Of toch bijna alles.

Ik denk dat ik dat kan; over alles schrijven

Hoe ik dan dat ene schrijflijstje neem
met de ‘pak me dan als je kan’ woorden

er is plaats; tussen de ingestuurde
belastingaangifte en de afwas
is niet meer, de nog af te vinken
te doens  niet zo dwingend

laat er zich een woord zien
ik pak het   ik kan het   vandaar

Euforie

dat is het woord dat ik pakte
al zal ik niet schrijven waarom
woorden duren zelden lang

AMK

Over alles

Ik denk dat ik dat kan; over alles schrijven

Hoe ik de ramen aan de voorkant properde
en nu de evenwijdige onbeschreven strepen zie  
– zou ik een raamgedicht? – of

Hoe te-doen lijstjes me gemaakt vrolijk,  schel roepen
de woorden op het schrijflijstje in hun fraaie vuist lachen
– pak me dan als je kan – of

Hoe er overal alles voor iedereen te doen is
ik ben al genoeg met Mie, mezelf en ik voor altijd
– samen is toch alles toffer? – of

Hoe ik bij het Offerfeest vandaag denk
aan dat kind – ja laat ik u dat vertellen – over
dat kind dat weer goed las en het woord God las
hoe ze dan verwonderd opkeek en vroeg ‘wat is dat?’
hoe ik toen zei dat mensen in de kerk bidden tot God
zoals mensen in de moskee bidden tot Allah en hoe ze toen
als Eureka opkeek en – zoals alleen een kind dat kan – alwetend
en zelfzeker zei: “Dat zijn toch die twee die altijd ruzie maken!”

Ze las haar rijtje af, ook meerlettergrepige woorden.

AMK

Nazingende zondag

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er vorig jaar al mee begonnen en bij tijd en wijle zal ik er dit jaar mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. In geval van … 
Deze uitnodiging komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 10.

het zachtgekookt eitje, de kop dampende koffie
u weet wel hoe dat gaat, de kleine dingen
m’n niet-beestige yoghurt met bio-fruit
en dat blokje chocolade

de dag van gisteren nog nazingend
ik zou er ’s avonds over schrijven
dat was het plan al vanaf dat moment
de start van het wasmachineweekend
en weekendkrant, waarom tweewekelijks?
ik vraag het met niet meer af

aan de ontbijt-opgeruimde tafel  krant opzij gelegd 
ukelele al eens stemmen nog even tokkelen
plukken en strummen in verschillende ritmes
zingen  smeren zonder olie
wat straks getoond zal worden

iemand met engelengeduld 
die ons feilloos aanvoelt en verder optilt
– de weg te gaan lonkt naar mij –
die zelfs in het samenspel  alle toonaarden van
elk van ons, harmonieus samenhoudt

mijn pas gestart trainend oor
slaat soms wat over, nu nog wel
maar we spelen gewoon verder

een Grieks en een Engels Joods liedje
we hebben een toemaatje
‘Bella ciao’
we hebben zelfs publiek dat meezingt

’s avonds scrollend hier en daar
“waar zal ik ook zángles volgen?”
die wereldse samenhorigheid
zoveel talen, zoveel stemmen

ze zinderen nog na  ebben zacht de nacht in
en – zoals dat heet – moe maar voldaan
denkend aan morgen
het zachtgekookt eitje en de kop dampende koffie
en het zondagse blokje chocolade

AMK

Hier heb  ik de mosterd gehaald…

Vaderdagen

Ze zijn meestal op woensdag
en aansluitend ook op zondag
de vaderdagen in een week

met een eigen ritueel, de was
en wat hebt ge bij vandaag?
en ‘k ben ook wel wat van streek’

Zoals elke dag

‘Geen moment hebt ge hier rust
maar allez, het is nu zo
zullen we dan maar?’

De praline(s), hij kiest ze heel bewust
de koffie, liefst decafeïné en ook nog
de agenda, wie komt er wanneer?

Want

Vaderdagen zijn voor iedereen
Doen we ook het cryptogram?
‘k heb het al wat ingevuld

We babbelen of zwijgen
in beiden weet hij veel
tot vijf voor vier, komt ongeduld

in goeiedag

’t was druk, wat zit er in zijn hoofd
dat ene uurtje op die dag
misschien tumult en ruis

Houd u goed en bel als er iets is
da’s goed, tot zon- (of woens-) dag
Houd gij u ook goed en veilig thuis!

AMK

Hittegolf

Ze heeft plezier  ze broeit  ze schroeit
soms weg achter witgrijze stapels

haar oneindige vlammen
geselen menig mensenvel

Smeer u maar in, zij die niet weten!
zijn het onzekere zweters?

Water verdampt tussen flesje en mond
of is dat toch overdreven?

De schaduwen zitten overvol
er zijn Verstandigen overgebleven

Het smachten, smachten naar een druppel
de petrichor en dan de echte regen

Denkt er iemand aan ‘Dank U”
of kunnen ze er snel niet meer tegen

Ach Aarde, die mens, u overleeft hem wel
met zondvloed en vuur, ’t is maar de vraag

Zullen wij zo snel transformeren ?

AMK

smeer aub! ook de gezonde liefhebbers.

Woordenmoord

Woorden zitten in een kluwen
ze tuimelen en ze duwen
ze botsen en ze racen
ze schreeuwen tot ze hees zijn

Ze dingen met zovelen
aan mij om mee te spelen  
ze boksen met hun ellenbogen
ze schreeuwen tot ze hees zijn

Op een dag echt  ik zweer het
komt zo’n woord  dik opgezet
zichzelf het beste wanend
dat schreeuwt dan tot het hees is

Die dag zal één van die woorden
pretentieus een ander woord vermoorden
het volk zal gillen tieren roepen
en schreeuwen tot ze hees zijn

Een rechercheur op onderzoek
het duurste woord uit zijn woordenboek
verheven doet hij zijn parlez – en de woorden?
die zijn nu hees  doen niet meer mee

Recht zal woordenmoord wel weren
de rust zal eindelijk wederkeren
dat hele volk van letterpakjes is nu bang
het zwijgt weer  maar voor hoe lang?

AMK

Geïnspireerd op deze poster. Ooit op een boekenbeurs gekocht. Gedicht is van Derek Olle.

Adagio

Schrijfgelegenheden komen en gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. Vooral voor deelname aan wedstrijden.

Wat ik wel wil delen is deze uitnodiging, die komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 9.

Adagio

Mals en sappig
valt neer in adagio

het natte goud
absorbeert Moeder Aarde

opstaan  in pyjama buiten
fijn stof spoelt af
huid, haar, hoofd, hart
weer zuiver

Licht straalt doorheen mijn huid

 AMK

U kan de opdracht zelf HIER lezen.

Γυναίκα – Vrouw

8 maart – Internationale Vrouwendag

Er zal nog veel water door de zee moeten vloeien vooraleer vrouwen als gelijkwaardig in hun bestaan, beschouwd worden. Wat hun keuze in het leven ook is…

Een ontdekking, sinds het*concert dat ik bijwoonde vorige vrijdag, is de dichter Nikos Kavvadias. Zoals elke (her)ontdekking volgt er een tocht die als een reis naar een onbestemming leidt en nieuwsgierigheid voedt.

Vandaag, op 8 maart, deel ik dit gedicht van hem:

Vrouw

Dans jij je dans dan op de vinnen van de haaien. 
Laat je tong spelen op de wind, vervolg je gang. 
Je bent als Judith hier, Maria daar te paaien. 
De moeraal worstelt op de rotsen met de slang.

Van jongs af had ik haast, maar nu ga 'k ervantussen. 
Een schoorsteen dreef mijn leven voort, ik hoor de fluit. 
Je zachte hand door 't schaarse haar kon mij wel sussen 
voor éen moment, maar nu is 't met haar werking uit.

Gebroken het halfuursglas en de sloependreggen. 
Jong, haal de stelling in, we gaan naar volle zee. 
Door welke schoftenstreek gaan wij het loodje leggen, 
zijn wij voor kinderen en grijsaards de risee?

Fel opgemaakt. In 't rosse schijnsel van het steegje. 
Met wier en uitslag overdekt, amfibisch Lot.
Zonder gareel en teugels, zonder zadel steeg je 
voor de eerste keer te paard in Altamira's grot.

De meeuw duikt neer om 't oog van de dolfijn te pikken. 
Wat kijk je me aan? 'k Zal zeggen waar je mij van kent. 
Die nacht toen ik, op 't zand, jou op je rug kon wrikken 
legden ze voor de Piramiden 't fundament.

Wij liepen samen over de Chinese Muur. 
In Ur zag jij hoe zeelui de eerste kielen klonken. 
Jij zalfde diepe Macedonische kwetsuur 
toen bij de Granicus de naakte zwaarden blonken.

Groene kleur. Schuim, morellerood en blauwig paars. 
Jij, op een gouden gordel na, een naakte schone. 
Tussen je ogen liepen zeven evenaars 
in de oude werkplaats van Giorgione.

Als had ik hem vervloekt wil de rivier mij weren. 
Wat heb 'k misdaan dat je mij wekt voor dageraad? 
De laatste havennacht laat ik me niet versjteren. 
Zondaar is hij die niets geniet en niets begaat.

Fel opgemaakt. In 't zieke licht van stegen. 
Op goud ben je belust. Graai, tel en schraap bijeen! 
Jaren hier bij jou blijven zonder te bewegen 
tot je geworden bent mijn Lot, mijn Dood, mijn Steen.

Indische Oceaan 1951

Nikos Kavvadias

Uit de bundel “Maraboe en andere gedichten”. Uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda. Uitgegeven door Het Griekse Eiland (bestaat intussen niet meer), december 1988. Ik zie dat ik het negenhonderd vierentwintigste exemplaar van de eerste vertaalde uitgave heb (1000 exemplaren).

Voor andere vertalingen bestaan er verschillende websites, voornamelijk naar het Engels. De Nederlandse vertaling vind ik zelf niet helemaal kloppen, maar ik ben dit gedicht nog verder aan het ontdekken. De tijdsgeest speelt misschien ook een rol. Metaforen zijn zeker aanwezig! Het gedicht gaat alvast doorheen de tijd en ruimte (op Aarde). Bij wijze van voorbeeld: ‘uitslag’ in de veertiende regel, zou ik rododendron zetten (origineel: ροδάνθη).

Dit gedicht werd ook op muziek gezet door Thanos Mikroutsikos (Θάνος Μικρούτσικος). Deze*muzikale*versie vind ik een mooie, naast verschillende versies van Giorgos Dalaras.

Wie graag wat leest over Nikos Kavvadias, zie HIER.

Noot: Nikos Kavvadias was een zeeman. Intussen ben ik een boek van hem aan het lezen. Hij was niet zomaar een rauwe zeebon. Al zal ik mijn mooi gekleurde bril misschien eens moeten oppoetsen… 😉
De nogal talrijke websites die me kunnen helpen, heb ik vastgepind. Ik ben althans aan het exploreren. Niet alleen met dit gedicht.

bron: By Jean Housen – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=32081071

Om een of andere reden kan ik de links naar websites niet meer aanduiden als ‘openen in een nieuwe browser’. Iemand een idee?

Bankje zocht en vond Dialoog in de Efteling

Bankje zoekt Dialoog was een wedstrijd waaraan ik tweemaal meedeed, via Azertyfactor. De eerste keer viel ik eruit in de eerste ronde. Tot mijn verbazing werd die dialoog wel getipt door Amina Belôrf. Tip van de week in mei 2021.

De tweede keer was iets spannender. Ik viel er toen ‘pas’ uit na de tweede ronde.

Dit jaar heb ik geen bankjeswedstrijd gevonden, al heb ik wel een idee in wording om een dialoog te schrijven.

Mijn inzending van vorig jaar stond op Azertyfactor nog in ‘privé’ modus. Ziehier het begin daarvan :

Papier hier!

Op het bankje zitten een dame (A) midden vijftig en een meisje, rond haar negende jaar (M). Het is zonnig weer, nog niet te warm. A is aan het schrijven. M eet boterhammen.

A – Hé!? Oh, hallo meisje. Houd je me gezelschap?

M (kijkt verbaasd op) – Oh, ik dacht dat je me niet gezien had. Ik zit hier al eventjes hoor.

A – Ik voelde de bank wel een beetje bewegen, maar was zo bezig.

M – Schrijf je sprookjes?

A – Neen, allez, nu toch niet. Ik… eigenlijk gewoon saaie grote-mensen-dingen.

M (lacht voorzichtig) – Ja, dat is saai.

(M neemt nog een hap van haar boterham)

A – Lees jij sprookjes?

M – Ja! Ik ken alle sprookjes! Dat zegt mijn mama. (met halfvolle mond)

A – Hoe weet jouw mama dat?

M – Ze leest elke dag een ander sprookje voor. Of soms eens opnieuw omdat ik het zo mooi vind.

A – Welk sprookje vind je het mooist?

M – Dat is altijd anders; vandaag Sneeuwwitje. Maar Roodkapje vond ik ook mooi. Alleen … dat was verschieten met die wolf.

A – Ja, dat was inderdaad nogal bangelijk.

M – Bangelijk?

Verder lezen? Klikt u dan HIER.

Herinnering aan Holle bolle Gijs. Wat schrijfduinen al teweegbrengt.

Veel leesplezier, dompel u onder in een sprookjesbos vol fantasten.

Foto: WIKIPEDIA  

Omslagen verslijten, mantinades niet

Een mantinade per dag, houdt mijn hart aan de lach.

Bij een samenkomst van de*M’s, nog voor Kerst vorig jaar kreeg ik een scheurkalender uit Kreta cadeau. Elke ochtend scheur ik nu twee blaadjes af; een van de Druivelaar en een van de Kretenzische.  

Op Facebook wil ik al eens een mop(je) van de Druivelaar plaatsen. Maar wat met deze van Kreta? Dat is dat extra koffiemoment ’s morgens, om de achterkant van dat kalenderblaadje van gisteren te ontcijferen en nog wat bij te leren.

Ik ben nog eens op tocht gegaan door cyberspace om wat te vinden over mantinades:

Mantinada (enkelvoud van mantinades): tweeregelig vers, op Kreta gezongen en begeleid door de laouto (luit) en de lyra (lier). Een Kretenzisch lied bestaat vaak uit verschillende mantinades. Strofen uit mantinades worden kontyliës genoemd. Toevoeging: ze blijven vaak lang duren, die liederen met mantinades…
(bron: skopos.be)

Een voorbeeld van Kretenzisch cultureel erfgoed:

“Ότι και να ‘χει ο Κρητικός με λόγια δεν το λέει
με μαντινάδες χαίρεται, με μαντινάδες κλαίει! “

“Met woorden alleen kan een Kretenzer zich niet uiten
Mantinades laten hem lachen en huilen, tranen met tuiten”

(bron: explorecrete.com)

Mantinades gaan vaak over liefde, verliefdheid, verlangen. Het kan ook humor zijn of een wens voor iemand uitdrukken (bij feestdagen bijvoorbeeld) of satirisch, cynisch, …

Dé mantinade die voor mij heel universeel is :

Ποτέ μου να μην σ’έβλεπα, πάλι θα σ’αγαπούσα.
Γιατί μέσα στα ονειρά μου, συχνά σε συναντούσα.

(uit Μιλώ μιλώ, uitgevoerd door M. Tzouganakis, tekst: traditioneel lied, mondeling doorgegeven)

vertaling met een poging tot rijmen:
Zelfs al had ik jou nooit gezien, toch zou ik van je houwen,
omdat ik jou in mijn dromen al dikwijls mocht aanschouwen)

Het is geenszins het tipje van de ijsberg over mantinades, het is enkel een aanzet tot overbrengen waar ik wakker van blijf…



Foto’s:
1. De mantinade van vandaag (aan de achterkant van het kalenderblaadje van gisteren): poging tot rijm bij de vertaling

Ik wil graag dat je van me houdt, ik houd ook van jou
om een uniek juweel te zijn, in dat hart van jou

2. Omslag van mijn slimme foon 😉(omslagen verslijten, mantinades niet)