Verslag van een beetje hygiëne stress.

Vandaag kwam er een dimensie bij in het wereldlijk coroniale tijdperk. Ik had een afspraak in het ziekenhuis voor de halfjaarlijkse PET-scan. Voor het eerst sinds ik met het monster zit, ben ik veel minder zenuwachtig voor de uitslag dan voor het verloop. Het is ook de eerste keer sinds mijn laatste therapie dat ik weer in het ziekenhuis kom. Het begint al op de parking. Normaal ga ik per fiets maar voor de PET-scan wordt aangeraden zo weinig mogelijk fysieke inspanning te doen, vanwege het hoger suikerverbruik en dat is nu net wat kleurt op de scan. Het was er zo leeg, alsof de auto’s ook afstand dienen te bewaren. Ik kon eerst niet binnen, moest aanbellen en toen ging de deur open. Er stond al iemand die wilde weten of ik een afspraak had.

‘Ja, ik kom voor mijn PET-scan.’ Dat is in het hoofdgebouw. Verdorie waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht. Tot dan ging ik altijd parkeren aan de oncologie-afdeling. Voor die patiënten is de parking gratis. Aan die ingang doorheen een lange verbindingsgang komt men vanzelf uit aan de hoofdingang. Nu was die gang gesloten. Ik kon me wel al inschrijven aan de kiosk en de klevers nemen. Eerst mijn ID kaart insteken en op het scherm de juiste knoppen aanduiden. Euhm! En De Bitch? Met mijn mouw over mijn hand getrokken dan maar.

Dapper ga ik weer naar buiten, op naar de juiste ingang. Daar kan ik ook niet zomaar binnen. Alleen een deur naast de hoofdingang kan open en daar staan twee mensen met – gelukkig – een mondmasker voor. Ze zijn vriendelijk, vragen weer naar mijn reden van hier te zijn, maar zien dat ik die klevers al heb. Ik kan doorlopen. De gangen liggen er verlaten bij. Het winkeltje is dicht. Er zitten enkele mensen op een bankje, ver uit elkaar. Waarschijnlijk wachtende op hun iemand van hun dierbaren, die in het ziekenhuis is? Het cafetaria is dicht. De gangen zijn leeg. Hier en daar zie ik iemand in ziekenhuistenue. In de lift ben ik alleen. Naar -1. Aan het onthaal waar ik moet zijn, zit één persoon, ‘gewoon’. De wachtkamer ernaast is bijna leeg. Er zit één meneer, waarschijnlijk ook aan het wachten op een gezinslid. Dat gevoel heb ik toch, waarschijnlijk een hulpbehoevende persoon, die niet alleen tot hier geraakt?

Bij elke PET-scan krijg ik een papier met klembord en moet er worden ingevuld: geboortedatum, gewicht, lengte, suikerziekte, andere ziektes, recente operaties, …. Ik krijg hiervoor ook een pen. Moet ik dat vastpakken? Na het invullen ontsmet ik onmiddellijk mijn handen. Gelukkig is er nog genoeg van die ontsmettingsgel, in zo’n grote flessen.

Lang moet ik niet wachten. In de ruimte waar de patiënten voorbereid worden op de scan is het ook rustig. Ik hoor hier en daar wel wat gerommel, maar meestal is het hier veel rumoeriger. Daarover heb  ik het met de verpleger die me aanprikt.

‘Ja,’ zegt hij, ‘anders worden er hier veel meer scans afgenomen. Nu alleen de PET scans.’ Hij vindt het ook maar heel raar en onheilspellend. ‘Dit is nog niet direct voorbij’ en ‘Hier gaan we voor moeten betalen’ en ‘Wat is er ook allemaal gebeurd met het klimaat het voorbije jaar alleen al’ en ‘Ze wisten het al jaren geleden dat zoiets zou gebeuren, maar iemand die zich erop voorbereid heeft? Dat niet natuurlijk.’ Hij bedoelde iemand die in het beleid zit. Bloed kruipt waar het niet gaan kan, geld zit waar het na jatten volle zakken maakt.

Ik ben aangeprikt, mijn suikergehalte is gemeten en goed bevonden en de baxter aangehangen. Het radioactieve goedje zit er na tien minuutjes ook in en dan is het een uurtje wachten tot de gewone baxter leeg is, zodat alles goed rondgestuurd wordt in mijn lichaam. De kleine inspuitruimtes geven genoeg privacy. De muren echter zijn witter dan wit. Ze doen pijn aan de ogen, zeker met die tl lampen aan het plafond. Na dat uurtje heb ik schele hoofdpijn en ben blij dat ik onder de scan mag. Dat is nog twintig minuten en iets meer stil liggen. Wel een grappige opmerking van de verpleger. ‘Als ge maar ne meter vijftig zijt, duurt het iets minder lang dan als ge twee meter zijt.’ Ik moet denken aan een lotgenoot. Zou hij een half uur eronder moeten blijven liggen?

Ineens is het gedaan. Ik ben warempel in slaap gevallen onder die scan.

Ik mag me weer helemaal aankleden en naar huis. Onderweg naar de uitgang ontsmet ik mijn handen twee keer. Enkele keren niet aan gedacht om mijn mouw over mijn hand te trekken bij openen van een deur. Na de tweede keer doe ik maar mijn winterhandschoenen al aan en ga naar buiten via die zelfde zijdeur. Blij dat ik buiten ben!

Twee keer heb ik alleen de lift genomen. Nog niet zolang geleden zou ik gewoon mee ingestapt zijn in de lift die nog open staat, waarin al één of meer personen staan.

Pas buiten voel ik hoe scherp die hoofdpijn is en denk ik voor de eerste keer aan het monster.

Mijn auto raak ik ook maar aan met mijn handschoenen, t.t.z. aan de buitenkant. Binnenin komt niemand anders dan ik en aangezien ik helemaal niet vaak meer auto rijd nu, voel ik me binnenin wel veilig genoeg.

Nooit gedacht dat een ‘gewone’ halfjaarlijkse gebeurtenis zoveel stress kon meebrengen. Thuis gekomen voelde ik pas hoeveel honger ik had. Ah ja, voor die scan moet men nuchter zijn. Twee sneetjes brood nog maar? Normaal is dat genoeg, maar nu? Een extra pannenkoekje (die met havermout, weet u nog?) en een blokje chocolade. Ik mag best wel eens iets extra, rantsoeneren begint me goed af te gaan. Ook al was ik al lang geen veelvraat meer. En morgen boodschappen doen. Dat stond toch al op de planning. Gelukkig is dat dichtbij, lokaal en bekend, nieuw bekend maar desalniettemin bekend.

Verder heb ik het rustig gehouden vandaag, geen avontuurlijke wandelingen meer van anderhalve meter afstand voor mij vandaag. Gewoon het venster groot openzetten, een extra pull aan en denken dat ik buiten ben. De lucht is nu ook veel zuiverder.

Intussen ben ik bezig met fijne ‘opdrachten’ Creatief Dagboek, via mail uiteraard. Er zit meer in mij dat het monster 😊 en daarover later meer …

Oh, toch nog een verhaaltje ingelezen …

Wie kan hier niet slapen? 😉

De Aarde doet het niet

Wat doet een mens zo al op de Griekse Nationale Feestdag, de Onafhankelijkheidsdag, in zo groot mogelijke corontaine? Ik houd me wat stil op de sociale media. Het voelt zelfs energie- en tijdrovend. Hier en daar bekijk ik wel iets, laat ik me inspireren door foto’s, door teksten, door opinies. Alles lijkt gezegd, ik heb er niets meer aan toe te voegen. Ik ben geen wetenschapper, waarheden op basis van bewijzen kan ik u niet geven. Veel eerder laat ik mijn buikgevoel en mijn ziele(on)rust spreken. Hoe spreek ik dan? Met mijn pen, vulpen wel te verstaan in mijn schrijfboekje. Het rommelde al enkele dagen, een week of zo in mijn hoofd- en lijfgevoel wat doet u toch Aarde? Maar de Aarde antwoordt niet. Dit is wat mijn inspiratie me ingaf:

De Aarde doet het niet.

De Aarde verdeelt niet in goed en kwaad

Dat doet de mens (of was het God?)

De Aarde ziet niet, schuld of onschuld

Dat doet de mens

De Aarde juicht niet bij overwinning, noch joelt Ze bij nederlaag

Dat doet de mens

De Aarde haat niet, noch heeft Ze lief

Dat doet de mens

De Aarde weet niet

Dat doet de mens

De Aarde,

Ze leeft gewoon, Ze zet zich constant in evenwicht

Ze weet niet dat ze geeft, noch dat Ze neemt

Ze voelt niet dat Ze de gastvrouw is, de Enige

Voor het leven in al zijn vormen

Neen, de Aarde neemt geen wraak

De Aarde zoekt evenwicht

Ze herstelt, steeds opnieuw en weer en nog … één keer?

Wat deden de mensen?

En de mensen droomden weer,

Van groen en van hemelsblauw, van geel en koraalrood

Van appelblauwzeegroen en zelfs van alle tinten grijs

Ze droomden weer van dansen en zingen

Van samen eten en drinken en ze lachten

En iedereen die wilde, deed mee

En de anderen keken en zagen dat dit ook goed was

Ze droomden weer van ‘gewone’ overstromingen

En van ‘gewone’ hete zomers

En van ‘gewone’ strenge winters

En van ‘gewone’ natte herfsten

En mogen die ‘gewone’ grillige lentes ook terug

Alle seizoenen op hun plaats, op de wereldbol en in tijd

De rivieren meanderden weer

De vissen maakten zich klaar, onwetend, waarvoor ze bestonden

Ze droomden weer van de olifant, de vos, de haas en de giraf,

De fazant, de wezel, het everzwijn, de slang en zelfs de vieze dikke spin

Dat die allemaal weer een plaats hadden, hun eigen plaats

Ze droomden, die mensen, dat ze zelf plaats genoeg hadden

Er was toch nog altijd elkaar!

De kinderen, ze mochten zíjn, lachen, springen, ontdekken.

Ze zien geen verschillen, die kinderen, ze waren veilig.

En ze droomden verder, van de bomen en de struiken, de planten, de bloemen

Die mochten weer, zelfs het onkruid kreeg plaats

De groenten deden mee en de kruiden

En al die kleuren fruit, groenten, kruiden

Ze bleven maar groeien en geven en geven

De mensen droomden verder, ze zouden weten wat ze moesten weten

Vanzelf, zomaar,

Geen gluten of lactose of suikers meer op verpakkingen.

Er was genoeg voor iedereen

Ze deelden, ze namen, ze gaven

Wat ze nodig hadden, wat overbodig was

En de mensen droomden weer

Dat ze weer leren konden

Dat ze weer wisten, echt wisten

Ze durfden zelfs dromen van knuffels, van handgeven, van hand-in-hand-in-hand-in-hand-kringen en slingers, inhaken bij elkaar, van zoenen, van vrijen, van ravotten, van troosten

Ze ontdekten hun eigen kunnen weer en gingen, liepen, fietsten, tramden, treinden

Sommigen zwommen

Ayla* en Aarde wisten zich toch met elkaar te verzoenen

Ze wisten niet, ze kenden niet, ze dachten niet

Het was gewoon zo.

En de mensen droomden weer

Van nederigheid en dankbaarheid

van verzoening

De mensen ontdekten alleen in traagheid verre landen

Al het groen en andere kleuren, de dieren, de zeeën, de lucht, de zon en maan én zijzelf

Ze waren genoeg. Maar nu, nu dromen ze nog

*Ayla is het hoofdpersonage uit de boeken van Jean M. Auel, ‘De Aardkinderen’. In het eerste boek ‘De stam van de holenbeer’ , … wordt Ayla als kleine meisje geconfronteerd met het verlies van haar ouders en stam, door een zware aardbeving en komt ze in een andere stam terecht, van Neanderthalers https://nl.wikipedia.org/wiki/De_stam_van_de_holenbeer

De foto bovenaan komt van Mundo Increíble door Signature of Humanity op FB gezet.

Een dikke week corontaine

Het is aanpassen. Verder zal ik u niet vervelen met dingen die u zeker ook al weet. Anders is er nog altijd de experten-pagina Facebook. Hoewel ik er nu heel veel aan heb, probeer ik er toch maar geen Fakebook van te maken.

Dit is echt en serieus. Maar oké, ik leef nog! U ook, hoop ik. Meer nog, ik hoop dat u vooral gezond bent en blijft.

Er is veel te doen als ik hier binnen eens rondkijk. Is u dat ook al opgevallen? In uw huis dan wel te verstaan. Het is een ander gevoel dan voorheen, toen stelde ik dingen uit en voelde me daar soms een beetje schuldig over, want ik had toch tijd genoeg en deed er niks mee. Maar nu kan het me vaak niet schelen wanneer wat gebeurt en zie … ik kom in actie. De was is bijna helemaal gedaan, ik heb nog zoveel mogelijk aan de kant geholpen en nog meer van die saaie dingen waar Ben Crabbé het heen-en-weer van krijgt, als iemand dat op Facebook zet.

Weet u wat? Ik vertel u in beelden en zo weinig mogelijk woorden (oei 🤔😉)


Werelddownsyndroomdag en Dag van de Afschaffing van de Rassendiscriminatie.

Mijn bijna dagelijkse rondje op sociale media. Kleine Whatsapp-groepen en een Messenger groep. Er is een M met een jarig kleinkind. Hoe mooi is dat. Ik kreeg ook nog enkele mooie reacties op een mail van mij naar mede-cursisten van de vervolgcursus schrijven. Echt tof, want we hadden samen nog maar één les doorgebracht. Anders waren we nu al gewoon aan elkaar, maar toen kwam De Bitch. En dan de lotgenoten nog. Er is angst, er is onzekerheid, er is … u hebt het ook al wel gehoord over de spoedafdelingen wat er gebeurt wanneer er te weinig bedden zijn … dat dus. We zijn voorzichtig!

Het is mooi weer, het is prachtig weer. Het is lente, dat voel ik aan mijn kriebelende ademhalingsinstrumenten. En nog wat meer. Zo af en toe ruik ik weer wat. Niet veel en niet lang maar het is er!

Ik had telefonisch contact met mijn vader. Hij maakt het nog goed, maar ik voel toch een beetje ongerustheid. Zal ik vanavond eens klappen voor mijn zus die van op afstand nog alles goed in het oog houdt? Overigens voor nog anderen die nu toch blijven ZORGEN. Zorg is een heel breed begrip.

Hamsteren, we doen het beter niet. Wat heb ik nog in huis? Dat is nu zeker een goed idee om dat te verwerken in eetbare voeding. Een ei, havermout, sojamelk en een beetje bloem en achteraf in de pan met olijfolie en hupsakee ik heb weer wat tussendoortjes. Pudding vind ik soms ook wel lekker. Dat stond op de verpakking hoe dat moest en toen hupsakee vijf potjes. Er zal nog wel wat volgen in de loop van de weken. Vooraf al in huis gehaald hé, niets gehamsterd nu.

Pudding, per ongeluk lactose en glutenvrij

Dat was nog geen echt avondeten. Steunen van de lokale ondernemingen vind ik ook een goed idee. #kooplokaal. Laat ik nu toch een Griekse buurvrouw hebben met een eethuisje hier dichtbij. Morfo ! Momenteel enkel afhalen met respecteren van de afstandsregels.

Vegetarische moussaka van Morfo. De lekkerste ooit.

En hupsakee, ik heb warm eten voor twee dagen. Ik zal morgen wel langs het supermarktje gaan (dacht ik gisteren want ik schrijf dit vandaag). Dat is intussen gebeurd. Voor enkele dagen, zonder hamsteren. Elke dag daarheen lopen hoeft nu ook weer niet. Als ik voor donderdag mijn vuilzakjes maar heb. Vergeten natuurlijk!

– En dan heb ik nog geapplaudisseerd om 20u. U toch ook? Ik vind het een positief gebaar van appreciatie, ook al weet ik dat het applaus alleen niet volstaat.

– Ik zal dan nog een verhaaltje lezen, voor u en u en ook omdat ik mijn eigen stem anders niet meer herken over een paar weken.

Verhaal uit ‘Iedereen was er’ van Toon Tellegen. Iets over de mier op reis. 🙂

Ik blijf verder binnen vandaag. Afstand, als u niet in uw kot bent. Alstublieft!

Hoe gaat het met U?

En toen … wist ik niet meer wat wel en wat niet.

En toen stelde ik me voor hoe het zou zijn als ik wist wat ik allemaal niet wist.

Bijvoorbeeld van automotoren weet ik niets, ik vul alleen wat water bij af en toe als de sproeier van de ruitenwisser me droog water geeft. Dat weet ik dat ik dat niet weet.

Maar hoe zou het zijn om echt te weten wat ik niet weet?

Als ik dat maar eens wist, dan zou ik het kunnen opzoeken.

Of neen, of ja, ik zou ook het woordenboek kunnen opendoen en beginnen met het eerste woord. Dat zal vast beginnen met de ‘a’.

Of neen, of ook, ik zou zomaar een nog ongelezen boek uit mijn boekenkast kunnen nemen en onderzoeken of ik alles daarvan weet. Interessant toch om na te gaan of je écht alles weet wat je leest ook al versta je wel wat je leest. Ik las bijvoorbeeld het boek “De supersamenwerker” en ik verstond het maar daarom wéét ik nog niet alles wat ik gelezen heb. Nu weet ik tenminste dat ik dat niet allemaal weet. Overigens, supergoed boek! #desupersamenwerker.

Wat heb ik vandaag gelezen? In een boek over taal (“Een slipje van de sluier” van Genootschap Onze Taal) las ik vanmorgen over twee-eiige tweelingwoorden. Een voorbeeld: ‘De dokter heeft me onderzocht met zijn horoscoop.’ Het tweelingwoord is natuurlijk stethoscoop. Het gaat over woorden die in vorm deels overlappen en ook in kenmerken overeenkomen waardoor ze gemakkelijk verwisseld kunnen worden. Deze twee woorden hebben drie lettergrepen, met klemtoon op de eerste. Deze eerste lettergreep is overigens het enige verschil tussen de twee woorden. Ook al verschilt de betekenis volledig. Een ‘slip’ is snel gebeurd.

Een Romeinse ‘slip’ …

Wat weet ik nóg niet? Als ik dat toch maar eens wist. Er is een verhaal. Een verhaal over een handdoek. Die handdoek hangt nu buiten, met ‘van harte bedankt’ op. Ik hoop dat de steen en het overvolle potje rosmuntjes stevig op de handdoek blijven staan.

Hoe kom ik aan die handdoek? Ik weet het, straffer nog ik weet zelfs dat ik het weet. Het korte verhaal van de handdoek. Dat begint in Kreta. In ik weet niet meer welke zomer (zie nu!) is het overal met me mee gereisd. Ik logeerde ergens in Frangokastello. De accommodatie was top. Niets te klagen. Het was heerlijk eenvoudig. Ook de handdoeken. Vooral deze handdoek. Hoewel ze proper was, was het niet zo aangenaam om aan te voelen, na douche, ook al kan het geen kwaad om de huid eens stevig te scrubben. Ik nam ze al eens mee op daguitstap. Altijd makkelijk om bijvoorbeeld op de zit van autostoel te leggen. Zo’n harde badstof absorbeert al wel eens wat zweet. De handdoek heeft meer gezien van de wereld dan haar ‘collega’s’. Toen ik die zomer thuis kwam van mijn Kreta-reis, kwam ze ineens tevoorschijn bij het uitpakken van mijn valies. De handdoek is altijd bij mij gebleven. Nu valt me in dat ik sinds die reis daar niet meer geweest ben. Zeer zeker zou ik die weer meegenomen hebben en teruggegeven. Ook al is ze nu oud en grijs, gebruik ik ze bijna niet meer, zelfs niet als poetsdoek, ze blijft bij mij. Men weet nooit waartoe ze nog kan dienen. Bij deze dus … blij dat de Frangokastellaanse handdoek nog op zo’n solidaire manier kan dienen.

Vindt u ze, de twee-eiige tweelingwoorden?

Weet u dingen die u niet weet?

Laat me niet lachen – eerste deel

Vooraf zet ik enkele foto’s uit het boek, dan pas de geluidsopname. Dit boek is van James Stevenson.

Meneer Krokant leest de regels voor.
De beertjes die niet lachen.
‘Ik ben Pierre de perfecte ober.’
Olieventje is verkouden.

Hebt u gelachen??

Het nieuwe normaal?

Het is toch even wennen, zelfs voor een enkeling als ik.

Er is meer tijd zou u kunnen denken, toch is dat niet zo. Evenveel als ervoor maar ik moet u niets vertellen dat u al allemaal weet.

Hoewel ik probeer om een béétje minder achter het scherm te zitten, blijven de mooie dingen wel bij. Wat mensen doen in deze nieuwe situatie, foto’s die ze posten, allerlei solidaire acties, … Humor doet het ook goed. Dat kriebelt bij mij om te reageren …

Tijden van verwarring en onzekerheden, brengen me ook dichter bij dankbaarheid. Het kan zo eenvoudig zijn. Ineens is er aandacht voor kleine dingen. Bijvoorbeeld in het postkantoor of in de supermarkt en op straat.

Vanmorgen was ik even buiten, naar het postkantoor. Daar stond een wachtrij tot buiten. Maximum 3 mensen, denk ik, mochten tegelijk binnen zijn met tussen de wachtenden de vereiste afstand. Dat ging lekker vlot. Er stond iemand bij de deur die de mensen één voor één binnenliet en een volgnummer gaf. Ook aan het loket moest de nodige afstand bewaard blijven. Een tape op de vloer gaf aan tot waar je mocht komen. Ik ging om een pakje af te halen. De code op mijn gsm was nodig. Die moest ik op de tafel leggen zodat ik achter de lijn kon blijven. Min of meer toch. Eén en halve meter lange arm heb ik niet. Ik kan nog net krabben aan de jeukerige stukken vel van mijn lijf. Elke patiënt die deze bijwerkingen van de therapie heeft  (niet voor Covid19 voor alle duidelijkheid) kent het gemak van een arm die lang genoeg is. Anderhalve meter daarentegen … ik zou het wel weten.

Het personeel had mondmaskers aan. Toch wel geruststellend vind ik. Naar het schijnt, ik gelezen en gehoord heb, is de kans om iemand te besmetten dan een stuk kleiner. Om besmet te worden iets minder. Het hangt zeker af van de kwaliteit en de afsluiting rond mond en neus. Daar weet ik niet genoeg over.

Deze voormiddag ben ik boodschappen gaan doen. Dat doe ik om de paar dagen, omdat ik niet wil hamsteren. Lange wachtrij. Het ging vrij vlot. Met mijn papieren zakdoek voor mijn mond ben ik blijven wachten. Ook weer met de nodige afstand. Men weet maar nooit in deze tijden natuurlijk. Alles wordt nog onvoorspelbaarder. Ik probeer er maar niet teveel aan te denken. Toen ik thuis kwam, ontdekte ik dat ik de gft afvalzakjes vergeten was. Die moet je aan de kassa vragen en daar wilde ik zo snel mogelijk weg uit respect voor de kassamedewerker. Totaal aan mijn brein ontsnapt. Op mijn briefje, dat ik deze keer wél bij had, stond het wel! Voor de volgende keer dan maar.

Twee maal bedankt alvast, aan de postbedienden en de mensen in het supermarktje. Ook voor de postbode, ik krijg nog steeds post. Drie maal dus. Oh en voor de chauffeurs die verder blijven rijden. Ze beloven, die regering althans, dat de voorraden aangevuld zullen blijven. Daarvoor hebben we de chauffeurs hard nodig!

De voormiddag was nog niet voorbij. En nu? Beweging! Maar even niet naar buiten. Het dichtste bij buiten zijn de ramen. Die zijn vuil, heel vuil. Vooral aan de achterkant. Dan maar ramen gelapt. Dubbel gelapt. Dat heb je van al dat fijn stof, het werd zelfs niet door de veelvuldige regen van de afgelopen weken weg gespoeld, wat natuurlijk niet de enige reden is …

De mondmaskers. Die houden me bezig. Ik vraag me af of de mensen die ik ze zie dragen, een aandoening hebben waardoor ze kwetsbaarder zijn voor het virus. Alle begrip. Als het moet en voor de beweging kom ik zelf ook buiten, zij het niet zo lang, maar ik doe het. Zolang er afstand is, ben ik niet ongerust. Gisteren bijvoorbeeld, ben ik even gaan fietsen. In de parken is er wel meer te zien. Als u een bankje kan bemachtigen, is het voor u alleen, tenzij het langer is dan anderhalve meter. Het is niet om te lachen maar ik denk nu spontaan dat ik dan in het midden zou gaan zitten. Plaats genoeg 😉 Tenzij u met mensen onder hetzelfde dak bent, natuurlijk, dan mag u misschien zelfs op elkaars schoot gaan zitten.

’s Morgens is mijn energie op z’n best. Gelukkig dat ik al die dingen dus gedaan heb. Als ik in de namiddag gerust heb (ik voel me ineens heel oud terwijl ik dit schrijf) is de zin voor veel actie er niet zo. Ik had bezoek van de Collega’s vandaag en van kapitein Zeppos. Eindelijk zie ik hem eens. Het was net voor mijn tijd (dus toch nog niet zo oud … ).

Er zit nog een andere blog in mijn hoofd, maar die wil er nog niet uit. Goed, zolang er nog woorden zijn die mogen samenscholen …

Oh ja, ik heb ook nog wat verhaaltjes ingelezen … ik zal ze verzamelen in een aparte rubriek. Hier alvast een begin.

Voorlezen

Aangezien ikzelf niet zoveel praktische dingen kan doen voor een risicopersoon – zelf tot een zekere hoogte risicopersoon en hoofdzakelijk thuis – probeer ik verhaaltjes te lezen. Voorlezen dan wel te verstaan. Het is een begin.

Ik koos voor Toon Tellegen . Ik wil dit verder proberen, ook andere dingen zoals gedichten, een kinderverhaaltje, iets ludieks. Misschien iets dat ik zelf geschreven hebben, als ik durf … Eerst wat oefenen, u mag mijn testpubliek zijn 😉

Hier alvast de eerste uit ‘De ontdekking van de honing’ van Toon Tellegen …

Eerste verhaal

Veel plezier ermee.

De zevendagenweek

Toen hij in de maak was, die onzin die ik hier en daar al eens graag spui, over elke dag van de week, wist ik niet dat mijn agenda er zo leeg zou uitzien. Desalniettemin (zei ik al eens hoe ik van dat woord houd?) geef ik ‘m, integraal. Het rijmt soms, soms niet, er zit helemaal geen structuur in. Het is gewoon een – voor mij nogal normale – kronkel van het brein die zich liet horen:

Het begint met zondag, dan hebt u nog twee dagen tijd om een plekje op een meter afstand van iedereen te gaan zitten en lezen.

Zondag is rustdag, zo wordt gezegd.
Ik zeg niets, schrijf niets, doe wat af en aan, doe niks af en aan.
Het gaat zo zijn/haar gangetje. Plannen worden uitgevoerd, geen plannen worden – natuurlijk – niet uitgevoerd. Wat moet je ermee?
Misschien ligt er nog wat te strijken van gisteren uit de was?
Of zou ik toch al … ? Neen, het is zondag, de perfecte dag om languit voor tv te liggen, zitten, hangen en zonder schuldgevoel te kijken.
Wat zou ik eten vanavond?

Maandag, wat is dat voor een dag,
Nochtans toch al de tweede,
Van de week, van elke week
Fijne week gewenst, al wakker?
Het zou nog wat zijn als ’t een blauwe maandag was,
Bij zo’n grijze echter …
Nog niet klaar voor het volgende
Nog niet klaar met het vorige
Maandag is het plakje beleg van een sandwich
Als je ‘m opendoet plakt het ding maar aan één kant.

Dinsdag vind ik een mooie naam voor een dag.
Niet lui, niet hyper. Net actief genoeg
Met een frisse wakkere toets
Niet meer zo vlak na het weekend
Nog niet uitkijkend naar het volgende
Zo een dag om iets te doen waar ik gisteren nog niet klaar voor was
Nog tijd om het tot woensdag uit te stellen.
Dinsdag is een dag van keuzes
Elke week opnieuw…

Woensdag is de middendag
Drie ervoor en drie erna
Wat gisteren mogelijk was
heeft vandaag haast
denk ik toch.
Het lijkt wel opvuldag,
een beetje dit doen,
dat moet ook nog af
nog wat anders, al aan beginnen
zo in het midden, vis noch vlees .

Je zou toch donder verwachten zo op die vijfde dag,
Misschien dat het in Keulen nog wel eens gebeuren mag
Dan toch niet zo’n misse naam
Toch, zover na die keuzes en dat uitstellen
Het moet, ik doe het, voilà!
Deze dag, zo net nog geen weekend
Vandaag is de verplichting alleen van mij
Morgen is vandaag voorbij
Donderdag, dat was je dan.

Eindelijk is het vrijdag, die donderdag voorbij,
Maar wat betekent dat, dat VRIJ, zowel voor u als mij,
Een bijwoord, of een adjectief,
vervoeging van een werkwoord nog wel,
Hoewel ik dat niet werken vind,
Da’s wel privé, dus hier niet van tel …
De ene zit al in de stress, wat te kiezen, ik ben al moe!
De andere laat het lekker hangen
De sofa draagt ‘m wel. Doet niet mee aan dat gedoe.
En als het er dan toch van komt, genieten dubbel hard
Die vrijdag, actief of net passief, het is een dag apart.

Zaterdag is het druk, zo’n dag dat alles wat niet gebeurd is voor morgen nog moet.
Echt veel te doen. Boodschappen, hobby’s van deze en/of andere, de was, misschien al de strijk, krant alvast wat lezen, opruimen, poetsen want de poetsvrouw/man heeft misschien last van Corona (de bitch), klusjes, hebt u de lente al gevoeld?, auto wassen, …
Ik sta erbij en ik kijk er naar. Soms doe ik zelfs mee.

Natuurlijk slaat dit alles nergens meer op na het nieuws van gisteren, dat waarschijnlijk om de halve dag of meer nog verandert. Alvast goede moed en binnenshuis relativeringsvermogen.

Hopelijk brengt deze onzin een beetje verlichting. Wat kan u afleiden?