Brief aan Aarde

Op Azertyfactor staan twee nieuwe novemberverzen. Eentje naar de vraag van deze week om een brief te schrijven en de andere een soort vers die me hopelijk naar de tijd van het jaar brengt, het ritme althans. Die schreef ik ook neer in vorig blogbericht.

Die ene novembervers is een Brief aan Aarde. Ziehier de link naar Azertyfactor:

Brief*aan*Aarde

Al zal je over ons (niet) handelen en hoe Aarde reageert boeken vol kunnen schrijven. Zo af en toe borrelt er er iets op en dat stuk probeer ik dan vorm te geven.

Ik loop graag langs het paadje heen waar de droge blaadjes kraken en de natte me wakker maken (om niet uit te glijden… )

AMK

foto bovenaan: sorry, ik weet niet meer van wie. Ik scrol te veel en kwam hem daar ergens tegen.

Onderweg naar toen

De #Novemberverzen2025 opdracht van deze week op Azertyfactor is een brief schrijven. Ik schreef er alvast een aan iemand uit een heel ver verleden…

HIER schreef ik al eens over hem.

Een reis naar toen, even geleden, waaraan ik nu denk, doet me deze brief schrijven. Korrel zout mag. Oplettendheid ook.

Dag jongen wiens naam ik vergat, 

Ik schreef al over jou,
nu richt ik me tot jou,
Zouden we elkaar nog herkennen?
Niet in fysiek voorkomen, natuurlijk.
Zouden we elkaar herkennen in uitstraling?

Hoe was het voor jou om verder te groeien?
Kon je de pesterijen nog aan? Kon je er aan ontkomen?
Kon je je ervan afzonderen en erbovenuit stijgen?
Weet je wat ik me nog herinner toen we ademloos aan die muur stonden?

We hielden elkaars hand vast!

Als troost tegen wantrouwen, angst, teruggetrokkenheid, grijze muis zijn?

Ik wil je iets vertellen.
We vielen op, we waren niet grijs, we gaven niet toe.
Ze zagen ons, ze wisten niet hoe met ons, kleurrijke enkelingen, om te gaan.
We waren niet grijs, ze zouden nooit grijze muizen aankijken, laat staan de moeite nemen om hen te pesten.

We waren geen nietsnutten. Ze zagen ons wél.
En zij waren banger dan wij van hen. Grote monden die lege woorden roepen.

Dát, jongen wiens naam ik vergat, zat in die handdruk. Nu weet ik het weer.
Zou ik dat zien als ik je nu zou tegenkomen? Hoe oud we ook zullen worden?
achter die muur

AMK

Novembergeluiden

Lange inleiding om mijn novemberverzen voor te stellen 😉 

Om met de deur uit huis te vallen:

Uithuizig zijn in deze buurt, leverde gisteren twee leuke gesprekken op.

Met de mevrouw aan de kassa van een supermarkt had ik een tof gesprek over het cadeautje dat ik kocht voor een aankomende tienjarige. Over hoeveel de kinderen al weten en kunnen tegenwoordig. Het cadeau zelf zou ik destijds wel tof gevonden hebben. Even afwachten of de bijna-jarige dat ook vindt… 
In de namiddag wandelde ik door het park hier dichtbij, voornamelijk om inspiratie op te doen voor de Novemberverzen van Azertyfactor. Tot nog toe heb ik er drie gepost. Ik maakte hier en daar een foto en wilde een nogal grote vogel, aan de andere kant van de vijver, van wat dichterbij nemen. Misschien voelde hij/zij het want hij/zij vloog weg. Wat een mooie vleugels annex vlucht in de bocht over de vijver verder weg  … 

Daar in die bocht van het paadje werd ik aangesproken door een studente op een bankje die mij aansprak met de vraag of ik aan een enquête van de universiteit Gent i.s.m. Antwerpen wilde meedoen. Dat was interessant. Het ging over de geluidsbeleving in het park.
Nu ik er op terugkijk, lijkt het park een beetje gepropt tussen de verschillende woonwijken boven-, onder-, doorheen de singel en de ring naar een ander park. Wat geluidsbeleving betreft, is het heel afhankelijk van het tijdstip in de dag, de week, zelfs seizoen en van het weer natuurlijk.
De geluiden van auto’s zijn er nagenoeg altijd. Er waren in de buurt geen werken bezig (renovaties, wegenwerken, …) dus dat viel nogal mee. Het verbaast me, nu ik er even bij stil blijf staan, dat er nog zoveel fauna is. De flora is aangelegd met wel genoeg variatie en wordt toch vrij goed onderhouden. Al ben ik geen parkwachter deskundige.
Na een kwartier stapte ik weer op en kwam ik – bijna – in een groter park terecht. Veel opmerkzamer op geluiden aldaar, stoorde het een en ander me toch. Een besef dat ik ergens van onder mijn huid uit kwam piepen, daarvan ben ik altijd zo moe na een wandeling in het park. Vaak nog meer dan wanneer ik door de straten van wijken en wijkjes slenter.

Enkele dagen geleden, ver stappen voor zachte geluiden …

Ik geef u mijn Novemberverzen nog mee. Klik op de link om te lezen en foto’s te zien die voor de inspiratie zorgden.

Novembervers01  
Novembervers02
Novembervers03

Novembergoud overdag. In het donker … zie Novembervers03 … bhoo

Fijne oor-vriendelijke november gewenst.

AMK

Het universum – Enigma

Tijdens dat uitje    

Een ander verhaal
het passeren van herkenning
die blik had ook ik zo’n blik ?

En ook een lichte knik
een groet
was het een echte groet ?

hem ken ik
ooit kende ik hem
wie is hij nu toch?

mijn gezelschap kent hem niet
stilstaan omdraaien nakijken

dat is hij wel waard in
dat moment het nazien


En dan

ook hij draait zich om
kijkt in onze richting
één nanoseconde twijfel
dan draaien we ons weer om

En nu

De vraag en mezelf berispen

Waarom sprak ik hem niet aan?

En misschien wie weet maar
zelfs dat weten nodigt niet
als ik dit de wereld instuur

Zou het universum me dan horen ?

AMK

Digitale anekdootjes

Gisteren kreeg ik een mail van een apotheek waar ik vroeger al eens bestelde. Ik was er altijd tevreden over. Eventuele problemen werden correct afgehandeld. Daarom was het volgende raar om te lezen:

Betaaluitnodiging bestelling 2024-07-02  11:19.

Dat klonk verdacht! Ik had helemaal niets besteld. Op de website van die apotheek zocht ik het emailadres en richtte een bericht naar hen met de melding dat er waarschijnlijk fraudeurs bezig waren. In bijlage stuurde ik ook twee print-screens van de mail zelf. Daarna had ik ook ‘geklikt’ bij de fraudebestrijding. Voor wie dat ook (vaak) meemaakt: u kan zulke mails doorsturen naar: verdacht@safeonweb.be.

Een halve minuut later belde een mevrouw van de betreffende apotheek me op en zei dat ze ’s ochtends nog met mij gesproken had. Ze noemde twee medicijnen waarvan ik nog nooit gehoord heb. Dat vertelde ik haar. Ze noemde zelfs mijn naam en adres. Die waren juist.

Wie was dan de echte klant van deze bestelling?

Vreemd! Tot ze het zag op haar scherm. Het telefoontje dat ze ’s ochtends gepleegd had, was met een totaal ander nummer. Ze zou het uitzoeken. Ik heb er niets meer van gehoord. . Het zal wel in orde zijn. Ik hoop voor haar dat de medicijnen niet al verstuurd waren.

De mens, laat hem aub artificiële en andere digitale intelligentie de baas blijven.

Vandaag is de dag van de waarheid voor mijn tanden. Na twee sms-berichten en twee mails bovenop mijn digitale agenda die me verwittigen, kon ík het zeker niet vergeten.

Deze keer brandt er licht. Ik ben mooi op tijd, tien minuten eerder zelfs. Nog even wachten, denk ik als ik nog een jongeman zie zitten in de wachtkamer.

Gestommel na gepraat in de behandelkamer doet me rechtop zitten. Die deur gaat open en er komt een dame binnen die zich nog even zet. Ze vertelt dat haar tanden nog in de camion zitten. Ze moet ook nog wachten. De jongen vóór mij is gelukkig snel klaar, ware het niet dat hij nog een keer de praktijk binnen komt lopen met de vraag waar exact de apotheker is.

Hoezo? denk ik. De tandarts had het hem toch goed uitgelegd?! In het Engels nog wel:
“You take the street outside. On the overkant of the street is the apotheyker.”

Rond halftwaalf mag ik binnen.

“Nu is het wel gelukt!” zegt de tandarts doelend op de fout gelopen afspraak van vorige week. Ik beaam deze waarheid.

Na nazicht vraagt hij of ik nog ergens last van heb. Ik vertel dat en dan antwoordt hij: “Dat is een beetje normaal bij het ouder worden. Op zeventig jaar kan dat natuurlijk wel.”

“Zei u nu zéventig?” en mijn ogen zijn gericht op het scherm links boven mij waarop mijn tanden digitaal en mooier dan in werkelijkheid zijn afgebeeld, waarnaast mijn gegevens vermeld staan.

“U bent toch mevrouw A.M. Knaepen?”

“Ja dat ben ik, maar ik ben geen zeventig! Ik ben zestig!!”

De tandarts staat op en zoekt in de computer op zijn bureautafel. Ik vertel hem mijn geboortedatum nog eens. Hij had mijn geboortejaar de eerste keer verkeerd ingegeven. Ik zie het veranderen op het scherm boven mij.

Oké. Alles in orde. Ik betaal, bedank hem en zeg dat ik zelf weer een afspraak zal maken via het digitaal afsprakensysteem (waar mijn geboortedatum wél juist staat).

Hem hardop horen denken en zoeken welke muisklikstappen hij moest zetten om het getuigschrift op te stellen en af te rekenen, vond ik dat veiliger.

Ik heb intussen bericht in mijn e-Box dat het getuigschrift is aangekomen. Toch nog even op mijn kalender van papier met inktvolle pen noteren wanneer ik de nieuwe afspraak boek.

AMK

Afspraak van vandaag

Acht op tien

Vorige week had ik een videogesprek met een adviseur van mijn bank. Dat was best een fijne ervaring. Om te verduidelijken, het heeft niets met financiële rijkdom en zware beleggingen te maken.

Ik kreeg het advies waar ik om vroeg en daar kon ik wat mee doen, of niet natuurlijk. Overigens had die persoon best goede looks, een aangename stem en vertelde me op een rustige doch directe manier wat ik wilde weten.

Voilà…. dacht ik. Ik kreeg maandagochtend een feedback formulier in mijn mailbox dat ik invulde. Ik heb geen enkel idee hoe een adviseur van de bank zich hoort te gedragen maar niemand is perfect. Dus alles samen kreeg hij van mij een acht. De ‘verstuur’ knop kreeg een klik.

Voilà … dacht ik. Maandagnamiddag kreeg ik telefoon van mijn bank. Die had ik net gemist.
Dinsdagochtend, klaar voor mijn wandeling –uithouding en stevig wandelen aan het opbouwen – Strava net ingesteld, rinkelde mijn gsm met oplichtend logo van de bank. Ik nam op. Zal wel iets zijn dat ik (weer) vergeten ben, dacht ik nog.

“Goedemorgen, mevrouw Knaepen, hier met V. ChX* van mijn bank. U heeft een enquête ingevuld en u heeft mij acht op tien gegeven”
“Ja dat klopt!” Bent u niet tevreden?
“Het zit zo, als wij op een enquête minder dan negen op tien krijgen van een klant, moeten we hen opbellen om te vragen of er iets is dat ons verbeterpunt kan worden.”
Euhm??” (hardop gezwegen)

“Mevrouw Knaepen?”
“Ja, ik ben er nog. Maar een verbeterpunt zou ik u niet kunnen geven. Het bankwezen is voor mij Chinees, Japans, Kretenzisch dialect (ik versta dat nog altijd niet), dus ik zou echt niet weten waar het fout ging. Acht is omdat het altijd beter kan, perfectie bestaat niet? Toch?“

(hier moet ik er wel bij zetten dat ik niet meer exáct weet wat ik zei, dit is dus naar alle waarschijnlijkheid ietwat uitbundiger)

Meneer V. ChX*  scheen tevreden met dit antwoord. Ik dikte het nog wat meer aan met ‘goed geholpen’ en ‘duidelijk antwoord op mijn vragen’ en kers op de taart (als hij van taart zou houden) ‘ik mag terug bellen als er nog vragen zijn”.
Volgens mij was meneer toen gerustgesteld. Hij bedankte me nog eens en wenste me een fijne dag. Ik hem ook.

Achteraffer die ik ben (zie Annie M.G. Schmidt) dacht ik aan wat ik nog had kunnen zeggen bij wijze van humoristisch afsluiten… U kan het goed maken met een koffietje…

Ik ben wel blijgezind gaan wandelen en heb fors doorgestapt. Al stemt het toch wel tot nadenken, zo’n mentaliteit, als acht op tien niet goed genoeg is…

AMK

*om privacy redenen heb ik zelfs meneer zijn initialen veranderd…

Nootje kraken

Mijn tanden zijn geen notenkrakers en om het half jaar neem ik hen mee naar de tandarts. Regelmatig nazicht en de nodige behandeling helpen om vooraf gekraakte noten wel nog te knabbelen.

Enkele weken geleden was dat half jaar weer voorbij. Helaas werd ik toen geveld door iets nu-al-niet-meer-belangrijk. Ik mocht de afspraak verplaatsen. Dat telefoongesprek ging nogal snel: “27 juni om 14u”, dat was oké en de verbinding werd verbroken.

Gisteren was het 27 juni. Ik ging door brandend weer en hete wind op weg naar de tandarts, tramsgewijs en deels te voet. Ik voelde me als een Eskimo die zichzelf voortsleept in de woestijn (hoewel ik nog nooit een Eskimo gesproken heb, die zoiets gedaan heeft).

Die praktijk bevindt zich onderaan een appartementencomplex, aan de achterzijde. Daar aangekomen zag ik dat de deur met een slot vast zat. Waarschijnlijk ook met een sleutel gesloten, dat heb ik niet uitgeprobeerd, wegens achterlaten van vingerafdrukken. Tegenwoordig weet een mens maar nooit wie nog na komt, de boel forceert (met handschoenen aan, ondanks de hoge temperaturen) en ‘ze’ bij mij uitkomen tijdens het onderzoek.

Ook al houd ik van traagheid, toch was ik gisteren blij met de wonderbaarlijke vooruitgang van de digitale snelweg. Ik vond – onhandig wegens nogal klein klavier op mijn smartphone – op de website van de tandartsenpraktijk dat hij daar op donderdag niet werkt.  

Heb ik dat dan zo verkeerd begrepen? Zou hij juli gezegd hebben i.p.v. juni? Zevenentwintig juli valt op een zaterdag en dan werkt hij ook niet …
Ik ging naar huis, weer via de woestijn; er was geen andere weg. ‘Dat is iets om morgen uit te zoeken’, dacht ik plakkerig.
Weer thuis was ik stiekem blij. Gisteravond was mijn laatste ukelele-les van dit schooljaar en ik zou niet graag daar gezeten hebben met een nog half verlamde mond.

Hedenmorgen opende ik weer die website, maakte een afspraak online en belde hem voor de zekerheid nog eens op om het bevestigd te zien. De tandarts nam op. Oef, er is gelukkig niets ergs gebeurd. Het was een misverstand. De digitale snelweg is niet feilloos. Het systeem had de nieuwe afspraak niet opgeslagen.

Volgende week doe ik weer een poging. Ik heb deze keer wel een bevestigingsmail gekregen. Hopelijk doen mijn tanden het nog. Misschien nog eens een nootje kraken om uit te proberen?

AMK

Elke dag een beetje

"Mama, als jij geen liefde bent, bestaat de liefde niet." *

Vandaag is het 18 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Dan  komt er een of andere herinnering helderder bovendrijven. Gisteren had ik het er met mijn vader over.

Zij gaf ooit een stem aan de armen via de vzw ATD Vierde Wereld, die ze zelfs mee oprichtte in Limburg. Sinds haar pensioen was ze daar als vrijwilliger mee bezig. De verhalen die ze meebracht waren soms ver voorbij schrijnend.
Zo vertelde ze eens over een vrouw die diep in de schulden zat door haar zoon die drugsverslaafd was en er alles aan deed om aan drugs te raken. Deurwaarders, gerecht, onder bewindvoerder, …. Ze leefde onder een deken van schuld die ‘de wet’ over haar heen legde. Dat alles uitte zich in vrijwel nul komma nul bezit.
Mijn moeder gaf al eens iets weg. Doch deze vrouw kon ze niet veel helpen, want blijkbaar werd alles weer in beslag genomen door de deurwaarder. “Het minimum van het minimum”, zo ongeveer verwoordde ze het. De vrouw mocht in de keuken één tafel hebben en één stoel, want ze woonde op dat moment alleen.
De koekjes, of was het taart, of misschien zelfs warm eten, dat herinner ik me niet; dié momenten kon de wet toch niet meer afpakken, noch de gezellige koffiebabbels.

In het verkiezingsjaar springen mijn gedachten vanuit dit verhaal naar veel vragen, te herleiden naar menselijkheid. Dat behoeft geen helden, noch onderdanigen. Waar vinden we nog belangeloze inzet naar eigen kunnen als de verkiezingscampagnes om beloftes draait schreeuwend van op glanzende partij-folders?

Waar vind ik mogelijkheden om partijloos voor belangrijke thema’s te kiezen, met hieraan gekoppelde programma’s?
Waar economie in het teken staat van de menselijkheid? En niet de menselijkheid wordt opgeofferd voor de economie?

Waar vind ik thema’s die zorgen dat vrijwilligerswerk enkel nog bewonderingswaardig is en niet meer broodnodig? Waarin ‘de warmste week’ een feest is zonder de schande van de financiële noodzaak en dat in een westers land?

Waar is een lijst met een thema waarin een onbekende Vlaming vertelt over het leven zoals het is en geluisterd naar wat hem/haar echt zou helpen? Zodat Kristel Verbeke een optimistisch programma kan maken over ware ondersteuning van mensen in nood? En de daaruit volgende solidariteit?
Zonder verdeling tussen partijen en hun vast ingekaderde gelijk?

Eén programma over één thema zou al een frisse wind doen waaien, een programma dat de basis is voor het ontstaan van solidariteit in het hart, voor begrip en voor evenwaardige verdeling wat de Aarde ons biedt?

In de herinnering van mijn moeders woorden – ze had het al eens over haar kleinkinderen, een heuse fiere bomma waardig: “Later gaat de wereld nogal eens  verbaasd opkijken! Maar dat ga ik niet meer meemaken.” Wat zou ze ook veel te vertellen hebben over de generatie daarna! Ze keek en zag!

Gaan wij meemaken dat we onszelf nog kunnen verbazen? Is het dat wat ze zich zou afvragen, toen zij de mond gesnoerd werd (niet letterlijk), terwijl ze één vrouw in diepe armoede wilde helpen…

Kunnen wij het nog, ons ego los laten? Elke dag een beetje…

In volle actie met heel haar hart.

*dit vroeg ik om op haar overlijdensbericht te plaatsen.

Woordenboekenliefde

Een gedachte, een déjà vu, een vécu kwam voorbij en leidde tot een monoloog die als een warme wolk rond me bleef hangen. Het was bij het opzoeken van een woord in een heus woordenboek met echte papieren bladen.

Deze monoloog

Tijdens het opzoeken dacht ik aan de eerste keer dat ik een woordenboek gebruikte waarvoor het diende. Dat was op school. Hoe doe je dat, de betekenis van een woord opzoeken?

Er werd verondersteld dat je het alfabet knats vanbuiten kende. Dat was heel belangrijk. Zo kon je makkelijk bladeren door het woordenboek om snel bij de beginletter van het woord te komen.

Laat ik het woord natrium nemen. De /n/ bevindt zich in de tweede helft van het alfabet. Dan weet je dat je niet vanaf de eerste bladzijde moet gaan zoeken. Dat vond ik een hele goede tip!
Daarna kijk je naar de tweede letter van het woord. Voor natrium is dat de /a/. Op de een of andere manier raakte ik helemaal vooraan in het woordenboek.

Waar was de /n/ gebleven?

Erop terugkijkend was er één stap in het proces van betekenis-van-woorden-opzoeken waarschijnlijk niet binnengedrongen (ik was een trage leerling). In mijn kinderlijk enthousiasme bladerde ik van de /n/ naar de /a/. Ik moest bij de /n/ blijven en dáár de volgende letter zoeken. Toen ik het eenmaal doorhad, ging er een wereld voor me open.

Beeld u zich in!

Een heel woordenboek, bomvol woorden die ik nog niet kende. Ik voelde me woordenveilig voor de rest van mijn leven. En dat was een pocketwoordenboek! Er kwamen andere talen bij, zowel in de school als later de avondschool. Hier en daar kon ik zelfs de liefde doorgeven aan kinderen die aanvankelijk niet zoveel voor taal en lezen voelden.

Echt sneller ben ik niet geworden, noch met lezen, noch met opzoeken. Wel gerichter zodat de liefde voor woorden en taal in het algemeen, bij me blijft.

Telkens ik er bewust mee bezig ben, is het NU!

En die natrium? Dat is het zout op mijn pata…  woorden!

Eentje dat al eens op de tafel ligt en niet in de kast staat

Foto bovenaan: een greep(je) van wat ik bijhield doorheen de jaren