Hoe ik de ramen aan de voorkant properde en nu de evenwijdige onbeschreven strepen zie – zou ik een raamgedicht? – of
Hoe te-doen lijstjes me gemaakt vrolijk, schel roepen de woorden op het schrijflijstje in hun fraaie vuist lachen – pak me dan als je kan – of
Hoe er overal alles voor iedereen te doen is ik ben al genoeg met Mie, mezelf en ik voor altijd – samen is toch alles toffer? – of
Hoe ik bij het Offerfeest vandaag denk aan dat kind – ja laat ik u dat vertellen – over dat kind dat weer goed las en het woord God las hoe ze dan verwonderd opkeek en vroeg ‘wat is dat?’ hoe ik toen zei dat mensen in de kerk bidden tot God zoals mensen in de moskee bidden tot Allah en hoe ze toen als Eureka opkeek en – zoals alleen een kind dat kan – alwetend en zelfzeker zei: “Dat zijn toch die twee die altijd ruzie maken!” …
Ze las haar rijtje af, ook meerlettergrepige woorden.
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er vorig jaar al mee begonnen en bij tijd en wijle zal ik er dit jaar mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. In geval van …
Deze uitnodiging komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 10.
het zachtgekookt eitje, de kop dampende koffie u weet wel hoe dat gaat, de kleine dingen m’n niet-beestige yoghurt met bio-fruit en dat blokje chocolade
de dag van gisteren nog nazingend ik zou er ’s avonds over schrijven dat was het plan al vanaf dat moment de start van het wasmachineweekend en weekendkrant, waarom tweewekelijks? ik vraag het met niet meer af
aan de ontbijt-opgeruimde tafel krant opzij gelegd ukelele al eens stemmen nog even tokkelen plukken en strummen in verschillende ritmes zingen smeren zonder olie wat straks getoond zal worden
iemand met engelengeduld die ons feilloos aanvoelt en verder optilt – de weg te gaan lonkt naar mij – die zelfs in het samenspel alle toonaarden van elk van ons, harmonieus samenhoudt
mijn pas gestart trainend oor slaat soms wat over, nu nog wel maar we spelen gewoon verder
een Grieks en een Engels Joods liedje we hebben een toemaatje ‘Bella ciao’ we hebben zelfs publiek dat meezingt
’s avonds scrollend hier en daar “waar zal ik ook zángles volgen?” die wereldse samenhorigheid zoveel talen, zoveel stemmen
ze zinderen nog na ebben zacht de nacht in en – zoals dat heet – moe maar voldaan denkend aan morgen het zachtgekookt eitje en de kop dampende koffie en het zondagse blokje chocolade
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. Vooral voor deelname aan wedstrijden.
Wat ik wel wil delen is deze uitnodiging, die komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 9.
Adagio
Mals en sappig valt neer in adagio
het natte goud absorbeert Moeder Aarde
opstaan in pyjama buiten fijn stof spoelt af huid, haar, hoofd, hart weer zuiver
Er zal nog veel water door de zee moeten vloeien vooraleer vrouwen als gelijkwaardig in hun bestaan, beschouwd worden. Wat hun keuze in het leven ook is…
Een ontdekking, sinds het*concert dat ik bijwoonde vorige vrijdag, is de dichter Nikos Kavvadias. Zoals elke (her)ontdekking volgt er een tocht die als een reis naar een onbestemming leidt en nieuwsgierigheid voedt.
Vandaag, op 8 maart, deel ik dit gedicht van hem:
Vrouw
Dans jij je dans dan op de vinnen van de haaien.
Laat je tong spelen op de wind, vervolg je gang.
Je bent als Judith hier, Maria daar te paaien.
De moeraal worstelt op de rotsen met de slang.
Van jongs af had ik haast, maar nu ga 'k ervantussen.
Een schoorsteen dreef mijn leven voort, ik hoor de fluit.
Je zachte hand door 't schaarse haar kon mij wel sussen
voor éen moment, maar nu is 't met haar werking uit.
Gebroken het halfuursglas en de sloependreggen.
Jong, haal de stelling in, we gaan naar volle zee.
Door welke schoftenstreek gaan wij het loodje leggen,
zijn wij voor kinderen en grijsaards de risee?
Fel opgemaakt. In 't rosse schijnsel van het steegje.
Met wier en uitslag overdekt, amfibisch Lot.
Zonder gareel en teugels, zonder zadel steeg je
voor de eerste keer te paard in Altamira's grot.
De meeuw duikt neer om 't oog van de dolfijn te pikken.
Wat kijk je me aan? 'k Zal zeggen waar je mij van kent.
Die nacht toen ik, op 't zand, jou op je rug kon wrikken
legden ze voor de Piramiden 't fundament.
Wij liepen samen over de Chinese Muur.
In Ur zag jij hoe zeelui de eerste kielen klonken.
Jij zalfde diepe Macedonische kwetsuur
toen bij de Granicus de naakte zwaarden blonken.
Groene kleur. Schuim, morellerood en blauwig paars.
Jij, op een gouden gordel na, een naakte schone.
Tussen je ogen liepen zeven evenaars
in de oude werkplaats van Giorgione.
Als had ik hem vervloekt wil de rivier mij weren.
Wat heb 'k misdaan dat je mij wekt voor dageraad?
De laatste havennacht laat ik me niet versjteren.
Zondaar is hij die niets geniet en niets begaat.
Fel opgemaakt. In 't zieke licht van stegen.
Op goud ben je belust. Graai, tel en schraap bijeen!
Jaren hier bij jou blijven zonder te bewegen
tot je geworden bent mijn Lot, mijn Dood, mijn Steen.
Indische Oceaan 1951
Nikos Kavvadias
Uit de bundel “Maraboe en andere gedichten”. Uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda. Uitgegeven door Het Griekse Eiland (bestaat intussen niet meer), december 1988. Ik zie dat ik het negenhonderd vierentwintigste exemplaar van de eerste vertaalde uitgave heb (1000 exemplaren).
Voor andere vertalingen bestaan er verschillende websites, voornamelijk naar het Engels. De Nederlandse vertaling vind ik zelf niet helemaal kloppen, maar ik ben dit gedicht nog verder aan het ontdekken. De tijdsgeest speelt misschien ook een rol. Metaforen zijn zeker aanwezig! Het gedicht gaat alvast doorheen de tijd en ruimte (op Aarde). Bij wijze van voorbeeld: ‘uitslag’ in de veertiende regel, zou ik rododendron zetten (origineel: ροδάνθη).
Dit gedicht werd ook op muziek gezet door Thanos Mikroutsikos (Θάνος Μικρούτσικος). Deze*muzikale*versie vind ik een mooie, naast verschillende versies van Giorgos Dalaras.
Wie graag wat leest over Nikos Kavvadias, zie HIER.
Noot: Nikos Kavvadias was een zeeman. Intussen ben ik een boek van hem aan het lezen. Hij was niet zomaar een rauwe zeebon. Al zal ik mijn mooi gekleurde bril misschien eens moeten oppoetsen… 😉 De nogal talrijke websites die me kunnen helpen, heb ik vastgepind. Ik ben althans aan het exploreren. Niet alleen met dit gedicht.
Bankje zoekt Dialoog was een wedstrijd waaraan ik tweemaal meedeed, via Azertyfactor. De eerste keer viel ik eruit in de eerste ronde. Tot mijn verbazing werd die dialoog wel getipt door Amina Belôrf. Tip van de week in mei 2021.
De tweede keer was iets spannender. Ik viel er toen ‘pas’ uit na de tweede ronde.
Dit jaar heb ik geen bankjeswedstrijd gevonden, al heb ik wel een idee in wording om een dialoog te schrijven.
Mijn inzending van vorig jaar stond op Azertyfactor nog in ‘privé’ modus. Ziehier het begin daarvan :
Papier hier!
Op het bankje zitten een dame (A) midden vijftig en een meisje, rond haar negende jaar (M). Het is zonnig weer, nog niet te warm. A is aan het schrijven. M eet boterhammen.
A – Hé!? Oh, hallo meisje. Houd je me gezelschap?
M (kijkt verbaasd op) – Oh, ik dacht dat je me niet gezien had. Ik zit hier al eventjes hoor.
A – Ik voelde de bank wel een beetje bewegen, maar was zo bezig.
M – Schrijf je sprookjes?
A – Neen, allez, nu toch niet. Ik… eigenlijk gewoon saaie grote-mensen-dingen.
M (lacht voorzichtig) – Ja, dat is saai.
(M neemt nog een hap van haar boterham)
A – Lees jij sprookjes?
M – Ja! Ik ken alle sprookjes! Dat zegt mijn mama. (met halfvolle mond)
A – Hoe weet jouw mama dat?
M – Ze leest elke dag een ander sprookje voor. Of soms eens opnieuw omdat ik het zo mooi vind.
A – Welk sprookje vind je het mooist?
M – Dat is altijd anders; vandaag Sneeuwwitje. Maar Roodkapje vond ik ook mooi. Alleen … dat was verschieten met die wolf.
Een mantinade per dag, houdt mijn hart aan de lach.
Bij een samenkomst van de*M’s, nog voor Kerst vorig jaar kreeg ik een scheurkalender uit Kreta cadeau. Elke ochtend scheur ik nu twee blaadjes af; een van de Druivelaar en een van de Kretenzische.
Op Facebook wil ik al eens een mop(je) van de Druivelaar plaatsen. Maar wat met deze van Kreta? Dat is dat extra koffiemoment ’s morgens, om de achterkant van dat kalenderblaadje van gisteren te ontcijferen en nog wat bij te leren.
Ik ben nog eens op tocht gegaan door cyberspace om wat te vinden over mantinades:
Mantinada (enkelvoud van mantinades): tweeregelig vers, op Kreta gezongen en begeleid door de laouto (luit) en de lyra (lier). Een Kretenzisch lied bestaat vaak uit verschillende mantinades. Strofen uit mantinades worden kontyliës genoemd. Toevoeging: ze blijven vaak lang duren, die liederen met mantinades… (bron: skopos.be)
Een voorbeeld van Kretenzisch cultureel erfgoed:
“Ότι και να ‘χει ο Κρητικός με λόγια δεν το λέει με μαντινάδες χαίρεται, με μαντινάδες κλαίει! “
“Met woorden alleen kan een Kretenzer zich niet uiten Mantinades laten hem lachen en huilen, tranen met tuiten”
(bron: explorecrete.com)
Mantinades gaan vaak over liefde, verliefdheid, verlangen. Het kan ook humor zijn of een wens voor iemand uitdrukken (bij feestdagen bijvoorbeeld) of satirisch, cynisch, …
Dé mantinade die voor mij heel universeel is :
Ποτέ μου να μην σ’έβλεπα, πάλι θα σ’αγαπούσα. Γιατί μέσα στα ονειρά μου, συχνά σε συναντούσα.
(uit Μιλώ μιλώ, uitgevoerd door M. Tzouganakis, tekst: traditioneel lied, mondeling doorgegeven)
vertaling met een poging tot rijmen: Zelfs al had ik jou nooit gezien, toch zou ik van je houwen, omdat ik jou in mijn dromen al dikwijls mocht aanschouwen)
Het is geenszins het tipje van de ijsberg over mantinades, het is enkel een aanzet tot overbrengen waar ik wakker van blijf…
Foto’s: 1. De mantinade van vandaag (aan de achterkant van het kalenderblaadje van gisteren): poging tot rijm bij de vertaling
Ik wil graag dat je van me houdt, ik houd ook van jou om een uniek juweel te zijn, in dat hart van jou
2. Omslag van mijn slimme foon 😉(omslagen verslijten, mantinades niet)