Taaldingetjes 4

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Sanseveria (op 2 maart, Ewoud Sanders)
De beroemde/beruchte plant die ook vrouwentongen wordt genoemd, dankt haar naam aan de Napolitaanse prins Raimund de Sangro, vorst van Sanseviero (1710-1778).  Veelzijdig getalenteerd in allerlei uitvindingen en literaire werken.
Een leerling van ene Carl Linnaeus, geestelijk vader van de systematische indeling van planten en dieren, noemde deze plant naar de Napolitaanse prins.
Vrouwentongen genoemd naar hun vorm blijkbaar en in het Engels niet zo fraai klinkend mother-in-law’s tongues … Dan vind ik de Nederlandse benaming fraaier.

Er is een uitdrukking die het woord hanteert. Achter de sanseveria’s zitten: Ouderwetse manier van leven, beetje teruggetrokken, stil leven … maar euhm
Is het dáár dat ‘vrouwentongen’ de sterkste en strafste werken schrijven, schilderen, beeldhouwen, zorgen, regelen, …?

Loopt deze zin wel helemaal goed? (4 maart, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)
Het gaat over volgende zin: “Noem een liedje of film die je aan je jeugd doet denken.”
Zou het anders een kalenderblaadje worden? Het is een van mijn stokpaardjes. Die of dat?
In deze zin zitten twee verschillende woordgeslachten (denk aan het-woorden en de-woorden). Naar een het-woord verwijzen, zoals ‘het liedje’, gebeurt met dat; het liedje dat je aan je jeugd doet denken. Om naar een de-woord te verwijzen, gebruik je die; de film die je aan je jeugd doet denken.
Het gaat dan over zelfstandige naamwoorden. Ik ken ook een extra trucje. Lidwoorden de en het het ‘gewone’ enkelvoud staan zo vast. Een verkleinwoord (zoals tafeltje, appeltje, etc …) hebben altijd een het-woord. Een meervoudsvorm heeft altijd een de-woord (zoals de sanseveria’s, de huizen, hoewel het enkelvoud het huis is). Meervoud is sterker dan verkleinwoord: De tafeltjes – het tafeltje.
Ik vermoed dat het in de loop der jaren wel (weer eens) aangepast zal worden. Taal evolueert nu eenmaal.

Antwoord: Natuurlijk niet …

Taalkronkels (6 maart, redactie Onze Taal)
Deze heb ik in vorige taaldingetjes nog niet getoond. Ze zijn best wel grappig. Het is een verzameling van taalfouten uit allerlei media waarbij dan andere interpretaties aan de boodschap gegeven kunnen worden. Lees en lach 😊

Taaldingetje 3

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Oude koeien uit de sloot halen. Begin je daar nu wéér over? Iets oprakelen wat vroeger is gebeurd, iets vervelends. Het wekt meestal ergernis op.
Het komt van het opvissen van oude kadavers van verdronken dieren; onaangenaam, vervelend dus.  (12 februari, Roos de Bruyn)

Carnaval.
Er is verschil in beklemtoning van de eerste of laatste lettergreep. Het blaadje van Onze Taal kalender van 18 februari meldt dat cárnaval standaard is. Doch wordt carnavál het meest gebruikt in gebieden waar het feest een vastere traditie is, zoals het zuiden van Nederland en België. Beide uitspraken zijn correct. Hier hoeft de kerk niet in het midden gehouden. (18 februari, Roos de Bruyn en Fieneke Jochemsen)

De letter /r/.
Die vind ik interessant. De klank waarvoor deze letter staat, komt in het Nederlands in één op de zestien letters voor in ons taalgebruik. Dat is dan wel een belangrijke klank. Wel een van de moeilijkste klanken om uit de mond te krijgen. Het is een van de laatste klanken die bij de taalontwikkeling van een kind correct gevormd wordt. Ik zou zeggen, geen paniek zeker als er verder geen spraakproblemen zijn.
Of je nu met de /tongpunt-r/ spreekt of met de /huig-r/, de mond en keel moeten allerlei capriolen maken om die klank er goed uit te krijgen. Het feit dat er nogal wat verschillende manieren zijn om deze klank te vormen, zal het er niet makkelijker op maken. Deze lijkt mij ook heel streekgebonden. (15 februari, Diedrik van der Wal)

Eigen bedenking
Wat ik me nog herinner van mijn opleiding logopedie is dat vroeger de /r/ soms verschillend werd uitgesproken naar gelang de sociale klasse. Een arbeider, of landbouwer, leerkrachten zouden eerder de tongpunt-r gebruiken. Een zogenaamd rijkere hogere klasse vaker de huig-r, wat niet zo verwonderlijk is aangezien die klasse ook vaker Frans sprak. De huig-r wordt ook vaak aangeduid met de Franse /r/.
Hoe dan ook, deze klank is ook heel bepalend voor de gehele spraak. Rolt hij niet genoeg (vaak bij de huig-r) trekt het de uitspraak te ver in de mond, waardoor je schraperig lijkt te spreken. Omgekeerd, als de klank te hard rolt (welke /r/ dan ook), lijkt het op een nat slijmerig goedje rondom je woorden. Verder waag ik me niet aan de uitleg van deze boeiende klank.
Bibberen zonder /r/, hoe doe je dat dan?

Nachtmerrie.
Niet het vrouwelijk paard dat je in de nacht met akelige dromen wakker maakt.
Merrie is een verbastering van mare. In het middeleeuws Nederlands ‘spook’. Een nachtmare was een spookverschijning die je in je slaap de adem benam, letterlijk.
Het woord mare raakte in onbruik en werd in de loop der jaren merrie.
Volksethymologie is dit. (19 februari, Laura van Eerten)
Bron foto (bovenaan): Facebook – Humor hok

Apen.
Waarom kunnen apen niet praten? Omdat hun strottenhoofd en de stembanden niet geschikt zijn voor spraak. Ze kunnen wel gebaren aanleren.
Zo werden de chimpansee Washoe en de gorilla Koko getraind om gebaren te leren. De eerste kende er 350 en de gorilla wel zo’n duizend gebaren die hij ook nog eens in korte zinnen kon combineren.
Dan was er ook de bonobo Kanzi die ontdekte wat de betekenis was van symbolen (lexigrammen) die wetenschappers aan zijn moeder probeerden aan te leren én hij kon ze gebruiken in combinaties om nieuwe woorden te maken, via een toetsenbord. (26 februari, Raymond Noë)


Bij meneerke Google vindt u vast nog allerlei dingen hierover of andere taaldingetjes.

Iedereen die dit uitgelezen heeft: proficiat! Dat verdient een lekkernijtje bij de koffie of de thee.

AMK

Taaldingetje 2

Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel! 

Ik geef u nog enkele taaldingen mee uit januari en al één uit februari:

Zeppelin: We vlogen met een zucht Graaf Zeppelin kocht het octrooi voor dit vaartuig van ene David Schwarz. Zeppelin was ook de eerste die ‘het gevaarte’ de lucht in kreeg. Dat gevaarte heette* Luftschiff Zeppelin en bleef toen 18 minuten zweven. (Ewoud Sanders)

De kamelenweek: De kamelen uit de week halen. Stelt u zich voor dat er een kameel op een drukke weg staat, welke file dat zou veroorzaken. Zulke files zouden vooral op dinsdag en donderdag voorkomen (didodrukte). Deze piekdagen zijn de bulten van een kameel in een werkweek.  Het zijn klaarblijkelijk vaste dagen dat mensen naar kantoor gaan om daar te werken. Daarom proberen werkgevers hun werknemers ook op andere dagen naar kantoor te krijgen om de kamelen uit de week te halen. (Laura van Eerten)

De letter ‘e’: Ik waag me er niet aan maar probeert u eens een regel, twee zinnen, een gedicht te schrijven zonder de letter ‘e’. Deze letter komt vooral voor in kortere woorden zoals het, een, de, in meervoudsvormen, infinitieven, …
Interessant is dat ene mijnheer Georges Perec een roman geschreven heeft zonder deze letter, in het Frans: La disparition. Straf is dat iemand, Guido van de Wiel, het aandurfde om deze roman te vertalen, evenzeer zonder deze bijna alom aanwezige letter: ’t Manco. Een lettergek. (Diedrik van der Wal)
Wie het interessant vindt, kan HIER meer vinden over deze roman.

Bron gehele bericht: scheurkalender Onze Taal 2026. Daarvan ook de foto’s. Naam van de schrijver van het klinkdicht zonder E (foto bovenaan): Albertus Frese, 1784… zouden dt-fouten toen al bestaan? Of hoe taal toch evolueert.

Over het nieuwtje van vorig bericht, kreeg ik nog geen antwoord. Iemand in Brugge probeert voor mij wel een exemplaar van Kerk en Leven te vinden waarin mijn Lapjeskat zou kunnen staan. Alvast bedankt hiervoor. Als er nog mensen zijn die het tegenkomen en een foto van de publicatie willen sturen, alvast bedankt.

AMK

*het werkwoord voor een naam of eigennaam is heten. Ik heet Anne-Mie want ik heb de naam Anne-Mie. Dat komt omdat mijn ouders mij die naam gaven. Zij noemden mij Anne-Mie bij mijn geboorte. Even een akkefietje van mijn stokpaardje halen… 😊

Toch 'n poging? (wat flauw, zo wis als waarachtig) 

Of waag ik ’t toch?
ik schrijf in mijn blog
kom d’r maar uit
zo’n luchtkomma’s
nuttig als flink wat kruid
Daarom stop ik al maar
mijn schrijfzin is nu klaar.

Que sera?

De niet gehaalde Hebban uitdaging van vorig jaar deert me niet. De boeken die ik las, heb ik met goesting gelezen.

Intussen komt de energie met beetjes en vlagen terug. Meneerke Griep heeft me geniepig wat afgepakt! Overmoedig of niet, besloot ik toch om een nieuwe lees-uitdaging aan te gaan. Ik heb nu vier boeken op dat plankje staan. Er komen er nog bij want in totaal, zo daag ik mezelf uit, zouden het twintig boeken worden.

De eerste is gehaald! Ik las het boek ‘Hera’ van Jennifer Saint. Nu ja, ik las er vooral vorige jaar in, ik heb het nu uitgelezen.

Van Saint las ik ook al Ariadne en Atalanta; de eerste vond ik de beste. Hera was wat moeilijker te volgen. Het bestrijkt nogal wat jaren, eeuwen waardoor het een beetje aan de oppervlakte blijft hangen. Toch zitten er naar mijn gevoel wel wat ladingen in. De voorstelling van Zeus is een meedogenloze narcist en machtsmisbruiker. Waar zien we dat nog? Het mooiste vond ik wel dat Hera pas innerlijke vrede en rust ervaarde toen ze afdaalde van de Olympus, alle controle en macht overboord gooide en zich ergens tussen de stervelingen bevond.

Ik geef u de link naar dit boek op Hebban. Daar heb ik niet zelf een recensie neergezet. Bij interesse vindt u daar een beschrijving en andere recensies: HERA.  

Voornemens zijn vogels voor de kat geworden. Die maak ik dus niet meer. Van mijn plannen hoort u waarschijnlijk wel wanneer ze in uitvoering zijn of al uitgevoerd.

Que sera, sera.

AMK

Boekenchallenge – Vertel het de bijen – Diana Gabaldon

Einde vorig jaar heb ik mezelf de uitdaging opgelegd om dit jaar 25 boeken te lezen. Op Hebban houd ik alles bij. Hoe staat het er tegenwoordig mee? Zestien gelezen, nog negen te gaan.

Het laatste boek dat ik las tot nu is ‘Vertel het de bijen’, van Diana Gabaldon. Dat is het negende boek van ‘Outlander’ of de Reiziger serie. De Nederlandse vertaling werd opgesplitst in twee delen, wat wel handig is, vanwege het aantal bladzijden. Of misschien een commerciële zet? Nu ja, in de bibliotheek staan ze ook…

Wie deze reeks van Gabaldon kent en ook zover geraakt is, zal zeker van haar schrijfstijl houden. De avonturen zijn onwaarschijnlijk en tot de verbeelding sprekend.
Wie zou nu niet graag door ‘de stenen’ verdwijnen in een ander tijdperk en daar allerlei avonturen beleven? Zoals Claire die net uit de Tweede Wereldoorlog met haar man hun tweede huwelijksreis maakt naar Inverness in Schotland en daar door ‘de stenen’ gestuurd wordt naar de achttiende eeuw om allerlei avonturen te beleven gedurende ongeveer drie jaren, om dan net voor de Slag van Culloden naar de twintigste eeuw terug gaan om daar een kind te dragen en te baren van een achttiende-eeuwse Schot. Alles wat eruit volgt, is een aaneenschakeling van avonturen, spanning, mooie beschrijvingen van landschappen, het leven aldaar en toen, een tegenkant van alhier en nu.

Ongeveer de eerste zeven boeken van de reeks las ik dan ook vrij snel uit. De volgende boeken ervaarde ik als wat slepender en moest ik meer moeite doen. In Hebban heb ik over het tweede deel van dat laatste boek mijn indruk geschreven.  

Over het algemeen zou ik deze reeks aanraden. Zeker aan wie Schotland een warm hart toedraagt, van avontuur houdt, van geschiedenis in het verhaal en van de mooie landschappen, de ruwte van de Schotse natuur, de plaats van man en vrouw, van rijk en arm, gerechtigheid, hekserij, …

Verdwijn even in een andere wereld!

AMK

Mijn reading challenge 2025 (je zal maar een Rus zijn in Oekraïne*)

Einde vorig jaar heb ik mezelf de uitdaging opgelegd om dit jaar 25 boeken te lezen. Op Hebban houd ik alles bij. Hoe staat het er tegenwoordig mee?

Mijn lijst van uitdagingen groeit aan. Zo kom ik natuurlijk niet echt tot ‘afwerken’ van wat ik einde december opgaf. Gelukkig is het een flexibele lijst. Tevens ben ik een trage lezer maar ik streef ook graag, dus als ik de 25 overschrijd, is dat mooi meegenomen.

Ik ben inmiddels aan boek tien. Zonder literatuurkenner of taalkundige te zijn, volg ik een beetje de boekenmarkt. Zo kwam er de uitnodiging aanwaaien om te stemmen voor de Boonliteratuurprijs. En het boek van Aline*Sax, ‘Wat ons nog rest’, sprong eruit. Reden om uit te zoeken waarom dat zo aanvoelde.

Ik heb absoluut geen spijt van mijn aankoop. Lees mijn (niet professionele) recensie HIER !

Ze won heel terecht de Boonliteratuurprijs voor kinder- en jeugdliteratuur.

Indien u wenst kan u ook andere boeken die ik las nazien. Ik heb niet van elke boek dat ik las iets geschreven. Meestal staan er al veel recensies die ook weergeven hoe een boek bij de ene of andere overkomt.

Ik ben nog op schema 😊

AMK

*hopelijk begrijpt u de ietwat vreemde titel van deze blog?

Over boeken – De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry

Einde vorig jaar heb ik mezelf de uitdaging opgelegd om dit jaar 25 boeken te lezen. Op Hebban houd ik alles bij. Dit is het tweede boek van dit jaar.

“De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry” heeft me gaandeweg aangegrepen. Wat begon als iets vrolijk humoristisch en cliché – de gewoonte van een veertigjarig huwelijk – liep uit op een diepgaand verhaal waarbij het hoofdpersonage en belangrijke andere personages laagje na laagje afleggen. Ik schreef een korte commentaar op Hebban.

Hieronder kan u het ook lezen:

Een boek over de wandeling van iemands leven. Letterlijk, stap voor stap, meter na meter, kilometer na kilometer. Figuurlijk dat het hoofdpersonage laagje na laagje aflegt en alle ‘wat als’en’ van zijn leven verdwijnen. Wat aanvankelijk een ‘gewoon’ veertigjarig (of iets meer) vastgeroest huwelijk lijkt, is de waarheid over het langs elkaar heen leven veel dieper, schrijnender en pijnlijker. En dat komt de lezer laagje na laagje te weten.

Harold (het hoofdpersonage) maakt alle vormen van pijn mee, zowel fysieke, mentale als emotionele. Wat gebeurt er als alles rondom je weg is? Wanneer je echt helemaal alleen met je naakte zelve bent? Daar gaat dit boek over, althans zo heb ik het begrepen. Bladzijde na bladzijde werd het duidelijker dat in dit boek een menselijk verhaal verteld wordt verweven met andere menselijke verhalen.

Overigens is het vlot geschreven en voor zover ik het kan beoordelen, goed vertaald. Ik ga deze auteur zeker opslaan bij mijn andere favorieten.

AMK

Foto: zelf genomen, boek uit de Bibliotheek Antwerpen geleend. Op Hebban staat de cover van de film, die ik zeker ook nog wil zien.

Over verdwijnen in boeken

Ik lees graag en probeer er véél lezen van te maken. Het is zoals mijn verhouding tot eten toen ik nog een kind was: veel! Lekker zou de tijd wel uitwijzen.

Op Hebban houd ik sinds kort bij wat ik lees en af en toe zet ik er zelfs een korte recensie in. Omgekeerd lees ik ook graag wat iemand anders van een boek vond; over de personages, de opbouw van het verhaal, hoe vlot het leest, enz.… Ik houd niet van de samenvatting van het boek. Die staat meestal al op de achterflap. Dat weet de lezer al.

Tussen fictie en non-fictie proef ik van genres en schrijvers. Tussen die genres mag het gezegd: Ik houd ook van misdaadverhalen. Verhalen waar de spanning ten top stijgt, de lezer tot bijna of helemaal het einde van het boek in een koortsachtig enigma blijft verder lezen. Ikzelf voel me dan een meedogenloze bladzijdemoordenaar.
Voorspelbaarheid is daar nefast. Soms haak ik af, maar bij een schrijver waarvan ik al (bijna) alles gelezen heb, wil ik toch verder lezen, zien wat er gebeurt, word ik nog verrast?

Het laatste boek dat ik las, ‘Een appartement in Parijs’, is er een van Guillaume Musso, een Franse schrijver van misdaadverhalen. Niet zijn beste boek wat mij betreft, maar om het te kunnen becommentariëren heb ik het wel uitgelezen. Van Musso heb ik er vier becommentarieerd, waarvan dit boek het minst positief. Al vermeld ik er wel uitdrukkelijk bij dat ik houd van de quotes waarmee hij haast elk hoofdstuk begint of in een hoofdstuk neerzet. Musso lijkt me een zeer belezen man.

Dit is mijn commentaar:

Ik heb het helemaal niet als spannend ervaren. Geen pageturner voor mij. Omdat het Musso is, ben ik wel blijven verder lezen.
Iets te onwerkelijk, twee figuren die overmatig met elkaar in de clinch liggen. Het kwam op een keer kleuterachtig over.
Te veel gegevens bij sommige figuren. Dat werd worstelen door het verhaal. Ik hoopte toch nog verrast te worden bij andere figuren, helaas.
Het einde was bijna grappig, als het niet zo'n torenhoog cliché was.
Daar werd te veel in verklaard. Als veellezer acht ik me wel in staat om zelf tot conclusies te komen.
Zelfs een goede schrijver heeft wel eens een dip...?

Overigens, ik las meer boeken dan ik becommentarieerde. Meer dan ik in ‘Mijn Hebban’ heb staan. Interesse? Zie Hier.

Verdwijnen in een boek, wetend dat ik terugkom, ooit … en er over vertel, zelfs dat.

AMK

Bron foto: https://www.hebban.nl/boek/een-appartement-in-parijs-guillaume-musso
Bron quote : uit het boek ‘Een appartement in Parijs’, G. Musso.

De uitnodiging – van Oriah Mountain Dreamer

Dit is een van de mooiste gedichten (zie later in dit bericht) dat ook wel eens in meditaties gebruikt wordt. Ik kwam het al jaren geleden tegen en onlangs (nog dit jaar 2023) nog een keer en zocht ik wat meer hierover op. 

Oriah Mountain Dreamer is geen Indiaanse schrijver, zoals de naam doet vermoeden, maar een Canadese schrijfster en afkomstig uit Ontario. Ze is een echte liefhebster van woorden, symbolen en verhalen die onze ziel en geest opheffen. Woorden en beelden die ons hart open maken, en manieren aanreiken om patronen te herkennen en zingeving aan ons leven te geven.

Over zichzelf zegt ze: “Ik ben een Canadese vrouw, en geen ‘Indian Elder / Indiaans stamhoofd’ zoals soms geschreven wordt. Ik ben niet oud of wijs genoeg om te claimen ‘ouderling’ of ‘stamhoofd’ van welke groep mensen dan ook te zijn.”

Waarover gaat het? Het gedicht is een uitnodiging aan ieder van ons om je ware zelf te voorschijn te laten komen, om te herinneren wie je werkelijk bent of kunt zijn.
Het is een uitnodiging om jezelf te laten zien, zonder alle toneelstukjes, façades en verhalen om je onzekerheden, verdriet en pijn te verbergen. …

(bron: https://kirtan.nu/oriah-mountain-dreamer/)

De Uitnodiging

Het interesseert me niet wat voor werk je doet.

Ik wil weten waar je naar snakt en of je durft te dromen
om de diepste verlangens van je hart te ontmoeten.

Het interesseert me niet hoe oud je bent.
Ik wil weten of je het risico wilt nemen
om er als een dwaas uit te zien
voor Liefde, voor je droom,
voor het avontuur om het Leven te leven.

Het interesseert me niet welke planeten er
tegenover je maan staan.
Ik wil weten of je de kern van je eigen verdriet hebt aangeraakt.
Of je bent geopend door de teleurstellingen van het leven,
of dat je verwelkt en afgesloten bent geworden
uit angst voor nog meer pijn.

Ik wil weten of je in stilte kunt Zijn met Pijn,
van mij of van jou zelf,
zonder hem te veranderen om de pijn te verbergen,
of te verzachten, of op te lossen (fixen).

Ik wil weten
of je kunt Zijn (zitten) met Vreugde
van mij of van jou zelf,
of je kan dansen met wildheid
en je kan laten vullen met extase ,
van je vingertoppen tot aan je tenen,
zonder ons te waarschuwen,
om voorzichtig te zijn,
om realistisch te zijn,
om te denken aan de beperkingen
van het mens-zijn.

Het interesseert me niet of het verhaal wat je me vertelt
waar is.
Ik wil weten of je een ander teleur kunt stellen
om trouw aan jezelf te zijn.
Of je de beschuldiging van verraad kunt verdragen,
en niet je eigen ziel verraadt, of je ontrouw kunt zijn,
en daarom betrouwbaar.

Ik wil weten of je Schoonheid kunt herkennen,
ook als die er niet mooi uit ziet iedere dag.
En of je je eigen leven kunt “voeden”
vanuit diens aanwezigheid.

Ik wil weten of je kunt leven met mislukkingen,
de jouwe en de mijne,
en dan nog steeds aan de rand van het meer kunt staan
en “Ja” schreeuwen naar de zilveren gloed van de volle maan.

Het interesseert me niet om te weten waar je woont,
of hoeveel geld je hebt.
Ik wil weten of je overeind kunt komen na een nacht van rouw en wanhoop,
vermoeid en tot op het bot gekrenkt, en doen wat er gedaan moet worden
om de kinderen te voeden.

Het interesseert me niet wie je kent,
of hoe je hier terecht bent gekomen.
Ik wil weten of je zult staan met mij
in het midden van het vuur en niet terug schrikt.

Het interesseert me niet waar of wat of bij wie
je hebt gestudeerd.
Ik wil weten wat je overeind houdt van binnen uit,
als al het andere wegvalt.
Ik wil weten of je alleen kunt zijn met jezelf,
en of je werkelijk houdt van je eigen gezelschap
in de lege momenten.

Er bestaan nogal wat bewerkingen van en als u een beetje zoekt, vindt u wel een versie die u aanspreekt.

Een Youtube filmpje dat ik al eens bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=xEgn_PWFI-c

Het mooiste vind ik dat het geen verantwoording nodig heeft, naar niemand, van niemand!

Onderweg … eeuwig verlangen naar onderweg

Γυναίκα – Vrouw

8 maart – Internationale Vrouwendag

Er zal nog veel water door de zee moeten vloeien vooraleer vrouwen als gelijkwaardig in hun bestaan, beschouwd worden. Wat hun keuze in het leven ook is…

Een ontdekking, sinds het*concert dat ik bijwoonde vorige vrijdag, is de dichter Nikos Kavvadias. Zoals elke (her)ontdekking volgt er een tocht die als een reis naar een onbestemming leidt en nieuwsgierigheid voedt.

Vandaag, op 8 maart, deel ik dit gedicht van hem:

Vrouw

Dans jij je dans dan op de vinnen van de haaien. 
Laat je tong spelen op de wind, vervolg je gang. 
Je bent als Judith hier, Maria daar te paaien. 
De moeraal worstelt op de rotsen met de slang.

Van jongs af had ik haast, maar nu ga 'k ervantussen. 
Een schoorsteen dreef mijn leven voort, ik hoor de fluit. 
Je zachte hand door 't schaarse haar kon mij wel sussen 
voor éen moment, maar nu is 't met haar werking uit.

Gebroken het halfuursglas en de sloependreggen. 
Jong, haal de stelling in, we gaan naar volle zee. 
Door welke schoftenstreek gaan wij het loodje leggen, 
zijn wij voor kinderen en grijsaards de risee?

Fel opgemaakt. In 't rosse schijnsel van het steegje. 
Met wier en uitslag overdekt, amfibisch Lot.
Zonder gareel en teugels, zonder zadel steeg je 
voor de eerste keer te paard in Altamira's grot.

De meeuw duikt neer om 't oog van de dolfijn te pikken. 
Wat kijk je me aan? 'k Zal zeggen waar je mij van kent. 
Die nacht toen ik, op 't zand, jou op je rug kon wrikken 
legden ze voor de Piramiden 't fundament.

Wij liepen samen over de Chinese Muur. 
In Ur zag jij hoe zeelui de eerste kielen klonken. 
Jij zalfde diepe Macedonische kwetsuur 
toen bij de Granicus de naakte zwaarden blonken.

Groene kleur. Schuim, morellerood en blauwig paars. 
Jij, op een gouden gordel na, een naakte schone. 
Tussen je ogen liepen zeven evenaars 
in de oude werkplaats van Giorgione.

Als had ik hem vervloekt wil de rivier mij weren. 
Wat heb 'k misdaan dat je mij wekt voor dageraad? 
De laatste havennacht laat ik me niet versjteren. 
Zondaar is hij die niets geniet en niets begaat.

Fel opgemaakt. In 't zieke licht van stegen. 
Op goud ben je belust. Graai, tel en schraap bijeen! 
Jaren hier bij jou blijven zonder te bewegen 
tot je geworden bent mijn Lot, mijn Dood, mijn Steen.

Indische Oceaan 1951

Nikos Kavvadias

Uit de bundel “Maraboe en andere gedichten”. Uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda. Uitgegeven door Het Griekse Eiland (bestaat intussen niet meer), december 1988. Ik zie dat ik het negenhonderd vierentwintigste exemplaar van de eerste vertaalde uitgave heb (1000 exemplaren).

Voor andere vertalingen bestaan er verschillende websites, voornamelijk naar het Engels. De Nederlandse vertaling vind ik zelf niet helemaal kloppen, maar ik ben dit gedicht nog verder aan het ontdekken. De tijdsgeest speelt misschien ook een rol. Metaforen zijn zeker aanwezig! Het gedicht gaat alvast doorheen de tijd en ruimte (op Aarde). Bij wijze van voorbeeld: ‘uitslag’ in de veertiende regel, zou ik rododendron zetten (origineel: ροδάνθη).

Dit gedicht werd ook op muziek gezet door Thanos Mikroutsikos (Θάνος Μικρούτσικος). Deze*muzikale*versie vind ik een mooie, naast verschillende versies van Giorgos Dalaras.

Wie graag wat leest over Nikos Kavvadias, zie HIER.

Noot: Nikos Kavvadias was een zeeman. Intussen ben ik een boek van hem aan het lezen. Hij was niet zomaar een rauwe zeebon. Al zal ik mijn mooi gekleurde bril misschien eens moeten oppoetsen… 😉
De nogal talrijke websites die me kunnen helpen, heb ik vastgepind. Ik ben althans aan het exploreren. Niet alleen met dit gedicht.

bron: By Jean Housen – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=32081071

Om een of andere reden kan ik de links naar websites niet meer aanduiden als ‘openen in een nieuwe browser’. Iemand een idee?