Heimwee en Will Tura

Het was de week van hittegolf en reflectie, in de spiegel kijken en niet veel herkenbaar zien, de loomheid en de stilstand.

Pas vrijdagochtend werd ik even langzaam wakker. Fietsend naar het ziekenhuis voor mijn behandeling drong iets kleins dat al een jaar weg was, tot me door. Het was een verrassing die mag duren. Mijn neus, waarvan ik dacht dat het me enkel nog voorzag van zoveel mogelijk zuurstof, zoveel mogelijk fijne stofdeeltjes tegenhield en verder diende als (te grote) decoratie, functioneerde ook weer als reukorgaan. Alle geuren registreren zich sindsdien weer in mijn hersens. Hebt u ooit bijna gejubeld bij het inademen van uitlaatgassen aan de stoplichten? Ik die dag wel. Ik voelde me lichter, frisser.

Ik nam me voor om me weer vaker op schrijven te focussen. En waarom zou dat dan geen nieuwe blogpost kunnen zijn, om mee te beginnen?

Deze ochtend katapulteerde een heel verrassende, verkoelende zelfs, foto van een lieve M, me even terug in de tijd. Hier wil ik iets over krabbelen. Het zou kunnen beginnen met een raadsel. Waarom doet Will Tura me denken aan Chania?

Niet doen, dit raadsel. Geen ‘Zonneschijn’ in een povere vertaling naar het Grieks. Ik heb een persoonlijke herinnering aan Chania die, zij het heel zijdelings, met Will Tura te maken heeft. Een koele nog wel …

31 december 2011. M. en ik zijn in Kreta, Chania en we zullen straks naar de club gaan waar Michalis Tzouganakis optreedt. ’s Avonds maken we ons klaar. Onze bedden zijn ook onze stoelen, onze valiezen onze kleerkast, de verwarming is via de airconditioning op de warme stand. Handig want zo hebben we ineens een haardroger. We kunnen wel wat verdragen. Echt waar! En dan zijn we er klaar voor. Veel te vroeg!

Op naar het feest. Het is niet dat we nog nooit zo’n avond in Kreta meegemaakt hebben. Clubbing, ik kan niet zeggen dat het mij aanspreekt, maar voor muziek van mijn grote favoriet, stap ik al wel eens over een drempel.

Gelukkig hadden we al gegeten. Gelukkig ben ik geen drinker. We zijn tevreden met een tafeltje en een fles wijn. Water is er steeds aanwezig. Schotels met in stukjes gesneden fruit ook. De rest kan je bestellen. De rekening komt pas als we weer vertrekken, zo weten wel al uit eerdere – zomerse – avonturen.

Hij is aan het repeteren, wanneer we binnenkomen. We mogen gelukkig al binnen. Natuurlijk zijn we de eersten. We wuiven, we zwaaien onze armen bijna als molenwieken en roepen zijn naam, wanneer hij niet zingt. Even later loopt hij langs en pakken we hem vast, of eerder, hij ons. Groot is zijn verbazing dat wij in de winter naar Kreta komen om naar hem te luisteren. Het weerzien is overweldigend.

In de loop van de nacht wordt het luid. De muziek, het rumoer, de drukte. Kan het dat ik mijn hoofd voel tollen? Had ik me niet voorgenomen dat ik voor deze muziek wel wat over zou hebben? Het is zeker niet van teveel drank. Dat heb ik niet gehad. Ik krijg van één en half pintje of glaasje wijn al lachkriebels die ik anders niemand durf aandoen. Neen, daarvan is mijn hoofd niet aan het tollen. Hoe verder de nacht naar de ochtend glijdt, hoe misselijker ik zelfs word.

Bij ontbijttijd komen we weer in onze kamer. We gaan naar bed. Is daar wat mee gebeurd? Het bed draait. Het bed tuimelt. Het bed doet alles behalve stil blijven staan en mijn hoofd en maag tot rust brengen. Ik word badkamerbezoeker, een frequente, die eerste januari. Het lukt niet om tot rust te komen. M. trekt er even alleen op uit. Pas in de late namiddag voel ik me weer een beetje mezelf en ga mee naar buiten, ik drink cola. Die houdt het. We wandelen even, dicht aan het water. Daar heeft iemand een dikke vis gevangen. Het dringt niet echt tot me door maar ik vind het wel apart.

Op een keer krijgen we honger. Ik ook. Oef, dat treft. Mijn binnenkant doet het weer. We wandelen langs de promenade in Chania. Er is niet zo veel open en waar het open is, zien we nauwelijks iemand eten. Misschien is het nog te vroeg?

Hoe dan ook, we stappen binnen in een Italiaans restaurantje. Het is er rustig, lekker warm en de man die ons bedient is vriendelijk. We beginnen te praten en dan vertelt een mens al gauw vanwaar hij komt. Hij vraagt zelfs van welk deel van België. En dan gaat hij iets doen voor ons. Muziek opzetten die wij zullen kennen. Misschien hoopt hij zelfs dat we gaan meezingen?

Hij heeft Will Tura gevonden. Helemaal mee met het seizoen zelfs, krijgen we het liedje Winterroosje als een zalving (tegen de heimwee?) over onze pasta gesmolten. Had ik nu ook maar wijn besteld, één glaasje maar!

4 januari 2012, weer thuis. Ik heb raki. Ik heb brood, wat olijven en fetakaas in huis gehaald. Kretenzische muziek doet mij smelten. Het Winterroosje is vergeten. De migraine ook (of was het de verkeerde reactie op een schotel vis eerder die dag?)

Wat overblijft zijn mooie herinneringen. En de heimwee. De heimwee blijft.

Bedankt voor het lezen. Hopelijk brengt het Winterroosje samen met het onweer/de regen meer verkoeling. 😉