Eenvoudige poëzietechnieken – 13

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er ooit mee begonnen en bij tijd en wijle zal ik er mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. In geval van …

Deze uitnodiging komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 13.
Hier vond ik de uitdaging: Brief aan de poëzie.

Je zit in alle kleuren

In donker vind ik je soms in zwartgrijs
in de diepe put zijn galmende woorden het bewijs

In helder turquoise en fris oranje-geel
voedzaam lekker, de sintroen en grannaan
zo licht met zovéél zie ik woorden staan

In kalm groen van zoveel tinten
ruist woordenwind in ’t wild in ’t zacht
hoeveel uren heb ik in nachtblauw
op jou, Poëzie gewacht

Aan rood zal ik me niet wagen
of toch? Straks of morgen of later
Kan je dat woordengewicht dragen?

Vele kleuren zijn er nog waarvan één me verblijdt
Poëzie, wat is de kleur voor tijd?

AMK

foto: ergens onderweg in Griekenland ooit

Tot de regen op is

Zou ik het nog kunnen? Over alles schrijven? Is het een gedicht? Is het een observatie? Wat ging vooraf? Wat volgde? Maakt het uit?
“Kijk mama!” 
“Klaar? Start!”

De peuter begint te lopen
aan de leiding van een schaterlach
die zich verspreidt doorheen de menigte
achter hun kroost hollende volwassenen die
zelf hun vooruitkijkende gedachten vasthouden 

snel smartphonefoto’s nemen
kind op glijbaan, kind bij pinguïn
en “pas op voor die plassen!”

De peuter stopt en
staat voor de grote plas 
achtergebleven regen  bekijkt 
geconcentreerd de kleinere plas 

Blote voeten in minisandalen
springen heel beslist in de grote  
een schaterlach  een fontein regendruppels
in opperste verrukking springt ze in de kleine 

Opnieuw regent het net één hoog 

De schaterlach wint van vooruitkijkende gedachten 

Het is NU! 

AMK

Is dat arrogant?*

Ik denk dat ik dat kan; over alles schrijven

Bijvoorbeeld, geïnspireerd door een gedicht en daar verder op geschreven**

In het hoge gras
zie ik de sporen
van een ander
Die stap voor stap
het spoor van weer
een ander ging 

Johanna Pas
Ik stap erin
ga achteruit tot daar
waar elk spoor begon
en aan ’t begin
sta ‘k even stil tot
ik stap voor stap
ander hoog gras plat trap

AMK

*retorische vraag…
** uit ‘Kringen op het tafelblad’ – Een poëzietarot, Johanna Pas, gevonden in een*blog die ik volg. Inmiddels heb ik de kaarten in huis en ze zijn heel inspirerend tot schrijven.

Of vergaloppeer ik mij?

Ik denk dat ik dat kan; over alles schrijven

over geweld dat met meer geweld wordt onthaald
in het groot  in het klein
en niemand die de rekening betaalt

of toch?

over huizen waar ik al lang niet meer woon
dat waren nog eens tijden
nu kijk ik om  de parel aan de kroon

of niet?

over verboden culturen; onbekend is onbemind
spreek Vlaams en pas u aan
echt?  ik houd zelf van divers getint

of nog meer?

over bomvolle artikels over waarom u dit of dat …
en als beterweter zelf ga preken
dan mis ik voor m’n mond dat blad

of wat?

over zonder meer en gewoonweg kunnen bestaan
zonder de waarom (niet)? verdediging
aan dié vrijheid heeft een mens pas wat aan

AMK

Of toch bijna alles.

Ik denk dat ik dat kan; over alles schrijven

Hoe ik dan dat ene schrijflijstje neem
met de ‘pak me dan als je kan’ woorden

er is plaats; tussen de ingestuurde
belastingaangifte en de afwas
is niet meer, de nog af te vinken
te doens  niet zo dwingend

laat er zich een woord zien
ik pak het   ik kan het   vandaar

Euforie

dat is het woord dat ik pakte
al zal ik niet schrijven waarom
woorden duren zelden lang

AMK

Over alles

Ik denk dat ik dat kan; over alles schrijven

Hoe ik de ramen aan de voorkant properde
en nu de evenwijdige onbeschreven strepen zie  
– zou ik een raamgedicht? – of

Hoe te-doen lijstjes me gemaakt vrolijk,  schel roepen
de woorden op het schrijflijstje in hun fraaie vuist lachen
– pak me dan als je kan – of

Hoe er overal alles voor iedereen te doen is
ik ben al genoeg met Mie, mezelf en ik voor altijd
– samen is toch alles toffer? – of

Hoe ik bij het Offerfeest vandaag denk
aan dat kind – ja laat ik u dat vertellen – over
dat kind dat weer goed las en het woord God las
hoe ze dan verwonderd opkeek en vroeg ‘wat is dat?’
hoe ik toen zei dat mensen in de kerk bidden tot God
zoals mensen in de moskee bidden tot Allah en hoe ze toen
als Eureka opkeek en – zoals alleen een kind dat kan – alwetend
en zelfzeker zei: “Dat zijn toch die twee die altijd ruzie maken!”

Ze las haar rijtje af, ook meerlettergrepige woorden.

AMK