Wintertijd

Wintertijd

Het moet gezegd, ik houd tegenwoordig van deze tijd van het jaar. Hierna wordt het wat donker, toch nog niet getreurd. Deze tijdspanne past tegenwoordig bij mij. Een beetje trager, een beetje minder, een beetje natuurlijker ook. Ooit genoten van traagheid? Ik leer het nog elke dag, trager zijn, vooral in mijn hoofd.  

De leegte en ruimte in mezelf weer opzoeken, en zien waarmee die dan gevuld wil worden. Vandaar de wintertijd, ik houd ervan. Ook al omwille van die tijdsverandering. Hoezo? …

Normaal is dat weekend van zomertijd naar wintertijd een feest voor mij. Ik haal zo vermeend verloren slaap in. Het geeft me een gerust gevoel, een soort veiligheid. Ik geniet er ook van, ook al slaap ik niet echt veel meer, het mogen en niet moeten gevoel houdt me rustig zo in die vroege ochtenduren.

 Ik ben wetenschappelijk helemaal niet onderlegd. Meer nog, het interesseert me niet. Ik voel liever aan  of iets me wat zegt of niet, wat ik er al dan niet mee doe. Het kan zelfs zijn dat ik me de arrogantie aanmeet om te verkondigen dat dit voor iedereen, de meesten, een groep het beste zou zijn. Zo niet toch veel beter.

Bijvoorbeeld vraag ik me al heel lang af, wat er zo mis is met je natuur volgen. Neem nu de poes – ik houd van die dieren – katten en hun familie wijd en zijd – hebt u deze onafhankelijke dieren uit zichzelf ook iets zien ‘moeten’?

De natuur zit ‘m ook in de tijd. Wat zou het? Ja, natuurlijk!

Het winteruur. Hoezo? Weet de winter dat? Wie heeft dat verteld aan de winter? Het zomeruur? Waar is dat dan heen? De diepvries in? Doet me denken aan dat reclame-parlé-tje op de radio, waarin de zon zich excuseert zolang niets meer van zich te laten horen. Ze zat met een burn-out (uitbranding?). Daar staat u dan, u zal maar richting zon reizen.

Niets in de natuur zal zich aanpassen aan wat wij ervan willen maken. Een boom wordt wakker wanneer het licht wordt. Die wacht niet tot het acht of negen uur is. De poes komt terug van haar nachtelijke escapades wanneer ze tevreden is (tenzij ze geconditioneerd werd door … u). Heerlijk, overigens zo’n poezenbeest als huisdier of eerder buitenhuisdier, maar toch weet over wie ze baas kan spelen en daar ook haar melk haalt.

Een kind wordt spontaan wakker wanneer het wakker wordt. Niet omdat 7u is of 8u. Dwingt u dat toch niet af. Het duurt toch even vooraleer het weer ‘gewoon’ wordt. Uzelf overigens ook niet (afdwingen).

We zijn zo heel erg gewoon geworden aan economisch (enkel financieel en/of tijdsgebonden dan) denken en handelen dat er nog weinig wordt stil gestaan bij ons fysieke gevoel hierrond. Ik doe dat natuurlijk ook, behalve wanneer ik het niet doe.

Mijn natuurlijk ritme is nog een uurtje vroeger. Ik vond het altijd raar, vroeg in de avond al zo moe worden. ’s Ochtends zo vroeg wakker zijn. Een verhaal van mijn vader (al lang geleden verteld) verklaart misschien veel. Toen hij kind was, was het gewoon tijd, geen zomertijd, geen wintertijd. Het was om 7u (huidige wintertijd) gewoon 6u. Het was om 15u30 (huidige wintertijd) gewoon 14u30. In dié tijd gingen de meeste kinderen te voet naar school. Nu zou ik het ook niet meer doen of aanraden om die afstanden, als kind alleen, te doen. Het was overigens in het midden van nergens, zoals de meeste woningen op de buiten. Het betekende wel dat de kinderen die langer dan een uur stapten om van school weer naar huis te gaan, in de winter een uurtje vroeger moesten vertrekken. Zo waren ze voor het donker werd thuis. Dat was zo gewoon, dat komt niet meer terug, die tijd. En toch, die tijd kan ons wat leren over de tijd. Het was de meest natuurlijke tijd, ons bioritme. Er was licht van de kaars of olielamp voor de avondmensen en ’s ochtends waren er dikke gordijnen.  

Daarom begrijp ik de hele heisa niet rond wintertijd en zomertijd. Die keuze is toch heel natuurlijk vanzelfsprekend als er weer één tijd wordt ingeschakeld. Is de natuurlijke tijd niet goed genoeg meer? Voor mij hoeft er niet de hele avond en halve nacht lang zonneschijn te zijn om in de zomer op een terras te gaan zitten, lekker buiten, ontspannen, rustig, of dansend, waar en hoe dan ook. Als de zon onder gaat, gaat ze onder. Meestal is het de warmte die ons buiten houdt. Niet het licht.

In de winter hoeft dat ook niet, om dezelfde reden. Ik blijf niet buiten omdat het om 18u nog licht is, zeker niet als het de stenen uit de grond vriest. Het licht is er niet alleen voor ons – zelf vaak opgelegd – plezier. Het is er voor onze gezondheid. Het manipuleren is nogal dom, vind ik. Maar manipuleren, daar kennen wij mensen nogal veel van, geloof ik.

Laat de tijd zijn zoals ze is. Welke tijd? De gewone tijd. Als zelfs Frank Deboosere het al zei, meermaals. Dit vond ik nog uit 2017: https://www.hln.be/nieuws/binnenland/frank-deboosere-het-zou-veel-beter-zijn-om-het-hele-jaar-door-de-wintertijd-te-behouden~a20e18d30/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.be%2F

Hier en nu, in deze materie, meet ik me de arrogantie aan om te denken dat het voor iedereen beter zou zijn om dit gewoon zo te doen. Altijd wintertijd! Allez, ’t is te zeggen, dat is dan nog steeds een uurtje voor op de vroegere gewone tijd. Voilà. 😊  

deze werd automatisch aangepast

Waar schrijven me al (niet) brengt.

Dat ik op een bepaalde manier asociaal ben, is algemeen geweten in mijn mensenkring (de kring van kennissen, vrienden, familie, …) en die kring is niet zo groot. Wanneer het kan, vermijd ik drukte. U zal me dus niet snel in allerlei verenigingen tegenkomen.

Vind ik dat erg? Ik worstel er niet meer zo mee. Het alleen zijn, is iets wat ik nu heel erg nodig lijk te hebben. Het is letterlijk te voelen. Lijfelijk én mentaal doet deze (ogenschijnlijke) stilstand me goed. Letterlijk te voelen omdat ik het in letters die woorden vormen neerpen. Echt, met pen en papier in een schrijfboekje (#Schrijfmeditatie).

Wat voel ik dan? Het voelt alsof er een rem op mijn lichaam staat. Er werd me zo vaak gezegd dat ik naar mijn lichaam moest luisteren. Hoe doe je dat dan? Tips krijg je te over, wanneer je ‘ziek’ bent. Het is steeds goed bedoelde raad. Maar net daar nijpt het schoentje. Alle goede bedoelingen ten spijt, het hielp niet. Ik voelde me schuldig en boos tegelijk. ‘Wat zit iedereen toch te praten? Alsof ze ervaringsdeskundigen zijn.’ en ‘Oh ja!? Ooit zelf gedaan?’ Net die goede bedoelingen, die raad, gingen aan me voorbij wanneer ik daarna weer thuis was. Ik was bezig anderen te plezieren in luisteren naar hun, soms uitgebreide, raad (want ze bedoelen het toch goed). Vaak was ik zelfs ambetant omdat ik niet eens meer wist, hoe te reageren. Ik piekerde me suf hoe ik dit zou aanpakken. Dat alles maakte me  vaak heel boos (en zweeg hier meestal over).

Er is iets met ziek zijn dat anderen precies heel alert maakt. Ineens is er een gespreksonderwerp, een doel voor mensen, een zich-goed-voelen want iemand geholpen. Het komt erop neer dat ik het op die manier ervaren heb, het protégeeke. Zelfs (h)erkend bij mezelf. Zeker uit de beginperiode dat ik werkte in de zorgverlening.

Compleet negeren is dan weer de tegenhanger.

Uiteindelijk gaat het om het camoufleren van een ongemakkelijk gevoel. Dat ken ik ook, zowel het ongemakkelijk gevoel als dat camoufleren. Het is doorzichtig, ik ben doorzichtig.

Natuurlijk weet ik dat mensen bezorgd zijn. Dat is nu net het punt. U bent bezorgd in uw kader. Ik wil graag in mijn kader blijven. Als ik in uw kader van bezorgdheid ga staan, ben ik mezelf kwijt. Als ik u in het mijne trek, maak ik van u een zondebok. Een overlapping van kaders … zoals de verzamelingen in de wiskunde. Ik ga die termen niet opzoeken, maar er was toch iets met gemeenschappelijke elementen of zo? 😉  

Het beste is iemand in zijn/haar verhaal laten en zich daarvoor niet te moeten verdedigen. Aanvaarding gebeurt in deze wederzijds. Ieder wil in zijn/haar eigen verhaal aanvaard worden. Wat nog niet betekent dat u het eens moet zijn.

Ik werd er in elk geval helemaal tureluurs van tot mijn lijf en hoofd maar bleven STOP! roepen. Die piek kwam in de zomer.

Zelf houd ik me liefst niet bezig met een lijst van ‘hoe ga je het best om met een chronisch zieke’, daar bestaan legio voorbeelden van. Ga er wel van uit dat die persoon echt al heel veel zelf weet, opgezocht heeft, met LOTgenoten heeft gepraat, een andere, eigen manier ontwikkelt om in het leven te staan. Het is vermoeiend om mijn verhaal te vertellen en ‘verbeterd’ te worden. Het is – omgekeerd ook voor mij geldend natuurlijk – frustrerend om ‘goede raad’ te geven die toch niet opgevolgd wordt.

Nu ben ik veel thuis of in mijn eentje ergens te velde (of te parke, te kuste, te bosse, te waar dan ook 😉), ik doe wat voor mij goed aanvoelt. Het lijkt alsof ik hiervoor ook ‘tijd’ heb, maar dat is nu net iets wat je aan een monsterpatiënt niet kan zeggen, echt niet! Ik heb geen tijd, niet meer dan u. Ik vul mijn tijd anders in, zoveel mogelijk zoals het aanvoelt, soms zoals het niet anders kan. Geloof me, dat gebeurt echt nog. Gelukkig ook nog zoals ik het graag doe.

Ik voel mijn lichaam nu beter aan. Sinds september doe ik aan Tai Chi. Dat is wel een hele stap geweest, naar mijn lijfgevoel. Sinds augustus doe ik schrijfmeditatie, dat is een hele stap geweest voor mijn mentaal gevoel. Alles mag er zijn, het hoeft alleen niet meer te zeer op de voorgrond gehouden te worden.

Bij wijze van voorbeeld, een heikel punt van mij is goed slapen. Ik heb ECHT al van alles geprobeerd. Ik pieker er niet meer zo over tijdens die nachten dat ik meer wakker lig. Verwoede pogingen om weer in slaap te raken, adrenaline opbouwend met de boze gedachte dat ik niet uitgerust zal zijn en dus nog wakkerder blijf, zijn er niet meer bij. Wat ik meer en meer doe en waarin ik vaker slaag, tenminste in die mate dat ik rustig blijf, is me richten naar waar ik spanningen voel en die probeer op te heffen. Ook let ik veel bewuster op mijn adem. Dat maakt me rustiger.

Elke gedachte passeert, gaat weer weg, zoals een wolk die voorbij zweeft, een vlinder die weg vliegt, ze mocht er zijn en ze vloog weer weg.

Natuurlijk heb ik dan meer slaapmomenten overdag. Daar geniet ik nu van in plaats van me schuldig te voelen. Het is overigens nog maar zelden geweest – sinds het monsterverdict – dat ik een hele dag op de been kon blijven, zelfs na goede nachten. Ik word er niet meer boos van. Het is wat het is (citaat van een kranige tante van mij die jààààren voor haar man gezorgd heeft, die een zware hersenbloeding had en met de gevolgen daarvan een heel ander leven te leven had).

Ik vergelijk mezelf nog zo zelden mogelijk met anderen. Het wekt irritatie op. De ene werkt heel veel, de andere heeft het druk in het gezin, nog iemand anders voelt zich gewoon niet goed wanneer die niet in gezelschap is, … het kan wel allemaal zo zijn, maar ik heb er geen schuld aan. Dat steek ik me niet in mijn hoofd. Hoogstens in mijn hart. Ieder doet met die tijd die hij/zij heeft, wat hem/haar het beste lijkt. Ik ben de enige die altijd bij me is, daar moet ik het mee doen.

Ik stel me wel eens de vraag, als dat duiveltje schuld nog eens komt piepen, zou ik willen/kunnen ruilen met die drukte van X of die overmatig plichtsbewuste Y ? Neen, ook al voel ik me in mijn toekomst wel eens hachelijk onbestemd. Neen! Ik wil niet ruilen. Ik wil gewoon weer Mie worden, een beetje anders en toch dezelfde. En die treedt wel weer eens naar buiten, zeker weten … denk ik toch 😉

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel.

In een hoekje met een boekje.

Hoe ik tot volgende ben gekomen, kan u na het verhaaltje zelf lezen.

Ik zit in de schommelstoel vooraan in de living van dit grote huis. Mama en papa zitten met de anderen tv te kijken. Stemmen, geroezemoes, van post wisselen. Mijn kleine broertje moet daarvoor opstaan.

In die hoek helemaal ver, links bovenaan zit een spinnetje. Dat zit er ook al wat.

Buiten waait het, bijna stormen, de regen valt met emmertjes uit de lucht (gelukkig geen echte). Het zal ook wel koud zijn.

Maar dat alles zie ik niet en hoor ik niet want ik zit hier warm met mijn boek. Héél spannend!  De bladzijden vliegen door mijn handen.

….

….

Tot ik hard verschiet : “Anne-Mie, bedtijd !!” Mijn boek vliegt eerst door de lucht en valt dan op de grond. Zo hard verschoot ik !

…   “

Perfecte match, die kleuren bij elkaar. Onder zo’n felle turquoise steen zat de herinnering.

Vage herinneringen aan een opstel dat ik schreef als huiswerk. Helemaal letterlijk ken ik het niet meer, helaas is het in de loop der jaren verloren gegaan. Ik was toen 11 jaar en zat in het zesde leerjaar. Het was een opdracht waarvoor een week tijd gegeven werd.

De laatste avond ervoor, een zondagavond in de herfst, zat ik alleen aan de keukentafel en begon te schrijven. Ik had het te lang laten liggen, zou je denken.

Het moment van “Anne-Mie, bedtijd!” is echt gebeurd, terwijl ik dat opstel aan het schrijven was. Ik breide er dus nog een einde aan en stak het zo weg. En toen was het bedtijd.

Maandagochtend bedacht ik nog dat het toch wel heel erg slordig was, maar ja, dan maar zo. Wat niet zo vaak voorkwam, was nu wel zo. Mijn werkje was het beste. Het steeg boven de andere uit en werd zelfs helemaal voorgelezen. Ik wist zelf niet waar kruipen. Dit was ik helemaal niet gewoon. Maar het was wel een reuze opsteker. Wat gebeurde er eigenlijk bij het schrijven van dat opstel? Zoals ik er nu op terug kijk, was ik zo gefocust dat ik mentaal uit mezelf trad en me daar zag zitten, lezen in dat boek, vooraan in die grote living. In de twee zetels zat de rest van de familie. Ik beschreef wat je had kunnen zien als het echt een donkere stormachtige herfstavond was, hoe het er binnen uitzag en hoe spannend dat boek dan wel was. Het voelde voor mij perfect, wat ik daar schreef. De pluim die ik ervoor kreeg, deed me zo groeien. Deze herinnering heeft me nu weer getroffen. Schrijven! Ik heb het in me. Dat dacht ik toen ik deze herinnering neerPENde.

De beste tekstjes en liedjes later (voor familiefeestjes) schreef ik ook in zo’n stemming. Op een moment dat het zich aandiende, soms in het midden van de nacht of in een overvolle trein. Het zet een deur open naar een plaats waar ik best wel wil vertoeven …

(De foto’s tonen de plaats waar ik tot mijn herinnering kwam en ze opschreef)

Aanwezig in mijn leegte door schrijven !!

Iedereen die mediteert, vaak of zo nu en dan, zal wel ervaren hoe helder de geest kan worden, hoeveel plaats er vrij kom. Hoe onbelangrijk de dingen worden, de dingen die het leven zo druk maken. Van hot naar her, FOMO, hoe moderner hoe liever, dan hebben we wat over te praten.

Er is iets dat ik de laatste paar weken ontdekte door de tv uit te laten. Geen series, geen film uit de oude doos, geen drukke quiz, … Ook zet ik de smartphone en laptop – meestal – ’s avonds al vroeg uit of op stil. Geen appje, geen technologisch snufje voor dit of dat. Neen, geen , geen , geen , … dàt heb ik ontdekt. Rustig dat dit is! Helder! Opmerkzaam!

Voor mij is alles nog nieuw wat mediteren betreft. Toch heb ik het zelf aan den lijve ondervonden wat het kan doen met eens mens, niets te vroeg …

De leegte! Zoveel mogelijk leeg van gedachten (wat niemand volledig lukt, zo blijkt uit studies). De poging tót is een goede oefening tot focus. In mijn leegte raak ik niet elke dag, het is geen toverformule. Het is bewegen, ernaar toe bewegen.

Kom mee in het verhaal, mijn verhaal, net zoals ik het vertel, geniet (of niet, dat mag natuurlijk ook).

Vorige zondagavond (25 augustus) …

Ken je dat gevoel dat je ineens, zomaar, van je stoel springt, uit je zetel, of uit de maat begint te stappen ergens, nergens. Je begint te dansen en/of te zingen. Je lijf neemt het gewoon over van jou, zonder dat je de bedoeling had? Ik bedoel niet op feestjes waar je het zou verwachten of zelfs hopen dat zo iets gebeurt wachtend op jouw nummer.

Dat had ik zondagavond, met een vol hoofd to do’s. Het kwam bij het lezen van een mail: een uitnodiging van Joey Brown, (zie ook Joey Brown Schrijfretraites) om een verhaal rond haar boek ‘Schrijven naar Bewustzijn’ neer te zetten op mijn pagina zodat ware verhalen kunnen verbinden. Net die ochtend had ik in mijn blog gezet dat ik me in mijn leegte ging zetten en nog niets hierover zou schrijven (in mijn blog). Wel wil ik héél graag wel een ervaring delen. Aan de auteur van het boek, heb ik het verhaal al eens geschreven. 

Wat doet haar boek met mij? Met anderen?

Bij mij deed het al iets nog vóór ik van het bestaan afwist … (omwille van de hopelijke leesbaarheid is dit een kortere versie)

Laat ik beginnen met mijn naam. Ik ben Anne-Mie en al even in ziekenverlof. Ooit zou zo iets gebeuren. Toen had ik het niet door. Zonder in detail te gaan, ik ben melanoompatiënt (vooral onder mijn vel, ergens in mijn lijf). De uitzaaiing is onder controle mits driewekelijkse behandelingen. Wel word ik nog onvoorspelbaar moe, ziek, heb hoofdpijnen. Dit in tegenstelling tot me goed voelen, energiek genoeg en op die momenten niet weten wat ik met die energie moet.

Jouw boek heeft mij gevonden. Hoe? 

Een week geleden joeg iets me naar buiten. Ik wilde alleen zijn tussen mensen. Meestal is dat te druk voor mij en vermijd ik dat. Ik stapte naar de tramhalte, op een andere tram dan die ik gewoonlijk neem en dus stapte ik af op een plaats waar ik zelden kom. Mijn voeten brachten me naar de boekhandel. Mijn voeten brachten me naar de afdeling meditatie en tarotkaarten … mijn verstand zei iets anders, maar mijn voeten waren sterker. Ineens stond ik in een spotlicht, zo herinner ik het me nu, al zal dat wel een gewoon plafondlicht in de winkel geweest zijn. Daar lag het dan, Schrijven naar bewustzijn ! Zou ik ? dacht het verstand … de borrel in mij was sterker. Niet de jenever, wel die blub die vrij komt als bijvoorbeeld je afvoerbuis ontstopt wordt. Het bruiste, het borrelde, het kwam er gewoon uit en het boek was van mij. Griekenland liefhebber is een heel toffe extra. Ikaria is inderdaad een goed bewaard geheim. Daar waar de mensen gezond blijven tot voorbij hun negentigste.

Toen ik de winkel uitging, helemaal tevreden over mijn ontdekking, nam helaas mijn verstand het even over en zocht ik naar dat wat ik niet nodig had … ‘nu ik toch in de stad was, kon ik al evengoed dit en dat en dit en dat …’ Onderweg werd ik zo moe, zo fysiek moe dat ik me naar de tram sleepte en weer huiswaarts ging. Toen verdween ik in het boek …

Intussen ben ik in beweging en dan neemt het boek me wel eens mee naar daar waar er zelfs in de schaduw licht kan komen … (daar ontdekte ik een verhaal van mij, dat ik u later wil vertellen).

Het is dit verhaal dat ik wil delen, zonder meer. Gewoon een deel van mijn verhaal. Wat is uw échte verhaal? Wil u uw echte verhaal ook kennen?

Mijn verrassende zomerzoektocht.

Er was mijn zomerbuddy. Een mevrouw van Syrië. Ze is gevlucht. Hoe ze gevlucht is, weet ik niet. Naar ik verstaan heb, viel het mee. Maar zeker weet ik het niet. Wat is ‘meevallen’ overigens? Dat ze het zgn. geluk gehad heeft om niet aan een mensensmokkelaar overgeleverd te zijn? Over cultuurverschil gesproken. Het was twee weekends geleden Offerfeest. Of dat gevierd wordt, met heel de familie en de vrienden die ze in België en Nederland heeft.

Ze woont met haar familie in Antwerpen maar heeft nog familie in Syrië.

Afgelopen maandag zag ik haar de laatste keer. Ze was optimistisch, ze zag er gerust uit. Haar papieren zijn in orde om verder les te volgen, al was ze wat ongerust omwille van het niveau waarin ze zal belanden, maar daar zou ze nog naar informeren. Het is wel mooi om te zien, hoe ze dat zelf allemaal wil weten en ervoor zorgt. We zijn die laatste keer in het Stadspark geweest, hebben er even rond gewandeld en zijn dan op een bankje gaan zitten, praten en praten, zij over haar leven in Syrië, in Antwerpen, wie er nog ginder is en wie hier. Ik vertelde over mijn familie. En opeens werden er foto’s van elkaar bekeken. Ze had een mooie uitdrukking voor ‘geluk zij met u’ toen ze die foto’s bekeek van mijn vaders negentigste al weet ik het zelf nu niet meer. Arabisch lijkt me een heel rijke taal. Het schrift alleen al, de uitspraak, en verder raak ik niet. Over de grammatica en zinsbouw weet ik niets, het lijkt me wel inspirerend om zo te schrijven. Gevoelens en gedachten worden op een heel ander manier uitgedrukt, vermoed ik.

Ook al hebben we elkaar maar drie keer gezien (eigenlijk is het de bedoeling van vijf keer), het was een fijne ervaring. Een vrouw vol verhalen, optimistisch en toch realistisch, ze vertelde over haar dochter die een universitair diploma had en hier alles en nog wat moest doen om aan de slag te raken in een winkel. Eén van mijn nichtjes heeft dezelfde naam als haar dochter.  De vorige keren probeerde ik aan te leren, en daardoor heb ik maar half geluisterd. Het is bevrijdend om te ontdekken dat je niets hoéft te be-tekenen voor iemand. Dat was de ontdekking voor mij, ik teken mezelf niet aan haar voor, maar luisterde gewoon naar haar en volgde mijn eigen gevoel hoe ik erop reageerde. Gewoon zonder franjes, ik met veel niezen en zij met zoeken naar woorden, die ze meestal ook vond. Ze vroeg een keer of het goed was, het woord dat ze had voor overstappen, ‘wisselen de tram’, zo zei ze het. Dat is perfect verstaanbaar. Intussen heb ik nog wat tramlijnen leren kennen en zelfs een mening over scholen in Antwerpen. Ik ben hier nooit naar school geweest, maar ze vertelde wel dat haar kleinkinderen ’s morgens een tijdje op de tram zitten omdat het daar een betere school is dan dichter bij huis. Ooit kreeg ik haar zoon aan de lijn, die voor haar belde. Sprak perfect verstaanbaar Nederlands. En wie valt over woordvolgorde in een zin, als je de boodschap, de reden waarom hij belt, mee hebt? Ik niet (dat is ook nieuw, nu ja, nog een beetje na mijn jaren praktijk in de logo), ik wilde de boodschap vast hebben, want die ging over praktische afspraken.

Het was als een weg zoeken die ons dichter brengt, zodat we elkaar op een keer écht goed verstaan.

Ik hoorde haar graag Arabisch praten, iets dat ze doet terwijl ze naar een Nederlands woord zoekt. Zoiets als ik doe bij het zoeken naar een Grieks woord (of Frans van tijd tot tijd). Ik ken al twee Arabische woorden (wauw). Mooie woorden.

جميلة!

Het inspireert me op een fijne manier om nog meer van dit vrijwilligerswerk te doen. Dat individuele ligt me wel. Op een keer….

Verder is er ‘ons’ Crea-groepje, overgebleven van de serie workshops ‘Creatief dagboek’ die ik in het voorjaar gevolgd heb. Ik schreef er toen over. Dat zijn fijne samenkomsten. Verhalen zijn er om verteld te worden, voor jezelf of anderen of allebei. De keuze is vrij. De verhalen blijven ook daar, waar we ze verteld hebben. Knus en veilig. Ook al zou ik graag verhalenvangster zijn en die dan … ach, neen laat maar. Dat is mijn plaats (nu nog) niet.

Degene die ons altijd uitnodigt, pakt dat overigens heel goed aan. Het is rustig, geen verwachtingen en toch goed geleid. Er is altijd een fijne opdracht, die ons aanzet tot uiten, op papier, met kleuren, met woorden, met schrijven. Dat wat het doet met mij is de focus! Wat je ook doet, waarover het ook gaat, er is een focus. Hierdoor raakt mijn hoofd een beetje opgeruimd. Ik merk stilaan dat ik dingen, hoe klein ook, kan loslaten, het moet niet allemaal, dat drukke leven. Laat me maar aan de kant staan en mijn leven beleven. De triggers laat ik over me heen komen en ook weer weg glippen. Wat overblijft, daar doe ik iets mee of zelfs dat nog niet …

Hiermee sluit ik mijn zomeractiviteiten af, ik heb het gevoel dat ik aan het begin van de zomer mezelf veel teveel dingen heb opgelegd en ze hebben me verplicht! De gedachten, bedoel ik, de dingen die ik me zgn. vrolijk vooruitziend heb voorgenomen. Maar dat is niet zo. Dat was niet wat ik te doen had, en al die keren dat ik me slecht voelde en activiteiten afzegde, zowel fysiek als mentaal, was een teken. Dat teken dat ik niet meer negeer!

Daarom dat ik veel minder vaak om FB te zien ben. Even in mijn leegte kruipen, dat werkt verhelderend. Nu schrijf ik er niet over, ik beloof ook helemaal niets. Het is alleen iets dat ik aanvoel dat ik te doen heb, in mijn vrijheid.

Leef gezond! … en de rest heb ik ook al vaak verteld (zondigen mag 😉 )

Mijn zomerse buien en cultureeltjes *

Hoe vrolijk ik ook aan de zomer begonnen ben, de vrolijkheid is niet blijven duren. Ik wil er niet over nadenken of uitleg aan geven, noch aan u, noch aan mezelf. Het is soms wel en soms helemaal niet aan de orde, die bezigheden in het leven.

Desalniettemin gaat dat leven toch verder. Ook de zomer van dit jaar.

Dat waarmee ik begon, doe ik verder, het beginwoord en het eindwoord elke dag. Meestal gaat dit wel goed, behoorlijk en zo gebeurt er elke dag toch iets. Zelf vind ik het fijn op deze manier te werk te gaan. Ik start mijn dag met iets concreets, er is een focus.

Zo was er gisteren het woord filteren en lossen. Dat zijn er twee. Dat mag ook. Het werkte. Wat ik allemaal van me afschudde, was een hele hoop. Daar verveel ik u niet mee. Nu toch nog niet.

Het zal de herfst van dit jaar wel even anders kleuren. Het voelt zoals het voelt. Het maakt dat ik enkele verwachte patronen, die ik hier toch al heb opgebouwd in mijn driejarige bestaan in Antwerpen, achter me ga laten (of even opzij, we zien wel) en andere impulsen volgen.

In dat opzicht had ik een bedenking, zomaar uit mijn pen gekomen (een echte vulpen overigens), het kon de uwe zijn, daar ben ik van overtuigd.

Soms voel ik me in een verhaal geduwd, dat het mijne niet is.

“Bent u al eens in het verhaal van iemand gekropen?” (ik wel)

“Wat dacht u toen?” (ik dacht wel eens, hoe kón je dat nu zó doen!)

“Zei u dat dan ook?”

“Kwam dat overeen met het gevoel van de eigenaar van het verhaal?”(ik denk dat ik soms zelfs niet eens gevraagd heb of getoetst)

Tot …

“Is er ooit iemand in uw verhaal gekropen?” (bij mij wel)

“Heeft die persoon u verteld wat hij/zij dacht?” (en of! Met oplossingen en het hele zootje, waar ik toen geen behoefte aan had)

“Hoe voelde dat voor U”? (Voor mij, met mijn verhaal? … )

“Was het (dus) úw verhaal nog?”

Lastig hé?  

Oh ja, ik doe wel dingen natuurlijk. Eén van mijn cultureeltjes is lezen.

Ik voer een ware queeste naar een boek, waarvan ik de titel niet ga vertellen. Het is mijn queeste. Voor vorige zondag ben ik naar Lillo geweest. Het was boekendorp dat weekend. Met het voornemen om niets of bijna niets te kopen. Dat is wel gelukt, dat bijna niets. Er is nog steeds de bibliotheek natuurlijk, waar veel te vinden is. Heel tof waren die enkele gesprekken met boekenmensen. Zo is er dat koppel (vermoed ik toch) dat vertelde dat hét boek van mijn queeste moeilijk te vinden is. Wie verkoopt dat ook natuurlijk. De vraag is, waarom de queeste? Het is Ithaka in het klein. Die man vertelde dat het zot is om zo’n boek terug te brengen naar de bibliotheek. Daar had ik het ooit geleend en braaf terug gebracht. Grappig die opmerking van die man. Ik heb ook ooit een boek geleend uit een academie waar ik ‘Voordracht’ volgde (zo heette de opleiding toen), met allemaal Griekse gedichten vertaald.

Dat boek heb ik terug gevonden bij mijn verhuis. Op een dag was ik de dozen met boeken toch maar aan het uitpakken en aan het ordenen in mijn kast. Het boek kwam mij tegen. Nooit iets van gehoord vanuit die school. Niet verder zeggen hé. Ik denk overigens dat er twee exemplaren van waren in die school. 

Ik las ook boeken, uit de bieb. Een gouwe ouwe, het zal mijn zus verblijden, van Willem Elsschot ‘Het dwaallicht’, actueel als je het mij vraagt (dat mij vragen moet niet hoor). 

Het boek van Sigrid Spruyt, ‘Dagboek van een anker’ heeft nogal indruk op mij gemaakt. Hilarisch op een fenomenale cynische manier. Heel goed geschreven. Recht vanuit de buik! Het laat vragen achter zoals: “Waarop en waarom stemmen wij? Op basis van welke informatie?” Voorgekauwd door de media. Er is overal wel wat. Toch, als je naar het nieuws kijkt op de zender waar ze nieuwsanker geweest is, zie je toch een beetje van waar de wind komt? Is het een beetje teveel gevraagd om wat meer neutraliteit aan de dag te brengen? Voor mij mocht het boek best cynischer. Het was, denk ik, gewoon raak! Alleen ben ik wat lui om het fijne ervan uit te zoeken. Ik zoek wat meer vrolijkheid – op mijn manier, kop leegmaken – geen zuurtegraadverhoging door het uitzoeken van de werking van journaals, voor mij. En toch, Sigrid Spruyt heeft een fan in mij.

Tijdens de museumnacht – 3 augustus jl. – ben ik naar De Reede geweest en het Letterenhuis. Beiden waren heel boeiend, maar de rondleiding in het archief in het Letterenhuis vond ik wel het boeiendste. De zoon van Hubert Lampo vertelde over de scripts van zijn vader. We konden het ook zien. Geschreven, getypt op zo’n typemachine van ‘vroeger’ en vele keren doorgehaald en verbeteringen bij geschreven in de marge enzovoort. Blijkbaar gebruikte hij ook graag kleurtjes en werkte met stiften. Het was zeer de moeite. In De Reede loopt een tijdelijke tentoonstelling van Picasso, ‘La Celestina’, die hebben we kunnen zien op die nacht (nu ja, avond). Het werd voorafgegaan door een voorstelling over La Celestina op de trap. Dat was wel mooi, ludiek en vooral goed, als in professioneel goed. ‘Es la Historia de un amor, como no hay otra igual’. Dat lied herkende ik direct. Dat staat op een CD van Dalaras, ‘Latin’ … waar ook in het Grieks vertaalde liedjes staan, op die mooie Spaanse muziek, of is het Latijns-Amerikaans?

Toen was Nigel nog niet daar … 😉

Op een avond, de vijfde augustus ben ik nog eens naar een atv vertelling geweest. Nigel Williams! Ik had hem al eens gezien en gehoord, zoals ik al schreef op Wereldvluchtelingen dag. Hij is subliem in zijn cynisme dat niet eens zó scherp is maar wel duidelijk. Wat zei hij? Elkaar een beetje helpen (waar nodig, … mijn aanvulling vanuit mijn huidige bestaanservaring). Het is zo. Ben je ooit vrolijk geworden van haten? Loslaten vind ik fijner. Het brengt geen zoden aan de dijk, al dat haten, al die controle over anderen, ook zelfcontrole. Ik word er zelf krampachtig van. Doe het maar eens na, in humor, in je tweede taal (hij is Engelsman, zijn optreden deed hij in het Nederlands), met de essentie van het leven komen aanzetten, ook wanneer hij mensen plaagde. Ik zeg bewust niet pesten, ook al zou je dat kunnen afleiden uit wat hij soms zei over mensen (die bijvoorbeeld vroeger vertrokken).

Meer ontdekkingstochten worden geschreven … 😉

* in feite houd ik helemaal niet van verkleinwoorden, behalve wanneer ík ze gebruik … (dat is een grap, had u ‘m?). … behalve wanneer ze gebruikt kunnen worden als verzelfstandigde adjectieven en dan in verkleinwoord gezet. Bijv. cultureeltje, dat bestaat niet echt als zelfstandig naamwoord. Cultureel ook niet. Iets is cultureel. De of het cultureel op zich, zelfstandig gebruikt dus niet. Vandaar… (taalziek mens ben ik).

Mijn vaders negentigste …

Het is een jaar waarin ik ronde verjaardagen, gewone en ook netjes-tussen-in-verjaardagen meer dan andere jaren. Zo’n jaar waarin er mensen op een andere tram stappen, een nieuwe voordeur krijgen – wat dan met die 10 achterdeuren? –  of nog zo’n belangrijke verjaardag … 18! Van mensen die ik ken of waarvan ik het gewoon weet, waarvan ik het las of waarvan ik het feest mee vierde of nog zal meevieren.

De bijna twintigjarige, die voor haar eerste jaar psychologie met glans slaagde.

De achttienjarige, die haar middelbare studies mooi afsloot, besluit om een sabbatjaar in te lassen en te werken vooraleer ze verder gaat met studeren. Zo slim!

Ik ken verschillende mensen die gewoon zomaar zeventig geworden zijn. Iedereen doet dapper voort op zijn/haar eigen manier.

Een zus van mij, pats boem, zestig. Dat wordt nog gevierd …

Dit jaar is er in onze familie een wel héél respectabele leeftijd gevierd. Mijn vader werd negentig! Négentig! Nog één keer? 90 !!

Dàt werd gevierd. Hijzelf wilde het natuurlijk ook. Liefst niet té druk. Zo’n feest gaat dan aan de jarige te snel voorbij zonder echt iets op te nemen.

Dit hebben we voorbereid:

Mijn vader koos de locatie. Hij koos voor een zaal in het Limburgse zuiden. Helemaal tussen de velden, fruitbomen in het glooiende intens groene landschap. Daar waar kinderen veilig kunnen buiten spelen en volwassenen rustig kunnen genieten. Intussen heeft  iedereen verse buitenlucht.

ergens in Tongeren … foto : onbekende bron op FB gevonden van de kleine Graaf

Als daar al veel tijd voor was, want ondanks het algemeen rustige karakter van onze familie, wilden we deze verjaardag ook memorabel maken. Op een manier zoals wij dat kunnen, zoals we dat vroeger in veelvoud ook al deden.

We zijn vooraf, met enkelen mee gaan bespreken wat er mogelijk was qua menu, lengte van gebruik van de zaal, tijdschema, enz. Dat verliep vrij vlot. Ik ben één keer mee geweest met mijn vader, zussen en een broer. De andere keren zijn mijn zus en broer gegaan. De praktische regeling van het feest kunnen zij veel beter. Het gaat wel over belangrijke beslissingen, afspraken die allemaal achter de schermen gebeuren, ogenschijnlijk vanzelfsprekend, maar àls er iets fout loopt, wordt het pijnlijk. Het verliep gelukkig – dankzij hen en het fijne personeel aldaar – gesmeerd.

Dan de genodigden. Mijn vader koos dat ook. Niet zoveel als de vorige keer – toen hij 80 geworden is – en dat was fijn zo. Het bleef overzichtelijk. We zijn zelf al met zesenveertig, geteld van mijn vader tot en met zijn kleinste achterkleinkind.

Zijn gezin met verre uitbreiding. Er is een foto van gemaakt met een drone (dat is van degene die suiker in de erwtensoep doet … broer, als je dit leest, ik kan het plagen niet laten 😉 ). Ik ben zelf nog nieuwsgierig aan het wachten op die foto. Wie weet is dat Hollywood materiaal…

Van ons waren er maar twee niet aanwezig wegens werkzaamheden, er moet nu eenmaal door sommigen op zaterdag gewerkt worden, in winkels en in treinen.

Verder waren mijn vader zijn broers, zussen en schoonbroers en -zussen aanwezig en zijn eerste petekind.

Oh, en op het laatste nippertje ook nog een fantastische contrabasspeler (verbeter me als ik het fout heb), die met een muzikaal achterkleinkind meekwam.

Dat is al de praktische voorbereiding met uitbreiding de genodigden. Die uitnodigingen werden ontworpen door die middelste broer en door mijn vader goedgekeurd.

Nu nog de animatie ! Daar is ook heel wat voorbereiding aan vooraf gegaan. Het begon bij de familiale nieuwjaarsborrel in januari.

“Relax, geen stress, wanneer is dat feest? Oh in juli … als we eens afspraken in april ….  “

Vanaf toen ging de bal aan het rollen, die zondag (of was het zaterdag) in april. Een programma opmaken … wie doet wat? Ik heb me heerlijk uitgeleefd met het schrijven van een liedje in het Hasselts dialect. Nu ja, liedje, de muziek bestaat al. Ik heb op die muziek een tekst geschreven.

We hebben ook een snijdersbank in elkaar gestoken. Mijn broer (de middelste) en ik zochten de foto’s die we geschikt achtten. Wel intens vond ik. Hier heb ik ook de tekst voor geschreven. Schrijf maar een fotoverhaal over je vader die negentig wordt, in achttien foto’s  … Het doet wat met een mens.

Het feest zelf.

Het was niet zo warm met af en toe een regenbuitje en dat was goed. Te warm is niet fijn en we konden nog makkelijk buiten zitten. Buiten was ook de receptie met een speech van mijn oudste zus. Iemand moet serieus blijven in onze familie en zij doet dat goed. Heel raak overigens!

Tijdens de receptie en tussendoor zorgde een grote achterkleindochter met de contrabasspeler voor mooie jazzmuziek. Dat meisje kan zingen zeg. En die jongen kan spelen!

Verder mocht ik de animatie aan elkaar praten.

Dames heren, de achterkleinkinderen van Ls Knaepen !

De eersten die voor animatie zorgden waren de achterkleinkinderen. De oudste hiervan, al volwassen intussen en aan de studie, is een cabaretier pur sang. Met haar beschouwing op ‘Bompa’ als oudste achterkleindochter. Dan kwamen de kleineren die, met hulp van een kleinkind een dansje opvoerden. Heel aandoenlijk wel, als je bedenkt dat ze helemaal niet samen geoefend hebben. Die kleindochter had met haar mama een dansje opgenomen en dat filmpje doorgestuurd naar iedereen die mee zou doen. Dan konden die kinderen thuis oefenen. Niet alle kinderen doen dit graag. Dat is allemaal oké. We hebben heel graag dat iedereen zich goed blijft voelen, ook die kleintjes.

Dan mochten de kleinkinderen. Hun nummer was denk ik, de topper van de namiddag. De prof muzikant van de familie had hen een Afrikaans lied aangeleerd. Ik begin niet te beschrijven hoe die voorbereiding gegaan is. Dat weten zij beter, maar ik zag hier en daar wel een ontroeringske, zoals ik zelf voelde. Het was heel overweldigend!

Na het hoofdgerecht waren wij aan de beurt, de kinderen. Even ging het fout met de muziek, verkeerd ingevallen, maar blijkbaar was er niemand die daar over viel (behalve ik) en werd het een knaller!!

Als afsluiter van ons zelf gemaakt programma kwam de snijdersbank. Wederom een – joelend –  succes. De teksten wááerden geprojecteerd op een groot scherm. Dan konden de mensen meekijken en -zingen. Ik zong voor (denk ik) en de dochter van mijn grote zus begeleidde op haar accordeon. Er ontstond intussen spontaan een polonaise, die La. trok. Dat zag ik pas toen ze vooraan waren. Ze zat nog verstopt voor mij tussen de twee lange tafels. Dat was verrassend grappig.

Vivà vivà … Ls. is negentig jààr. Vivà vivà, Ls. is negentig jaar …

Er waren nog extra dingen die we voorzien hadden in geval van … een mooi Hasselts lied. Wie wilde kon ook meezingen. Onze wortels liggen daar en een uitspraak van een prof (vroeger toen ik zelf nog aan de studie was) ‘vergeet nooit waar je vandaan komt, wat je ook doet’, indachtig, kon het wel. Ook al wonen de meesten van de genodigden helemaal elders.

Wat we voorbereidden en niet deden … is niemand opgevallen 😊

Het was een feest met standing, zo zei mijn vader achteraf.

Naar het einde toe werden er veel foto’s gemaakt buiten. Iedereen wilde met mijn vader op de foto. Ik ook …. zonder mijne Griek en mijn vader precies ne Griek …

(er zijn omwille van vanzelfsprekende privacy redenen geen duidelijke veelvuldige familiefoto’s)