Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er vorig jaar al mee begonnen en bij tijd wijle zal ik er dit jaar mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. In geval van …
Deze uitnodiging komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 11.
HIER vond ik de uitdaging : een personificatie centraal zetten.
Ik word bezet
Ik barst! Mijn evenwicht zoekend brokkel ik af
Ik loop over! Gevangen eruptie buiten oevers stromend
Ik brand! Aangestoken door schoorstenen van geld en macht
Zelfs tussen Mars en Venus wordt het krap
Mens toch! Wat moet ik met je?
AMK
Waarschuwing: dit kan geïnterpreteerd worden als nonsens.
Ik stond aan de afwas vanmorgen, echt aan afwassen. Intussen declameerde ik mijn monoloog van het moment toen ik tegelijkertijd de voorbij lopende en fietsende mensen kon horen en dacht – het raam stond wagenwijd open vanwege de nog frisse ochtend na en vlak voor de hete dagen – dat als nu iemand onder dat open raam bleef staan en die persoon zomaar mijn monoloog afluisterde en wie-weet-welk-verhaal er dan van zou maken en verder vertellen – áls die al zou blijven stilstaan onder dat raam – wie weet dan welke schrijver ermee inspireerde en toen dacht ik nog – zonder het monologisch te verbaliseren – zoals bij het lezen van een zin, een zinsnede, een gedicht, een iets-anders, de gedachte soms bij me opkomt “Dat had ikzelf kunnen geschreven hebben!”, het dan eventueel mogelijk zou kunnen zijn dat mijn – deel van de – monoloog bij die schrijver is beland.
De afwas is voorbij. De monoloog is al lang weg. De bokkensprongen ook. Er is nog geen nieuwe afwas.
’t Is stil waar het nooit waait … zeggen ze Het ene gebeurt, het andere niet, een bezoek, geen bezoek Het stormt soms, dat gaat weer liggen tot het weer rechtop zit
Zomaar 60 geworden, het gebeurt vanzelf. Zonder feestgedruis, zelfgekozen verpozen. Ik begin er warempel echt van te houden.
In de zomer verjaren heeft voordelen. Vroeger zag ik het als een nadeel. Aangezien velen ergens anders aanwezig zijn, glijdt het mooi en rustig voorbij. Al heb ik dit jaar mezelf getrakteerd op een eersteklasticket naar Oostende. De rit was rustig. De andere wagons waren geluidsvoller.
Ik herinner me nog dat ik toen dacht nog een keer een blogbericht de wereld in te sturen. Maar waarover dan? Wil ik dat vertellen, ondanks de tuimelende woorden en uit elkaar gepuzzelde zinnen die mijn brein bezetten?
Soms probeer ik uit te leggen hoe het in mijn brein werkt, maar – alle goede bedoelingen ten spijt – zwijg ik er liever over. In het Engels is er zo’n term-zin die ik ooit in een opleiding te horen kreeg (allerlei programma’s op pc leren gebruiken): WYSIWYG; “What You See Is What You Get!” Ik veronderstel dat er ook echt niet méér is. Als het niet geprogrammeerd is, zal uw pc het niet tonen. Bij mensen is het anders. Het kan wel zijn dat u niet meer krijgt dan wat u vraagt. Wel kan het zijn dat er meer is, soms veel meer, dan wat u vraagt … Ik behoud me het recht om dat zelf te kiezen, zonder uitleg. Want ik weet dat het ook omgekeerd zo is. Laten rusten, denk ik meestal. Het toont zich wel als de tijd er rijp voor is.
Met zulke vage dingen zou ik wel een blogbericht kunnen vullen…
Een fotoronde vertelt waarschijnlijk meer … 1. Golfen. 2. Nek-uitsteken. 3. Broertje-in-smoking-kwijt. 4. Hij ging net douchen. 5. Aapje met haar dino. 6. Plopperdeplop. 7. Waar zijn mijn dochters?? 8. Geen paparazzi aub! 9. Vikingen, opgepast! 10. Besties. 11. Ze vlogen met een zucht.
Amen!
Sinds een tijdje houd ik me ook bezig met mijn stamboom. Daar zijn nog veel verhalen te halen, al dan niet te bloggen…
Eén tak van de hele grote stamboom
Ps. Ik heb mijn Woordenrijk onlangs nog eens opgewarmd. Soms rijmt het, soms niet…
Bijvoorbeeld, geïnspireerd door een gedicht en daar verder op geschreven**
In het hoge gras
zie ik de sporen
van een ander
Die stap voor stap
het spoor van weer
een ander ging Johanna Pas
Ik stap erin
ga achteruit tot daar
waar elk spoor begon
en aan ’t begin
sta ‘k even stil tot
ik stap voor stap
ander hoog gras plat trap
AMK
*retorische vraag… ** uit ‘Kringen op het tafelblad’ – Een poëzietarot, Johanna Pas, gevonden in een*blog die ik volg. Inmiddels heb ik de kaarten in huis en ze zijn heel inspirerend tot schrijven.
Hoe ik de ramen aan de voorkant properde en nu de evenwijdige onbeschreven strepen zie – zou ik een raamgedicht? – of
Hoe te-doen lijstjes me gemaakt vrolijk, schel roepen de woorden op het schrijflijstje in hun fraaie vuist lachen – pak me dan als je kan – of
Hoe er overal alles voor iedereen te doen is ik ben al genoeg met Mie, mezelf en ik voor altijd – samen is toch alles toffer? – of
Hoe ik bij het Offerfeest vandaag denk aan dat kind – ja laat ik u dat vertellen – over dat kind dat weer goed las en het woord God las hoe ze dan verwonderd opkeek en vroeg ‘wat is dat?’ hoe ik toen zei dat mensen in de kerk bidden tot God zoals mensen in de moskee bidden tot Allah en hoe ze toen als Eureka opkeek en – zoals alleen een kind dat kan – alwetend en zelfzeker zei: “Dat zijn toch die twee die altijd ruzie maken!” …
Ze las haar rijtje af, ook meerlettergrepige woorden.
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Ik was er vorig jaar al mee begonnen en bij tijd en wijle zal ik er dit jaar mee verder gaan. Wedstrijden, uitdagingen, oefeningen, … al poot ik hier niet alles meer neer. Ik beschouw het eerder als werkmateriaal. In geval van …
Deze uitnodiging komt uit ‘Het geluk van de schrijver’, Eenvoudige poëzietechnieken 10.
het zachtgekookt eitje, de kop dampende koffie u weet wel hoe dat gaat, de kleine dingen m’n niet-beestige yoghurt met bio-fruit en dat blokje chocolade
de dag van gisteren nog nazingend ik zou er ’s avonds over schrijven dat was het plan al vanaf dat moment de start van het wasmachineweekend en weekendkrant, waarom tweewekelijks? ik vraag het met niet meer af
aan de ontbijt-opgeruimde tafel krant opzij gelegd ukelele al eens stemmen nog even tokkelen plukken en strummen in verschillende ritmes zingen smeren zonder olie wat straks getoond zal worden
iemand met engelengeduld die ons feilloos aanvoelt en verder optilt – de weg te gaan lonkt naar mij – die zelfs in het samenspel alle toonaarden van elk van ons, harmonieus samenhoudt
mijn pas gestart trainend oor slaat soms wat over, nu nog wel maar we spelen gewoon verder
een Grieks en een Engels Joods liedje we hebben een toemaatje ‘Bella ciao’ we hebben zelfs publiek dat meezingt
’s avonds scrollend hier en daar “waar zal ik ook zángles volgen?” die wereldse samenhorigheid zoveel talen, zoveel stemmen
ze zinderen nog na ebben zacht de nacht in en – zoals dat heet – moe maar voldaan denkend aan morgen het zachtgekookt eitje en de kop dampende koffie en het zondagse blokje chocolade