Want ik kies liever zelf hoe diep ik in het water sta.

De jeugd van tegenwoordig en ons klimaat.

„De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, veracht alle gezag, toont geen respect en praat wanneer ze zou moeten werken. De jongeren staan niet op wanneer ouderen binnenkomen, ze spreken hun ouders tegen, kletsen in gezelschap, schrokken hun eten naar binnen en tiranniseren hun leraren.” Socrates (469 v.Chr. – 399 v.Christus) …

 

Niets nieuws onder zon dus, zou je denken …

Ik lees de laatste tijd veel kritiek op de meisjes die spijbelen en zo de inmiddels internationale klimaatactie op gang getrokken hebben. Het staat iedereen natuurlijk vrij hierover een menig te hebben, spijbelen of niet?

Er is wel iets dat me ergert aan sommige reacties, niet aan de mensen op zich – ik heb ook geen kant en klaar antwoord op wat te doen met het klimaat – wel op het helemaal uit het verband trekken van waarover het echt gaat, nl. deze regering op hun verantwoordelijkheden wijzen, en vervolgens heel ‘volwassen’ reageren.

Dat heeft niets te maken met wat wij vroeger deden en hoe wij leefden. Er is namelijk een groot verschil met ‘vroeger’, dat was het altijd al. In de tijdsgeest waarin je groot wordt, zijn de dingen die er zijn en niets anders. Daaruit kan je kiezen. Wij konden sommige dingen niet kiezen omdat het er gewoonweg niet was. Dat valt de jeugd van vandaag toch niet verwijten!

Toen we naar school gingen met de fiets, was dat vooral omdat het veilig genoeg was, geen kinderdieven onderweg, en als die er al waren, we gingen nooit alleen, we wachtten op elkaar om samen te fietsen. Geen ratwedstrijd-toestanden, niet dat ik me kan herinneren, alles leek zijn natuurlijke gang te gaan. Of dacht u dat onze ouders ons welzijn niet op de eerste plaats zouden zetten?

Wanneer we tv keken, een uurtje of twee misschien per dag, was dat omdat er niet zoveel aanbod was. Wanneer we buiten speelden, was dat omwille van … dat beperkt aanbod op tv. Overigens had niemand een laptop. Waaruit zouden gekozen hebben? Uit ‘terug naar de toekomst?’ en wat we nu hebben? Het bestond gewoonweg niet! Waarom zouden we dan onze jeugd vergelijken met de huidige? Het wordt helemaal beroerd wanneer dit als argument gebruikt wordt tégen de actie die deze jeugd nu onderneemt. Kan ik me permitteren te zeggen/verwijten dat zij ‘de hele tijd’ op hun smartphone tokkelen maar intussen wél zelf eentje hebben en gebruiken? Dat heb ik toch ook te danken aan de jeugd van pak weg een halve generatie geleden met hun innovatieve ideeën?

‘Dat ze eens terug naar school gaan en leren schrijven’ .. Echt? Denkt u echt dat die jeugd, met hun grote mond (joepie overigens) het ene moer kan schelen of je ‘water’ nu zo schrijf(d)t of ‘waater’, of ‘watter’ als dat – waarschijnlijk zwaar vervuilde – vocht tot voorbij hun kin komt? ‘ (en ik ben een taalfreak, echt waar, ik beken)?

Ook al worden er foto’s gedeeld van ‘het vuil dat wordt achter gelaten na een festival, zelfs na een klimaatmars’ en zwaar becommentarieerd. De delers weten vaak niet eens vanwaar die foto’s komen. (U of u, deler van die foto(‘s), hebt u die foto zelf gemaakt dan? Of zelfs de bron van de foto eerst opgezocht?)

Overigens, waren er ‘vroeger’ al acties tegen vervuiling, tegen vergiftiging, tegen winst-en-enkel-winst-belangen … http://verhalen.canvas.be/milieubewustzijn#32826. Dus het protest speelde zeker vroeger ook al.

Wat ik me wel vaak afvraag is of we toen wel genoeg en voldoende lang acties deden, zij die al iets deden. Neen, we spijbelden niet. Dat kwam gewoon niet in ons op. Maar kunnen we de jeugd NU dingen verwijten die wij al dan niet deden? Misschien voelt u zich gekwetst door wat iemand zegt dat de jeugd onze vuiligheid moet opruimen. Zelf zie ik dat als een noodkreet van de jeugd. Ik denk daarover na, ik voel me niet aangevallen. Ik denk erover na hoe we het anders kunnen doen, de tijd kan je toch niet terugkeren. Me verbolgen voelen en naar lieve lust verwijten spuien gaat nog minder helpen. Wat elke donderdag gebeurt is eerder een grootmoedig signaal van onze jeugd om echt vooruit te kijken.

Wat we zelf doen om onze ecologische voetafdruk te verminderen is, hoop ik, vooral een leerproces, een ontwikkeling naar beter dag per dag. Ook al is het niet ieders individuele verantwoordelijkheid om het klimaat te redden. Ik voel het wel voor mezelf aan dat ik mijn ‘ding’ moet doen,  op een manier die het best bij mijn leven past. Het is voor mij geen argument om niets te doen (dat van die individuele verantwoordelijkheid). Ik zal bijv. niet gemakkelijk meelopen met een mars of betoging en dat heeft een heel andere persoonlijke reden dan het flauw of overbodig vinden of laks (‘wat haalt het allemaal uit?’) … Maar wat ik lees en weet en begrijp en waar ik achtersta zal ik delen, in de hoop dat het op zijn minst een belletje doet rinkelen, zowel onderbewust als meer en meer bewust.

Hoe dan ook, ik ben er elke dag mee bezig, de ene dag wat bewuster dan de andere, maar hoe langer ik ermee bezig bent, hoe bewuster ik me er vanzelf word.

Hierbij een voorbeeld van hoe ik ‘bewust’ begon … Het begon met ‘tellen’ hoeveel plastic ik nu effectief ‘sorteer’ en bij het PMD gekieperd wordt. Het schaamrood steeg me echt naar de wangen. Ik had dagelijks er zeker één, maar meestal meer stuks te ‘sorteren’. Nu is het al veel minder.

Misschien besteed ik hier ook wel een blogbericht aan hoewel het voor de lezer niet echt veel nieuws onder zon zal zijn. Er zijn tal van voorbeelden te vinden, waaruit u uw inspiratie kan halen. Ik volg enkele blogs en haal eruit wat ikzelf aantrekkelijk vind om in mijn leven in te passen. Mijn brein wordt er zelfs creatiever van, ook al ben ik de volbloed NIET-praktische persoon in levende lijve 😉.

Denkt u dat de jeugd zwart-wit denkt? Ja, ik ook. Ik was ook ooit jeugd, in ontwikkeling, volwassene wordend, het hoort erbij. Al opgroeiend leert de jeugd wel differentiëren.

Gun hen deze deugd van de jeugd. Het komt vooral NU zo goed van pas, in hun klimaat-spijbelen, brossen voor bossen, …. Blijf hierin zwart wit denken aub, lieve jeugd!

Als u iets wil becommentariëren, argumenteren, informeert u zich tenminste waarover dit echt gaat, dit klimaat-thema. Dat is belangrijk ! Voelt u zich aub niet persoonlijk aangesproken, u bent namelijk die volwassene die al wel gedifferentieerd kan denken, maar ook  die van de jeugd van tegenwoordig kan leren. Profiteer daarvan aub! Naar mijn gevoel is dat ook een deel van hun opvoeding. Zelfstandig leren denken en op een keer als volwassene moeten fungeren is een leerproces. Gun hen dat!

Verwíjt die jeugd AUB niet dat ze voor hun toekomst opkomen en die van uw kinderen en kleinkinderen. Steun hen hierin! In uw eigen ritme en met uw eigen middelen! Vooral, wees fier op deze jeugd! Want ik kies liever zelf hoe diep ik in het water sta. En u?

Gedichtentrilogie – 3

Het gedichtje van dat lichtje (gedichtendag 2019)

Het gedichtje van dat lichtje

dat het nog mag, schijn van de Maan

is weer een ander nieuw berichtje

er zijn nog woorden, ’t is niet gedaan

in het donker daar dat stipje

in het grijs, grote straal

al eens turkoois en zonneschijn

energie met mij aan de haal

van dal tot top en weer naar af

is nù wel heel bekend

zolang de woorden blijven komen

alleen de pen moe, hoe die zo rent

daar dat monster in mijn lijf

heeft er al wel genoeg van gezien

ik zeg ADIEU, tot nooit meer ziens

ga weg gij stomme trien !

m’n wereld wordt weer ruimer

zo’n beetje keer op keer

ook al is die trien er nog

‘k zal toch meer dansen weer

Zo graag nog eens ‘koffie doen’

Weer eten bij de Griek

Soms nog streven, soms echt leven

Liefst zonder de tragiek

Ook moe-e dagen, pijne dagen

Zacht zeurend of intens

Doch brein, hart, en zielenleven

Enkel maar lijf kapot, nooit de hele mens !

AMK

Gedichtentrilogie – 2

Het gedichtje van dat lichtje (gedichtendag 2018)

Het gedichtje, van dat lichtje,

is van vorig jaar en klaar.

Ook al is er nog een lichtje

het is soms niet zomaar

dat lichtje gedichtje

het is al eens wat doffer

van onmacht een keer wat ploffer

moe, moe-er, soms moest

rusten tot ik net niet roest.

soms voor even in dit leven

is genieten een zwaar streven.

er is een grens bij elk mens

zelfs de Geubels respecteert die wens

op ontdekking, ja, ont – dekking

en op trektocht,

in mijn eigen zelfste verkocht,

rare lichtjes, welkom toch,

was ik nooit ziek,

kende ik ze nooit noch

dus alledag, dat het nog mag

gedichtje  aan, schijn van de Maan

zolang ik woorden heb, is ’t niet gedaan.

AMK

Gedichtentrilogie – 1

Goedemorgen / -middag / -avond op deze gedichtendag.

Het is alweer even geleden dat ik nog een bericht deelde. Het schrijven gaat wel zo goed als, onverminderd door. Zoals vaak, veel teveel woorden in mijn hoofd, dat vraagt om orde in de verhalen. Ik ben er dus volop mee bezig. Tussen rusten en actie bijvoorbeeld. Ik had ook een titel ‘Belofte maakt schuld’ (over ‘onder voorbehoud’ dus maak ik niet zoveel beloftes meer). Nog meer van dat dus, maar het ging zo vaak over Mie en die twee anderen. Ik vind mezelf saai worden.

Dan maar over anderen. Ik ben bezig over Uden, waar ik vorige zaterdag was. Het was echt een hele mooie dag, ondanks het grijze dat in de lucht hing.

Een dagje met de 5 M’s. Over die M’s wordt zeker nog verteld. Vandaag, deze ochtend wil ik u ‘verblijden’ met enkele gedichten. Het is misschien wat somber voor wie me helemaal niet kent. Voor mij is dat niet zo. Het gevoel van in een proces te zitten (geen proces in de rechtbank 😉) maakt me meer open, zoekend naar dat eeuwige hunkerende evenwicht.

Een gedichtentrilogie, naar aanleiding van gedichtendag in 2017, in 2018 en vandaag.

Ze komen in verschillende blogs, dat lijkt me overzichtelijker. Hier komt de eerste:

Een gedichtje is een lichtje (gedichtendag 2017 – nog voor de ‘ontdekking’)

Een gedichtje is een lichtje in ons leven van elke dag,

Het is een mooi gekleurde bloem, met op elk blaadje een lach.

Een gedicht is een boeiend verhaal,

Soms een blij, soms droef, soms helaas een fataal.

Een gedichtje is als een schets of tekening, een echt beeld,

Ook als je geen woorden hebt, wordt wat je voelt gedeeld.

Een gedicht is nog een woord, een muzikaal akkoord,

Wat je zo niet kan vertellen, wordt in je gedicht wel gehoord.

Een gedicht is wat je ziet, in een mens, een kind, een volk

Een gedicht is wat je voelt, in elke taal, zonder tolk.

AMK

Wat ik je wens …

Hierbij neem ik plechtig de gelegenheid om te zeggen wat ik ook op 5 augustus zou kunnen zeggen, of 28 mei of zo …

Geniet van alles zonder de reserve van het ‘maar …’ als er geen maar is …

Als je de regen kan voelen,

als je de mist kan beleven,

als je de hitte kan uitzweten,

als je de wolken kan aanschouwen, ook de dikke zwarte en donkergrijze,

als je de wind doorheen jezelf laat razen,

als je te laat was en gewoon de volgende bus neemt,

als je voor het zebrapad uit gewoonte stopt,

als je een traan een traan laat, een hele huilbui toelaat,

als je je lach niet kan inhouden van plezier om een mailtje van drie korte zinnen,

als je de zoveelste chocoladezonde binnen hebt,

als je plannen hebt zonder de reserves van je lijf enzo,

als je die reserves wel hebt en kan inplannen zonder reserves,

als je volop avonturen beleeft en kan delen,

als je schrijft (juij 😊),

als je je goede raad voor jezelf houdt en toepast op jezelf (sorry, een beetje cynisme sta ik mezelf ook dit jaar toe),

als je kan zien wat nodig is en dan nog,

als je liefde kent, vriendschap,

als je jezelf kan en mag zijn,

als je dit en als je dat ….

Als je het allemaal nog weet … (ja, die laatste schrijf ik erbij omwille van een grappig prentje met tekst dat ik ergens onderweg op FB tegenkwam 😉 )

In het kort: ‘Gelukkig Nieuwjaar !’

en ook veel ‘Hart’elijke koekjes en een maan.
zelfs een zwak hart kan wel een kraakje verdragen. Is dat niet geruststellend?

De dingen lopen bijna altijd anders en de ode.

(maw een beetje dit en een beetje dat waardoor niet specifiek een kerstblog 😉)

Met lotgenoten hebben we er het wel eens over de omgang van anderen met ‘ons’. Gelukkig voelen de meesten zich wel gesteund door familie en vrienden. De wrevel die er wel eens bijkomt, ligt volgens mij niet aan onze omgeving of aan onszelf. Het zal waarschijnlijk liggen aan de communicatie die anders wordt (brozer, angstiger, stiller, feller ? …. )

Omdat ik zelf ook ooit niet-patiënt was in de omgeving van een monsterpatiënt ken ik de andere kant ook, heel goed zelfs. Ik herinner me nog dat ik zeer kwaad kon worden, van onmacht! Ik herinner me dat ik heel onbeholpen kon zijn, van onmacht! Ook weet ik nog hoe bang ik soms kon worden. Hoe graag ik vat wilde hebben op deze onvatbare situatie. Stel je voor! Vat willen hebben op de ziekte van iemand anders. Zelfs de dokter had dat niet meer. Het vulde me met negatieve energie. En dat is slopend, uitputtend.

Als ik iets kan zeggen uit die periode dat ik wil doorgeven is het datgene waar ik toen zelf het meeste moeite mee had, maar nu er het meest aan heb in contact met de niet-lotgenoten van mijn omgeving: “Als je vraagt naar mij, luister naar het antwoord en laat mijn verhaal zoals het is.” Het wordt niet beter met vervormen naar iets ‘vatbaar’, het wordt niet beter met veelal goed bedoelde suggesties, het wordt niet beter door angstvallig vrolijk zijn. Aanvaard wat het is en zullen we dan ook eens over wat anders praten?

Nu ga ik er anders mee om. Ik weet dat het ook over andere dingen kan gaan. Ik weet ook dat je mentaal veel minder fragiel bent dan je zou denken. Wat zeker geweten mag zijn, is dat ieder, monster bij zich of niet, zichzelf moet kunnen blijven. De comfortzone is fragiel geworden. Niemand hoeft hier bij in te komen zitten, maar trek me niet ‘vatbaar’ in de jouwe. Laten we gewoon onze eigen tijdelijke en terugkerende, weer tijdelijke comfortzone creëren. Eilandjes van goed voelen, waar geen monster ooit hoeft te komen.

Vertrouwen is hierbij zo belangrijk. Vertrouw erop dat ik, zo niet alles, toch al heel veel weet, me geïnformeerd heb, verhalen van lotgenoten ken, dat ik het zeg als het niet (meer) lukt alleen … Oké, over iets anders vroeg ik toch ?

Wist je al dat ik gek ben van Griekenland ? …

Het is tijd voor mijn Ode.

Ode aan …

… aan de mensen die het volhouden met mij, ook al ben ik buitenbeentje en stiller soms dan stil of trager dan mezelf.

… aan de familie van mij, het botst wel eens, maar familie kent elkaar zoals niemand anders elkaar kent en dat heeft zijn unieke waarde.

… aan de mensen die nu bezig zijn met zoveel mogelijk liefde in praktische daden om te zetten voor andere mensen die ze eerst niet eens kenden.

… aan de vriendinnen verder weg, zoals ooit iemand uitdrukte, wij zijn de ‘Vier M’s’. (ik leg het niet uit …)

… aan de beste vriendin, ze wringt zich (graag?) in alle mogelijke bochten om het iedereen aangenaam te maken.

… aan de mensen met onverwachte mooie wensen voor mij, het werd vorige woensdag (toen ik nog eens te moe was om naar de Griekse les te gaan), mooi samengevat, en deed me aan een – Grieks natuurlijk – liedje denken ‘Ας παν στην ευχή τα παλιά, deze versie vind ik wel een mooie https://www.greeklyrics.gr/stixoi?view=single&tpl_view=lyric&id=9794

… aan degene die me in een boek geworpen heeft dat ik zelf had willen schrijven … eindelijk nog eens een fictie boek.

… aan de dansers die zonder het te vermoeden (of net wel), gewoon mezelf mogen/kunnen zijn, ge weet niet hoe deugd dat doet.

… aan de lotgenoten, ik heb al wat geklaagd, geloof ik, maar ontmoet steeds weer luisterende mensen en dat is echt niet niks.

… aan de hulpverleners in het ziekenhuis. Er bestaat nog speciaal hout en deze mensen zijn daaruit gesneden en mooi gepolijst.

… aan de beetje naïevelingen, echt waar, ik vind het gezond, het sluit je niet af voor anderen, luid of stil, tenminste één kans kan je nemen, geven, bij elk van hen …

… aan alle dappere mensen die de sprong in het duister wagen en ondanks de jacht op hun mens zijn toch volhouden.

… aan de meeste Antwerpenaren, die met deze Limburger toch veel geduld hebben (je mag lachen 😊 )

… aan de mensen die me goede dag zeggen, zomaar op straat. (er was een tijd dat ik – grappig bedoeld – erbij zou zetten ‘je moet het maar durven’ … maar dat durf ik nu niet meer schrijven … ) 

… aan, ik zei het ooit al eens eerder, degenen die opkomen voor de rechten van deze die het niet zelf kunnen, niet zelf mogen, niet zelf durven …

… aan het leven

… dit is natuurlijk nog lang niet af, ode aan iedereen, die ik nu niet bij die-naam of daad noem, als het me toch nog binnenvalt vind ik je wel …

 Ik heb slechts één verzoek, stop a.u.b. met haten. Als alle ‘hatelijke’ mensen weg zijn, misschien blijft dan  alleen de spiegel over? Welk verhaal ga je dan nog vertellen? Naar welk verhaal wil je dan nog luisteren?

Ik ken Jessica, de dakloze vrouw, ik ken de man uit Gambia, zonder zekerheid van verblijven, die ik mocht ontmoeten en me zijn verhaal vertelde, ik ken de jongen uit Irak, gevlucht en gelukkig geholpen hier in België. Ik houd van verhalen. Ode aan de mensen die ze doorleven.

Ik ken nog andere verhalen, niet zo schrijnend en toch. Iedereen heeft haar/zijn eigen verhaal en beleeft het dan ook zo. Ik persoonlijk vind dat veel minder belastend en toch heel voedzaam.

Fijne warme feestdagen en begin met gezond zijn, alles wat volgt wordt een WONDER!

 

Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel 😉.

Studiedag Melanoompunt

Laat ik eens schrijven over de studiedag gisteren, bij Melanoompunt. Het ging door in Herentals. Een grijze miezerige dag, ideaal om lekker warm binnen te zitten en het te hebben over onze rechten als patiënt. Het verkeerd, totaal uit de richting, stappen van het station tot aan de zaak waar de dag doorging, bracht me zelfs onverwacht een portie – nodige – beweging 🙂

Het was een klein groepje. Allemaal in hetzelfde schuitje, mensen met eigen verhalen, mensen die mooiere verhalen verdienen dat deze die ze vertelden. Gisteren was mijn hoog sensitief zijn een zegen. Ik kan de onderliggende toon van verhalen nogal haarfijn aanvoelen.  Ook al zijn we daar allemaal om dezelfde reden, iedereen beleeft het anders en maakt andere dingen mee. Het mag niet bij het vertellen van de verhalen blijven. Daar voelde ik de schrijfkriebel borrelen … (even geparkeerd op het te doen lijstje omwille van andere praktische redenen).

Ik moet zeggen dat ik gisteren ook flink van leer ben gegaan in mijn hart luchten. Ik heb op zijn minst een beetje overdreven. Nog steeds verbaas ik me er dan over mezelf tegen te komen, op een manier die ik niet gewoon ben. Alsof ik iemand anders ben.

Het is geruststellend om te weten dat er zo’n vereniging bestaat, niet alleen om informatie te geven, het is ook een samen zijn, een luisterend oor, raad die zin heeft, en wat me steeds weer treft, jezelf toch kunnen blijven.

De studiedag ging over de Rechten van de patiënt. Er gaat toch nog zoveel fout of de mist in of hoe dan ook, niet zoals het kunnen. Iemand verwoordde dat heel goed, ‘je bent al zo ziek, je hebt al je krachten nodig om beter te worden …’ Haar verder verhaal was nogal schrijnend. Zo heb ik nog meer verhalen gehoord gisteren. Het komt er vaak op neer dat patiënten zich niet echt gehoord voelen als ‘mens’. Je moet nu eenmaal helemaal komen om dat ene onderdeel te laten behandelen. Als andere klachten niet gerelateerd zijn daaraan … ja wat dan? Het leven als chronisch zieke zit vol … ziek zijn, ziekenhuis, dokter, piekeren, ‘flink en sterk zijn’, tegelijkertijd ‘mogen wenen’, ‘mogen het eens minder doen’, … helaas raak ik daar overprikkeld van. Ik weet in deze niet hoe dat voor anderen voelt, maar ik voel dan een massaal geronk en gegons van tegen elkaar op botsende woorden. Er is geen goede verhouding tussen dat wat binnenkomt en dat wat je zelf wil uitdrukken. Tenminste zo voelt het aan. Dan ben ik toch weer het liefst even eenzaat. Alle goede bedoelingen worden overigens ten volle geapprecieerd ook al doe ik dingen anders.

Voorbeeld van een ‘akkefietje’ in communicatie, zoals ik in het ziekenhuis meemaakte: een opmerking zoals ‘Ik vrees dat u geen keuze hebt dan op die dag de afspraak na te komen als u snel geholpen wil worden’ … een beetje met geërgerde stem … komt hard aan als je van ’s morgens vroeg tot kort in de namiddag alleen maar hebt gewacht, op de bloedafname, op de resultaten van het labo, op de baxter, op het weer afkoppelen … en ik zie wat ik zie, die mensen werken keihard, KEIHARD, maar op dat moment? … Ik ben ontploft toen ik weer thuis was.

Naar mijn gevoel kan patiënten-hulp veel beter. Ik denk dat het zowel de patiënten als het hardwerkend personeel ten goede komt. Waaraan het dan ligt? Ik denk zeker niet aan de onwil van betrokken personen (patiënten zelf, verpleging, onthaalpersoneel, zelfs de meeste artsen, …) We kunnen met z’n allen de boze vinger wijzen richting Brussel, eindverantwoordelijke(?), en dan wijzen we er, in dit geval, niet ver langs, om welbekende redenen … (en ik had mezelf nog zo beloofd om niet op uiterlijkheden af te gaan 😉 )

Tegelijkertijd zijn er natuurlijk ook goede dingen, zoals de terugbetaling van enkele immuuntherapieën … helaas niet vanzelfsprekend alles. Ernstig ziek zijn, is meer dan ziek zijn, het brengt je ook ernstig in allerlei andere problemen. Je denkt best niet teveel na, als zieke die zijn/haar krachten zo al bij elkaar probeert te houden, over de winst die naar grote bedrijven (en vaak ook artsen) gaat … Natuurlijk laat ik me behandelen, welke keuze heb ik?

Voor de vereniging Melanoompunt heb ik alleen maar lof. Ze organiseren echt goede dingen. Dat kan niet makkelijk zijn. Bijvoorbeeld de volgende studiedag, in december … contacten met oncologen, die komen spreken, ontmoetingsmomenten, vragenronde, … de catering!

Ze nemen deel aan congressen, zoals het kankercongres in Gent, maar ook in het buitenland … momenteel in Zweden.  Dit zijn mensen die zich hier hard voor inspannen, alles op vrijwillige basis. Er straalt een enorme positieve energie van uit. Ik vind even niet hoe ik dat moet uitdrukken … een we-willen-geen-melanoom-maar-hebben-het-helaas-wel- thuisbasis? Onthoud dan vooral thuisbasis ook al is thuis hier niet bloedverwant gerelateerd.

Kijk maar eens op de website. Verspreiden mag volgens mij, want deze ziekte blijkt toch nog vaak onderschat, de gevolgen van melanoom, de evolutie in therapieën, …

www.Melanoompunt.be en https://www.facebook.com/melanoom.be

Ikzelf heb besloten om toch minstens één keer een tweede mening te vragen. Al zal het dit jaar niet meer zijn. Zoals nog andere dingen, die op het lijstje beland zijn. Ik wil even rust in mijn lijf, in mijn kop (bijna hoofd … ), in mijn woonst (ik zal wel weer aan de opruim gaan) en … we zien wel … al is het sudoku’s invullen … Of een boek lezen … schrijven over lijstjes en het verschil tussen mijn kop- / hoofdgevoel …

De raad van mijn dokter-homeopaat: ‘wees een keer niét bezig met kanker’ … bovenaan mijn te doen lijstje!

(zal wel op facebook verschijnen wat ik dan namiddag ga doen 😉)

Monsterloze bezigheden. Weekend met Kunst.

Vrijdagavond ben ik naar een concert geweest van de zusjes Maria en Elina Markatatou. Dat was in het kader van hun studies, een research project over mandoline muziek.

Heerlijke muziek was dat, een mooi orkest, met een cellospeelster, twee violistes, twee gitaristen en de twee meisjes spelen mandoline en natuurlijk de zanger en zangeres. Hun webiste: www.markatatou.com. Hun Facebookpagina is https://www.facebook.com/maria.markatatou.14?eid=ARBKwimWumUM5SbOEt6Tn2XDF8wo-VF3zRwSTEx12GPhXs0sY4Fqc4ONYXrhiYAYUuQWwOSPBoEmESIo

Daar vindt u veel informatie over het project en andere zaken waarmee zij bezig zijn, beter dan ik het kan vertellen.  De naam van dit project ‘The four traditions of mandolin in Greece’ verwijst naar de verschillende plaatsen met hun tradities en de mandolinemuziek die daaruit voortgevloeid is. Ik probeer hier even te vertalen wat in het Engels op de welkomstfolder staat.

De mandoline, een muziekinstrument dat de lokale muziektraditie uitdrukt, verschijnt in Griekenland aan het einde van de negentiende eeuw en is verbonden met vier verschillende tradities. Deze van Klein-Azië, Athene, de Ionische eilanden en van Kreta (de zusjes zijn van Kreta). Door de geografische ligging vormt Griekenland een cultureel kruispunt.

Meer door het feit dat Griekenland door verschillende overheersers werd gedomineerd (Italië, Frankrijk, Engeland, het Ottomaanse rijk, Duitsland) voor meer dan vier eeuwen, dreef het naar een tweezijdig osmose. Daardoor kan de diversiteit van die invloeden en het samenvoegen van al deze verschillende culturen ook gezien worden in de muziek.

Als resultaat heeft het repertoire van de mandoline verschillende kenmerken, getekend door verschillende muzikale tradities: enerzijds een indrukwekkende variatie in ritme, harmonie, komende van muzikale stijlen van Oost- en West-Europa, zowel als verschillende elementen die geleend werden van andere tradities.

Dit project doelt op het vastleggen van de vier tradities van de mandoline in Griekenland. Het doel van dit project is het repertoire ontdekken, documenteren en vastleggen (opnemen); om naar geschiedkundige gebeurtenissen te kijken die invloed hadden op de mandolinemuziek; om een uitgebreide en heldere beschrijving van deze uitgebreide tradities te voorzien.

Er was een vertelster, Nina Basdras, die bij elke traditie die werd voorgesteld een omschrijving gaf, wat de muziek uitdrukte, de streek waaruit dit kwam en de namen van de componisten. Ik moet zeggen dat ik nog wat bijgeleerd heb. Alleen Chadzidakis kende ik.

Ik heb er enorm van genoten. Ook al wonen deze mensen in België, ze hebben hun vaderland toch nog in hun hart en ziel. Het lijkt een collectief geheugen dat niet weg te wissen valt. Je kan ze zo steken in een decor van de jaren ’20. Voorheen heb ik ze nog één keer gezien op het feest van Kappa, in Aartselaar. Op hun website kan je meer vinden over hun project.

Wat ik zo mooi vond (óók zo mooi), is de fijne samenwerking tussen enkele verschillende nationaliteiten die zich samen inzetten voor dit toch wel Griekse project.

Achteraf was er een ontmoeting met alle muzikanten. Heel verfrissend, zo’n enthousiaste jonge mensen te mogen ontmoeten. Ik hoop van harte dat we hier meer van horen. Dit talent mag toch niet verloren gaan. Ook hoop ik dat ze hun doctoraat kunnen halen.

Hun docent, mevrouw Gerda Abts had ook nog veel over hen verteld. Ze zijn naar hier gekomen om muziek te studeren, ze werken hier ook om in hun levensonderhoud te voorzien. Ik heb een van hen al wel eens gezien in Het Griekse Huis. Vraag niet wie want ze zijn elkaars spiegelbeeld. Ze botsen, zoals waarschijnlijk veel muzikanten en kunstenaars, tegen obstakels, vooral financiële, bv. een cd maken (opnemen, bewerken, branden) kost veel geld en hun muziek is echt van die aard dat het goed zou verkopen. Ik hoop alleszins hen snel weer te zien. Kijk naar hun website, daar staat veel meer in dan ik kan vertellen (maar de schreef ik al). Mij hebben ze in elk geval begeesterd. Heel blij dat de lijst Griekse muzikanten, die ik graag hoor, langer wordt door hen.

En nu ik toch bezig ben, neem ook eens een kijkje op deze site, de docente van de mandolinespeelsters, behoorlijk indrukwekkend! http://www.gevoeligesnaar.be/text/NEDhome.html

Gisteren waren Margriet en Maike hier op bezoek. Het is heel fijn geweest. Ik ben blij dat ze hier geraakt zijn, want het was echt wel flink aan het regenen. En dat heeft nog lang geduurd. Wandelen in het park hebben we niet gedaan, noch hier in de buurt. Het was wel gezellig vond ik. Nu kon ik nog eens bougatsa bakken, een van de weinige dingen die ik een beetje kan in de keuken … maar nog niet helemaal volgens de regels van de Griekse bakkunst. Het deeg dat ik gebruikte mag dan wel het label bio dragen, maar ik koop het toch nog kant en klaar. Waarschijnlijk, met mijn keukenprinseservaringen, is dat de beste optie 😉. De rest is helemaal volgens het recept uit een authentiek Grieks kookboek (dat ik niet uitleen).

We zijn daarna bij Morfo gaan eten. Het was wel lekker, speciale gerechten: mezzè, ik zou zeggen mezzè special (wat haar inspiratie haar ingeeft met de ingrediënten die ze in huis heeft),  risotto portobello en scampi kritharakia, elk gerecht heel mooi gepresenteerd, bijna zonde om op te eten. Dat hebben we toch maar gedaan en het was heel lekker. Morfo en Maike kennen elkaar, min of meer. Ze hebben in dezelfde periode op dezelfde school gezeten in Genk. Beiden kunstenaars, goed te zien, ook al zou niet onmiddellijk duidelijk zijn in welke kunst. Kunst uit zich ook in andere dingen dan in datgene waarmee ze bezig zijn.

Bij Morfo heb ik elke keer lekker gegeten, lekker eten gehaald. Ik laat het aan u om zelf te ontdekken en te waarderen. https://www.morfo-berchem.be/ En als u hier eens langs gaat, contacteer me. Als ik kan, ga ik graag mee …

Ik ben geen ervaren schrijver over voedsel of eethuisjes of allebei, noch over muziek maar ik deel wel graag mijn ervaringen, zeker als het positieve ervaringen zijn, over authentieke mensen die altijd wel anderen kunnen begeesteren en aanspreken. Gewoon zichzelf zijn en dat tonen.

Een mooi weekend in de Kunst.

(voor de foto’s, ze zijn niet van goede kwaliteit, waarvoor mijn excuses)

 

Huis Klaas

Het is al twee weken geleden dat het Dag tegen kanker was. In waarschijnlijk wel alle ziekenhuizen waren er initiatieven voor kankerpatiënten.

Ikzelf werd tijdens een van mijn revalidatiesessies uitgenodigd om te mee te doen met een kunstwerkproject. Dat ging door in Huis Klaas. Wat Huis Klaas is kan u googelen.

Ikzelf heb dit alvast gevonden https://www.kanker.be/huis-klaas

https://dwars.be/nl/artikel/de-shop-zonder-kassa

https://radio2.be/antwerpen/gratis-winkel-voor-kankerpatienten-in-antwerpen

https://atv.be/nieuws/video-winkel-zonder-kassa-voor-patienten-met-kanker-43626

Het is een heel mooi initiatief. Ik ben in augustus de eerste keer daar geweest. Toen was er een fijn event in Huis Klaas, een Summer break met workshops Afrikaanse sjaals knopen, een live salsa band, een make-up artiest, … lekkere hapjes/drankjes, babbels met bubbels en shoppen.

Ik was behoorlijk onder de indruk. Het Huis is vrij groot, is heel fijn gelegen, een oase van rust en zuurstof naast het Sint-Vincentius-ziekenhuis (rechts ervan als je naar het ziekenhuis kijkt).

De shop zelf is heel mooi. Echt heel mooi. De naam boetiek zeker waardig. Hele mooie kleding, voor elke maat en naar velen hun smaak, ook kinderkleding.

Er staan ook boeken, speelgoed, kinderboeken, … Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om wat dingen daar af te geven. Steeds met ontspulling bezig zijnde, vond ik dat wel een fijne bestemming voor de kinderboeken die ik al een hele tijd niet meer gebruikte in de praktijk en hier thuis stof lagen te vergaren.

In Huis Klaas is dat gratis voor de kankerpatiënten van de GZA ziekenhuizen. Het draait op vrijwilligerswerk en daarom alleen al heel bewonderenswaardig.

Terug naar de reden waarom ik dit hier schrijf. Op die achttiende oktober, konden kankerpatiënten (en vrienden/familie) meedoen aan twee kunstprojecten – workshops.

Een workshop met Ileana Mariotto, een collage artieste die werkt met materialen als oude kranten en glossy magazines, in de voormiddag. Twee workshops (voor- en namiddag) keramiek met Magda Van Holsbeeck  https://www.keramiekmagda.com

Ik deed mee met de eerste, de collage artieste. Ik denk dat ik hier niet veel woorden voor heb, ze zullen waarschijnlijk niet bestaan, voor de echtheid, de passie, de – ik durf bijna zeggen – furie die ze uitstraalde. Ze vertelde wat over haar leven, wie ze was, hoe ze in Antwerpen is geraakt, hoe ze tot deze manier van kunst beleven is gekomen en ze heeft mooie, hele mooie, zonder overdrijven, waanzinnig mooie werken getoond. Dit is haar website: http://www.ileanamariotto.com/

Ze legde uit hoe ze werkt, dat ze alles wat papier is verzamelt, vooral magazines, dat ze artikels gebruikt over een bepaald persoon om er bv. de neus mee te vormen voor die persoon waaraan ze werkt (het portret).

En dan mochten we zelf aan de slag. We waren met zessen. We kregen een thema waarrond we werkten, de zee met strand, zee, horizon en lucht. Ileana had zelf een voorbeeld gemaakt en meegenomen, alsook de magazines, het plaatje waarop we ons kunstwerk konden maken, lijm, scharen, borstels om te lijmen, … het zag er echt heel professioneel uit.

Ik ben een ongelofelijke kluns als het op fijne motoriek aankomt, ook semifijne … Dus vond ik het vrij lastig om te beginnen. Op een bepaald moment had ik toch een beeld (en teveel woorden) in mijn hoofd en zocht ik de kleuren die ik nodig had om voor te stellen wat ik – niet alleen in de monsterperiode – voel, voelde, nog wel zal voelen. Zoveel dagen later, nu ik het dagelijks op mijn rek zie staan, kom ik ook tot een compositie van woorden hierover. (dagboekfragmentje)

Intussen werden we verwend met gebakjes (zelf gebakken), koffie, thee, water, … achteraf kregen we broodjes en werd er nog nagepraat.

Dit werd mijn kunstwerkje, opborrelde terwijl ik bezig was. (zie foto hierboven, ik maak misschien nog wel een betere, maar zo’n beetje vaag voelt comfortabel nu).

Het werkt wel therapeutisch en vooral – in het klein – grensverleggend. Ik zal heus niet de enige zijn met donkere dagen, een vast gewrongen binnenste en vooral op zoek naar een streepje licht om te volgen. Het was ook een openbarende dag, dingen moeten soms gewoon naar boven komen. Dit was voor mij zo spontaan gekomen, na dat aarzelend begin, dat het niet zwaar meer woog. Het was er gewoon en het mocht. De uitweg, dat streepje licht zal er altijd zijn, het zien als het er is, dat is misschien iets dat ik kan aanbevelen.

Wat ik dacht, ergens bij het uur verzetten  (winteruur, zomeruur), ging niet rechtstreeks over die dag, dat moment, maar deed me er wel aan denken.

Dagboekfragmentje:

Maandag 29/10/2018 18u. Het is al pikdonker. Eergisteren op dit uur was het 19u. Het cocoonen kan beginnen. Vroeger als kind heb ik veel verhalen geschreven en gelezen. De gelezen verhalen  stonden in boeken, kinderboeken. De geschreven verhalen zitten nog in mijn hoofd. Ergens. Dromer ben ik. Soms denk ik, arrogante ik, dat ik te slim ben voor mijn eigen goed. Natuurlijk is dat niet, maar ik ben wel een ongelooflijke binnenvetter.

Ik weet het zeker niet, maar worden het naar de westerse maatstaven IQ en de moderne, onwaarschijnlijk onnatuurlijke evenwichten met het EQ niet te hard gepromoot? Zeer waarschijnlijk omdat de psyche een algemeen goed-in-gevaar geworden is en daardoor hard gecommercialiseerd moet worden. Etiketten kleven en je daardoor slecht voelen. Maar uit ervaring weet ik ook dat de zgn. etiketten ook de weg naar hulp openen en dan weer wel goed zijn voor het welbevinden. Het is maar hoe je het aanbrengt.

Zo’n dingen spoken door mijn hoofd. Gelukkig gaan ze ook weer weg, zoals de monologen.

Het wil zeggen dat het binnen in mij nog goed zwart ziet. Maar dat kunstwerk toont wel (het kwam vanuit mijn buikgevoel, wel nogal onhandig in elkaar geflanst) dat het zwart in mij niet enkel roetzwart is, of anders moet ik toch mijn verwarmingsketel maar eens laten onderhouden 😉. Neen of ja, wat je kiest, alle gekheid op dat nooit breekbare stokje, er is licht, er is zeker nog appelblauwzeegroen. Mijn aller aller lievelingskleur. Doet me ineens aan een gedicht denken dat ik ooit schreef …  

Als bij al, houd ik van dit seizoen. Verderop wordt het me waarschijnlijk te donker, maar nu vind ik het prima, zeker na zo’n hete lange voor mij te bedrukkende zomer. Voilà.

Genoeg serieus, zelfs op 1 november.

Het mooie is dat er ideeën naar boven kwamen om samen onze schouders onder te zetten. Ook al ben ik een beetje buitenbeentje – ik denk dat ik de enige melanoompatiënt ben, tussen lotgenoten met een andere vorm – toch kwam dat idee bij enkelen van ons gelijktijdig naar boven. Dit wordt hopelijk echt vervolgd …  en dan hoort u het ook want dat is wel de bedoeling …

Het sjaalverhaal.

(omdat het andere verhaal dat ik wilde vertellen, niet goed vordert … komt nog wel én omdat het niet altijd monsterlijk moet zijn zelfs niet bij Halloween).

Met de ‘plotse’ koude van afgelopen weekend haalde ik een van mijn eigen creaties boven, een sjaal! Deze sjaal had eerst een hele andere bestemming. In een nog zeldzame poging om zelf een kledingstuk te maken, had ik op een keer een haakpatronenboekje gekocht. Er stonden echt wel mooie dingen in, voor de winter. Truien, sjalen, mutsen, handschoenen, wanten en … gehaakte kleedjes. Heel mooi, vond ik. Helemaal iets voor mij, ook al ben ik bijna totaal niet modebewust, ik houd toch van een zekere manier van kleden. Meestal houd bij makkelijke kleding, jeans en t-shirt of trui of zo …

Dat kleed dus … het bovenstuk was helemaal zwart, tot net onder taille en van daaruit – de rok – zwart en gekleurd, waarvoor lapjes gehaakt werden die achteraf aan elkaar gezet werden en dan vastgemaakt aan dat bovenstuk. Die rok, daar was ik mee begonnen. Dat deel was ook afgeraakt. De rest … helaas … niet! Excuses te over natuurlijk, hoe gaat dat als je iets niet afmaakt, … geen tijd, aan het werk, teveel niezen (ik nies echt veel) door die wol en de pijnlijke gewrichten van mijn polsen dan, …

Intussen zat ik daar met die rok … de winter werd harder en op een keer vond ik zo maar vanzelf het idee om die als sjaal te gebruiken. Het was niet zo vast dicht gehaakt, zou dus ook niet zo’n verstikkend gevoel geven dat sjaals bij mij wel eens doen en wel warm genoeg.

Ik vind het nog een vrij deftige sjaal.

Ooit had ik een andere sjaal, helaas daar heb ik geen foto meer van, wel een verhaal.

Een hele tijd geleden, ik woonde nog niet in Antwerpen en had ook nog geen verhuisplannen, was ik aan de brei. Een van mijn ‘projecten’ toen was een hele lange sjaal te breien om zo alle kleine restjes wol op te gebruiken. Of was de sjaal er pardoes gekomen door die restjes wol aan elkaar te breien? Dat is me niet meer duidelijk. Wat wel helder was, is dat de sjaal héél lang werd. De wol was op. Hoera, niets moeten weggooien.

Ik denk dat er niet genoeg kleuren zijn in de regenboog om te tonen hoe – waarschijnlijk schreeuwend – kleurrijk die sjaal was. Ik had hem in de winter altijd aan, op de fiets of te voet. Dat was lekker warm. Alleen … ik zag er waarschijnlijk ook niet uit. Dit is wat ik ermee meemaakte:

Het gebeurde tijdens de winter solden-tijd toen ik nog in Hasselt woonde. Ik houd helemaal niet zo van dat slenteren dat shoppen met zich meebrengt, maar op een keer is het wel nodig en dan is de solden wel een handige tijd om te gaan shoppen (oeps een Engels woord).

Zoals op vele plaatsen hadden vele winkels bewakingsagenten tijdens die drukke dagen. Het was in de Hema. Ik had al het een en ander gekocht en dus enkele zakjes bij (tegenwoordig neem ik zoveel mogelijk herbruikbare zakken mee àls ik al ga shoppen (shoppen zie ik hier als ‘op kledings- en aanverwantenjacht in tegenstelling tot winkelen, wat ik meermaals per week doe, brood, fruit, … enzo).

Raar ingepakt tegen de kou, mijn handtas schuin rond mij hangen, over mijn halfopen jas, want winkel in was het warm, winkel uit weer fris, tasjes in mijn handen én die sjaal slordig rond mijn hals bengelen ging ik de Hema binnen. Soms neem ik al eens iets vast in een winkel, goed bekijken van een product, het etiket lezen, de kleur bekijken, de prijs, … dan zet ik die tasjes even neer. Het waren papieren tasjes,  die als je ze neerzet open staan met de handvatten rechtop. Als je wil kan je er ‘per ongeluk’ iets in laten vallen. Wat ik niét deed! Ook niet expres.

Het duurde niet lang of ik had individuele aandacht van de bewakingsagent. Onrustig word ik ervan als ik bekeken word tijdens het winkelen/shoppen. Deze volgde mij bijna op de voet rij in rij uit. Eén keer heb ik eens geglimlacht naar hem bij wijze van groet en ging mijn zgn. zoektocht verder naar ik-wist-niet-meer-wat. Hij bleef mij achtervolgen. En toen begon het bij mij te kriebelen.  Ik voelde me geplaagd en dan wil ik terug plagen. Dus ging ik rij per rij, op mijn duizendste gemak, mijn tasjes neerzetten, iets vastpakken, bekijken, terug zetten, tot helemaal achter in de winkel. Intussen zo af en toe hardop denkend, ‘zou ik dit nu meenemen of niet?’

Daar, vanachter bij de laatste rij, stond hij, trouw, dat mag ik wel zeggen, (half)rond te kijken, in mijn richting, toen ik dacht hardop, terwijl ik het laatste ding dat ik niet zou kopen weer neerzette, ‘Neen, toch maar niet, hopelijk werd er intussen vooraan in de winkel niets gestolen….’  Kordaat, zoals ik soms wel kan zijn, pakte ik mijn tasjes op, die tasjes waar niets per ongeluk noch expres, was in gevallen en stapte naar buiten. Daar deed ik mijn jas pas weer dicht.

Ik heb het niet gevraagd, zo nieuwsgierig was ik niet, waarom die man me tot achteraan in de winkel volgde. Voor zover ik kon zien was hij toen alleen, er kon vooraan van alles gebeuren. Wel weet ik dat je er niet al te raar mag uitzien als je gaat shoppen. Ik had nog wel zo’n warme kleurrijke unieke sjaal.