Bubbels op Moederdag!

Ik blijf zoveel mogelijk in mijn kot. Nog steeds. De gesprekken die ik al gehoord heb en zelfs aan heb  deelgenomen, gaan over bubbels. Hoe moeilijk is het om tot vier te tellen? Inderdaad, niet moeilijk. Eén twee drie vier. Voilà! Kies nu je bubbel. Ik zit in mijn enkelbubbel, ook al kan ik nog anderen ontmoeten. Maar dan mogen zij niemand anders meer ontmoeten. Als we met vier samenkomen, waaronder eventueel een koppel (vijf effectieve personen) is dát de extra sociale bubbel voor ons vijf de komende weken. Het lijkt op deelverzamelingen uit de wiskundeles waarin ik een singleton ben.

Bijvoorbeeld die vier bubbels met gezamenlijk vijf elementen, met z’n allen in de doorsnede, houd daar maar eens afstand! Een ander voorbeeld kon zijn, een bubbel van vier en deze enkelbubbel. Het lijkt me niet zo tof om de vijfde blub in de bubbel te zijn. Een auto heeft ook genoeg aan vier wielen. Ik was nu net zo knus gesetteld in mijn bubbel en houd het voorlopig zo.

Kan 10 mei uitgeroepen worden tot nationale dag van de Bubbel? Een extra reden om de fles met bubbels open te doen.

Wiskunde, nooit mijn sterkste vak. Maar ik kreeg het wel twee jaar lang van mijn moeder. Op Moederdag komen er dan al wel eens wat meer herinneringen boven, ook aan de wiskundelessen van haar, die ik dan meteen in de bubbel toepas. Zou ze nog punten geven?

Aan alle moeders een dikke proficiat, voel je knus, voel je veilig, voel je geliefd, voel de liefde van je kinderen. Moeders bevestigen als de besten, kinderen in wie ze zijn, ook al wil de wereld rondom hen graag bevestigen in wie ze niet zijn maar wel zouden moeten. Voor later als ze groot zijn.

Neen, dan de moeders! En dat ze in hun intuïtie, instinct zou ik zeggen, erkend worden vooral en misschien zelfs enkel door hun kinderen /de kinderen waarvoor ze zorg(d)en.

Ik heb eens opgezocht van waar het nu eigenlijk kwam. Het commercialiseren is sowieso gebeurd, op welke dag het ook gevierd wordt. In hoeverre het juist is weet ik niet, maar op Wikipedia vond ik dit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Moederdag. Blijkbaar wordt het in andere landen en op andere plaatsen op nog meer verschillende dagen gevierd. Ik lig er niet van wakker, volgens mij is het elke dag Moederdag. Misschien kunnen we de Moederdagen van alle landen volgen?

En wat met kinderen, volwassenen die hun moeder helemaal niet meer willen kennen? Erg, zelfs om te denken, maar toch bestaat het. Dat lijkt me erger dan geen bloemen meer te kunnen kopen voor mijn moeder. Ik weet tenminste dat ik de beste moeder aller tijden had. Zo wens ik dat iedereen zich kan voelen over zijn/haar moeder.

Eén van de laatste foto’s van ons samen.

Ik werd de aanblik van mijn kop nogal beu en wilde er weer een beetje netjes uitziend hoofd van maken. Ik werd voor een keer doe-het-zelver. De schaar in het haar en de kleur op het grijswit. Mijn hoofd leek op een landingsbaan. Vliegen mag toch nog niet, voor niets nodig dus. Het ziet er nu toch iets beter uit hoewel mijn kapster enorm gemist wordt.

Wat ga ik mijn kapster graag terug zien 🙂

Oh, de cursus schrijven krijgt nog drie vervolglessen. Hoera, juij, joepie! Ik heb me alvast ingeschreven. Intussen wacht ik op mijn online bestelde boek, over schrijven, het komt maar niet aan. Zou ik me toch in het winkelgedruis wagen, einde van de week of zo?

Intussen houd ik wel van dat weer vandaag. Wind, regen, het wordt frisser. Liever houd ik ervan dan dat ik het verfoei, het is toch wat het is. En alles wordt weer een stukje groener.

Hebt u uw bubbel al gekozen? Of werd u verkozen?

Held op sokken.

De singels waren gisteren de helden van de dag. Ik ook? Op mijn sokken! Dat wel. Dikke enkelsokken nog wel, lekker warm. Ik voel het heldendom in deze situatie niet. Zeker niet als single. De vraag rees bij mij al vaker of dit verder gaat dan enkel dankbaarheid en bewondering – tot zover ben ik mee – bijvoorbeeld een kader creëren om deze hele situatie te kunnen vatten. Doe wat goed voelt!

Ik zou me bijna schuldig voelen omdat ik toch via de app naar de radio een berichtje stuurde. Ze hebben er maar één zin uit genomen. Het was nog zo interessant wat erna kwam. De vraag was Wat doet een single in deze lockdown, wanneer fysieke, echte live contacten niet kunnen? Nadenkend en prutsend met dat veel te kleine toetsenbord van mijn smartphone bedacht ik dat er toch nog wat gebeurt in mijn leven, weliswaar niet zo heldhaftig. Ik heb mijn sokken gelukkig nog.

Afgelopen woensdag had ik de laatste les schrijven ‘Vijf ingrediënten voor een straf verhaal’. Deze keer ging het over dosering. En daar kan ik nog wat in leren. In alle ingrediënten van het schrijven. De eerste oefening van de avond was er eentje die nogal ver van mijn bed was. Zo had ik zelf nog niet over een verhaal nagedacht. Het dystopisch verhaal. Google het maar eens. Desalniettemin vond ik het wel een uitdaging en heb ik een scène in elkaar gebokst. De tweede oefening was grappiger. Ik hoop alleen maar dat ik zelf nooit in zo’n verhaal voorkom, ook niet in deze coronaire (of is het coroniale?) tijden. Dat ging over ‘de saaiste persoon ooit’.

Misschien wordt er dit voorjaar nog een vervolg aan geschreven, vijf andere ingrediënten. Ik heb alvast in mijn evaluatieformulier extra benadrukt dat ik dat zie zitten. Er is gewoon zoveel te leren over fictie schrijven. Ik had niet gedacht dat die verhalen en scènes allemaal uit mijn brein zouden komen. En dat is ook te danken aan de wel zeer bekwame docente, met steeds de goede dosis uitdaging en begeleiding, goede feedback en tips om het verhaal echt af te maken. Het lijkt een ontdekkingstocht, waarbij het zelfvertrouwen in schrijven groeit. Wat ik er ook mee ga doen.

Donderdag had ik een online ontmoeting met de lotgenoten van Melanoompunt. Enkele mensen van het bestuur hebben een webinar ontmoeting georganiseerd. Hierbij konden we vooraf allerlei vragen insturen over onze ziekte en corona. Die werden dan voorgelegd aan twee professoren oncologen. Tijdens de webinar konden we ook in de chatruimte vragen stellen. De professoren die ons te woord stonden waren prof. B. Neyns en prof. L. Brochez. Het is tijdens zo’n webinar ook heel belangrijk om uw virussoftware aan te zetten. Prof. B. Neyns legt uit waarom…

Als het u interesseert, als u iemand kent die hier wat aan heeft, kan u het hier zien. Ik vond het heel interessant. Dit ontmoetingsmoment was heel welkom zeker wanneer er al enkele van onze geplande ontmoetingsdagen in het water vallen.

Enkele weken geleden, kreeg ik van een paar vriendinnen toffe kaartjes, ik wilde iets terug sturen, maar eerst niet zomaar wat. Aangezien het om de 5 M’s gaat, vond ik het wel tof daar iets rond te doen. De tekst achterop is TOP secret 😉.

Deze week kreeg ik ook weer een Whatsapp berichtje van mijn taalbuddy. Hij heeft het blijkbaar druk op zijn werk en een verhuis, waardoor het al een tijdje geleden was dat ik er nog iets hoorde. Hij is een anderstalige nieuwkomer in België en heeft al enkele modules in Nederlands voor anderstaligen gevolgd. In deze opgesloten tijden is het wel fijn om op deze manier de kennis die hij al vergaarde te blijven oefenen. Vorig jaar zomer deed ik ook al mee aan een gelijkaardig project. Dat waren fysieke ontmoetingen. Hier heb ik er iets over geschreven. Dit prachtige initiatief gaat uit van Atlas vzw.

Eten, dat gebeurt ook nog steeds. Zelf ben ik  niet meer veel bezig met experimenteren. Af en toe een grotere hoeveelheid om daarna alles, min één portie, in te vriezen. Lekker makkelijk voor minder energieke dagen. Wel heb ik een catering ontdekt die meermaals per week voor afhaalgerechten zorgt. Trizee Privee! Het is de zaak van iemand die ik ken uit de online lessen schrijven. Ze maakt lekkere gevarieerde meeneemgerechten, en stelt elke week een ander menu voor. Dat werkt wel. Ik heb vorige dinsdag besteld voor afgelopen donderdag en het was heel lekker, gezond, vegetarisch en lokaal. Ik ga zeker nog eens langs. Voor degenen van Berchem of nabije omstreken, ziehier de link: https://www.trizeeprivee.be/ en smakelijk!

Het creatief dagboek doe  ik ook nog steeds. Ik vind het heel ontspannend, het maakt plaats in mijn hoofd en bij online oefeningen heb ik nog eens een sympathieke stem in mijn living. Op basis van deze oefeningen, vooral de dagboeken in quarantaine kwam ik op het idee van kaartjes voor de 5M’s. Het wakkert ook mijn beeldende nieuwsgierigheid aan. Kan ik (ooit) een gezicht getekend krijgen, bijvoorbeeld?

De wekelijkse zoommeeting met mijn broers en zussen staat nog in de agenda. Deze situatie van lockdown begint wel door te wegen. De ene heeft al wat meer behoefte aan fysiek contact dan de andere. Zelfs ik begin het toch te missen. De eerste keer dat ik dat goed voelde, was toen R., mijn nichtje van vijf, haar verjaardag had en we niet konden mee feesten.

Maar zelfs al mis nu ik wat meer sociaal contact –  in vorige tijden voelde ik me vaak overprikkeld – ik prijs me toch gelukkig genoeg om elke dag weer op tijd op te staan, de lichte tai chi oefeningen te doen, te schrijf-mediteren en dan de dag in te stappen, met ontbijt, chocolade en een goeie tas koffie. Daarna komt meestal wel een idee op de proppen om de ‘gewone’ klusjes uit te kunnen stellen.

Wat zal ik morgen eens doen? 😉

De verderzetting van mijn gewone ongewone leven.

Iedereen – zo lijkt het toch – is bezig met zichzelf profileren. Tot mijn (niet zo grote, ik geef het toe) schaamte, overprikkelt en verlamt het mij. Ik doe niet mee aan boodschappen doen, niet mee aan mondmaskers naaien of schorten (u zou ze echt niet willen, vertrouw me graag op dat vlak). Ook niet aan al de dingen die mij zogenaamd uit de verveling moeten houden. Alstublieft zeg, ik weet nu al niet waar mijn hoofd stopt en mijn hals begint, zo vol zit dat ‘wijze’ lichaamsdeel van mij. Al heb ik wel veel respect voor diegenen die het wel doen en volhouden. Natuurlijk heb ik het niet over diegenen waarvoor geapplaudisseerd wordt.

Het zijn inderdaad geen gewone tijden, maar was het dat dan ooit? De verwarring is groot, blogs zijn al vol geschreven over de maatregelen t.o.v. de schade die ze toch ook zullen veroorzaken (of al flink bezig zijn). Velen overtuigd van hun eigen gelijk. Het maakt dat ik in mentale quarantaine ga. Mijn hoofd wil rust! Ik voel me verlamd bij opiniemakers, alsof ik me moet integraal aansluiten bij het ene of het andere.

Wat het wel met me deed, doet en zeker nog zal doen is een weg vinden in dit doolhof van gedwongen en een beetje zelfgekozen egoïsme. Daar schaam ik me niet voor. Ik doe wat ik doe, zowel voor mezelf als voor een ander. Pas als ík het nodig vind, vertel ik er over. Het brengt me in contact met interessante mensen, met interessante verhalen en nog een keer met mezelf.

Wat brachten me de laatste weken concreet bij?

Verhalen, gedichten (of dat wat erop lijkt), bewandelen van de weg naar verbinding met de natuur die ik zo hard kwijt was, dat ik zelfs niet meer voelde dat ik het miste.

Waar haal ik die verhalen? Mits heel goede begeleiding, interactieve online workshop met Anna Walschaerts van Wisper die er schrijfdocente is. Het is een ware ontdekkingstocht. Ik wist niet dat ik zoveel fictieve verhalen in me had. Wat me echt verbaast, is dat ze goed onthaald worden. Mits wat bijschaving natuurlijk. Gelukkig, vind ik zelf. Ik heb nagenoeg geen ervaring in fictie schrijven en een beetje tips en goede raad van echte kenners, zijn dan helemaal welkom. Ik zal in een aparte blog eens wat delen. Geduld a.u.b.!

Schrijven is iets dat me wel goed gaat tegenwoordig. Of het goed en leesbaar is, laat ik aan de lezer over. Voorlopig beleef ik er plezier aan. De ontwikkeling die ik voel, blijft me kriebelen om er meer mee te doen. Daarom grijp ik nu elke schrijfervaring aan. waar ik kan, volg ik workshops zodat ik van het één en ander eens flink kan proeven. Columns en blogs zitten ook nog in mijn emmertje, zo u liever wil staan ze op mijn verlanglijstje.

Het schrijven wordt ook onrechtstreeks getriggerd door de oefeningen van het Creatief Dagboek. Ik heb nl. éénendertig maal dagelijkse opdrachten en een volledige live stream workshops hiervan gevolgd. Het was een initiatief van Sarah Timmermans. Ik schreef er deze recensie bij.

D.I.Y. is hier de leuze. Afgrijselijk druk van mijn kop op papier (en lekker buiten de lijntjes)

Mijn beweging! De ene keer is het toch wel in corontaine. Ik zet een Griekse plaat op en begin erop te dansen. Het voelt veel beter aan dan intensief beginnen poetsen, of wat dacht u? Hopelijk hebben de buren er niet al teveel last van want ik heb dan ook nog de neiging om mee te zingen. Dat zingen doe ik ook wel eens tijdens het beoefenen van dat Creatieve Dagboek.

Behalve dat dansen en af en toe poetsen, ga ik nog regelmatig wandelen. Een uurtje of soms iets langer. Fietsen doe ik ook nog, maar ik merk dat het er alleen van komt als ik echt ergens heen ‘moet’, dat verder dan wandelafstand ligt. Zo had ik woensdag een afspraak en fietste daarna nog naar nergens. Verfrissend, al zeg ik het zelf.

Vandaag kwam ik een aaneenschakeling van gedichten tegen op mijn wandeling. Heel origineel gevonden, vooral de boodschap om het verder aan te vullen. Een dichter op de fietsbrug.  Ik ga op zoek naar krijt. Zal ik in het Grieks schrijven dan?…

Ik schreef nog iets anders, iets dat me bezig hield. Deze corontaine dwingt me een beetje om het een en ander in mezelf nog eens te bekijken, zien wat het met me doet. Ik kon het niet loskoppelen van de Aarde, onze manier van leven, onze verscheidenheid, en nog meer. Ik schrijf wel ‘onze’ maar ik heb vooral binnenin mezelf gekeken. Misschien is onderkennen en zelfs koesteren van wat is en het dan een plaats geven een stapje uit de chaos van ons brein? Mij hielp het om tot mentale rust te komen. Een beetje aanschouwend kijken naar wat deze situatie met mij doet. Aanschouwen.

Tot zover deze lezing.

En zijn uw handen al gewassen vandaag? 😉

Dagje apart

Vandaag had ik mijn immuuntherapie. Ik ben met de fiets naar het ziekenhuis gegaan. Het was al lekker zonnig, maar nog niet te warm. Blij met mijn hoody en jeansvest. Zo was het wel fijn fietsen, zuurstof! Ik zou bijna wensen dat ik nog wat verder weg woonde van het ziekenhuis. Het deed echt deugd, positieve energie voor de komende uren.

Eerst wachten tot iemand de deur voor me opendoet, automatische schuifdeuren kunnen ge-ONautomatiseerd worden. Mijn reden van aanwezigheid daar wordt gevraagd en dan mag ik verder lopen. Het is amper drie stappen richting oncologie. Er staat iemand voor mij dus ik wacht tot hij binnen is. Door de deur, ook weer ge-onautomatiseerd en dus open en dicht klappend, zie ik wat er me seffens te gebeuren staat. Degene die voor mij is, geeft zijn gegevens. De onthaalbediende/ verpleegkundige  (ik vermoed tijdelijk in die functie want er staat een klein bureautje geïnstalleerd bij die deur) geeft alles in, neemt de temperatuur en doet meneer een mondmasker aan. O jee, dat belooft! Ik heb nu al zo’n jeukneus!

Mijn beurt, exact dezelfde procedure, gelukkig geen verhoging van temperatuur hoewel ik het dan toch behoorlijk warm gekregen heb.

Mijn voorschrift voor bloedafname mag ik aan gebruikelijke onthaaldesk afgeven en dan naar kamer 14 gaan. Niet meer de wachtzaal. Die ligt er verlaten bij, dat mooie beeld staat daar zowat te verkleumen van eenzaamheid.

In kamer 14 zitten al twee mensen. Deze keer vraag ik niet of ik wat kan meebrengen voor hen om te drinken. Ik ga zelf geen drinken meer halen, heb zelf fles water bij. Het is nu wachten tot ik aangeprikt word, met naast me mijn gsm en leesboek. Intussen komt de vrijwilliger van dienst binnen om te vragen wie een kop koffie wil. Wij alle drie, de ene met melk, de andere met melk en suiker en ik zwart. Enkel de tas aanraken aub, het bordje niet. De dingen waar je nooit bij stilstaat. Heel knap ook dat de vrijwilligers dit blijven doen.

De koffie is even een ontsnapping aan het mondmasker. We zitten hier zeker voldoende ver van elkaar. Gelukkig maar want mijn neus houdt het niet bij. Een beetje cynisme bekruipt me. Er keek niemand naar om, die bijwerkingen van de immuuntherapie, ook al haal ik dat telkens weer opnieuw aan. Oh ja, ik weet dat ze niet bedreigend zijn, die snotneus, dat hoestje en soms niezen. Het valt alleen nu dubbel op.

Ik laat het af tot mijn koffie op is en het koekje verorberd. De snotneus wordt ook nog even gedroogd en mijn handen ontsmet. En daar ga ik weer, masker op en lezen. Tot ik geroepen word door een verpleegster, om aan te prikken. Daar heb ik wel een fijne babbel mee. Ze vertelt dat ze dat blauwe ding de hele dag op moet laten. Zij heeft een ‘echt’. Ik heb er eentje gekregen door het naaiatelier gemaakt. Dat mag ik dan bijhouden en moet het de volgende keer weer meenemen. Ik ben nu al vies van mezelf. A la guerre comme à la guerre zeker. (Later thuis doe ik er van die ontsmettingsspray op, die ook op wondjes kan gespoten worden)

Blijkbaar heb ik nog steeds heel wat bij te eten. Ik ben helemaal niets bijgekomen. Na die vier weken corontaine had ik verwacht toch iets meer te wegen. Maar neen. Mijn nog-niet-gewone gewicht. De andere parameters zijn nog goed. Ik vind parameters overigens wel een grappig woord. Het doet me denken aan de stagiaires verpleegkunde enkele jaren geleden toen ik geopereerd was. ’s Morgens kwamen de frisse dames de kamer binnen. “Goede morgen mevrouw Knaepen, wij zijn er voor de parametertjes op te nemen.” Begin de dag met een lach ook al is uw wereld maar een oppervlakte van een éénpersoonsbed groot. Het hielp wel.

Na een halfuur komt de dokter binnen. Mijn oncoloog heeft weer vakantie. Dat was vorig jaar ook zo. Het krokusverlof en de Paasvakantie had ik iemand anders. Nu is het wel de dokter van de vorige keer. Dat valt dan weer mee. Ik vraag haar naar de resultaten van de PET-scan die ik einde maart had (zie hier/ ).

Geen verdere consultatie in deze kamer dus. Ik mag mee naar de consultatiekamer. Juij! Ik mag nog eens rechtstaan en even rondlopen. De lucht in dat masker wordt wel warm. Er gebeurt wat ik niet wil. Ik word onrustig en begin te hoesten. Dat valt op natuurlijk. Wat ben ik nu blij dat ik tot vermoeiends toe telkens zeg dat ik veel hoest, nies, enzovoort. Al heel lang. Nu ja, ze laat het verder zo. De resultaten van de scan zijn goed. Mijn baxter mag gemaakt worden. Die was blijkbaar al besteld en toen weer op “even wachten” gezet, toen de dokter hoorde dat ik eerst die scan wilde bespreken. Ze had notabene zelf het voorschrift geschreven vorige keer. Om maar aan te tonen hoe druk het sowieso al is en in deze omstandigheden het cruciale toch al veel is om aan te denken. Ze had ook een voorschrift voor een hersenscan (MRI) meegegeven. Die afspraak werd als niet dringend beschouwd en is toen afgezegd. De dokter zet het wel bij in het dossier om in het oog te houden dat het alsnog gebeurt, in post-bitch periode.

De twee andere mensen zitten al een hele tijd in deze kamer. Ze krijgen verschillende baxters en na elke baxter een spoeling. Ik hoor hen met elkaar praten. Volgende week moeten ze alweer terug komen. Ik ben verschrikkelijk blij dat ik daar niet voorsta. Ook al weet ik dat ik dat ook doe, als het moet, maar nu koester ik me in deze limiet die nog steeds rekbaar aanvoelt.

Bij een hapje van de boterham die ik mee heb, verslik ik me en na de hoestbui durf ik niet verder eten … thuis dan maar.

Het valt al bij al mee. Ik ben er sneller van af dan gewoonlijk, dat gevoel heb ik toch. Of is het dat ik me deze keer eens wel kon concentreren op mijn boek? (lezen hé, nog niet aan het schrijven, dat boek … 😉)

Voor één uur sta ik buiten. Vandaag ben ik bijna contactloos behandeld.

Onderweg naar huis – er is nu meer volk onderweg – vind ik het mooi geweest en besluit dat ik vanavond uithaalvoedsel zal eten. Mijn kot is opgeruimd en dat wil ik nog even zo houden. Geen koken en keuken opruimen vandaag.

Weer thuis maak ik er een tv namiddag van. Ah ja, ik blijf verder in mijn kot vandaag. Alleen voor mijn eten kom ik nog even uit mijn kot, naar Morfo. Er staat een rij-op-afstand. Het is wel gezellig zo, in het zonnetje, beetje wind, onder de kerktoren. Bij mijn beurt zelfs nog eens een beetje Grieks praten. Mijn God wat is dat lang geleden … behalve dan … Grieks zingen, maar dat laat ik niet horen hoor 😉.

Καλό Πάσχα ! Fijne Pasen!

Intussen …

Waarin tussen?

Intussen ben ik nog niet zot gedraaid. Ik praat wel tegen de muren, dat schilderij, de planten, mijn schrijfsels zelfs. De munt heb ik bedankt om toch dapper verder te blijven bestaan. En wat een geluk, er is nog niets van al die dingen die me geantwoord hebben. Naar ik las, moet men pas dan de psychiater opbellen. Dan pas loopt het fout.

Het is hier stil, veel stiller dan ik gewoon ben, ook al vind ik mezelf geen lawaaimaker. Het doet goed om de voorbije week te be-kijken. Zo ontstaat er toch een gevoel van bezig zijn, creatief zo nu en dan, nuttig zal wat hoog gegrepen zijn, maar … ach er is geen maar, gewoon het enige NU.

Op wandel:

– single op de brug over de stille Singel

– geen Samariakloof maar wel bergaf. Een stukje cake

Blijf in uw kot, ja gij ook Anne-Mie. Ik ben dan hier even op reis geweest.

En dan nog een lange natuurwandeling, niet in mijn kot en weer naar mijn kot.

Onderweg naar huis ben ik een buurvrouw tegengekomen. Korte babbel, ze is één van die mensen waarvoor ik elke avond om 20u meeklap. Dokter bij Geneeskunde voor het Volk.

Het is nog steeds zo, ik ben een enkeling, als u ooit een prototype nodig heeft, ben ik kandidaat om model te staan. Maar zelfs voor deze eenzaat is een beetje contact welkom. De verrassing kwam uit Kreta. De Fransman die kunst maakt in Margarites. De meeste anderen doen het ook nog goed. Enkelen maken donkere periodes door. De Bitch is ongenadig geweest.

Plaats en tijd voor verrassende-hoewel-amateur-in-de-kunst-met-verf-en-stift-enzo, zoals deelnemen aan Creatief dagboek online sessies. Heerlijk om even alles los te laten en te kliederen.

Boodschappen doen valt al veel beter mee. Het exotisch fruit wordt wel schaarser om begrijpelijke redenen. En toch.  Ik heb deze week nog een granaatappel weten versieren.

Weer een aflevering van mijn vage bestaan ergens in mijn kot.

Er volgt – waarschijnlijk morgen – een serie verhalen die ik nog ingelezen heb.

Op een andere dag nog wat en dan weer wat. Als u het doet, a.u.b. doe het op afstand.

Verslag van een beetje hygiëne stress.

Vandaag kwam er een dimensie bij in het wereldlijk coroniale tijdperk. Ik had een afspraak in het ziekenhuis voor de halfjaarlijkse PET-scan. Voor het eerst sinds ik met het monster zit, ben ik veel minder zenuwachtig voor de uitslag dan voor het verloop. Het is ook de eerste keer sinds mijn laatste therapie dat ik weer in het ziekenhuis kom. Het begint al op de parking. Normaal ga ik per fiets maar voor de PET-scan wordt aangeraden zo weinig mogelijk fysieke inspanning te doen, vanwege het hoger suikerverbruik en dat is nu net wat kleurt op de scan. Het was er zo leeg, alsof de auto’s ook afstand dienen te bewaren. Ik kon eerst niet binnen, moest aanbellen en toen ging de deur open. Er stond al iemand die wilde weten of ik een afspraak had.

‘Ja, ik kom voor mijn PET-scan.’ Dat is in het hoofdgebouw. Verdorie waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht. Tot dan ging ik altijd parkeren aan de oncologie-afdeling. Voor die patiënten is de parking gratis. Aan die ingang doorheen een lange verbindingsgang komt men vanzelf uit aan de hoofdingang. Nu was die gang gesloten. Ik kon me wel al inschrijven aan de kiosk en de klevers nemen. Eerst mijn ID kaart insteken en op het scherm de juiste knoppen aanduiden. Euhm! En De Bitch? Met mijn mouw over mijn hand getrokken dan maar.

Dapper ga ik weer naar buiten, op naar de juiste ingang. Daar kan ik ook niet zomaar binnen. Alleen een deur naast de hoofdingang kan open en daar staan twee mensen met – gelukkig – een mondmasker voor. Ze zijn vriendelijk, vragen weer naar mijn reden van hier te zijn, maar zien dat ik die klevers al heb. Ik kan doorlopen. De gangen liggen er verlaten bij. Het winkeltje is dicht. Er zitten enkele mensen op een bankje, ver uit elkaar. Waarschijnlijk wachtende op hun iemand van hun dierbaren, die in het ziekenhuis is? Het cafetaria is dicht. De gangen zijn leeg. Hier en daar zie ik iemand in ziekenhuistenue. In de lift ben ik alleen. Naar -1. Aan het onthaal waar ik moet zijn, zit één persoon, ‘gewoon’. De wachtkamer ernaast is bijna leeg. Er zit één meneer, waarschijnlijk ook aan het wachten op een gezinslid. Dat gevoel heb ik toch, waarschijnlijk een hulpbehoevende persoon, die niet alleen tot hier geraakt?

Bij elke PET-scan krijg ik een papier met klembord en moet er worden ingevuld: geboortedatum, gewicht, lengte, suikerziekte, andere ziektes, recente operaties, …. Ik krijg hiervoor ook een pen. Moet ik dat vastpakken? Na het invullen ontsmet ik onmiddellijk mijn handen. Gelukkig is er nog genoeg van die ontsmettingsgel, in zo’n grote flessen.

Lang moet ik niet wachten. In de ruimte waar de patiënten voorbereid worden op de scan is het ook rustig. Ik hoor hier en daar wel wat gerommel, maar meestal is het hier veel rumoeriger. Daarover heb  ik het met de verpleger die me aanprikt.

‘Ja,’ zegt hij, ‘anders worden er hier veel meer scans afgenomen. Nu alleen de PET scans.’ Hij vindt het ook maar heel raar en onheilspellend. ‘Dit is nog niet direct voorbij’ en ‘Hier gaan we voor moeten betalen’ en ‘Wat is er ook allemaal gebeurd met het klimaat het voorbije jaar alleen al’ en ‘Ze wisten het al jaren geleden dat zoiets zou gebeuren, maar iemand die zich erop voorbereid heeft? Dat niet natuurlijk.’ Hij bedoelde iemand die in het beleid zit. Bloed kruipt waar het niet gaan kan, geld zit waar het na jatten volle zakken maakt.

Ik ben aangeprikt, mijn suikergehalte is gemeten en goed bevonden en de baxter aangehangen. Het radioactieve goedje zit er na tien minuutjes ook in en dan is het een uurtje wachten tot de gewone baxter leeg is, zodat alles goed rondgestuurd wordt in mijn lichaam. De kleine inspuitruimtes geven genoeg privacy. De muren echter zijn witter dan wit. Ze doen pijn aan de ogen, zeker met die tl lampen aan het plafond. Na dat uurtje heb ik schele hoofdpijn en ben blij dat ik onder de scan mag. Dat is nog twintig minuten en iets meer stil liggen. Wel een grappige opmerking van de verpleger. ‘Als ge maar ne meter vijftig zijt, duurt het iets minder lang dan als ge twee meter zijt.’ Ik moet denken aan een lotgenoot. Zou hij een half uur eronder moeten blijven liggen?

Ineens is het gedaan. Ik ben warempel in slaap gevallen onder die scan.

Ik mag me weer helemaal aankleden en naar huis. Onderweg naar de uitgang ontsmet ik mijn handen twee keer. Enkele keren niet aan gedacht om mijn mouw over mijn hand te trekken bij openen van een deur. Na de tweede keer doe ik maar mijn winterhandschoenen al aan en ga naar buiten via die zelfde zijdeur. Blij dat ik buiten ben!

Twee keer heb ik alleen de lift genomen. Nog niet zolang geleden zou ik gewoon mee ingestapt zijn in de lift die nog open staat, waarin al één of meer personen staan.

Pas buiten voel ik hoe scherp die hoofdpijn is en denk ik voor de eerste keer aan het monster.

Mijn auto raak ik ook maar aan met mijn handschoenen, t.t.z. aan de buitenkant. Binnenin komt niemand anders dan ik en aangezien ik helemaal niet vaak meer auto rijd nu, voel ik me binnenin wel veilig genoeg.

Nooit gedacht dat een ‘gewone’ halfjaarlijkse gebeurtenis zoveel stress kon meebrengen. Thuis gekomen voelde ik pas hoeveel honger ik had. Ah ja, voor die scan moet men nuchter zijn. Twee sneetjes brood nog maar? Normaal is dat genoeg, maar nu? Een extra pannenkoekje (die met havermout, weet u nog?) en een blokje chocolade. Ik mag best wel eens iets extra, rantsoeneren begint me goed af te gaan. Ook al was ik al lang geen veelvraat meer. En morgen boodschappen doen. Dat stond toch al op de planning. Gelukkig is dat dichtbij, lokaal en bekend, nieuw bekend maar desalniettemin bekend.

Verder heb ik het rustig gehouden vandaag, geen avontuurlijke wandelingen meer van anderhalve meter afstand voor mij vandaag. Gewoon het venster groot openzetten, een extra pull aan en denken dat ik buiten ben. De lucht is nu ook veel zuiverder.

Intussen ben ik bezig met fijne ‘opdrachten’ Creatief Dagboek, via mail uiteraard. Er zit meer in mij dat het monster 😊 en daarover later meer …

Oh, toch nog een verhaaltje ingelezen …

Wie kan hier niet slapen? 😉

De Aarde doet het niet

Wat doet een mens zo al op de Griekse Nationale Feestdag, de Onafhankelijkheidsdag, in zo groot mogelijke corontaine? Ik houd me wat stil op de sociale media. Het voelt zelfs energie- en tijdrovend. Hier en daar bekijk ik wel iets, laat ik me inspireren door foto’s, door teksten, door opinies. Alles lijkt gezegd, ik heb er niets meer aan toe te voegen. Ik ben geen wetenschapper, waarheden op basis van bewijzen kan ik u niet geven. Veel eerder laat ik mijn buikgevoel en mijn ziele(on)rust spreken. Hoe spreek ik dan? Met mijn pen, vulpen wel te verstaan in mijn schrijfboekje. Het rommelde al enkele dagen, een week of zo in mijn hoofd- en lijfgevoel wat doet u toch Aarde? Maar de Aarde antwoordt niet. Dit is wat mijn inspiratie me ingaf:

De Aarde doet het niet.

De Aarde verdeelt niet in goed en kwaad

Dat doet de mens (of was het God?)

De Aarde ziet niet, schuld of onschuld

Dat doet de mens

De Aarde juicht niet bij overwinning, noch joelt Ze bij nederlaag

Dat doet de mens

De Aarde haat niet, noch heeft Ze lief

Dat doet de mens

De Aarde weet niet

Dat doet de mens

De Aarde,

Ze leeft gewoon, Ze zet zich constant in evenwicht

Ze weet niet dat ze geeft, noch dat Ze neemt

Ze voelt niet dat Ze de gastvrouw is, de Enige

Voor het leven in al zijn vormen

Neen, de Aarde neemt geen wraak

De Aarde zoekt evenwicht

Ze herstelt, steeds opnieuw en weer en nog … één keer?

Wat deden de mensen?

En de mensen droomden weer,

Van groen en van hemelsblauw, van geel en koraalrood

Van appelblauwzeegroen en zelfs van alle tinten grijs

Ze droomden weer van dansen en zingen

Van samen eten en drinken en ze lachten

En iedereen die wilde, deed mee

En de anderen keken en zagen dat dit ook goed was

Ze droomden weer van ‘gewone’ overstromingen

En van ‘gewone’ hete zomers

En van ‘gewone’ strenge winters

En van ‘gewone’ natte herfsten

En mogen die ‘gewone’ grillige lentes ook terug

Alle seizoenen op hun plaats, op de wereldbol en in tijd

De rivieren meanderden weer

De vissen maakten zich klaar, onwetend, waarvoor ze bestonden

Ze droomden weer van de olifant, de vos, de haas en de giraf,

De fazant, de wezel, het everzwijn, de slang en zelfs de vieze dikke spin

Dat die allemaal weer een plaats hadden, hun eigen plaats

Ze droomden, die mensen, dat ze zelf plaats genoeg hadden

Er was toch nog altijd elkaar!

De kinderen, ze mochten zíjn, lachen, springen, ontdekken.

Ze zien geen verschillen, die kinderen, ze waren veilig.

En ze droomden verder, van de bomen en de struiken, de planten, de bloemen

Die mochten weer, zelfs het onkruid kreeg plaats

De groenten deden mee en de kruiden

En al die kleuren fruit, groenten, kruiden

Ze bleven maar groeien en geven en geven

De mensen droomden verder, ze zouden weten wat ze moesten weten

Vanzelf, zomaar,

Geen gluten of lactose of suikers meer op verpakkingen.

Er was genoeg voor iedereen

Ze deelden, ze namen, ze gaven

Wat ze nodig hadden, wat overbodig was

En de mensen droomden weer

Dat ze weer leren konden

Dat ze weer wisten, echt wisten

Ze durfden zelfs dromen van knuffels, van handgeven, van hand-in-hand-in-hand-in-hand-kringen en slingers, inhaken bij elkaar, van zoenen, van vrijen, van ravotten, van troosten

Ze ontdekten hun eigen kunnen weer en gingen, liepen, fietsten, tramden, treinden

Sommigen zwommen

Ayla* en Aarde wisten zich toch met elkaar te verzoenen

Ze wisten niet, ze kenden niet, ze dachten niet

Het was gewoon zo.

En de mensen droomden weer

Van nederigheid en dankbaarheid

van verzoening

De mensen ontdekten alleen in traagheid verre landen

Al het groen en andere kleuren, de dieren, de zeeën, de lucht, de zon en maan én zijzelf

Ze waren genoeg. Maar nu, nu dromen ze nog

*Ayla is het hoofdpersonage uit de boeken van Jean M. Auel, ‘De Aardkinderen’. In het eerste boek ‘De stam van de holenbeer’ , … wordt Ayla als kleine meisje geconfronteerd met het verlies van haar ouders en stam, door een zware aardbeving en komt ze in een andere stam terecht, van Neanderthalers https://nl.wikipedia.org/wiki/De_stam_van_de_holenbeer

De foto bovenaan komt van Mundo Increíble door Signature of Humanity op FB gezet.

Het nieuwe normaal?

Het is toch even wennen, zelfs voor een enkeling als ik.

Er is meer tijd zou u kunnen denken, toch is dat niet zo. Evenveel als ervoor maar ik moet u niets vertellen dat u al allemaal weet.

Hoewel ik probeer om een béétje minder achter het scherm te zitten, blijven de mooie dingen wel bij. Wat mensen doen in deze nieuwe situatie, foto’s die ze posten, allerlei solidaire acties, … Humor doet het ook goed. Dat kriebelt bij mij om te reageren …

Tijden van verwarring en onzekerheden, brengen me ook dichter bij dankbaarheid. Het kan zo eenvoudig zijn. Ineens is er aandacht voor kleine dingen. Bijvoorbeeld in het postkantoor of in de supermarkt en op straat.

Vanmorgen was ik even buiten, naar het postkantoor. Daar stond een wachtrij tot buiten. Maximum 3 mensen, denk ik, mochten tegelijk binnen zijn met tussen de wachtenden de vereiste afstand. Dat ging lekker vlot. Er stond iemand bij de deur die de mensen één voor één binnenliet en een volgnummer gaf. Ook aan het loket moest de nodige afstand bewaard blijven. Een tape op de vloer gaf aan tot waar je mocht komen. Ik ging om een pakje af te halen. De code op mijn gsm was nodig. Die moest ik op de tafel leggen zodat ik achter de lijn kon blijven. Min of meer toch. Eén en halve meter lange arm heb ik niet. Ik kan nog net krabben aan de jeukerige stukken vel van mijn lijf. Elke patiënt die deze bijwerkingen van de therapie heeft  (niet voor Covid19 voor alle duidelijkheid) kent het gemak van een arm die lang genoeg is. Anderhalve meter daarentegen … ik zou het wel weten.

Het personeel had mondmaskers aan. Toch wel geruststellend vind ik. Naar het schijnt, ik gelezen en gehoord heb, is de kans om iemand te besmetten dan een stuk kleiner. Om besmet te worden iets minder. Het hangt zeker af van de kwaliteit en de afsluiting rond mond en neus. Daar weet ik niet genoeg over.

Deze voormiddag ben ik boodschappen gaan doen. Dat doe ik om de paar dagen, omdat ik niet wil hamsteren. Lange wachtrij. Het ging vrij vlot. Met mijn papieren zakdoek voor mijn mond ben ik blijven wachten. Ook weer met de nodige afstand. Men weet maar nooit in deze tijden natuurlijk. Alles wordt nog onvoorspelbaarder. Ik probeer er maar niet teveel aan te denken. Toen ik thuis kwam, ontdekte ik dat ik de gft afvalzakjes vergeten was. Die moet je aan de kassa vragen en daar wilde ik zo snel mogelijk weg uit respect voor de kassamedewerker. Totaal aan mijn brein ontsnapt. Op mijn briefje, dat ik deze keer wél bij had, stond het wel! Voor de volgende keer dan maar.

Twee maal bedankt alvast, aan de postbedienden en de mensen in het supermarktje. Ook voor de postbode, ik krijg nog steeds post. Drie maal dus. Oh en voor de chauffeurs die verder blijven rijden. Ze beloven, die regering althans, dat de voorraden aangevuld zullen blijven. Daarvoor hebben we de chauffeurs hard nodig!

De voormiddag was nog niet voorbij. En nu? Beweging! Maar even niet naar buiten. Het dichtste bij buiten zijn de ramen. Die zijn vuil, heel vuil. Vooral aan de achterkant. Dan maar ramen gelapt. Dubbel gelapt. Dat heb je van al dat fijn stof, het werd zelfs niet door de veelvuldige regen van de afgelopen weken weg gespoeld, wat natuurlijk niet de enige reden is …

De mondmaskers. Die houden me bezig. Ik vraag me af of de mensen die ik ze zie dragen, een aandoening hebben waardoor ze kwetsbaarder zijn voor het virus. Alle begrip. Als het moet en voor de beweging kom ik zelf ook buiten, zij het niet zo lang, maar ik doe het. Zolang er afstand is, ben ik niet ongerust. Gisteren bijvoorbeeld, ben ik even gaan fietsen. In de parken is er wel meer te zien. Als u een bankje kan bemachtigen, is het voor u alleen, tenzij het langer is dan anderhalve meter. Het is niet om te lachen maar ik denk nu spontaan dat ik dan in het midden zou gaan zitten. Plaats genoeg 😉 Tenzij u met mensen onder hetzelfde dak bent, natuurlijk, dan mag u misschien zelfs op elkaars schoot gaan zitten.

’s Morgens is mijn energie op z’n best. Gelukkig dat ik al die dingen dus gedaan heb. Als ik in de namiddag gerust heb (ik voel me ineens heel oud terwijl ik dit schrijf) is de zin voor veel actie er niet zo. Ik had bezoek van de Collega’s vandaag en van kapitein Zeppos. Eindelijk zie ik hem eens. Het was net voor mijn tijd (dus toch nog niet zo oud … ).

Er zit nog een andere blog in mijn hoofd, maar die wil er nog niet uit. Goed, zolang er nog woorden zijn die mogen samenscholen …

Oh ja, ik heb ook nog wat verhaaltjes ingelezen … ik zal ze verzamelen in een aparte rubriek. Hier alvast een begin.

Ik voel me zo in CoroNtAine.

Misschien zal het voor u lijken alsof ik er een loopje mee neem maar niets is minder waar. Minimaliseren al zeker niet. Panikeren, mijn Facebookpagina vol te zetten met waarschuwingen – hoogstens aanvaardbare mopjes – die toch al iedereen gelezen en al dan niet goedgekeurd heeft, met mondmasker lopen of wat dan ook, weiger ik te doen.

Hoe was het leven ook alweer vóór de uitbraak van ‘De Bitch’ – staat u me deze benaming toe aub. Betalingen gingen ook al met de bankkaart, behalve waar het echt niet kon. Dat bracht me wel eens in een benarde situatie bij de fietsenmaker hier dichtbij. ‘Cash alleen mevrouw’ en ‘U kan daar geld afhalen.’ en ‘Neen, u hoeft uw fiets niet hier te laten staan, gaat u maar gerust met de fiets.’ Wat een vertrouwen, toch? Ik heb dat dan ook gedaan. Ik ben teruggereden nadat ik dat geld had afgehaald en heb betaald wat ik moest betalen. Maar nu dwaal ik af, dat heb ik ervan als ik met de fiets ben, dat gaat iets sneller…

Ik betaal dus meestal met de kaart. Verder gebeurt het zelden dat ik in de straat en andere wandelgangen zomaar iemand kus, een hand of knuffel geef. En dan nog, kus op de wang, wang tegen wang wel te verstaan. Ge weet wel, zo’n lip bijna op wang kus. Dé kus? Dat doet u toch niet zomaar met eender wie? En als die niet-eender-wie dat ook niet doet …

Overigens was ik mijn handen sowieso dikwijls, ik houd van proper handen.

Maar nu, mag ik mijn familie geen kus meer op de wang geven, de spontane omhelzingen van vrienden die ik niet zo vaak zie blijven uit, de nog spontanere knuffels van kinderen van de familie moet ik afweren. Dat er paniek is tussen deze vier en iets meer muren waar ik woon, zou overdreven zijn. Feit is wel dat ik voorzichter ben. Alleen al omwille van de bijwerkingen van mijn immuuntherapie, die aan De Bitch doen denken. Er is geen verschil in symptomen vóór en na. Ik vertrouw erop dat ik dat voel. Toch ben ik gereserveerder, iets meer gêne. Niet voor mijn toestand, wel voor de ongerustheid die het kan teweegbrengen bij mezelf en mijn omgeving.

Mijn vader zit in quarantaine in het rusthuis. Deur op slot. Geen bezoek. Geen informatie. Ook al ben ik officieel mantelzorger, samen met mijn zus, we mogen niet binnen. Afspraak met de oogarts tot nader order uitgesteld. Gelukkig begrijpt die dokter dat.

Ik kan een boek vullen met avonturen in dat rusthuis. Zonder beschuldigend te wijzen, want ik weet ook niet wat er zich achter de schermen afspeelt. Ik registreer dan feiten met een vleugje subjectiviteit omdat het toch over mijn vader gaat.

De lessen waarvoor ik me zo enthousiast heb ingeschreven, zijn voor de maand maart alvast afgelast. Nog een cursus waarbij het niet duidelijk is, maar ik bereid me voor op vrije tijd. De openbare gebouwen zijn dicht, ook de bibliotheken. Mijn abonnement moet verlengd worden, mijn boeken afgegeven, mijn gereserveerd boek opgehaald … Nee, ja. Nee, niets moet natuurlijk. Ja, de gebouwen zijn dicht.

Eergisten was ik bij mijn – nieuwe – huisdokter. Zij zei me dat ik niet vatbaarder zal zijn voor De Bitch dan een doorsnee gezonde mens, maar wel zieker zou kunnen zijn vanwege mijn chronische toestand. Dat vond ik geruststellend. Ik doe dus gewoon maar voort met handen wassen, goed verluchten, niet binnen blijven zitten, want ik voel zowel de zon als de regen graag en vandaag was dat ook de wind. Mensen ambeteren met mijn blog, iemand moet het doen, toch?

Het is een beetje raar, mijn gedachtegang momenteel. Natuurlijk is het goed om voorzichtig te zijn, de maatregelen te respecteren, vooral uit solidariteit. Niemand wil de zwarte piet doorgeschoven krijgen, noch van een gezonde noch van een zieke mens.

Nog andere gedachten durven binnendringen. Hoe erg is het om 24/7 fijn stof in te ademen t.o.v. De Bitch? Als je bekijkt waar het begonnen is, toen er daar nog zo ongeveer zwarte lucht was en nu, het bijna leeg gelopen is, de lucht weer een stuk zuiverder is.

Gaan we, stel dat alles plat ligt binnenkort, dan tenminste toch zuiverder lucht krijgen? Zal dat virus dat willen, die pure gezonde lucht? Hopelijk stikt het dan in haar hoest. Gaan we fietsen op de ring zoals vroeger bij autoloze zondag op de autostrade? Op één meter in het vierkant van elkaar. Interessanter is dan de vraag wat daarna zou gebeuren wanneer alles weer – min of meer – goed komt. Blijft ‘de mens’ verder arrogant zijn, zich op de borst kloppend dat De Bitch verslagen is. Zie je wel? Wíj zijn de baas!

Waarom gebeurt dit? Is dit een zuivering van de natuur? Akelig om er zo aan te denken, want ik wil zelf nog niet uitgezuiverd worden in deze.

Wanneer is De Bitch overwonnen? Het lijkt wel op oorlog, de virus tegen de mens! Zo’n film, waarvan u waarschijnlijk sneller dan ik op een naam komt.

Intussen verandert de toestand in het land constant. Tv of radio staan te vaak aan. Het blauwe licht van dit of ander scherm ketst af op mijn leesbril. Komt het nationaal rampenplan er? Zal ik al gaan hamsteren? Naar het schijnt is WC papier nogal in trek …

Wat een geluk dat ik nog niet gepoetst heb en de plannen binnenshuis die ik wilde doen zo hard uitgesteld heb. Als ik alsnog in CoroNtAine moet, zal ik me alvast niet vervelen.

Wat gaat u doen in geval van CoroNtAine?

Vrouw op Vrouwendag

Wat kan er nog gezegd worden over deze Internationale Vrouwendag, wat nog niet verteld is?

Mijn moeder was haar tijd ver vooruit. Werkende vrouw met zes kinderen, nooit haar (spreekwoordelijke) schort afgenomen. Ik weet niet zeker, maar ik denk dat ze er niet zo bewust mee bezig was. Hoewel ze wel bij de ‘Vrouwengilde’ was. Ze was bij nogal veel. Waar ik bijna zeker van ben, is dat ze niet zou meedoen aan acties, op de manier zoals dat tegenwoordig gaat. Ze zou het zeker niet veroordelen. Maar het was haar ding niet. Ze deed wat ze deed, op haar manier, op haar tempo (en dat was behoorlijk snel) voor diegenen die het nodig hadden. Zo voel ik het ook aan, zij het veel trager en individueler.

Ik voel me vaak een beetje dubbel als me zoiets gevraagd wordt, ‘kom je ook naar …’. Onafgezien van het feit dat je me zelden (of wie weet zelfs nooit) zult zien waar het druk is of waar ik drukte vermoed, sta ik wel achter goede initiatieven natuurlijk. En ook al val ik niet op daarbuiten, ik ben niet onverschillig. Dat wilde ik de wereld maar even laten weten. Als deze (soms echt hele lieve) vrouw Neen zegt, neemt u het dan a.u.b. niet persoonlijk op. De ‘waarom niet?’ vraag is in mijn ervaring de meest overroepen vraag. Het recht, als mens, om neen te antwoorden bestaat, zonder meer. Neen hoeft niet VERantwoord te worden.

Desalniettemin bewonder ik alle activisten/deelnemers/spectators/organisatoren/ …zeker met dit weer … ! Want waar zouden vrouwen staan, als er geen activisten en activistes waren? Bedankt!!!

Voor alle mensen wens ik dat ze de vrouwen kunnen zien zoals ze zijn, wie ze willen zijn, wie ze niet kunnen zijn, zonder dat ze het moeten verantwoorden of erger, toestemming vragen.

Ziehier, mijn schort. Maar ik heb wel mijne was gedaan vandaag hoor. Wie anders? 😉

ik vind het best een mooie.

Wat vindt u zelf dat niet verantwoord moet worden?