Soms blader ik eens door mijn schrijfsels en bekijk ik wat er van gekomen is. Dit gedicht was geschreven in de laatste les van een serie van vier workshops ‘Van gedachten naar gedichten’ bij Wisper. We kregen toen les in een ontbijtzaal van een B&B annex restaurant. Eerst mochten we foto’s maken en daarna iets over onze ervaring schrijven a.d.h.v. die foto’s.
Wat kan je in een spiegel zien Meer dan wat er al is De verwachting nog ongewis Zonder ontbijt in die kamer Dichter bij de nog-een-afzakkertje uren
Rond de tafel, al schrijvend wispelturen Lege kapstok om aan te hangen Dat onverwachte, wat rijmt of niet Ritmeert of vloekt, lang in ’t kort
Van wanhoop tot verlangen Zouden ze meekijken, daarboven zo aan het hangen?
Eindeloze taal, in zesentwintig letters Ja, er is veel meer dan dat wat je in een spiegel ziet
Soms struin ik doorheen mijn schrijfsels en zie ik creaties voor wedstrijden waar ik al dan niet aan deelnam. Soms weet ik het niet eens meer of ik dat deed. Tot ik een mail krijg waarbij het resultaat bekend wordt gemaakt. Bij deze van ‘This is how we read’, won ik niet. Het ging om een column. Ijdeltuit die ik soms ben, maak ik er hier plaats voor.
Relax en geniet ...
Plaatselijke bevolking
Anthony Quinn draait zich om in zijn graf, bedenk ik, in de schaduw van de olijfboom bij de koffiezaak van Yiannis en Stavroula, vlak bij het verzamelpunt voor excursies. Ik geniet er van mijn frappè.
Anthony was de eerste om op dit wijsje te dansen. De Sirtaki! In het leven geroepen voor Zorba, inmiddels levend gehouden om toeristen uit de all-in-hotels met zwembad te plezieren; inclusief een authentieke Griekse avond. Zouden ze ook Pentozali dansen?
“Tof dat het was.”
“Echt hè. Zo tussen de plaatselijke bevolking!”
“Lekkere ouzo ook!“
Wedden dat die bruingebakken spierbundel een kater heeft, achter zijn Carrera zonnebril. ’t Is te hopen dat hun ontbijt niet à la plaatselijke bevolking was. Ze zullen hun energie nodig hebben voor hun volgend avontuur. Een excursie naar de lange kloof, helemaal te voet.
“Hoe heette dat ook alweer waar we vandaag heengaan?”
“De Samariakloof.”
“Wat zegt ge?” Maar ze hoort het niet meer. Ze zoekt kleingeld om een flesje water te kopen. Alsof aan de kloof niets meer is. ‘Neen, in een periptero* kan je niet contactloos betalen.’ Echte all-in toeristen. Dat de plaatselijke bevolking maar uitkijkt. Platte sandalen dragen? Echt!?
De rust keert weer als de autocar weg is. Niet voor lang, een groepje Engelse toeristen kuiert hier nu rond. Melkwitte of roodverbrande huid, glimmend van de zonnebrandlotion en het zweet. Handdoek over hun hoofd, zakdoek – of is het een klein laken – in de nek. Een te kleine doorhangende rugzak aan hun schouders. Digitale Maps bij de hand. Zoekend. De dapperen, die zelf op ontdekkingstocht gaan. Ze passeren de koffiezaak waar ik zit. Kijken even op. M’n God ,het is nog vroeg en ze zien er nu al warm uit! Medelijden veinzend houd ik mijn glas omhoog en knik hen bemoedigend toe. Het helpt. De grootste spreekt me aan “Is that any good, what you’re drinking, Miss?” Zie je wel, Britten!
“Yes sir, try it! Very refreshing!” Ze zijn overtuigd! Ze blijven zelfs lang zitten. Dat vertelt Stavroula van de koffiezaak me later op het dorpsfeest in de bergen. Jarenlange trouw doet zelfs de meest wantrouwige Kretenzer wat. Dit is eeuwige vriendschap en niet mijn enige. Ik ben hier ook bergfeestelijk welkom.
Wanneer ik haar ’s avonds laat thuisbreng, herken ik de autocar van vanochtend. Wat zijn ze stil, die avonturiers, op “auw” en “krampen” gejammer na. Ik durf er wat frappè en raki op verwedden dat ze niet getraind waren voor die kilometerslange wandeling, aanvankelijk bergaf over loszittende stenen. Ik denk aan die sandalen!
’t Is te hopen dat andere übermenschen in het hotel ernaast hen niet uit hun slaap houden. Die hebben déze avond hun authentieke Griekse avond. Hoppa!
Laat ik maar naar mijn andere thuis gaan, een studio tegen een spotprijsje. Ver weg van het massatoerisme, zonder wifi. Misschien doet de elektriciteit het zelfs niet. Of zijn er nog maar drie druppels water over vandaag. Wie maalt daarom? Als je voor die enkele weken zelf plaatselijke bevolking bent.
*kiosk
AMK
Ik wil er nog aan toevoegen dat er acht winnaars zijn in deze wedstrijd en dat er elke woensdag eentje in de kijker wordt gezet. Het mag gezegd, de eerste is alvast zeer geslaagd. Zie hier.
met dank aan de jongste M, onze Benjamina, toen nog heel erg jong
Foto: uit mijn archief, een van mijn mooiste reizen voordat ik mijn echte andere thuis vond. (dat ben ik echt 😊). Het is een oude filmrolletjesfoto. De belichting (enzovoort) is wat uit proportie. Rechts van mij staat M nummer 1.
De jongeman van weleer hield van 'clubbing'. Al heeft hij eerst met ons een dansje gedaan.
Aan te bevelen om te lezen. Niet alleen voor mij, zeker ook voor de verhalen van andere mensen. Al zou ik ook aanbevelen om in stukjes te lezen want het is soms best heftig.
Schrijfgelegenheden komen en gaan. Aan sommige neem ik deel, anderen glijden voorbij. Ik vraag me niet af of dat dan gemiste kansen zijn. “Ik doe wat ik doe en vraag niet waarom…” … (een lijn uit het lied gezongen door Astrid Nijgh, vraag me niet waarom ik nu net daar aan moest denken)
Deze gelegenheid is een van de leerzame, zoals een schrijftechniek voor poëzie. Ze komt van Canxatard haar blog ‘Het geluk van de schrijver’.
Mijn bijdrage:
De kuddedierentrein
Twee dagen treinen
dat hadden we ervoor over
al was het geen opgave voor ons
de vijf keer per weekse pendelaars
het maakte niet uit, we waren jong
de wereld aan onze voeten, die wereld
gleed snel voorbij en we stapten uit en in
telkens in een andere trein op een ander perron
de gewoonte der dingen
zette zich voort in deze trein
naar Thessaloniki, onze laatste
overstap naar Athene ons avontuur
toen de trein rammelend tot stilstand kwam
stapten we weer uit, zoals iedereen, met rugzak
de grond van de wereld aan en onder onze voeten
bleek geen perron te zijn en we keken toen pas rond
onze trein was ontspoord.
AMK
Soms wordt een mens even gekatapulteerd en schrijft de blote waarheid, denkt geen ge weet dat het rauw klinkt, maar ook dat het dan duidelijk is. Ik had getwijfeld of ik dat zou bloggen en dan doe ik het wel, louter om het gevoel van machteloosheid weer te geven.
En ge denkt dan ‘dat ken ik’ en ge wilt goede raad geven en perspectief want ge weet dat dit overgaat en ge houdt u toch in want ge weet ook hoe zwaar dat op uzelf woog toen gij nog in het begin was, met al die onwetendheid
Ge weet nog hoe boos ge waart en hoe niemand u begreep want
ge werd overdonderd met goede bedoelingen dat ge maar moest aanvaarden
en ge waart zo ongerust en ge kon dat niet kwijt
ge wist dat iedereen iets te zeggen had maar dat ging niet
over u en ge werd nog kwader en ge waart ook veel te moe
En ge denkt dan ‘dat ken ik nog’ als de baxterbuur ventileert
De ervarings-ondeskundigen gaven te veel informatie die ge niet nodig had ze susten u en met goede bedoelingen maar ge waart zo kwaad soms zei ge al Nee! voordat de stem geluidde die te hoog klonk van ongemak
Ge zwijgt maar en ge luistert zelf naar de boze stem van van de baxterbuur ge kunt niet weglopen, ge hangt aan die katheder en zij ook
Ge probeert een onzichtbare muur op te bouwen maar die baxterbuur blijft doorpraten dat niemand haar begrijpt, dat de dokters maar wat zeggen en dat ze niet willen luisteren en zelf doorpraten over hun ervaring en dat ze weten wat ze doen en
ge denkt dat ken ik en ge weet het nu al wel
Maar ge kunt dat niet zeggen, nog niet en haar klachten blijven uit haar mond rollen en dat ze daarom nu zo ziek is en ze kan wel doodgaan en ‘waarom toch? Ik heb het hen toch al zo vaak gezegd!’
Bam! Mijne muur valt in diggelen en ik doe mijn ogen stijf toe en ik denk, ‘niet weer, niet weer, niet weer!’
En ge doet uw ogen weer open en ge denkt dan, heel verwonderd en bijna blij, wat een geluk, niet weer!
Ge weet dat ook bij de baxterbuur het zal afvlakken, niemand is eeuwig boos en zelfs gijzelf had dat op een keer laten varen en stapte uit de verdediging ge verantwoordde u niet meer, voelde aan wat goed voor u was en soms
liet ge het zelfs toe want er was niets anders meer, toelaten dat goede voor u ge wilt er wel van spreken want ge denkt aan Kavafis die over zijn liefde niet eens kon spreken en gij wilt over uw bestaan spreken en meedelen maar er is een ding dat ge nooit meer wilt,
u verantwoorden voor de verhalen in anderen hun kop
En ge ziet dat duidelijk, aan uwe baxterbuur, ge ziet hare man tegen haar in praten en een beetje meewarig lachen ge weet wel, ervarings-ondeskundige hij ziet in haar woede haar onmacht niet maar hij is zeker zelf bang
Ge ziet dat hij haar het zwijgen wil opleggen dan breekt ge bijna toch want ge denkt wat ge net niet zegt als hij haar zegt dat het allemaal zo erg niet is en zij reageert waardoor hare bloeddruk nog groeit want ook daarover heeft ze verteld
ge denkt dan dat ken ik en ook wat ge net niet zegt tegen die man: 'Houd toch uwe mond toe!’
juweeltje van papier
wat je soms hoort en ziet en wat heel menselijk is, onmacht over het oncontroleerbare. En dan denk ik ‘wat ben ik blij dat ik enkeling ben!’ 😉
Ik ben geen boekenrecensent. Als ik een boek lees, wil ik erin wonen en op me af laten komen wat het doet met mij. Wat ik schrijf daarover, zal daarom geen weldoordachte – noch objectieve – verslaggeving zijn, eerder een buikgevoel onder woorden brengen.
Auteur: Marieke Lucas Rijnveld Boeken: ‘De avond is ongemak’ en ‘Mijn lieve gunsteling’
Er is al zoveel over geschreven en gezegd dat ik even twijfelde om iets te schrijven over deze boeken. Ze zijn zo aangrijpend dat ik het toch waag.
De beide boeken hebben personages die in verhalen zitten, die er niet om liegen. Dat werd verwoord in een mooi en helder taalgebruik.
In beide boeken plagen de woorden je ogen want je wil er niet eens mee knipperen, enkel verder lezen; wat is me dat toch allemaal!
Ik heb bewondering voor het durven vertellen over hoe scheef het menselijk brein kan worden en daarnaar gehandeld wordt. Een verhaal waar je van huivert en als ‘De avond is ongemak’ uit is, ben je even bevroren. Dát doet dit boek met je! Dat noem ik geslaagd, met grote onderscheiding.
Er zat herkenning in die lange zin van ‘Mijn lieve gunsteling’ en het was niet de enige lange zin. Ze nodigen uit om op die trein te springen en mee te reizen en te kijken wat er allemaal komt. Alsof er geen snelheid genoeg is. Je wordt a.h.w. meegezogen in het verhaal als een toeschouwer, die niemand kan zien. Je kan dus ook niet ingrijpen. Die lange zinnen zijn als die trein, waarin je wil teruglopen terwijl de trein voortraast; geen ontkomen aan. Van dit boek wordt overigens ook een theaterproductie gemaakt, vanaf 2023 te zien. Hier kan u alle info vinden.
Beide verhalen zijn aan elkaar verwant door de achtergrond waartegen ze zich afspelen en de personages die erin voorkomen. Over de inhoud van de verhalen zelf, zowel in ‘De avond is ongemak’ als in ‘Mijn lieve gunsteling’ kan u wel lezen op allerlei sociale media en boekhandel websites. Zo ook over Marieke Lucas Rijneveld zelf. Wikipedia en een*radio*programma*nporadio1 (heel interessant interview) en nog veel meer.
Nog iets over dat taalgebruik: behalve helder en mooi is het van hoogstaand niveau, dat potverdorie elke mens kan verstaan want het is geenszins hoogdravend. Voor die schrijfstijl ben ik als een blok gevallen.
Poëzie is hem ook niet vreemd. Er staan ook al dichtbundels op zijn naam. Onlangs las ik het gedicht ‘Spraakkunde’ op zijn Facebookpagina dat hij schreef voor het tijdschrift ‘Dichter’ van Plint.
Zijn dichtbundels staan alvast op mijn wenslijstje.
Dat komt ervan, met goede ideeën gaan wandelen en ze loslaten voor ze op papier staan, daar over de brug met volop zon waar ze zo gemakkelijk smelten alsof ze door het geluid worden overstemd en mee verdwijnen in het aanhoudend lawaai van motorgeluid van auto’s en hun banden over de snelweg, die door de in grote getale aanwezigheid van die auto’s zelfs de snelheid van 120 km niet meer kan beloven en het fijn stof mede werkt aan het verstikken van de gedachten en de longen van de wandelaars, enkel omdat er geen luchtzuiveraar hangt aan de binnenkant van de brug en dus wandel ik verder en zoek een bankje in de schaduw van het weelderige zomerse en aangelegde groen, waar het dan met veel geluk zal waaien en de wind de vele groene boombladeren zal doen applaudisseren waarbij dat geluid wedijvert met dat van die auto’s en hun banden, maar zoals de wind soms zo moe wordt dat zelf hij soms forfait geeft en de vervelende kriebel van dat fijn stof in mijn tranende ogen en rode drupneus zit, daar waar dan de gedachten, die zo mooi en vredig waren zich niet meer thuis voelen en die de wind weer verwelkomen om voor even, in de vergetelheid van open ruimtes die in het geheugen vastzitten zoals op een harde schijf een document dat je niet kan openen maar er toch zit en alleen door die wind wordt aangewakkerd en even of langer fladdert en daarom houd ik van de wind want ik bén de wind, alleen niet meer zo soepel noch lenig en vraag ik me af of andere vormen van wind ook kunnen verslijten?
Ik ben geen boekrecensent. Als ik een boek lees, wil ik erin wonen en op me af laten komen wat het doet met mij. Wat ik schrijf daarover, zal daarom geen weldoordachte, noch objectieve verslaggeving zijn, eerder een buikgevoel onder woorden brengen.
Een tijdje geleden las ik het boek ‘Het huwelijk’ van Christine Van den Hove. Uitgegeven door de Wereldbibliotheek, website: https://wereldbibliotheek.nl/
Het is zo’n boek dat ik misschien niet direct zou vastnemen als ik het zag liggen in een winkel. En wat een geluk dat ik het op haar website vond. Iemands blog volgen leidt soms tot prachtige parels. Om een beeld te geven over het verhaal, kan u de inhoud op de omslag HIER lezen. Ook vindt u hier wat anderen ervan vonden.
Dit is wat ik ervan vind:
Ik bevond me even terug in een tijd van toen. Toen we nog zwegen wanneer volwassenen spraken en wij de afstandsbediening waren in huis. Al zal dat voor de generatie waarover in dit boek wordt verteld niet eens nodig geweest zijn.
Wat me het meest opviel was het taalgebruik. Het spreken in de gij-vorm bijvoorbeeld is iets wat ik zelf zelden tegenkwam in boeken, ook toen ik nog (veel) jonger was. Al spreek ik meestal nog wel zo. De je-vorm kenden we alleen van uit ons leesboekje op school. Het was dat taalgebruik dat me naar een tijd katapulteerde die ik niet zelf meegemaakt heb maar wel van verteld werd en daardoor zo herkenbaar.
Het roept zelfs een zekere toch onbekende nostalgie op. De rust die uit die periode straalt, geen snelle auto’s, geen drukke carrièremakers, geen overlast van geluid … was voelbaar. Tegelijkertijd kroop er onrust onder mijn vel vanwege de zo verschillende golflengtes waarmee de hoofdpersonages met elkaar spraken. Dingen uitspreken zoals ze gevoeld en ervaren werden, was zeker niet van tel. Het was heel herkenbaar. Over dat soort dingen wordt niet gesproken, kom ik al snel tegen in het boek.
Er komen verschillende personages vertellen over de hoofdfiguren en dat is heel waardevol. Verschillende invalshoeken brengen verschillende nuances.
Het gebeurt me vaker dan voorheen dat ik boeken weggeef, nadat ik ze gelezen heb. Om de pracht te delen. Dit boek blijft toch nog even hier. Al mag het wel eens een keer op reis gaan.
Haast en spoed, ’t Is dat het soms moet ook al is het zelden goed
Met een dikke pluim voor iedereen die zo kalm bleef.
Plotse hevige pijnen – die weliswaar traag afnamen – deden me bij de huisdokter belanden en zij vond het toch zorgelijk genoeg om me naar de spoed te sturen, met een uitprint van haar bevindingen.
Ik houd van de regen (van bijna elk weer, de Aarde doet gewoon wat ze te doen heeft). Overigens had ik de immense behoefte om alleen te gaan. Daar ging ik dan, met een boek en een fles water. De massa koele regendruppels hield me wakker en alert. Van de tramhalte naar de spoed was toch niet zo ver.
Wat me opviel, was de rust in de wachtzaal. Dat was ooit anders in een andere spoed bij een andere ‘gelegenheid’. Al snel mocht ik naar Box 6, er werden de nodige dingen gemeten en een flinke staal bloed afgenomen.
Bij het wachten op resultaten hoorde ik geluiden uit andere boxen. Zo kalm was het dus niet. Ik zag door de halfopen deur mensen passeren met koffiebekers, enkele keren nog wel. Ik zag enkele keren een brancard voorbijkomen. Dat zou wel dringender zijn en die ene vrouw in de rolstoel ook.
De verpleegkundige die mijn bloedstaal afnam, vroeg waarom ik nu had besloten om naar de spoed te komen. Ik had toch twee dagen pijn, die overigens afnam? Het verhaal van het huisdoktersadvies en mijn eigen ongerustheid deden hem begrijpend knikken: ‘Ja, mevrouw, u hebt dan ook al een heel dossier, hé.’ Inderdaad, dat heb ik. Toch iets dat niemand me afpakt, dacht ik nog (beetje morbide) en schoot half in de lach. Het is heel raar maar vaak ben ik de kalmte zelve in zulke situaties en kan ik nog humor zien. De gewoonte van wachten in ziekenhuizen zal wel meespelen en mijn enkelingenziel. Overprikkeling, hoe laag de prikkeling ook, vermijd ik.
Voor alle zekerheid werd er ook een scan gepland. Het verliep zo vlot dat ik mezelf binnen afzienbare tijd weer thuis zag zitten, lekker zielig doen, benen omhoog en zappen (of zo). Ware het niet dat de verpleegkundige bij de scan vroeg of ik allergisch was aan de contraststof en ik nonchalant zei: “Oh, misschien begin ik wel te niezen, dat was bij de laatste scan ook zo, maar verder niks speciaals.” Bam!
De scan kon niet doorgaan! Dat moest eerst besproken worden met de arts van de radiologie. Terug naar de spoed! Box 6. Dat wist ik nog. Niemand wil in shock raken of een shockerende mens aanschouwen. De spoedarts kwam even horen naar mijn relaas en zag er niets erg in. Tenslotte heb ik die reacties zonder shock nogal vaak, sinds de immuuntherapie. Even wachten en ik mag weer terug. “En excuseer van dat pin-pong effect, mevrouw.” “Geen probleem, beter veilig dan spijt.”
Weer bij de scan kwam de dokter aldaar zich voorstellen en zei dat hij erbij zou blijven voor de zekerheid, áls er iets abnormaal zou gebeuren. Dat was me nog niet overkomen, bij geen enkele scan waar ik al onder lag. “U bent al wel heel wat gewoon geloof ik.” zei hij nog na de scan. “Jazeker. Heel wat inmiddels. Bedankt dokter!” (om erbij te blijven)
Welk boek? Daar vertel ik nog over (in mijn Woordenrijk).
Weer naar de spoed, Box 6, op ‘mijn’ bedje met inmiddels verkreukt papier, mijn boek en die fles water, wachten op de resultaten. En wachten en lezen en lezen en wachten en wat stretchen en lezen en wachten… Naarmate de dag vorderde en ik in mijn boek verdiept raakte, ontspande ik bijna helemaal. Overigens een heel mooi boek (ik nam dát boek mee omdat het lichter woog dan het boek dat ik toen nog aan het lezen was).
Het bloedonderzoek was wel geruststellend volgens de spoedarts (al zal ik binnenkort het één en ander nog bespreken met mijn oncoloog). De scan toonde ook geen onrustwekkende beelden en ik kreeg een voorschriftje mee.
Mijn buik had blijkbaar iets te boos gereageerd op het één of ander en was in buikstaking gegaan. Daar zat het ‘m. Buiken staken soms ook.
Het voelde als een ballenbad maar dan met golfballen.
Soms kom je woorden tegen die je wel kent, maar toch weer even opzoekt en dan vloeien er andere woorden uit voort.
Zie de grond opveren hoor de stenen sissen beiden krullen
Bij dat hemelse vocht van het bloed der Goden
In dankbare ontvangst vanaf slechts één druppel mens en onmens negerend die
hier en daar het godenbloed vervloekt, hun dag leek ineens niet meer zo zonder zon
welk dogma legt hij zichzelf op de mens die jammert om niet ingeloste verwachtingen
van zon?
O, ik beschuldig niet hoe vaak zou ik het zelf vervloekt hebben mijn dag is nu naar de …
grijze kleurpotloden
die na de te lange afwezigheid van die ene geur opfleuren die geur van overleving ik laaf me aan die Petrichor
Waarom mogen goden niet bloeden?
AMK
* petrichor betekent de geur van regen op droge grond. Etymologie brengt ons naar het Oud-Grieks: petra betekent steen, ichor komt uit de Mythologie en betekent ‘bloed van de Goden’. Mensen zouden van deze geur houden omdat overleven afhankelijk was van regen. Ik raadpleegde Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Petrichor.