Mijmeringen

Intermezzo tussen twee reisverslagen van de reis van toen. Weldra weer het vervolg. De beloofde hitte heeft me naar zee gedreven. In het nu verfrissing gevonden.

Schaduw opzoeken en verfrissing, wandelen als afwisseling. 

Voeten te water laten, zandtenen krijgen, ook de regen is welkom
laat Aarde toch doen. Die zorgt voor ons, waarom kunnen mensen niet zwijgen?

Ik los die gedachte en wandel nog even, daarna een ontbijt*.
Dan een verhaal om mee te beleven. De zeemeeuw van Oostende,
die Ensor ook kende, vertelt nu van de Visserij**,
waar vissers de wereld verkenden.

Dan weer op wandel, er zijn ook gaanderijen, met foto’s*** zo mooi.
Een hobby erbij, dat kriebelt toch wel
van de camera, de wereld zijn prooi

Koelte in het park, bankje onder boom
met zicht op een vijver en duiven zonder schroom.

Nog één vroege ochtend, de zeewind Beau Fort
de golven die kletsen de strekdam van voor
de dijk nog niet wakker, zondag voorbij.
Aan ’t klein strand geen foto-gym ,
de zeehonden blijven weg, dat is toch slim?

Intussen (waarvan?), vraag ik weer me af,
dan rijst weer dat lied, soms sta ik paf
waarom, oh waarom woon ik hier niet?
  • * tip voor wie graag eens ‘op een ander’ ontbijt of luncht of … : Coffee Dream in Oostende, Kapellestraat 107
  • ** dit is een magisch mooi lichtspektakel (https://www.oostendevisserij.be/) in de Domenicanenkerk, Christinastraat 95 Oostende
  • *** fotograaf: Charles Fabry, de QR-code leidt je naar zijn Instagramaccount

AMK

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 09

De kamers die de restaurantuitbater ons had aanbevolen, bevallen ons prima en we boeken daar nog twee nachten.

Samothraki zelf is een prachtig klein eilandje. Het weer slaat ook om en het wordt zonniger, nog niet zo warm maar het regent ten minste niet meer.

De taxichauffeur van gisteren brengt ons tot Loutra en vandaar gaan we eerst naar de Fengari-berg (Fengari = maan) en klimmen een heel stukje tot we geen pad meer vinden om verder te gaan. Aangezien we niet zo ervaren bergbeklimmers zijn en geen kenner bijhebben, gaan we braafjes terug. Aan de voet is er een waterval met heldere beekjes. Ik kan het niet nalaten om daar mijn dorst te lessen. 

Om twee uur stipt, zoals afgesproken staat hij daar weer om ons op te pikken. Hij vertelt over het eiland en stopt op allerlei plaatsjes om aan ons te tonen. Hij geeft ook nog tips van dingen die we zeker moeten doen en bekijken. 

We maken een wandelingetje door Chora, een klein dorp op 6 km van het havenstadje Kamariotissa, waar we verblijven. Daar wacht hij en brengt ons naar Lakoma, een plaatsje  zuidwest van Samothraki.  Van hier wandelen we naar Pachi Ammos. Een fikse wandeling bergop en bergaf, die twee uren duurt. De beloning is geweldig. Een diepblauwe zee, een prachtig zandstrand en een bruisende witte branding. Er staat een klein hotelletje en de eigenaar is er net bezig in orde te zetten voor de zomertoeristen. Hij babbelt wat met ons, biedt ons een coca-cola aan en een uurtje later brengt hij ons met zijn wagen terug naar Kamariotissa, onderweg toont hij ons zijn dorp Profitis Ilias. Vandaar hebben we een mooi zicht over Kamariotissa en Lakoma.

AMK

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 08

Vrijdag, 8 april 1994

Het is gelukt de auto in te leveren en we halen onze bus nog naar Alexandroupoli. In Kavala pauzeert de chauffeur even. Het is mooi om het landschap te bekijken zonder te hoeven rijden. We eten en drinken iets en gaan weer verder. In Alexandroupoli aangekomen zoeken we de haven en kopen boottickets naar Samothraki. Er is nog wat tijd voor vertrek en we drinken een koffie. Wanneer we opstappen, regent het pijpestelen, echt zonder stoppen maar we moeten erdoor of we missen de boot. 

Onze rugzakken vinden dat niet leuk maar ik heb er wat op gevonden. Doe je rugzak aan, de kap van je regenvest (K-Way bijvoorbeeld, toen nog niet zo duur) over je hoofd en de rest van je vest over de rugzak en ze blijft droog.  De storm blijft duren.  De boot gaat hoog op en neer en regen of niet, ik moet buiten op het dek blijven om niet al te ziek te worden. 

Aangekomen op Samothraki (vanuit Alexandroupoli : 2,5 uren) besluiten we een taxi te nemen omdat we zo moe, zo ziek en toch zo hongerig zijn. Nog eens te voet door die regen zien we niet meer zitten. De taxichauffeur stopt aan twee hotelletjes en gaat voor ons kijken of ze open zijn. Er is eentje open. Daar blijven we een nacht en dan zullen morgen zien. Gauw onder de douche, verse kleren aan (vooral droge) en op zoek naar eten. De eigenaar van het restaurant, waar we gaan, kent iemand die kamers verhuurt en daar kunnen we de volgende dag gaan kijken. Heel fijn hoe we geholpen worden. Dit wordt ons ‘stamrestaurant’. (Zou het nog bestaan? Ik ben helaas de naam vergeten.)

AMK

Vandaag enkel deze foto.

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 07

Donderdag, 7 april 1994

We reizen naar Filippi.  Deze site is gewoon geweldig.  Al door zijn grootte, maar ook door de nog tamelijk goede staat. Veel verbeelding heb ik niet nodig. Ik sta daarbij, terug in de tijd, op de eerste en de laatste rij van het theater, op het forum kies ik het beste fruit, en ik maak pseudogebruik van de openbare toiletten. Ik wil Sint Paulus uit zijn gevangenis bevrijden en in de basilica luister ik naar een grootse toespraak.

We rijden weer verder, naar Xanthi. In Dhrama stoppen we om te eten. We vinden een Goody’s, een soort Griekse Mac Donalds, denk ik. Zo’n westerse hamburger smaakt ook wel en ik heb een bounty cadeau gekregen, voor onderweg.

In Xanthi merk je de invloed van de Turken heel goed. Hier leeft ook een Turkse gemeenschap en vanaf hier naar de Turkse grens zal ik nog veel minaretten zien.

Er is het klooster Panagia, even buiten het centrum. Hiervoor moeten we wel een stukje klimmen met de wagen. Die haalt het gelukkig wel, we hebben nl. het kleinste model gehuurd dat er was. Het is wel de moeite van het rijden. Het zicht is fantastisch. Hier zien we de kronkelweg met haarspeldbochten pas goed tussen de bomen en de struiken. In het klooster waakt een hond. Een vriendelijke zuster laat ons binnen in de kerk van het klooster en we mogen daar ook een kaarsje branden.

Daarna snel terug naar Thessaloniki want we moeten onze auto terug inleveren.  We zijn net te laat.  Het kantoor is dicht.  De volgende dag kunnen we ook nog.

AMK

Reis naar Noord-Griekenland – april 1994 – 06

Woensdag, 6 april 1994

Kavala is ook prachtig. De Byzantijnse citadel staat stoer op de top van de stad en er vertrekt het aquaduct  door de Turken gebouwd. We willen de citadel bezoeken. Ik vraag aan iedereen in de buurt wie de sleutel heeft.  Wanneer ik het huis van de sleutelbewaarder gevonden heb, blijkt die man niet thuis te zijn. We kunnen door een spleetje tussen de deur en de muur toch nog zien dat het zeer indrukwekkend moet geweest zijn.

De Imaret is een groot gebouw, vroeger bestemd voor studenten theologie, maar nu als restaurant-bar ingericht. Het zou oorspronkelijk tot de Egyptische pasja Mehmet Ali behoord hebben en deed dienst als armenhuis. 

Een beetje verder staat het huis van Mehmet Ali. We kunnen er niet binnen maar een verdieping zou behoord hebben tot zijn harem. Het huis is mooi gelegen. Voor zijn huis staat een beeld van hem te paard.

Een fikse regenbui doet ons het nabije kerkje binnenlopen. Daar branden we weer een kaarsje. De koster toont ons waar we de kaarsjes kunnen vinden. Hij stelt vragen; van waar we zijn, wat we komen doen hier en waar ik Grieks heb leren spreken. In de avondschool. We gaan weer verder. Kaló taxídi.

AMK

  • van deze foto vind ik geen nota’s meer. Via Google vind ik op een – prachtige – site over welke kerk het gaat. U vindt veel meer heden-daagse foto’s.

Reis naar Noord-Griekenland – april 1994 – 04 en 05

Maandag, 4 april 1994

We vertrekken naar Naoussa en stoppen eerst in Lefkadia maar het is maandag en de tombes mogen niet bezocht worden. Maandag is sluitingsdag.  Niet getreurd, op naar Naoussa waar we een hotel vinden in het midden van een natuurgebied met waterval en watervalletjes, beekjes en bomen waaronder het in de zomer heerlijk koel moet zijn.

In Naoussa

We willen dan het wijnhuis van Boutari bezoeken maar dat is nog gesloten.  We hebben wel wat pech.

Verder geen foto’s. Het maakt me een beetje nostalgisch. Wat waren we gewoon blij met wat lukte en er dan één exemplaar van konden koesteren.

Dinsdag, 5 april 1994

Na het ontbijt gaan we terug naar Lefkadia. Nu zijn er archeologen aan het werk. Een van hen laat ons binnen in de graven en gidst ons. Het is echt prachtig, een privé-gids die ons alles laat zien, wat normaal niet toegelaten is. We lopen zomaar – voorzichtig weliswaar – IN de graven rond.  Hij legt alles uit in het Grieks. Ik vertaal wat ik versta en vul aan wat ik niet versta.  We bedanken hem uitvoerig en gaan dan richting Veria. Daar regent het pijpenstelen. Na een korte stop in Veria zijn we weer weg (de foto hierboven is vanaf het plein waar we zaten, zicht op Sint Antoniuskerk). In Vergina bezoeken we nog twee Macedonische graven, waarvan één tot Philippus II behoorde.  Hier zijn verschillende voorwerpen gevonden die erop wijzen dat dat graf van Philippus was. 

In restaurant ‘Vergina’ kort bij de weg eten we weer tot we niet meer kunnen.  Een bus Duitse toeristen komt binnen.  De groepsleider is een doorwinterde (of doorzomerde) gids in Griekenland.  Hij vertelt ons dat we best niet naar de Olympusberg gaan.  We zijn het nog steeds van plan maar goede raad van een echte kenner sla je niet in de wind.  In deze periode van het jaar kan ineens de mist je overvallen en dan kan je niet meer terug.  Trouwens – en nu komen we het te weten – de weg is nog steeds versperd door boeren met hun tractoren.   Je kan er gewoon niet doorheen.  Wie naar Athene wil zal door de bergen moeten rijden, via Kozani. Is er in Griekenland ook een mestdecreet?

Dan maar verstandig zijn en naar de volgende plaats. We rijden richting Kavala.  Daar zullen we overnachten. Onderweg blijft het regenen en regenen en als er geen bergen waren, zou ik me in België wanen.  

Raar maar nu ik weer lees en de foto’s weer zie, merk ik dat ik van deze dag ook geen foto’s heb op die hierboven na. Ik vermoed dat het niet mocht bij de graven in Lefkadia noch in Vergina.

AMK

Klaprozen onderweg

Nog steeds onderweg (om de zes weken 'maar')

Om halfzeven sta ik op
ik ben wat vroeg doe het toch
eerst de douche en dan ontbijt
kleren aan er is nog tijd
met bus te voet? Het is geen vraag
nog koel genoeg ik stap wat traag

Daar aangekomen meld me aan
mag al naar kamer 14 gaan
dat is luxe daar is het stil
even rusten de dag nog pril
en dan weer prik de arm(e)ader
naar de dokter niet veel later

Ik mag weer of is het moeten
vocht gejaagd van hoofd tot voeten
ook de delen tussenin
even pauze voor ik weer begin
na al die jaren werd het sleur
daarom dat ik nog één keer zeur

😊

Om aan te tonen dat iedereen zijn/haar eigen grenzen heeft, wat er ook gaande is – dat maakt niet eens uit. Soms is iemands eigen verhaal genoeg voor één dag.

foto: onderweg naar de baxter zag ik klaprozen.

AMK
morgen weer een reisverhaal.

Reis naar Noord-Griekenland – april 1994 – 03

Zondag, 3 april 1994

De volgende dag naar Prespa. Het is inderdaad een hele rit heen. Goed dat we dat niet in het donker gedaan hebben want wat we zien is niet te beschrijven. De natuur is er zo mooi, bergen met besneeuwde toppen en zoveel groen heb ik in Griekenland nog nooit gezien. Als we uitstappen komen kinderen op ons afgelopen om hun vlinders te tonen die ze gevangen hebben. 

Ook de meren zelf zijn zo mooi. We maken een wandeling langs het meer. We gaan verder en verder, ‘tot het volgende hoekje’, en dan is er weer een hoekje en weer een. Ten slotte keren we toch terug. Geen laatste hoekje. Wel een grotspleet waar je doorheen kan lopen.

’s Namiddags gaan we naar Kastoria. Daar ligt ook nog zo’n prachtig meer. Kastoria betekent bever. Plaats waar bevers wonen, maken we ervan. Van wandelen hebben we nu al veel kaas gegeten en we stappen nog enkele uurtjes stevig door. Ik blijf versteld staan van de mooie natuur.

We blijven nog een nacht in Florina.  

AMK

foto bovenaan: Prespa

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 02

Zaterdag, 2 april 1994

Pella, de geboorteplaats van Alexander de Grote (volgens een of andere bron, werd hij geboren op 22 juli, al ben ik daar niet zeker van) en zijn vader Philippus II. De site is mooi en heeft een boeiend museum, met de beroemde mozaïek de ‘Leeuwenjacht’.

De Leeuwenjacht

Dan willen we naar Litochoro rijden, om daar de volgende dag de Olympusberg te verkennen.  Onderweg vinden we een restaurantje waar we ons buikje vol en rond eten voor een laag prijsje.  We zullen zo nog vele restaurantjes vinden waar we lekker eten en vriendelijk onthaald worden.

Onderweg, dicht bij Katerini, houdt de politie ons tegen. Ik waarschuw mijn vriendinnen dat ik ineens geen woord Grieks meer ken.  Met veel gebaren en twee Engelse woorden, komen we erachter dat de weg versperd is door een tractor. Maar er zijn toch twee wegen naar ‘onze’ berg? Ze zijn beiden versperd.  Er moet dus iets meer aan de hand zijn.  We komen er nog wel achter.  We keren terug en rijden naar Edhessa. Daar zijn er prachtige watervallen, door vele Grieken bezocht en bewonderd. Je kan op enkele plaatsen onder de waterval doorlopen, zonder héél nat te worden. En het ijsje smaakt wel, ook al is het niet zo warm.

We willen de volgende dag naar de Prespa-meren, dus rijden we zo ver mogelijk door. Het is al stevig donker aan het worden als ineens het lampje van de benzinetank aanspringt.  We zitten hier nog in het midden van nergens, geen huis te bespeuren.  We rijden maar verder en ineens zien we een pijl “gasoline, unleaded“. Opluchting alom.  De eigenaar van het tankstation raadt ons aan om in Florina te overnachten omdat het tot Prespa bergachtig is en gevaarlijk om in het donker te rijden.  Zo aangeraden, zo gedaan.  We vinden een sympathiek hotelletje, en weeral zulke vriendelijke mensen.

AMK

foto bovenaan: Uit het museum al had ik toen niet genoteerd, wie dit is, maar hij lijkt wel ‘verdacht’ veel op Alexander de Grote.

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 01

Vrijdag, 1 april 1994

Een prachtige stad met vele herinneringen aan een rijke geschiedenis. Grieken, Byzantijnen, Romeinen, Joden, Turken, Balkanbewoners hebben hier hun stempel gedrukt.  De Witte Toren doet mijn fantasie op hol slaan en ineens sta ik terug in de tijd te kijken naar een bloederige toren die witgekalkt wordt. Bij de Byzantijnse wallen wandel ik van het ene straatje in het andere en overal begroeten de mensen mij ‘kalimèra, kalà eísè ?’ Natuurlijk wel, ‘Mia charà !’. 

Omwalling in Thessaloniki

Ook zijn er nog resten van de Romeinse periode en een Korintische zuil op een Romeinse agora verraadt de creativiteit van de Romeinen.

Standbeelden van Aristotelis, Filippos en anderen.

En dan al die Byzantijnse en andere kerkjes en kerken, waar ik kaarsjes ga branden voor mooi weer. Mijn definitie van mooi weer was in die tijd wel anders. De Agios Dimitrios maakte een diepe indruk op mij.  Hier kwamen vele Grieken om de heilige Dimitrios te aanbidden, die Thessaloniki beschermde tegen gevaren. Zijn heilige olie deed wonderen. Deze kerk heeft prachtige iconen en een mooie architectuur.

Agios Dimitrios

Het archeologisch museum is zeer de moeite waard om bezocht te worden. Allerlei vondsten uit graven van Macedonische koningen zijn hier te bezichtigen o.a. een beeld van het hoofd van Alexander de Grote.

Alexander de Grote

Wordt vervolgd …

AMK