Vrees niet, het wordt niet zo lang als de laatste van vorig jaar.
Laat ik beginnen met u allen een Gelukkig Nieuw Jaar te wensen.
Moge u in uw eigen licht staan en dat niets of niemand u in de schaduw zet daarbij. Ook wens ik u gelukkig midden jaar! Gelukkig ouder wordend jaar! Gelukkig heel jaar!
Oh, en elke dag een beetje magie.
Bij wijze van niet bij de pakken blijven zitten, begon ik aan enkele schrijverijen. Een wedstrijd raakte op het nippertje ingestuurd.
Ook heb ik het eerste boek van mijn leesuitdaging uit. Ik was er vorig jaar aan begonnen. Gisteren en vandaag twee derde uitgelezen. Dit*boek!
Het idee voor de wedstrijd van Limnisa zit in mijn hoofd en staat al voor een groot deel op digitaal papier. Enkel nog elk woord een beetje wikken en wegen…
Intussen werk ik nog een korte lijst af van schrijfgelegenheden … wordt snel vervolgd.
Ik lees graag en probeer er véél lezen van te maken. Het is zoals mijn verhouding tot eten toen ik nog een kind was: veel! Lekker zou de tijd wel uitwijzen.
Op Hebban houd ik sinds kort bij wat ik lees en af en toe zet ik er zelfs een korte recensie in. Omgekeerd lees ik ook graag wat iemand anders van een boek vond; over de personages, de opbouw van het verhaal, hoe vlot het leest, enz.… Ik houd niet van de samenvatting van het boek. Die staat meestal al op de achterflap. Dat weet de lezer al.
Tussen fictie en non-fictie proef ik van genres en schrijvers. Tussen die genres mag het gezegd: Ik houd ook van misdaadverhalen. Verhalen waar de spanning ten top stijgt, de lezer tot bijna of helemaal het einde van het boek in een koortsachtig enigma blijft verder lezen. Ikzelf voel me dan een meedogenloze bladzijdemoordenaar. Voorspelbaarheid is daar nefast. Soms haak ik af, maar bij een schrijver waarvan ik al (bijna) alles gelezen heb, wil ik toch verder lezen, zien wat er gebeurt, word ik nog verrast?
Het laatste boek dat ik las, ‘Een appartement in Parijs’, is er een van Guillaume Musso, een Franse schrijver van misdaadverhalen. Niet zijn beste boek wat mij betreft, maar om het te kunnen becommentariëren heb ik het wel uitgelezen. Van Musso heb ik er vier becommentarieerd, waarvan dit boek het minst positief. Al vermeld ik er wel uitdrukkelijk bij dat ik houd van de quotes waarmee hij haast elk hoofdstuk begint of in een hoofdstuk neerzet. Musso lijkt me een zeer belezen man.
Dit is mijn commentaar:
Ik heb het helemaal niet als spannend ervaren. Geen pageturner voor mij. Omdat het Musso is, ben ik wel blijven verder lezen. Iets te onwerkelijk, twee figuren die overmatig met elkaar in de clinch liggen. Het kwam op een keer kleuterachtig over. Te veel gegevens bij sommige figuren. Dat werd worstelen door het verhaal. Ik hoopte toch nog verrast te worden bij andere figuren, helaas. Het einde was bijna grappig, als het niet zo'n torenhoog cliché was. Daar werd te veel in verklaard. Als veellezer acht ik me wel in staat om zelf tot conclusies te komen. Zelfs een goede schrijver heeft wel eens een dip...?
Overigens, ik las meer boeken dan ik becommentarieerde. Meer dan ik in ‘Mijn Hebban’ heb staan. Interesse? Zie Hier.
Verdwijnen in een boek, wetend dat ik terugkom, ooit … en er over vertel, zelfs dat.
Eergisteren nam ik de bus. Het was 11 juli, iets met Vlaamse trots. Doch vermoed ik dat dát niets te maken had met de aangekondigde staking van De Lijn in Antwerpen. Dat had ik eer-eergisteren gezien toen ik met de tram terugkeerde van ergens naar ergens anders.
De bus die ik op 11 juli zou nemen was lijn 21. Geen enkele 21 reed op het uur dat ik het nodig had. De lijn 32 kon ook nog. Daar waren er regelmatig van volgens de app van De Lijn. Het was warempel waar! Er kwam een 32 aan, die stopte voor mij en ik mocht mee. Ik had zelfs een goed zitje.
Bij het terugkeren, enkele uren later, besloot ik te voet te gaan. Lijn 21 reed weer sporadisch. Die zat echter bomvol. Onderweg passeerde ook een 32 en ik dacht nog:
Allez, nu had ik die nog kunnen nemen.
tot ik zag dat ook die bus volgepropt zat.
Hoe zouden de mensen zich daar voelen? Sardientjes in blik?
Dat was een andere gedachte van mij.
Gedachten nemen mij vaker mee naar plaatsen die niet echt bestaan doorheen bochten en over paden. Ikzelf vind dat ongevaarlijk.
Tenslotte was het de elfde juli, iets met Vlaamse trots, 32 min 21 is 11? Dat klopt als een bus, niet? Alleen is de 11 geen bus. Dat is een tram, die al een hele tijd niet meer rijdt, naar ik vermoed, wegens werken aan de sporen en de straten waar die lijn doorkomt.
Vorige week had ik een videogesprek met een adviseur van mijn bank. Dat was best een fijne ervaring. Om te verduidelijken, het heeft niets met financiële rijkdom en zware beleggingen te maken.
Ik kreeg het advies waar ik om vroeg en daar kon ik wat mee doen, of niet natuurlijk. Overigens had die persoon best goede looks, een aangename stem en vertelde me op een rustige doch directe manier wat ik wilde weten.
Voilà…. dacht ik. Ik kreeg maandagochtend een feedback formulier in mijn mailbox dat ik invulde. Ik heb geen enkel idee hoe een adviseur van de bank zich hoort te gedragen maar niemand is perfect. Dus alles samen kreeg hij van mij een acht. De ‘verstuur’ knop kreeg een klik.
Voilà … dacht ik. Maandagnamiddag kreeg ik telefoon van mijn bank. Die had ik net gemist. Dinsdagochtend, klaar voor mijn wandeling –uithouding en stevig wandelen aan het opbouwen – Strava net ingesteld, rinkelde mijn gsm met oplichtend logo van de bank. Ik nam op. Zal wel iets zijn dat ik (weer) vergeten ben, dacht ik nog.
“Goedemorgen, mevrouw Knaepen, hier met V. ChX* van mijn bank. U heeft een enquête ingevuld en u heeft mij acht op tien gegeven” “Ja dat klopt!” Bent u niet tevreden? “Het zit zo, als wij op een enquête minder dan negen op tien krijgen van een klant, moeten we hen opbellen om te vragen of er iets is dat ons verbeterpunt kan worden.” “Euhm??” (hardop gezwegen)
“Mevrouw Knaepen?” “Ja, ik ben er nog. Maar een verbeterpunt zou ik u niet kunnen geven. Het bankwezen is voor mij Chinees, Japans, Kretenzisch dialect (ik versta dat nog altijd niet), dus ik zou echt niet weten waar het fout ging. Acht is omdat het altijd beter kan, perfectie bestaat niet? Toch?“
(hier moet ik er wel bij zetten dat ik niet meer exáct weet wat ik zei, dit is dus naar alle waarschijnlijkheid ietwat uitbundiger)
Meneer V. ChX* scheen tevreden met dit antwoord. Ik dikte het nog wat meer aan met ‘goed geholpen’ en ‘duidelijk antwoord op mijn vragen’ en kers op de taart (als hij van taart zou houden) ‘ik mag terug bellen als er nog vragen zijn”. Volgens mij was meneer toen gerustgesteld. Hij bedankte me nog eens en wenste me een fijne dag. Ik hem ook.
Achteraffer die ik ben (zie Annie M.G. Schmidt) dacht ik aan wat ik nog had kunnen zeggen bij wijze van humoristisch afsluiten… U kan het goed maken met een koffietje…
Ik ben wel blijgezind gaan wandelen en heb fors doorgestapt. Al stemt het toch wel tot nadenken, zo’n mentaliteit, als acht op tien niet goed genoeg is…
AMK
*om privacy redenen heb ik zelfs meneer zijn initialen veranderd…
Mijn tanden zijn geen notenkrakers en om het half jaar neem ik hen mee naar de tandarts. Regelmatig nazicht en de nodige behandeling helpen om vooraf gekraakte noten wel nog te knabbelen.
Enkele weken geleden was dat half jaar weer voorbij. Helaas werd ik toen geveld door iets nu-al-niet-meer-belangrijk. Ik mocht de afspraak verplaatsen. Dat telefoongesprek ging nogal snel: “27 juni om 14u”, dat was oké en de verbinding werd verbroken.
Gisteren was het 27 juni. Ik ging door brandend weer en hete wind op weg naar de tandarts, tramsgewijs en deels te voet. Ik voelde me als een Eskimo die zichzelf voortsleept in de woestijn (hoewel ik nog nooit een Eskimo gesproken heb, die zoiets gedaan heeft).
Die praktijk bevindt zich onderaan een appartementencomplex, aan de achterzijde. Daar aangekomen zag ik dat de deur met een slot vast zat. Waarschijnlijk ook met een sleutel gesloten, dat heb ik niet uitgeprobeerd, wegens achterlaten van vingerafdrukken. Tegenwoordig weet een mens maar nooit wie nog na komt, de boel forceert (met handschoenen aan, ondanks de hoge temperaturen) en ‘ze’ bij mij uitkomen tijdens het onderzoek.
Ook al houd ik van traagheid, toch was ik gisteren blij met de wonderbaarlijke vooruitgang van de digitale snelweg. Ik vond – onhandig wegens nogal klein klavier op mijn smartphone – op de website van de tandartsenpraktijk dat hij daar op donderdag niet werkt.
Heb ik dat dan zo verkeerd begrepen? Zou hij juli gezegd hebben i.p.v. juni? Zevenentwintig juli valt op een zaterdag en dan werkt hij ook niet … Ik ging naar huis, weer via de woestijn; er was geen andere weg. ‘Dat is iets om morgen uit te zoeken’, dacht ik plakkerig. Weer thuis was ik stiekem blij. Gisteravond was mijn laatste ukelele-les van dit schooljaar en ik zou niet graag daar gezeten hebben met een nog half verlamde mond.
Hedenmorgen opende ik weer die website, maakte een afspraak online en belde hem voor de zekerheid nog eens op om het bevestigd te zien. De tandarts nam op. Oef, er is gelukkig niets ergs gebeurd. Het was een misverstand. De digitale snelweg is niet feilloos. Het systeem had de nieuwe afspraak niet opgeslagen.
Volgende week doe ik weer een poging. Ik heb deze keer wel een bevestigingsmail gekregen. Hopelijk doen mijn tanden het nog. Misschien nog eens een nootje kraken om uit te proberen?
Op een andere dag was ik getuige van een geval van agressie. Aan het station stond de bus voor het rood licht. Iemand klopte op de gesloten deur. Een nanoseconde later werd het groen. De chauffeur reed door. De deur bleef gesloten. Een halte verder was er wisseling van shift. Deze halte is nog te zien vanaf het station. De tweede chauffeur stapte op de bus en praatte even met de eerste.
De achtergelaten passagier was tot daar gelopen en vroeg een beetje geagiteerd aan de eerste chauffeur waarom hij de deur niet opendeed. Ik kon zijn antwoord niet verstaan maar hij liet de jongeman in eerste instantie nog steeds niet verder.
Toch kon hij niet anders dan hem doorlaten. Zijn shift zat er immers op. Deze jongeman vroeg nog eens waarom hij de deur niet opendeed. Toen werd de chauffeur agressief, nam hem bij zijn kraag en duwde hem in het eerste zitje tegen de ruit. Wat hij zei, weet ik niet meer, maar er vielen woorden zoals respect en eerbied en me mijn werk laten doen. Lichaamstaal verheft zich boven woorden. Stonden ze net iets te dicht bij elkaar op het moment van de vraag? Was de blik in de ogen van de passagier net iets te uitdagend? Had één van beiden al wat hommeles achter de rug die dag? Had de chauffeur al zelf agressie meegemaakt?
De sfeer in de bus was toen ‘ieder voor zich’ aldus gespannen. Ik vroeg me af waarom het zo moeilijk is om even tot tien te tellen en een poging te doen om rustiger te ademen. Ik hoop dat het mij – in geval van – wel lukt. Aandacht geven aan onnodige situaties is energievretend.
Regelmatig neem ik de tram of bus van en naar een bestemming en dezelfde weg of een andere weer terug. Bij het wachten op deze of andere lijnbus, -tram, bekijken passagiers elkaar nogal eens. Ik ook. We doen het allemaal zo onopvallend mogelijk. Dat is duidelijk.
Vandaag stond er een nogal verfrommelde figuur te wachten. Hij liep een beetje over en weer en stak toen een sigaret op, zo eentje zonder filter. Dat stinkt! Ik stapte weg van die rook, die uit de sigaret in de mond van de verfrommelde figuur, kwam. Van sommige geuren sigarettenrook krijg ik instant hoofdpijn, vandaar.
In de bus ging ik ver genoeg van hem zitten. Enkele haltes verder stapte hij af. De halte daarna nam iemand anders op dat zitje plaats. En voilà, toen kwam de monoloog, niet hardop uitgesproken en nogal kort – korter dan deze inleiding althans:
Dan zit ge op die bus en ge ziet een verfrommelde figuur afstappen.Bij de volgende halte gaat een nieuwe passagier op die plaats zitten en ge denkt ‘ge moest eens weten wie daar hiervoor zat’. En ge gniffelt, maar niet lang want al snel vraagt ge u hetzelfde af van de stoel waar gij op zit …
"Mama, als jij geen liefde bent, bestaat de liefde niet." *
Vandaag is het 18 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Dan komt er een of andere herinnering helderder bovendrijven. Gisteren had ik het er met mijn vader over.
Zij gaf ooit een stem aan de armen via de vzw ATD Vierde Wereld, die ze zelfs mee oprichtte in Limburg. Sinds haar pensioen was ze daar als vrijwilliger mee bezig. De verhalen die ze meebracht waren soms ver voorbij schrijnend. Zo vertelde ze eens over een vrouw die diep in de schulden zat door haar zoon die drugsverslaafd was en er alles aan deed om aan drugs te raken. Deurwaarders, gerecht, onder bewindvoerder, …. Ze leefde onder een deken van schuld die ‘de wet’ over haar heen legde. Dat alles uitte zich in vrijwel nul komma nul bezit. Mijn moeder gaf al eens iets weg. Doch deze vrouw kon ze niet veel helpen, want blijkbaar werd alles weer in beslag genomen door de deurwaarder. “Het minimum van het minimum”, zo ongeveer verwoordde ze het. De vrouw mocht in de keuken één tafel hebben en één stoel, want ze woonde op dat moment alleen. De koekjes, of was het taart, of misschien zelfs warm eten, dat herinner ik me niet; dié momenten kon de wet toch niet meer afpakken, noch de gezellige koffiebabbels.
In het verkiezingsjaar springen mijn gedachten vanuit dit verhaal naar veel vragen, te herleiden naar menselijkheid. Dat behoeft geen helden, noch onderdanigen. Waar vinden we nog belangeloze inzet naar eigen kunnen als de verkiezingscampagnes om beloftes draait schreeuwend van op glanzende partij-folders?
Waar vind ik mogelijkheden om partijloos voor belangrijke thema’s te kiezen, met hieraan gekoppelde programma’s? Waar economie in het teken staat van de menselijkheid? En niet de menselijkheid wordt opgeofferd voor de economie?
Waar vind ik thema’s die zorgen dat vrijwilligerswerk enkel nog bewonderingswaardig is en niet meer broodnodig? Waarin ‘de warmste week’ een feest is zonder de schande van de financiële noodzaak en dat in een westers land?
Waar is een lijst met een thema waarin een onbekende Vlaming vertelt over het leven zoals het is en geluisterd naar wat hem/haar echt zou helpen? Zodat Kristel Verbeke een optimistisch programma kan maken over ware ondersteuning van mensen in nood? En de daaruit volgende solidariteit? Zonder verdeling tussen partijen en hun vast ingekaderde gelijk?
Eén programma over één thema zou al een frisse wind doen waaien, een programma dat de basis is voor het ontstaan van solidariteit in het hart, voor begrip en voor evenwaardige verdeling wat de Aarde ons biedt?
In de herinnering van mijn moeders woorden – ze had het al eens over haar kleinkinderen, een heuse fiere bomma waardig: “Later gaat de wereld nogal eens verbaasd opkijken! Maar dat ga ik niet meer meemaken.” Wat zou ze ook veel te vertellen hebben over de generatie daarna! Ze keek en zag!
Gaan wij meemaken dat we onszelf nog kunnen verbazen? Is het dat wat ze zich zou afvragen, toen zij de mond gesnoerd werd (niet letterlijk), terwijl ze één vrouw in diepe armoede wilde helpen…
Kunnen wij het nog, ons ego los laten? Elke dag een beetje…
In volle actie met heel haar hart.
*dit vroeg ik om op haar overlijdensbericht te plaatsen.
Een gedachte, een déjà vu, een vécu kwam voorbij en leidde tot een monoloog die als een warme wolk rond me bleef hangen. Het was bij het opzoeken van een woord in een heus woordenboek met echte papieren bladen.
Deze monoloog
Tijdens het opzoeken dacht ik aan de eerste keer dat ik een woordenboek gebruikte waarvoor het diende. Dat was op school. Hoe doe je dat, de betekenis van een woord opzoeken?
Er werd verondersteld dat je het alfabet knats vanbuiten kende. Dat was heel belangrijk. Zo kon je makkelijk bladeren door het woordenboek om snel bij de beginletter van het woord te komen.
Laat ik het woord natrium nemen. De /n/ bevindt zich in de tweede helft van het alfabet. Dan weet je dat je niet vanaf de eerste bladzijde moet gaan zoeken. Dat vond ik een hele goede tip! Daarna kijk je naar de tweede letter van het woord. Voor natrium is dat de /a/. Op de een of andere manier raakte ik helemaal vooraan in het woordenboek.
Waar was de /n/ gebleven?
Erop terugkijkend was er één stap in het proces van betekenis-van-woorden-opzoeken waarschijnlijk niet binnengedrongen (ik was een trage leerling). In mijn kinderlijk enthousiasme bladerde ik van de /n/ naar de /a/. Ik moest bij de /n/ blijven en dáár de volgende letter zoeken. Toen ik het eenmaal doorhad, ging er een wereld voor me open.
Beeld u zich in!
Een heel woordenboek, bomvol woorden die ik nog niet kende. Ik voelde me woordenveilig voor de rest van mijn leven. En dat was een pocketwoordenboek! Er kwamen andere talen bij, zowel in de school als later de avondschool. Hier en daar kon ik zelfs de liefde doorgeven aan kinderen die aanvankelijk niet zoveel voor taal en lezen voelden.
Echt sneller ben ik niet geworden, noch met lezen, noch met opzoeken. Wel gerichter zodat de liefde voor woorden en taal in het algemeen, bij me blijft.
Telkens ik er bewust mee bezig ben, is het NU!
En die natrium? Dat is het zout op mijn pata… woorden!
Eentje dat al eens op de tafel ligt en niet in de kast staat
Foto bovenaan: een greep(je) van wat ik bijhield doorheen de jaren