Morgen is het gedichtendag en begint de week van de poëzie. Daarom grasduin ik tussen nu en dan in mijn schrijverijen en doe ik een poging om er enkele te delen.
Het gedicht dat ik vandaag deel, schreef ik in januari 2019, een (flauwe) poging om mantinades in het Nederlands te schrijven. Ik heb overigens wat gezocht. Volgens mij heb ik het nog nergens ‘openbaar’ gezet… 😉
Welk verhaal
Welk lied wordt nog geschreven Welke woorden zijn nog kuis Om te zingen over zwerven In het land – m’n andere thuis
Welk woord kan ik nog schrijven Zoekende naar een verhaal Dat van jou, van haar, van hem In onze bundel allemaal
Welke zwerftocht zoekt mij nog Door mezelf en door mijn ziel Dichterbij dat klein verhaal Mij verlatend toen ik viel
Welke rust zal ik nog loven Met blije ziel en slim verstand Beiden wetende zo goed Het hart tracht eeuwig naar dat land
Er is dan wel de melanoom stabiel tot nu, dat is heel gewoon verder is het wel oké dat valt dan weer mee
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Op dat akkefietje na toen, die pijn even niet meer in evenwicht zijn dat adertje in mijn kop sprong zomaar kapot
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Alleen ben ik echt al tweemaal onder ’t grote mes gegaan die kleintjes doen niet mee plaatselijk doof was het idee
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Wat met mijn hoogsensitieve kant dat is soms wel iets te plezant zo zegt mij mijn migraine wat is dat toch een chagrijn
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Als ik het zo bezie, is dat litteken op mijn knie of dat jeukje op mijn vel, waarover ik nooit vertel of de droge huid die krasjes laat en het niezen mij zelden verlaat of de kromtrekkende rug, de energie van olifant tot mug
helemaal niet zo bijzonder, al dat gedonder want …
Wat een wonder, wat een wonder voor de rest ben ik alleen maar hypochonder
Een gewone niet-dag Hoestend, proestend, happend adem hoog, mond droog groot lawaai, amaai amaai
Verfomfaaid en verfrommeld strompel ik uit bed, met bonkend hoofd, ronkende luchtpijp sleep ik mezelf naar overal en nergens zit ik neer, zomaar ergens
Monstertjes in mijn hoofd en hoest de vriendjes van hét monster intussen denk ik helemaal ontsierd toch iemand die nog feest viert!
Zal de winter ooit nog mogen bestaan zijn wie hij is met als licht de maan?
een laatste namiddagse zonnestraal een donker buiten in mij een licht verhaal
Aarde doet en Aarde laat misschien is het een keer enkel de mens die vergaat
Het kan lijken dat ik aan de depressieve kant ben door wat ik schrijf. Maar ik vind het juist boeiend om te kijken naar wat is zonder het te bewerken. Hoe iemand anders het benoemt, komt voort uit interpretatie vanuit eigen referentiekader. Ik ken het zelf al te goed. Eén van de lastigste dingen in het leven, blijven bij wat is, vaak is dat boeiend genoeg.