.

Donderdag was weer even spannend. Ik had een afspraak bij de dermatoloog. Tegenwoordig ga ik nog één keer per jaar. Tot vorig jaar was dat twee keer, althans sinds ik de diagnose melanoom kreeg. Vorig jaar had ik door omstandigheden de afspraak in juli afgezegd. Naderhand sprak ik hierover met mijn oncologe en die verzekerde me dat als ik al die tijd ‘vlekkeloos’ bleef, één keer per jaar op controle voldoende is. Ik doe overigens veel aan zelfcontrole. Al zal ik me eens een lange staande spiegel mogen aanschaffen hiervoor. De controle was overigens geslaagd. “Goed nieuws mevrouw Knaepen. Ik zie geen verdachte vlekjes.” Intussen dacht ik aan Sinterklaas ‘er zijn dit jaar geen stoute kinderen’ en antwoordde de dokter: “Dat is echt goed nieuws.” Dat zullen de kinderen graag horen… in februari. (ik weet overigens niet waar ik die onzin haal, het verschijnt gewoon als ik niets anders kan doen op het moment zelf)

Vrijdag is Buurderij-dag. Dan haal ik mijn bestelling op die ik eerder in de week plaatste. Ik vind het echt een goed systeem. Ik bestel overwegend groenten en fruit en nog brood. Maar u kan er ook vlees/vis/zuivel/… bestellen en afhalen. Ikzelf eet al een tijdje zo vlees- en visloos mogelijk, vooral rundsvlees en afgeleiden van de koe (melk, kaas, yoghurt) vermijd ik. Als ik zelf pasta kook, strooi ik er geitenkaas over. Dat bestaat, strooikaas van geitenmelk gemaakt. Het doet me ineens denken aan het feit dat ik als baby geen koemelk verdroeg en ik gevoed werd met geitenmelk die ‘de groten’ in ons gezin dan moesten gaan halen. Waarvoor mijn grote dank.

De internationale dag van de moedertaal vandaag. In mijn allereerste taalgebruik maakte ik al wel eens een foutje en dat is zo gebleven. Als u er eentje ergerlijk vindt, gaat u dan eerst een rondje ‘mens-erger-je-niet’ spelen, misschien is de ergernis daarna voorbij. Ikzelf vind mijn eigen fouten het ergerlijkst.

een fijne woordspeling

Wat doen die weerberichten bij de mensen? Natuurlijk gaan de mensen nu naar buiten. Natuurlijk nemen ze de trein naar de kust. Natuurlijk lopen parken en andere natuurgebieden vol. Het is echt natuurlijk dat mensen de zon en de warmte opzoeken. Zoals het even natuurlijk is dat er mensen zijn die mensenmassa’s vermijden. En dat zal waarschijnlijk stof voor de komende week zijn.

Ik dank u voor het lezen en het ga u allen goed!

Pesters en gepesten

Het is geweten door iedereen die (af en toe) televisie kijkt. Het wordt om de zoveel tijd gemeld op de radio en het werd zeker al aangehaald in scholen deze week, alsook tv-zenders voor kinderen. Er bestaat zelfs een uitgebreide*website over.

Ik kan niet anders dan op mijn kindertijd terugkijken. Het is niet zo dat ik constant gepest werd maar het kwam wel regelmatig voor. Wat ís pesten overigens? Is plagen pesten? Voor mij voelden sommige dingen wel aan als pesten.  ‘We lachen er toch maar mee.’ Ken je die uitdrukking? Ik geloof zelfs niet dat het als pesten bedoeld was…. als ik er nú op terugkijk.

Er gebeurden echter ook dingen die wel pestgedrag waren. In die tijd – ik ben op een respectabele leeftijd – vooral in de buurt en soms op school. Ik was sowieso nogal een dromer, een enkeling. Dat is gelukkig niet veranderd. Maar ik was ook snel overprikkeld, zoals dat nu heet ‘hoog-sensitief’. Het zijn allemaal dingen die niet gekend waren bij de meerderheid van de kinderen en volwassenen en dus als ‘moeilijk kind’ bestempeld werden. Uitverkorenen voor de pesters.

Het ergste wat ik in mijn kinderleven meemaakte was een ‘gevangenschap’. Waar ik toen woonde, was er veel plaats aan de achterkant van de rij huizen met een pad naar de tuintjes en daarachter een open plaats – het pleintje – met hier en daar garages rondom. Het was gemakkelijk voor de kinderen; ‘Kom maar weer binnen langs de achterdeur.’

Daar speelden wij dikwijls. Meestal deed ik mee met de hoop of speelde in mijn eentje in de tuin van mijn thuis. Op een dag in de vakantie hadden we een kamp gebouwd waar we gezellig in zaten. Het was bijna middag en er werden kinderen weer binnen geroepen voor het middageten. Toen mijn naam viel, werd ik tegengehouden. Zoals vaak wanneer ik me bedreigd voelde, begon ik te roepen. Het leek of ik er urenlang vast zat, al zal het niet meer dan tien minuten geweest zijn. In de namiddag gingen mijn moeder en ‘de kleintjes’ (ik ben de vijfde van de zes) samen met de buurvrouw en haar ‘kleintjes’ naar Bokrijk. Dat ‘kleintje’ nam mijn hand vast, kneep erin en zei: “Oh, hoe fijn, de hele namiddag naar de speeltuin.” Dat kleintje dat nog geen twee uren geleden mij bijna blauwe plekken bezorgde om me vast te houden in die tent terwijl een van de ‘groteren’ de uitgang bezette. Ik was verbolgen, ik zweeg. Maar gaandeweg die namiddag loste de knoop in mijn maag zich toch weer.

Ik weet wel, nu ik erop terugkijk, dat ook naar de pester best wordt geluisterd. Waarschijnlijk zit daar ook een diepe wonde. Niet dat dat het pesten goedpraat natuurlijk. Maar het kan wel helpen om te begrijpen waarom iemand dat doet, blijkt nodig te hebben. Misschien is het een overlevingsdrang? Een generatiegewoonte? Een noodkreet zelfs!?

Eén mooie herinnering heb ik er wel aan overgehouden. Op datzelfde pleintje stond op een keer een jongen te huilen en te roepen. Hij was niet van de buurt. Blijkbaar iemand die op bezoek was bij een ander kind in de buurt, want hij riep naar die jongen en dat waren helemaal geen vriendelijke woorden. Hij zag er een lieve jongen uit, ook al was hij daar even als een wilde aan het huilen en schreeuwen. Maar hij ging niet achter zijn belager aan. Wat me bezielde weet ik niet, want ik was nogal verlegen (ook dat nog) maar ik ging gewoon bij hem staan. Hij zei iets wat ik nu denk dat ‘dat is echt niet fijn hoor!’ is, terwijl hij zijn snottebellen afveegde. Ik nam hem bij de hand en voelde me fier toen hij kalmer werd. Op die leeftijd benoemt een kind niets, het voelt alleen maar aan. Het kalmeerde me en dat sterkte me op een rare manier. Ik moest immers niet de hele tijd erbij horen en dingen doen die ik niet wilde doen. Dat zouden dan vooral wilde spelletjes zijn. Maar dat zou me hier te veel doen uitweiden.

Elk jaar bij die campagne tegen pesten komt die herinnering weer naar boven. Daar heb ik dit jaar een gedichtje over geschreven.

Conclusie: pesten moet zoveel mogelijk in de kiem gesmoord worden zodat zowel de pester als de gepeste gehoord worden. Een gedragsverandering zit soms in zo’n klein hoekje, dat je maar beter even stil bent en kijkt en luistert wat er écht gaande is, vooraleer het uit de hand loopt, tragisch uit de hand loopt.

STIP IT

Chaos

De eerste week is al drie dagen voorbij. En dat worden er nog meer.

In het laatste bericht van vorig jaar vertelde ik dat ik nog plannen heb met deze blog. Het lastige hieraan is dat ik te veel plannen in mijn hoofd steek. Of anders uitgedrukt, ze komen uit mijn hoofd maar ik prop ze er weer in, alsof er onder mijn grijzende krullenkop een opslagplaats is.

Er is echter wel één plan dat ik heel graag zou uitdiepen. Daar wordt aan gewerkt…

Een ander plan zou kunnen zijn, wat ik al bijna dagelijks doe, een woord laten opborrelen en daarover schrijven. Het zou iets persoonlijks kunnen zijn, het kan iets controversieels zijn, een mijmering, een echte mening…  Gewoon omdat het zomaar in mij opborrelt. Het lijkt op orde scheppen. Of uit een woordenboek oppikken, een woord dat me op dat moment raakt en daarrond schrijven.

Zoals ‘Chaos’. Het komt uit het Oudgrieks. De betekenis is verrassend. Dat vond ik toch, toen ik het jaren geleden opzocht. Het betekent ‘leegte, het grote Niets’. Nu wordt er een andere betekenis aan gegeven. Volgens Van Dale: ‘Verwarring, wanorde’.

Als ik mezelf chaotisch voel, is het overweldigend. Trop is teveel en daar doe ik best iets mee. Te veel rommel in mijn hoofd komt gek genoeg vaak overeen met te veel rommel in mijn woonst. Kasten die uitgeruimd worden tot ze leeg zijn. De chaos op een hoop gezet (soms gegooid) om te laten verdwijnen, via allerlei kanalen, afhankelijk van wat ik weg doe. Alleen dat ene hoekje, waar ik niet moet bestaan, is er dan nog. Als ik daar maar niet in val:

Nog maar een beetje rommel en een lege spaarpot.

De leegte is welkom, (half)lege kasten die ik weer ordelijk kan vullen. Een waaier aan mogelijkheden. Tot mijn brein weer een zijsprong maakt. Wat als ik die oude aftandse kast eerst een kleurtje geef? In geen tijd zoek ik alles wat hout kan verven bij elkaar, kom ik vanalles en nog wat tegen. Een beetje lak hier, een beetje basisverf daar, een goede borstel, een verharde borstel. De chaos is weer compleet. Ik zet van lieverlee de potten weer terug. Het is echt nog te vroeg in het jaar om te verven 😉

Wat ik wel gedaan heb: De fotoalbums van mijn moeder zaliger – voor even – bij elkaar gezet. Het zijn er heel wat. Het is onze hele familiegeschiedenis. Om die mooie albums, waarin mijn moeder zoveel tijd gestoken heeft om ze samen te stellen, niet onder het stof te laten dwarrelen, heb ik er een laken over gelegd. In een hoek van mijn slaap- annex rommel-maar-wat-aan-kamer. Engelbewaarders genoeg op deze manier. Uit enkele albums heb ik wel wat foto’s genomen. Foto’s van foto’s, niet zo duidelijk misschien, maar ik wil ze delen.

Opruimen is vanuit de ene chaos heerlijk neerdwarrelen in de volgende.

Mijn jaar in enkele woorden

Omdat ik vaak de dag begin met een woord en daarover schrijf, wat het een en ander lostrekt in mezelf, wil ik over mijn jaar in enkele woorden vertellen. Van onbeschreven naar volgekrabbeld…

Eenzaamheid: En waarom niet? Het is beangstigend, dat is waar. Toch heb ik er van geleerd. Onder dat eenzame bange laagje zit een rustige donkere plaats, waar ik vanalles tegenkom dat ik (her)ken en aanvaard, erken zo u wil. Verder hoeft het me niet te bepalen. Ik heb het gezien, dat is genoeg.

Verdriet: dat was er ook, soms om mijn vader, hem zo te zien terwijl zijn wereld elke dag wat kleiner wordt. Zonder boeken maar nog met veel kennis, zonder borreltjes maar nog met humor, zonder brievenbus, maar nog met het Belangske elke dag.

Voor de weggevallen lotgenoten. Afscheid nemen is ook erkenning van de cirkel van het leven, dat voor sommigen van ons een leven met een tijdbom is.

Voor gemiste kansen en ontmoetingen, voor opgelegde grenzen, voor energieloze dagen,…

Ontdekking

Als er iets is dat mijn jaar typeert, is ontdekking er zeker bij, zoals ‘De ontdekking van de honing.’ (Toon Tellegen).

Mijn honing dit jaar is schrijven. Dat ging van schrijfmeditaties (Joey Brown) over workshops allerlei (Wisper en Schrijven en schrappen, maar ook wedstrijden en een project ‘Acqui estoy’ tussen Nederlandstaligen en Spaanstaligen, Azertyfactor…) naar herontdekkingen van eerdere schrijfsels van mijn hand. Ik ben echt weer gaan grasduinen in wat ik in mijn leven geschreven heb en er zitten heerlijke herinneringen tussen. En natuurlijk deze blog, waar ik nog enkele plannen mee heb.

De ontdekking van luisterboeken, te danken aan twee mede-schrijfsters, de ene ontmoet in café ViaVia (toen nog geopend voor publiek), de andere online tijdens een workshop. Ze schreef hierover in haar blog. Het maakte dat ik me abonneerde op Storytel. Mijn eerste luisterboek is bijna uit. Met grote bewondering voor diegene die niet de keuze heeft om met de ogen te lezen. Wat een concentratie vraagt het.

De verwondering van gelezen te worden en zelfs goed bevonden 😊

Het was ook de (her)ontdekking van het kleine gebaar. Een kaartje, een berichtje, een verrassing, zomaar een lach, een kinderhandzoentje tot het kleine altruïsme. Voor mij was dat naar de nieuwe Antwerpenaren, waar ik voor twee mensen zomerbuddy mocht zijn. De contacten gingen vooral via Whatsapp. Zo konden de inburgeraars toch nog de kennis van hun Nederlands blijven oefenen en verbeteren. In het najaar mijn wekelijkse ontmoeting met kinderen die verblijven in het opvangcentrum van Fedasil, eenvoudigweg begeleiden in het huiswerk. Er straalt een enorme wilskracht uit van de kinderen, de volwassen bewoners en de medewerkers. Heel mooi om in het klein te mogen meemaken. Zolang er huiswerk is…

Dankbaarheid

Voor alle verhalen waar ik mee naar mag kijken.

Voor alle verbindingen; die er al waren en bleven bestaan, op een andere manier waarin delen de vreugde verdubbelde en de ellende halveerde. De nieuwe die ontstonden ondanks de beperkingen die vanbinnen en vanbuiten opgelegd werden.

Voor alle loslaten dat soms nodig was, rondom mij en binnenin mij. Het geeft weer plaats en kracht. Ontdaan van wat niet nodig is, aanvaarding voor wat niet anders is en (zo ongeveer) tenslotte, mijn grenzen zelf respecteren. ‘Wat mot dat mot’ of het nu onstuimig is of gedoseerd.

Voor het nieuwe leven in de familie. Twee nog wel. Twee prachtige meisjes die ervoor kozen in onze familie geboren te worden.

Mijn wens voor u

Ik wens iedereen vooral veel kracht om te doen wat er te doen valt,

Om, als dat moet, in het donker te wachten tot het licht weer lokt.

Ik wens iedereen rust, stilstand om te kijken en te zien wat er echt is.

Ik wens iedereen weer een beetje zichzelf worden om dan toe te happen naar wat zich aandient.

(met een extra 😉 naar een M. Neem aub die pottenbakkers-draaischrijf weer vast).

En als vanouds, voor iedereen een hele fijne uitloop naar een gezonde en liefdevolle aanloop.

Zelfs een boodschappenlijstje begint onbeschreven…

12 horizontaal is grauw.

Omdat ik graag mijn resultaten van de schrijflessen deel, geef ik u mijn huiswerk mee van twee weken geleden, een kort spannend verhaal schrijven met een vooraf gegeven situatie.

Deze week heb ik maar één werk ingestuurd en de feedback ontvangen. Dat ging over een column schrijven. We kregen ook de kans om een cursiefje in te sturen. Daar ben ik nog mee bezig. U krijgt alvast de-column te lezen. Nu ja, blijkbaar is dit een cursiefje. Waarschijnlijk omdat taal me zo nauw aan hart ligt dat het persoonlijker werd. Misschien moet ik van het cursiefje dan maar een column maken. Een poging althans 😉.

Ik heb verder geen grote noch kleine avonturen beleefd deze week. Of toch? Een fijne verrassing, zomaar uit mijn vader zijn mond.

Hij maakt zich nogal eens zorgen om kleine en minder kleine dingen. Een minder klein ding was het feit dat hij vervoer moest regelen om naar de tandarts te gaan. Wij, mijn zus of ik, mogen dat zelf niet doen aangezien mijn vader dan een week in quarantaine moet blijven. Echter, hij heeft twee afspraken volgende week. Dat houdt hem wel eens wakker en nerveus.

Het gesprek met de zorgkundige van dienst, die alles zou regelen en hem dat laten weten, stelde hem gerust. Na nog enkele dingen die mijn boodschappen wat interessanter maken, besproken te hebben, ging ik naar huis. Bij het afscheid zei ik: “Ziezo, papa. Er is nu toch veel geregeld. De wereld zullen we volgende keer verbeteren.” Zijn antwoord was: “Moeten we dat weeral doen? En die ís al zo goed!”

Zulke dingen maken de dag wel. Hij heeft het nog. Die droge humor!

Konijnen in de binnentuin van het woonzorgcentrum. Gelukkig voor hen ben ik nu vegetariër.

De eerste novemberweek

Die eerste week van november is voorbij. Van verkiezingen aan de andere kant van de oceaan, van herdenking van en (nog) rouwen om diegenen die we missen, van boekenbeurs online tot andere minder spectaculaire gebeurtenissen in deze tijd van het jaar, al dan niet daarmee verbonden. Het gebeurde allemaal.

In mijn quasi isolatie lijkt het leven saai. Laat ik u dan hiermee vervelen. Het is tenslotte zondag. Net als zeven dagen geleden. Toen wilde ik, zoals ik schreef, dat ik samen, met wie dan ook , ergens anders heen. Door dat ene liedje.

Storend.

Vandaag blik ik terug tussen vorige zondag en nu. Mijn uitgegroeide frou stoorde me, uitermate zelfs. Aangezien ik nogal wat fiets, niet in figuren zoals er blijkbaar al gewandeld wordt, zijn die kriebelige haren in mijn ogen op zijn minst vervelend. Nu is het hebben van een frou, of niet, mijn eeuwige dilemma. Over de knoop doorhakken wordt daarom serieus nagedacht. Net zoals in mijn jonge jaren al eens gebeurde én in de vorige quasi isolatieperiode ontpopte ik me in een doe-het-zelver. Et voilà! Ik was toen en ik ben nu.

Schrijven.

Ik kreeg nog een gratis feedback aangeboden, via telefoon/zoom/skype, omdat ik meedeed aan een schrijfproject van Inktvis. Er was al eerder aan gesleuteld, mijn stukje pennenvrucht. Echter ik wil de feedback die aangeboden werd wel krijgen. Ik wacht op antwoord voor het tijdstip.

Gisteren kreeg ik de laatste les van de reeks ‘Starten met schrijven’, die ik voor de tweede keer deed. Het uitkijken naar de volgende reeks ‘Schrijven zonder smoesjes’ houdt me nu gaande. Het lijkt er toch heel hard op dat een beetje stress helpt om te blijven schrijven. Ik weet dat het heel kritisch wordt gelezen en dat drijft me. Daarvan leer ik ook veel. Niet in het minste hoe graag ik het doe en hoeveel vaker ik het zou willen doen. Er ligt gelukkig nog huiswerk te wachten.

Dit stond in De Standaard van dit weekend.

Bitch versus monster

Ondanks de bitch, waardoor ik latent bezorgd voorzichtig ben, is er nog het slapende monster. De bijwerkingen van de behandeling wekken jaloersheid op bij die van de bitch dus houd ik me stiller dan stil. Gelukkig is er nog steeds de lotgenotengroep Melanoompunt waarbij ik met al mijn vragen terecht kan. Die bijwerkingen komen en gaan, sommige blijven weg, andere komen terug en er dienen zich soms nieuwe aan. Dan is het heel fijn om te raad te gaan bij anderen, hoe zij dat verlichten of eventueel oplossen. Ik wil hierbij nog een warme oproep doen, voor hen die online bestellingen doen, eens te bekijken of dit via Trooper kan om dan Melanoompunt als goede doel te kiezen. U betaalt niets meer voor uw aankoop. Het aangesloten bedrijf schenkt een percentage aan het door u gekozen goede doel. Het mag Melanoompunt zijn.

Eergisteren nog, het was mijn zes-wekelijkse rondje immuuntherapie, kreeg ik de opmerking “Oei, mevrouw, u hoest. Toch geen corona zeker?” Gelukkig keek de verpleegkundige snel in mijn dossier om vast te stellen dat dit bij mij ‘normaal’ is. Rustig blijven zolang het kostbaar immuungoud in mijn aders en verder door mijn lichaam loopt, is het beste. Ik zocht afleiding in een tijdschrift. Gelukkig voor mijn fiets had ik dat dik boek niet bij.

De fiets

De therapie verliep vlot en ik was rond de middag klaar. Blij gezind stapte ik op mijn fiets, trok mijn mondmasker af waar het weer mocht en trapte. En trapte en nog een keer. Ik fiets vrij traag maar dit? Allez, zo moe of buiten adem ben ik toch nog niet. Weeral gelukkig viel tijdig die eurocent (een stuk van 5 denk ik). De achterband was plat (waarschijnlijk zou ik hier ‘lek’ als opmerking krijgen 😉).

Ik heb dan maar de weg van het ziekenhuis naar huis gewandeld met de fiets aan de hand door het Antwerpse parkenland. Gelukkig niet alle parken. Ik was … pompaf.

Die namiddag had ik de band keihard opgepompt. Inmiddels is ze weer plat. Zou mijn geluk ver genoeg reiken vandaag wanneer ik mijn vader busgewijs zal bezoeken? Fijn dat het woonzorgcentrum wel binnen wandelafstand is. Ongerust ben ik dus niet.

Het wordt wél hoog tijd voor een fiets naar mijn leeftijd. Een elektrische met harde banden.

Geniet gezond van uw zondag, maak het saai, dat scheelt een schaapje of een slaaptabletje…

Ergens anders, laten we ergens anders heengaan.

Soms lijk ik woordeloos. Toch stroom ik over van woorden die geen uiting meer geven aan wat ik denk of voel. Te veel en te machtig.

In de hoop dat overaanbod aan woorden wat in te tomen luister ik naar Griekse muziek. In een lied, een zin erin of het refrein, wordt vertaald wat ik voel en dan word ik rustiger.

Kent u het gevoel dat u een boek, een lied, een beeld, wat dan ook ontdekt dat helemaal vertaalt wat u wilde uitdrukken? Dát!

Vandaag had ik het bij het luisteren naar ditlied, vooral bij de titel en het refrein. Wat ik (nog) niet uitgedrukt kreeg namelijk  ‘Πάμε γ’αλλού’ of ‘Laten we ergens anders heengaan.’

Refrein:

Laten we ergens anders heen gaan, laten we ergens anders heen gaan.

Alleen de waanzin van onze geest bleef onaangeroerd

In de turlu* van deze wereld

werden wij het zout

*turlu is een Turks gerecht, een ovenschotel waarin veel groenten zitten.

Zo’n gevoel is niet altijd aangenaam maar het krijgt een plaats en dat is oké. De wens ergens anders te zijn, is niet iets dat in deze pandemie zal lukken, voorlopig toch.

Ik ga nu nergens heen, tenzij terug in de tijd. Op 1 november staat deze of andere stil bij het leven en de dood. Dan is het bijna onmogelijk om niet in herinneringen te grijpen. Het zal dit jaar anders gaan, ook voor mij. Deze gedachte werd even aangescherpt door een telefoontje van mijn tante. ‘Komen jullie niet naar Hasselt?’ Op één of twee november bezoeken we meestal het graf van mijn moeder zaliger. Achteraf eten we pannenkoeken. Het gebeurt dan ook ongetwijfeld dat we iemand van de familie tegenkomen en een babbeltje slaan.

Helaas, dit jaar niet. Dat wil niet zeggen dat we niet denken aan deze die we in levende lijve hebben gekend, geliefd waren en nu missen.

Deze foto prijkt vandaag en waarschijnlijk nog enkele dagen vooraan ergens in mijn interieur. Het gedicht heb ik zelf geschreven, toen, veertien en meer dan half jaar geleden. Het mag gelden voor iedereen. Het antwoord op de vraag ‘Hoe neem ik afscheid?’ en ‘Hoe neemt zij afscheid?’ is er soms niet. Dat hoeft ook niet. Ik vind het wel een mooi gegeven om over na te denken.

Ik vind het ook een teken om verder te kijken naar wie en wat wél nog leeft of in ons leven zal komen. Een zus en een broer van mij bijvoorbeeld worden nogmaals grootouders. Ik word dus weer grote tante (zelf gevonden) en kijk er enorm naar uit. Als er iets is dat de dood meebrengt, is het ruimte voor de nieuwe levens. Ook al vind ik het doodgaan nogal oneerlijk verdeeld. Daarover kan ik echter alleen maar verdrietig zijn.

Terwijl ik dit schrijf, komt een bericht melden over het plotse heengaan van Ward Verrijcken, medewerker van de VRT, journalist en filmreporter aldaar. Fatma Taspinar en Martine Tanghe waren toch wel geëmotioneerd bij het aankondigen van dit nieuws in het journaal.

De gang van het leven naar de dood en nog verder verloopt niet evenwichtig, blijkt maar weer. Wat kunnen we intussen meer doen dan vallen en opstaan, verder doen en soms stilstaan, al dan niet gedwongen.

Natuurlijk steeds weer dankbaar om uiting te geven in mijn schrijven zoals gisteren in de les schrijven aan iets wat dystopisch lijkt, maar realiteit zou kunnen worden. Een mens moet al eens overdrijven, niet? Voor de geïnteresseerden: Gekteofecht? 😉

Gigolo

Mijn meest altruïstische liefde

Wat hebben we samen veel gereisd!

Bij jou kon ik ongegeneerd brullen van het lachen

en van het huilen.

Ik kon roepen en tieren,

vloeken en ook zingen, recht én scheef.

Gastvrij was je ook voor al mijn genodigden, zonder uitzondering,

op welk moment van de dag of nacht ook.

Mijn grote helper, drager van mijn boodschappen,

mijn rommel. Zelfs bij het verhuizen was jij er ook bij.

Je aanhoorde mijn klaagzangen,

mijn veelvuldig biechten van stommiteiten,

mijn fantasieën, mijn plannen, mijn geheimen.

Je roddelde nooit, ik had je volle vertrouwen.

Je hebt zoveel mee beleefd met mij, veertien jaren lang,

steeds glanzend van plezier.

Jij, met je gladde huid, je perfecte lichaamsbouw.

Jij was al het geld waard, die enkele keren dat je zelf tegenpruttelde.

Maar nu, mijn Japanse liefde, gun ik je nog een tweede leven,

ergens bij een adoptiebaasje.

Misschien word je donor, misschien verhuis je naar het buitenland.

Hoe dan ook, weet dat je heel dienstbaar was en nog kan zijn.

Ik neem afscheid.

Dag mijn Yaris.

Dag mijn mooie Toyota Yaris.

Tot niet meer ziens.