Schrijven 4: Nog een ingrediënt.

In de laatste les ging het over taaltransparantie. Duidelijk taalgebruik dus waarbij de lezer zich zowat onmiddellijk een beeld kan vormen. De zintuigen helpen hierbij. Eén van de opdrachten ging hierover. Een kort verhaal, cursiefje, iets anders schrijven over het eten van een ijsje. Als ik de weersverwachting mag geloven gaan we een zeer zomerse week tegemoet. Ik wil u op een ijsje trakteren, het ijsje in mijn verhaal. Aangepast na de feedback.

Deze herinnering (tijdens een winter in Kreta) inspireerde me.

‘Tingelingeling, luister hoe ik vrolijk zing!’ Leentje huppelde in de zon over de stoep.

De ijskar was in aantocht. Zo opwindend! Welke smaak zou ze vandaag kiezen? Zou Jan de ijsjesman alle kleuren bijhebben? Het water stond al hoog in haar mond.

Het belletje klonk licht en vrolijk door de straat. Leentje kreeg visioenen van zoete koude aardbei en volle banaan, heerlijk smeltend in haar mond. Haar buikje kriebelde al bij de gedachte.

Jan de ijsjesman zette zijn kar stil.

‘Wat zal het vandaag voor de jongedame zijn?’

Leentje snoof diep. Ze keurde de prentenkaart. Haar ogen twinkelden. Welk ijsje zal het worden?

‘Drie bollen vandaag!’ Ze staarde verlekkerd naar het smurfje.

‘Heb je die ook met het rode mutsje bij?’

‘Zeer zeker, een smurfje voor de jongedame met een rode muts’.

‘Dan nog een straci stracia … die met de chocola die naar koffie smaakt, ’t is voor mijn papa.’

‘Mokka?’

‘Ja die. Eén bol alstublieft.’

Ze wist het niet meer. Was het nu die witte met chocoladestukjes of die bruine die naar koffie smaakt? Papa smikkelde zijn ijsje toch altijd op. Wat zij en mama ook meebrachten.

Het ijsje smaakte. De geuren van het smurfje met zijn rode muts prikkelden haar neus. Alle smaken  bubblegum die ze kende, proefde ze. Ze smakte van plezier bij elke lik van het blauwe koude goedje. Haar lippen waren bijna net zo blauw. Dat er mensen bestaan die dat niet lusten. Echte kauwgum kreeg ze toch nog niet. Papa noemde het chiclet maar dat was een woord van vroeger.

‘Als je acht bent, mag je chiclet.’ Ze hoorde het hem weer zeggen. Maar goed dat er smurfjes waren die ijsjes maakten van hun blauw.

Zo, nu het rode mutsje. Wat een verschil. Mierzoete koude frambozen plakten tegen haar gehemelte. Ze rilde ervan. Zouden de smurfenmutsjes ook zo kleven op hun hoofdjes?

Plots besefte ze dat ze nog stilstond. Oei! Het was nog maar twee keer gebeurd, dat ze alleen tot aan de straat mocht en een ijsje kopen. Nu mocht ze er ineens twee bestellen. Ze stapte zo snel ze kon. Onderweg slurpte ze gretig verder van haar ijsje.

Twee minuten later ging ze thuis binnen. De schuifdeur stond gelukkig nog helemaal open.

‘Kijk papa! Jouw koffie met chocolade ijsje.’ Leentje hield het hoorntje fier omhoog.

‘Ah! En waar is de bol dan? Helemaal in het hoorntje gevallen?’ Papa’s lippen krulden een beetje.

Ze staarde verwonderd met één oog in het hoorntje. Er zat nog een klein restje in.

‘Maar daarnet was het er nog helemaal!’

Heerlijk om in het kind-perspectief te schrijven. 🙂

Schrijven 3: Vijf ingrediënten + drie

Het kon niet uitblijven, schrijven! Van ‘gesprekken met het innerlijk kind’ over lichttaal naar deelnames aan wedstrijden, nog plannen, een oefenboek, …  enzovoort.. Mijn handen zijn inmiddels goed getraind. Bewegen, in beweging zijn tussen schrijven en lezen door helpt ook, enorm zelfs. Op dagen waarbij ik (bijna) niet fiets, wandel of andere fysieke activiteiten verricht (het huishouden om zomaar wat te noemen) is de flow ver te zoeken.

Gisteren kreeg ik de feedback van twee oefeningen die ik in de cursus ‘Vijf + drie ingrediënten’ schreef. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen lopen. Gelukkig draag ik nooit hoge hakken. Ik schreef hier al eens een verhaal uit die lessenreeks.

In de online lessen komen deze ingrediënten goed van pas. Ik voel het aan als een wegenmap. Bijvoorbeeld, ik rijd van Antwerpen naar Hasselt en de opdracht is dat ik onderweg een kersenboom moet fotograferen. Dan neem ik een weg die me ligt, welke dan ook en zorg ik voor de foto van de kersenboom. Via de autosnelweg of via smalle binnenwegen of gewestwegen, het maakt allemaal niet uit. Het ingrediënt van deze opdracht is de kersenboom. Voilà!

De feedback die ik gisteren terugkreeg ging over perspectief. In de ene oefening werd gevraagd om vanuit het Ik-perspectief te schrijven, een cursiefje met ‘plannen’ na de lockdown. De tweede oefening een litanie geschreven vanuit twee perspectieven (hij en/of zij, derde persoon dus) over één gebeurtenis.

Wat een fijne ingrediënten. Ik zou er in mijn eentje niet opgekomen zijn. Het heeft mijn flow in elk geval doen stromen. Op enkele schoonheidsfoutjes na – sommige komen nogal eens terug – ben ik nog aan het blozen van plezier.

En dat plezier wil ik met u delen. Dames en heren, zie hier een schrijfsel uit de zevende les, aangepast na de feedback. Het cursiefje in Ik-perspectief.

Wat ik in de wolken zag …

Mijmeringen.

Hier lig ik weer in het gras, naar de blauwe lucht te kijken, de vogels te volgen, de wolkjes voorbij zien schuiven. Gewoon, heel simpel, in de verte kijken. Hoeveel zou mijn verzien verbeteren?

Ik denk aan een artikel dat ik – hoe lang zou dat geleden zijn – las over verzien. Blijkbaar leven we te dicht bij elkaar, het ene kot boven het andere of ergens tussen geperst. Wanneer hebben we de kans om nog eens ver te kijken?

Gedachten dwalen af, verder dan ik kan zien. Ik begin te dromen. Zou het nog kunnen in deze wereld? Reizen! In de wolken zie ik de weerspiegeling van een verlaten strand ergens in het zuiden van mijn eiland. Geen toerist die er ooit komt.

En daar! Op die plek naast dat strand. Daar zal die familie weer gasten ontvangen, vanaf ’s middags de toevallige passanten, die schaduw en koelte zoeken en een beetje rust tot ’s avonds wanneer het drukker wordt. Ik vraag me af hoe het met mijn vrienden gaat.

De wolken maken plaats voor beelden van andere plaatsen, nog steeds op mijn eiland, dat andere thuis.

Daar zit warempel Didier: ‘Bonjour, kalimera!’ Ja, ja nog steeds in het Frans en het Grieks. Hij is bezig met zijn keramiek. Dan stoor ik hem beter niet, maar kijken mag.

Ik zie mezelf rijden, de scherpe bochten nemen naar Manoli en Rina. De Griek en de Deense. Volop in de natuur levend en altijd klaar voor een babbel bij een raki en lekkere hapjes. Het is bijna zonde om ze op te eten want Rina’s borden zijn ware kunstwerkjes.

Ik rijd nóg verder – het is bijna avond – naar een ander strand. Daar wordt alles in gereedheid gebracht voor een concert. Van Michali. Hij is weer helemaal terug. Ik verheug me bij de gedachte dat ik pas weer wegrijd na het ontbijt. Ik zal honger hebben na een nacht dansen op het strand. Vóór het podium uiteraard!

Opkomende en ondergaande zon. Volle maan. Dat tafeltje aan die haven, dat hoekje waar ik een hele middag met één koffie kan zitten lezen, schrijven, mensen observeren. Plannen maken voor morgen, die dan toch veranderen.

Nog even verder reizen in de blauwe lucht met hier en daar een wolkje, wolk, wolken, donkergrijze massa, tromgeroffel! Toch niet speciaal voor mij? Die koude douche van regen anders wel.

Hoe komt u in de flow?