Baxterbuur (lange) monoloog

Soms wordt een mens even gekatapulteerd en schrijft de blote waarheid, denkt ge en ge weet dat het rauw klinkt, maar ook dat het dan duidelijk is. Ik had getwijfeld of ik dat zou bloggen en dan doe ik het wel, louter om het gevoel van machteloosheid weer te geven.

En ge denkt dan ‘dat ken ik’ en ge wilt goede raad geven en perspectief
want ge weet dat dit overgaat en ge houdt u toch in want ge weet ook
hoe zwaar dat op uzelf woog toen gij nog in het begin was, met al die onwetendheid

Ge weet nog hoe boos ge waart en hoe niemand u begreep want
ge werd overdonderd met goede bedoelingen dat ge maar moest aanvaarden
en ge waart zo ongerust en ge kon dat niet kwijt
ge wist dat iedereen iets te zeggen had maar dat ging niet 
over u en ge werd nog kwader en ge waart ook veel te moe
En ge denkt dan ‘dat ken ik nog’ als de baxterbuur ventileert

De ervarings-ondeskundigen gaven te veel informatie die ge niet nodig had
ze susten u en met goede bedoelingen maar ge waart zo kwaad
soms zei ge al Nee! voordat de stem geluidde die te hoog klonk van ongemak

Ge zwijgt maar en ge luistert zelf naar de boze stem van van de baxterbuur
ge kunt niet weglopen, ge hangt aan die katheder en zij ook  

Ge probeert een onzichtbare muur op te bouwen maar die baxterbuur blijft doorpraten dat niemand haar begrijpt, dat de dokters maar wat zeggen en dat ze niet willen luisteren en zelf doorpraten over hun ervaring en dat
ze weten wat ze doen en

ge denkt dat ken ik en ge weet het nu al wel

Maar ge kunt dat niet zeggen, nog niet en haar klachten blijven uit haar mond rollen en dat ze daarom nu zo ziek is en ze kan wel doodgaan en
waarom toch? Ik heb het hen toch al zo vaak gezegd!’

Bam! Mijne muur valt in diggelen en ik doe mijn ogen stijf toe en ik denk,
niet weer, niet weer, niet weer!’

En ge doet uw ogen weer open en ge denkt dan, heel verwonderd en bijna blij, wat een geluk, niet weer!

Ge weet dat ook bij de baxterbuur het zal afvlakken, niemand is eeuwig boos
en zelfs gijzelf had dat op een keer laten varen en stapte uit de verdediging
ge verantwoordde u niet meer, voelde aan wat goed voor u was en soms

liet ge het zelfs toe want er was niets anders meer, toelaten dat goede voor u
ge wilt er wel van spreken want ge denkt aan Kavafis die over zijn liefde niet eens kon spreken en gij wilt over uw bestaan spreken en meedelen maar er is een ding dat ge nooit meer wilt,

u verantwoorden voor de verhalen in anderen hun kop

En ge ziet dat duidelijk, aan uwe baxterbuur, ge ziet hare man tegen haar in praten en een beetje meewarig lachen ge weet wel, ervarings-ondeskundige
hij ziet in haar woede haar onmacht niet maar hij is zeker zelf bang

Ge ziet dat hij haar het zwijgen wil opleggen dan breekt ge bijna toch want ge denkt wat ge net niet zegt als hij haar zegt dat het allemaal zo erg niet is en zij reageert waardoor hare bloeddruk nog groeit want ook daarover heeft ze verteld

ge denkt dan dat ken ik en ook wat ge net niet zegt tegen die man: 'Houd toch uwe mond toe!’

juweeltje van papier

wat je soms hoort en ziet en wat heel menselijk is, onmacht over het oncontroleerbare. En dan denk ik ‘wat ben ik blij dat ik enkeling ben!’ 😉

Over twee boeken

Ik ben geen boekenrecensent. Als ik een boek lees, wil ik erin wonen en op me af laten komen wat het doet met mij. Wat ik schrijf daarover, zal daarom geen weldoordachte – noch objectieve – verslaggeving zijn, eerder een buikgevoel onder woorden brengen.

Auteur: Marieke Lucas Rijnveld
Boeken: ‘De avond is ongemak’ en ‘Mijn lieve gunsteling’

Er is al zoveel over geschreven en gezegd dat ik even twijfelde om iets te schrijven over deze boeken. Ze zijn zo aangrijpend dat ik het toch waag.

De beide boeken hebben personages die in verhalen zitten, die er niet om liegen. Dat werd verwoord in een mooi en helder taalgebruik.

In beide boeken plagen de woorden je ogen want je wil er niet eens mee knipperen, enkel verder lezen; wat is me dat toch allemaal!

Ik heb bewondering voor het durven vertellen over hoe scheef het menselijk brein kan worden en daarnaar gehandeld wordt. Een verhaal waar je van huivert en als ‘De avond is ongemak’ uit is, ben je even bevroren. Dát doet dit boek met je! Dat noem ik geslaagd, met grote onderscheiding.

Er zat herkenning in die lange zin van ‘Mijn lieve gunsteling’ en het was niet de enige lange zin. Ze nodigen uit om op die trein te springen en mee te reizen en te kijken wat er allemaal komt. Alsof er geen snelheid genoeg is. Je wordt a.h.w. meegezogen in het verhaal als een toeschouwer, die niemand kan zien. Je kan dus ook niet ingrijpen. Die lange zinnen zijn als die trein, waarin je wil teruglopen terwijl de trein voortraast; geen ontkomen aan.
Van dit boek wordt overigens ook een theaterproductie gemaakt, vanaf 2023 te zien. Hier kan u alle info vinden.  

Beide verhalen zijn aan elkaar verwant door de achtergrond waartegen ze zich afspelen en de personages die erin voorkomen. Over de inhoud van de verhalen zelf, zowel in ‘De avond is ongemak’ als in ‘Mijn lieve gunsteling’ kan u wel lezen op allerlei sociale media en boekhandel websites.
Zo ook over Marieke Lucas Rijneveld zelf. Wikipedia en een*radio*programma*nporadio1 (heel interessant interview) en nog veel meer.

Nog iets over dat taalgebruik: behalve helder en mooi is het van hoogstaand niveau, dat potverdorie elke mens kan verstaan want het is geenszins hoogdravend. Voor die schrijfstijl ben ik als een blok gevallen.

Poëzie is hem ook niet vreemd. Er staan ook al dichtbundels op zijn naam. Onlangs las ik het gedicht ‘Spraakkunde’ op zijn  Facebookpagina dat hij schreef voor het tijdschrift ‘Dichter’ van Plint.

Zijn dichtbundels staan alvast op mijn wenslijstje.

AMK 23 juni 2022

Onderweg de wind

Gisteren onderweg had ik een monoloog.

Dat komt ervan, met goede ideeën gaan wandelen en
ze loslaten voor ze op papier staan, daar over de brug met volop zon waar
ze zo gemakkelijk smelten alsof ze door het geluid worden overstemd en
mee verdwijnen in het aanhoudend lawaai van motorgeluid van auto’s en
hun banden over de snelweg, die door de in grote getale aanwezigheid van
die auto’s zelfs de snelheid van 120 km niet meer kan beloven en het fijn stof mede werkt aan het verstikken van de gedachten en de longen van de wandelaars, enkel omdat er geen luchtzuiveraar hangt aan de binnenkant van de brug en dus wandel ik verder en zoek een bankje in de schaduw van het weelderige zomerse en aangelegde groen, waar het dan met veel geluk zal waaien en de wind de vele groene boombladeren zal doen applaudisseren waarbij dat geluid wedijvert met dat van die auto’s en hun banden, maar zoals de wind soms zo moe wordt dat zelf hij soms forfait geeft en de vervelende kriebel van dat fijn stof in mijn tranende ogen en rode drupneus zit, daar waar dan de gedachten, die zo mooi en vredig waren zich niet meer thuis voelen en die de wind weer verwelkomen om voor even, in de vergetelheid van open ruimtes die in het geheugen vastzitten zoals op een harde schijf een document dat je niet kan openen maar er toch zit en alleen door die wind wordt aangewakkerd en even of langer fladdert en daarom houd ik van de wind want ik bén de wind, alleen niet meer zo soepel noch lenig en vraag ik me af of andere vormen van wind ook kunnen verslijten?

AMK

Petrichor *

Soms kom je woorden tegen die je wel kent, maar toch weer even opzoekt en dan vloeien er andere woorden uit voort.

Zie de grond opveren
hoor de stenen sissen
beiden krullen

Bij dat hemelse vocht van het bloed der Goden

In dankbare ontvangst
vanaf slechts één druppel
mens en onmens negerend die

hier en daar het godenbloed
vervloekt, hun dag leek ineens
niet meer  zo zonder zon

welk dogma legt hij zichzelf op
de mens die jammert om
niet ingeloste verwachtingen

van zon?

O, ik beschuldig niet
hoe vaak zou ik het zelf vervloekt hebben
mijn dag is nu naar de …

grijze kleurpotloden

die na de te lange afwezigheid
van die ene geur opfleuren
die geur van overleving
ik laaf me aan die Petrichor

Waarom mogen goden niet bloeden?

AMK

* petrichor betekent de geur van regen op droge grond. Etymologie brengt ons naar het Oud-Grieks: petra betekent steen, ichor komt uit de Mythologie en betekent ‘bloed van de Goden’. Mensen zouden van deze geur houden omdat overleven afhankelijk was van regen. Ik raadpleegde Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Petrichor.

warme volle geuren

Gebed voor Kreta

Ooit schreef ik dit gedicht voor Michali toen ik hem na een concert (in Kreta) een boekje met foto’s gaf van alle concerten van hem die ik in de zomer en winter van dat jaar bijwoonde. Op de foto onderaan zie je hoe dat gedicht eruit zag. Hierna geef ik u een – nogal vrije – vertaling. Het is een van de weinige keren dat ik rechtstreeks in het Grieks schreef en daarna pas vertaalde.

Schrijf me dan toch een lied, dat niet over liefde zal spreken
noch die van de verlorene, noch die van verre streken

maar nu ik het toch vraag … dat je van de elementen begint
die van de zee of van de rotsen, het kan ook van de wind

de wind, die me naar die geliefde plaatsen bracht
neem me daar toch mee, dat het me een lied brengen mag

waarmee ik er dan reizen zal in mijn onrustige kolk
en daar verhalen vinden zal, die van joúw eigen volk

om ze te schrijven, de verhalen, om ze te verstaan
die van die streek die ik ‘mijn andere thuis‘ be-naam

die van die mensen, om voor mij bekend te houden
met mijn wortels altijd hier, maar mijn hart, het jouwe …

AMK

zo ongeveer zag de laatste foto eruit

Loes en Mormeltje

voor klein en groot

Loes woonde in een gewone straat, met gewone buren. Ze ging gewoon naar school, zoals alle kinderen in haar buurt.

Loes las al veel woorden uit haar leesboek en ze schreef er nog meer. Achteraan in haar schrift, waar de juf het toch niet zag. Zomaar. De juf liet haar toch met rust. Zo schreef ze alle dingen die in haar hoofd zaten. Zo wilde ze wel eens iets schrijven van de oude pianolerares met haar grote dikke bril en kromme vingers. Die was zo streng. Loes wilde haar laten verdwijnen in haar woorden.

Ze durfde alleen niet van monsters schrijven…

Soms ’s nachts huilde Loes wel eens of riep heel hard tot haar ouders wakker werden. Dat waren nachten waarin ze bezoek kreeg van een monster. Meestal kwam papa haar troosten en bleef tot ze weer rustig werd en sliep. Daarna vergat ze alles. De volgende ochtend gaapte ze wel nog wat maar ze was vooral blij dat het monster weer weg was.

Op een keer bij zo’n rare nacht werd Loes wakker. Ze zweette heel hard. Ze voelde de tranen op haar wangen. Die stroomden en stroomden en ze riep luid: “Mamaaaaa!” en “Neen! Neen! Ga wééég!”

Mama kwam niet. Papa kwam niet. Waarom hoorden ze haar nu niet? Waren ze nog zo druk bezig? Het was toch al midden van de nacht?

Loes ging rechtzitten, helemaal in het hoekje met haar deken over zich heen getrokken, tot net boven haar neus en haar ogen dichtgeknepen. Ze durfde niet kijken. Er was ook veel lawaai! Ze beefde en huilde. En toen werd het een beetje stiller. Eén oog ging voorzichtig open en daar zag ze het: een donkere vlek! Dáár! Net onder het bed. Ze huilde weer en kroop snel helemaal onder het deken tot het weer stiller werd. Ze keek nog een keer en zag weer de vlek. Een beetje groter deze keer. De vlek werd een lelijk bolletje, met haartjes op. Het had ook pootjes. Het lawaai verstilde.

Loes bleef in haar hoekje zitten maar trok het deken niet meer over haar hoofd. Alles aan haar zweette. Haar hart bonkte en haar buik voelde raar. Ze staarde naar het monster. Dat zette één poot op het bed, dan nog een poot. Het was niet gehaast. Zijn kopje hing wat naar beneden. Waarom was het zo traag?

Opeens werd Loesje boos! Papa had gezegd dat monsters niet bestaan. Misschien is hij zelf wel bang. Niemand komt naar boven. En toch zie ik een monster, dáár aan het einde van mijn bed.

Ze kneep haar ogen dicht tot ze pijn deden. Langzaam gingen ze toch terug open. Het lelijke wezentje zat nu al aan de zijkant, op de matras. Zou ik dromen?

Ze wilde niet meer bang zijn en nam een dapper besluit. Ze stak haar hoofd helemaal boven het deken en vroeg aan het monster: “W-w-wie b-b-ben jij?”

“Ik ben Mormeltje.” Hij kraakte toen hij sprak.

“W-waarom ben je h-hier als het nácht is?”

“Ik-ik ik durf me niet laten zien in het licht.”

“Waarom? Ben jij ook bang?” Loes bleef voor alle zekerheid nog in het hoekje zitten. Haar deken was wel al van haar schouders gevallen. Ze had het niet eens gevoeld.

“Ja, ik ben dan heel bang,” zei Mormeltje.

“Waarom dan?”

“Ik ben zo héél erg lelijk! Niemand wil mijn vriendje zijn. Niemand praat met mij.”

Loes keek eens goed naar hem. Hij had gelijk! Hij was echt lelijk. Maar daar kon hij toch zelf niet aan doen? Het monstertje zal zo wel geboren zijn. Zoals haar buurjongen in de klas. Daar was ze ook niet bang van. Dat was een heel aardige jongen én slim.

“Ga je me echt niet pijn doen?”

“Neen, natuurlijk niet. Jij bent zo’n lief meisje.”

“En ook niet opeten?” Het monster begon ineens te lachen. Hij kraakte niet meer. Loes lachte eerst voorzichtig, mee en moest steeds harder lachen.

“Sst. Seffens worden mama en papa wakker. We moeten een beetje zachter zijn.” Ineens zaten ze naast elkaar op de rand van het bed, Loes en het monster.

“Ben je nu niet meer bang van mij?”

“Wel, een heel klein beetje nog. Maar ik vind het ook wel erg dat je met niemand kan spelen.”

“Ik ook, maar ik ken niets anders meer. Met grote mensen kan ik ook niet praten.”

“Met volwassenen bedoel je?”

“Ho maar. Je kent precies veel woorden.”

“Ik ben wel al zes, hé!” Ineens vond ze het veilig. Ze was helemaal niet meer bang. Terwijl ze naar hem lachte, zag ze hem kleiner worden en kleiner en kleiner. Tot hij weer een vlekje op de grond was en langzaam wegsmolt.

“Hé! Waar ga je heen? Je smelt!”

“Neen, nee. Ik moet nu ergens anders heen. Jij bent nu vast wel moe …”

Loes hoorde het niet meer.

Dat moet ik in mijn schriftje schrijven… dacht ze bijna weer in dromenland, bij feeën en kabouters en … Mormeltje. Misschien ging het nu wel op bezoek bij de pianolerares…

AMK (voor Marijke)

rechtenvrije foto uit pexels.com, meruyert gonullu

Eenvoudige poëzietechnieken 4

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Aan sommige neem ik deel, andere glijden voorbij. Ik vraag me niet af of dat dan gemiste kansen zijn. “Ik doe wat ik doe en vraag niet waarom…” … (een lijn uit het lied gezongen door Astrid Nijgh, vraag me niet waarom ik nu net daar aan moest denken)
Deze gelegenheid is een van de leerzame, zoals een schrijftechniek voor poëzie. Ze komt van Canxatard in haar blog ‘Het geluk van de schrijver’. Dit is haar vierde poëzietechniek die ze deelt. Dit is mijn deelname:

De reis in overgave

Toen alles van me afviel, daar op dat perron
toen de vertraging me stil zette en het niet anders kon

Die ene focus, de reis, de route, elk nu moment
voor mij uit gestadig gleed het landschap mij onbekend

Bekende kriebel van verwachting en warme gloed
daar treinde ik, de nabije toekomst achter me, tegemoet

AMK

Christine Van den Hove's avatarHet geluk van de schrijver

Schrijf een kort gedicht waarin je een logisch begrip omkeert.

Voorbeelden:

Daar is de lente, daar is de zon
Bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen.
De fallus impudicus staat al in bloei
En de blaadjes krijgen bomen.


Jan De Wilde

Kan ik vandaag bij jou misschien
Omdat het gisteren niet kon
Want de deuren hadden geen huis

Kunnen deuren überhaupt 
op zich stand houden zonder
verval?

Zo zijn er overal oude poorten waaronder
	bedisseld 
	gedronken om een lach
	verraad gepleegd
geblowd
geneukt
geleefd wordt zonder thuis, een tandenborstel in
een aarden vuist naast het aanrecht van de nacht

Dus, als ik morgen bij jou misschien
draai dan alle deuren op slot.


Chris Horemans

Tip: Bedenk een aantal dingen die gebeuren op een bepaald moment van de dag, in een bepaalde tijd van het jaar, in gewone of ongewone omstandigheden, en keer het gebeuren om.

Heb je…

View original post 26 woorden meer

Schrijfwedstrijd ‘Portland Pen’: win een opschrijfboekje uit ’s werelds grootste boekenwinkel

Voor wie graag eens wat probeert. Ik voel alvast een kriebel en een ontmoeting – al dan niet ingebeeld – in petto…

verhaalentaal's avatarVerhaal en taal: tips voor creatief schrijven

Binnenkort ga ik na een aantal jaren eindelijk weer op vakantie! Ook nog eens naar een aantal plaatsen die een ideale bestemming voor lees-en schrijffanaten blijken te zijn: Seattle en Portland, in Amerika.
Seattle is ideaal voor boekenwormen: het is opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst als stad van literatuur. En Portland is het thuis van Powell’s Books: de grootste onafhankelijke boekenwinkel ter wereld, waar meer dan een miljoen(!) boeken te vinden zijn. (Eén vakantiedag in Portland is bij deze volgepland 😉 )

Door Cacophony – zelf gefotografeerd, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3637482

Dat vormt een leuke aanleiding om de eerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog te organiseren!

Dit is het plan:
De komende vier weken ga ik op donderdagen een post plaatsten waarin ik een element meegeef voor een verhaal. Denk aan een plotpunt of een deel uit de personagebiografie. Zo heb je voldoende tijd om lekker te brainstormen over waar dat…

View original post 268 woorden meer

(soms) verloren in dat woordenrijk

Schrijven gaat niet zomaar. Er vloeit vaak (veel) meer inkt dan publiceerbare resultaten en dan nog …

balancerend op de rand van de trechter
de woorden en zinnen tollen er rond
trekken me de diepte in; mee in die
lage bloeddruk-erige flauwtes van
ongezouten onwaarheden of …
fictieve waarheden die ook
hun zout nodig hebben of
als er dan één woord
één zin één idee uit
springt, denk ik
dat grijp ik en
los niet
en
ik denk
dat is
hét!

de
v
o
n
d
s
t

zit in de teut en die is soepel…

AMK 😉

ik krul graag …

De enige die altijd bij mij is

(n.a.v. een berichtje dat ik van iemand kreeg en me tot woorden neerzetten inspireerde)

Spiegeltje spiegeltje aan de wand
waar ben ik nu
weer aanbeland

Hoofd en kop daar op mijn lijf
gesprekken weten
met zichzelf geen blijf

In het midden van mijn nachtelijke droom
zag ik en begreep toen
plots en zonder schroom

Die dichte kamer, die hoogte of dat terrein
zonder uitgang helemaal vast
doch niet op mijn domein

Daar moet ik bijgevolg niet zijn
ik verdwijn uit die metafoor
en ga er met mezelf vandoor

AMK 😉