
De ontdekking van de honing – derde verhaal



Waarin tussen?
Intussen ben ik nog niet zot gedraaid. Ik praat wel tegen de muren, dat schilderij, de planten, mijn schrijfsels zelfs. De munt heb ik bedankt om toch dapper verder te blijven bestaan. En wat een geluk, er is nog niets van al die dingen die me geantwoord hebben. Naar ik las, moet men pas dan de psychiater opbellen. Dan pas loopt het fout.
Het is hier stil, veel stiller dan ik gewoon ben, ook al vind ik mezelf geen lawaaimaker. Het doet goed om de voorbije week te be-kijken. Zo ontstaat er toch een gevoel van bezig zijn, creatief zo nu en dan, nuttig zal wat hoog gegrepen zijn, maar … ach er is geen maar, gewoon het enige NU.
Op wandel:


– single op de brug over de stille Singel
– geen Samariakloof maar wel bergaf. Een stukje cake
Blijf in uw kot, ja gij ook Anne-Mie. Ik ben dan hier even op reis geweest.





En dan nog een lange natuurwandeling, niet in mijn kot en weer naar mijn kot.



Onderweg naar huis ben ik een buurvrouw tegengekomen. Korte babbel, ze is één van die mensen waarvoor ik elke avond om 20u meeklap. Dokter bij Geneeskunde voor het Volk.
Het is nog steeds zo, ik ben een enkeling, als u ooit een prototype nodig heeft, ben ik kandidaat om model te staan. Maar zelfs voor deze eenzaat is een beetje contact welkom. De verrassing kwam uit Kreta. De Fransman die kunst maakt in Margarites. De meeste anderen doen het ook nog goed. Enkelen maken donkere periodes door. De Bitch is ongenadig geweest.
Plaats en tijd voor verrassende-hoewel-amateur-in-de-kunst-met-verf-en-stift-enzo, zoals deelnemen aan Creatief dagboek online sessies. Heerlijk om even alles los te laten en te kliederen.


Boodschappen doen valt al veel beter mee. Het exotisch fruit wordt wel schaarser om begrijpelijke redenen. En toch. Ik heb deze week nog een granaatappel weten versieren.
Weer een aflevering van mijn vage bestaan ergens in mijn kot.
Er volgt – waarschijnlijk morgen – een serie verhalen die ik nog ingelezen heb.
Op een andere dag nog wat en dan weer wat. Als u het doet, a.u.b. doe het op afstand.
Vandaag kwam er een dimensie bij in het wereldlijk coroniale tijdperk. Ik had een afspraak in het ziekenhuis voor de halfjaarlijkse PET-scan. Voor het eerst sinds ik met het monster zit, ben ik veel minder zenuwachtig voor de uitslag dan voor het verloop. Het is ook de eerste keer sinds mijn laatste therapie dat ik weer in het ziekenhuis kom. Het begint al op de parking. Normaal ga ik per fiets maar voor de PET-scan wordt aangeraden zo weinig mogelijk fysieke inspanning te doen, vanwege het hoger suikerverbruik en dat is nu net wat kleurt op de scan. Het was er zo leeg, alsof de auto’s ook afstand dienen te bewaren. Ik kon eerst niet binnen, moest aanbellen en toen ging de deur open. Er stond al iemand die wilde weten of ik een afspraak had.
‘Ja, ik kom voor mijn PET-scan.’ Dat is in het hoofdgebouw. Verdorie waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht. Tot dan ging ik altijd parkeren aan de oncologie-afdeling. Voor die patiënten is de parking gratis. Aan die ingang doorheen een lange verbindingsgang komt men vanzelf uit aan de hoofdingang. Nu was die gang gesloten. Ik kon me wel al inschrijven aan de kiosk en de klevers nemen. Eerst mijn ID kaart insteken en op het scherm de juiste knoppen aanduiden. Euhm! En De Bitch? Met mijn mouw over mijn hand getrokken dan maar.
Dapper ga ik weer naar buiten, op naar de juiste ingang. Daar kan ik ook niet zomaar binnen. Alleen een deur naast de hoofdingang kan open en daar staan twee mensen met – gelukkig – een mondmasker voor. Ze zijn vriendelijk, vragen weer naar mijn reden van hier te zijn, maar zien dat ik die klevers al heb. Ik kan doorlopen. De gangen liggen er verlaten bij. Het winkeltje is dicht. Er zitten enkele mensen op een bankje, ver uit elkaar. Waarschijnlijk wachtende op hun iemand van hun dierbaren, die in het ziekenhuis is? Het cafetaria is dicht. De gangen zijn leeg. Hier en daar zie ik iemand in ziekenhuistenue. In de lift ben ik alleen. Naar -1. Aan het onthaal waar ik moet zijn, zit één persoon, ‘gewoon’. De wachtkamer ernaast is bijna leeg. Er zit één meneer, waarschijnlijk ook aan het wachten op een gezinslid. Dat gevoel heb ik toch, waarschijnlijk een hulpbehoevende persoon, die niet alleen tot hier geraakt?
Bij elke PET-scan krijg ik een papier met klembord en moet er worden ingevuld: geboortedatum, gewicht, lengte, suikerziekte, andere ziektes, recente operaties, …. Ik krijg hiervoor ook een pen. Moet ik dat vastpakken? Na het invullen ontsmet ik onmiddellijk mijn handen. Gelukkig is er nog genoeg van die ontsmettingsgel, in zo’n grote flessen.
Lang moet ik niet wachten. In de ruimte waar de patiënten voorbereid worden op de scan is het ook rustig. Ik hoor hier en daar wel wat gerommel, maar meestal is het hier veel rumoeriger. Daarover heb ik het met de verpleger die me aanprikt.
‘Ja,’ zegt hij, ‘anders worden er hier veel meer scans afgenomen. Nu alleen de PET scans.’ Hij vindt het ook maar heel raar en onheilspellend. ‘Dit is nog niet direct voorbij’ en ‘Hier gaan we voor moeten betalen’ en ‘Wat is er ook allemaal gebeurd met het klimaat het voorbije jaar alleen al’ en ‘Ze wisten het al jaren geleden dat zoiets zou gebeuren, maar iemand die zich erop voorbereid heeft? Dat niet natuurlijk.’ Hij bedoelde iemand die in het beleid zit. Bloed kruipt waar het niet gaan kan, geld zit waar het na jatten volle zakken maakt.
Ik ben aangeprikt, mijn suikergehalte is gemeten en goed bevonden en de baxter aangehangen. Het radioactieve goedje zit er na tien minuutjes ook in en dan is het een uurtje wachten tot de gewone baxter leeg is, zodat alles goed rondgestuurd wordt in mijn lichaam. De kleine inspuitruimtes geven genoeg privacy. De muren echter zijn witter dan wit. Ze doen pijn aan de ogen, zeker met die tl lampen aan het plafond. Na dat uurtje heb ik schele hoofdpijn en ben blij dat ik onder de scan mag. Dat is nog twintig minuten en iets meer stil liggen. Wel een grappige opmerking van de verpleger. ‘Als ge maar ne meter vijftig zijt, duurt het iets minder lang dan als ge twee meter zijt.’ Ik moet denken aan een lotgenoot. Zou hij een half uur eronder moeten blijven liggen?
Ineens is het gedaan. Ik ben warempel in slaap gevallen onder die scan.
Ik mag me weer helemaal aankleden en naar huis. Onderweg naar de uitgang ontsmet ik mijn handen twee keer. Enkele keren niet aan gedacht om mijn mouw over mijn hand te trekken bij openen van een deur. Na de tweede keer doe ik maar mijn winterhandschoenen al aan en ga naar buiten via die zelfde zijdeur. Blij dat ik buiten ben!
Twee keer heb ik alleen de lift genomen. Nog niet zolang geleden zou ik gewoon mee ingestapt zijn in de lift die nog open staat, waarin al één of meer personen staan.
Pas buiten voel ik hoe scherp die hoofdpijn is en denk ik voor de eerste keer aan het monster.
Mijn auto raak ik ook maar aan met mijn handschoenen, t.t.z. aan de buitenkant. Binnenin komt niemand anders dan ik en aangezien ik helemaal niet vaak meer auto rijd nu, voel ik me binnenin wel veilig genoeg.
Nooit gedacht dat een ‘gewone’ halfjaarlijkse gebeurtenis zoveel stress kon meebrengen. Thuis gekomen voelde ik pas hoeveel honger ik had. Ah ja, voor die scan moet men nuchter zijn. Twee sneetjes brood nog maar? Normaal is dat genoeg, maar nu? Een extra pannenkoekje (die met havermout, weet u nog?) en een blokje chocolade. Ik mag best wel eens iets extra, rantsoeneren begint me goed af te gaan. Ook al was ik al lang geen veelvraat meer. En morgen boodschappen doen. Dat stond toch al op de planning. Gelukkig is dat dichtbij, lokaal en bekend, nieuw bekend maar desalniettemin bekend.
Verder heb ik het rustig gehouden vandaag, geen avontuurlijke wandelingen meer van anderhalve meter afstand voor mij vandaag. Gewoon het venster groot openzetten, een extra pull aan en denken dat ik buiten ben. De lucht is nu ook veel zuiverder.
Intussen ben ik bezig met fijne ‘opdrachten’ Creatief Dagboek, via mail uiteraard. Er zit meer in mij dat het monster 😊 en daarover later meer …
Oh, toch nog een verhaaltje ingelezen …
Wat doet een mens zo al op de Griekse Nationale Feestdag, de Onafhankelijkheidsdag, in zo groot mogelijke corontaine? Ik houd me wat stil op de sociale media. Het voelt zelfs energie- en tijdrovend. Hier en daar bekijk ik wel iets, laat ik me inspireren door foto’s, door teksten, door opinies. Alles lijkt gezegd, ik heb er niets meer aan toe te voegen. Ik ben geen wetenschapper, waarheden op basis van bewijzen kan ik u niet geven. Veel eerder laat ik mijn buikgevoel en mijn ziele(on)rust spreken. Hoe spreek ik dan? Met mijn pen, vulpen wel te verstaan in mijn schrijfboekje. Het rommelde al enkele dagen, een week of zo in mijn hoofd- en lijfgevoel wat doet u toch Aarde? Maar de Aarde antwoordt niet. Dit is wat mijn inspiratie me ingaf:
De Aarde doet het niet.
De Aarde verdeelt niet in goed en kwaad
Dat doet de mens (of was het God?)
De Aarde ziet niet, schuld of onschuld
Dat doet de mens
De Aarde juicht niet bij overwinning, noch joelt Ze bij nederlaag
Dat doet de mens
De Aarde haat niet, noch heeft Ze lief
Dat doet de mens
De Aarde weet niet
Dat doet de mens
De Aarde,
Ze leeft gewoon, Ze zet zich constant in evenwicht
Ze weet niet dat ze geeft, noch dat Ze neemt
Ze voelt niet dat Ze de gastvrouw is, de Enige
Voor het leven in al zijn vormen
Neen, de Aarde neemt geen wraak
De Aarde zoekt evenwicht
Ze herstelt, steeds opnieuw en weer en nog … één keer?
Wat deden de mensen?
En de mensen droomden weer,
Van groen en van hemelsblauw, van geel en koraalrood
Van appelblauwzeegroen en zelfs van alle tinten grijs
Ze droomden weer van dansen en zingen
Van samen eten en drinken en ze lachten
En iedereen die wilde, deed mee
En de anderen keken en zagen dat dit ook goed was
Ze droomden weer van ‘gewone’ overstromingen
En van ‘gewone’ hete zomers
En van ‘gewone’ strenge winters
En van ‘gewone’ natte herfsten
En mogen die ‘gewone’ grillige lentes ook terug
Alle seizoenen op hun plaats, op de wereldbol en in tijd
De rivieren meanderden weer
De vissen maakten zich klaar, onwetend, waarvoor ze bestonden
Ze droomden weer van de olifant, de vos, de haas en de giraf,
De fazant, de wezel, het everzwijn, de slang en zelfs de vieze dikke spin
Dat die allemaal weer een plaats hadden, hun eigen plaats
Ze droomden, die mensen, dat ze zelf plaats genoeg hadden
Er was toch nog altijd elkaar!
De kinderen, ze mochten zíjn, lachen, springen, ontdekken.
Ze zien geen verschillen, die kinderen, ze waren veilig.
En ze droomden verder, van de bomen en de struiken, de planten, de bloemen
Die mochten weer, zelfs het onkruid kreeg plaats
De groenten deden mee en de kruiden
En al die kleuren fruit, groenten, kruiden
Ze bleven maar groeien en geven en geven
De mensen droomden verder, ze zouden weten wat ze moesten weten
Vanzelf, zomaar,
Geen gluten of lactose of suikers meer op verpakkingen.
Er was genoeg voor iedereen
Ze deelden, ze namen, ze gaven
Wat ze nodig hadden, wat overbodig was
En de mensen droomden weer
Dat ze weer leren konden
Dat ze weer wisten, echt wisten
Ze durfden zelfs dromen van knuffels, van handgeven, van hand-in-hand-in-hand-in-hand-kringen en slingers, inhaken bij elkaar, van zoenen, van vrijen, van ravotten, van troosten
Ze ontdekten hun eigen kunnen weer en gingen, liepen, fietsten, tramden, treinden
Sommigen zwommen
Ayla* en Aarde wisten zich toch met elkaar te verzoenen
Ze wisten niet, ze kenden niet, ze dachten niet
Het was gewoon zo.
En de mensen droomden weer
Van nederigheid en dankbaarheid
van verzoening
De mensen ontdekten alleen in traagheid verre landen
Al het groen en andere kleuren, de dieren, de zeeën, de lucht, de zon en maan én zijzelf
Ze waren genoeg. Maar nu, nu dromen ze nog
*Ayla is het hoofdpersonage uit de boeken van Jean M. Auel, ‘De Aardkinderen’. In het eerste boek ‘De stam van de holenbeer’ , … wordt Ayla als kleine meisje geconfronteerd met het verlies van haar ouders en stam, door een zware aardbeving en komt ze in een andere stam terecht, van Neanderthalers https://nl.wikipedia.org/wiki/De_stam_van_de_holenbeer
De foto bovenaan komt van Mundo Increíble door Signature of Humanity op FB gezet.
Het is aanpassen. Verder zal ik u niet vervelen met dingen die u zeker ook al weet. Anders is er nog altijd de experten-pagina Facebook. Hoewel ik er nu heel veel aan heb, probeer ik er toch maar geen Fakebook van te maken.
Dit is echt en serieus. Maar oké, ik leef nog! U ook, hoop ik. Meer nog, ik hoop dat u vooral gezond bent en blijft.
Er is veel te doen als ik hier binnen eens rondkijk. Is u dat ook al opgevallen? In uw huis dan wel te verstaan. Het is een ander gevoel dan voorheen, toen stelde ik dingen uit en voelde me daar soms een beetje schuldig over, want ik had toch tijd genoeg en deed er niks mee. Maar nu kan het me vaak niet schelen wanneer wat gebeurt en zie … ik kom in actie. De was is bijna helemaal gedaan, ik heb nog zoveel mogelijk aan de kant geholpen en nog meer van die saaie dingen waar Ben Crabbé het heen-en-weer van krijgt, als iemand dat op Facebook zet.
Weet u wat? Ik vertel u in beelden en zo weinig mogelijk woorden (oei 🤔😉)

Mijn bijna dagelijkse rondje op sociale media. Kleine Whatsapp-groepen en een Messenger groep. Er is een M met een jarig kleinkind. Hoe mooi is dat. Ik kreeg ook nog enkele mooie reacties op een mail van mij naar mede-cursisten van de vervolgcursus schrijven. Echt tof, want we hadden samen nog maar één les doorgebracht. Anders waren we nu al gewoon aan elkaar, maar toen kwam De Bitch. En dan de lotgenoten nog. Er is angst, er is onzekerheid, er is … u hebt het ook al wel gehoord over de spoedafdelingen wat er gebeurt wanneer er te weinig bedden zijn … dat dus. We zijn voorzichtig!
Het is mooi weer, het is prachtig weer. Het is lente, dat voel ik aan mijn kriebelende ademhalingsinstrumenten. En nog wat meer. Zo af en toe ruik ik weer wat. Niet veel en niet lang maar het is er!







Ik had telefonisch contact met mijn vader. Hij maakt het nog goed, maar ik voel toch een beetje ongerustheid. Zal ik vanavond eens klappen voor mijn zus die van op afstand nog alles goed in het oog houdt? Overigens voor nog anderen die nu toch blijven ZORGEN. Zorg is een heel breed begrip.
Hamsteren, we doen het beter niet. Wat heb ik nog in huis? Dat is nu zeker een goed idee om dat te verwerken in eetbare voeding. Een ei, havermout, sojamelk en een beetje bloem en achteraf in de pan met olijfolie en hupsakee ik heb weer wat tussendoortjes. Pudding vind ik soms ook wel lekker. Dat stond op de verpakking hoe dat moest en toen hupsakee vijf potjes. Er zal nog wel wat volgen in de loop van de weken. Vooraf al in huis gehaald hé, niets gehamsterd nu.

Dat was nog geen echt avondeten. Steunen van de lokale ondernemingen vind ik ook een goed idee. #kooplokaal. Laat ik nu toch een Griekse buurvrouw hebben met een eethuisje hier dichtbij. Morfo ! Momenteel enkel afhalen met respecteren van de afstandsregels.

En hupsakee, ik heb warm eten voor twee dagen. Ik zal morgen wel langs het supermarktje gaan (dacht ik gisteren want ik schrijf dit vandaag). Dat is intussen gebeurd. Voor enkele dagen, zonder hamsteren. Elke dag daarheen lopen hoeft nu ook weer niet. Als ik voor donderdag mijn vuilzakjes maar heb. Vergeten natuurlijk!
– En dan heb ik nog geapplaudisseerd om 20u. U toch ook? Ik vind het een positief gebaar van appreciatie, ook al weet ik dat het applaus alleen niet volstaat.
– Ik zal dan nog een verhaaltje lezen, voor u en u en ook omdat ik mijn eigen stem anders niet meer herken over een paar weken.
Ik blijf verder binnen vandaag. Afstand, als u niet in uw kot bent. Alstublieft!
Hoe gaat het met U?
En toen stelde ik me voor hoe het zou zijn als ik wist wat ik allemaal niet wist.
Bijvoorbeeld van automotoren weet ik niets, ik vul alleen wat water bij af en toe als de sproeier van de ruitenwisser me droog water geeft. Dat weet ik dat ik dat niet weet.
Maar hoe zou het zijn om echt te weten wat ik niet weet?
Als ik dat maar eens wist, dan zou ik het kunnen opzoeken.
Of neen, of ja, ik zou ook het woordenboek kunnen opendoen en beginnen met het eerste woord. Dat zal vast beginnen met de ‘a’.
Of neen, of ook, ik zou zomaar een nog ongelezen boek uit mijn boekenkast kunnen nemen en onderzoeken of ik alles daarvan weet. Interessant toch om na te gaan of je écht alles weet wat je leest ook al versta je wel wat je leest. Ik las bijvoorbeeld het boek “De supersamenwerker” en ik verstond het maar daarom wéét ik nog niet alles wat ik gelezen heb. Nu weet ik tenminste dat ik dat niet allemaal weet. Overigens, supergoed boek! #desupersamenwerker.
Wat heb ik vandaag gelezen? In een boek over taal (“Een slipje van de sluier” van Genootschap Onze Taal) las ik vanmorgen over twee-eiige tweelingwoorden. Een voorbeeld: ‘De dokter heeft me onderzocht met zijn horoscoop.’ Het tweelingwoord is natuurlijk stethoscoop. Het gaat over woorden die in vorm deels overlappen en ook in kenmerken overeenkomen waardoor ze gemakkelijk verwisseld kunnen worden. Deze twee woorden hebben drie lettergrepen, met klemtoon op de eerste. Deze eerste lettergreep is overigens het enige verschil tussen de twee woorden. Ook al verschilt de betekenis volledig. Een ‘slip’ is snel gebeurd.

Wat weet ik nóg niet? Als ik dat toch maar eens wist. Er is een verhaal. Een verhaal over een handdoek. Die handdoek hangt nu buiten, met ‘van harte bedankt’ op. Ik hoop dat de steen en het overvolle potje rosmuntjes stevig op de handdoek blijven staan.
Hoe kom ik aan die handdoek? Ik weet het, straffer nog ik weet zelfs dat ik het weet. Het korte verhaal van de handdoek. Dat begint in Kreta. In ik weet niet meer welke zomer (zie nu!) is het overal met me mee gereisd. Ik logeerde ergens in Frangokastello. De accommodatie was top. Niets te klagen. Het was heerlijk eenvoudig. Ook de handdoeken. Vooral deze handdoek. Hoewel ze proper was, was het niet zo aangenaam om aan te voelen, na douche, ook al kan het geen kwaad om de huid eens stevig te scrubben. Ik nam ze al eens mee op daguitstap. Altijd makkelijk om bijvoorbeeld op de zit van autostoel te leggen. Zo’n harde badstof absorbeert al wel eens wat zweet. De handdoek heeft meer gezien van de wereld dan haar ‘collega’s’. Toen ik die zomer thuis kwam van mijn Kreta-reis, kwam ze ineens tevoorschijn bij het uitpakken van mijn valies. De handdoek is altijd bij mij gebleven. Nu valt me in dat ik sinds die reis daar niet meer geweest ben. Zeer zeker zou ik die weer meegenomen hebben en teruggegeven. Ook al is ze nu oud en grijs, gebruik ik ze bijna niet meer, zelfs niet als poetsdoek, ze blijft bij mij. Men weet nooit waartoe ze nog kan dienen. Bij deze dus … blij dat de Frangokastellaanse handdoek nog op zo’n solidaire manier kan dienen.
Weet u dingen die u niet weet?
Eerst de foto’s …





Lacht u nu maar 🙂

Ontdekken is een nieuwe ervaring geworden.
Vooraf zet ik enkele foto’s uit het boek, dan pas de geluidsopname. Dit boek is van James Stevenson.





Hebt u gelachen??
A magazine of Arabic literature in translation
... news, history and much more ...
Boeken droppen en zoeken
All things classical ukulele
Levensinspiratie onderweg
Levensinspiratie onderweg
Blog van Jona Lendering
Schrijven is het samenspel van autobiografie, overdrijven en verzinnen.
Geloof het ongelooflijke. Beiden zijn waar.