Alsof mijn leven spannend is
alsof er dagelijks avonturen zijn
alsof die dan onwaarschijnlijk zijn
Schrijf ik zo af en toe een berichtje
in mijn blog en dan toon ik hoe het was
die maand, de bezoekjes, de tripjes naar
Daar waar ik was en keek naar al
dat moois, mee stapte in een uurtje
van iemand anders die gelauwerd werd
Of over een boek dat ik las
als mijn ‘recensie’ maar klinkt
denk ik erbij want ik denk te veel
Of een andere haarkleur probeer
die uitgroei is nu rood niet meer grijs
dan toch nog eens iets anders wagen of ?
Iets klein waar ik getuige van was en
me pas dagen later weer te binnen valt
dat grappig spraakwatervalletje in de tram
Zal ik vertellen over de scan? De
tigste inmiddels en over die andere,
en hoe het wachten spannender is dan
Schrijven over gebeurtenissen die
plaatsvinden tussen de uren van het
chronische ziek en mentaal moe zijn door
Toch veel fijner
zo niet amusanter
hoe zo’n baby je kan
inpakken en dan samen
met grotere kinderen jou
ontroeren en doen beseffen
dat het altijd maar dan ook
altijd en overal en steeds gewoon
NU! is.
Ik schrijf en deel mee
uitleggen doe ik niet
Dit was gewoon Maart
AMK
Categorie: Schrijfgelegenheden
Boekenchallenge – Wij, twee jongens van Aline Sax
Ik zou dit jaar via de Hebban-challenge twintig boeken lezen. Al zijn uitdagingen steeds minder aan mij besteed, wil ik wel zien hoe ver ik geraak. Inmiddels heb ik er vier gelezen, aan het vijfde bezig.
Dit boek van Aline Sax is het eerste van twee jeugdboeken (15+ volgens de bibliotheek). Dit eerste gaat over landverhuizers in de beginjaren van de twintigste eeuw. Hett verhaal begint met het vertrek van een  West-Vlaams gezin naar Amerika, toen nog het land waar alles kon en mogelijk was. Eén jongen uit het gezin komt echt aan in New-York, maar of hij de droom kan waarmaken is een andere kwestie. En wat met zijn familie die weer/nog in België zit?
Hij verzeilt in allerlei situaties die op nachtmerries lijken. Is Amerika toch niet dat wat voorgespiegeld werd?
Aline legt enkele thema’s bloot. Alsof je in een schilderij stapt dat telkens verandert, bladzijde na bladzijde tegen de achtergrond van New York in het begin van de twintigste eeuw. Hoe dromen overleven wordt, veel schouderophalen en één uitreikende helpende hand, ontdekking van geaardheid en het moeten verborgen houden, de bandeloosheid tegenover de preutsheid, vriendschappen die ontstaan, verraad, liefde/haat tegenover de stad …

Het boek is heel beeldend geschreven, alsof Aline erbij was om ter plaatse verslag uit te brengen. Vijftien-plus is niet overdreven. Het voordeel van zo’n jeugdboek lezen, is net die aanschouwelijkheid, die nooit kinderachtig wordt.
De inhoud van het boek zelf kan u op Hebban vinden én wat anderen er daar over schreven:
AMK
foto’s: bovenaan, uit Hebban. In het midden: uit het boek. Ik vond dat zo’n mooie zin!
Dit was februari vaak door een zonnebril…
Daar vroeg ik me over af of ik er iets van zou zeggen. Of toch niet?
Laat ik het in een brief vertellen. Verwacht geen wereldnieuws.
Lieve mama,
Dit jaar, 26 februari is het twintig jaar geleden dat ik u rustig zag uitademen, voor de laatste keer. Er is veel gebeurd sindsdien. We doen het nog allemaal goed, de ene al wat meer dan de andere. Het is naargelang we de dingen bekijken en ermee omgaan.
De familie wordt steeds maar groter, aan de onderkant van de stamboom. Ook dat is maar hoe ge het bekijkt. Als papa en gij de stam zijn, letterlijk van de sterke boom, dan groeit de boom bovenaan vooral goed. Verspreiden doen we ons ook goed. Steeds nieuwe boompjes afkomstig van die ene boom. Uiteindelijk worden we een hele boomgaard.
Ik zal u niet overdonderen. Februari in het twintigste jaar erná in vogelvlucht:
Zoals  dát meisje dat enkele solo’s mocht brengen tijdens haar toonmoment van de muziekschool.
Zoals de schatjes-van-patatjes met stevige longen en sterke stemmetjes.
Grote zus van deze schatjes die door alles heen heerlijk zichzelf blijft. Druk en lief.
Dan dat acro-wonder. Aladins betovering was groot. Helaas niet groot genoeg om de top te halen. Dat wil zeggen dat elke deelnemer een geweldige prestatie neerzette. Goede organisatie overigens van #OTMGent.
Hier hoort de wereld nog van! is wat ik vaak denk bij familie-kinderen. Mag dat voor alle kinderen alsjeblieft?





Mijn eigen metekind was jarig. Bijna een rond getal … volgend jaar. Dat stemt tot nadenken, iets dat ik nu nog niet zeg en in opbouw is 😉
Dat is één bijna volle tak van de boom van u en papa. Overigens over hem. Hij blijft er zijn. Ook al ziet hij niet meer goed (bijna niets meer). Th. en M. houden een heel goed oogje in het zeil bij hem. We doen allemaal wat we kunnen.
Verder? Er was een M-dag. Het was vanzelfsprekend gezellig, Grieks-Nederlands-Vlaams (alfabetische volgorde) gebabbel, eten, drinken en Dalaras natuurlijk, waarmee het allemaal begon. Voor wie het nog wil weten: M-DAG toen ook op 16 februari, net voor de grote C-ellende.
In Godsheide werden de kinderen herdacht, die 85 jaar geleden verdronken in het Albertkanaal.

Ik heb er gestaan, vorige donderdag. Hoe intriest. K. vroeg er nog naar en of haar bompa daar toen ergens in de buurt was. Gelukkig niet op dat moment of we zouden er allemaal niet zijn en ik zou niemand vervelen met blogberichten…
Nog even langs uw graf en dat van heel wat familie. Weer weggaan was even uitdagend als erheen. Wist ik veel dat de hele straat was opgegraven voor rioleringswerken slash buurt opkalefateren. De aanleg van fietspaden is wel fijn gedaan. Beter om te wandelen dan door die werken te slalommen. Op de terugweg, op het golfterrein, toonde een vriendelijke golfer me de paden om weer op een echte weg te komen én een bushokje.

Dan hield ik ook nog wat taaldingetjes bij, zoals duolingo en de taalkalender. Die kalender zet ik in een volgend bericht.
Ge ziet mama, we vervelen ons niet … en gij blijft gewoon bestaan. Ook al sterven mama’s ook, ze blijven gewoon bestaan!
AMK
Taaldingetje 2
Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel!
Ik geef u nog enkele taaldingen mee uit januari en al één uit februari:

Zeppelin: We vlogen met een zucht Graaf Zeppelin kocht het octrooi voor dit vaartuig van ene David Schwarz. Zeppelin was ook de eerste die ‘het gevaarte’ de lucht in kreeg. Dat gevaarte heette* Luftschiff Zeppelin en bleef toen 18 minuten zweven. (Ewoud Sanders)
De kamelenweek: De kamelen uit de week halen. Stelt u zich voor dat er een kameel op een drukke weg staat, welke file dat zou veroorzaken. Zulke files zouden vooral op dinsdag en donderdag voorkomen (didodrukte). Deze piekdagen zijn de bulten van een kameel in een werkweek. Â Het zijn klaarblijkelijk vaste dagen dat mensen naar kantoor gaan om daar te werken. Daarom proberen werkgevers hun werknemers ook op andere dagen naar kantoor te krijgen om de kamelen uit de week te halen. (Laura van Eerten)
De letter ‘e’: Ik waag me er niet aan maar probeert u eens een regel, twee zinnen, een gedicht te schrijven zonder de letter ‘e’. Deze letter komt vooral voor in kortere woorden zoals het, een, de, in meervoudsvormen, infinitieven, …
Interessant is dat ene mijnheer Georges Perec een roman geschreven heeft zonder deze letter, in het Frans: La disparition. Straf is dat iemand, Guido van de Wiel, het aandurfde om deze roman te vertalen, evenzeer zonder deze bijna alom aanwezige letter: ’t Manco. Een lettergek. (Diedrik van der Wal)
Wie het interessant vindt, kan HIER meer vinden over deze roman.
Bron gehele bericht: scheurkalender Onze Taal 2026. Daarvan ook de foto’s. Naam van de schrijver van het klinkdicht zonder E (foto bovenaan): Albertus Frese, 1784… zouden dt-fouten toen al bestaan? Of hoe taal toch evolueert.
Over het nieuwtje van vorig bericht, kreeg ik nog geen antwoord. Iemand in Brugge probeert voor mij wel een exemplaar van Kerk en Leven te vinden waarin mijn Lapjeskat zou kunnen staan. Alvast bedankt hiervoor. Als er nog mensen zijn die het tegenkomen en een foto van de publicatie willen sturen, alvast bedankt.
AMK
*het werkwoord voor een naam of eigennaam is heten. Ik heet Anne-Mie want ik heb de naam Anne-Mie. Dat komt omdat mijn ouders mij die naam gaven. Zij noemden mij Anne-Mie bij mijn geboorte. Even een akkefietje van mijn stokpaardje halen… 😊
Toch 'n poging? (wat flauw, zo wis als waarachtig)
Of waag ik ’t toch?
ik schrijf in mijn blog
kom d’r maar uit
zo’n luchtkomma’s
nuttig als flink wat kruid
Daarom stop ik al maar
mijn schrijfzin is nu klaar.
Taaldingetje
Ik heb dit jaar een scheurkalender gekocht van Onze Taal. Daar vindt een mens best wat weetjes al krijg je er de groenten niet mee in je soep, de badkamer gekuist noch kasten afgestoft. Interessant is het wel!
Zo kwam het dat ik weet dat Aagje van de uitdrukking ‘nieuwsgierig aagje’ (zonder hoofdletter) uit een verhaal komt dat in 1655 werd geschreven en zich in Enkhuizen afspeelde. Aagje was heel nieuwsgierig en ging met een schipper mee naar Antwerpen. Daar raakte ze door haar nieuwsgierigheid in allerlei problemen.
Ook dat de letter q vroeger veel frequenter gebruikt werd. Tot iemand het quatsch vond en in veel woorden de q(u) werd vervangen door k(w).
Kwantum, kwaliteit, … Kweetnie wat ik ervan denken zal.
De januskop heeft ook zijdelings iets met januari te maken. Januari is volgens sommige bronnen afgeleid van de Romeinse god Janus. God van deuren en andere doorgangen en god van het begin en het einde. Daardoor werd hij voorgesteld met twee gezichten; het ene kijkt vooruit, het andere achteruit. Twee gezichten, onbetrouwbaar en daar is de januskop.
Ander mooi weetje in verband met januari is het woord jeans. Volgens sommige bronnen is januari afgeleid van de Italiaanse stad Genua, waar stevig katoenen weefsel werd gemaakt dat (in het Frans) Gênes werd genoemd (de naam voor Genua). Het verbasterde enkele keren zowel in het Frans als het Engels en werd uiteindelijk jeans.
Het blaadje van gisteren gaat over Xantippe. Dat laat ik u zelf lezen.
Bron gehele bericht: scheurkalender Onze Taal 2026.
Even achteraan een nieuwtje gooien. Eergisteravond ontving ik een mail van een diaken van een parochie in Brugge. Ze willen mijn Lapjeskat opnemen in het parochieblad aldaar in het teken van gedichtendag 2026. En of ze het mogen publiceren mét naam en bron (Woordentij die voor de warmste week gedichten van onzichtbare zieken verzamelde). Raad eens wat ik antwoordde?
Kan ik digitaal dat parochieblad lezen?
AMK
Vijgen na Kerstmis
Ge kent dat wel, uw eigen jaaroverzicht. Zal ik het via het alfabet schrijven, zoals ik in een blog las? Of via foto’s zoals ik in een andere blog zag? Nog iets anders? Dat dacht ik zo tussen Kerst en Nieuwjaar samen te vatten.
Toen kwam meneerke Griep op bezoek, zelfs een tweede keer. Hij bleef hangen. Hij pestte en tartte me. Alleen kan meneerke Griep geen warmte verdragen en daar had dit vege lijf een oplossing voor: koorts en ferm optreden: uitzweten! Voilà , die is nu echt weg.
Over de aangelegenheden op wereldvlak en hun ego-leiders heb ik één vraag: ECHT?
Verder ben ik de enkeling die in 2025 wat stilstond. Het bleek wel nodig te zijn. Toch, zonder eureka of aha, is er iets dat me graag overspoelt: ONDERWEG zijn. Zo zijn er nog wel mensen die ik ken, ieder op zijn/haar eigen manier.
Onderweg heb je zo weinig nodig, af en toe uitrusten, wat eten en drinken et voilà ! De ballast overboord en plaats voor een zeemeeuw, een koffietje, familiefeestje, een geboorte of twee (van in totaal drie kindjes)…
Ik was aan zee. Ik was in Oostende. Ik was bij familie, bij vrienden. Ik was in Hasselt, in Nijmegen. Ik was ook hier, waar ik vooral veel opruimde.
Vader bezoek ik ook nog elke week (behalve vorige week, wegens meneerke G.).
Schrijven vond ik wel afzonderlijk. Daar zit ik in een wereld die niemand anders wat aangaat. Tot ik het toelaat en post, al hier of daar. Overigens staat de Lapjeskat weer open.
De leesuitdaging is niet gehaald. Ik treur er niet om. Lezen is een andere afzonderlijke manier om even in plaatsen te zijn, waar je anders niet komt.
Hoogtepunt noch dieptepunt. Wat ik wel speciaal vond, was het bezoek aan het huis waar ik in mijn prilste kinderjaren opgroeide. Dat stond te koop. Ik vroeg een bezoek aan en kreeg een rondleiding, ook in vogelvlucht door de eerste negen jaren van mijn leven. Daar schreef ik iets over, waarmee ik mijn laatste blog afsluit. Als een afscheid van een leven dat niet meer is, aanvaarding van wat wel is, en op die kracht weer vooruit. Zie onderaan.
Veel bestaan en laten bestaan, dat lijkt me een hele opgave om een jaar mee te vullen.Â
AMK
Huis opnieuw te koop
Onze geuren definitief weg
verhard in de aangepaste tuin
Gekrompen kamers
Ikzelf al lang gegroeid
De living vol leven
de eetkamer vol eters
de keuken met zicht op
het tuingebeuren, veel gras
de schommel, de zandbak en wij
het hart van ons gezin daar beneden
De vele volle slaapkamers
de badkamer met een balkonnetje
moeder in een warm bad en wat rust
vader met een scheerkwast en een plakker
nog even, nog even dan is de bende wakker
Een vaag beeld van grote broers
op een zolderkamer in een stapelbed
een zus tussen kind en bakvis en al zo wijs
het grote bureau, de vijfcijfer-telefoon met snoer
een losse revue van een pop of twee in eigen paleis
de grote zus die al een lief had en mijn kleine slimme broer
Herinneringen zwaaien naar mij
Waar bleef je zolang?
Ik zwaai terug
naar het vijfde kind
naar dat derde meisje
naar de buren die nu gluren
en deze die niets meer moeten
naar de kiezels van het zijpaadje
waarop mijn knie ooit hevig bloedde
Ik zwaai
naar toen
het onverharde
het toen moderne
alles wat niet meer is
Ik zwaai nog één keer
naar de geuren van weleer
AMK

Op dit paadje bloedde mijn knie en smolt mijn vers zomerijsje.
2025 bijna weggeblazen
Net uit de koorts-lappen gewrongen, begeef ik me naar de mails die ik on hold heb gezet. Zo richtte ik me op de antwoorden van organisaties van schrijfwedstrijden waaraan ik in 2025 meedeed:
De tweejaarlijkse Poëziewedstrijd van de stad Oostende.
Ik ben niet bij de gegadigden, de eerste tien. Die worden vooraf aan de proclamatie verwittigd. Kwestie van de winnaars voor te bereiden en alvast te interviewen. Dat is althans wat ik me herinner van een eerdere proclamatie. Daar was ik ook niet bij de tien eersten, maar was wel bloednerveus…
Wel kreeg ik een uitnodiging om in januari naar de proclamatie te gaan en ik heb die dag alvast vrijgehouden. Vandaar dat ik mijn gedicht hier nog niet neerzet.
Verder deed ik mee aan een wedstrijd van Limnisa (in Griekenland) afgelopen januari. Dat verhaal schrijven was heel fijn. Ik wil het nog eens goed doorlezen en aanpassingen aanbrengen. Het gaat over een Gr… ik ga het nog niet vertellen, al krijg ik – hopelijk constructieve – ideeën bij het lezen van het boek Hera, van Jennifer Saint, om eraan verder te werken. Als ik in januari al bij de winnaars geweest was, wist u het natuurlijk al.
Er zijn nog enkele wedstrijden waaraan ik deelnam. Nu ik er op terugkijk, zijn mijn schrijfsel soms nogal zwaar. Althans, ik denk dat het bij bepaalde mensen als zwaar kan overkomen. Toch vind ik dat iets benoemen, al dan niet in poëtische poging, vooraf gaat aan een positieve draai geven. Misschien mis ik dat vooraf benoemen soms zelfs . Niets is zwart-wit. Zoals dapper zijn bij ziekte noch zielig of plots ‘the wake-up’ call hebben. Ik had het in elk geval geen van allen.
Dat vind je terug in een gedicht dat ik wél zal neerzetten. Een dat ik ook schreef in het kader van de Warmste Week nl. Mystiek ziek. U kent intussen wel allen het thema van dit jaar. Ik kan dit initiatief toejuichen, voor elk thema al blijf ik het jammer vinden dat het zo hard nodig is, terwijl er in arrogante fierheid in het journaal verteld wordt, hoeveel wapens er weer onze normale rechten opsouperen. Dát wringt bij mij. Â
Lava in een gesloten vulkaan
Al jaren in een ander kader van
vermoeiend goede bedoelingen
zelf zwijg ik, ‘k ben al moe genoeg
Andermans ongemak
wie leeft nu met wie mee?
monddood glimlachen
Dertien-in-een-dozijn clichés
en wonderbaarlijk nog meer
‘die van de die heeft dat ook’
Pseudosociaal soms zielig
en toch zo voorbeeldig op
verzwegen verzoek sterk dapper
Zwijgen bij ‘ge ziet er goed uit’
en tussen andere woorden door
zoals ‘da’s toch goed?’ eenzaam
Mezelf maar gij ziet dat niet in
verlaten schaduw waar ik glimlach
als een actrice, zonder roem
Opgesloten lava.
Verder deed ik ook mee aan een bundel met mijn nog niet beroemde lapjeskat. Ik laat dat gedicht nog even op privé staan op Azertyfactor. Na de Warmste Week 2025 heropen ik het. Inmiddels heb ik mijn bundel.
Deze bundel: Dichtregels voor onzichtbare zieken is er intussen. Ik zou het eerder gemeld hebben, doch omwille van de plakkende koortslappen bleef het ergens in de mailbox onder de label ‘te doen’ hangen.
U kan hem nog altijd kopen: https://woordentij.weebly.com/ . Eerst op de link klikken en dan even naar beneden scrollen.
Een beetje verbolgenheid heb ik in de kiem kunnen smoren na het lezen van mijn gedicht dat begon met een overbodig woord, dat ik niet zelf neerzette. De organisatie heeft zich verontschuldigd bij mij. Wie de fout wil vinden, zal wel het boek moeten kopen.
Ik vond nog een tweetal gedichten die ik nergens instuurde. Nog niet.
Een zes-woorden-verhaal dat ik instuurde voor het Grote Dictee, wil ik u niet onthouden:
Alleen Roodkapje had een grote mond.
Ik was niet bij de gegadigden, die dan een gratis uitnodiging kregen om ineens aan de finale deel te nemen. Hoe zou dat nu komen? 😊
Aan allen een vrolijke fijne zachte lichtrijke Kerst gewenst en een 2026 vol realiseringen of het verderzetten ervan.
AMK
Gebeeldhouwd
Ik dacht dat ik alleen was
al wist ik ook wel anders
Ik wandelde en kwam er toch
heel wat figuren tegen nog
Van Pegasus tot daar ver Pandora
zag ik Bach, Beethoven en Professor
Een streepje zon werd breder
zat daarin een verklaring van
Echt ongebeeldhouwde mensen
tenzij door veel levenservaring
AMK



Onderweg naar toen
De #Novemberverzen2025 opdracht van deze week op Azertyfactor is een brief schrijven. Ik schreef er alvast een aan iemand uit een heel ver verleden…
HIER schreef ik al eens over hem.
Een reis naar toen, even geleden, waaraan ik nu denk, doet me deze brief schrijven. Korrel zout mag. Oplettendheid ook.
Dag jongen wiens naam ik vergat,
Ik schreef al over jou,
nu richt ik me tot jou,
Zouden we elkaar nog herkennen?
Niet in fysiek voorkomen, natuurlijk.
Zouden we elkaar herkennen in uitstraling?
Hoe was het voor jou om verder te groeien?
Kon je de pesterijen nog aan? Kon je er aan ontkomen?
Kon je je ervan afzonderen en erbovenuit stijgen?
Weet je wat ik me nog herinner toen we ademloos aan die muur stonden?
We hielden elkaars hand vast!
Als troost tegen wantrouwen, angst, teruggetrokkenheid, grijze muis zijn?
Ik wil je iets vertellen.
We vielen op, we waren niet grijs, we gaven niet toe.
Ze zagen ons, ze wisten niet hoe met ons, kleurrijke enkelingen, om te gaan.
We waren niet grijs, ze zouden nooit grijze muizen aankijken, laat staan de moeite nemen om hen te pesten.
We waren geen nietsnutten. Ze zagen ons wél.
En zij waren banger dan wij van hen. Grote monden die lege woorden roepen.
Dát, jongen wiens naam ik vergat, zat in die handdruk. Nu weet ik het weer.
Zou ik dat zien als ik je nu zou tegenkomen? Hoe oud we ook zullen worden?
AMK
Novembergeluiden
Lange inleiding om mijn novemberverzen voor te stellen 😉
Om met de deur uit huis te vallen:
Uithuizig zijn in deze buurt, leverde gisteren twee leuke gesprekken op.
Met de mevrouw aan de kassa van een supermarkt had ik een tof gesprek over het cadeautje dat ik kocht voor een aankomende tienjarige. Over hoeveel de kinderen al weten en kunnen tegenwoordig. Het cadeau zelf zou ik destijds wel tof gevonden hebben. Even afwachten of de bijna-jarige dat ook vindt…
In de namiddag wandelde ik door het park hier dichtbij, voornamelijk om inspiratie op te doen voor de Novemberverzen van Azertyfactor. Tot nog toe heb ik er drie gepost. Ik maakte hier en daar een foto en wilde een nogal grote vogel, aan de andere kant van de vijver, van wat dichterbij nemen. Misschien voelde hij/zij het want hij/zij vloog weg. Wat een mooie vleugels annex vlucht in de bocht over de vijver verder weg  …
Daar in die bocht van het paadje werd ik aangesproken door een studente op een bankje die mij aansprak met de vraag of ik aan een enquête van de universiteit Gent i.s.m. Antwerpen wilde meedoen. Dat was interessant. Het ging over de geluidsbeleving in het park.
Nu ik er op terugkijk, lijkt het park een beetje gepropt tussen de verschillende woonwijken boven-, onder-, doorheen de singel en de ring naar een ander park. Wat geluidsbeleving betreft, is het heel afhankelijk van het tijdstip in de dag, de week, zelfs seizoen en van het weer natuurlijk.
De geluiden van auto’s zijn er nagenoeg altijd. Er waren in de buurt geen werken bezig (renovaties, wegenwerken, …) dus dat viel nogal mee. Het verbaast me, nu ik er even bij stil blijf staan, dat er nog zoveel fauna is. De flora is aangelegd met wel genoeg variatie en wordt toch vrij goed onderhouden. Al ben ik geen parkwachter deskundige.
Na een kwartier stapte ik weer op en kwam ik – bijna – in een groter park terecht. Veel opmerkzamer op geluiden aldaar, stoorde het een en ander me toch. Een besef dat ik ergens van onder mijn huid uit kwam piepen, daarvan ben ik altijd zo moe na een wandeling in het park. Vaak nog meer dan wanneer ik door de straten van wijken en wijkjes slenter.
Ik geef u mijn Novemberverzen nog mee. Klik op de link om te lezen en foto’s te zien die voor de inspiratie zorgden.
Novembervers01 Â
Novembervers02
Novembervers03
Fijne oor-vriendelijke november gewenst.
AMK















