Waar schrijven me al (niet) brengt.

Dat ik op een bepaalde manier asociaal ben, is algemeen geweten in mijn mensenkring (de kring van kennissen, vrienden, familie, …) en die kring is niet zo groot. Wanneer het kan, vermijd ik drukte. U zal me dus niet snel in allerlei verenigingen tegenkomen.

Vind ik dat erg? Ik worstel er niet meer zo mee. Het alleen zijn, is iets wat ik nu heel erg nodig lijk te hebben. Het is letterlijk te voelen. Lijfelijk én mentaal doet deze (ogenschijnlijke) stilstand me goed. Letterlijk te voelen omdat ik het in letters die woorden vormen neerpen. Echt, met pen en papier in een schrijfboekje (#Schrijfmeditatie).

Wat voel ik dan? Het voelt alsof er een rem op mijn lichaam staat. Er werd me zo vaak gezegd dat ik naar mijn lichaam moest luisteren. Hoe doe je dat dan? Tips krijg je te over, wanneer je ‘ziek’ bent. Het is steeds goed bedoelde raad. Maar net daar nijpt het schoentje. Alle goede bedoelingen ten spijt, het hielp niet. Ik voelde me schuldig en boos tegelijk. ‘Wat zit iedereen toch te praten? Alsof ze ervaringsdeskundigen zijn.’ en ‘Oh ja!? Ooit zelf gedaan?’ Net die goede bedoelingen, die raad, gingen aan me voorbij wanneer ik daarna weer thuis was. Ik was bezig anderen te plezieren in luisteren naar hun, soms uitgebreide, raad (want ze bedoelen het toch goed). Vaak was ik zelfs ambetant omdat ik niet eens meer wist, hoe te reageren. Ik piekerde me suf hoe ik dit zou aanpakken. Dat alles maakte me  vaak heel boos (en zweeg hier meestal over).

Er is iets met ziek zijn dat anderen precies heel alert maakt. Ineens is er een gespreksonderwerp, een doel voor mensen, een zich-goed-voelen want iemand geholpen. Het komt erop neer dat ik het op die manier ervaren heb, het protégeeke. Zelfs (h)erkend bij mezelf. Zeker uit de beginperiode dat ik werkte in de zorgverlening.

Compleet negeren is dan weer de tegenhanger.

Uiteindelijk gaat het om het camoufleren van een ongemakkelijk gevoel. Dat ken ik ook, zowel het ongemakkelijk gevoel als dat camoufleren. Het is doorzichtig, ik ben doorzichtig.

Natuurlijk weet ik dat mensen bezorgd zijn. Dat is nu net het punt. U bent bezorgd in uw kader. Ik wil graag in mijn kader blijven. Als ik in uw kader van bezorgdheid ga staan, ben ik mezelf kwijt. Als ik u in het mijne trek, maak ik van u een zondebok. Een overlapping van kaders … zoals de verzamelingen in de wiskunde. Ik ga die termen niet opzoeken, maar er was toch iets met gemeenschappelijke elementen of zo? 😉  

Het beste is iemand in zijn/haar verhaal laten en zich daarvoor niet te moeten verdedigen. Aanvaarding gebeurt in deze wederzijds. Ieder wil in zijn/haar eigen verhaal aanvaard worden. Wat nog niet betekent dat u het eens moet zijn.

Ik werd er in elk geval helemaal tureluurs van tot mijn lijf en hoofd maar bleven STOP! roepen. Die piek kwam in de zomer.

Zelf houd ik me liefst niet bezig met een lijst van ‘hoe ga je het best om met een chronisch zieke’, daar bestaan legio voorbeelden van. Ga er wel van uit dat die persoon echt al heel veel zelf weet, opgezocht heeft, met LOTgenoten heeft gepraat, een andere, eigen manier ontwikkelt om in het leven te staan. Het is vermoeiend om mijn verhaal te vertellen en ‘verbeterd’ te worden. Het is – omgekeerd ook voor mij geldend natuurlijk – frustrerend om ‘goede raad’ te geven die toch niet opgevolgd wordt.

Nu ben ik veel thuis of in mijn eentje ergens te velde (of te parke, te kuste, te bosse, te waar dan ook 😉), ik doe wat voor mij goed aanvoelt. Het lijkt alsof ik hiervoor ook ‘tijd’ heb, maar dat is nu net iets wat je aan een monsterpatiënt niet kan zeggen, echt niet! Ik heb geen tijd, niet meer dan u. Ik vul mijn tijd anders in, zoveel mogelijk zoals het aanvoelt, soms zoals het niet anders kan. Geloof me, dat gebeurt echt nog. Gelukkig ook nog zoals ik het graag doe.

Ik voel mijn lichaam nu beter aan. Sinds september doe ik aan Tai Chi. Dat is wel een hele stap geweest, naar mijn lijfgevoel. Sinds augustus doe ik schrijfmeditatie, dat is een hele stap geweest voor mijn mentaal gevoel. Alles mag er zijn, het hoeft alleen niet meer te zeer op de voorgrond gehouden te worden.

Bij wijze van voorbeeld, een heikel punt van mij is goed slapen. Ik heb ECHT al van alles geprobeerd. Ik pieker er niet meer zo over tijdens die nachten dat ik meer wakker lig. Verwoede pogingen om weer in slaap te raken, adrenaline opbouwend met de boze gedachte dat ik niet uitgerust zal zijn en dus nog wakkerder blijf, zijn er niet meer bij. Wat ik meer en meer doe en waarin ik vaker slaag, tenminste in die mate dat ik rustig blijf, is me richten naar waar ik spanningen voel en die probeer op te heffen. Ook let ik veel bewuster op mijn adem. Dat maakt me rustiger.

Elke gedachte passeert, gaat weer weg, zoals een wolk die voorbij zweeft, een vlinder die weg vliegt, ze mocht er zijn en ze vloog weer weg.

Natuurlijk heb ik dan meer slaapmomenten overdag. Daar geniet ik nu van in plaats van me schuldig te voelen. Het is overigens nog maar zelden geweest – sinds het monsterverdict – dat ik een hele dag op de been kon blijven, zelfs na goede nachten. Ik word er niet meer boos van. Het is wat het is (citaat van een kranige tante van mij die jààààren voor haar man gezorgd heeft, die een zware hersenbloeding had en met de gevolgen daarvan een heel ander leven te leven had).

Ik vergelijk mezelf nog zo zelden mogelijk met anderen. Het wekt irritatie op. De ene werkt heel veel, de andere heeft het druk in het gezin, nog iemand anders voelt zich gewoon niet goed wanneer die niet in gezelschap is, … het kan wel allemaal zo zijn, maar ik heb er geen schuld aan. Dat steek ik me niet in mijn hoofd. Hoogstens in mijn hart. Ieder doet met die tijd die hij/zij heeft, wat hem/haar het beste lijkt. Ik ben de enige die altijd bij me is, daar moet ik het mee doen.

Ik stel me wel eens de vraag, als dat duiveltje schuld nog eens komt piepen, zou ik willen/kunnen ruilen met die drukte van X of die overmatig plichtsbewuste Y ? Neen, ook al voel ik me in mijn toekomst wel eens hachelijk onbestemd. Neen! Ik wil niet ruilen. Ik wil gewoon weer Mie worden, een beetje anders en toch dezelfde. En die treedt wel weer eens naar buiten, zeker weten … denk ik toch 😉

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel.

In een hoekje met een boekje.

Hoe ik tot volgende ben gekomen, kan u na het verhaaltje zelf lezen.

Ik zit in de schommelstoel vooraan in de living van dit grote huis. Mama en papa zitten met de anderen tv te kijken. Stemmen, geroezemoes, van post wisselen. Mijn kleine broertje moet daarvoor opstaan.

In die hoek helemaal ver, links bovenaan zit een spinnetje. Dat zit er ook al wat.

Buiten waait het, bijna stormen, de regen valt met emmertjes uit de lucht (gelukkig geen echte). Het zal ook wel koud zijn.

Maar dat alles zie ik niet en hoor ik niet want ik zit hier warm met mijn boek. Héél spannend!  De bladzijden vliegen door mijn handen.

….

….

Tot ik hard verschiet : “Anne-Mie, bedtijd !!” Mijn boek vliegt eerst door de lucht en valt dan op de grond. Zo hard verschoot ik !

…   “

Perfecte match, die kleuren bij elkaar. Onder zo’n felle turquoise steen zat de herinnering.

Vage herinneringen aan een opstel dat ik schreef als huiswerk. Helemaal letterlijk ken ik het niet meer, helaas is het in de loop der jaren verloren gegaan. Ik was toen 11 jaar en zat in het zesde leerjaar. Het was een opdracht waarvoor een week tijd gegeven werd.

De laatste avond ervoor, een zondagavond in de herfst, zat ik alleen aan de keukentafel en begon te schrijven. Ik had het te lang laten liggen, zou je denken.

Het moment van “Anne-Mie, bedtijd!” is echt gebeurd, terwijl ik dat opstel aan het schrijven was. Ik breide er dus nog een einde aan en stak het zo weg. En toen was het bedtijd.

Maandagochtend bedacht ik nog dat het toch wel heel erg slordig was, maar ja, dan maar zo. Wat niet zo vaak voorkwam, was nu wel zo. Mijn werkje was het beste. Het steeg boven de andere uit en werd zelfs helemaal voorgelezen. Ik wist zelf niet waar kruipen. Dit was ik helemaal niet gewoon. Maar het was wel een reuze opsteker. Wat gebeurde er eigenlijk bij het schrijven van dat opstel? Zoals ik er nu op terug kijk, was ik zo gefocust dat ik mentaal uit mezelf trad en me daar zag zitten, lezen in dat boek, vooraan in die grote living. In de twee zetels zat de rest van de familie. Ik beschreef wat je had kunnen zien als het echt een donkere stormachtige herfstavond was, hoe het er binnen uitzag en hoe spannend dat boek dan wel was. Het voelde voor mij perfect, wat ik daar schreef. De pluim die ik ervoor kreeg, deed me zo groeien. Deze herinnering heeft me nu weer getroffen. Schrijven! Ik heb het in me. Dat dacht ik toen ik deze herinnering neerPENde.

De beste tekstjes en liedjes later (voor familiefeestjes) schreef ik ook in zo’n stemming. Op een moment dat het zich aandiende, soms in het midden van de nacht of in een overvolle trein. Het zet een deur open naar een plaats waar ik best wel wil vertoeven …

(De foto’s tonen de plaats waar ik tot mijn herinnering kwam en ze opschreef)