Dagboek van iets anders

Het is lang geleden dat ik over het monster schreef, de reden dat ik deze blog begon.

Vandaag de dag vind ik het saai geworden. Het is dezelfde sh*t (u bepaalt zelf me te pardonneren voor dit woord), dezelfde onvoorspelbare bijwerkingen en dezelfde mond dodende opmerkingen waarbij mensen hun ongemak in cliché mopjes steken of in de goede raad niet van tante Kaat. Daarom gooi ik de baxter-dag van vandaag nog eens op mijn blog. Om de zes weken wordt dat spul in mijn aders gedruppeld en niemand weet of het nog echt werkt of niet.

’s Morgens (te) vroeg. De bus kan amper manoeuvreren doorheen de zichzelf bewonderende selfies makende scholieren op de fiets. Niemand valt…

Een kwartier later. Ik wandel van mijn voorlaatste halte naar het ziekenhuis. Ik val gelukkig ook niet. Overigens, de knie is zwaar gekneusd. Laten genezen en niet meer vallen. Blijven rustig aan bewegen.  

Om en nabij halfnegen ben ik ingeschreven aan het onthaal en er is een zetel vrij voor mij in kamer twee. Hoi, geen wachtzaal vandaag!  

De bloedafname is amper een kwartier later. Ik vertel de verpleegster dat ik zwaar gevallen ben. In mijn beleving is dat ook zo. Ze is heel empathisch zonder zelf te vallen.

Rond kwart over negen kan ik bij de dokter komen. Ik heb intussen de bloedwaarden al zelf gecheckt. Mijn dokter is er niet vandaag. Ik ben niet happig op uitgebreide gesprekken met dokters die mijn dossier niet volgen. De bloedwaarden zijn goed en de baxter kan besteld worden.

Als u nu begint te gapen, gelieve niet verder te lezen, het wordt niet spannender.

Ik wacht en wacht … niet lang. Ik heb zicht op de refter van het personeel. Een vrijwilligster maakt in een mooi tempo koffie en zet een dienwagen klaar met kopjes, schoteltjes, suiker, melk én een mand met koekjes.
Ik kan niet niét staren naar de open deur. Ik kan de koffie niet niét ruiken.

Tien voor tien. De baxter hangt aan. Twee andere vrijwilligsters komen aan. De gezelligheid spat van hun gesprek af. Allez, kom nu met die koffie en dat koekje! De dienwagen staat inmiddels in de gang aan de deur.

Het halfuur dat het goedje moet indruppelen is voorbij. Er moet nog gespoeld worden. Ik bel en wacht op een verpleegster die dat instelt. Intussen blijf ik naar die dienwagen staren. Allez, kom nu met die koffie en dat koekje!

En ja hoor, eindelijk! Ik krijg een koffie en mag kiezen uit de mand. Intussen spoelt die andere baxter met Na Cl 0,9% alles nog eens goed door. 

Leve de vrijwilligers die koffiezetten. Betere koffie dan die van de automaat.

Zo, ik had mijn koffie. Ik ben al vóór elf uur klaar en mag vertrekken. Ik wens de meneer links van mij succes, zonder met mezelf te vergelijken. Mijn wensen zijn wel oprecht. Verder ga ik niet meer in gesprekken met andere patiënten. Zonder dat toe te lichten.

Een wandeling naar en door het park doet goed. Op het gemakje, dat vertelt mijn knie me. Ik heb voldoende stappen. Dat vertelt mijn lijf me dan weer. De batterij van mijn stappenteller aan de pols is plat. Een uurtje later lig ik plat.

Twee uur in de namiddag. Weer wakker. Het enige dat ik nog doe is nadenken over wat ik de rest van de namiddag ga doen. Ook zonder toe te lichten 😉

Foto’s: onderweg naar en in het park gemaakt. In de foto-opslag staan ze rechtop, waarom ze hier negentig graden naar rechts vallen is me een raadsel.
Bovenaan: in het ziekenhuis.