Wintertijd

Wintertijd

Het moet gezegd, ik houd tegenwoordig van deze tijd van het jaar. Hierna wordt het wat donker, toch nog niet getreurd. Deze tijdspanne past tegenwoordig bij mij. Een beetje trager, een beetje minder, een beetje natuurlijker ook. Ooit genoten van traagheid? Ik leer het nog elke dag, trager zijn, vooral in mijn hoofd.  

De leegte en ruimte in mezelf weer opzoeken, en zien waarmee die dan gevuld wil worden. Vandaar de wintertijd, ik houd ervan. Ook al omwille van die tijdsverandering. Hoezo? …

Normaal is dat weekend van zomertijd naar wintertijd een feest voor mij. Ik haal zo vermeend verloren slaap in. Het geeft me een gerust gevoel, een soort veiligheid. Ik geniet er ook van, ook al slaap ik niet echt veel meer, het mogen en niet moeten gevoel houdt me rustig zo in die vroege ochtenduren.

 Ik ben wetenschappelijk helemaal niet onderlegd. Meer nog, het interesseert me niet. Ik voel liever aan  of iets me wat zegt of niet, wat ik er al dan niet mee doe. Het kan zelfs zijn dat ik me de arrogantie aanmeet om te verkondigen dat dit voor iedereen, de meesten, een groep het beste zou zijn. Zo niet toch veel beter.

Bijvoorbeeld vraag ik me al heel lang af, wat er zo mis is met je natuur volgen. Neem nu de poes – ik houd van die dieren – katten en hun familie wijd en zijd – hebt u deze onafhankelijke dieren uit zichzelf ook iets zien ‘moeten’?

De natuur zit ‘m ook in de tijd. Wat zou het? Ja, natuurlijk!

Het winteruur. Hoezo? Weet de winter dat? Wie heeft dat verteld aan de winter? Het zomeruur? Waar is dat dan heen? De diepvries in? Doet me denken aan dat reclame-parlé-tje op de radio, waarin de zon zich excuseert zolang niets meer van zich te laten horen. Ze zat met een burn-out (uitbranding?). Daar staat u dan, u zal maar richting zon reizen.

Niets in de natuur zal zich aanpassen aan wat wij ervan willen maken. Een boom wordt wakker wanneer het licht wordt. Die wacht niet tot het acht of negen uur is. De poes komt terug van haar nachtelijke escapades wanneer ze tevreden is (tenzij ze geconditioneerd werd door … u). Heerlijk, overigens zo’n poezenbeest als huisdier of eerder buitenhuisdier, maar toch weet over wie ze baas kan spelen en daar ook haar melk haalt.

Een kind wordt spontaan wakker wanneer het wakker wordt. Niet omdat 7u is of 8u. Dwingt u dat toch niet af. Het duurt toch even vooraleer het weer ‘gewoon’ wordt. Uzelf overigens ook niet (afdwingen).

We zijn zo heel erg gewoon geworden aan economisch (enkel financieel en/of tijdsgebonden dan) denken en handelen dat er nog weinig wordt stil gestaan bij ons fysieke gevoel hierrond. Ik doe dat natuurlijk ook, behalve wanneer ik het niet doe.

Mijn natuurlijk ritme is nog een uurtje vroeger. Ik vond het altijd raar, vroeg in de avond al zo moe worden. ’s Ochtends zo vroeg wakker zijn. Een verhaal van mijn vader (al lang geleden verteld) verklaart misschien veel. Toen hij kind was, was het gewoon tijd, geen zomertijd, geen wintertijd. Het was om 7u (huidige wintertijd) gewoon 6u. Het was om 15u30 (huidige wintertijd) gewoon 14u30. In dié tijd gingen de meeste kinderen te voet naar school. Nu zou ik het ook niet meer doen of aanraden om die afstanden, als kind alleen, te doen. Het was overigens in het midden van nergens, zoals de meeste woningen op de buiten. Het betekende wel dat de kinderen die langer dan een uur stapten om van school weer naar huis te gaan, in de winter een uurtje vroeger moesten vertrekken. Zo waren ze voor het donker werd thuis. Dat was zo gewoon, dat komt niet meer terug, die tijd. En toch, die tijd kan ons wat leren over de tijd. Het was de meest natuurlijke tijd, ons bioritme. Er was licht van de kaars of olielamp voor de avondmensen en ’s ochtends waren er dikke gordijnen.  

Daarom begrijp ik de hele heisa niet rond wintertijd en zomertijd. Die keuze is toch heel natuurlijk vanzelfsprekend als er weer één tijd wordt ingeschakeld. Is de natuurlijke tijd niet goed genoeg meer? Voor mij hoeft er niet de hele avond en halve nacht lang zonneschijn te zijn om in de zomer op een terras te gaan zitten, lekker buiten, ontspannen, rustig, of dansend, waar en hoe dan ook. Als de zon onder gaat, gaat ze onder. Meestal is het de warmte die ons buiten houdt. Niet het licht.

In de winter hoeft dat ook niet, om dezelfde reden. Ik blijf niet buiten omdat het om 18u nog licht is, zeker niet als het de stenen uit de grond vriest. Het licht is er niet alleen voor ons – zelf vaak opgelegd – plezier. Het is er voor onze gezondheid. Het manipuleren is nogal dom, vind ik. Maar manipuleren, daar kennen wij mensen nogal veel van, geloof ik.

Laat de tijd zijn zoals ze is. Welke tijd? De gewone tijd. Als zelfs Frank Deboosere het al zei, meermaals. Dit vond ik nog uit 2017: https://www.hln.be/nieuws/binnenland/frank-deboosere-het-zou-veel-beter-zijn-om-het-hele-jaar-door-de-wintertijd-te-behouden~a20e18d30/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.be%2F

Hier en nu, in deze materie, meet ik me de arrogantie aan om te denken dat het voor iedereen beter zou zijn om dit gewoon zo te doen. Altijd wintertijd! Allez, ’t is te zeggen, dat is dan nog steeds een uurtje voor op de vroegere gewone tijd. Voilà. 😊  

deze werd automatisch aangepast

Waar schrijven me al (niet) brengt.

Dat ik op een bepaalde manier asociaal ben, is algemeen geweten in mijn mensenkring (de kring van kennissen, vrienden, familie, …) en die kring is niet zo groot. Wanneer het kan, vermijd ik drukte. U zal me dus niet snel in allerlei verenigingen tegenkomen.

Vind ik dat erg? Ik worstel er niet meer zo mee. Het alleen zijn, is iets wat ik nu heel erg nodig lijk te hebben. Het is letterlijk te voelen. Lijfelijk én mentaal doet deze (ogenschijnlijke) stilstand me goed. Letterlijk te voelen omdat ik het in letters die woorden vormen neerpen. Echt, met pen en papier in een schrijfboekje (#Schrijfmeditatie).

Wat voel ik dan? Het voelt alsof er een rem op mijn lichaam staat. Er werd me zo vaak gezegd dat ik naar mijn lichaam moest luisteren. Hoe doe je dat dan? Tips krijg je te over, wanneer je ‘ziek’ bent. Het is steeds goed bedoelde raad. Maar net daar nijpt het schoentje. Alle goede bedoelingen ten spijt, het hielp niet. Ik voelde me schuldig en boos tegelijk. ‘Wat zit iedereen toch te praten? Alsof ze ervaringsdeskundigen zijn.’ en ‘Oh ja!? Ooit zelf gedaan?’ Net die goede bedoelingen, die raad, gingen aan me voorbij wanneer ik daarna weer thuis was. Ik was bezig anderen te plezieren in luisteren naar hun, soms uitgebreide, raad (want ze bedoelen het toch goed). Vaak was ik zelfs ambetant omdat ik niet eens meer wist, hoe te reageren. Ik piekerde me suf hoe ik dit zou aanpakken. Dat alles maakte me  vaak heel boos (en zweeg hier meestal over).

Er is iets met ziek zijn dat anderen precies heel alert maakt. Ineens is er een gespreksonderwerp, een doel voor mensen, een zich-goed-voelen want iemand geholpen. Het komt erop neer dat ik het op die manier ervaren heb, het protégeeke. Zelfs (h)erkend bij mezelf. Zeker uit de beginperiode dat ik werkte in de zorgverlening.

Compleet negeren is dan weer de tegenhanger.

Uiteindelijk gaat het om het camoufleren van een ongemakkelijk gevoel. Dat ken ik ook, zowel het ongemakkelijk gevoel als dat camoufleren. Het is doorzichtig, ik ben doorzichtig.

Natuurlijk weet ik dat mensen bezorgd zijn. Dat is nu net het punt. U bent bezorgd in uw kader. Ik wil graag in mijn kader blijven. Als ik in uw kader van bezorgdheid ga staan, ben ik mezelf kwijt. Als ik u in het mijne trek, maak ik van u een zondebok. Een overlapping van kaders … zoals de verzamelingen in de wiskunde. Ik ga die termen niet opzoeken, maar er was toch iets met gemeenschappelijke elementen of zo? 😉  

Het beste is iemand in zijn/haar verhaal laten en zich daarvoor niet te moeten verdedigen. Aanvaarding gebeurt in deze wederzijds. Ieder wil in zijn/haar eigen verhaal aanvaard worden. Wat nog niet betekent dat u het eens moet zijn.

Ik werd er in elk geval helemaal tureluurs van tot mijn lijf en hoofd maar bleven STOP! roepen. Die piek kwam in de zomer.

Zelf houd ik me liefst niet bezig met een lijst van ‘hoe ga je het best om met een chronisch zieke’, daar bestaan legio voorbeelden van. Ga er wel van uit dat die persoon echt al heel veel zelf weet, opgezocht heeft, met LOTgenoten heeft gepraat, een andere, eigen manier ontwikkelt om in het leven te staan. Het is vermoeiend om mijn verhaal te vertellen en ‘verbeterd’ te worden. Het is – omgekeerd ook voor mij geldend natuurlijk – frustrerend om ‘goede raad’ te geven die toch niet opgevolgd wordt.

Nu ben ik veel thuis of in mijn eentje ergens te velde (of te parke, te kuste, te bosse, te waar dan ook 😉), ik doe wat voor mij goed aanvoelt. Het lijkt alsof ik hiervoor ook ‘tijd’ heb, maar dat is nu net iets wat je aan een monsterpatiënt niet kan zeggen, echt niet! Ik heb geen tijd, niet meer dan u. Ik vul mijn tijd anders in, zoveel mogelijk zoals het aanvoelt, soms zoals het niet anders kan. Geloof me, dat gebeurt echt nog. Gelukkig ook nog zoals ik het graag doe.

Ik voel mijn lichaam nu beter aan. Sinds september doe ik aan Tai Chi. Dat is wel een hele stap geweest, naar mijn lijfgevoel. Sinds augustus doe ik schrijfmeditatie, dat is een hele stap geweest voor mijn mentaal gevoel. Alles mag er zijn, het hoeft alleen niet meer te zeer op de voorgrond gehouden te worden.

Bij wijze van voorbeeld, een heikel punt van mij is goed slapen. Ik heb ECHT al van alles geprobeerd. Ik pieker er niet meer zo over tijdens die nachten dat ik meer wakker lig. Verwoede pogingen om weer in slaap te raken, adrenaline opbouwend met de boze gedachte dat ik niet uitgerust zal zijn en dus nog wakkerder blijf, zijn er niet meer bij. Wat ik meer en meer doe en waarin ik vaker slaag, tenminste in die mate dat ik rustig blijf, is me richten naar waar ik spanningen voel en die probeer op te heffen. Ook let ik veel bewuster op mijn adem. Dat maakt me rustiger.

Elke gedachte passeert, gaat weer weg, zoals een wolk die voorbij zweeft, een vlinder die weg vliegt, ze mocht er zijn en ze vloog weer weg.

Natuurlijk heb ik dan meer slaapmomenten overdag. Daar geniet ik nu van in plaats van me schuldig te voelen. Het is overigens nog maar zelden geweest – sinds het monsterverdict – dat ik een hele dag op de been kon blijven, zelfs na goede nachten. Ik word er niet meer boos van. Het is wat het is (citaat van een kranige tante van mij die jààààren voor haar man gezorgd heeft, die een zware hersenbloeding had en met de gevolgen daarvan een heel ander leven te leven had).

Ik vergelijk mezelf nog zo zelden mogelijk met anderen. Het wekt irritatie op. De ene werkt heel veel, de andere heeft het druk in het gezin, nog iemand anders voelt zich gewoon niet goed wanneer die niet in gezelschap is, … het kan wel allemaal zo zijn, maar ik heb er geen schuld aan. Dat steek ik me niet in mijn hoofd. Hoogstens in mijn hart. Ieder doet met die tijd die hij/zij heeft, wat hem/haar het beste lijkt. Ik ben de enige die altijd bij me is, daar moet ik het mee doen.

Ik stel me wel eens de vraag, als dat duiveltje schuld nog eens komt piepen, zou ik willen/kunnen ruilen met die drukte van X of die overmatig plichtsbewuste Y ? Neen, ook al voel ik me in mijn toekomst wel eens hachelijk onbestemd. Neen! Ik wil niet ruilen. Ik wil gewoon weer Mie worden, een beetje anders en toch dezelfde. En die treedt wel weer eens naar buiten, zeker weten … denk ik toch 😉

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel.