Ik wil niet één reis naar Ithaka; ik wil er meer zolang het me gegund is Elke weg is zo boeiend ... (gedachtegang bij het her- en her- en herlezen van Ithaka - K.P. Kavafis)
Als ik echt meer wil schrijven – mijn enige voornemen dit jaar – zal ik het ook moeten doen. Ook al moet ik uiteindelijk ‘just niks’, ik doe het toch! Waar zou ik beter kunnen oefenen dan hier, in mijn blog?
Deze eerste week en wat meer, verliepen vrij rustig. Ik had de laatste dag van vorig jaar mijn laatste therapieshot van 2021. Daar ben ik steeds de eerste week/weken energiearm. Ik pas mijn activiteiten dan ook aan.
Een plagerige uitschieter was op de dag van Drie Koningen. Onderweg naar het ziekenhuis (ik volg nog rugschool) spookte dat deur-aan-deur-liedje al door mijn hoofd samen met een herinnering aan iets uit mijn kindertijd….
Ik was zeven of zo en ik mocht met het buurmeisje mee gaan zingen. Van deur tot deur, van huis tot huis trakteerden we de mensen op onze pure kinderstemmen en verzamelden zo heel wat centen en zelfs franken. Tot we bij het grote kruispunt kwamen; “aan de Voorstraat moet je terugkeren!” Het ging net zo goed. Zo lang waren we trouwens nog niet onderweg. Dus staken we dat kruispunt over en zongen verder voor de mensen in de huizen aan de overkant. De buit was zwaar, de winst was veel, de zak zat vol. We waren rijk! Eerlijk verdeelden we alles en keerden huiswaarts. Nog vrolijk van het zingen toonde ik mijn buit, in mijn kinderherinnering uitpuilende zak van klinkende centjes en franken. Helaas duurde de pret niet zo lang meer, mijn ouders – die hun best deden om opvoedkundig tevoorschijn te komen – verhieven zelf hun stem met de vraag waar ik toch zo lang gebleven was en dacht ik er dan niet aan dat zij doodongerust zouden zijn? En voilà, mijn hees gezongen centjes moest ik afgeven….
Veel meer herinner ik me niet hiervan. Wat was er uiteindelijk met die zak gebeurd? Misschien wel op mijn spaarboekje gezet. Ik kan me ook geen ‘straf’ herinneren, alleen dat ik dat, als zevenjarige vreselijk oneerlijk vond. Nu begrijp ik natuurlijk wel die reactie en ik geloof dat ze stiekem een beetje plezier hadden dat ik dat gedaan had (ik ben nooit zo’n durfal geweest).
Op de dag van Drie Koningen alzo, onderweg naar dat ziekenhuis, maakte ik iets anders van dat liedje dat door mijn hoofd spookte en tikte het nog in mijn slimme foon, net voor ik lanterfantend binnenstapte:
“Drie Kóóóninge, Drie Kóóóninge Geeft mij nen nieuwen hoed!” (maat 63) “Mijnen ouwe is versleeete Mijn moeder wil ’t nie meer weeete Mijn vader heeft van ’t geld Op de rooooster verteld…” (meer weet ik er ook niet van)
Neemt u even koffiepauze.
Een ander punt, hoogtepunt mag ik wel zeggen, was het samenkomen van de Belgische delegatie van de M’s. We waren met drie. M en M waren uit Limburg naar mij gekomen. Ik vertelde al van die energieloze dagen na zo’n therapieshot en daar waren zij ingesprongen. Ze hadden zelf het eten meegenomen. Heel veel eten mag ik wel zeggen! Dat was vorige vrijdag, Het enige dat ik gedaan had was kourabièdes gebakken, met iétsje te veel raki en een … Driekoningentaart.
Zelf gebakken.
Wie de cent had, mocht het grootste presentje openmaken. Omdat ik al lang niet meer in Griekenland geweest ben, vind ik het steeds moeilijker om iets te vinden à la minute om als presentje te geven. Ik weet niet hoe en waarom maar bij de M’s is er een gewoonte ingekropen om elkaar iets te geven wanneer we elkaar zien. Het houdt me wel alert. Doorheen de maanden voordien koop of verzamel ik dingen waarvan ik denk dat ze wel bij haar of haar passen én bij de gelegenheid. Ik houd bijvoorbeeld wel van de Oxfam winkels. Ik vind er wel originele dingen die toch nog binnen mijn budget blijven. Of ik kom elders iets anders tegen, wanneer ik – eindelijk – nog eens de stad inga en dáár wat lanterfant. Zij hadden wel een heel mooi presentje bij, originele lekkere en mooi makende Kretenzische dingen en een lekker geurtje voor in de kamer.
Deze kourabièdes kreeg ik.
Het mooiste cadeau is natuurlijk dat we elkaar weerzien. Hoe we het draaien of keren, we vervelen ons nooit. Bijpraten is een intensieve en tegelijkertijd ontspannende sport geworden. Bij de koffie met toen-nog-niet-gevonden-cent-Driekoningentaart of even naar buiten de benen strekken, ook bij de maaltijd warm krijgen en intussen al een ‘Χωριάτικη*’ eten met φέτα Τσουγανάκη** (heb ik dat verhaal al eens verteld hoe ik aan die naam kwam?) tot lang voorbij de overheerlijke veggie moussaka en gevulde paprika met als metgezel de retsina en achteraf nog een koffie. Herinneringen ophalen, verhalen vertellen van onze afgelopen maanden, inspiratie opdoen, blij zijn dat het anderen goed gaat, serieuzere gesprekken; we zijn hét nog niet kwijt.
We kijken uit naar de samenkomst met ons alle vijf! Graag voor onze benjamina weer voor even naar onze andere thuis verhuist…
* Boerensalada (Griekse salade) ** Feta Tzouganaki… dat verhaal vertel ik nog wel eens. Het is in feite feta saganaki.
Het is één van de lastigste blogs van het jaar 😉 (foto boven: Ooit las ik kerstgedichtjes voor voor iedereen die naar ons kerstfeest kwam)
Wat zal ik schrijven in dit jaar met tegenstellingen? Tot ik ontdek dat het net dát is wat bestaanszichtbaarheid geeft.
Wat me nu te binnen valt, is het deelnemen aan de redactie van Melanoompunt. Daaropvolgend de ontmoetingsdagen die ook weer verhalen opleverden. Meestal fijne verhalen, vooral van verbinding. Ons lot wilden we liever niet. Toch doet net de verbinding omwille hiervan deugd. U kan overigens nog steeds de vijf nummers lezen op de website van Melanoompunt. Helaas waren er ook droevige verhalen; we hebben afscheid moeten nemen van een aantal lotgenoten. Dat blijft confronterend. Tegelijkertijd is er dankbaarheid om hen te mogen kennen, stuk voor stuk dappere, lieve, empathische mensen.
Er was de ontmoeting met mijn twee nieuwe nichtjes, geboren in 2020. Eindelijk! En nog meer familiale ontmoetingen. Wanneer vanzelfsprekendheid wegvalt, is deze moeite doen om familie-ontmoetingen te bewerkstellingen weer een fijne bezigheid.
De ontmoeting met de M’s! Zolang er goesting is in meer, blijven we proberen. Hier schreef ik erover. In 2022 – zo bid ik tot de weer- en andere goden – ontmoeten we elkaar weer. Het staat op de tickets geschreven… Graag ook ervoor en zeker erna. Deze ticketervaringen kan je alleen maar delen.
Bij het overlopen van mijn blogberichten van 2021, merkte ik dat ik meer geschreven heb dan het aanvoelt. Ook in mijn Azerty-profiel heb ik heel wat neergepend. Ik werd zelfs één keer ‘Tip van de Week’. Over wat ik allemaal nog in aanloop heb, schrijf ik nu niet. Ideeën te over, dat wel. Ik geloof in verhalen, waar ze ook ontstaan, waar ze ook verteld worden, wie ze ook schrijft, leest, hoort, voelt.
Ik ben projectjes gestart, sommige doe ik verder, andere zijn voorlopig stil gevallen. Een les die ik zacht en hard (!) gevoeld heb; ik heb maar één grens, de Mijne.
Waarover kan ik nog schrijven? Verhalen, columns, cursiefjes… Noem het en ik word er horendol van. In deze luie periode overstelpt worden met woorden, ben ik vooral aan het lanterfanten. Nog een tegenstelling. Toch, naar het schijnt is dat lummelen gezond in de donkere dagen. En gezondheid, daar doen we veel voor, toch? Al doe ik nog wel dagelijks een redelijke wandeling.
Er zijn nog meer tegenstellingen. Gewoon mijn ervaringen. Ik houd bijvoorbeeld van regen én van zon. Ik vind de seizoenen allemaal tof, zeker als ze zich vertonen in de tijd van het jaar dat het zo bedoeld is. Het is tenslotte aan de mens zelf om zich aan te passen en zich naar die mooie Aarde te schikken.
Ik dank u allen, die mijn kronkels gelezen hebben, erop gereageerd hebben. Ik dank u, die zelf geblogd hebben, dat ik mocht meekijken in dat stukje van uw leven. En doe een warme doch niet dwingende oproep naar de stil geworden bloggers, ik mis jullie.
Ik wens u een fijn, vredig, vrolijk, rustig, bruisend eindejaar, op welke manier u dat ook graag (niet) viert. Dat 2022 een jaar mag worden waarin u hindernissen kan overwinnen.
Tot volgend jaar! 😘
Ik ben écht een heel serieuze…
Tegenstellingen
Omarming van schaduw geeft licht meer zin De zon en de regen kom ik beiden graag tegen Het monster en de engel, ze zijn er ook bij Ze niet ontkennen, dáár ben ik vrij
Ik zat op de bodem, vloog hoog in de lucht Het ene te donker, het andere ’n klucht Die tegengestelden, ze zijn er ook bij Daar bruist het leven, dáár ben ik vrij
Al ben ik een rare, gevaarlijk toch niet Ik hou van plagen én vreugde én verdriet Die tegengestelden, ze blijven bij mij Dat wikken en wegen, daar ben ik blij.
Ik ben niet moedig, geen held noch een straffe Toch niet zonder laf zijn, of moe of kwaad blaffen Enkel mijn zijn, met u er ook bij Dat wil ik schrijven, dáár ben ik vrij.
AMK 20211230
Wie het kleine niet eert … ik wens iedereen zijn/haar eigen WinForLife! (met dank aan mijn nichtje voor het originele kadootje)
Mijn inspiratie is even zoek en ik wil alleen maar vinden.
Soms klinken woorden cliché, we horen ze elke kerst opnieuw in een ander jasje, met of zonder muts annex sjaal en wanten wie weet van dat laatste nog 😉
Soms klinkt genoeg geweest heel erg welkom genoeg gezeur, gelijk of niet genoeg gejaag genoeg gedaan genoeg … gezaag
Ik werk intussen aan dat wat op een Nieuwjaarsbrief mag lijken, wie weet komt het er nog van.
Intussen, lieve lezers (en andere), Reuze bedankt om me te lezen om u te mogen lezen (voor de collega bloggers, sommige mis ik wel) om de commentaren en de lieve woorden.
Woorden op een wit blad, of een scherm zijn tenslotte alleen een samenraapsel van gedachten die verder geïnterpreteerd worden zoals het aankomt bij de lezer. Om in het thema van de warmste week te denken, onszelf (weer) mogen zijn, in alle omstandigheden. We moeten het niet eens zijn, zolang we elkaar een beetje licht gunnen, ieders eigen licht.
Ik wens u allen warme en fantastisch mooie Eindejaarsdagen, hoe u zo ook doorbrengt!
Ooit bracht ik winters hier door…
Foto bovenaan: van de FB pagina Peace, Love and Music
Soms kruisen mensen je pad en zonder zoeken, vind je verrassend positieve vibes. Ellen is zo iemand. U weet nog wel, hier sprak ik al over haar. Haar teksten lezen als een trein.
Haar laatste bericht is – helaas – geen fictie. Het is de uiting van haar bezorgdheid na een lezing over een ‘mogelijke’ verbetering van het zicht bij slechtzienden/blinden. Ellen uit haar ongerustheid hierover. De wetenschappers antwoorden…
Leest u de blog (die ook vlot leest). De eerste link erheen is de Nederlandstalige*versie. De lezing waarover het gaat, is origineel in het Frans. Vandaar ook een version*française.
Ellens ongerustheid is terecht. Ze heeft dus ook recht op gefundeerd antwoord op haar vragen. Voelden deze wetenschappers zich bedreigd? Nochtans verrichten ze waarschijnlijk baanbrekend werk waar wie er zelf voor kiest mee kan instappen. Waarom kreeg Ellen geen duidelijk antwoord? Zelfs als deze mensen het antwoord op haar vraag zelf nog niet weten, lijkt het me op z’n minst eerlijk om dat ook te zeggen en de weg open te laten om naar eenzelfde golflengte te zoeken in de communicatie.
Ik vind het gevaarlijk om te stellen dat iemand die een praktische vraag stelt, nadat ze zichzelf uitgebreid heeft voorgesteld (lees: figuurlijk blootgesteld), het antwoord krijgt dat ze psychologische hulp moet zoeken.
Wordt er ooit nog wel geluisterd zonder te willen oplossen (vaak instant)? Wordt er ooit nog wel geluisterd zonder in een vakje te steken? Wordt er ooit nog wel geluisterd zonder meer? Wordt er ooit nog wel geluisterd zonder beter weten? Maar eerder doorgevraagd als het niet echt begrepen wordt?
Alsof haar visuele beperking haar mentaal vergiftigd zou hebben. Ik ken haar al een tijdje, vooral via Zoom ontmoetingen bij schrijfcursussen en kan u verzekeren dat mentaal vergiftigd wel het laatste is wat ik van haar denk. De reacties op haar blogberichten liegen er niet om. Ellen is veel en veel meer dan haar visuele beperking.
Verder ben ik het wel eens met sommige commentaren die vertellen dat het lijkt alsof een mens in een maatschappij die naar perfectie streeft, niet meer imperfect mag zijn. Uiteindelijk schreeuwt dit alles om het laten bestaan van diversiteit. Angst was toch altijd al een slechte raadgever?
Mijn innerlijk kind. Regelmatig ga ik in gesprek met ‘haar’. Soms neem ik er een foto bij. Soms gebeurt het zomaar. Deze foto, die ik al eerder deelde, deed me denken aan onbegrepen ogenblikken in mijn kinderleven. Ik kom nu tot dit gesprek.
De dialoog:
Kind: Zijn wij hetzelfde? Ik: Ja, een beetje wel. Kind: Maar jij gaat eerder dood toch? Ik: Ja, ik ben ook veel ouder. Kind: Ja, jij bent veel ouder, dat is zo.
Ik: Maar vandaag ga ik nog niet dood hoor. Kind: Neen. Het zou ook niet eerlijk zijn. Er zijn nog veel oudere mensen. Die zouden eerst moeten doodgaan. Ik: Ja, dat is waar. Dat is niet eerlijk. Maar toch gebeurt het.
Kind: Is dood zijn zoals slapen? Ik: Ik weet het niet, maar ik hoop het wel. Misschien worden we over duizend of nog meer jaren weer wakker als baby. Dan beginnen we weer opnieuw. Kind: Ja, de max! Maar nu nog niet hé? Ik: Neen, nu nog niet.
Kind: Nu ben ik ook al blij genoeg 😊
Heel leerzaam overigens om te ontdekken wat er in me zit. Zelfs geen oordeel. De innerlijke criticus wil mij/haar het zwijgen opleggen.