Eenvoudige poëzietechnieken 7

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Aan sommige neem ik deel, anderen glijden voorbij. Ik vraag me niet af of dat dan gemiste kansen zijn. 
Deze gelegenheid is een van de leerzame, zoals een schrijftechniek voor poëzie. Ze komt van Canxatard in haar blog ‘Het geluk van de schrijver’.

Ik leerde ook liefde en zelf mijn haren verven…

Ik leerde lopen en ook praten
het kwam misschien wat laat

Al dat proberen,
zelfs geboren worden
ik wist niet hoe dat gaat

Laat  zoals de achteraffer
van Annie M.G. Schmidt

Toen het toch gebeurde
duurde het even voor ik
fier zei: ‘Kijk, ik zit!”

De crèche de school en het gezin
de buren en de vrienden

Al dat proberen
zelfs mijn best doen
hoofd op hol van wat ik uitkiende

Kiezen en verliezen
winnen was een utopie

Al dat proberen
ik tuurde maar raak
naar dat wat ik niet zie

Ik was jou ik was hem ik was haar
ik was hier ik was weg ik was daar

Al dat proberen
pedagogiek gestuurd
soms was het best wel zwaar

Ik leerde lezen schrijven dansen
het ging misschien wat traag

De ene job en ook de andere
liep in en ook eens uit de pas
woonde hier of daar wat vaag

Ik leerde doen wat gangbaar is
ook schuldig en geniep onkuis

Het ene mag gezien
dat is normaal
het kleinmenselijke gaf gedruis

Ik leerde zingen en ook Grieks
al is ’t soms buitenmaats

van onderweg zijn
nooit genoeg   doch
liefst niet op de schaats

Doorheen dat alles en dat leven
onevenwicht en balanceren

Waar ik ben en waar ik ga
wat ik leerde en wat niet

Is één mens die altijd bij mij is
dat ben Ik en u – gelukkig – niet …

Weet u het al, wat ik heb geleerd…
voelen aan mijn eigen barometer
die heeft het nooit verkeerd

AMK

U kan de opdracht zelf HIER lezen en meedoen.

Bond, Mouse Bond

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er vorig jaar al mee begonnen en bij tijd wijle zal ik er dit jaar mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … 
Deze is nog van vorig jaar, voor het ontstaan van mijn Woordenrijk. Er glipt al eens een blokje kaas door de mazen van het net.

Ze gaan uit de bol, de mensen op de tafel
als ik mijn kroost gedurfd verlaat en dat
voor wat kaas en restjes over

Ik ben beroemd, een bejubelde uitslover
op dat groot geschreeuwd festijn mag
hun live zingen graag toch beter zijn

AMK

U kan de opdracht zelf HIER lezen.  

foto’s: muis: op de website van gezond leven heb ik die terug gevonden, al bestaat ze ook ergens op een Twitter-account. kaas: uit pexels.com en daar deze close-up

Stenen vondst

Af en toe zet ik het resultaat van een oefening - na feedback - van de academie hier neer.
Niets is echt helemaal waar, noch helemaal onwaar...

Hoe lang zou het duren voor de stenen vielen?

De slapende lichamen leken als zware zandzakken neergelegd tussen de grashalmen. Hoe koud zouden ze het hebben? Ik vroeg het me af. Ze leken wezenloos en als ze dat nog niet waren, zou de laagste rotsblok daar voor zorgen.

De vrouw zal het vast warmer hebben gehad, tussen de modder en het lichaam bovenop haar. Waarom zagen ze er in hemelsnaam zo vredig uit? Was ik in een fantasyfilm terechtgekomen?
Dat beeld van de lichamen in de modder met die rotsen boven hen tartte elke verbeelding, zelfs de mijne. De lichamen, over elkaar heen, in het slijk tussen het gras. Ver boven hen ontwaarde ik licht- en donkergrijze tinten in een wolkenstreep waar een zwarte kraai rond cirkelde. Uit de wolk vertrok een touw naar beneden, dubbel gebonden rondom een reuze rotsblok. Het touw daalde verder naar een lagere blok, strak omheen vastgeknoopt. Hoe lang zou het touw het houden? Zou de vogel de koord doen knappen?

Het geblaf van de hond van mijn buren, Henri en Elise, leek wel een door God of zijn universum gezonden teken. Abrupt werd ik wakker en schoot recht in de zetel met een nog onwerkelijk gat ergens tussen de fantasy en de concreetheid van het wakker zijn.

Met de belofte hun hond dit weekend tijdig uit te laten en eten te geven, had ik de gemeenschappelijke deur tussen onze twee tuinen opengelaten. Ik woonde hier nog niet zo lang en meestal ben ik de laatbloeier in een nieuwe omgeving. Maar in hun hartelijke gastvrijheid zwom ik spontaan mee. Ze leken de artistiekelingen van de wijk, beetje doorleefd voor hun nog jonge leeftijd, dat wel. Toch trok hun optimistische aard me wel aan. En een wederdienst voor het mooie vrolijke tuinhek, waar zij voor gezorgd hadden, leek me wel passend. Beter een goede buur dan een verre vriend, al ken je ze nog niet zo goed, toch?

Nu gromde en blafte de hond hees, helemaal anders dan zijn vraag om een wandeling, eten of een spelletje. Toen ik buitenkwam, rende hij als een pijl uit een boog weg.  Wat zou dat toch in hemelsnaam zijn? Bijna over mijn eigen voeten vallend, volgde ik hem. Hij was sneller, zelfs doorheen de witte muur van mist.

“Laaassie!”, riep ik zijn schelle blaffen na. Was er een naam die meer cliché klonk? Het geblaf ging plots over in een gehuil. Ik was heel dichtbij. Tot ik versteende. Werd de fantasy vanop de warme zetel toch echt? De modder, het koppel, over elkaar heen gelegen, het vredige aanzicht… Ik keek naar boven, knipperde met mijn ogen; geen rotsblokken aan een touw te zien. Zucht!

Lassie draaide hijgend rondjes, rende het stukje tussen het paar en mij op en neer en sprong dan tegen me aan. Voorzichtig zette ik een stap in die richting. Er gebeurde niets. Nog een stap. Nog niets.
“Hallo!” Mijn stem piepte. “Haaallooo!!” Dat ging al beter.
Nog twee stappen en ik was bij hen. Gebiologeerd door de bijna lieflijke houding van de twee mensen. Tot ik iemand hoorde gillen. Mijn eigen stem!

Ik liet me op mijn knieën vallen. Ik trok eerst aan de man, rolde hem op zijn rug en sleepte toen de vrouw van de modderplek weg. Lassie jankte nu zachtjes, tussen de twee lichamen in gezeten. Toen zag ik het zelf pas. Een verlammende realiteit, zoals ze daar lagen; met hun gezichten naar boven, nog nauwelijks ademend, blauw en bleek tegelijk. Wie moest ik eerst reanimeren? Henri of Elise?

AMK – 29 november 2022

Dit verhaal schreef ik n.a.v. een foto. De oefening was – zonder voorafgaande kennis van het oorspronkelijke verhaal – zelf iets te schrijven (eender wat, poëzie, verhaal, …). De foto werd origineel gebruikt voor een verhaal, geschreven in het teken van het jaar van Stijn Streuvels vorig jaar (meer info: HIER ). Ik kan omwille van de bekende reden deze foto zelf niet plaatsen. Vandaar eentje uit mijn eigen wanordelijk geordende foto map

De geurherinnering

Af en toe zet ik het resultaat van een oefening - na feedback - van de academie hier neer.
Niets is echt helemaal waar, noch helemaal onwaar...

‘Amaai, dat ruikt hier lekker naar koffie.” Het is mijn buurvrouw die iets komt vragen. Ik ben nog maar een halfuur weer thuis en nog vol van de geur die ik van buiten meenam. Koffie ruik ik nu niet. Gelukkig bekoort de smaak ervan me nog wel. Die geur die mijn neus in beslag genomen heeft en nog even nazindert stelt zijn veto. De andere geuren verdwijnen … weeral.

“Kom binnen,” nodig ik haar uit en vertel terwijl zij zich neerzet aan de tafel en ik de koffie in een thermos giet.

“Ik heb de herfst geroken buiten. De regen van de afgelopen dagen hing nog in de bladeren. Het hele park rook ernaar.”

Over en weer snellend tussen de keuken en de borden- en bestekkast, vertel ik verder over mijn reukervaring.

“Ja,” zegt ze beleefd, “dat is wel een heel specifieke geur.”

“Juist, vind ik ook,” antwoord ik en wil verdergaan, over toen ik bij de weg belandde en moest wachten op groen licht om over te steken. De fijne stof- en andere roetdeeltjesgeuren katapulteerden me naar lang vervlogen tijden, waar ik in Piraeus op de boot wachtte en zo ongeveer dezelfde ervaring had; Naft!

“Toen ik thuiskwam zonet, probeerde ik ook andere geuren op te vangen,” zeg ik, helemaal in de ban van al dat ruiken. Mijn hersencellen flakkeren weer op. Ze werken toch nog, de luiaards. Als ze maar geurig geprikkeld worden. Had de dokter me dat twee jaar geleden niet kunnen adviseren? ‘Oefening baart kunst’, meer moet dat niet zijn.

“Maar het was maar voor even,” voeg ik toe. Was ik toch te enthousiast? Straks knettert dat reukcentrum nog in mijn hersenpan, eindigend in een kortsluiting. De benzineherinnering blijft tenminste nog hangen.

“Het lukte maar even met de kruiden. Weet je welke geur van buiten is blijven hangen?” ga ik verder, mijn verhaal enthousiast uiteenzettend over dat hoofdpijn bezorgend aroma van de vierwielige weggebruikers. Pijn en vreugde liggen dicht bij elkaar. Ik zit tegenover haar, schenk koffie voor ons beiden in en zie haar dan pas een beetje bedenkelijk kijken.

“Maar je bent hier natuurlijk niet voor mijn geurige avonturen. Wat wilde je eigenlijk vragen?”

“Euhm, nu ja, over de gemeenschappelijke ketel. Ruik jij ook gas af en toe?”

AMK – 22 november 2022

Eenvoudige poëzietechnieken 6

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Aan sommige neem ik deel, anderen glijden voorbij. Ik vraag me niet af of dat dan gemiste kansen zijn. “Ik doe wat ik doe en vraag niet waarom…” … (een lijn uit het lied gezongen door Astrid Nijgh, vraag me niet waarom ik nu net daar aan moest denken)

Deze gelegenheid is een ventilerende schrijftechniek voor poëzie. Ze komt van Canxatard haar blog ‘Het geluk van de schrijver’.

Wat is er fijner dan je een keer helemaal laten gaan? Ongebreideld met je zwarte magie een maagdelijk wit blad bekladden! Dat zit in deze uitdaging, die ik heel graag aanging.

Mijn bijdrage:

De pletwals

Wat durf je daar te lachen op mijn scherm met je onzichtbare veiligheidsagenten?

Het maakt niet uit
je zal wel zien!
hoeveel plezier ik er in schep

Ik voorzie dat je je vergaloppeert
in je hoogheidswaanzin en arrogantie
in je platwalserij en gemanipuleer
in je zelfvoldaanheid

Plat op je vuile bek

De pletwals is besteld!

Ik zit bovenop dat gevaarte!
Ik bén het gevaarte!
Ik grijns. Gemeen!

jij onderaan die
grote betonnen rollen die jou
vierendelen, verbrokkelen, vermorzelen en

de overblijvende niets betekenende korrels
tot de laatste kruim weggeblazen in een zak
dubbel dichtgeknoopt en luchtledig gepompt

in een kermiskraam als schietobject gebruikt
de winnaar mag met een vijzel elke kruimel
die jij ongetwijfeld probeert te worden
platstampen tot vervlogen poeder

jij wordt nooit meer heel als je dat al ooit was
er blijft niets meer over van je gemene plannetjes

alles plat bombarderen
burgers in de kou zetten en op de vlucht jagen
burgers brainwashen en van zichzelf afpakken

Maar eerst, voor je poeder wordt
word jij vuile platte hamburger!

(Trump, consoorten en alle metaforen lezen jullie mee?)

AMK

U kan de opdracht zelf HIER lezen en meedoen.

Foto: uit Wikipedia  waar Rasbak de foto plaatste.

Spiegeltje, spiegeltje, wat toon je niet?

Soms blader ik eens door mijn schrijfsels en bekijk ik wat er van gekomen is. Dit gedicht was geschreven in de laatste les van een serie van vier workshops ‘Van gedachten naar gedichten’ bij Wisper. We kregen toen les in een ontbijtzaal van een B&B annex restaurant. Eerst mochten we foto’s maken en daarna iets over onze ervaring schrijven a.d.h.v. die foto’s.

Wat kan je in een spiegel zien
Meer dan wat er al is
De verwachting nog ongewis
Zonder ontbijt in die kamer
Dichter bij de nog-een-afzakkertje uren

Rond de tafel, al schrijvend wispelturen
Lege kapstok om aan te hangen              
Dat onverwachte, wat rijmt of niet
Ritmeert of vloekt, lang in ’t kort

Van wanhoop tot verlangen
Zouden ze meekijken, daarboven zo aan het hangen?

Eindeloze taal, in zesentwintig letters
Ja, er is veel meer dan dat wat je in een spiegel ziet

AMK
(ps. ik heb het een beetje bijgewerkt)

Eenvoudige poëzietechnieken 5

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Aan sommige neem ik deel, anderen glijden voorbij. Ik vraag me niet af of dat dan gemiste kansen zijn. “Ik doe wat ik doe en vraag niet waarom…” … (een lijn uit het lied gezongen door Astrid Nijgh, vraag me niet waarom ik nu net daar aan moest denken)

Deze gelegenheid is een van de leerzame, zoals een schrijftechniek voor poëzie. Ze komt van Canxatard haar blog ‘Het geluk van de schrijver’.

Mijn bijdrage:

De kuddedierentrein

Twee dagen treinen
dat hadden we ervoor over
al was het geen opgave voor ons
de vijf keer per weekse pendelaars

het maakte niet uit, we waren jong
de wereld aan onze voeten, die wereld
gleed snel voorbij en we stapten uit en in
telkens in een andere trein op een ander perron

de gewoonte der dingen
zette zich voort in deze trein
naar Thessaloniki, onze laatste
overstap naar Athene ons avontuur

toen de trein rammelend tot stilstand kwam
stapten we weer uit, zoals iedereen, met rugzak
de grond van de wereld aan en onder onze voeten
bleek geen perron te zijn en we keken toen pas rond

onze trein was ontspoord.

AMK

 U kan de opdrachten zelf HIER lezen en meedoen. 😊

net voor Thessaloniki