Als afsluiter van 2020 heb ik me gestort in een serie workshops ‘Grenzeloos schrijven. Dit is wat we delen‘, van het schrijverscollectief ‘Schrijven en schrappen.’
Ik geef u een verhaal mee dat ik tijdens één van die sessies schreef, met thema ‘We are all one’. De opdracht was ons te verplaatsen in die andere (ik als Vlaamse in een Nederlandse). Lees en relativeer 😉
‘Hoi Mies, hoe gaat ie?’
‘Je bent lekker vroeg. Kom binnen joh. Dan doen we eerst lekker een bakkie.’
‘Gezellig zeg.’
Romy stapt binnen bij Mies met haar zware tassen. Ze hebben wel wat te doen vandaag. Maar eerst dat bakkie.
‘Nou, we zitten. Hoe gaan we het doen?’ vraagt Mies.
‘Ik heb op de markt lekkere dingen op de kop kunnen tikken. Ik ben snel langs de kraampjes gelopen die om 13u nog open waren. Dan doen ze gewoon de helft van de prijs af. Lekker goedkoop.’
‘Dan zullen we meteen beginnen. Ik zal al de groenten schoonmaken en snijden. Begin jij dan aan de satés? Jij kan dat veel beter.’
Mies en Romy kletsen de middag verder terwijl ze de maaltijd bereiden voor hun gasten die hen twee per jaar bezoeken.
‘Het is toch altijd even wennen, hè. Onze vriendinnen. Best leuke meiden, maar zo stil.’
‘Nou, dat valt wel mee hoor. Geef ze straks een ouzootje of iets sterkers en hun tongen komen los hoor.’
Het gesprek gaat verder. De tafel wordt intussen gedekt en het salontafeltje gezellig gemaakt, met de nodige koekjes. Als de Vlamingen op bezoek komen, willen ze eerst even ‘thuis’ komen, met koffie. Bij koffie horen koekjes.
‘Toch rare gewoonte hè, de koekjes op tafel zetten.’
‘Ja, vind ik ook. Als iedereen z’n koekje heeft, zet je de doos toch gewoon terug weg. Ze durven niet eens een tweede te nemen. Al die koekjes drogen uit.’
‘Ach, laten we het vandaag maar gewoon gezellig maken. We zijn klaar, geloof ik.’
De bel gaat.
‘Oh, wat leuk! Zo opwindend, onze Vlaamse vriendinnen op bezoek!’
Mies zwaait de deur open. ‘Welkom, welkom …’ haar mond valt open. Even zwijgt ze verbaasd. Daar staan de lieve Vlaamse vriendinnen, hun gezichten bijna onzichtbaar, verstopt achter een grote mand met lekkernijen. Tja, ze komen gelukkig nooit met lege handen.
Op hun Facebookpagina vindt u meer. Hoe heerlijk overigens om in hun website te lezen dat de beginpagina ‘thuis’ is (i.p.v. u-weet-wel).
Zeker een aanrader voor schrijfliefhebbers, -aspiranten en –(semi)professionelen.
Zin in een spannend verhaal? Ik werd geïnspireerd door een foto en die foto inspireerde me tot het verhaal. Insteek was een vaak terugkerende droom die ik had toen ik op mezelf ging wonen. Ik droomde nogal eens dat ik en het hele gezin daar waren als vanouds, behalve dat we op tijd weer weg moesten voor de nieuwe bewoners. Die konden altijd thuiskomen….
Omdat ik graag mijn resultaten van de schrijflessen deel, geef ik u mijn huiswerk mee van twee weken geleden, een kort spannend verhaal schrijven met een vooraf gegeven situatie.
Deze week heb ik maar één werk ingestuurd en de feedback ontvangen. Dat ging over een column schrijven. We kregen ook de kans om een cursiefje in te sturen. Daar ben ik nog mee bezig. U krijgt alvast de-column te lezen. Nu ja, blijkbaar is dit een cursiefje. Waarschijnlijk omdat taal me zo nauw aan hart ligt dat het persoonlijker werd. Misschien moet ik van het cursiefje dan maar een column maken. Een poging althans 😉.
Ik heb verder geen grote noch kleine avonturen beleefd deze week. Of toch? Een fijne verrassing, zomaar uit mijn vader zijn mond.
Hij maakt zich nogal eens zorgen om kleine en minder kleine dingen. Een minder klein ding was het feit dat hij vervoer moest regelen om naar de tandarts te gaan. Wij, mijn zus of ik, mogen dat zelf niet doen aangezien mijn vader dan een week in quarantaine moet blijven. Echter, hij heeft twee afspraken volgende week. Dat houdt hem wel eens wakker en nerveus.
Het gesprek met de zorgkundige van dienst, die alles zou regelen en hem dat laten weten, stelde hem gerust. Na nog enkele dingen die mijn boodschappen wat interessanter maken, besproken te hebben, ging ik naar huis. Bij het afscheid zei ik: “Ziezo, papa. Er is nu toch veel geregeld. De wereld zullen we volgende keer verbeteren.” Zijn antwoord was: “Moeten we dat weeral doen? En die ís al zo goed!”
Zulke dingen maken de dag wel. Hij heeft het nog. Die droge humor!
Konijnen in de binnentuin van het woonzorgcentrum. Gelukkig voor hen ben ik nu vegetariër.
Hoe ziet het leven er nog uit na zoveel maanden samenleven met de bitch?
Het is een allegaartje van onbegrip en begrip, boosheid, angst en stoer doen, van ongeloof, samenzwering en achterpoortjes, van dood en hoop, gelatenheid en weerspannigheid, van bewondering en medelijden, echt en vals nieuws, kortom van vanalles en nog wat.
Intussen gaat het leven gewoon verder. Wat moet een mens anders? Het hakt er wel een beetje op in wanneer er iemand sterft die ik ken, zoals een lotgenote waarvan de levenslust en daadkracht geen einde kende. De bitch is niet de enige oorzaak van dood en verdriet. Soms is het beter om dan niets te zeggen.
ik ging de andere kant uit
Het is alleen een beetje lastiger voor de toch al niet zo gezonde medemens. Kuch, snotje, niesje waren in eerste instantie enkel vervelende bijwerkingen van de immuuntherapie. Nu is dat anders. Oei, toch niet bovenop de gewone ellende ook nog …
Mijn brein is mijn gesprekspartner geworden in deze dagen. Ik probeer het, zelfs met succes, op lichtere gedachten te brengen en me te focussen op de dingen des levens.
Voor mijn vader zorgen bijvoorbeeld. Het betekent dat ik enkele keren per week hem in het woonzorgcentrum ga bezoeken en enkele boodschappen voor hem doe. Meer kan momenteel niet, aangezien er maar één bezoeker per bewoner binnen mag, één vaste bezoeker. Mijn zus en ik verdelen de boodschappen en andere besognes toch nog zoveel mogelijk.
Zelf buiten komen. Wandelen of fietsen, al dan niet gekoppeld aan boodschappen doen. Ergens of nergens heengaan, daar slenteren waar ik normaal niet kom, gewoon in mijn eentje. Dat is best fijn. Buiten zie ik nog mensen in de verte. Tegelijkertijd verbaas ik mezelf dat ik, de enkeling in hart en nieren, me zo kan voelen.
Op wandel
Het loslaten van ‘ik ben niets aan het doen, ik zou nog dit en nog dat en nog zus en nog zo…’ is één van de te kraken noten. Maar zoals ik al aanhaalde, ik blijf in gesprek met mijn brein. Het begint vaak al bij het wakker worden:
Zo ’s morgens voor het venster, in het donker, tijdens dag en dauw, evenwicht proberen te bewaren tijdens de wakker-worden-oefeningen voor de gewrichten, hier en daar een licht zien aanspringen bij een buur, de bewoner van zo een huis achter zijn gordijn zien bewegen. Ze zullen wel voor de spiegel staan, zich aan het klaarmaken voor de dag. De beelden komen en gaan zonder er de focus op te leggen, net zomin als op de gedachten. Met miljoenen zijn ze soms.
Ik zie vaak een wandelaar in die achtertuintjes. Soms een zwarte met witte pootjes, soms een grijze of nog een andere. Ze hebben allemaal een snorretje, de ene is van het lenige, de andere van het luie type, het snelle of het trage en vooral het laat-maar-gebeuren-dat-leven-type. Dat benijd ik wel eens. De gedachte aan mijn volgend leven komt al eens piepen. Zou ik een kat kunnen zijn in deze achtertuintjes? En wat zou er allemaal te zien zijn, wanneer ik dan over die muren balanceer, op zoek naar ontbijt? Hun schijnbare onverschilligheid, hun bijna flirten voor een streel of een warme zetel, hun arrogant weg wandelen wanneer ze de mens niet nodig hebben, dát benijd ik ook. Ik word zeker kat in een volgend leven. Maar dan in de straatjes van een pittoresk Grieks dorp op een eiland. Wees gewaarschuwd, neem me niet mee terug als adoptiekat!
In mijn vorige blogbericht schreef ik nog hoe fijn ik het vond om weer in levenden lijve, op locatie bij elkaar te zitten schrijven, met de regels in acht (of negen) te nemen en ik net die dag ziek werd. De tweede les ben ik er wél geraakt. Gelukkig maar want de derde les werd afgelast. Die gaat volgende zaterdag online door. Die ene keer in reiscafé ViaVia, hartje Antwerpen, was gezellig. Schrijven is toch ook een beetje reizen. Achteraf had ik nog een fijne babbel met twee deelnemers. Zo aan een middagkoffie met een krokske erbij worden er andere verhalen verteld en gehoord. Boeiend.
Grappig was dat ik van die gemiste eerste les wel het huiswerk had gemaakt én feedback had gekregen. Blijkt dat de groep helemaal geen huiswerk moest indienen. Ik ging er gewoon van uit dat alles hetzelfde bleef zoals vorige reeks. Wat ik geschreven heb, kan u hier lezen en hier (een nieuw ‘wat wil je later worden? verhaal). Met dank aan de docente voor de feedback.
Ik houd wel van korte verhalen schrijven, ook al kriebelt het stilaan om een verhaal dieper uit te werken, te ervaren waar de reis dan heengaat. Voorlopig blijf ik bij de korte verhalen, zoals dit, een verhaal bij een foto, met als opdracht beschrijven hoe iemand eet, zich wast of slaapt.
Wat kan ik nog schrijven over schrijven? Alleen dat ik er verder mee raak door elk geschreven woord weer los te laten. Zo ook met lezen, of was dat omgekeerd?
Het blijft maar duren, dat uitstellen. Hoe langer ik dat doe, hoe meer ik pieker waarover ik vertellen zal. Er is ook ‘de hele tijd’ van alles te doen, te koken, proper te houden, …
Wat is er in mijn schrijven gebeurd in die maanden?
Ik nam deel aan enkele wedstrijden waarbij ik weliswaar niets won behalve de vreugde van het schrijven én de mogelijkheid op gratis terugkoppeling. Zo schreef ik twee keer een tekst voor een project van VFG (Vereniging voor personen met een handicap). Het project heet ‘Inktvis – een zee van verhalen’ en u kan dat hier vinden. Aangezien ik het statuut heb van chronisch zieke, mag ik meedoen.
Van Barbara Van den Eynde kreeg ik al een verbetering terug. Van Peter De Voecht nog niet. Ik ben benieuwd, nieuwsgierig, leergierig. Bij de opmerkingen die ik van Barbara kreeg, zag ik pas op dat moment het ‘Ah ja!’ Iets vertellen en het dan willen uitleggen is nefast. Verder was ik heel blij met de commentaren.
Ik deed ook mee met ‘Zinsmeden’, nog tot 15 oktober. U raadt nóóit wat het thema is… Voor wie zich nog geroepen voelt, informatie en deelname zijn hier te vinden.
Een uitdaging vind ik ook nog de jaarlijkse gedichtenwedstrijd van Prijs de Poëzie. Ik deed niet elk jaar mee maar dit jaar wil ik mijn kans nog eens wagen. Er is nog tijd. Voelt u zich ook geroepen? Kijkt u dan hier.
Tot zover de wedstrijden.
Ik heb me weer ingeschreven voor de cursus waarmee ik mijn eerste schrijflessen volgde: ‘Starten met schrijven’, toen nog helemaal in voor-coronaire tijden. Toen was een lokaal nog gezellig vol. Helaas moest ik de eerste les (gisteren) al verstek geven wegens een nogal heikel probleem, migraine! Het komt en het gaat ook weer. Kalm blijven en laten wegebben is de boodschap.
M’n overlevingsschrijfpakket lag al klaar.
Jammer dat ik de les gemist heb – eindelijk nog eens in vlees en bloed bij elkaar zitten – maar ik heb wel de samenvatting gehad. Het zijn dezelfde opdrachten als vorige keer en dat ervaar ik als een uitdaging om hiermee toch hele andere verhalen te schrijven. Wat het dan worden zal, weet ik nu nog niet. Ik wil u wel trakteren op een pennenvrucht van die eerste les. De opdracht was om in derde persoon te schrijven en hiervoor in gedachten terug te gaan naar onze kindertijd met de vraag ‘Wat wil je later worden?’ Ik heb er toen dit over geschreven. Ik laat in het midden of het autobiografisch is of niet.
Vandaag heb ik in elk geval het poetsen uitgesteld omwille van … het schrijven.
Wat heb ik proberen te vermijden in dit blogbericht? Is het gelukt? U mag me trakteren als u het raadt 😉
Het is soms een hamvraag. Wil ik mijn woonst huren? Wil ik eigenaar zijn? En in hoeverre is het van mij, of ik nu huur of gekocht heb. Van Mij! Dat bedoel ik.
Hoe vaak had ik het al over ontspullen? Over opruimen? Wat symboliseert het? Voilà. Als ik hier eens rondkijk, is er niet zoveel wat mij uitstraalt en toch weer wel. Het rommelige, het onopgeruimde dat me vergezelt, plaagt me ook.
Is loslaten zo moeilijk? Is leegte zo angstaanjagend? Dat ook. Het gonst van het piekeren.
Enkele en meer vragen, vage vragen, die me – telkens weer – naar de pen doen grijpen. Gisteren weer. Een hele dag nog wel. Ik deed mee aan een online schrijfmeditatie van Joey Brown. Het thema ‘Huurder of eigenaar van je eigen leven?’ Heikel thema!
Ik kon niet geloven van mezelf wat er allemaal de revue passeerde. Dingen die toch verwerkt waren, niet? Maar waarom neem ik dan familieherinneringen in huis? Ik hing eraan vast. Nu voelt het aan als een opslagplaats die ruimte inneemt met dingen waar niemand nog iets mee doet. Maar doe ik ze daarom zomaar weg?
Eén van de wijsheden die me zeker bij blijft: “Moeten we alles analyseren, over familiekwesties, dingen die gebeurd zijn, onverwerkte trauma’s van vorige generaties die onbewust meesleept worden.” Meeslepen, het woord alleen al. Alsof je er een schuld van iemand anders mee aflost. Een beeld van mijn ziekte en het symbolische ervan stond er ineens gewoon, boem baf. Het was (ís nog een beetje teveel, maar soit) een onderhuids gevoel, steeds dieper gaand. Heel verbazend om dat zo te zien!
Een volgende vraag, nog belangrijker, passeerde: “Hoe schud ik los?” Heel concreet! Is het daarom waarom ik zoveel tijd neem om op te ruimen? Om daarna weer alles in een rommeltje te laten staan? Hang ik mezelf vast aan dat verleden? Zelfs heel concreet in dit leven van mezelf. Pas deze zomer heb ik mijn ‘beroepsverleden’ samen gezet in enkele boxen en een boodschappentas om weg te schenken aan een scholengemeenschap voor buitengewoon onderwijs. Hopelijk kunnen ze veel ervan gebruiken. September zal het uitwijzen. Om maar wat te noemen.
Deze schrijfmeditaties beoefenen, dat voelt voor mij helemaal dé manier om kleine, kleinere, grote(re) onderhuidse plagerijen tot pesterijen een plaats te geven, los te laten, vrij te laten. Het mag bestaan, het was er toch al altijd, maar niet meer in een volgestouwde donkere kamer. Ik heb liever een lege heldere kamer met nieuwe mogelijkheden te ontdekken.
Wat niet wegneemt dat het voor iemand anders juist heel verhelderend kan werken om in zijn/haar biografie te duiken. Gewoon doen wat uw eigenste ik u ingeeft.
Mijn laatste woord gisteren: Ademruimte.
Aan het einde van de dag was ik heel rustig. Andere beelden lieten zich zien. Beelden waarover ik nog te schrijven heb, niet in fictieve verhalen, wel in schrijfmeditaties. Sinds lang had ik weer wat vertrouwen, ik kom er wel! Kleine stapjes, babysteps, βήμα-βήμα.
Huren of eigenaar? Zelfs in een huurhuis kan u perfect eigenaar zijn van uw leven.
Het was de week van hittegolf en reflectie, in de spiegel kijken en niet veel herkenbaar zien, de loomheid en de stilstand.
Pas vrijdagochtend werd ik even langzaam wakker. Fietsend naar het ziekenhuis voor mijn behandeling drong iets kleins dat al een jaar weg was, tot me door. Het was een verrassing die mag duren. Mijn neus, waarvan ik dacht dat het me enkel nog voorzag van zoveel mogelijk zuurstof, zoveel mogelijk fijne stofdeeltjes tegenhield en verder diende als (te grote) decoratie, functioneerde ook weer als reukorgaan. Alle geuren registreren zich sindsdien weer in mijn hersens. Hebt u ooit bijna gejubeld bij het inademen van uitlaatgassen aan de stoplichten? Ik die dag wel. Ik voelde me lichter, frisser.
Ik nam me voor om me weer vaker op schrijven te focussen. En waarom zou dat dan geen nieuwe blogpost kunnen zijn, om mee te beginnen?
Deze ochtend katapulteerde een heel verrassende, verkoelende zelfs, foto van een lieve M, me even terug in de tijd. Hier wil ik iets over krabbelen. Het zou kunnen beginnen met een raadsel. Waarom doet Will Tura me denken aan Chania?
Niet doen, dit raadsel. Geen ‘Zonneschijn’ in een povere vertaling naar het Grieks. Ik heb een persoonlijke herinnering aan Chania die, zij het heel zijdelings, met Will Tura te maken heeft. Een koele nog wel …
31 december 2011. M. en ik zijn in Kreta, Chania en we zullen straks naar de club gaan waar Michalis Tzouganakis optreedt. ’s Avonds maken we ons klaar. Onze bedden zijn ook onze stoelen, onze valiezen onze kleerkast, de verwarming is via de airconditioning op de warme stand. Handig want zo hebben we ineens een haardroger. We kunnen wel wat verdragen. Echt waar! En dan zijn we er klaar voor. Veel te vroeg!
Op naar het feest. Het is niet dat we nog nooit zo’n avond in Kreta meegemaakt hebben. Clubbing, ik kan niet zeggen dat het mij aanspreekt, maar voor muziek van mijn grote favoriet, stap ik al wel eens over een drempel.
Gelukkig hadden we al gegeten. Gelukkig ben ik geen drinker. We zijn tevreden met een tafeltje en een fles wijn. Water is er steeds aanwezig. Schotels met in stukjes gesneden fruit ook. De rest kan je bestellen. De rekening komt pas als we weer vertrekken, zo weten wel al uit eerdere – zomerse – avonturen.
Hij is aan het repeteren, wanneer we binnenkomen. We mogen gelukkig al binnen. Natuurlijk zijn we de eersten. We wuiven, we zwaaien onze armen bijna als molenwieken en roepen zijn naam, wanneer hij niet zingt. Even later loopt hij langs en pakken we hem vast, of eerder, hij ons. Groot is zijn verbazing dat wij in de winter naar Kreta komen om naar hem te luisteren. Het weerzien is overweldigend.
In de loop van de nacht wordt het luid. De muziek, het rumoer, de drukte. Kan het dat ik mijn hoofd voel tollen? Had ik me niet voorgenomen dat ik voor deze muziek wel wat over zou hebben? Het is zeker niet van teveel drank. Dat heb ik niet gehad. Ik krijg van één en half pintje of glaasje wijn al lachkriebels die ik anders niemand durf aandoen. Neen, daarvan is mijn hoofd niet aan het tollen. Hoe verder de nacht naar de ochtend glijdt, hoe misselijker ik zelfs word.
Bij ontbijttijd komen we weer in onze kamer. We gaan naar bed. Is daar wat mee gebeurd? Het bed draait. Het bed tuimelt. Het bed doet alles behalve stil blijven staan en mijn hoofd en maag tot rust brengen. Ik word badkamerbezoeker, een frequente, die eerste januari. Het lukt niet om tot rust te komen. M. trekt er even alleen op uit. Pas in de late namiddag voel ik me weer een beetje mezelf en ga mee naar buiten, ik drink cola. Die houdt het. We wandelen even, dicht aan het water. Daar heeft iemand een dikke vis gevangen. Het dringt niet echt tot me door maar ik vind het wel apart.
Op een keer krijgen we honger. Ik ook. Oef, dat treft. Mijn binnenkant doet het weer. We wandelen langs de promenade in Chania. Er is niet zo veel open en waar het open is, zien we nauwelijks iemand eten. Misschien is het nog te vroeg?
Hoe dan ook, we stappen binnen in een Italiaans restaurantje. Het is er rustig, lekker warm en de man die ons bedient is vriendelijk. We beginnen te praten en dan vertelt een mens al gauw vanwaar hij komt. Hij vraagt zelfs van welk deel van België. En dan gaat hij iets doen voor ons. Muziek opzetten die wij zullen kennen. Misschien hoopt hij zelfs dat we gaan meezingen?
Hij heeft Will Tura gevonden. Helemaal mee met het seizoen zelfs, krijgen we het liedje Winterroosje als een zalving (tegen de heimwee?) over onze pasta gesmolten. Had ik nu ook maar wijn besteld, één glaasje maar!
Foto gestuurd door een M. Ook al ben ik geen fan, toch een welgemeende proficiat aan Will Tura.
4 januari 2012, weer thuis. Ik heb raki. Ik heb brood, wat olijven en fetakaas in huis gehaald. Kretenzische muziek doet mij smelten. Het Winterroosje is vergeten. De migraine ook (of was het de verkeerde reactie op een schotel vis eerder die dag?)
Wat overblijft zijn mooie herinneringen. En de heimwee. De heimwee blijft.
Bedankt voor het lezen. Hopelijk brengt het Winterroosje samen met het onweer/de regen meer verkoeling. 😉
Een tijd geleden schreef ik iets over moe. de twijfel sloeg ook toe. Zou ik dit posten? Even afwachten hoe het morgen voelt en volgende week en wat ik in die tussentijd doe met moe.
De hele lockdown, light of meer, is natuurlijk de zondebok. Iets of iemand is schuldig, toch?
Alles komt van buiten, de solidariteit, het medeleven, het protest, sociaal zijn, het nieuws, drukte, drukte, drukte … Althans dat zijn mijn ervaringen. Hoe kon ik me er toch zonder meer laten in meetrekken ? Met als gevolg dat ik op een keer plots blijf stilstaan, stokstil. Gewoon alles stikmoe zijn. Ik ging teveel mee in interessante dingen en dat hoeft helemaal niet.
Daarbij heb ik mezelf verbaasd. Het ging sneller dan ik voelde. En – nog verbazender – is het weer loslaten van wat van buiten komt ook gelukt.
Van alles waarvan ik moe word, weet ik dat veel daarvan niet aan mij is. Met alle respect, echt het grootste, voor diegenen die wel heel actief bezig zijn.
Toch is er soms nog dat duiveltje dat me zegt ‘probeer het toch, het ziet er toch fijn uit! Leerzaam! …’ Ja, dat is het echt ook. Alleen vaak niet voor mij. En dan is het wél lastig om weer los te laten. Gewoon omdat ik me dan schuldig voel. Ik spring mee op de kar (vrees niet, ik zal ze niet leiden 😉) maar spring er onderweg weer af want alles wat ik deed was plezieren van iemand anders. Ik stak er teveel energie in. Bij deze, aan iedereen die ik ermee belastte, MEGA excuses.
Intussen ben ik nog min of meer in beweging, bestaande bubbels in leven houden, mijn kot verder aan het ontspullen en herorganiseren. Met mijn vaders kasten is er weer wat opgeruimd (weggeruimd). Zou ik dan toch in dit leven een settelingservaring hebben, hier in mijn stekje?
De ontdekking van de honing zit niet in de zoetheid ervan of de grootte van de pot, het zit in de weg erheen en de zuiverheid van die honing. Voor iedereen zal er wel een ander soort honing bestaan.
Voilà, daarmee hoef ik die klaagzang over moe zijn niet te posten :p
Oh, ik ben ook naar de kapster geweest. Mijn dag gisteren kon niet stuk.
Adem in mijn nek … 😉
Hoort u nog graag het vervolg van ‘De ontdekking van de honing’, van Toon Tellegen? Ik post het in een volgende blog voor u 😊.
Wie de woorden van de titel snel in mijn blogpost vindt, mag me trakteren 😉
Het zou kunnen dat ik u kan amuseren of vervelen met schrijven over de loop van het leven hier in mijn kot en omgeving.
De dagen jagen voorbij
Niet allemaal, die andere glijden
Zweven zelfs
Of gewoon, gaan voorbij.
De zelf gekozen retraite-in-eigen-kot voelt rustig aan. De heerlijke leegheid van het bestaan. Dáár is er plaats!
De hete dagen van vorige week hebben me een beetje melig gemaakt, lui, hangerig, zonder er kregelig van te worden. Vandaag wilde het lijf toch wat meer bewegen en nam het me mee naar plaatsen waar ik – op een zonnige zondagnamiddag toch – meer volk verwachtte. Ik heb eerst een tijdje gefietst en dan heb ik even gewandeld in het Middelheimpark.
Er zijn sommige beelden die me aantrokken. Zonder verder denken, ben ik er gewoon naar toe gestapt en bekeek ze.
Dunja, van Kosta Angeli Radovani
Dunja is een vrouwennaam en de naam van een vrucht (kweepeer).
Orpheus, van Ossip Zadkine
Dan is er Orhpeus van Ossip Zadkine. Die lier vind ik wel héél fascinerend. Begeleiding van zang en andere muziekinstrumenten. Als tweelingszielen.
Misconceivable, van Erwin Wurm.*
Die ene boot, die blijft fascineren …
Hunkeren
Naar wat?
Zal ik wel?
Moet ik het nu al weten?
Ik hang hier nog goed
Tussen rust en chaos
Schrijf ik me wel vrij
Morgen zal ik verder hunkeren. (AMK)
En dan is er nog mijn vader die we weer kunnen bezoeken en dan is er nog R. die tijdens de lockdown verjaarde en vorige week haar feestje had in de bubbel waar ik nog net inpaste (ik heb gehoelahoept) en dan is er nog de verandering in het interieur van mijn k… appartement, kosteloos nog wel en … en … soms toch of … of … of …
Wist u dat u uw dagen ook kan vullen met leegte? Probeer het eens, elke dag een beetje. Het doet echt goed!
*Ik heb één foto gemaakt van die boot (mijn versleten smartphoontje was moe). Er zijn er veel betere te vinden. Googlet U het anders maar eens.