Zijn naam is Luis. Ik weet niet of hij nog in België is of niet. Hij is zo een van die weinige mensen die ik slechts een korte periode in mijn leven kende maar nooit vergeet.
Ik kwam hem tegen op zo’n datingssite uit de tijd ik dat nog spannend vond (lang geleden dus). We schreven eerst veel. Ik vond hem (knetter)gek met zijn liefde voor vrijheid, avontuur en fotografie. Hij vond mij ‘a real person’ (zo heeft hij dat letterlijk geschreven).
De dag zelf, dat ik niet zou gaan, stuurde ik een berichtje dat ik toch afkwam. Hij woonde in Antwerpen, ik in Hasselt. Hij zei onmiddellijk ja. Over flexibel gesproken. Hij kwam me afhalen aan het station en we gingen eerst een koffie drinken. Het contact voelde zoals het schrijfcontact, echt en gewoon. Geen opgelaten gevoel, wat het ongewoon verrassend maakte.
We zwierven door Antwerpen, we aten frietjes bij N°1, die hij absoluut wilde betalen. Meer kon hij zich niet permitteren zei hij. Frietjes waren prima.
Achteraf bleven we nog even schrijven en hij stuurde de foto’s die hij die ene dag van mij gemaakt had. Zo’n korte open vriendschap, geen enkele fysieke aantrekkingskracht van beide kanten maar wel een openheid om te praten over alles en nog wat. Dat zijn zo’n dagen dat ik me voel wie ik ben.
Hij werd zelfs geïnspireerd tot een gedicht, door een foto van mij die ik hem stuurde van een reis, ergens onderweg in Kreta.
Zijn grote hobby’s waren fotografie en schrijven. Zijn grote liefde was een vrouw ergens in Vlaanderen (ik niet), die hij aanbad, een kind bij had maar niet bij kon samenwonen. Zijn afkomst was Argentijns. Zijn grote nachtmerrie was zijn job. Wat ik me ervan herinner was hij helpdeskmedewerker. Cijfers, cijfers, cijfers halen … geen vrijheid, geen eigen inbreng, verstand op nul. In een van zijn laatste berichten schreef hij dat op het matje geroepen was en op een bepaald uur bij de baas moest komen. Hij zat nog door het raam te kijken. Het was mooi weer. Hij stond op en ging naar buiten, aangetrokken door het licht. Toen hij terugkwam lag er een ontslagbrief op zijn tafel. Hij was blij. Time to move on! Hoe optimistisch kan je zijn? Ik hoop voor hem dat hij ergens in deze wereld volop aan het genieten is, met de liefde van zijn leven, in alle vrijheid.
Hem opzoeken doe ik niet. Hij is een fijne frisse herinnering, waar verwachtingen niet bestaan, alleen het NU. Die herinnering komt zo nu en dan bovendrijven.