Het vetbolletje of toch niet ?

Het begon met een kleine, heel kleine verdikking in mijn rechterlies. Ik voelde het bij het douchen. Hoewel ik het wel raar vond, iets dat er nooit tevoren was, sloeg ik niet direct in paniek. Ik had wel eens wat op en onder mijn vel. Enkele moedervlekjes, een verdikking dat onder mijn vel op mijn linkerarm, … sommige moedervlekjes heb ik laten verwijderen, als preventie omdat ik toch wel minstens één keer per jaar naar Griekenland ging. Ik moet mijn dagboek er bijhalen om te zien hoeveel aandacht ik het toen gaf …

Dat bolletje blijkt een vetbolletje te zijn. De huisdokter heeft het onderzocht, vrij goed zelfs, alsof alles van mijn hele buik van plaats veranderd is, zoals ik wel eens meubels van plaats verander – februari 2017.

            Het wordt groter, het duwt meer, het wordt harder. Nu vind ik de huisdokter toch wel wat nonchalant. “Laat het maar verwijderen als het in de weg zit”. Ik voelde me wel een  beetje aangevallen. Of heeft die dokter net een slechte dag? – maart 2017.

            ‘Mevrouw, het moet er sowieso uit, ik kan zo niet zien wat het is, maar het is geen vetbolletje. Het is ook geen liesbreuk.’ – maart 2017 – consultatie bij de chirurg ‘algemene heelkunde’ in het ziekenhuis, op eigen initiatief. Ik herinner me nog dat de dokter wel humoristisch was. “U bent nog jong mevrouw”. Ik: “??”, de dokter weer: “Ja, ik zit in dezelfde leeftijdscategorie”…

En dan gaat het snel. Daar heb ik ook meer van opgeschreven. Hierop volgend:

Maandag, 10 april 2017

Indrukwekkend dagje was dit. Vroeg op, ik mag eten dus eet ik één boterham en drink één koffie. Om een of andere reden denk ik steeds dat ik de dag niet doorkom zonder koffie. Het lijkt erop dat het een dagje alleen om mij zal gaan. Krijgt een mens vanzelf een nauwer beeld op de wereld als er zo iets gebeuren gaat als een kleine ingreep, waarvan ik overigens weet dat het echt niet zo erg is? De gedachtegang ‘was het nu al maar namiddag, dan kon ik weer even gaan slapen’ dringt zich vaak op.

Op naar het ziekenhuis. Het is daar nog stil. Inschrijven, uitleg krijgen, vragenlijst invullen, zo’n lelijk hoe-sluit-dit-ponnetje-in-hemelsnaam aan maar ik mag er een badjas over aandoen en lelijke knalrode antislip ziekenhuis sokken. Ik word snel opgehaald, naar de plaats van het gebeuren gebracht om daar te dan te wachten samen met twee andere mensen en twee kindjes begeleid door hun mama en papa. Door een technisch probleem (het is maandagochtend) wordt er laat gestart. Volwassenen worden nerveus, de kindjes hebben honger, grote honger. Het meisje dat bij haar mama is, mag nu nog geen borstvoeding hebben. Het meisje dat bij haar papa is, vraagt om melk. Dappere ouders die hun kinderen toch nog rustig kunnen houden.  Een mevrouw, die wacht in haar bed, staat regelmatig op, “’t is van de zenuwen, ik ben al zo snel bang”. Er komt een stagiair dokter de ouders van die meisjes vragen stellen. Merk ik het goed? Een Limburger? De mensen in de bedden worden weggehaald. De ‘bange’ mevrouw wenkt even naar me en ik wens haar succes. De andere mevrouw ook. En snel ook de twee meisjes. Daar zit ik dan. Technisch probleem opgelost en ik ben mijn nieuwe knalrode sokken aan het bewonderen. Ik voel me nog steeds dapper. De andere mensen hebben me afgeleid.

Wat er zich in die ok afspeelde, was, als ik genoeg afstand neem, best humoristisch. Zou droge humor hebben een voorwaarde zijn om er te mogen werken? Toen ik op consultatie was, vond ik die dokter ook al grappig uit de hoek komen. Het helpt in elk geval. Ik ben de derde die dag in de niet-onder-volledige-verdoving OK, het is halverwege de voormiddag, het een en ander duurt wat langer dan verwacht en de mensen daar blijven rustig. Ik ben omringd door aandacht. Ik zou het bijna luxe noemen want ik heb er niets voor gedaan. Het helpt, dat beetje persoonlijke aandacht, ook al weet ik dat die mensen veel ergere dingen zien, elke dag. Het doet me denken aan de keren dat het bij mij in de praktijk wel eens uitloopt, gewoon omdat iemand eens extra uitleg nodig heeft. Ook al zit ik niet in de eerstelijnszorg, het geeft toch voldoening, te weten dat je hier en daar iemand een beetje meer kan bieden dan louter dat wat je beroep van je vraagt.

Het is die eerste-dag-en-nog-een-beetje-pijn. Goed dat er bougatsa is. 

Niet veel te melden verder vandaag, lui geweest, omdat ik niet veel mag bewegen. 

Vrijdag, 14 april 2017

Het lijf, het vege lijf. Het leeft graag, ook als het neen zegt. Het lijf is op een dwaalspoor, de pedalen even kwijt, ik moet het lijf helpen, denk ik. Melanoom! Jongens toch. Hopelijk is het enkel uitwendig, behalve dan die ene klier die er nu uit gehaald is.

Het is raar hoe vernauwend je beeld op de wereld en op je denken wordt, vanaf dat ene moment dat je hoort wat je niet wil horen. Eenvoudige vanzelfsprekende automatische dingen gebeuren niet meer vanzelfsprekend en automatisch. Voorbeeldje? Ik sta mijn beurt af te wachten in het postkantoor. Je moet daar zo’n briefje trekken met een volgnummer op en op een bord volgen wanneer het jouw beurt is en naar welk loket je moet gaan. Automatisch toch, niet? Ik zoek naar loket 7 (dat nummer staat waarschijnlijk op mijn volnummerticket), maar ik moet bij 5 zijn (ook op mijn volgnummerticket, ik denk iets met 457, mijn volgnummer).

Een uit-mijn-lijf-getreden ervaring, en mezelf bekijken hoe ik beweeg over straat lopend. Ik ben meestal wel diep in gedachten, denkend aan alles wat ik te doen heb, wil doen, ga doen, moet doen, wat al gedaan is, plezante dingen, boze dingen, niets aan te doen dingen, … En toen ik mezelf zag lopen daar, … , ik zag er niet uit. En dat wil ik niet. Wat gebeurt dat gebeurt, maar niet op deze manier. Kin omhoog, die spieren werken nog. Allemaal trouwens.

Duim omhoog. 

Wordt vervolgd …

Ik wil vandaag (deze 17de juni 2018) nog wat verder doen met ontspullen, waar ik zo dapper aan begonnen ben sinds mijn ziekteverlof … het is een aangenaam werkje worden waarvan ik het niet meer erg vind, dat het even duurt. Ik leer mijn grenzen kennen, nog steeds, en vooral er rekening mee houden.

Intussen ben ik toch beetje zenuwachtig voor morgen. Ik moet onder de PET-scan. Dat doe ik nu twee keer per jaar. Daarna volgt nog een bloedafname in het dagziekenhuis en wachten op de resultaten. Spannend! Hopelijk zijn de resultaten navenant ik me voel (is navenant nog een woord in gebruik tegenwoordig?) …

De eerste

Ik ben Anne-Mie en heb mezelf de uitdaging opgelegd om een blog te starten. Een voor de hand liggende reden zou zijn dat ik graag schrijf. Dat is ook zo. Waarover dan? Mijn gezondheidstoestand heeft me in een positie gebracht waarbij ik meer tijd heb om te schrijven. Rusten hoeft geen roesten te zijn.

Een andere reden, behalve graag schrijven, is de ontdekking in hoeverre ik goed genoeg schrijf. Wat wil ik schrijven en hoe wil ik het brengen.

Gaandeweg hoop ik ook hier een mooie site van te maken want ik ben a-technisch. Echt waar, alles wat praktisch is, gaat meestal aan me voorbij. Een mooie blog opzetten lijkt me een praktisch iets om te kunnen …

Wie ben ik dan? Anne-Mie met een verhuis-naar-Antwerpen verhaal (nu twee jaar geleden), hopen op meer beweging en een avontuur. Een avontuur is het wel geworden. Hét avontuur was Het monster dat zomaar bezit van mijn lijf nam. Niet van mijn geest, gelukkig niet. Daarover later wel meer alsook over die verhuis.

Ik houd van Griekenland, alles ervan (behalve de crisis en de realiteit waarin de bevolking hierdoor werd geduwd) ! De muziek is de motor. Zo een grote variatie! Ik ben gek op de Griekse dansen. Helaas lukt het me momenteel niet om het bij te houden, dat lijf van mij wil niet altijd mee.

Lezen doe ik graag, fictie, non-fictie, gedichten, …

Reizen, van de trein nemen naar de kust tot vliegen naar Kreta of een daguitstap, een fietstochtje … ik ben graag onderweg.

Verder heb ik nood aan rust tussen mijn twee oren. Dingen worden me snel te druk. Hierdoor ben ik nogal enkeling. Ik verveel me heel zelden maar de dingen die ik ‘onder de mensen’ doe, wil ik dan ook graag doen. Zo heeft iedereen er wat aan.

Zo zijn er nog wel dingen te doen, mensen te leren kennen (oh, ik houd van mensenverhalen), een ‘emmertje’ met te-doen dingen te vullen. De tijd zal uitwijzen wat op mijn weg komt en wat ik zal aanpakken.