Ik wil niet één reis naar Ithaka; ik wil er meer zolang het me gegund is Elke weg is zo boeiend ... (gedachtegang bij het her- en her- en herlezen van Ithaka - K.P. Kavafis)
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Aan sommige neem ik deel, anderen glijden voorbij. Ik vraag me niet af of dat dan gemiste kansen zijn.
Deze gelegenheid is een van de leerzame, zoals een schrijftechniek voor poëzie. Ze komt van Canxatard in haar blog ‘Het geluk van de schrijver’.
Ik leerde ook liefde en zelf mijn haren verven…
Ik leerde lopen en ook praten het kwam misschien wat laat
Al dat proberen, zelfs geboren worden ik wist niet hoe dat gaat
Laat zoals de achteraffer van Annie M.G. Schmidt
Toen het toch gebeurde duurde het even voor ik fier zei: ‘Kijk, ik zit!”
De crèche de school en het gezin de buren en de vrienden
Al dat proberen zelfs mijn best doen hoofd op hol van wat ik uitkiende
Kiezen en verliezen winnen was een utopie
Al dat proberen ik tuurde maar raak naar dat wat ik niet zie
Ik was jou ik was hem ik was haar ik was hier ik was weg ik was daar
Al dat proberen pedagogiek gestuurd soms was het best wel zwaar
Ik leerde lezen schrijven dansen het ging misschien wat traag
De ene job en ook de andere liep in en ook eens uit de pas woonde hier of daar wat vaag
Ik leerde doen wat gangbaar is ook schuldig en geniep onkuis
Het ene mag gezien dat is normaal het kleinmenselijke gaf gedruis
Ik leerde zingen en ook Grieks al is ’t soms buitenmaats
van onderweg zijn nooit genoeg doch liefst niet op de schaats
Doorheen dat alles en dat leven onevenwicht en balanceren
Waar ik ben en waar ik ga wat ik leerde en wat niet
Is één mens die altijd bij mij is dat ben Ik en u – gelukkig – niet …
Weet u het al, wat ik heb geleerd… voelen aan mijn eigen barometer die heeft het nooit verkeerd
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er vorig jaar al mee begonnen en bij tijd wijle zal ik er dit jaar mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, …
Deze is nog van vorig jaar, voor het ontstaan van mijn Woordenrijk. Er glipt al eens een blokje kaas door de mazen van het net.
Ze gaan uit de bol, de mensen op de tafel als ik mijn kroost gedurfd verlaat en dat voor wat kaas en restjes over
Ik ben beroemd, een bejubelde uitslover op dat groot geschreeuwd festijn mag hun live zingen graag toch beter zijn
foto’s: muis: op de website van gezond leven heb ik die terug gevonden, al bestaat ze ook ergens op een Twitter-account. kaas: uit pexels.com en daar deze close-up
In de tijd van de strenge lockdown volgde ik enkele online schrijfcursussen. Een van de lessen ging over het letterlijk nemen van spreekwoorden door een anderstalige die Nederlands leert.
“U gaat toch niet springen zeker?” De warme doch enigszins trillende stem haalde haar abrupt uit haar concentratie. Ze keek even opzij. Er stond een man met een vilten hoed op, groen met rode rand. Een Tiroler?
Verder schonk ze er geen aandacht aan. De Tiroler was er echter niet gerust in. De vrouw was wel aan het balanceren op de tippen van haar tenen, bijna bovenaan de berg waar alleen de edelweiss haar versloeg.
Nog even en dan zou het lukken. Nog even meer strekken. Nog even…Ja, nu!
Ze strekte haar hals zo ver mogelijk uit. Dan legde ze traag haar hoofd in haar nek en lachte, haar armen spreidend. Even traag zette ze haar gestrekte voeten weer plat neer. Een lange diepe zucht van tevredenheid ontsnapte aan haar lippen.
Toen zette ze een stap achteruit, draaide zich om en ging naar een vlakker deel waar ze haar rugzak weer over haar schouders hing.
Ze keek de man nog één keer aan en gaf antwoord op de vraag in zijn ogen: “Ik ben al in verschillende landen geweest en overal wil ik zeker één keer met mijn hoofd in de wolken staan.”
Af en toe zet ik het resultaat van een oefening - na feedback - van de academie hier neer. Niets is echt helemaal waar, noch helemaal onwaar...
“My God! Is that you?”
Ik kijk op. Wie is die man? Hij ploft naast mij neer op de bank, veel te dichtbij. Vanop de dijk zat ik na te genieten van mijn vakantie, omgeven door luchtig appelbauwzeegroen.
“I can’t believe it. Is it really you?” Die zangerige intonatie verraadt hem. De haartjes op mijn armen staan kaarsrecht. Ik proef mijn ontbijt weer, de dik besmeerde chocoboterham, inmiddels met zure smaak.. Mijn Limburgse accent door namaak-Engels verkracht, die gebaren van pseudoverbazing, die groezelige blik langs de rand van mijn comfortzone; zeegroen vervaagt tot er enkel onverteerbaar appelblauw rest.
Ik draai me ostentatief om naar de buitenkant van het bankje Hij komt dichterbij zitten. Ik zet me weer recht en schuif wat verder van hem weg.
“Over wie hebt u het?” poog ik beleefd te blijven. Mijn stem piept bijna zo erg als de zijne. De boterham verzuurt verder, maar ik slik de krop weg.
“Eh, excusee… excuse me?” Pseudo-Brits en pseudoverwondering op de koop toe. De dikke zweetdruppels die over zijn ongeschoren wangen rollen zijn echt.
“Praat maar Vlaams, dat zal u beter afgaan!” Mijn stem overtreft heel wat decibels en klapt dan abrupt dicht. Gelukkig zakt de zure boterham wel weer af.
“Ik dacht dat u een buitenlandse was,” kwekt hij verder. “Relaxed, eenvoudig gekleed, toerist op doortocht… Rugzaktoerist?” vraagt hij. Nogal moeilijk met die rugzak onder de bank. Ik draai me weer om.
“Papa!” hoor ik ergens in de verte. “Kijk papa, die maken ruzie.”
“Hahaha, heb je dat gehoord? Wij maken ruzie. Zullen we het goedmaken met een taske koffie?”
Mijn gezicht en hals branden. Ik sta op, draai me half om, neem mijn rugzak en stap stevig weg. Zonder omkijken roep ik: “Er is geen wij!” en verdwijn in de zeedijkse drukte.
niet noodzakelijk in clichés... maar geven en nemen is er nog steeds bij daarom niet altijd tastbaar
Lieve en andere lezers,
Op de eerste dag van het nieuwe jaar, heb ik mijn brief nog steeds niet klaar
Wegens mezelf opgelegde verwachtingen heb ik overwogen, gewikt en dan besloten
Ik doe het niet, nog een lijstje nog een wens vrees niet ook geen niet-wens
tranen worden toch gegoten angst wordt toch gebibberd dansen doen we, lopen en stilstaan
we blijven onderweg daar wil ik toch bestaan
Ik doe het niet, een belofte van mijn best doen vrees niet ook geen on-best (en al zeker geen asbest)
zwaktes zullen toch opduiken boosheid zal toch borrelen vloeken doen we, lachen en doorgaan
we blijven onderweg in veerkracht, liefst die van onszelf daar wil ik toch bestaan
Ik doe het niet, elke terugblik vrees niet ook niet vooruit
de opsomming van goed en kwaad van ziek en gezond, iets dat echt bestaat doe mijn eigen ding en laat weer gaan
We blijven onderweg met een nieuw inzicht daar wil ik toch bestaan
Voor wie het toch graag hoort of leest
Gelukkig Nieuwjaar! Een beetje Magie! En veel, heel veel gewoonweg contentement!
Anne-Mie
ps. ik zette dit jaar een echte kerstboom en die heeft, binnen heel kort, een nieuwe bestemming. Misschien ben ik dan toch traditioneler dan ik zelf dacht 😉
Omdat van het persoonlijke jaaroverzicht (nog) niet veel terecht komt, een monoloog (denk ik).
Ik passeerde aan de kassa en de vriendelijke dame vroeg me of ik al klaar was voor Kerstmis. Misschien had ze zo haar twijfels bij het scannen van mijn aankopen. Gene vette! Twee broodjes, een pak soep en nog enkele appels want die waren er voor 1 euro de kilo. Oh, en wat spinazie, dat is nog goed voor bij de glutenvrije pasta die dringend op moet en de champignons, waar ik eergisteren zin in had en die nog goed blijven tot over- overmorgen. Achter mij een aangroeiende rij van boodschappenkarren en hun tijdelijke gebruikers… snel, doe verder, overspoelde mijn wezen..
De vertraging is ver zoek. Al zal er een en andere webshop mij ervan proberen te overtuigen dat het nu de tijd van stilte is, na alle voorbereidingen voor de warmste gezelligste tijd van het jaar. Het liefst in hun kledij! Ze menen het! Elke dag krijg ik meer korting, speciaal voor de trouwe klant! Of een trapje hoger in hun trouwheidsbeleid. Meer korting op een duurder verblijf in een bruisende stad. Blijkbaar verdien ik het.
De kriebel in mijzelf, de ragebol van aan elkaar klevende gedachten, de heb-ik-nu-alles kriebel, roept om nog meer aandacht. De volgende kriebel die ongeduldig wacht tot deze weg is; wat-na-de-kerst? Plannen genoeg, te over zelfs, maar hoe zit het met die vertraging?
Mag het nog donker zijn in de winter? Stilstaan bij dat wat ik (nog) ben, weer kan zijn en nieuw kan zijn? Ik probeerde het meermaals, dat vertragen; het lukt wel eens. Lang genoeg? Kijk ik vanuit de schaduw van mijn eigen licht hoe iemand anders het invult? Alsof het niet van mij was. Of ben ik geduldig genoeg om de vertraging eerst te voelen en dan te kijken?
Ik sta weer op. Er zijn nog onbetreden paden, ook na al die jaren van goede raad en nog betere bedoelingen en waarschijnlijk ben ik nu ondankbaar. Toch, dat onbetreden pad lonkt en ik betreed het zelf. Ik schud af onderweg, in dank voor het gezelschap, ik pak iets anders weer op. Onbekend komt op me af. Niet-af-te-schudden vergezelt me als een veilig maatje. Onderweg ontdek ik wel.
Misschien is het verwerpelijk voor deze en andere. Ik doe het toch, en word lichter en frivoler. Want als er één persoon is die ik mis, soms nog tegenkom en zie dat het goed is, die ik dan probeer met haken en ogen aan elkaar te houden en ik stap verder, met oppakken en afschudden en dank u zeggen, op pad naar die ene die ik nog steeds een beetje mis, verder te vinden en te weten, we zien elkaar weer, telkens een beetje meer, Mie, mezelf en ik.
“Dat is dan € 10,11 mevrouw.” Ik betaalde en dacht, wat een snelle ragebol ontrafeld zomaar aan de kassa.
“Prettige Kerstdagen voor u,” “Dank u, ook zo voor u.”
Ik herinner me vooral alle momenten dat ik NU was en ben en zal zijn. Misschien is dat vertraging?
Te koop met startprijs € 250,-. Voor de Warmste Week. Deze santouri.
Lees hieronder wat ik er voor DWW voor schreef:
Deze santouri zoekt een nieuwe plek. Wat zou het mooi zijn om hiervoor een goede prijs te krijgen van een zilveren iemand met een gouden hart. De santouri zelf kan dan zelfs misschien van dat gouden hart een kansarm muzikaal talent verblijden?
U kan bieden via de reacties. Andere commentaren die met dit aanbod niets te maken hebben, hoe interessant ook, zal ik voor deze ene keer niet toelaten. Hiervoor mijn excuses alvast.
Desalniettemin, als u iemand kent, die iemand kent, die deze santouri een echte nieuwe thuis kan geven, geef het door aub!
Een beetje met het beeld van mijn moeder in mijn herinnering die zich voor kansarmen inzette.
Als bijna alles over Kerst, eindejaar, warmte en vertraging, licht en donker, stilstand en gezelligheid, saamhorigheid en solitude opzoeken geschreven is, wil ik me nog even onderdompelen in mijn eigen jaaroverzicht. Hopelijk nog voor de lente 😉
Overigens gaat de schrijfdiscipline nog dagelijks door. Wie weet, binnenkort weer iets in mijn Woordenrijk.
Hoe u het ook viert, als u het viert, wat u ook doet of laat, en dat zo ook voor het komende jaar, ik wens u Uzelf zijn toe. Ik wens ons allen de ruimte te vinden waar dat kan!
Zo met de anderen in hetzelfde schuitje schreeuwen mijn hersenen “blijf onder mijn vel uit!”
Met lijf en leden dik ingepakt de afstand in die schuit ver genoeg onderhuids kriebelt weer zweet dat niet van mij is
Dat zijn zo van die dagen dat ge u afvraagt, wat ge al weet
De fysieke grenzen overschreden, de luchtballon in mijn kop die koers verliest en de mentale grenzen omver laat wankelen
Het machteloze die vervuiling onderhuids alle contrasten van een dag onder één vel gepropt alles wat mooi was en alles wat lelijk was
Alles tezamen en om dan alleen het mooie te zien de vrouw die me in de bus haar plaats afstond het kind onderweg dat vrolijk ‘hallo m’vouw’ riep de vrijwilliger die koffie bracht en een koekske
en als ge goed kijkt het lelijke want ook dat schreeuwt dat wil dat ge kijkt en ge hoopt dat het een fase is en dat het goed komt – met die opspelende grenzen blijft ge nog wat in de kantlijn want ge weet wel dat het goed komt dat vertrouwt ge, ook dat zit onder uw vel en ook al
hebt ge hele andere dingen meegemaakt wat ge ziet bij anderen en haarscherp aanvoelt dat maakt dat wat niet van u is u wakker toch schudt over de dingen voordat ze al goed gekomen waren zelfs van in uw kinderjaren ge zit daar toch afwezig te zijn, waarom ook niet
en ineens schiet het woord ‘lustrum’ door uw kop maar toch ge wilt dat niet vieren dat ge het weet zelfs met moeite niet vergeet dat anderen zeggen dat ge maar blij moet zijn want ge zijt er nog
ook al weet ge dat zelf wel, ge zit daar afwezig en zwijgend te zijn en dan daar doorheen toch daardoor straalt ineens dat lachske van dat ochtendkind
waar ik vanmorgen “hallo, meisje” aan zei en ik afwezig of niet, weer lach
AMK – 03 december 2022
foto: tussen het monsterlijk begin en het lustrum in