Boekenchallenge – Wij, twee jongens van Aline Sax

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er vier gelezen, aan het vijfde bezig. 

Dit boek van Aline Sax is het eerste van twee jeugdboeken (15+ volgens de bibliotheek). Dit eerste gaat over landverhuizers in de beginjaren van de twintigste eeuw. Hett verhaal begint met het vertrek van een  West-Vlaams gezin naar Amerika, toen nog het land waar alles kon en mogelijk was. Eén jongen uit het gezin komt echt aan in New-York, maar of hij de droom kan waarmaken is een andere kwestie. En wat met zijn familie die weer/nog in België zit?

Hij verzeilt in allerlei situaties die op nachtmerries lijken. Is Amerika toch niet dat wat voorgespiegeld werd?
Aline legt enkele thema’s bloot. Alsof je in een schilderij stapt dat telkens verandert, bladzijde na bladzijde tegen de achtergrond van New York in het begin van de twintigste eeuw. Hoe dromen overleven wordt, veel schouderophalen en één uitreikende helpende hand, ontdekking van geaardheid en het moeten verborgen houden, de bandeloosheid tegenover de preutsheid, vriendschappen die ontstaan, verraad, liefde/haat tegenover de stad …

Beeldige zinnen.

Het boek is heel beeldend geschreven, alsof Aline erbij was om ter plaatse verslag uit te brengen. Vijftien-plus is niet overdreven. Het voordeel van zo’n jeugdboek lezen, is net die aanschouwelijkheid, die nooit kinderachtig wordt.

De inhoud van het boek zelf kan u op Hebban vinden én wat anderen er daar over schreven:

wij-twee-jongens  

AMK

foto’s: bovenaan, uit Hebban. In het midden: uit het boek. Ik vond dat zo’n mooie zin!

Taaldingetjes 4

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Sanseveria (op 2 maart, Ewoud Sanders)
De beroemde/beruchte plant die ook vrouwentongen wordt genoemd, dankt haar naam aan de Napolitaanse prins Raimund de Sangro, vorst van Sanseviero (1710-1778).  Veelzijdig getalenteerd in allerlei uitvindingen en literaire werken.
Een leerling van ene Carl Linnaeus, geestelijk vader van de systematische indeling van planten en dieren, noemde deze plant naar de Napolitaanse prins.
Vrouwentongen genoemd naar hun vorm blijkbaar en in het Engels niet zo fraai klinkend mother-in-law’s tongues … Dan vind ik de Nederlandse benaming fraaier.

Er is een uitdrukking die het woord hanteert. Achter de sanseveria’s zitten: Ouderwetse manier van leven, beetje teruggetrokken, stil leven … maar euhm
Is het dáár dat ‘vrouwentongen’ de sterkste en strafste werken schrijven, schilderen, beeldhouwen, zorgen, regelen, …?

Loopt deze zin wel helemaal goed? (4 maart, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)
Het gaat over volgende zin: “Noem een liedje of film die je aan je jeugd doet denken.”
Zou het anders een kalenderblaadje worden? Het is een van mijn stokpaardjes. Die of dat?
In deze zin zitten twee verschillende woordgeslachten (denk aan het-woorden en de-woorden). Naar een het-woord verwijzen, zoals ‘het liedje’, gebeurt met dat; het liedje dat je aan je jeugd doet denken. Om naar een de-woord te verwijzen, gebruik je die; de film die je aan je jeugd doet denken.
Het gaat dan over zelfstandige naamwoorden. Ik ken ook een extra trucje. Lidwoorden de en het het ‘gewone’ enkelvoud staan zo vast. Een verkleinwoord (zoals tafeltje, appeltje, etc …) hebben altijd een het-woord. Een meervoudsvorm heeft altijd een de-woord (zoals de sanseveria’s, de huizen, hoewel het enkelvoud het huis is). Meervoud is sterker dan verkleinwoord: De tafeltjes – het tafeltje.
Ik vermoed dat het in de loop der jaren wel (weer eens) aangepast zal worden. Taal evolueert nu eenmaal.

Antwoord: Natuurlijk niet …

Taalkronkels (6 maart, redactie Onze Taal)
Deze heb ik in vorige taaldingetjes nog niet getoond. Ze zijn best wel grappig. Het is een verzameling van taalfouten uit allerlei media waarbij dan andere interpretaties aan de boodschap gegeven kunnen worden. Lees en lach 😊

Boekenchallenge 1 – Negentien Negentien, Aline Sax

Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, ik wil wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er drie gelezen.

Over Hera (Jennifer Saint) schreef ik al. Het tweede boek dat ik las, was ‘Wraak’ van Jonas Boets. Ik lees de Aspe-reeks van Boets graag omdat ik vroeger al van bij het eerste boek van wijlen Pieter Aspe fan was. Geen hoogstaande literatuur, wel misdaad mét humor. Wie graag weet waarover het gaat, zie HIER.

Het laatste boek tot nog toe gelezen door mij is Negentien Negentien van Aline Sax. Ik las al eerdere boeken van haar, zoals ‘Uit het niets’, ‘Wat ons nog rest’ en ‘Mist over het strand’. Allemaal beklijvende boeken. Dit boek echter blijft lang aan je kleven. Doorheen de regen en de modder, de angst en de woede, het verdriet en de radeloosheid – wat nu te doen na de oorlog die mijn kameraden niet overleefden – is het bijna alsof je er met je neus op zit en niks kan doen. Zoveel generaties is het overigens niet geleden, dat lijden.

De inhoud van het boek zelf kan u ook op Hebban vinden én wat anderen en ik erover schreven: Beleving*van*oorlog  

Foto: uit dit boek

AMK

Taaldingetje 3

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Oude koeien uit de sloot halen. Begin je daar nu wéér over? Iets oprakelen wat vroeger is gebeurd, iets vervelends. Het wekt meestal ergernis op.
Het komt van het opvissen van oude kadavers van verdronken dieren; onaangenaam, vervelend dus.  (12 februari, Roos de Bruyn)

Carnaval.
Er is verschil in beklemtoning van de eerste of laatste lettergreep. Het blaadje van Onze Taal kalender van 18 februari meldt dat cárnaval standaard is. Doch wordt carnavál het meest gebruikt in gebieden waar het feest een vastere traditie is, zoals het zuiden van Nederland en België. Beide uitspraken zijn correct. Hier hoeft de kerk niet in het midden gehouden. (18 februari, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)

De letter /r/.
Die vind ik interessant. De klank waarvoor deze letter staat, komt in het Nederlands in één op de zestien letters voor in ons taalgebruik. Dat is dan wel een belangrijke klank. Wel een van de moeilijkste klanken om uit de mond te krijgen. Het is een van de laatste klanken die bij de taalontwikkeling van een kind correct gevormd wordt. Ik zou zeggen, geen paniek zeker als er verder geen spraakproblemen zijn.
Of je nu met de /tongpunt-r/ spreekt of met de /huig-r/, de mond en keel moeten allerlei capriolen maken om die klank er goed uit te krijgen. Het feit dat er nogal wat verschillende manieren zijn om deze klank te vormen, zal het er niet makkelijker op maken. Deze lijkt mij ook heel streekgebonden. (15 februari, Diedrik van der Wal)

Eigen bedenking
Wat ik me nog herinner van mijn opleiding logopedie is dat vroeger de /r/ soms verschillend werd uitgesproken naar gelang de sociale klasse. Een arbeider, of landbouwer, leerkrachten zouden eerder de tongpunt-r gebruiken. Een zogenaamd rijkere hogere klasse vaker de huig-r, wat niet zo verwonderlijk is aangezien die klasse ook vaker Frans sprak. De huig-r wordt ook vaak aangeduid met de Franse /r/.
Hoe dan ook, deze klank is ook heel bepalend voor de gehele spraak. Rolt hij niet genoeg (vaak bij de huig-r) trekt het de uitspraak te ver in de mond, waardoor je schraperig lijkt te spreken. Omgekeerd, als de klank te hard rolt (welke /r/ dan ook), lijkt het op een nat slijmerig goedje rondom je woorden. Verder waag ik me niet aan de uitleg van deze boeiende klank.
Bibberen zonder /r/, hoe doe je dat dan?

Nachtmerrie.
Niet het vrouwelijk paard dat je in de nacht met akelige dromen wakker maakt.
Merrie is een verbastering van mare. In het middeleeuws Nederlands ‘spook’. Een nachtmare was een spookverschijning die je in je slaap de adem benam, letterlijk.
Het woord mare raakte in onbruik en werd in de loop der jaren merrie.
Volksethymologie is dit. (19 februari, Laura van Eerten)
Bron foto (bovenaan): Facebook – Humor hok

Apen.
Waarom kunnen apen niet praten? Omdat hun strottenhoofd en de stembanden niet geschikt zijn voor spraak. Ze kunnen wel gebaren aanleren.
Zo werden de chimpansee Washoe en de gorilla Koko getraind om gebaren te leren. De eerste kende er 350 en de gorilla wel zo’n duizend gebaren die hij ook nog eens in korte zinnen kon combineren.
Dan was er ook de bonobo Kanzi die ontdekte wat de betekenis was van symbolen (lexigrammen) die wetenschappers aan zijn moeder probeerden aan te leren én hij kon ze gebruiken in combinaties om nieuwe woorden te maken, via een toetsenbord. (26 februari, Raymond Noë)


Bij meneerke Google vindt u vast nog allerlei dingen hierover of andere taaldingetjes.

Iedereen die dit uitgelezen heeft: proficiat! Dat verdient een lekkernijtje bij de koffie of de thee.

AMK

Dit was februari vaak door een zonnebril…

Daar vroeg ik me over af of ik er iets van zou zeggen. Of toch niet? 
Laat ik het in een brief vertellen. Verwacht geen wereldnieuws.
Lieve mama,
Dit jaar, 26 februari is het twintig jaar geleden dat ik u rustig zag uitademen, voor de laatste keer. Er is veel gebeurd sindsdien. We doen het nog allemaal goed, de ene al wat meer dan de andere. Het is naargelang we de dingen bekijken en ermee omgaan.
De familie wordt steeds maar groter, aan de onderkant van de stamboom. Ook dat is maar hoe ge het bekijkt. Als papa en gij de stam zijn, letterlijk van de sterke boom, dan groeit de boom bovenaan vooral goed. Verspreiden doen we ons ook goed. Steeds nieuwe boompjes afkomstig van die ene boom. Uiteindelijk worden we een hele boomgaard.
Ik zal u niet overdonderen. Februari in het twintigste jaar erná in vogelvlucht:

Zoals  dát meisje dat enkele solo’s mocht brengen tijdens haar toonmoment van de muziekschool.
Zoals de schatjes-van-patatjes met stevige longen en sterke stemmetjes.
Grote zus van deze schatjes die door alles heen heerlijk zichzelf blijft. Druk en lief.
Dan dat acro-wonder. Aladins betovering was groot. Helaas niet groot genoeg om de top te halen. Dat wil zeggen dat elke deelnemer een geweldige prestatie neerzette. Goede organisatie overigens van #OTMGent.

Hier hoort de wereld nog van! is wat ik vaak denk bij familie-kinderen. Mag dat voor alle kinderen alsjeblieft?

Mijn eigen metekind was jarig. Bijna een rond getal … volgend jaar. Dat stemt tot nadenken, iets dat ik nu nog niet zeg en in opbouw is 😉

Dat is één bijna volle tak van de boom van u en papa. Overigens over hem. Hij blijft er zijn. Ook al ziet hij niet meer goed (bijna niets meer). Th. en M. houden een heel goed oogje in het zeil bij hem. We doen allemaal wat we kunnen.

Verder? Er was een M-dag. Het was vanzelfsprekend gezellig, Grieks-Nederlands-Vlaams (alfabetische volgorde) gebabbel, eten, drinken en Dalaras natuurlijk, waarmee het allemaal begon. Voor wie het nog wil weten: M-DAG toen ook op 16 februari, net voor de grote C-ellende.

In Godsheide werden de kinderen herdacht, die 85 jaar geleden verdronken in het Albertkanaal.


Ik heb er gestaan, vorige donderdag. Hoe intriest. K. vroeg er nog naar en of haar bompa daar toen ergens in de buurt was. Gelukkig niet op dat moment of we zouden er allemaal niet zijn en ik zou niemand vervelen met blogberichten…

Nog even langs uw graf en dat van heel wat familie. Weer weggaan was even uitdagend als erheen. Wist ik veel dat de hele straat was opgegraven voor rioleringswerken slash buurt opkalefateren. De aanleg van fietspaden is wel fijn gedaan. Beter om te wandelen dan door die werken te slalommen. Op de terugweg, op het golfterrein, toonde een vriendelijke golfer me de paden om weer op een echte weg te komen én een bushokje.

Dan hield ik ook nog wat taaldingetjes bij, zoals duolingo en de taalkalender. Die kalender zet ik in een volgend bericht.

Ge ziet mama, we vervelen ons niet … en gij blijft gewoon bestaan. Ook al sterven mama’s ook, ze blijven gewoon bestaan!

AMK