2025 bijna weggeblazen

Net uit de koorts-lappen gewrongen, begeef ik me naar de mails die ik on hold heb gezet. Zo richtte ik me op de antwoorden van organisaties van schrijfwedstrijden waaraan ik in 2025 meedeed:

De tweejaarlijkse Poëziewedstrijd van de stad Oostende.
Ik ben niet bij de gegadigden,  de eerste tien. Die worden vooraf aan de proclamatie verwittigd. Kwestie van de winnaars voor te bereiden en alvast te interviewen. Dat is althans wat ik me herinner van een eerdere proclamatie. Daar was ik ook niet bij de tien eersten, maar was wel bloednerveus…
Wel kreeg ik een uitnodiging om in januari naar de proclamatie te gaan en ik heb die dag alvast vrijgehouden. Vandaar dat ik mijn gedicht hier nog niet neerzet.

Verder deed ik mee aan een wedstrijd van Limnisa (in Griekenland) afgelopen januari. Dat verhaal schrijven was heel fijn. Ik wil het nog eens goed doorlezen en aanpassingen aanbrengen. Het gaat over een Gr… ik ga het nog niet vertellen, al krijg ik – hopelijk constructieve – ideeën bij het lezen van het boek Hera, van Jennifer Saint, om eraan verder te werken. Als ik in januari al bij de winnaars geweest was, wist u het natuurlijk al.

Er zijn nog enkele wedstrijden waaraan ik deelnam. Nu ik er op terugkijk, zijn mijn schrijfsel soms nogal zwaar. Althans, ik denk dat het bij bepaalde mensen als zwaar kan overkomen. Toch vind ik dat iets benoemen, al dan niet in poëtische poging, vooraf gaat aan een positieve draai geven. Misschien mis ik dat vooraf benoemen soms zelfs . Niets is zwart-wit. Zoals dapper zijn bij ziekte noch zielig of plots ‘the wake-up’ call hebben. Ik had het in elk geval geen van allen.
Dat vind je terug in een gedicht dat ik wél zal neerzetten. Een dat ik ook schreef in het kader van de Warmste Week nl. Mystiek ziek. U kent intussen wel allen het thema van dit jaar. Ik kan dit initiatief toejuichen, voor elk thema al blijf ik het jammer vinden dat het zo hard nodig is, terwijl er in arrogante fierheid in het journaal verteld wordt, hoeveel wapens er weer onze normale rechten opsouperen. Dát wringt bij mij.  

Lava in een gesloten vulkaan 

Al jaren in een ander kader van
vermoeiend goede bedoelingen
zelf zwijg ik, ‘k ben al moe genoeg

Andermans ongemak
wie leeft nu met wie mee?
monddood glimlachen

Dertien-in-een-dozijn clichés
en wonderbaarlijk nog meer
‘die van de die heeft dat ook’

Pseudosociaal soms zielig
en toch zo voorbeeldig op
verzwegen verzoek sterk dapper

Zwijgen bij ‘ge ziet er goed uit’
en tussen andere woorden door
zoals ‘da’s toch goed?’ eenzaam

Mezelf maar gij ziet dat niet in
verlaten schaduw waar ik glimlach
als een actrice, zonder roem

Opgesloten lava.

Verder deed ik ook mee aan een bundel met mijn nog niet beroemde lapjeskat. Ik laat dat gedicht nog even op privé staan op Azertyfactor. Na de Warmste Week 2025 heropen ik het. Inmiddels heb ik mijn bundel.

Deze bundel: Dichtregels voor onzichtbare zieken is er intussen. Ik zou het eerder gemeld hebben, doch omwille van de plakkende koortslappen bleef het ergens in de mailbox onder de label ‘te doen’ hangen.
U kan hem nog altijd kopen: https://woordentij.weebly.com/ . Eerst op de link klikken en dan even naar beneden scrollen.

Een beetje verbolgenheid heb ik in de kiem kunnen smoren na het lezen van mijn gedicht dat begon met een overbodig woord, dat ik niet zelf neerzette. De organisatie heeft zich verontschuldigd bij mij. Wie de fout wil vinden, zal wel het boek moeten kopen.

Ik vond nog een tweetal gedichten die ik nergens instuurde. Nog niet.
Een zes-woorden-verhaal dat ik instuurde voor het Grote Dictee, wil ik u niet onthouden:

Alleen Roodkapje had een grote mond.

Ik was niet bij de gegadigden, die dan een gratis uitnodiging kregen om ineens aan de finale deel te nemen. Hoe zou dat nu komen? 😊

Aan allen een vrolijke fijne zachte lichtrijke Kerst gewenst en een 2026 vol realiseringen of het verderzetten ervan.

Foto genomen in het Duinenkerkje in Mariakerke/Oostende nog voor de koortslappen


AMK

Onderweg naar toen

De #Novemberverzen2025 opdracht van deze week op Azertyfactor is een brief schrijven. Ik schreef er alvast een aan iemand uit een heel ver verleden…

HIER schreef ik al eens over hem.

Een reis naar toen, even geleden, waaraan ik nu denk, doet me deze brief schrijven. Korrel zout mag. Oplettendheid ook.

Dag jongen wiens naam ik vergat, 

Ik schreef al over jou,
nu richt ik me tot jou,
Zouden we elkaar nog herkennen?
Niet in fysiek voorkomen, natuurlijk.
Zouden we elkaar herkennen in uitstraling?

Hoe was het voor jou om verder te groeien?
Kon je de pesterijen nog aan? Kon je er aan ontkomen?
Kon je je ervan afzonderen en erbovenuit stijgen?
Weet je wat ik me nog herinner toen we ademloos aan die muur stonden?

We hielden elkaars hand vast!

Als troost tegen wantrouwen, angst, teruggetrokkenheid, grijze muis zijn?

Ik wil je iets vertellen.
We vielen op, we waren niet grijs, we gaven niet toe.
Ze zagen ons, ze wisten niet hoe met ons, kleurrijke enkelingen, om te gaan.
We waren niet grijs, ze zouden nooit grijze muizen aankijken, laat staan de moeite nemen om hen te pesten.

We waren geen nietsnutten. Ze zagen ons wél.
En zij waren banger dan wij van hen. Grote monden die lege woorden roepen.

Dát, jongen wiens naam ik vergat, zat in die handdruk. Nu weet ik het weer.
Zou ik dat zien als ik je nu zou tegenkomen? Hoe oud we ook zullen worden?
achter die muur

AMK

Gered (2) – alleen die bril klopt toch niet echt.

in komkommertijd, al is die tegenwoordig alom rumoerig, vreselijk rumoerig …

Gisteren werd ik terug geslingerd in de tijd waar ik op de Limburgse boerenbuiten naar de kapster ging. Jarenlang had ik er fijne babbels en zo goed als nooit was het druk. Ik zou er een tweedaagse bus- en wandelreis voor over hebben om daar mijn leeftijd het raden naar te geven. Maar op een keer – ergens tijdens de coronaperiode – stopte ze met haar zaak. Met haar kwam het goed en naar ik vermoed nog steeds.

Ik zocht een andere. In een kapsalon met net te veel stoelen, kapsters, kapsones, lawaai en te weinig aandacht voor de klant, waar zonder vragen allerlei behandelingen gedaan werden en dan aangerekend, voelde ik me duidelijk onzichtbaar. Je kon ook online een afspraak maken en je kapster kiezen. De mijne was er zelden of net met iemand anders bezig.
De overmaat van ramp gebeurde toen op een keer een kapster in één knip te veel, echt te veel, lengte inkortte. Ze knipte het model erin en klaar! Mijn rug was het laatste dat ik liet zien. Nooit meer hier!

Een tijdje deed ik het zelf; mijn haar was immers toch heel kort.

Tot ik mijn huidige kapster vond. Via mijn zus die daar ook klant is toen haar kapper stopte, wist ik het adres. Op een dag had ik stoute schoenen aan (ze zijn nu versleten) en belde ik aan tijdens één van mijn stadse omzwervingen. De eerste afspraak was gemaakt.
Ze heeft een éénvrouwszaak en dat maakt het gezellig. Iets wat ze ook in acht neemt zijn Kerst, Pasen, Valentijn, … het salon straalt telkens weer. De koffie is lekker, de babbels tof al ben ik niet zo’n grote babbelaar. En ik zie er weer een beetje uit. De vorige keer knipte ze er weer wat model in en dat was zonder een millimeter te veel. Een kapster naar mijn hart en hoofd.

Ik ben gered! 🙂

AMK

Alleen die bril klopt toch niet echt, toch?

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 15

Vrijdag 15 april 1994

Dan de dag van vertrek terug naar Brussel. De pech stopt niet en nu meer serieus; de taxi’s staken en de eerste bus komt pas opdagen om 6u30. Onze vlucht ging om 6u20.  Die zijn we dus kwijt. Dan maar een lijnvlucht met Olympic Airways doch geen rechtstreekse vlucht. Het is rennen. Het luchthaven-personeel is heel vriendelijk en loopt met ons mee naar onze gate. Zowel in Thessaloniki als in Athene krijgen we een ‘privé’ hostess die ons tot aan de gate brengt. 

Al bij al een reis om nooit te vergeten. De prachtige natuur, de vriendelijke mensen, het lekkere eten, de bezienswaardigheden, de avonturen en de avonduren, de Griekse taal (er zijn zelfs mensen die mij verstonden toen ik Grieks sprak), de sfeer, de muziek, alles.

Zee zand en een stevige rots

Nabeschouwing:
Ik heb bewust niet veel verteld over de bezienswaardigheden. Hopelijk staat dat (eventuele) nieuwsgierigheid niet in de weg. Er is heel veel te vinden op het beroemde world wide web.
Er zijn ook niet zoveel foto’s van, in vergelijking met hoe ik het nu zou doen om vanzelfsprekende redenen. Hier en daar heb ik duidelijker foto’s gezocht en in een link naar de betreffende website gedeeld.
Mijn reis van weleer zit er al meer dan dertig jaar op. Ik ben daar sindsdien niet meer geweest, op een weekje Thessaloniki na, om andere, muzikale redenen. Misschien moet ik nog wat harder stof van mezelf afblazen en terug gaan. Met een dag-na-dag verslag op Polarsteps en/of mijn blog.

Nog één toen-foto

Anne-Mie

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 13 en 14

Woensdag, 13 april en donderdag, 14 april 1994

Terug in Thessaloniki aangekomen, vallen we onmiddellijk in de drukte. We slenteren wat rond en bewaren nog wat cultuur voor morgen.

Onze laatste dag gaan we nog naar het museum van het Macedonisch conflict.  We willen ook het folklore-museum nog zien maar is – geloof het of niet – gesloten die dag.  De pech deert ons nog steeds niet. We doen een zoektocht langs alle boekenwinkels van Thessaloniki. Mijn rugzak is plotseling 5 kg zwaarder.
We bezoeken de binnen- en buitenkant van de Witte Toren en van ons laatste geld gaan we nog eens heerlijk Grieks eten (foto bovenaan: op de Lefkos Pyrgos).

Even bijkomen op een bankje van de zware rugzak

Morgen vertrekken we heel vroeg naar de luchthaven.

AMK

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 12

We gaan ook nog een dag naar Komotini. Het is er druk. We lopen wat rond in de stad, in de Turkse bazaar en genieten op een terrasje van de zon.

Later op de dag nog wat gekuierd op de promenade Alexandroupoli waar een groot schaakbord staat (foto hierboven).

Voor deze foto zocht ik een duidelijker beeld en vond deze twee de beste: HIer (Engels) en Hier (Duits).
Een beeld van Chatzidonis en Domna Vizvizi, helden van de strijd van 1821. Ze namen deel aan de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turkse bezetting in 1821. 
De gedenkplaat is geplaatst door de "Vereniging van Ainiton", ook bekend als het "Hellenomuseum van Ainos", in Alexandroupoli in 1987.
Minaret in Komotini

AMK

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 11

De boottocht terug valt beter mee. De zon schijnt en buiten is het heerlijk vertoeven.

Dag Samothraki

Iemand van ons driekoppig gezelschap keert weer huiswaarts. Met twee reizen we nog verder richting Evros.

De Evros-delta is geweldig. Zoveel water en zoveel kikkers, bij een echt kikkerconcert rusten wij even uit aan de waterkant. Een schildpad wil ook een wandelingetje maken en wordt onmiddellijk gebombardeerd tot fotomodel.

De vogels die we zien, zijn fantastisch mooi, met frisse kleuren. Ik veronderstel dat mijn toentijdse camera wat traag was, geen foto’s van vogels.

Nu ik het weer oprakel, haalde ik ook de monografie erbij. Hoewel er waarschijnlijk wat veranderd zal zijn t.o.v. weleer, wilde ik toch de Evros een aanhalen, vooral in het licht van de vele vluchtelingen die daar willen oversteken en degenen die er het leven lieten. Het ‘onschuldige beeld’ van toen, heeft nu precies een nasmaakje.

Rechtstreek geciteerd uit de monografie:

EVROS WETLANDS 

Het gebied wordt beheerst door de Evrosrivier en omgeven door moeraslanden en lagunes.  Dit is een plaats voor stand- en trekvogels. De Evrosrivier is de grensrivier met Turkije.
Naar de Turkse grens toe, vanaf Trajanoupolis, spreidt zich de 'water'biotoop uit, die één van de belangrijkste van Europa is. Hier leven driehonderd soorten vogels. Hieronder bevinden zich de vijftien laatste koppels koningsarenden. Er overwinteren meer dan tweehonderd duizend watervogels.
Hier broeden nog sporenkievitten, dit zijn van oorsprong Noord-Afrikaanse en Aziatische vogels, en de kluut. De runderen van de omgeving komen de nesten dikwijls plunderen. 
De eilanden zijn nog ongerept en daar kunnen dus vogelsoorten broeden, soorten zoals de lachstern, het visdiefje, dwergstern en de grote stern. Ook de vorkstaartplevier en de tureluur zijn talrijk vertegenwoordigd.
In de buurt ligt een naaldwoud, dat bewoond is door roofvogels waaronder de monniksgier, de steenarend, de keizerarend en de zeearend.
Er wordt hier ook veel aan landbouw gedaan. Je zal er op de wandeling dus zeker wel enkele boeren tegenkomen.
Luister van tijd tot tijd naar het prachtige kikkerconcert. Je ziet ze haast niet tussen het riet maar horen doe je ze wel, vast en zeker.
Je zal ongetwijfeld ook schildpadden tegenkomen.
Gelieve het gebied te respecteren en enkel op de paden te wandelen.

AMK

Hoe zou het met de geitenhoeder zijn?

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 10

Zondag, 10 april 1994

De laatste dag op Samothraki bezoeken we de archeologische site, in Paleopoli. Hier is de Niké van Samothraki gevonden. Een kopie staat in het museum. Het originele staat in het Louvre in Parijs.  Het geheel maakt een grootse indruk.  Op de heenweg (10 km van Kamariotissa) stopt er iemand en wil ons tot daar brengen. Er is maar plaats voor twee in de auto en we zijn met drie dus ga ik in de laadbak zitten. Lekker fris. Ik zou nu – dat half leven verder – een stevige ladder nodig hebben om erin te geraken … 😉

Wie wat meer wil lezen over de Niké kan natuurlijk op verschillende sites terecht. Ik geef hier die van Wikipedia.

AMK

Niké van Samothraki – kopie

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 09

De kamers die de restaurantuitbater ons had aanbevolen, bevallen ons prima en we boeken daar nog twee nachten.

Samothraki zelf is een prachtig klein eilandje. Het weer slaat ook om en het wordt zonniger, nog niet zo warm maar het regent ten minste niet meer.

De taxichauffeur van gisteren brengt ons tot Loutra en vandaar gaan we eerst naar de Fengari-berg (Fengari = maan) en klimmen een heel stukje tot we geen pad meer vinden om verder te gaan. Aangezien we niet zo ervaren bergbeklimmers zijn en geen kenner bijhebben, gaan we braafjes terug. Aan de voet is er een waterval met heldere beekjes. Ik kan het niet nalaten om daar mijn dorst te lessen. 

Om twee uur stipt, zoals afgesproken staat hij daar weer om ons op te pikken. Hij vertelt over het eiland en stopt op allerlei plaatsjes om aan ons te tonen. Hij geeft ook nog tips van dingen die we zeker moeten doen en bekijken. 

We maken een wandelingetje door Chora, een klein dorp op 6 km van het havenstadje Kamariotissa, waar we verblijven. Daar wacht hij en brengt ons naar Lakoma, een plaatsje  zuidwest van Samothraki.  Van hier wandelen we naar Pachi Ammos. Een fikse wandeling bergop en bergaf, die twee uren duurt. De beloning is geweldig. Een diepblauwe zee, een prachtig zandstrand en een bruisende witte branding. Er staat een klein hotelletje en de eigenaar is er net bezig in orde te zetten voor de zomertoeristen. Hij babbelt wat met ons, biedt ons een coca-cola aan en een uurtje later brengt hij ons met zijn wagen terug naar Kamariotissa, onderweg toont hij ons zijn dorp Profitis Ilias. Vandaar hebben we een mooi zicht over Kamariotissa en Lakoma.

AMK

REIS NAAR NOORD-GRIEKENLAND – april 1994 – 08

Vrijdag, 8 april 1994

Het is gelukt de auto in te leveren en we halen onze bus nog naar Alexandroupoli. In Kavala pauzeert de chauffeur even. Het is mooi om het landschap te bekijken zonder te hoeven rijden. We eten en drinken iets en gaan weer verder. In Alexandroupoli aangekomen zoeken we de haven en kopen boottickets naar Samothraki. Er is nog wat tijd voor vertrek en we drinken een koffie. Wanneer we opstappen, regent het pijpestelen, echt zonder stoppen maar we moeten erdoor of we missen de boot. 

Onze rugzakken vinden dat niet leuk maar ik heb er wat op gevonden. Doe je rugzak aan, de kap van je regenvest (K-Way bijvoorbeeld, toen nog niet zo duur) over je hoofd en de rest van je vest over de rugzak en ze blijft droog.  De storm blijft duren.  De boot gaat hoog op en neer en regen of niet, ik moet buiten op het dek blijven om niet al te ziek te worden. 

Aangekomen op Samothraki (vanuit Alexandroupoli : 2,5 uren) besluiten we een taxi te nemen omdat we zo moe, zo ziek en toch zo hongerig zijn. Nog eens te voet door die regen zien we niet meer zitten. De taxichauffeur stopt aan twee hotelletjes en gaat voor ons kijken of ze open zijn. Er is eentje open. Daar blijven we een nacht en dan zullen morgen zien. Gauw onder de douche, verse kleren aan (vooral droge) en op zoek naar eten. De eigenaar van het restaurant, waar we gaan, kent iemand die kamers verhuurt en daar kunnen we de volgende dag gaan kijken. Heel fijn hoe we geholpen worden. Dit wordt ons ‘stamrestaurant’. (Zou het nog bestaan? Ik ben helaas de naam vergeten.)

AMK

Vandaag enkel deze foto.