Hoe onbelangrijk
de dingen die ik achterliet
het net niet uitgelezen boek
vuile was onopgemaakt bed
de praktische beslommeringen
Niets gemist
geen schrijfboek zelfs
de woorden netjes gestapeld
noch ukelele
de muziek altijd bij mij
Maar nu
De verhalen:
van de zeemeeuw en
van de golven en van de
zeewind in groot kwadraat
hoeveel kan een oor opslaan
De kleuren:
hun schreeuwen
Ensoriaans cynisme
zachte tinten groen grijs blauw
welk licht kan het oog bijhouden
Zoutlucht en zandstraal
Neus en vel achterna
Onderweg
Thuis is onderweg
Thuis is even zonder mij
AMK
Digitale anekdootjes
Gisteren kreeg ik een mail van een apotheek waar ik vroeger al eens bestelde. Ik was er altijd tevreden over. Eventuele problemen werden correct afgehandeld. Daarom was het volgende raar om te lezen:
Betaaluitnodiging bestelling 2024-07-02 11:19.
Dat klonk verdacht! Ik had helemaal niets besteld. Op de website van die apotheek zocht ik het emailadres en richtte een bericht naar hen met de melding dat er waarschijnlijk fraudeurs bezig waren. In bijlage stuurde ik ook twee print-screens van de mail zelf. Daarna had ik ook ‘geklikt’ bij de fraudebestrijding. Voor wie dat ook (vaak) meemaakt: u kan zulke mails doorsturen naar: verdacht@safeonweb.be.
Een halve minuut later belde een mevrouw van de betreffende apotheek me op en zei dat ze ’s ochtends nog met mij gesproken had. Ze noemde twee medicijnen waarvan ik nog nooit gehoord heb. Dat vertelde ik haar. Ze noemde zelfs mijn naam en adres. Die waren juist.
Wie was dan de echte klant van deze bestelling?
Vreemd! Tot ze het zag op haar scherm. Het telefoontje dat ze ’s ochtends gepleegd had, was met een totaal ander nummer. Ze zou het uitzoeken. Ik heb er niets meer van gehoord. . Het zal wel in orde zijn. Ik hoop voor haar dat de medicijnen niet al verstuurd waren.
De mens, laat hem aub artificiële en andere digitale intelligentie de baas blijven.
Vandaag is de dag van de waarheid voor mijn tanden. Na twee sms-berichten en twee mails bovenop mijn digitale agenda die me verwittigen, kon ík het zeker niet vergeten.
Deze keer brandt er licht. Ik ben mooi op tijd, tien minuten eerder zelfs. Nog even wachten, denk ik als ik nog een jongeman zie zitten in de wachtkamer.
Gestommel na gepraat in de behandelkamer doet me rechtop zitten. Die deur gaat open en er komt een dame binnen die zich nog even zet. Ze vertelt dat haar tanden nog in de camion zitten. Ze moet ook nog wachten. De jongen vóór mij is gelukkig snel klaar, ware het niet dat hij nog een keer de praktijk binnen komt lopen met de vraag waar exact de apotheker is.
Hoezo? denk ik. De tandarts had het hem toch goed uitgelegd?! In het Engels nog wel:
“You take the street outside. On the overkant of the street is the apotheyker.”
Rond halftwaalf mag ik binnen.
“Nu is het wel gelukt!” zegt de tandarts doelend op de fout gelopen afspraak van vorige week. Ik beaam deze waarheid.
Na nazicht vraagt hij of ik nog ergens last van heb. Ik vertel dat en dan antwoordt hij: “Dat is een beetje normaal bij het ouder worden. Op zeventig jaar kan dat natuurlijk wel.”
“Zei u nu zéventig?” en mijn ogen zijn gericht op het scherm links boven mij waarop mijn tanden digitaal en mooier dan in werkelijkheid zijn afgebeeld, waarnaast mijn gegevens vermeld staan.
“U bent toch mevrouw A.M. Knaepen?”
“Ja dat ben ik, maar ik ben geen zeventig! Ik ben zestig!!”
De tandarts staat op en zoekt in de computer op zijn bureautafel. Ik vertel hem mijn geboortedatum nog eens. Hij had mijn geboortejaar de eerste keer verkeerd ingegeven. Ik zie het veranderen op het scherm boven mij.
Oké. Alles in orde. Ik betaal, bedank hem en zeg dat ik zelf weer een afspraak zal maken via het digitaal afsprakensysteem (waar mijn geboortedatum wél juist staat).
Hem hardop horen denken en zoeken welke muisklikstappen hij moest zetten om het getuigschrift op te stellen en af te rekenen, vond ik dat veiliger.
Ik heb intussen bericht in mijn e-Box dat het getuigschrift is aangekomen. Toch nog even op mijn kalender van papier met inktvolle pen noteren wanneer ik de nieuwe afspraak boek.
AMK
Acht op tien
Vorige week had ik een videogesprek met een adviseur van mijn bank. Dat was best een fijne ervaring. Om te verduidelijken, het heeft niets met financiële rijkdom en zware beleggingen te maken.
Ik kreeg het advies waar ik om vroeg en daar kon ik wat mee doen, of niet natuurlijk. Overigens had die persoon best goede looks, een aangename stem en vertelde me op een rustige doch directe manier wat ik wilde weten.
Voilà…. dacht ik. Ik kreeg maandagochtend een feedback formulier in mijn mailbox dat ik invulde. Ik heb geen enkel idee hoe een adviseur van de bank zich hoort te gedragen maar niemand is perfect. Dus alles samen kreeg hij van mij een acht. De ‘verstuur’ knop kreeg een klik.
Voilà … dacht ik. Maandagnamiddag kreeg ik telefoon van mijn bank. Die had ik net gemist.
Dinsdagochtend, klaar voor mijn wandeling –uithouding en stevig wandelen aan het opbouwen – Strava net ingesteld, rinkelde mijn gsm met oplichtend logo van de bank. Ik nam op. Zal wel iets zijn dat ik (weer) vergeten ben, dacht ik nog.
“Goedemorgen, mevrouw Knaepen, hier met V. ChX* van mijn bank. U heeft een enquête ingevuld en u heeft mij acht op tien gegeven”
“Ja dat klopt!” Bent u niet tevreden?
“Het zit zo, als wij op een enquête minder dan negen op tien krijgen van een klant, moeten we hen opbellen om te vragen of er iets is dat ons verbeterpunt kan worden.”
“Euhm??” (hardop gezwegen)
“Mevrouw Knaepen?”
“Ja, ik ben er nog. Maar een verbeterpunt zou ik u niet kunnen geven. Het bankwezen is voor mij Chinees, Japans, Kretenzisch dialect (ik versta dat nog altijd niet), dus ik zou echt niet weten waar het fout ging. Acht is omdat het altijd beter kan, perfectie bestaat niet? Toch?“
(hier moet ik er wel bij zetten dat ik niet meer exáct weet wat ik zei, dit is dus naar alle waarschijnlijkheid ietwat uitbundiger)
Meneer V. ChX* scheen tevreden met dit antwoord. Ik dikte het nog wat meer aan met ‘goed geholpen’ en ‘duidelijk antwoord op mijn vragen’ en kers op de taart (als hij van taart zou houden) ‘ik mag terug bellen als er nog vragen zijn”.
Volgens mij was meneer toen gerustgesteld. Hij bedankte me nog eens en wenste me een fijne dag. Ik hem ook.
Achteraffer die ik ben (zie Annie M.G. Schmidt) dacht ik aan wat ik nog had kunnen zeggen bij wijze van humoristisch afsluiten… U kan het goed maken met een koffietje…
Ik ben wel blijgezind gaan wandelen en heb fors doorgestapt. Al stemt het toch wel tot nadenken, zo’n mentaliteit, als acht op tien niet goed genoeg is…
AMK
*om privacy redenen heb ik zelfs meneer zijn initialen veranderd…
Nootje kraken
Mijn tanden zijn geen notenkrakers en om het half jaar neem ik hen mee naar de tandarts. Regelmatig nazicht en de nodige behandeling helpen om vooraf gekraakte noten wel nog te knabbelen.
Enkele weken geleden was dat half jaar weer voorbij. Helaas werd ik toen geveld door iets nu-al-niet-meer-belangrijk. Ik mocht de afspraak verplaatsen. Dat telefoongesprek ging nogal snel: “27 juni om 14u”, dat was oké en de verbinding werd verbroken.
Gisteren was het 27 juni. Ik ging door brandend weer en hete wind op weg naar de tandarts, tramsgewijs en deels te voet. Ik voelde me als een Eskimo die zichzelf voortsleept in de woestijn (hoewel ik nog nooit een Eskimo gesproken heb, die zoiets gedaan heeft).
Die praktijk bevindt zich onderaan een appartementencomplex, aan de achterzijde. Daar aangekomen zag ik dat de deur met een slot vast zat. Waarschijnlijk ook met een sleutel gesloten, dat heb ik niet uitgeprobeerd, wegens achterlaten van vingerafdrukken. Tegenwoordig weet een mens maar nooit wie nog na komt, de boel forceert (met handschoenen aan, ondanks de hoge temperaturen) en ‘ze’ bij mij uitkomen tijdens het onderzoek.
Ook al houd ik van traagheid, toch was ik gisteren blij met de wonderbaarlijke vooruitgang van de digitale snelweg. Ik vond – onhandig wegens nogal klein klavier op mijn smartphone – op de website van de tandartsenpraktijk dat hij daar op donderdag niet werkt.
Heb ik dat dan zo verkeerd begrepen? Zou hij juli gezegd hebben i.p.v. juni? Zevenentwintig juli valt op een zaterdag en dan werkt hij ook niet …
Ik ging naar huis, weer via de woestijn; er was geen andere weg. ‘Dat is iets om morgen uit te zoeken’, dacht ik plakkerig.
Weer thuis was ik stiekem blij. Gisteravond was mijn laatste ukelele-les van dit schooljaar en ik zou niet graag daar gezeten hebben met een nog half verlamde mond.
Hedenmorgen opende ik weer die website, maakte een afspraak online en belde hem voor de zekerheid nog eens op om het bevestigd te zien. De tandarts nam op. Oef, er is gelukkig niets ergs gebeurd. Het was een misverstand. De digitale snelweg is niet feilloos. Het systeem had de nieuwe afspraak niet opgeslagen.
Volgende week doe ik weer een poging. Ik heb deze keer wel een bevestigingsmail gekregen. Hopelijk doen mijn tanden het nog. Misschien nog eens een nootje kraken om uit te proberen?
AMK
(wild)zeewater
Wat ik nog vond tussen mijn schrijfsels… mengelmoes van grote-tuin-herinnering en dromen
in het mini achter
in de tuin in licht
een bramenstruik en
te hoog gras en
niet vergeten
een kersenboom voor
schaduw aan de moestuin
in te hete zomers en
een plekje voor mij en
een ontsnappingsroute
naar de wildwaterzee
AMK

Eenvoudige poëzietechnieken – 13
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er ooit mee begonnen en bij tijd en wijle zal ik er mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. In geval van …
Deze uitnodiging komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 13.
Hier vond ik de uitdaging: Brief aan de poëzie.
Je zit in alle kleuren
In donker vind ik je soms in zwartgrijs
in de diepe put zijn galmende woorden het bewijs
In helder turquoise en fris oranje-geel
voedzaam lekker, de sintroen en grannaan
zo licht met zovéél zie ik woorden staan
In kalm groen van zoveel tinten
ruist woordenwind in ’t wild in ’t zacht
hoeveel uren heb ik in nachtblauw
op jou, Poëzie gewacht
Aan rood zal ik me niet wagen
of toch? Straks of morgen of later
Kan je dat woordengewicht dragen?
Vele kleuren zijn er nog waarvan één me verblijdt
Poëzie, wat is de kleur voor tijd?
AMK

foto: ergens onderweg in Griekenland ooit
Buszitje 2 – energievretend zitje
Op een andere dag was ik getuige van een geval van agressie. Aan het station stond de bus voor het rood licht. Iemand klopte op de gesloten deur. Een nanoseconde later werd het groen. De chauffeur reed door. De deur bleef gesloten. Een halte verder was er wisseling van shift. Deze halte is nog te zien vanaf het station. De tweede chauffeur stapte op de bus en praatte even met de eerste.
De achtergelaten passagier was tot daar gelopen en vroeg een beetje geagiteerd aan de eerste chauffeur waarom hij de deur niet opendeed. Ik kon zijn antwoord niet verstaan maar hij liet de jongeman in eerste instantie nog steeds niet verder.
Toch kon hij niet anders dan hem doorlaten. Zijn shift zat er immers op. Deze jongeman vroeg nog eens waarom hij de deur niet opendeed. Toen werd de chauffeur agressief, nam hem bij zijn kraag en duwde hem in het eerste zitje tegen de ruit. Wat hij zei, weet ik niet meer, maar er vielen woorden zoals respect en eerbied en me mijn werk laten doen. Lichaamstaal verheft zich boven woorden. Stonden ze net iets te dicht bij elkaar op het moment van de vraag? Was de blik in de ogen van de passagier net iets te uitdagend?
Had één van beiden al wat hommeles achter de rug die dag? Had de chauffeur al zelf agressie meegemaakt?
De sfeer in de bus was toen ‘ieder voor zich’ aldus gespannen. Ik vroeg me af waarom het zo moeilijk is om even tot tien te tellen en een poging te doen om rustiger te ademen. Ik hoop dat het mij – in geval van – wel lukt. Aandacht geven aan onnodige situaties is energievretend.
AMK
Bron foto bovenaan: https://busposities.nl/voertuig/delijn_CiteaSLE120H_2251
Bron foto onderaan: hetlaatstenieuws
Buszitje 1
Regelmatig neem ik de tram of bus van en naar een bestemming en dezelfde weg of een andere weer terug. Bij het wachten op deze of andere lijnbus, -tram, bekijken passagiers elkaar nogal eens. Ik ook. We doen het allemaal zo onopvallend mogelijk. Dat is duidelijk.
Vandaag stond er een nogal verfrommelde figuur te wachten. Hij liep een beetje over en weer en stak toen een sigaret op, zo eentje zonder filter. Dat stinkt! Ik stapte weg van die rook, die uit de sigaret in de mond van de verfrommelde figuur, kwam. Van sommige geuren sigarettenrook krijg ik instant hoofdpijn, vandaar.
In de bus ging ik ver genoeg van hem zitten. Enkele haltes verder stapte hij af. De halte daarna nam iemand anders op dat zitje plaats. En voilà, toen kwam de monoloog, niet hardop uitgesproken en nogal kort – korter dan deze inleiding althans:
Dan zit ge op die bus en ge ziet een verfrommelde figuur afstappen. Bij de volgende halte gaat een nieuwe passagier op die plaats zitten en ge denkt ‘ge moest eens weten wie daar hiervoor zat’. En ge gniffelt, maar niet lang want al snel vraagt ge u hetzelfde af van de stoel waar gij op zit …
AMK
bron foto bus: https://busposities.nl/voertuig/delijn_CiteaSLE120H_2251
bron foto buszitje: https://nl.freepik.com/premium-photo/vooraanzicht-lege-busstoel_32632034.htm
Elke dag een beetje
"Mama, als jij geen liefde bent, bestaat de liefde niet." *
Vandaag is het 18 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Dan komt er een of andere herinnering helderder bovendrijven. Gisteren had ik het er met mijn vader over.
Zij gaf ooit een stem aan de armen via de vzw ATD Vierde Wereld, die ze zelfs mee oprichtte in Limburg. Sinds haar pensioen was ze daar als vrijwilliger mee bezig. De verhalen die ze meebracht waren soms ver voorbij schrijnend.
Zo vertelde ze eens over een vrouw die diep in de schulden zat door haar zoon die drugsverslaafd was en er alles aan deed om aan drugs te raken. Deurwaarders, gerecht, onder bewindvoerder, …. Ze leefde onder een deken van schuld die ‘de wet’ over haar heen legde. Dat alles uitte zich in vrijwel nul komma nul bezit.
Mijn moeder gaf al eens iets weg. Doch deze vrouw kon ze niet veel helpen, want blijkbaar werd alles weer in beslag genomen door de deurwaarder. “Het minimum van het minimum”, zo ongeveer verwoordde ze het. De vrouw mocht in de keuken één tafel hebben en één stoel, want ze woonde op dat moment alleen.
De koekjes, of was het taart, of misschien zelfs warm eten, dat herinner ik me niet; dié momenten kon de wet toch niet meer afpakken, noch de gezellige koffiebabbels.
In het verkiezingsjaar springen mijn gedachten vanuit dit verhaal naar veel vragen, te herleiden naar menselijkheid. Dat behoeft geen helden, noch onderdanigen. Waar vinden we nog belangeloze inzet naar eigen kunnen als de verkiezingscampagnes om beloftes draait schreeuwend van op glanzende partij-folders?
Waar vind ik mogelijkheden om partijloos voor belangrijke thema’s te kiezen, met hieraan gekoppelde programma’s?
Waar economie in het teken staat van de menselijkheid? En niet de menselijkheid wordt opgeofferd voor de economie?
Waar vind ik thema’s die zorgen dat vrijwilligerswerk enkel nog bewonderingswaardig is en niet meer broodnodig? Waarin ‘de warmste week’ een feest is zonder de schande van de financiële noodzaak en dat in een westers land?
Waar is een lijst met een thema waarin een onbekende Vlaming vertelt over het leven zoals het is en geluisterd naar wat hem/haar echt zou helpen? Zodat Kristel Verbeke een optimistisch programma kan maken over ware ondersteuning van mensen in nood? En de daaruit volgende solidariteit?
Zonder verdeling tussen partijen en hun vast ingekaderde gelijk?
Eén programma over één thema zou al een frisse wind doen waaien, een programma dat de basis is voor het ontstaan van solidariteit in het hart, voor begrip en voor evenwaardige verdeling wat de Aarde ons biedt?
In de herinnering van mijn moeders woorden – ze had het al eens over haar kleinkinderen, een heuse fiere bomma waardig: “Later gaat de wereld nogal eens verbaasd opkijken! Maar dat ga ik niet meer meemaken.” Wat zou ze ook veel te vertellen hebben over de generatie daarna! Ze keek en zag!
Gaan wij meemaken dat we onszelf nog kunnen verbazen? Is het dat wat ze zich zou afvragen, toen zij de mond gesnoerd werd (niet letterlijk), terwijl ze één vrouw in diepe armoede wilde helpen…
Kunnen wij het nog, ons ego los laten? Elke dag een beetje…
*dit vroeg ik om op haar overlijdensbericht te plaatsen.
Woordenboekenliefde
Een gedachte, een déjà vu, een vécu kwam voorbij en leidde tot een monoloog die als een warme wolk rond me bleef hangen. Het was bij het opzoeken van een woord in een heus woordenboek met echte papieren bladen.
Deze monoloog
Tijdens het opzoeken dacht ik aan de eerste keer dat ik een woordenboek gebruikte waarvoor het diende. Dat was op school. Hoe doe je dat, de betekenis van een woord opzoeken?
Er werd verondersteld dat je het alfabet knats vanbuiten kende. Dat was heel belangrijk. Zo kon je makkelijk bladeren door het woordenboek om snel bij de beginletter van het woord te komen.
Laat ik het woord natrium nemen. De /n/ bevindt zich in de tweede helft van het alfabet. Dan weet je dat je niet vanaf de eerste bladzijde moet gaan zoeken. Dat vond ik een hele goede tip!
Daarna kijk je naar de tweede letter van het woord. Voor natrium is dat de /a/. Op de een of andere manier raakte ik helemaal vooraan in het woordenboek.
Waar was de /n/ gebleven?
Erop terugkijkend was er één stap in het proces van betekenis-van-woorden-opzoeken waarschijnlijk niet binnengedrongen (ik was een trage leerling). In mijn kinderlijk enthousiasme bladerde ik van de /n/ naar de /a/. Ik moest bij de /n/ blijven en dáár de volgende letter zoeken. Toen ik het eenmaal doorhad, ging er een wereld voor me open.
Beeld u zich in!
Een heel woordenboek, bomvol woorden die ik nog niet kende. Ik voelde me woordenveilig voor de rest van mijn leven. En dat was een pocketwoordenboek! Er kwamen andere talen bij, zowel in de school als later de avondschool. Hier en daar kon ik zelfs de liefde doorgeven aan kinderen die aanvankelijk niet zoveel voor taal en lezen voelden.
Echt sneller ben ik niet geworden, noch met lezen, noch met opzoeken. Wel gerichter zodat de liefde voor woorden en taal in het algemeen, bij me blijft.
Telkens ik er bewust mee bezig ben, is het NU!
En die natrium? Dat is het zout op mijn pata… woorden!
Foto bovenaan: een greep(je) van wat ik bijhield doorheen de jaren











