De Vijf M’s.

16 februari 2020

Spannend. Wij, de Vijf M’s komen weer samen. Ondanks de storm wagen we ons aan de rit. Het is gezellig, ergens in Nederland deze keer. Als we samen zijn, waar dan ook, zijn wij thuis in Griekenland.

We delen allemaal dezelfde passie, dezelfde liefde voor Griekse muziek en natuurlijk nog meer Grieks zoals de taal, het eten, de mensen, het land, …  

De Griekse muziek is de maïzena die ons bindt, waar alles begon. Voor vier van ons in de jaren ‘stillekes’ met de veelzijdige muzikant Giorgos Dalaras. Voor mij begon het met een CD, gewoon gevonden in een gewone muziekwinkel ergens in Oostende, toen nog HVH Megastore. Voor de andere M’s iets anders. We probeerden allemaal concerten mee te maken. 

Eén M. kende ik van de avondschool voor Griekse les. Ze was – al dan niet stiekem – haar toen nog kleine M. aan het voorbereiden. Wat later ontdekten we dat we een keer op hetzelfde concert zaten, u weet wel, zo’n concert dat we via onze voelsprieten hebben ontdekt, voor het internettijdperk. Tijden waar net geen paard en kar meer aan te pas komen om ergens te raken. Het ging al met de auto. Zelf het raampje naar beneden draaien, namen we er graag bij. Tv had nog geen automatische afstandsbediening, tenzij je kinderen had. De telefoon was enkel de vaste telefoon, als die zijn werk deed. Hoe deden we het? Toeval? Humo? Dat herinner ik me zelfs niet meer. Het is zoals iets opmerken in een grijze massa, iets dat niemand anders ziet, gewoon omdat het altijd vooraan in je aandacht zit.

Toen deed internet zijn intrede, in mijn leven en blijkbaar in heel wat levens, want kijk! Er is een heuse website voor en door Dalaras-fans. Een echte virtuele ontmoetingsplaats. Er gingen twee werelden open voor mij. Mijn pen-met-papier pennenvriendenperiode verwaterde stilaan. De digitale periode daarentegen brak volop uit. Argentinië, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Griekenland natuurlijk, Zweden, USA, … . Overal in de wereld. En je ging er niet dood aan! Leve brieven schrijven met het klavier. In de andere wereld hoefde ik me niet meer in allerlei bochten te wringen om me in deze of andere vreemde hobby te verdiepen van een pennenvriend en hierop te antwoorden. Ik had mijn eigen meug gevonden, een hele club gelijkgestemde zielen.

In die tijd reisde ik wanneer en waarheen ik maar kon om een concert bij te kunnen wonen. Alles was terug te vinden op deze fantastische website. Zo heb ik in levende lijve heel wat prachtige mensen leren kennen.

Op een keer gingen M. en ik naar Londen. Korte vlucht, lange treinrit. De gastvrouw, ook een Fan, had dat weekend veel logés. Het gonsde van de verhalen, voor en na het concert. Tijdens zwijgen we! We luisterden en genoten!

Op dat concert zelf leerden we de volgende M. kennen, deze uit Uden. Ze vertelde honderduit. Ze zit nog steeds vol verhalen, ze is heel open, lacht veel, kan het zo te zien, met iedereen vinden. Ze stráált enthousiasme.

Achteraf zeiden we dat we haar al eens zagen. Ze staat op foto’s die we van een ander concert hebben. Ja! Inderdaad. Dat is ze. En nog iemand …

We spraken een keer af, want haar goede vriendin, ook een M. is fan, grote Fan. Ze kon er in Londen helaas niet bij zijn. Deze dames uit Nederland zakten hiervoor af naar Genk. Daar spraken we af voor onze ontmoeting. In die tijd werd ik door de meeste medefans Micki genoemd. Dat was mijn nickname op het forum (weze gewaarschuwd! Alleen dáár). Dat vond ik, bij ontmoetingen, makkelijker dan steeds weer mijn naam te herhalen voor de uitspraak. Micki is overigens een naam van vroeger, waar ik nu niet op inga. Het was wel handig als inspiratie.

Doorheen de jaren zagen we elkaar op concerten, spraken we nu en dan af bij elkaars thuis, dan hier, dan daar. Het is altijd heel gezellig, vol muziek, lekker eten, verhalen, overvloed aan verhalen. We worden hechte vriendinnen, ook al is het grotendeels op afstand. De maïzena vervalt niet.

Ik merk dat mijn verhaal lang wordt. Wie kan over passie ook stoppen met vertellen? Neemt u even een koffie, strekt de benen, de woorden staan er nog als u terug bent.

Laat nu net, die laatste zondag, 16 februari 2020, het EXACT zeventien jaar geleden zijn dat we samen naar Parijs reden. Ik woonde toen nog in Hasselt. ’s Morgens vertrokken we naar Berchem, waar de Nederlandse M’s ons ophalen. Ons, dat zijn de twee Belgische M’s. We reden ‘gewoon’ even naar Parijs want daar was een optreden, samen met Georges Moustaki en Deborah Meyer. Daar ontmoetten we nog andere fans, sommigen voor de eerste keer, zelfs iemand uit Polen. Het was gewoonweg fantastisch. Er werd achteraf een hele reportage over geschreven door verschillende mensen van het forum. Oh, en we meden de heftige discussies niet. Waar zoveel mensen zijn, zijn zoveel meningen, manieren van beleven en doorleven van het hele gebeuren. Eén wil ik wel delen. Wat de Poolse dame schreef. Ik citeer: “to the great “M”-quartett from the Netherlands – and Belgium, if we should separate the names – : M., M., M. and Micki”

In gedachten bleef ‘the four M’s’ hangen. De Vier M’s. Daarna komt onze Vijfde M erbij. Dochter van …. jawel M.! Ze is helemaal klaargestoomd door haar moeder. Ze doet vrolijk mee met backstage avonturen, foto’s maken tijdens concerten terwijl dat verboden is, ‘grommelen’ wanneer we berispt worden, aankondigingsposters helpen recycleren, kortom ze past helemaal in onze, toch op leeftijd zijnde damesclubje-met-puber-allures.

Een CD/vinylplaat/i-tune neemt ‘onze’ veelzijdig artiest niet in zijn eentje op. Een concert geven doet hij ook niet alleen. Op het aantal muzikanten, zangers, zangeressen, instrumenten die ik mocht leren kennen staat geen nummer. Zoals onze, ook weer gemeenschappelijke, favoriet, Michalis Tzouganakis. Deze veelzijdige, dolle, grappige, soms highe (van de passie voor muziek) artiest leerden we kennen tijdens een Europese tour. Ik durf niet hardop schrijven wat we toen allemaal dachten …  Drie jaren later nog een keer. Daar, in Düsseldorf hebben M. en ik hem toen voor het eerst ontmoet. Het hek is voorgoed van de dam. We hebben een tweede favoriet. Wij alle vijf.

Ze blijven ook komen, die bekende en aanstormende talenten. Groot voorbeeld is Alexandros Tzouganakis, … de zoon van. Ik schreef hier (tweede item) al over hen.

Die laatste 16e februari. We mijmeren en praten en eten en kijken filmpjes van concerten en praten weer en zingen mee … en … en … vergeten de storm. Intussen zit Max (nog een M., een Griekse hond overigens) rustig te wachten onder de tafel. Wie weet wordt hem wel een lekker hapje gegeven? Overigens gaat er geen bijeenkomst voorbij zonder cadeautjes en zoetigheden, al dan niet zelf gemaakt.

We hebben nu minstens twee Grieks muzikale redenen om zowel te reizen (of dromen van) als te ‘onderonsen’. De maïzena wordt meer en beter met de jaren. De toekomst is verzekerd.

Wie de twee Artiesten nu nog weet, mag mij trakteren (zonder terug te gaan kijken hé) … 😉

De laatste vandaag

Dat zou je van elke dag kunnen zeggen. De ene al belangrijker dan de andere. De laatste vandaag! Morgen is er een andere. Terwijl ik het schrijf zie ik de verwarring. Het is vandaag de laatste. Ziezo!

Het is vandaag niet wat ik ervan verwachtte en het ligt niet eens aan mij. Toch niet met voorbedachte rade! Het ligt zeker niet aan de omgeving, aan de medecursisten noch aan de docente. Had ik dan magie verwacht? Een toverformule?

 Ik vraag me in stilte af waarom ik überhaupt verwachtingen heb. Ben ik niet degene wier tigste lijfspreuk Verwachtingen schept teleurstellingen is? Inderdaad, ik heb het zelfs aan den líjve ondervonden.

Het loopt niet lekker. Het leien dakje is ver zoek. Gewoon zoek, dat had ik nog aangekund. Die verdomde migraines ook. Onvoorspelbaar. Ze zinderen lang na. Hele dagen zelfs bij de laatste. Ik moet een zondebok met een naam hebben.

En toch. Ik ben blij dat ik deze laatste toch gegaan ben. Ook al boorde de wekker vanmorgen het toch al ijle bestaan van mijn hersens doormidden. Een verkorte Tai Chi voor het raam, een verwarmende douche, een koffie, een gezond – mini weliswaar – ontbijt later en ik kan er tegenaan.

De koude wind doet nu nog deugd. De tram is op tijd. Weinig volk. Ik heb een zitplaats. Stilaan word ik toch wakker. Ik wil erbij zijn. Vandaag gaat de les over column schrijven. Laat dat nu net iets zijn waarvan een pennenvriend mij aanraadde dat ik zeker moet proberen. “Schrijf kranten aan, probeer op onregelmatige basis opdrachten aan te nemen.” Hij kent me goed, die verre pennenvriend, op onregelmatige basis.

Wat ik ook probeer vandaag, het komt niet op papier zoals het in mijn ziel zit. Het is druk in mijn hoofd. Het lukt niet om me imaginair af te sluiten van de geluiden. De tram buiten, het gerommel in deze gangen, trappen, lokaaltjes waarvan ik denk dat er veel te ontdekken valt. Het komt allemaal ongefilterd binnen. In ons lokaal kan ik de medecursisten horen denken terwijl ze schrijven.

Waarvan ik niet overprikkeld raak, zijn de columns die ik hoor van diezelfde medecursisten. Ze zijn gevat, krachtig, mooi. Ze staan er gewoon! Ik weet van mezelf dat ik beter, gevatter, krachtiger kan. Niet dan de medecursisten, natuurlijk niet – ieder heeft zijn/haar eigen stijl – het is eerder een werk in ontwikkeling. Zoals zonneschijn na regen. Er komt echt nog iets van. Toch iets geleerd vandaag! Wie weet, als mijn ‘huiswerk’ af is, mag u het meelezen. Ik die dacht dat een column schrijven makkelijk was. Het is, hoewel heel prettig, hard werk.

Schrijven, het blijft zuurstof. Zoals in dat ene Griekse lied ‘Το πεπρομένο’ (het lot) voorkomt: …  van kindsbeen af, zag ik het vuur in mijn dromen …

Een geruststellende les die ik geleerd heb in deze vier zaterdagen, is dat schrijvers geniaal zijn in uitstelgedrag. Ook al is het hier thuis niet spic & span, dat gedrag vertoon ik niet. Uitstellen, daar kan ik wél wat van. Het is in elk geval geen afstel. Ik wist het toen al. Zou ik nu toch al een beetje een echte schrijver zijn? Of gewoon geniaal?

Week tegen pesten

Op deze dag van de liefde, die ik iedereen gul wens – wie weet, komt er nog een rijmelarijtje van – wil ik het toch over iets anders hebben. Niét te bedekken met de ‘mantel der liefde’.

Naar aanleiding van de week tegen pesten, heb ik deze gedachte. Het overkwam me zomaar tijdens de afwas. Ook naar aanleiding van de raad uit de workshops om losweg zonder vooraf bedacht onderwerp te gaan schrijven, liet ik het over aan de trigger. Ik hoorde het op de radio dat vandaag de week tegen pesten begint. Het is een #schrijfmeditatie geworden.

Dit is eruit gekomen:

Er is iets dat ik wil zeggen over pesten. Ik werd namelijk zelf nogal eens gepest als kind en een keer in een werksituatie. Het maakt NU niet meer uit wie dat waren. De ‘verwijder’ knop in mijn hoofd is echter afwezig. Ik weet nog enkele feiten. En op basis daarvan zeg ik het volgende aan de pesters van toen:

– ten eerste: excuseer me ajb, mijn bestaan in jullie leven. Blijkbaar hebben jullie je zo geërgerd aan mij dat het in de weg stond van de gang van jullie leven. Daar heb ik NU een vraag bij. Wat in mij, heeft jullie zo daartoe aangezet? Wat ging er zo onuitgesproken fout in je leven?

– ten tweede: dank jullie ook, allemaal. Vooral om de aandacht en tijd die jullie aan mij besteed hebben, aan dat mormel, die dikke, dat v*w*f, dat jullie in mij zagen. Echt! Hoedje af, dat ondanks dat jullie zó over me dachten, jullie toch tijd en aandacht aan mij gaven. Overigens kan ik NU zeggen, graag gedaan! Ik heb ontdekt door de tijd heen dat ik mezelf toch niet verloren ben. ‘Hè, ik ben ook sterk!’ (soms toch 😉 )

– ten derde: een boodschap voor jullie. Ik heb compassie met jullie en hoop dat jullie NU op zichzelf sterk kunnen zijn, met al het goede en minder goede. Het leven is dan veel minder vermoeiend.

Het gebeurde plaatsen lukt aardig. Helemaal vergeten niet. Soms is er toch nog stiekem dat gemeen duiveltje op mijn schouder dat lacht “eigen schuld, dikke bult”. Gelukkig ben ik een dochter van mijn moeder die me ooit zei: “Als je van iemand niks goed kan zeggen, laat die dan gerust!”(nooit vergeten, ook al zat ik op dat moment in mijn pukkelkopperiode, dwars zijn was een natuurlijk proces 😉).

Overigens, het was niet de hele tijd kommer en kwel. Ik heb ook mooie vrolijke herinneringen aan mijn kinderperiode. Gelukkig!

Hier ben ik weer 🙂

U ook?

Schrijven schrijven schrijven

Zaterdag, 7 februari van dit jaar.

Bij het wakker worden voel ik het al. Het wordt een tweede natuur om aan te voelen hoe het gaat met de energie. Of soms, zoals die ochtend, het gemis aan voldoende energie. Zelfs hoe ermee om te gaan. Ik besluit om op te staan.

Het is vroeg genoeg om traag wakker te worden want dat is wat deze dag wordt, traag! Zowel het hele ochtendritueel nog thuis, als de wandeling naar de tram en deze van tram naar mijn bestemming.

Maar (te) weinig energie of niet, ik ga ervoor want ik voel dat ik er moet bij zijn. Het is een bestemming, iets dat ik moet doen om te ZIJN. Niet iets groots of openbaar, maar dat ene iets kan wel net datgene zijn dat een vaag knagend gevoel nalaat.

We zien wel.  Er zijn al cursisten aanwezig, wachtend met een kop koffie of thee en ik doe mee (voor een keer geen koffie voor mij). De bestemming overigens is goed gekozen, het reiscafé ViaVia. Misschien is drie hoog met de trap iets minder, maar ik haal dat zonder ongelukjes, zelfs met een kop thee, rugzak, veel te warme jas en handtas bij.

Dit wordt de tweede les van een reeks van vier. Vier workshops, vier zaterdagochtenden.

De eerste keer was het lekker spannend. Alvast tijdig daar geraken want ik was zo in gedachten over wat komen ging dat ik vergat tijdig van de tram te stappen. De ochtendwandeling deed wel deugd. Even zoeken welke straat ik moest afslaan en voilà, ik was er.

De kennismakingsronde vind ik interessant. Waarom hij/zij die cursus wil volgen. Zo los uit de pols opgeschreven zie ik nog zitten … iedereen ! Iedereen én de docente natuurlijk. Zo’n cursus staat of valt met de docente. Deze week is iedereen er weer en zelfs een nieuwe erbij. De cursus staat mét de docente!

Iedereen heeft een eigen doel, eigen ambities met deze workshops. Het is een heel divers publiek, qua leeftijd, toch wel veel jonge mensen, qua achtergrond, niet qua sekse, één man en de vrouwen.

Wat vooral naar boven kwam, was de goesting, de passie voor taal en schrijven én mondigheid van zowat iedereen.

We krijgen ook huiswerk. Niet verplicht maar wel boeiend. Ik popelde gisteren toen ik de mail opende met de samenvatting van de les en de opdrachten. Hemelser kan het voor mij momenteel niet worden. En de terugkoppeling is hopelijk rijk, want ik wil léren! (Ik schrijf hopelijk, want ik heb nog niets terug gehad. De docente heeft veel cursisten, die allemaal, al dan niet braaf, hun huiswerk maken. Dat zegt toch al veel over haar kwaliteiten. Als ze maar geen burn-out krijgt).

Deze tweede zaterdag hield ik het rustig. De traagheid haalde me in. De opdracht was nochtans heel boeiend met goede richtlijnen om inspiratie op te doen. Zoals het vorige week bijna uit mijn pen gezogen werd, zo aarzelend ging het deze week. Ook al zat het al helemaal in mijn hoofd. Gelukkig stelden andere mensen hun werk wel voor. Het was alsof het over hun beste vriend(in) gaat, een familielid of buur. In die korte tijdsspanne hadden ze een heel personage bij elkaar. Er was zelfs een geboren verhalenvertelster bij. Ik kon me haar gekozen personage zo voorstellen. Er werd flink wat gevraagd en feedback gegeven. Iedereen was betrokken. Ik aanschouwde het en nam het in me op.

Weer thuis, in dezelfde traagheid beleefde ik de te-voet-tram-te-voet route, schudde ik het toch maar even van me af. Teveel prikkels. Ne keer flink tekeer gaan in fysieke beweging!… traag, dat wel …

Deze workshops gaan over schrijven, de proza wordt belicht in vier delen (roman, novelle, kort verhaal en column). Het is fictie en dat is toch even wennen. Zou het iets voor mij zijn? Ik schrijf meestal over echt gebeurde dingen in mijn leven of wat ik lees, meemaak en ik doe pogingen tot dichten.

Maar sowieso een hele fijne ontdekking van de genres die er bestaan en een putten uit fantasie, wie weet wat ik nog vind tussen en in al die woorden …

Maandagochtend, 10 februari, bij het – allergisch niezend – ontwaken kwam alvast dit dialoogje voorbij paraderen:

“Cliché! Dat zeggen ze allemaal”.

– “Niet waar. Dat zeggen alleen degenen die het meemaken.”

Wordt misschien nog vervolgd. Het moet dus wel echte fictie zijn 😉

Ik heb me alvast ingeschreven voor een vervolgcursus. Nog kandidaten?

Moet just niks. Echt ?

Dees moet ik echt even vertellen. Het is rustig geweest, gewoon z’n gangetje met steeds een plannetje in mijn hoofd. Daar wordt nu aan gewerkt. Deze korte blog gaat over een vrolijk akkefietje.

Terwijl ik een update* blog wil schrijven, merk ik dat het één en ander van voeding kan aangevuld worden, – ook allerlei andere dingen die in een goed gesmeerd huishouden te doen zijn, maar van goed gesmeerd glijd ik uit – laat ik het schrijven even rusten en ga naar buiten enkele boodschappen doen. Mooi weer, frisse neus, fijn zonnetje, het brengt kleur aan de straat. Bijna huppel ik, met het boodschappenlijstje herhalend in mijn hoofd alsof ik een examen ga afleggen.

In het supermarktje, vlakbij, neem ik de dingen van dat lijstje, praktisch in het mandje tastend met een vaag gevoel dat ik toch nog iets mis. Gelukkig heb ik het geschreven briefje ook nog, verfrommeld in mijn jaszak, tussen sleutels, opgevouwen boodschappenzak en zakdoek. Neen, niets vergeten blijkbaar. Dan maar naar de kassa. Daar tast ik alles mooi op de band en ga aan de andere kant staan om weer in te laden. De juffrouw is wat snel, vooraleer ik mijn klantenkaart kan …. Dat was ik vergeten !! Mijn handtas! Mijn boodschappen rollen over elkaar, klaar om ingepakt te worden. Maar ik let er niet meer op.

“Ik ben iets vergeten”, niet in paniek. “Ik kan niet betalen, moet eerst weer naar huis.”

“Geen probleem,” is het antwoord. Ik zie dat meisje daar regelmatig. Heel gedienstig, wat snel – heel snel – maar als het geen probleem is… “Ik zet uw aankoop in wacht tot u terug bent.” U! Nog beleefd ook!

Aangezien ik echt vlakbij woon – lekker makkelijk, behalve op donderdag, dan is het sluitingsdag – ben ik snel terug. Mijn boodschappen staan intussen, geteld en wel, mooi gesorteerd te wachten om met mij naar huis te gaan. Nadat ik betaald heb natuurlijk. Uiteindelijk ‘moet just niks’, maar betalen is wel handig als je je verbindt om te gaan winkelen 😉.

Bij de apotheek kan ik ook een koopje doen. Er staan verzorgingsproducten van mijn merk met een fikse korting op het tweede product als je identieke producten koopt. “Met dat identiek kan gefoefeld worden, mevrouw,” aldus de apothekeres. Joepie, twee verschillende producten voor de prijs van 1 komma-en-nog-wat.

De zon blijft nog even schijnen. Zo’n vrolijke akkefietjes zijn soms gewoon nodig, om in die stralen gezet te worden.

* update, ik ben even gaan zoeken naar een Nederlandser klinkend woord. Als je het vertaalt, is het bijwerken. Ik zou hier kunnen schrijven: ‘Terwijl ik mijn blog wil bijwerken’ … dat klinkt beter, vind ik zelf 😉

Ik wens u ook vrolijke akkefietjes. Het is toch schrikkeljaar. zouden we 29 februari uitroepen tot wereld-vrolijke-akkefietjes-dag?

Over energieleverancier en bonussen in de Na-dagen

– Zes januari

Vandaag heb ik de energieleverancier gebeld omdat ik eventueel zou kunnen recht hebben op een bonus. Die bonus, deels terugbetaling van de factuur wegens onvrijwillig zonder werk, staat mooi in beeld gebracht op hun website. De bonus werd in voege gebracht op 1 juni 2018 en is voor mensen die onvrijwillig zonder werkinkomen vielen. Twee maanden en twee dagen eerder was ik, op meermaals aanraden van de oncoloog, in ziekteverlof gegaan.

Een telefoontje en chat later, leer ik dat ik niet in aanmerking kom. Te vroeg ziek geworden! Maar ik ben wel al langer klant. Trouwheid wordt niet beloond. Tja, nu ik het nog eens goed nakijk … ze werken samen met een verzekeringsmaatschappij. Zeker ben je wel natuurlijk … van uitgaande betalingen.

Gelukkig zijn er ook kleine fijne dingen die een dag groter maken, een fijne ontmoeting, een mooi weertje, een fietsommetje en een cadeautje dat ik kreeg van mijn schoonneefje (de vriend van mijn broer zijn dochter, kan u volgen?). Best fijn!

Nog steeds niet getreurd. Het is Happy Monday deze eerste maandag van de maand. Ik speel zonder te verliezen wegens toch een kleine bonus. Help! Ik win het dubbel én ik krijg de bonus. Zomaar zonder trouwe klant te zijn. Iets is steeds beter dan niets, ook al is het een mini overwinningske.

– Zeven januari 2020

In 2018 ben ik veranderd van energieleverancier, blijkbaar is het gezond om regelmatig te veranderen. Dat was vroeger wel eenvoudiger. Als die van toen, nog groen waren, bleef ik daar. Overigens zijn ze behalve niet groen genoeg ook nog eens te duur. Na mijn telefonisch avontuur van gisteren, wil ik de markt nog een keer exploreren.

Compleet verloren ben ik, in de zoektocht, die structuren: wie wat doet, bij de ene een aandeel kopen, bij de andere niet groen genoeg …. Eén mini lichtpuntje denk ik te hebben, een staartje aan dat verlichtend contact van gisteren, waar ik in verder graaf. Op zoek in de eenentwintig pagina vol getikte voorwaarden. Op pagina 17 stond het … invalide verklaard voor minstens 66%. Dat statuut heb ik vanaf einde maart 2019. Misschien dus toch?

[3.3.1. Onder volledige invaliditeit wordt begrepen:  de tijdelijke en/of blijvende, volledige invaliditeit als gevolg waarvan , waarvan het percentage invaliditeit minimaal 66% en maximaal 100% bedraagt. De blijvende of tijdelijke vermindering van de arbeidsgeschiktheid wordt door het ziekenfonds vastgesteld.]

Ik waag mijn kans deze dag waarop twee van mijn vrienden ergens in Europa verjaren. De medewerker van de klantendienst is wel vriendelijk, maar meldt me toch dat de eerste datum ‘zonder inkomen’ geldt. Deze keer word ik niet boos, ik blijf kalm en vertel kordaat dat het zo niet in de “syllabus van voorwaarden op pagina 17” staat. Daar staat klaar en duidelijk Invaliditeit van 66% of meer! Hij gaat het aan zijn meerdere vragen. Die blijkt het ook niet zo duidelijk te weten, maar ze gaan wel een dossier opstarten voor mij, want ik heb wel een punt. Toch al één punt.

Komt er nog bij dat ik (kleine) zelfstandige was en ik mijn statuut pas ook op die datum volledig heb stopgezet. Door dat stopzetten van mijn statuut vermijd ik ook provinciebelastingen in Limburg (waar ik niet meer woon noch werk).

Dat kan ook meetellen. Zo gezegd zo gedaan. Vijf minuten later ontvang ik een sms bericht van hun verzekeringsmaatschappij met de vraag om ‘alle documenten en attesten met betrekking tot mijn vraag’ per e-mail te versturen. Welke documenten? Gelukkig heb ik er wel, van het RIZIV en mijn ziekenfonds wil dat ook nog eens extra verzenden. Het is nu verstuurd. Ik ontvang een no-reply mail. Ze gaan mijn verzoek zo spoedig mogelijk behandelen … wordt hopelijk gunstig vervolgd.

Hadden we ooit een minister van vereenvoudiging van administratie (of zo iets) ? En waarom komt er  een beeld van Quick en Flupke zomaar in een flits voorbij?

– 8 januari 2020

Vandaag heb ik de flem*. Ik word wakker in kleine paniekjes, dit nog doen, dat niet vergeten, die nog antwoorden, nog een telefoontje plegen om afspraak te maken … waar het vandaan kom. Joost? Weet jij het?

Het is voor mij al lang niet meer erg. Ik kan het zelfs omarmen. Als het er is, dan betekent het ook iets. Die paniekjes verklaren zal ik ook niet, noch ze overwinnen. Ik geef ze een plaats, bekijk ze en kom dan in beweging. Meestal weet ik het niet eens meer na een uurtje waarover het ging. Overigens, u herinnert het zich vast nog wel … ik schrijfmediteer bijna elke ochtend en daar kan ik heel wat in kwijt, vooral de controle over wat ik voel. Het is er, doe er wat mee, laat het niet sudderen! (zeg ik streng tegen mezelf). Niet alles hoeft de hele tijd aangenaam te zijn.

Dan pleeg ik het eerste telefoontje, dat ik volgens mij moet doen.  Afspraak vastgelegd. Oef!

Er valt me te binnen dat ik gisteren twee brieven uit mijn brievenbus heb genomen, en nu zijn ze onvindbaar. Samen met de reclameblaadjes in het oud papierdoosje mee gedeponeerd? Neen!

In het halletje, op het kastje waar ik mijn sleutels neerleg en mijn handschoenen en andere tegen weer en wind bestendige attributen? Neen! Ook niet in het laatje van dat kastje. Nog een plekje?

Misschien tussen die papieren die ik aan het uitpluizen en opruimen ben? Neen!

Nog één plek! Beneden aan de algemene voordeur, waar alle reclameblaadjes liggen die niet mee genomen worden (en wekelijks bij het oud papier belanden, we proberen het proper te houden hier). Ja! Yes! Ναί! … tussen de Albert Heyn en Aldi blaadjes! Hoe doe ik dat terwijl ik mijn blaadjes meegenomen had?

Overigens heb je dat plantenaanbod gezien? Dat wil ik best eens proberen. Er zijn weer kriebels om mijn ‘kot’ nog eens om te toveren tot echte woonst! Gezellig wel, die grote planten voor het raam.

Geloof het of niet, ik maak u niets anders wijs, vandaag verjaren er weer twee mensen die ik ken 😉.

Het is een beetje saai, maar ik ben echt aan het schrijven over dingen die wat meer tijd nodig hebben om leesbaar te zijn voor u. Voor een keer of twee niet over Mie, mezelf en ik. Wie weet een vervolgverhaal …

* de flem hebben: geen zin hebben, een beetje niet goed voelen, vergelijkbaar met een baaldagje. Dit woord is al mijn hele leven in mijn woordenschat, het zal wel iets plaatselijks zijn. Zelf vind ik het een mooi woord, zelfs gebruikt in een Hasseltse revue.

Saai zijn mag, zolang we maar niet al te gewoon worden, ongewoon en ongevaarlijk, hoe klinkt dat als combinatie?

Nog enkele gezellige Nieuwjaarsdagen

Dit is niet echt mijn periode van het jaar, te donker, te gemaakt, te druk. Te… blijkt nooit goed te zijn. Net niet te is wél welkom. Januari, er zijn nog steeds nieuwjaarswensen en bijhorende receptie. Voor mij is het goed geweest. Ik ben (al, weeral of nog steeds) volop bezig met ontspullen. Hier houd ik wel van, mijn woonst grondig opruimen. Het voelt als mijn leven opruimen. De oude dingen sorteren weggooien, weggeven of tweedehands verkopen. Alsof ik de plaats innemende muizenissen en nergens toe dienende gedachten, steeds terug kerende onrust bij het groot huisvuil zet.

Officiële dingen die meer dan tien jaar oud zijn bijvoorbeeld. Aan flarden scheuren en weggooien. Ze gaan over de praktijk waar ik werkte. Op die manier zie ik mezelf toch nooit meer aan de slag gaan, dus waarom zoveel bijhouden? … Laat ik u met wat anders vervelen, die eerste nieuwjaarsdagen.

Nieuwjaarsdag: Iets teveel gegeten …

Dat was rustig, dat was gezellig en voor mijn grote zus handig, want mijn grote broer heeft haar rookmelders opgehangen. Dat doet me eraan denken dat ik dat ook nog moet doen. Het ding werkt wel, ik heb het getest.

Mijn vader en mijn andere zus waren ook. Het werd zo een familiaal onderonsje.

Mijn zus had er toch weer gezellig werk van gemaakt, lekkere taartjes, éclaires, één grote taart. Dat allemaal bij de koffie. Mijn schoonzus had ook een cake gebakken en meegenomen.

Het rookmeldersintermezzo was tijdens de bubbels. Plichtsgetrouwe broer wil pas bubbelen na zijn werkje. Perfectionist als hij is, duurt het even langer en gaan wij al aan de bubbels, tezamen met chips en ovenhapjes.

Zoals het ons, Limburgers betaamt, zetten we ons nog een keer aan tafel voor het avondeten. Lekkere broodjesmaaltijd, allerlei soorten broodjes, broodjesbeleg, … al maar goed dat ik geen vaste voornemens meer heb. Zeker niet op deze dag. Het is tenslotte alleen op 1 januari de eerste dag van het jaar.

Derde dag van het jaar: 3 van de 5 M’s …

Limburgs bezoek (M. en haar dochter M.) en de tweede keer aan de bubbels. Het is niet mijn gewoonte om bubbels in huis te hebben.  Deze fles had ik nog van een bezoek aan de druivenkwekerij Soniën Serres in Overijse. Dat was in september vorig jaar. Dat was toen met de lotgenotengroep Melanoompunt. Ik merk dat ik er niet over geschreven heb. Feit is dat ik nog nooit zo zuiver sap heb gedronken. Hoe lekker zou een fles bubbels dan wel zijn? Er zal wel altijd een gelegenheid te vinden zijn. Vandaag is er zo eentje!

Naar jaarlijkse gewoonte werden er kourabièdes uitgewisseld. Die van M. waren beter, die waren echt. Die van mij zijn, zoals ik al eens schreef, misschien zelfs iets te gezond … ? Ik kreeg ook nog andere fijne dingen in het Grieks, zoals de Snoopy Kerstster mét inhoud. Dat was fijn, zo’n cadeau in meervoud.

Het plan was om naar de Kerstmarkt te gaan. Helaas, door stakingen van De Lijn hebben we het hier in de buurt gehouden. Hoewel ik de stakers wel begrijp.

We hebben ons overigens niet verveeld. Even de benen strekken in de buurt brengt ons hier.

Meestal gaan we ook buitenshuis een hapje eten. Op tijd reserveren is wel de boodschap. We konden nog wel terecht bij Brel,  (“tof zaakske” zoals M. zei) voor een lekkere hap.

Eerste lesje voor dit nieuwe jaar, op tijd reserveren, zeker bij Morfo! Gewoon bérelekker, dat eten!

Vijf januari

Niet veel te melden, alleen dat hét gebeurd is. Het is mooi geweest, die feestdagen. Drie weken lang heeft het hier gestaan. Vanaf gisteren word ik er niet meer blij van. De batterijtjes van de lampjes zijn trouwens moe. Nu is er weer ruimte, in meervoud, niet alleen in mijn living. De Driekoningen zullen zonder mijn boom ook wel bezongen kunnen worden.

Bezoekje aan mijn vader en daarna heb ik deze feestperiode officieel afgesloten met een ‘gezond’ ijsje. De komkommers zijn bijna op …

Er zijn wel verhalen… het is inmiddels de twaalfde, één van de 5 M’s verjaart vandaag! De 5 M’s, nog zo een verhaal … een Griekse muzikaal verhaal.

Geniet, met mate in drank en met maten in enkel- of veelvoud tijdens de januari recepties.

2020

Omwille van het enorme risico om in cliché-rijke herhaling te vallen t.o.v. vorig jaar en de jaren daar nog voor,

Omwille van het cynisme van mij dat elk jaar tegen het einde ervan, krakjes vertoont en dan tot uitbarsting komt,

Omwille van niemand willen overslaan, niemands gedachten te sturen,

Ook omwille van het gekunsteld gevoel dat het bij mij opwekt,

Omwille van nog veel meer (berichtjes met wensen die ik dan niet beantwoord bijvoorbeeld),

Want …

Ik heb nl. weer een foto met kourabièdes waar ik al een verhaaltje bij schreef,

Weer een foto van de kerstboom en de cadeautjes,

Weer de allerbeste wensen voor iedereen, ook voor u,

Opnieuw voornemens die met Nieuwjaar niets te maken hebben, eerder met de gelegenheden die zich rond die tijd nogal eens voordoen,

Weeral verwijzingen naar alles wat ik ooit voorheen schreef en vooral wenste,

Weeral commentaar op wat er gebeurt in de wereld,

Weer … als u dat woord bekijkt. Het weer, klimaat … ja, in de wereld.

Weer naar het jaaroverzicht gekeken, de ‘wereld’leiders, de calimero’s, de wereldvreemden, de ervaringsONdeskundigen die leiden, de ervaringsdeskundigen die lijden,

Opnieuw de onverdraagzaamheid, de haat, me afvragend hoe eenzaam het moet zijn als men zich met haat en macht moet afschermen,

En weeral helaas brengt de haat geen zoden aan de dijk, toch niet voor de gewone burger,

Veel betogingen, waar ik niet bij was, alleen in gedachten en handtekeningen,

Solidariteit, gelukkig dat ook,

Weeral bewondering voor iedereen die toch weer voor anderen zich inzetten, het voor hen opnemen,

Nog een keer opsomming van de goede en andere dingen van 2019,

Kleine vrolijke dingen, weeral, en toch verrassend,

Vrijwilligerswerk (met goesting), nieuwe ontmoetingen, ontdekkingen,

Weer geheimpjes … 😉

Streven en aanvaarden, meestal toch, na de zoveelste Mie-en-het-lijf dialoog,

Weer blij dat ik er nog ben, ik weet niet hoe het is om er niet meer te zijn,

En al mijn stokpaardjes waarvan ééntje (omdat ik het vaak gelezen heb) … de afwezigen hadden ongelijk. Neen, die waren elders aanwezig. De echte afwezigen zitten in ons hart. (voilà, toch weer even cynisch).

Weeral drie puntjes omdat elk verhaal nooit helemaal af is …

Dit is mijn niet-Nieuwjaarsbrief, hiervoor heb ik eerst de wensen van het vorige jaar eens bekeken. De goesting om naar je medemens te kijken, lijkt me een goede om nog eens te herhalen. Ik heb er veel naar gekeken en een mooi kleurenpalet gezien. Dat wens ik u en mij (nu ik toch bezig ben mezelf  te wensen: wat meer energie, mooi verdeeld over langere tijd 😉, zelfs een enkeling vindt het wel eens fijn in gezelschap te zijn).

Bedankt om mijn schrijfsels te lezen, u mag ze delen want in een zekere mate van bescheidenheid durf ik een vorm van ijdelheid toe te geven – wens ik zo te schrijven dat ik meer gelezen word, gewoon uit goesting van mijn medemens.

Wat ik voor 2020 voor u wens en ook voor elkaar, is een boeiend, gezond, strijdbaar, zacht, solidair, aanwezig wandelpad met mooie en uitdagende avonturen. Rust nemen zonder meer, bijvoorbeeld, was voor mij een uitdaging dit jaar.

Wie zei ook alweer, ‘het is niet wat je meemaakt dat bepaalt wie je bent, het is de manier waarop je het aanpakt.’

Dan zal ik u het vinden van die manier, die helemaal bij u past, wensen en uw wandelpad plezierig maakt om over te wandelen, uitkijkend naar steeds de volgende stap.

Wees stout en vertel dàt aan de Kerstman volgend jaar, of al aan Sinterklaas. Tover een lach op zijn gezicht 😊.

Komkommertijd in de transitzone.

Er gebeurt niet zoveel. Ik wil wel schrijven, wat zal ik dan eens bij elkaar rapen?

De kourabièdes die ik gebakken heb, zijn een ietsje bruiner geworden dan de echte klassieke koekjes. Dat heeft een reden en die is niet te bruin gebakken. Het zit in de bloem en de suiker. Ik gebruik graag ongeraffineerde rietsuiker bij het bakken en de bloem was boekweitbloem. Het heeft prima gewerkt. Teveel eten gebeurt zo al na twee koekjes dus kom ik langer toe …  

Ik zou ook kunnen schrijven over de Kerstmarkt. Ik ben er gisteren even heen geweest met mijn zus. Het was er p*kedruk. Wonder boven wonder, de kleine bestaan ook nog, kon ik er vrij goed tegen. Het was ook fijn om te praten over familiedingen buiten de situatie waar het om gaat.

Intussen speel ik toch weer enkele euro’s kwijt en ben ik cadeautjes rijker. Om te geven en gekregen. Ze liggen nog even onder de kerstboom te glunderen, ingepakt. We hebben afgesloten bij een Italiaan. Aangezien we toch bezig waren te doen alsof het dagelijkse kost is, wat we daar deden, lieten we ons maar eens lekker gaan. En lekker was het!

Tussen het net-niet-gedrum ergens tussen Schelde en Hoogstraat zag ik Pieter Aspe staan. Wat is die mens lang zeg! De keren dat ik hem live zag, was zittend, aan het signeren op de boekenbeurs. Het doet er me aan denken dat ik nog een boek van zijn hand te lezen heb. Zijn boeken laten zich lekker vlot lezen. Er zit een soort cynisme en humor in die me wel smaken.

Ik zou ook kunnen schrijven over het familie Kerstfeest. Dit jaar was het mijn beurt om te organiseren. Sinds vijf jaar doet mijn vader het niet meer zelf. In die tijd huurden we een zaaltje in het Hasseltse, bestelden we een traiteur en vroegen we een vriendin van de familie om te helpen die dag. Mijn vader regelde de meeste dingen. Dat was ook fijn, maar hij vond het lastig worden. Zo is het idee ontstaan om elk jaar iets anders te doen. De eerste keer dat één van ons het deed, was in Oostende. Mijn andere zus woont daar. Dat was wel tof, zowat pal op de dijk.

De tweede keer heeft mijn andere zus het gedaan, hier dichtbij. Zij en haar kinderen/schoonkinderen hebben vooraf en die dag gezorgd voor het familiefeest. Dat werkte ook goed. Het was dichtbij een park zodat we veilig buiten konden. Er zijn nogal wat kinderen in onze familie en het is wel tof voor hen om eens wat meer te kunnen doen dan even de benen te strekken.

Daarna waren het achtereenvolgens twee broers van mij. De ene keer in de Antwerpse Kempen, met een toffe binnenspeeltuin en vorig jaar was het ongeveer dezelfde formule, in het Leuvense, aparte zaal in een restaurant met eten en bediening inbegrepen.

Degene die het organiseert, doet dat in de buurt waar hij/zij woont. Dit jaar was ik aan de beurt, in Antwerpen dus. Aangezien ik iets helemaal anders wilde, deden we het in de Griekse Taverne in Antwerpen, vlakbij de Kerstmarkt. Iedereen vond het wel tof, fijn, origineel, vooral die shared food. Voor mij is dat al jaren heel gewoon. Niets zo fijn als eerlijk, eenvoudig eten, grote schotel in het midden van de tafel en gewoon delen, proeven en opeten. Nu ben ik altijd te vinden voor lekker eten, zeker als ik het niet zelf moet klaar maken, niet teveel gepruts met bestek in veelvoud en al helemaal als het in gezelschap is.

Iedereen die aan de cadeautjes meedoet – het is bij ons geen verplichting – trekt een naam en koopt iets van het lijstje dat hij/zij krijgt en ontvangt ook zelf een cadeautje van de lijst die hij/zij doorgaf. Ik doe wel graag mee. Dit jaar kreeg ik een fietstas, heel praktisch. Ik ben er heel blij mee. Daarbij had ik de naam van een belhameltje uit de familie. Altijd fijn om een cadeautje te geven. Als toemaatje, kreeg ik dit jaar extra cadeautjes. Degene die het organiseert krijgt een presentje. Hoewel, -tje! Ik ben goed bedeeld dit jaar. Tegoed bons waar ik wel weg mee weet 😉

Intussen blijft het komkommertijd en dat in de winter.

Oh en het is de verjaardag van A. Twintig wordt deze jongedame vandaag, psycholoog in wording, oudste achterkleinkind van mijn vader.

Er is nu nog die Nieuwjaarsbrief te schrijven, toch ?

Verder ga ik u niet vervelen met links naar vroegere blogs, die hier terug te lezen zijn. U bent natuurlijk wel welkom, alles staat er nog. U hoeft er zelfs de echte komkommertijd niet voor af te wachten …

Doe dat goed wat u ook doet, op welke manier en in welk gezelschap dan ook!

Muzikaal intermezzo in de wandelgang van het ziekenhuis

Soms wordt de dag verrassend fris, aangenaam fris en sprankelend.

Het is niet speciaal een droeve dag, maar deze dagen tussen Kerst en Nieuwjaar voelen voor mij leeg aan, alsof je in een transitzone zit, te wachten op dat wat zeker is dat het komen zal. Ieder zit wat voor zich uit te kijken, druk bezig met de gsm/smartphone/i-phone, soms zelfs een babbeltje hier of daar. In deze of gene hoek is er drukte over wat komen zal, gelatenheid, gefundeerde meningen, … een transitzone vol eilandjes.

Tot er iets gebeurt waardoor er een gevoel van verbinding ontstaat en de eilandjes één groot eiland worden. Nog wel in de wandelgang van het ziekenhuis. U weet nog – ongetwijfeld 😉 – van mijn voorlaatste blog dat ik vandaag een afspraak had in het ziekenhuis betreffende dat bolletje op mijn voorhoofd. Zo gepland, zo gegaan. In die bepaalde gang van het ziekenhuis, zaten al enkele mensen te wachten tot het haar of zijn beurt was. Ik kom er bij zitten, gezellig bijzitten, zal even later blijken. Twee stoelen verder komt er nog een koppel bijzitten en naast mij een meneer. Dat koppel is veel te vroeg en de meneer gaat even wandelen. Mevrouw vertelt dat haar dochter in de kapel van het ziekenhuis zingt en dat haar man even gaat kijken.

‘Aha! Muziek in het ziekenhuis!’ klinkt het in mijn hoofd. Ik word een beetje wakkerder dan ik, door de fietsrit, al was. Er komt een gesprek op gang, over de dokter, over muziek spelen, over andere dokters, over onze ervaringen, … tot er een mevrouw met gitaar op haar rug, bij komt, de dochter van het koppel !

Iemand vraagt onmiddellijk of ze een liedje wil spelen. ‘Oh ja, natuurlijk, als u dat fijn vindt’ (het kan ook zijn dat ze zei ‘oh natuurlijk, als ik u daarmee een plezier kan doen!, de exacte woorden weet ik niet meer). Ze neemt haar gitaar uit die zak, zoekt naar partituren en begint te zingen. Het is mooi, ze heeft een goede stem. Ze zingt dit (ik ben pas na de strofe beginnen opnemen) :    

Make it a better place – 27/12/2019 in de wandel/wachtgang van het ziekenhuis

Dan vertelt ze dat ze vooral zingt, klassieke muziek en gospel.

Ze is net een tweede lied begonnen wanneer de deur opengaat. De vorige patiënt vertrekt. De dokter roept mijn naam en richt zich even tot de zangeres met de gitaar, of het gestopt kan worden omdat het stoort in de consultatieruimte. Mij stoort het absoluut niet, maar helaas daar is de dokter de baas, ook wat muziek al dan niet spelen betreft.

Na de consultatie vraag ik haar of ik haar naam mag melden als ik hier een blog over wil schrijven. Dat mag! Ze geeft me haar kaartje mee. Nu ik thuis zit, dit aan het schrijven, het kaartje bekijk, blijkt ze een veelzijdige dame te zijn. Coach, zangeres en koordirigente. Ik had – nog – niet van haar gehoord. U wel? Het gaat over Ann Callens-Janssens van La Muze (Live muziek voor elk evenement), http://la-muze.be/muzikanten/ann-zangeres/.

De wacht/wandelgang in een ziekenhuis, is dat dan geen evenement? Ik kan het – als ervaringsdeskundige – bevestigen. Vaak is het wel zo 😉

Het was in elk geval een welkome afwisseling in het wachten op mijn beurt. Dat mag meer gebeuren van mij. Het zal vast en zeker patiënten wat afleiding bezorgen en hun zenuwachtigheid naar de achtergrond bannen. Het schept verbinding. Ik vermoed dat mensen die gewoon zijn lang te wachten, op een keer beginnen mee te zingen en zelfs vergeten dat ze in de wachtgang zitten. Als je dan bedenkt hoeveel diverse mensen in dezelfde afdeling kunnen zitten, wat een prachtig geluid zou dat wel geven? Al zal het hier en daar een dokter niet bevallen.

Oh en dat bolletje? De tweede dag van het nieuwe jaar mag het eruit.