Acht op tien

Vorige week had ik een videogesprek met een adviseur van mijn bank. Dat was best een fijne ervaring. Om te verduidelijken, het heeft niets met financiële rijkdom en zware beleggingen te maken.

Ik kreeg het advies waar ik om vroeg en daar kon ik wat mee doen, of niet natuurlijk. Overigens had die persoon best goede looks, een aangename stem en vertelde me op een rustige doch directe manier wat ik wilde weten.

Voilà…. dacht ik. Ik kreeg maandagochtend een feedback formulier in mijn mailbox dat ik invulde. Ik heb geen enkel idee hoe een adviseur van de bank zich hoort te gedragen maar niemand is perfect. Dus alles samen kreeg hij van mij een acht. De ‘verstuur’ knop kreeg een klik.

Voilà … dacht ik. Maandagnamiddag kreeg ik telefoon van mijn bank. Die had ik net gemist.
Dinsdagochtend, klaar voor mijn wandeling –uithouding en stevig wandelen aan het opbouwen – Strava net ingesteld, rinkelde mijn gsm met oplichtend logo van de bank. Ik nam op. Zal wel iets zijn dat ik (weer) vergeten ben, dacht ik nog.

“Goedemorgen, mevrouw Knaepen, hier met V. ChX* van mijn bank. U heeft een enquête ingevuld en u heeft mij acht op tien gegeven”
“Ja dat klopt!” Bent u niet tevreden?
“Het zit zo, als wij op een enquête minder dan negen op tien krijgen van een klant, moeten we hen opbellen om te vragen of er iets is dat ons verbeterpunt kan worden.”
Euhm??” (hardop gezwegen)

“Mevrouw Knaepen?”
“Ja, ik ben er nog. Maar een verbeterpunt zou ik u niet kunnen geven. Het bankwezen is voor mij Chinees, Japans, Kretenzisch dialect (ik versta dat nog altijd niet), dus ik zou echt niet weten waar het fout ging. Acht is omdat het altijd beter kan, perfectie bestaat niet? Toch?“

(hier moet ik er wel bij zetten dat ik niet meer exáct weet wat ik zei, dit is dus naar alle waarschijnlijkheid ietwat uitbundiger)

Meneer V. ChX*  scheen tevreden met dit antwoord. Ik dikte het nog wat meer aan met ‘goed geholpen’ en ‘duidelijk antwoord op mijn vragen’ en kers op de taart (als hij van taart zou houden) ‘ik mag terug bellen als er nog vragen zijn”.
Volgens mij was meneer toen gerustgesteld. Hij bedankte me nog eens en wenste me een fijne dag. Ik hem ook.

Achteraffer die ik ben (zie Annie M.G. Schmidt) dacht ik aan wat ik nog had kunnen zeggen bij wijze van humoristisch afsluiten… U kan het goed maken met een koffietje…

Ik ben wel blijgezind gaan wandelen en heb fors doorgestapt. Al stemt het toch wel tot nadenken, zo’n mentaliteit, als acht op tien niet goed genoeg is…

AMK

*om privacy redenen heb ik zelfs meneer zijn initialen veranderd…

Nootje kraken

Mijn tanden zijn geen notenkrakers en om het half jaar neem ik hen mee naar de tandarts. Regelmatig nazicht en de nodige behandeling helpen om vooraf gekraakte noten wel nog te knabbelen.

Enkele weken geleden was dat half jaar weer voorbij. Helaas werd ik toen geveld door iets nu-al-niet-meer-belangrijk. Ik mocht de afspraak verplaatsen. Dat telefoongesprek ging nogal snel: “27 juni om 14u”, dat was oké en de verbinding werd verbroken.

Gisteren was het 27 juni. Ik ging door brandend weer en hete wind op weg naar de tandarts, tramsgewijs en deels te voet. Ik voelde me als een Eskimo die zichzelf voortsleept in de woestijn (hoewel ik nog nooit een Eskimo gesproken heb, die zoiets gedaan heeft).

Die praktijk bevindt zich onderaan een appartementencomplex, aan de achterzijde. Daar aangekomen zag ik dat de deur met een slot vast zat. Waarschijnlijk ook met een sleutel gesloten, dat heb ik niet uitgeprobeerd, wegens achterlaten van vingerafdrukken. Tegenwoordig weet een mens maar nooit wie nog na komt, de boel forceert (met handschoenen aan, ondanks de hoge temperaturen) en ‘ze’ bij mij uitkomen tijdens het onderzoek.

Ook al houd ik van traagheid, toch was ik gisteren blij met de wonderbaarlijke vooruitgang van de digitale snelweg. Ik vond – onhandig wegens nogal klein klavier op mijn smartphone – op de website van de tandartsenpraktijk dat hij daar op donderdag niet werkt.  

Heb ik dat dan zo verkeerd begrepen? Zou hij juli gezegd hebben i.p.v. juni? Zevenentwintig juli valt op een zaterdag en dan werkt hij ook niet …
Ik ging naar huis, weer via de woestijn; er was geen andere weg. ‘Dat is iets om morgen uit te zoeken’, dacht ik plakkerig.
Weer thuis was ik stiekem blij. Gisteravond was mijn laatste ukelele-les van dit schooljaar en ik zou niet graag daar gezeten hebben met een nog half verlamde mond.

Hedenmorgen opende ik weer die website, maakte een afspraak online en belde hem voor de zekerheid nog eens op om het bevestigd te zien. De tandarts nam op. Oef, er is gelukkig niets ergs gebeurd. Het was een misverstand. De digitale snelweg is niet feilloos. Het systeem had de nieuwe afspraak niet opgeslagen.

Volgende week doe ik weer een poging. Ik heb deze keer wel een bevestigingsmail gekregen. Hopelijk doen mijn tanden het nog. Misschien nog eens een nootje kraken om uit te proberen?

AMK