Soms wordt de dag verrassend fris, aangenaam fris en sprankelend.
Het is niet speciaal een droeve dag, maar deze dagen tussen Kerst en Nieuwjaar voelen voor mij leeg aan, alsof je in een transitzone zit, te wachten op dat wat zeker is dat het komen zal. Ieder zit wat voor zich uit te kijken, druk bezig met de gsm/smartphone/i-phone, soms zelfs een babbeltje hier of daar. In deze of gene hoek is er drukte over wat komen zal, gelatenheid, gefundeerde meningen, … een transitzone vol eilandjes.
Tot er iets gebeurt waardoor er een gevoel van verbinding ontstaat en de eilandjes één groot eiland worden. Nog wel in de wandelgang van het ziekenhuis. U weet nog – ongetwijfeld 😉 – van mijn voorlaatste blog dat ik vandaag een afspraak had in het ziekenhuis betreffende dat bolletje op mijn voorhoofd. Zo gepland, zo gegaan. In die bepaalde gang van het ziekenhuis, zaten al enkele mensen te wachten tot het haar of zijn beurt was. Ik kom er bij zitten, gezellig bijzitten, zal even later blijken. Twee stoelen verder komt er nog een koppel bijzitten en naast mij een meneer. Dat koppel is veel te vroeg en de meneer gaat even wandelen. Mevrouw vertelt dat haar dochter in de kapel van het ziekenhuis zingt en dat haar man even gaat kijken.
‘Aha! Muziek in het ziekenhuis!’ klinkt het in mijn hoofd. Ik word een beetje wakkerder dan ik, door de fietsrit, al was. Er komt een gesprek op gang, over de dokter, over muziek spelen, over andere dokters, over onze ervaringen, … tot er een mevrouw met gitaar op haar rug, bij komt, de dochter van het koppel !
Iemand vraagt onmiddellijk of ze een liedje wil spelen. ‘Oh ja, natuurlijk, als u dat fijn vindt’ (het kan ook zijn dat ze zei ‘oh natuurlijk, als ik u daarmee een plezier kan doen!, de exacte woorden weet ik niet meer). Ze neemt haar gitaar uit die zak, zoekt naar partituren en begint te zingen. Het is mooi, ze heeft een goede stem. Ze zingt dit (ik ben pas na de strofe beginnen opnemen) :
Make it a better place – 27/12/2019 in de wandel/wachtgang van het ziekenhuis
Dan vertelt ze dat ze vooral zingt, klassieke muziek en gospel.
Ze is net een tweede lied begonnen wanneer de deur opengaat. De vorige patiënt vertrekt. De dokter roept mijn naam en richt zich even tot de zangeres met de gitaar, of het gestopt kan worden omdat het stoort in de consultatieruimte. Mij stoort het absoluut niet, maar helaas daar is de dokter de baas, ook wat muziek al dan niet spelen betreft.
Na de consultatie vraag ik haar of ik haar naam mag melden als ik hier een blog over wil schrijven. Dat mag! Ze geeft me haar kaartje mee. Nu ik thuis zit, dit aan het schrijven, het kaartje bekijk, blijkt ze een veelzijdige dame te zijn. Coach, zangeres en koordirigente. Ik had – nog – niet van haar gehoord. U wel? Het gaat over Ann Callens-Janssens van La Muze (Live muziek voor elk evenement), http://la-muze.be/muzikanten/ann-zangeres/.
De wacht/wandelgang in een ziekenhuis, is dat dan geen evenement? Ik kan het – als ervaringsdeskundige – bevestigen. Vaak is het wel zo 😉
Het was in elk geval een welkome afwisseling in het wachten op mijn beurt. Dat mag meer gebeuren van mij. Het zal vast en zeker patiënten wat afleiding bezorgen en hun zenuwachtigheid naar de achtergrond bannen. Het schept verbinding. Ik vermoed dat mensen die gewoon zijn lang te wachten, op een keer beginnen mee te zingen en zelfs vergeten dat ze in de wachtgang zitten. Als je dan bedenkt hoeveel diverse mensen in dezelfde afdeling kunnen zitten, wat een prachtig geluid zou dat wel geven? Al zal het hier en daar een dokter niet bevallen.
Oh en dat bolletje? De tweede dag van het nieuwe jaar mag het eruit.
Het verdere leven zoals het nog geweest is dit najaar.
DANSOPTREDEN IN GENT
Ik zou nog bijna vergeten dat ik naar een prachtig dansoptreden ben gaan kijken. Op een mooie zondag in november was dat. Het voordeel van die steeds maar aangroeiende familie is dat er altijd jong volk is die toffe dingen doen. Daar kan ik dan gaan kijken en genieten. In deze groep – Senlima – doet een ander nichtje van mij mee. Een nichtje waarvan ik trotse meter ben overigens én grote tante van haar kinderen.
Dit dansoptreden is van TussenOns, ook zeer het vermelden waard, want ze treden nog verder op. Het is een project van Senlima en Folklore Dansensemble Amersfoort (FDA). https://www.facebook.com/events/445168966215140/
Senlima is een optreedgroep met een goed oog voor internationale folklore, zoals ook FDA.
*Het was een prachtig programma met mooie, heftige, wervelende dansen die live muzikaal begeleid werden door muzikanten van beide groepen. Het eerste deel was een reis doorheen Europa op zoek naar wat verbindt en de afstand TussenOns kleiner maakt, waarna de terugkeer naar de Lage Landen en de gezamenlijke mede-/tegenstander van België en Nederland nl. de Noordzee.
In het tweede deel zorgden de eensgezinde kostuums en gemeenschappelijke folklore dat je de grenzen vergat zoals ook de verschillen tussen de twee groepen. *
Ze hebben zelfs een lied gezongen met de hele groep. Heel mooi!
* bron: uit het programma dat ik er kocht, vrije bijdrage. Met het huidige gebrek van ‘hogerhand’ aan respect voor cultuur (…) is die bijdrage geen luxe.
GRIEKSE MUZIEK IN DUSSELDORF
Einde november was ik in Düsseldorf. Dat ik er die zaterdagavond van dat weekend zou zijn, was al lang bekend voor mij. Mijn eerste Griekse muzikale liefde, Georgos Dalaras, trad er op. Intussen ken ik meer Griekse liedjes (niet vanbuiten) dan van de top 30. Het voelt niet aan als een cultureel gat. Maakt u zich overigens niet ongerust, ik geniet net zo van Zjef Van Uytsel, Wim Decraene, zelfs af en toe Clouseau en Will Tura (vooral Winterroosje 😉 naar Margriet).
De verrassing van het concert was het mee optreden van Michalis Tzouganakis en zijn zoon Alexandros. Hoe ik daaraan moet beginnen om uit te leggen welke band ik heb met hem (Michalis) is knap lastig. De muziek, de persoon, de hele Kretalucht die hij uitademt, de band met Limburg (waar hij geboren is en tot zijn negende heeft gewoond), hoe goed hij nog Nederlands spreekt, zijn familie die ik heb mogen leren kennen, de kennismaking met mantinades, … eens op gang kan ik er niet mee stoppen. Uit ervaring weet ik ook dat het vervelend wordt als de passie van iemand anders niet mijn eigen passie is en mij er ALLES van verteld wordt. Enkele foto’s van het concert dan maar? Het bleef niet bij één ferme knuffel.
Natuurlijk ook van vrienden, die ik meestal bij deze gelegenheden live ontmoet. Er waren er uit Nederland, Duitsland, Groot Brittannië en Limburg. Het was een heel fijn weerzien. Met z’n allen proberen de ‘zaalwachters’ te overtuigen dat de Grieken het echt niet erg vinden dat we foto’s maken en mini filmpjes. ‘Don’t take the Greek out of the people, please!’ Soms voel ik me toch weer de rebelse puber 😉
Het concert was helemaal uitverkocht. Het was dan ook fantastisch. Naar ik hoorde heeft Düsseldorf een grote Griekse Gemeenschap en dat was voelbaar, heel erg voelbaar. Aspasia Stratigou was er ook bij. Haar heb ik ook al eerder gezien en gehoord. Fantastische stemmen, allemaal. Wat me steeds weer opvalt is dat de stem van Alexandros sterker en sterker wordt, echt prachtig! Ik hoorde hem voor het eerst bijna een decade geleden in Kreta. Nog heel jong en toen al zo’n mooie stem. Niet dat ik veel van zangstem ken, maar ik voel gewoon dat het goed zit.
Michalis Tzouganakis
Georgos DalarasAlexandros TzouganakisDalaras met Aspasia Stratigou
Het besluit om in Düsseldorf één keer te overnachten vonden M. (een goede vriendin uit Nl.) en ik al gauw een tof idee. Allebei chronisch ziek (nu ja, het is echt niet te zien) en snel vermoeid vonden we het wel meer verantwoord om niet meer terug huiswaarts te keren na het concert. We hebben er dan nog een gezellige volgende dag van gemaakt. Van kerstmarkt naar boottocht over de Rhijn, een heuse poppenkast, veganistische maaltijd in een trendy/vintage hamburgertent, thee, babbel, … die zondagochtend gestart met een heerlijk uitgebreid ontbijt in de Jeugdherberg. Goed financieel te doen voor een keer en hoewel wat druk op enkele tijdstippen in de dag, heel erg aan te raden. M. was met de wagen dus we raakten makkelijk van de ene kant naar de andere kant van de rivier. Ikzelf reisde met de Flixbus van Antwerpen naar Düsseldorf met één tussenstop in Eindhoven. Dat verliep vlot en was een stuk goedkoper en makkelijker reizen dan de trein (niet overstappen en wachten op aansluiting).
Zo, dit zijn de plezantste dingen tot nog toe. Er staan er nog wat op til. Ik ga eerst van het hier en nu genieten. Wat komt dat komt en als het plezierig is, is dat nog mooier meegenomen. U leest het dan zeker wel.
Geniet van de winterdagen, de regen of blijft u lekker warm en droog, dat wat goed voelt en houdt u er geen financiële kater aan over. (cynisch-je van mij: stelt u zich voor dat u uw eigen cadeau tegenkomt op e-bay over-overmorgen … 😉)
Van trouw en regelmatig schrijven én posten kan je me heel bezwaarlijk beschuldigen. Ik ben niet ontrouw – zeker niet van nature – doch de energie, de zin, de mededeelzaamheid ontbrak me de laatste maanden al eens.
Er gebeuren soms dingen die wat van mijn energie en tijd vragen, dingen buiten ieders wil om.
Van het schrijven en in mijn blog posten was het er gewoon niet van gekomen. Wat dan wel?
In vogelvlucht …
HET LIJF LEVEN ZOALS HET IS
Mijn therapie en andere medisch-gerelateerde dingen.
Sinds september krijg ik nu om de zes weken mijn baxter met immuuntherapie (voor de geïnteresseerden Pembrolizumab). Het is dan wel een dubbele portie! Uit een studie was gebleken dat de patiënten geen noemenswaardige bijwerkingen kregen. Ik ben er zelf mee begonnen in september. Hoewel ik er niet echt ziek van ben geworden, voelde ik toch weer de grenzen dichterbij komen, vooral in de eerste week na de therapie. Dat is nog steeds zo, maar er blijven nog steeds vijf weken waarin ik min of meer ‘vrij’ ben. Het is de onvoorspelbaarheid die me nog vaak verrast.
Op enkele keren na ben ik nu beter voorbereid. De dagen dat ik me goed voel, probeer ik me niet meer te vergalopperen.
Het gewone lijf-leven gaat gewoon verder, zoals jaarlijkse controle bij de oogarts bijvoorbeeld. Wel iets nieuw aan het ogenfron(s)t. Ik ben aan het brillen. Geen leesbril, die had ik al, in veelvuldig meervoud (in de slaapkamer, de badkamer, de keuken, op de tafel, in de zetel, … echt!). Nu is het een echte verrekijkersbril. Nog niet al te straf, wel genoeg om film of tv te kijken, goed te zien bij een concert en in het donker autorijden, toch heel handig, wegens echt het verschil zien tussen oké en WAUW!
Nog een akkefietje … het rode bolletje op mijn voorhoofd. Zoals de dermatoloog het noemde, een hematoom. Ik had er tot twee jaar geleden ook zo eentje op mijn schouder. Dat werd weg gehaald, zonder verdere last. Dit ding op mijn voorhoofd begint soms zomaar te bloeden, zonder meer. Het verkleurt niet, wordt niet groter of kleiner, enkel af en toe pats bLoe(m)D. Ik heb pas in januari mijn volgende controle bij de dermatoloog, maar die kon gelukkig vervroegd worden naar volgende week vrijdag, net voor het weekend na Kerstmis. Raar rood bolletje. Nooit eerder last van gehad. Wordt ongetwijfeld vervolgd (het mag wég van mij).
Gelukkig zijn alle scans van de laatste maanden goed, stabiel, dwz dat het monster slaapt. Het is nog niet vertrokken. Misschien weet het wel dat het verslagen kan worden. Men weet maar nooit met monsters. Het is wel al grotendeels uit mijn hoofd vertrokken. Oef! Hoogst waarschijnlijk heeft het ook nog andere cellen meegenomen, als ik ervaar hoe onhandig ik (weer) ben de laatste tijd 😉
SCHRIJVEN
Van schrijven zonder bloggen is er toch nog het één en ander gekomen.
Gedichten! Echtwaar! Ik heb deelgenomen aan een cursus met vier workshops ‘Van gedachten naar gedichten’, georganiseerd door Wisper. En raadt u eens wat? Ik heb geen enkele les gemist – trots op mezelf, want een les of wat anders overslaan wil al wel eens gebeuren, meer in deze donkere dagen dan in de andere seizoenen. Het nakomen van afspraken lukt nochtans wel aardig, behalve als het niet lukt. Dan heb ik in goede tijden wat veel in mijn agenda gezet, agenda = tijden die nog komen…
Meedoen aan schrijfwedstrijden vind ik uitdagend. Zo deed ik mee aan een reeks teksten schrijven voor het Festival van de Gelijkheid via Azertyfactor. Dat had plaats in november, in de Vooruit in Gent. Ik kon er zelf niet heen, maar ik heb wel één keer gewonnen. Dat wil zeggen dat een tekst van mij gekozen werd om te printen op eetbaar papier. Dat werd dan op dat festival ‘geserveerd’. Er werd een pakketje van mijn teksten, geprint op eetbaar papier, verstuurd. Ik heb ervan uitgedeeld en eentje heb ik ingekaderd.
NOG WAT FIJNE DINGETJES
Ik kan er al eens mee lachen, met mijn hersenactiviteiten, behalve als ik me slecht voel, zoals willen fietsen of stappen en het gevoel hebben dat je tegen een windkracht 10 in loopt, ook op een gewone rustige dag.
Vorig weekend voelde ik het bijna niet, die windkracht 10. Ik ben naar een prachtvoorstelling geweest van de Groene Muur in het UZA, waar patiënten met een ernstige ziekte hun verhaal kwamen vertellen, op een serene manier, ludiek, mooi en heel waarheidsgetrouw.
Zaterdagavond was ik dan weer naar een kerstvoorstelling van het jongvolwassenenkoor Chorix. Een nichtje van mij en haar vriend zijn lid van dat koor. Het was heel mooi geworden, in een kerk, met een heuse kerstmarkt achteraf.
Zondag heb ik dan toch weer verstek moeten laten gaan. Ik weet het, drie dagen achter elkaar zeker na een vrij drukke week, … of beter, ik had het moeten weten. Helaas! Maar toch, twee/derde van mijn plannen vorig weekend zijn toch gelukt.
De creagroep waar ik volwaardig lid van ben is gisteren nog een keer samengekomen. We vierden alvast ons eerste Kerstfeestje. Hoewel er enkelen zich niet zo goed voelden, was toch iedereen daar en het werd heel gezellig. Het zijn mensen die ik heb leren kennen via een cursus bij Samana, ‘Creatief dagboek, ont-moet jezelf in woord en beeld’, waarover ikhier/al een keer schreef.
We hebben het samen creatief zijn met ons zessen verder gezet o.l.v. een creatieveling. We komen om de zoveel weken samen bij haar thuis. Ze stelt haar woonst dan open voor ons. We krijgen een opdracht vooraf verstuurd en kunnen al wat gaan broeien over hoe we dat gaan aanpakken. De dag van samenkomst zelf, werken we dat uit. Ze stelt heel wat materiaal ter beschikking, we nemen zelf ook wat mee, en er is altijd iemand die voor de versnaperingen zorgt.
Gisteren waren het kourabièdes en bougatsa (die versnaperingen).
De opdracht was individueel, een Kerstcadeautje maken voor degene wiens naam je getrokken had. Nog een deel van de opdracht, maken met spullen die je in huis hebt, NIETS kopen. Dat is me nog warempel gelukt. Wat grappig was, is dat bijna iedereen van ons, de dag zelf nog bezig was met de laatste toets te leggen aan het cadeau. We nemen het dus echt wel ernstig. De resultaten waren verbazend. Ikzelf heb een heel mooi schrijfboekje gekregen met allemaal foto’s in van Griekenland, zelf gemaakt door de gulle gever. De verpakking was ook mooi, heel eenvoudig maar wel versierd met takjes lavendel en Franse tijm. Jammer dat mijn reukorgaan het vaak laat afweten (door de therapie).
Er zijn nog wel dingen, waarover ik een aparte blog (probeer) zal (te) schrijven. Als u hier geraakt bent, vind ik u al heel dapper, zonder examen, noch nu, noch in januari, toch lezen, petje af 😊
Het moet gezegd, ik houd tegenwoordig van deze tijd van het
jaar. Hierna wordt het wat donker, toch nog niet getreurd. Deze tijdspanne past
tegenwoordig bij mij. Een beetje trager, een beetje minder, een beetje
natuurlijker ook. Ooit genoten van traagheid? Ik leer het nog elke dag, trager
zijn, vooral in mijn hoofd.
De leegte en ruimte in mezelf weer opzoeken, en zien waarmee
die dan gevuld wil worden. Vandaar de wintertijd, ik houd ervan. Ook al omwille
van die tijdsverandering. Hoezo? …
Normaal is dat weekend van zomertijd naar wintertijd een
feest voor mij. Ik haal zo vermeend verloren slaap in. Het geeft me een gerust
gevoel, een soort veiligheid. Ik geniet er ook van, ook al slaap ik niet echt
veel meer, het mogen en niet moeten gevoel houdt me rustig zo in die vroege ochtenduren.
Ik ben wetenschappelijk
helemaal niet onderlegd. Meer nog, het interesseert me niet. Ik voel liever aan
of iets me wat zegt of niet, wat ik er
al dan niet mee doe. Het kan zelfs zijn dat ik me de arrogantie aanmeet om te
verkondigen dat dit voor iedereen, de meesten, een groep het beste zou zijn. Zo
niet toch veel beter.
Bijvoorbeeld vraag ik me al heel lang af, wat er zo mis is
met je natuur volgen. Neem nu de poes – ik houd van die dieren – katten en hun familie
wijd en zijd – hebt u deze onafhankelijke dieren uit zichzelf ook iets zien ‘moeten’?
De natuur zit ‘m ook in de tijd. Wat zou het? Ja,
natuurlijk!
Het winteruur. Hoezo? Weet de winter dat? Wie heeft dat
verteld aan de winter? Het zomeruur? Waar is dat dan heen? De diepvries in?
Doet me denken aan dat reclame-parlé-tje op de radio, waarin de zon zich
excuseert zolang niets meer van zich te laten horen. Ze zat met een burn-out
(uitbranding?). Daar staat u dan, u zal maar richting zon reizen.
Niets in de natuur zal zich aanpassen aan wat wij ervan willen
maken. Een boom wordt wakker wanneer het licht wordt. Die wacht niet tot het
acht of negen uur is. De poes komt terug van haar nachtelijke escapades wanneer
ze tevreden is (tenzij ze geconditioneerd werd door … u). Heerlijk, overigens
zo’n poezenbeest als huisdier of eerder buitenhuisdier, maar toch weet over wie
ze baas kan spelen en daar ook haar melk haalt.
Een kind wordt spontaan wakker wanneer het wakker wordt.
Niet omdat 7u is of 8u. Dwingt u dat toch niet af. Het duurt toch even
vooraleer het weer ‘gewoon’ wordt. Uzelf overigens ook niet (afdwingen).
We zijn zo heel erg gewoon geworden aan economisch (enkel
financieel en/of tijdsgebonden dan) denken en handelen dat er nog weinig wordt
stil gestaan bij ons fysieke gevoel hierrond. Ik doe dat natuurlijk ook,
behalve wanneer ik het niet doe.
Mijn natuurlijk ritme is nog een uurtje vroeger. Ik vond het altijd raar, vroeg in de avond al zo moe worden. ’s Ochtends zo vroeg wakker zijn. Een verhaal van mijn vader (al lang geleden verteld) verklaart misschien veel. Toen hij kind was, was het gewoon tijd, geen zomertijd, geen wintertijd. Het was om 7u (huidige wintertijd) gewoon 6u. Het was om 15u30 (huidige wintertijd) gewoon 14u30. In dié tijd gingen de meeste kinderen te voet naar school. Nu zou ik het ook niet meer doen of aanraden om die afstanden, als kind alleen, te doen. Het was overigens in het midden van nergens, zoals de meeste woningen op de buiten. Het betekende wel dat de kinderen die langer dan een uur stapten om van school weer naar huis te gaan, in de winter een uurtje vroeger moesten vertrekken. Zo waren ze voor het donker werd thuis. Dat was zo gewoon, dat komt niet meer terug, die tijd. En toch, die tijd kan ons wat leren over de tijd. Het was de meest natuurlijke tijd, ons bioritme. Er was licht van de kaars of olielamp voor de avondmensen en ’s ochtends waren er dikke gordijnen.
Daarom begrijp ik de hele heisa niet rond wintertijd en
zomertijd. Die keuze is toch heel natuurlijk vanzelfsprekend als er weer één
tijd wordt ingeschakeld. Is de natuurlijke tijd niet goed genoeg meer? Voor mij
hoeft er niet de hele avond en halve nacht lang zonneschijn te zijn om in de
zomer op een terras te gaan zitten, lekker buiten, ontspannen, rustig, of
dansend, waar en hoe dan ook. Als de zon onder gaat, gaat ze onder. Meestal is
het de warmte die ons buiten houdt. Niet het licht.
In de winter hoeft dat ook niet, om dezelfde reden. Ik blijf niet buiten omdat het om 18u nog licht is, zeker niet als het de stenen uit de grond vriest. Het licht is er niet alleen voor ons – zelf vaak opgelegd – plezier. Het is er voor onze gezondheid. Het manipuleren is nogal dom, vind ik. Maar manipuleren, daar kennen wij mensen nogal veel van, geloof ik.
Hier en nu, in deze materie, meet ik me de arrogantie aan om
te denken dat het voor iedereen beter zou zijn om dit gewoon zo te doen.
Altijd wintertijd! Allez, ’t is te zeggen, dat is dan nog steeds een uurtje
voor op de vroegere gewone tijd. Voilà. 😊
Dat ik op een bepaalde manier asociaal ben, is algemeen geweten in mijn mensenkring (de kring van kennissen, vrienden, familie, …) en die kring is niet zo groot. Wanneer het kan, vermijd ik drukte. U zal me dus niet snel in allerlei verenigingen tegenkomen.
Vind ik dat erg? Ik worstel er niet meer zo mee. Het alleen zijn, is iets wat ik nu heel erg nodig lijk te hebben. Het is letterlijk te voelen. Lijfelijk én mentaal doet deze (ogenschijnlijke) stilstand me goed. Letterlijk te voelen omdat ik het in letters die woorden vormen neerpen. Echt, met pen en papier in een schrijfboekje (#Schrijfmeditatie).
Wat voel ik dan? Het voelt alsof er een rem op mijn lichaam
staat. Er werd me zo vaak gezegd dat ik naar mijn lichaam moest luisteren. Hoe
doe je dat dan? Tips krijg je te over, wanneer je ‘ziek’ bent. Het is steeds
goed bedoelde raad. Maar net daar nijpt het schoentje. Alle goede bedoelingen
ten spijt, het hielp niet. Ik voelde me schuldig en boos tegelijk. ‘Wat zit
iedereen toch te praten? Alsof ze ervaringsdeskundigen zijn.’ en ‘Oh
ja!? Ooit zelf gedaan?’ Net die goede bedoelingen, die raad, gingen aan me
voorbij wanneer ik daarna weer thuis was. Ik was bezig anderen te plezieren in
luisteren naar hun, soms uitgebreide, raad (want ze bedoelen het toch goed).
Vaak was ik zelfs ambetant omdat ik niet eens meer wist, hoe te reageren. Ik
piekerde me suf hoe ik dit zou aanpakken. Dat alles maakte me vaak heel boos (en zweeg hier meestal over).
Er is iets met ziek zijn dat anderen precies heel alert
maakt. Ineens is er een gespreksonderwerp, een doel voor mensen, een
zich-goed-voelen want iemand geholpen. Het komt erop neer dat ik het op die manier
ervaren heb, het protégeeke. Zelfs (h)erkend bij mezelf. Zeker uit de
beginperiode dat ik werkte in de zorgverlening.
Compleet negeren is dan weer de tegenhanger.
Uiteindelijk gaat het om het camoufleren van een
ongemakkelijk gevoel. Dat ken ik ook, zowel het ongemakkelijk gevoel als dat
camoufleren. Het is doorzichtig, ik ben doorzichtig.
Natuurlijk weet ik dat mensen bezorgd zijn. Dat is nu net
het punt. U bent bezorgd in uw kader. Ik wil graag in mijn kader blijven. Als
ik in uw kader van bezorgdheid ga staan, ben ik mezelf kwijt. Als ik u in het
mijne trek, maak ik van u een zondebok. Een overlapping van kaders … zoals de
verzamelingen in de wiskunde. Ik ga die termen niet opzoeken, maar er was toch
iets met gemeenschappelijke elementen of zo? 😉
Het beste is iemand in zijn/haar verhaal laten en zich
daarvoor niet te moeten verdedigen. Aanvaarding gebeurt in deze wederzijds.
Ieder wil in zijn/haar eigen verhaal aanvaard worden. Wat nog niet betekent dat
u het eens moet zijn.
Ik werd er in elk geval helemaal tureluurs van tot mijn lijf
en hoofd maar bleven STOP! roepen. Die piek kwam in de zomer.
Zelf houd ik me liefst niet bezig met een lijst van ‘hoe ga je het best om met een chronisch zieke’, daar bestaan legio voorbeelden van. Ga er wel van uit dat die persoon echt al heel veel zelf weet, opgezocht heeft, met LOTgenoten heeft gepraat, een andere, eigen manier ontwikkelt om in het leven te staan. Het is vermoeiend om mijn verhaal te vertellen en ‘verbeterd’ te worden. Het is – omgekeerd ook voor mij geldend natuurlijk – frustrerend om ‘goede raad’ te geven die toch niet opgevolgd wordt.
Nu ben ik veel thuis of in mijn eentje ergens te velde (of
te parke, te kuste, te bosse, te waar dan ook 😉), ik doe wat voor mij goed aanvoelt. Het
lijkt alsof ik hiervoor ook ‘tijd’ heb, maar dat is nu net iets wat je aan een monsterpatiënt
niet kan zeggen, echt niet! Ik heb geen tijd, niet meer dan u. Ik vul
mijn tijd anders in, zoveel mogelijk zoals het aanvoelt, soms zoals het niet
anders kan. Geloof me, dat gebeurt echt nog. Gelukkig ook nog zoals ik het
graag doe.
Ik voel mijn lichaam nu beter aan. Sinds september doe ik
aan Tai Chi. Dat is wel een hele stap geweest, naar mijn lijfgevoel. Sinds
augustus doe ik schrijfmeditatie, dat is een hele stap geweest voor mijn mentaal
gevoel. Alles mag er zijn, het hoeft alleen niet meer te zeer op de voorgrond gehouden
te worden.
Bij wijze van voorbeeld, een heikel punt van mij is goed slapen. Ik heb ECHT al van alles geprobeerd. Ik pieker er niet meer zo over tijdens die nachten dat ik meer wakker lig. Verwoede pogingen om weer in slaap te raken, adrenaline opbouwend met de boze gedachte dat ik niet uitgerust zal zijn en dus nog wakkerder blijf, zijn er niet meer bij. Wat ik meer en meer doe en waarin ik vaker slaag, tenminste in die mate dat ik rustig blijf, is me richten naar waar ik spanningen voel en die probeer op te heffen. Ook let ik veel bewuster op mijn adem. Dat maakt me rustiger.
Elke gedachte passeert, gaat weer weg, zoals een wolk die
voorbij zweeft, een vlinder die weg vliegt, ze mocht er zijn en ze vloog weer
weg.
Natuurlijk heb ik dan meer slaapmomenten overdag. Daar
geniet ik nu van in plaats van me schuldig te voelen. Het is overigens nog maar
zelden geweest – sinds het monsterverdict – dat ik een hele dag op de been kon
blijven, zelfs na goede nachten. Ik word er niet meer boos van. Het is wat
het is (citaat van een kranige tante van mij die jààààren voor haar man
gezorgd heeft, die een zware hersenbloeding had en met de gevolgen daarvan een
heel ander leven te leven had).
Ik vergelijk mezelf nog zo zelden mogelijk met anderen. Het
wekt irritatie op. De ene werkt heel veel, de andere heeft het druk in het
gezin, nog iemand anders voelt zich gewoon niet goed wanneer die niet in gezelschap
is, … het kan wel allemaal zo zijn, maar ik heb er geen schuld aan. Dat steek
ik me niet in mijn hoofd. Hoogstens in mijn hart. Ieder doet met die tijd die
hij/zij heeft, wat hem/haar het beste lijkt. Ik ben de enige die altijd bij me
is, daar moet ik het mee doen.
Ik stel me wel eens de vraag, als dat duiveltje schuld nog eens komt piepen, zou ik willen/kunnen ruilen met die drukte van X of die overmatig plichtsbewuste Y ? Neen, ook al voel ik me in mijn toekomst wel eens hachelijk onbestemd. Neen! Ik wil niet ruilen. Ik wil gewoon weer Mie worden, een beetje anders en toch dezelfde. En die treedt wel weer eens naar buiten, zeker weten … denk ik toch 😉
Wees gezond! Doe gezond! En als je zondigt, geniet er dan van zonder schuldgevoel.
Hoe ik tot volgende ben gekomen, kan u na het verhaaltje
zelf lezen.
“ Ik zit in de schommelstoel vooraan in de living van dit
grote huis. Mama en papa zitten met de anderen tv te kijken. Stemmen,
geroezemoes, van post wisselen. Mijn kleine broertje moet daarvoor opstaan.
In die hoek helemaal ver, links bovenaan zit een
spinnetje. Dat zit er ook al wat.
Buiten waait het, bijna stormen, de regen valt met
emmertjes uit de lucht (gelukkig geen echte). Het zal ook wel koud zijn.
Maar dat alles zie ik niet en hoor ik niet want ik zit
hier warm met mijn boek. Héél spannend! De
bladzijden vliegen door mijn handen.
….
….
Tot ik hard verschiet : “Anne-Mie, bedtijd !!” Mijn boek
vliegt eerst door de lucht en valt dan op de grond. Zo hard verschoot ik !
… “
Perfecte match, die kleuren bij elkaar. Onder zo’n felle turquoise steen zat de herinnering.
Vage herinneringen aan een opstel dat ik schreef als huiswerk. Helemaal letterlijk ken ik het niet meer, helaas is het in de loop der jaren verloren gegaan. Ik was toen 11 jaar en zat in het zesde leerjaar. Het was een opdracht waarvoor een week tijd gegeven werd.
De laatste avond ervoor, een zondagavond in de herfst, zat ik alleen aan de keukentafel en begon te schrijven. Ik had het te lang laten liggen, zou je denken.
Het moment van “Anne-Mie, bedtijd!” is echt gebeurd, terwijl
ik dat opstel aan het schrijven was. Ik breide er dus nog een einde aan en stak
het zo weg. En toen was het bedtijd.
Maandagochtend bedacht ik nog dat het toch wel heel erg
slordig was, maar ja, dan maar zo. Wat niet zo vaak voorkwam, was nu wel zo.
Mijn werkje was het beste. Het steeg boven de andere uit en werd zelfs helemaal
voorgelezen. Ik wist zelf niet waar kruipen. Dit was ik helemaal niet gewoon.
Maar het was wel een reuze opsteker. Wat gebeurde er eigenlijk bij het
schrijven van dat opstel? Zoals ik er nu op terug kijk, was ik zo gefocust dat
ik mentaal uit mezelf trad en me daar zag zitten, lezen in dat boek, vooraan in
die grote living. In de twee zetels zat de rest van de familie. Ik beschreef
wat je had kunnen zien als het echt een donkere stormachtige herfstavond was,
hoe het er binnen uitzag en hoe spannend dat boek dan wel was. Het voelde voor
mij perfect, wat ik daar schreef. De pluim die ik ervoor kreeg, deed me zo
groeien. Deze herinnering heeft me nu weer getroffen. Schrijven! Ik heb het in
me. Dat dacht ik toen ik deze herinnering neerPENde.
De beste tekstjes en liedjes later (voor familiefeestjes)
schreef ik ook in zo’n stemming. Op een moment dat het zich aandiende, soms in
het midden van de nacht of in een overvolle trein. Het zet een deur open naar
een plaats waar ik best wel wil vertoeven …
(De foto’s tonen de plaats waar ik tot mijn herinnering kwam
en ze opschreef)
Iedereen die mediteert, vaak of zo nu en dan, zal wel
ervaren hoe helder de geest kan worden, hoeveel plaats er vrij kom. Hoe onbelangrijk
de dingen worden, de dingen die het leven zo druk maken. Van hot naar her, FOMO,
hoe moderner hoe liever, dan hebben we wat over te praten.
Er is iets dat ik de laatste paar weken ontdekte door de tv uit te laten. Geen series, geen film uit de oude doos, geen drukke quiz, … Ook zet ik de smartphone en laptop – meestal – ’s avonds al vroeg uit of op stil. Geen appje, geen technologisch snufje voor dit of dat. Neen, geen , geen , geen , … dàt heb ik ontdekt. Rustig dat dit is! Helder! Opmerkzaam!
Voor mij is alles nog nieuw wat mediteren betreft. Toch heb ik het zelf aan den lijve ondervonden wat het kan doen met eens mens, niets te vroeg …
De leegte! Zoveel mogelijk leeg van gedachten (wat niemand volledig lukt, zo blijkt uit studies). De poging tót is een goede oefening tot focus. In mijn leegte raak ik niet elke dag, het is geen toverformule. Het is bewegen, ernaar toe bewegen.
Kom mee in het verhaal, mijn verhaal, net zoals ik
het vertel, geniet (of niet, dat mag natuurlijk ook).
Vorige zondagavond (25 augustus) …
Ken je dat gevoel dat je ineens, zomaar, van je stoel
springt, uit je zetel, of uit de maat begint te stappen ergens, nergens. Je
begint te dansen en/of te zingen. Je lijf neemt het gewoon over van jou, zonder
dat je de bedoeling had? Ik bedoel niet op feestjes waar je het zou verwachten
of zelfs hopen dat zo iets gebeurt wachtend op jouw nummer.
Dat had ik zondagavond, met een vol hoofd to do’s. Het kwam bij het lezen van een mail: een uitnodiging van Joey Brown, (zie ook Joey Brown Schrijfretraites) om een verhaal rond haar boek ‘Schrijven naar Bewustzijn’ neer te zetten op mijn pagina zodat ware verhalen kunnen verbinden. Net die ochtend had ik in mijn blog gezet dat ik me in mijn leegte ging zetten en nog niets hierover zou schrijven (in mijn blog). Wel wil ik héél graag wel een ervaring delen. Aan de auteur van het boek, heb ik het verhaal al eens geschreven.
Wat doet haar boek met mij? Met anderen?
Bij mij deed het al iets nog vóór ik van het bestaan afwist
… (omwille van de hopelijke leesbaarheid is dit een kortere versie)
Laat ik beginnen met mijn naam. Ik ben Anne-Mie en al
even in ziekenverlof. Ooit zou zo iets gebeuren. Toen had ik het niet door.
Zonder in detail te gaan, ik ben melanoompatiënt (vooral onder mijn vel, ergens
in mijn lijf). De uitzaaiing is onder controle mits driewekelijkse
behandelingen. Wel word ik nog onvoorspelbaar moe, ziek, heb hoofdpijnen. Dit
in tegenstelling tot me goed voelen, energiek genoeg en op die momenten niet
weten wat ik met die energie moet.
Jouw boek heeft mij gevonden. Hoe?
Een week geleden joeg iets me naar buiten. Ik wilde alleen zijn tussen mensen. Meestal is dat te druk voor mij en vermijd ik dat. Ik stapte naar de tramhalte, op een andere tram dan die ik gewoonlijk neem en dus stapte ik af op een plaats waar ik zelden kom. Mijn voeten brachten me naar de boekhandel. Mijn voeten brachten me naar de afdeling meditatie en tarotkaarten … mijn verstand zei iets anders, maar mijn voeten waren sterker. Ineens stond ik in een spotlicht, zo herinner ik het me nu, al zal dat wel een gewoon plafondlicht in de winkel geweest zijn. Daar lag het dan, Schrijven naar bewustzijn ! Zou ik ? dacht het verstand … de borrel in mij was sterker. Niet de jenever, wel die blub die vrij komt als bijvoorbeeld je afvoerbuis ontstopt wordt. Het bruiste, het borrelde, het kwam er gewoon uit en het boek was van mij. Griekenland liefhebber is een heel toffe extra. Ikaria is inderdaad een goed bewaard geheim. Daar waar de mensen gezond blijven tot voorbij hun negentigste.
Toen ik de winkel uitging, helemaal tevreden over mijn
ontdekking, nam helaas mijn verstand het even over en zocht ik naar dat wat ik
niet nodig had … ‘nu ik toch in de stad was, kon ik al evengoed dit en dat en
dit en dat …’ Onderweg werd ik zo moe, zo fysiek moe dat ik me naar de tram
sleepte en weer huiswaarts ging. Toen verdween ik in het boek …
Intussen ben ik in beweging en dan neemt het boek me wel eens mee naar daar waar er zelfs in de schaduw licht kan komen … (daar ontdekte ik een verhaal van mij, dat ik u later wil vertellen).
Het is dit verhaal dat ik wil delen, zonder meer. Gewoon een deel van mijn verhaal. Wat is uw échte verhaal? Wil u uw echte verhaal ook kennen?
Er was mijn zomerbuddy. Een mevrouw van Syrië. Ze is gevlucht. Hoe ze
gevlucht is, weet ik niet. Naar ik verstaan heb, viel het mee. Maar zeker weet
ik het niet. Wat is ‘meevallen’ overigens? Dat ze het zgn. geluk gehad heeft om
niet aan een mensensmokkelaar overgeleverd te zijn? Over cultuurverschil gesproken.
Het was twee weekends geleden Offerfeest. Of dat gevierd wordt, met heel de familie
en de vrienden die ze in België en Nederland heeft.
Ze woont met haar familie in Antwerpen maar heeft nog familie in Syrië.
Afgelopen maandag zag ik haar de laatste keer. Ze was optimistisch, ze
zag er gerust uit. Haar papieren zijn in orde om verder les te volgen, al was
ze wat ongerust omwille van het niveau waarin ze zal belanden, maar daar zou ze
nog naar informeren. Het is wel mooi om te zien, hoe ze dat zelf allemaal wil
weten en ervoor zorgt. We zijn die laatste keer in het Stadspark geweest,
hebben er even rond gewandeld en zijn dan op een bankje gaan zitten, praten en
praten, zij over haar leven in Syrië, in Antwerpen, wie er nog ginder is en wie
hier. Ik vertelde over mijn familie. En opeens werden er foto’s van elkaar bekeken.
Ze had een mooie uitdrukking voor ‘geluk zij met u’ toen ze die foto’s bekeek van
mijn vaders negentigste al weet ik het zelf nu niet meer. Arabisch lijkt me een
heel rijke taal. Het schrift alleen al, de uitspraak, en verder raak ik niet. Over
de grammatica en zinsbouw weet ik niets, het lijkt me wel inspirerend om zo te
schrijven. Gevoelens en gedachten worden op een heel ander manier uitgedrukt,
vermoed ik.
Ook al hebben we elkaar maar drie keer gezien (eigenlijk is het de bedoeling
van vijf keer), het was een fijne ervaring. Een vrouw vol verhalen,
optimistisch en toch realistisch, ze vertelde over haar dochter die een universitair
diploma had en hier alles en nog wat moest doen om aan de slag te raken in een
winkel. Eén van mijn nichtjes heeft dezelfde naam als haar dochter. De vorige keren probeerde ik aan te leren, en daardoor
heb ik maar half geluisterd. Het is bevrijdend om te ontdekken dat je niets hoéft
te be-tekenen voor iemand. Dat was de ontdekking voor mij, ik teken mezelf niet
aan haar voor, maar luisterde gewoon naar haar en volgde mijn eigen gevoel hoe
ik erop reageerde. Gewoon zonder franjes, ik met veel niezen en zij met zoeken
naar woorden, die ze meestal ook vond. Ze vroeg een keer of het goed was, het
woord dat ze had voor overstappen, ‘wisselen de tram’, zo zei ze het. Dat is
perfect verstaanbaar. Intussen heb ik nog wat tramlijnen leren kennen en zelfs
een mening over scholen in Antwerpen. Ik ben hier nooit naar school geweest,
maar ze vertelde wel dat haar kleinkinderen ’s morgens een tijdje op de tram zitten
omdat het daar een betere school is dan dichter bij huis. Ooit kreeg ik haar
zoon aan de lijn, die voor haar belde. Sprak perfect verstaanbaar Nederlands. En
wie valt over woordvolgorde in een zin, als je de boodschap, de reden waarom
hij belt, mee hebt? Ik niet (dat is ook nieuw, nu ja, nog een beetje na mijn
jaren praktijk in de logo), ik wilde de boodschap vast hebben, want die ging
over praktische afspraken.
Het was als een weg zoeken die ons dichter brengt, zodat we elkaar op een
keer écht goed verstaan.
Ik hoorde haar graag Arabisch praten, iets dat ze doet terwijl ze naar
een Nederlands woord zoekt. Zoiets als ik doe bij het zoeken naar een Grieks
woord (of Frans van tijd tot tijd). Ik ken al twee Arabische woorden (wauw).
Mooie woorden.
جميلة!
Het inspireert me op een fijne manier om nog meer van dit
vrijwilligerswerk te doen. Dat individuele ligt me wel. Op een keer….
Verder is er ‘ons’ Crea-groepje, overgebleven van de serie workshops
‘Creatief dagboek’ die ik in het voorjaar gevolgd heb. Ik schreef er toen over.
Dat zijn fijne samenkomsten. Verhalen zijn er om verteld te worden, voor jezelf
of anderen of allebei. De keuze is vrij. De verhalen blijven ook daar, waar we
ze verteld hebben. Knus en veilig. Ook al zou ik graag verhalenvangster zijn en
die dan … ach, neen laat maar. Dat is mijn plaats (nu nog) niet.
Degene die ons altijd uitnodigt, pakt dat overigens heel goed aan. Het is
rustig, geen verwachtingen en toch goed geleid. Er is altijd een fijne
opdracht, die ons aanzet tot uiten, op papier, met kleuren, met woorden, met
schrijven. Dat wat het doet met mij is de focus! Wat je ook doet, waarover het
ook gaat, er is een focus. Hierdoor raakt mijn hoofd een beetje opgeruimd. Ik
merk stilaan dat ik dingen, hoe klein ook, kan loslaten, het moet niet
allemaal, dat drukke leven. Laat me maar aan de kant staan en mijn leven
beleven. De triggers laat ik over me heen komen en ook weer weg glippen. Wat
overblijft, daar doe ik iets mee of zelfs dat nog niet …
Hiermee sluit ik mijn zomeractiviteiten af, ik heb het gevoel dat ik aan
het begin van de zomer mezelf veel teveel dingen heb opgelegd en ze hebben me
verplicht! De gedachten, bedoel ik, de dingen die ik me zgn. vrolijk vooruitziend
heb voorgenomen. Maar dat is niet zo. Dat was niet wat ik te doen had, en al
die keren dat ik me slecht voelde en activiteiten afzegde, zowel fysiek als
mentaal, was een teken. Dat teken dat ik niet meer negeer!
Daarom dat ik veel minder vaak om FB te zien ben. Even in mijn leegte kruipen, dat werkt verhelderend. Nu schrijf ik er niet over, ik beloof ook helemaal niets. Het is alleen iets dat ik aanvoel dat ik te doen heb, in mijn vrijheid.
Leef gezond! … en de rest heb ik ook al vaak verteld (zondigen mag 😉 )
Hoe vrolijk ik ook aan de zomer begonnen ben, de vrolijkheid is niet
blijven duren. Ik wil er niet over nadenken of uitleg aan geven, noch aan u,
noch aan mezelf. Het is soms wel en soms helemaal niet aan de orde, die bezigheden
in het leven.
Desalniettemin gaat dat leven toch verder. Ook de zomer van dit jaar.
Dat waarmee ik begon, doe ik verder, het beginwoord en het eindwoord
elke dag. Meestal gaat dit wel goed, behoorlijk en zo gebeurt er elke dag toch
iets. Zelf vind ik het fijn op deze manier te werk te gaan. Ik start mijn dag
met iets concreets, er is een focus.
Zo was er gisteren het woord filteren en lossen. Dat zijn er twee.
Dat mag ook. Het werkte. Wat ik allemaal van me afschudde, was een hele hoop. Daar
verveel ik u niet mee. Nu toch nog niet.
Het zal de herfst van dit jaar wel even anders kleuren. Het voelt zoals
het voelt. Het maakt dat ik enkele verwachte patronen, die ik hier toch al heb opgebouwd
in mijn driejarige bestaan in Antwerpen, achter me ga laten (of even opzij, we
zien wel) en andere impulsen volgen.
In dat opzicht had ik een bedenking, zomaar uit mijn pen gekomen (een
echte vulpen overigens), het kon de uwe zijn, daar ben ik van overtuigd.
Soms voel ik me in een verhaal geduwd, dat het mijne niet is.
“Bent u al eens in het verhaal van iemand gekropen?” (ik wel)
“Wat dacht u toen?” (ik dacht wel eens, hoe kón je dat nu zó doen!)
“Zei u dat dan ook?”
“Kwam dat overeen met het gevoel van de eigenaar van het verhaal?”(ik
denk dat ik soms zelfs niet eens gevraagd heb of getoetst)
Tot …
“Is er ooit iemand in uw verhaal gekropen?” (bij mij wel)
“Heeft die persoon u verteld wat hij/zij dacht?” (en of! Met oplossingen
en het hele zootje, waar ik toen geen behoefte aan had)
“Hoe voelde dat voor U”? (Voor mij, met mijn verhaal? … )
“Was het (dus) úw verhaal nog?”
Lastig hé?
Oh ja, ik doe wel dingen natuurlijk. Eén van mijn cultureeltjes is lezen.
Ik voer een ware queeste naar een boek, waarvan ik de titel niet ga vertellen. Het is mijn queeste. Voor vorige zondag ben ik naar Lillo geweest. Het was boekendorp dat weekend. Met het voornemen om niets of bijna niets te kopen. Dat is wel gelukt, dat bijna niets. Er is nog steeds de bibliotheek natuurlijk, waar veel te vinden is. Heel tof waren die enkele gesprekken met boekenmensen. Zo is er dat koppel (vermoed ik toch) dat vertelde dat hét boek van mijn queeste moeilijk te vinden is. Wie verkoopt dat ook natuurlijk. De vraag is, waarom de queeste? Het is Ithaka in het klein. Die man vertelde dat het zot is om zo’n boek terug te brengen naar de bibliotheek. Daar had ik het ooit geleend en braaf terug gebracht. Grappig die opmerking van die man. Ik heb ook ooit een boek geleend uit een academie waar ik ‘Voordracht’ volgde (zo heette de opleiding toen), met allemaal Griekse gedichten vertaald.
Dat boek heb ik terug gevonden bij mijn verhuis. Op een dag was ik de
dozen met boeken toch maar aan het uitpakken en aan het ordenen in mijn kast. Het
boek kwam mij tegen. Nooit iets van gehoord vanuit die school. Niet verder
zeggen hé. Ik denk overigens dat er twee exemplaren van waren in die
school.
Ik las ook boeken, uit de bieb. Een gouwe ouwe, het zal mijn zus
verblijden, van Willem Elsschot ‘Het dwaallicht’, actueel als je het mij vraagt
(dat mij vragen moet niet hoor).
Het boek van Sigrid Spruyt, ‘Dagboek van een anker’ heeft nogal indruk op mij gemaakt. Hilarisch op een fenomenale cynische manier. Heel goed geschreven. Recht vanuit de buik! Het laat vragen achter zoals: “Waarop en waarom stemmen wij? Op basis van welke informatie?” Voorgekauwd door de media. Er is overal wel wat. Toch, als je naar het nieuws kijkt op de zender waar ze nieuwsanker geweest is, zie je toch een beetje van waar de wind komt? Is het een beetje teveel gevraagd om wat meer neutraliteit aan de dag te brengen? Voor mij mocht het boek best cynischer. Het was, denk ik, gewoon raak! Alleen ben ik wat lui om het fijne ervan uit te zoeken. Ik zoek wat meer vrolijkheid – op mijn manier, kop leegmaken – geen zuurtegraadverhoging door het uitzoeken van de werking van journaals, voor mij. En toch, Sigrid Spruyt heeft een fan in mij.
Tijdens de museumnacht – 3 augustus jl. – ben ik naar De Reede geweest en het Letterenhuis. Beiden waren heel boeiend, maar de rondleiding in het archief in het Letterenhuis vond ik wel het boeiendste. De zoon van Hubert Lampo vertelde over de scripts van zijn vader. We konden het ook zien. Geschreven, getypt op zo’n typemachine van ‘vroeger’ en vele keren doorgehaald en verbeteringen bij geschreven in de marge enzovoort. Blijkbaar gebruikte hij ook graag kleurtjes en werkte met stiften. Het was zeer de moeite. In De Reede loopt een tijdelijke tentoonstelling van Picasso, ‘La Celestina’, die hebben we kunnen zien op die nacht (nu ja, avond). Het werd voorafgegaan door een voorstelling over La Celestina op de trap. Dat was wel mooi, ludiek en vooral goed, als in professioneel goed. ‘Es la Historia de un amor, como no hay otra igual’. Dat lied herkende ik direct. Dat staat op een CD van Dalaras, ‘Latin’ … waar ook in het Grieks vertaalde liedjes staan, op die mooie Spaanse muziek, of is het Latijns-Amerikaans?
Toen was Nigel nog niet daar … 😉
Op een avond, de vijfde augustus ben ik nog eens naar een atv vertelling
geweest. Nigel Williams! Ik had hem al eens gezien en gehoord, zoals ik al
schreef op Wereldvluchtelingen dag. Hij is subliem in zijn cynisme dat niet
eens zó scherp is maar wel duidelijk. Wat zei hij? Elkaar een beetje helpen (waar
nodig, … mijn aanvulling vanuit mijn huidige bestaanservaring). Het is zo.
Ben je ooit vrolijk geworden van haten? Loslaten vind ik fijner. Het brengt geen
zoden aan de dijk, al dat haten, al die controle over anderen, ook zelfcontrole.
Ik word er zelf krampachtig van. Doe het maar eens na, in humor, in je tweede
taal (hij is Engelsman, zijn optreden deed hij in het Nederlands), met de
essentie van het leven komen aanzetten, ook wanneer hij mensen plaagde. Ik zeg
bewust niet pesten, ook al zou je dat kunnen afleiden uit wat hij soms zei over
mensen (die bijvoorbeeld vroeger vertrokken).
Meer ontdekkingstochten worden geschreven … 😉
* in feite houd ik helemaal niet van verkleinwoorden, behalve wanneer ík ze gebruik … (dat is een grap, had u ‘m?). … behalve wanneer ze gebruikt kunnen worden als verzelfstandigde adjectieven en dan in verkleinwoord gezet. Bijv. cultureeltje, dat bestaat niet echt als zelfstandig naamwoord. Cultureel ook niet. Iets is cultureel. De of het cultureel op zich, zelfstandig gebruikt dus niet. Vandaar… (taalziek mens ben ik).
Het is een jaar waarin ik ronde verjaardagen, gewone en ook
netjes-tussen-in-verjaardagen meer dan andere jaren. Zo’n jaar waarin er mensen
op een andere tram stappen, een nieuwe voordeur krijgen – wat dan met die 10
achterdeuren? – of nog zo’n belangrijke
verjaardag … 18! Van mensen die ik ken of waarvan ik het gewoon weet, waarvan
ik het las of waarvan ik het feest mee vierde of nog zal meevieren.
De bijna twintigjarige, die voor haar eerste jaar
psychologie met glans slaagde.
De achttienjarige, die haar middelbare studies mooi afsloot,
besluit om een sabbatjaar in te lassen en te werken vooraleer ze verder gaat met
studeren. Zo slim!
Ik ken verschillende mensen die gewoon zomaar zeventig
geworden zijn. Iedereen doet dapper voort op zijn/haar eigen manier.
Een zus van mij, pats boem, zestig. Dat wordt nog gevierd …
Dit jaar is er in onze familie een wel héél respectabele
leeftijd gevierd. Mijn vader werd negentig! Négentig! Nog één keer? 90 !!
Dàt werd gevierd. Hijzelf wilde het natuurlijk ook. Liefst
niet té druk. Zo’n feest gaat dan aan de jarige te snel voorbij zonder echt
iets op te nemen.
Dit hebben we voorbereid:
Mijn vader koos de locatie. Hij koos voor een zaal in het
Limburgse zuiden. Helemaal tussen de velden, fruitbomen in het glooiende intens
groene landschap. Daar waar kinderen veilig kunnen buiten spelen en volwassenen
rustig kunnen genieten. Intussen heeft
iedereen verse buitenlucht.
ergens in Tongeren … foto : onbekende bron op FB gevonden van de kleine Graaf
Als daar al veel tijd voor was, want ondanks het algemeen
rustige karakter van onze familie, wilden we deze verjaardag ook memorabel
maken. Op een manier zoals wij dat kunnen, zoals we dat vroeger in veelvoud ook
al deden.
We zijn vooraf, met enkelen mee gaan bespreken wat er
mogelijk was qua menu, lengte van gebruik van de zaal, tijdschema, enz. Dat
verliep vrij vlot. Ik ben één keer mee geweest met mijn vader, zussen en een broer.
De andere keren zijn mijn zus en broer gegaan. De praktische regeling van het
feest kunnen zij veel beter. Het gaat wel over belangrijke beslissingen,
afspraken die allemaal achter de schermen gebeuren, ogenschijnlijk
vanzelfsprekend, maar àls er iets fout loopt, wordt het pijnlijk. Het verliep
gelukkig – dankzij hen en het fijne personeel aldaar – gesmeerd.
Dan de genodigden. Mijn vader koos dat ook. Niet zoveel als
de vorige keer – toen hij 80 geworden is – en dat was fijn zo. Het bleef
overzichtelijk. We zijn zelf al met zesenveertig, geteld van mijn vader tot en
met zijn kleinste achterkleinkind.
Zijn gezin met verre uitbreiding. Er is een foto van gemaakt
met een drone (dat is van degene die suiker in de erwtensoep doet … broer, als
je dit leest, ik kan het plagen niet laten 😉 ). Ik ben zelf nog nieuwsgierig aan het
wachten op die foto. Wie weet is dat Hollywood materiaal…
Van ons waren er maar twee niet aanwezig wegens
werkzaamheden, er moet nu eenmaal door sommigen op zaterdag gewerkt worden, in
winkels en in treinen.
Verder waren mijn vader zijn broers, zussen en schoonbroers
en -zussen aanwezig en zijn eerste petekind.
Oh, en op het laatste nippertje ook nog een fantastische
contrabasspeler (verbeter me als ik het fout heb), die met een muzikaal
achterkleinkind meekwam.
Dat is al de praktische voorbereiding met uitbreiding de genodigden. Die uitnodigingen werden ontworpen door die middelste broer en door mijn vader goedgekeurd.
Nu nog de animatie ! Daar is ook heel wat voorbereiding aan vooraf gegaan. Het begon bij de familiale nieuwjaarsborrel in januari.
“Relax, geen stress, wanneer is dat feest? Oh in juli … als
we eens afspraken in april …. “
Vanaf toen ging de bal aan het rollen, die zondag (of was
het zaterdag) in april. Een programma opmaken … wie doet wat? Ik heb me
heerlijk uitgeleefd met het schrijven van een liedje in het Hasselts dialect.
Nu ja, liedje, de muziek bestaat al. Ik heb op die muziek een tekst geschreven.
We hebben ook een snijdersbank in elkaar gestoken. Mijn
broer (de middelste) en ik zochten de foto’s die we geschikt achtten. Wel intens
vond ik. Hier heb ik ook de tekst voor geschreven. Schrijf maar een fotoverhaal
over je vader die negentig wordt, in achttien foto’s … Het doet wat met een mens.
Het feest zelf.
Het was niet zo warm met af en toe een regenbuitje en dat
was goed. Te warm is niet fijn en we konden nog makkelijk buiten zitten. Buiten
was ook de receptie met een speech van mijn oudste zus. Iemand moet serieus
blijven in onze familie en zij doet dat goed. Heel raak overigens!
Tijdens de receptie en tussendoor zorgde een grote
achterkleindochter met de contrabasspeler voor mooie jazzmuziek. Dat meisje kan
zingen zeg. En die jongen kan spelen!
Verder mocht ik de animatie aan elkaar praten.
Dames heren, de achterkleinkinderen van Ls Knaepen !
De eersten die voor animatie zorgden waren de achterkleinkinderen.
De oudste hiervan, al volwassen intussen en aan de studie, is een cabaretier
pur sang. Met haar beschouwing op ‘Bompa’ als oudste achterkleindochter. Dan
kwamen de kleineren die, met hulp van een kleinkind een dansje opvoerden. Heel
aandoenlijk wel, als je bedenkt dat ze helemaal niet samen geoefend hebben. Die
kleindochter had met haar mama een dansje opgenomen en dat filmpje doorgestuurd
naar iedereen die mee zou doen. Dan konden die kinderen thuis oefenen. Niet
alle kinderen doen dit graag. Dat is allemaal oké. We hebben heel graag dat
iedereen zich goed blijft voelen, ook die kleintjes.
Dan mochten de kleinkinderen. Hun nummer was denk ik,
de topper van de namiddag. De prof muzikant van de familie had hen een
Afrikaans lied aangeleerd. Ik begin niet te beschrijven hoe die voorbereiding
gegaan is. Dat weten zij beter, maar ik zag hier en daar wel een ontroeringske,
zoals ik zelf voelde. Het was heel overweldigend!
Na het hoofdgerecht waren wij aan de beurt, de kinderen.
Even ging het fout met de muziek, verkeerd ingevallen, maar blijkbaar was er
niemand die daar over viel (behalve ik) en werd het een knaller!!
Als afsluiter van ons zelf gemaakt programma kwam de snijdersbank. Wederom een – joelend – succes. De teksten wááerden geprojecteerd op een groot scherm. Dan konden de mensen meekijken en -zingen. Ik zong voor (denk ik) en de dochter van mijn grote zus begeleidde op haar accordeon. Er ontstond intussen spontaan een polonaise, die La. trok. Dat zag ik pas toen ze vooraan waren. Ze zat nog verstopt voor mij tussen de twee lange tafels. Dat was verrassend grappig.
Vivà vivà … Ls. is negentig jààr. Vivà vivà, Ls. is negentig jaar …
Er waren nog extra dingen die we voorzien hadden in geval
van … een mooi Hasselts lied. Wie wilde kon ook meezingen. Onze wortels liggen
daar en een uitspraak van een prof (vroeger toen ik zelf nog aan de studie was)
‘vergeet nooit waar je vandaan komt, wat je ook doet’, indachtig, kon het wel.
Ook al wonen de meesten van de genodigden helemaal elders.
Wat we voorbereidden en niet deden … is niemand opgevallen 😊
Het was een feest met standing, zo zei mijn vader achteraf.
Naar het einde toe werden er veel foto’s gemaakt buiten.
Iedereen wilde met mijn vader op de foto. Ik ook …. zonder mijne Griek en mijn
vader precies ne Griek …
(er zijn omwille van vanzelfsprekende privacy redenen geen duidelijke veelvuldige familiefoto’s)