Taaldingetje 3

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Oude koeien uit de sloot halen. Begin je daar nu wéér over? Iets oprakelen wat vroeger is gebeurd, iets vervelends. Het wekt meestal ergernis op.
Het komt van het opvissen van oude kadavers van verdronken dieren; onaangenaam, vervelend dus.  (12 februari, Roos de Bruyn)

Carnaval.
Er is verschil in beklemtoning van de eerste of laatste lettergreep. Het blaadje van Onze Taal kalender van 18 februari meldt dat cárnaval standaard is. Doch wordt carnavál het meest gebruikt in gebieden waar het feest een vastere traditie is, zoals het zuiden van Nederland en België. Beide uitspraken zijn correct. Hier hoeft de kerk niet in het midden gehouden. (18 februari, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)

De letter /r/.
Die vind ik interessant. De klank waarvoor deze letter staat, komt in het Nederlands in één op de zestien letters voor in ons taalgebruik. Dat is dan wel een belangrijke klank. Wel een van de moeilijkste klanken om uit de mond te krijgen. Het is een van de laatste klanken die bij de taalontwikkeling van een kind correct gevormd wordt. Ik zou zeggen, geen paniek zeker als er verder geen spraakproblemen zijn.
Of je nu met de /tongpunt-r/ spreekt of met de /huig-r/, de mond en keel moeten allerlei capriolen maken om die klank er goed uit te krijgen. Het feit dat er nogal wat verschillende manieren zijn om deze klank te vormen, zal het er niet makkelijker op maken. Deze lijkt mij ook heel streekgebonden. (15 februari, Diedrik van der Wal)

Eigen bedenking
Wat ik me nog herinner van mijn opleiding logopedie is dat vroeger de /r/ soms verschillend werd uitgesproken naar gelang de sociale klasse. Een arbeider, of landbouwer, leerkrachten zouden eerder de tongpunt-r gebruiken. Een zogenaamd rijkere hogere klasse vaker de huig-r, wat niet zo verwonderlijk is aangezien die klasse ook vaker Frans sprak. De huig-r wordt ook vaak aangeduid met de Franse /r/.
Hoe dan ook, deze klank is ook heel bepalend voor de gehele spraak. Rolt hij niet genoeg (vaak bij de huig-r) trekt het de uitspraak te ver in de mond, waardoor je schraperig lijkt te spreken. Omgekeerd, als de klank te hard rolt (welke /r/ dan ook), lijkt het op een nat slijmerig goedje rondom je woorden. Verder waag ik me niet aan de uitleg van deze boeiende klank.
Bibberen zonder /r/, hoe doe je dat dan?

Nachtmerrie.
Niet het vrouwelijk paard dat je in de nacht met akelige dromen wakker maakt.
Merrie is een verbastering van mare. In het middeleeuws Nederlands ‘spook’. Een nachtmare was een spookverschijning die je in je slaap de adem benam, letterlijk.
Het woord mare raakte in onbruik en werd in de loop der jaren merrie.
Volksethymologie is dit. (19 februari, Laura van Eerten)
Bron foto (bovenaan): Facebook – Humor hok

Apen.
Waarom kunnen apen niet praten? Omdat hun strottenhoofd en de stembanden niet geschikt zijn voor spraak. Ze kunnen wel gebaren aanleren.
Zo werden de chimpansee Washoe en de gorilla Koko getraind om gebaren te leren. De eerste kende er 350 en de gorilla wel zo’n duizend gebaren die hij ook nog eens in korte zinnen kon combineren.
Dan was er ook de bonobo Kanzi die ontdekte wat de betekenis was van symbolen (lexigrammen) die wetenschappers aan zijn moeder probeerden aan te leren én hij kon ze gebruiken in combinaties om nieuwe woorden te maken, via een toetsenbord. (26 februari, Raymond Noë)


Bij meneerke Google vindt u vast nog allerlei dingen hierover of andere taaldingetjes.

Iedereen die dit uitgelezen heeft: proficiat! Dat verdient een lekkernijtje bij de koffie of de thee.

AMK